Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorbereiding bij adoptie

Datum 19/02/2016

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Definities
  2. HOOFDSTUK 2 De voorbereiding
    1. Afdeling 1 Kandidaat-adoptanten voor een niet-intrafamiliale interlandelijke adoptie of een binnenlandse adoptie van een ongekend kind
    2. Afdeling 2 Kandidaat-adoptanten voor de adoptie van een gekend kind
    3. Afdeling 3 Kandidaat-adoptanten voor een intrafamiliale adoptie
  3. HOOFDSTUK 3 Het Steunpunt Adoptie
    1. Afdeling 1 De erkenning van het Steunpunt Adoptie
    2. Afdeling 2 De subsidiëring van het Steunpunt Adoptie
      1. Onderafdeling 1 Algemene bepalingen
      2. Onderafdeling 2 Subsidievoorschriften
  4. HOOFDSTUK 4 De diensten voor maatschappelijk onderzoek
    1. Afdeling 1 De erkenning van de diensten voor maatschappelijk onderzoek
    2. Afdeling 2 De subsidiëring van de diensten voor maatschappelijk onderzoek
      1. Onderafdeling 1 Algemene bepalingen
      2. Onderafdeling 2 Subsidievoorschriften
  5. HOOFDSTUK 5 Toezicht
  6. HOOFDSTUK 6 Procedure
    1. Afdeling 1 Erkenningsprocedure
    2. Afdeling 2 Procedure tot hernieuwing van de erkenning
    3. Afdeling 3 Procedure tot opheffing of schorsing van de erkenning
    4. Afdeling 4 Bezwaarprocedure
  7. HOOFDSTUK 7 Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse Regering,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen, artikel 6, § 1, artikel 7, § 1, artikel 11 en 14;

Gelet op het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, artikel 8, gewijzigd bij de decreten van 22 december 2006 en 29 juni 2012;

Gelet op het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen, artikel 4, 5, derde lid, 6, eerste lid, 7, § 5 en § 6, 8, tweede lid, 9, eerste en derde lid, 11, § 2, § 3, § 4 en § 5, 12, tweede lid, 13, tweede lid en 26, § 4, gewijzigd bij de decreten van 21 juni 2013, 19 juni 2015 en 3 juli 2015;

Gelet op het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015, artikel 5, § 2, 6, § 2 en § 4, 8, § 2, 26, § 4 en 39;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012 betreffende de voorbereiding en de nazorg bij interlandelijke adoptie;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 28 oktober 2015;

Gelet op advies 58.652/3 van de Raad van State, gegeven op 22 januari 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende advies RCVCA/2016/0105/Advies01 van het Raadgevend comité bij het Vlaams Centrum voor Adoptie, gegeven op 05 januari 2016;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1 Definities

Artikel 1. (18/04/2019- datum onbepaald)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien Regie;
1°/1 adoptie van een gekend kind: een adoptie als vermeld in artikel 346-2, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek;
2° decreet van 20 januari 2012: het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen;
3° intrafamiliale adoptie: de interlandelijke adoptie van een kind dat tot in de vierde graad verwant is met de adoptant, met zijn echtgenoot of met de persoon met wie hij samenwoont, zelfs als die persoon overleden is, of van een kind dat biologisch verwant is met een adoptiekind van de adoptant of van de adoptanten, of van een kind dat het dagelijks leven op duurzame wijze gedeeld heeft met de adoptant of de adoptanten met een relatie, zoals geldt voor ouders, voor de adoptant of de adoptanten stappen met het oog op adoptie hebben ondernomen;
4° kandidaat-adoptant : de persoon of de personen die samen een kind willen adopteren;
5° personeelskosten:
a) het brutosalaris, met inbegrip van de wettelijk verplichte werkgeversbijdragen;
b) het vakantiegeld;
c) de eindejaarspremie;
d) de vergoeding voor woon-werkverkeer;
e) de managementondersteuning;
f) eventueel de volgende extralegale voordelen, als ze opgenomen zijn in de loonfiche: maaltijdcheques, bedrijfswagen, groeps- en hospitalisatieverzekering, gsm, laptop, internet;
g) opleidingen, als het gaat om opleidingen die rechtstreeks verband houden met de werking van het Steunpunt Adoptie;
h) kosten voor een arbeidsongevallenverzekering en een bedrijfsgeneeskundige dienst;
6° kindprofiel: informatie over de kenmerken en behoeften van het kind dat adopteerbaar is.

HOOFDSTUK 2 De voorbereiding

Afdeling 1 Kandidaat-adoptanten voor een niet-intrafamiliale interlandelijke adoptie of een binnenlandse adoptie van een ongekend kind

Artikel 2. (24/03/2016- ...)

§ 1. Overeenkomstig artikel 4 van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015, meldt de kandidaat-adoptant voor een niet-intrafamiliale interlandelijke adoptie of een binnenlandse adoptie van een ongekend kind zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie. De kandidaat-adoptant betaalt een bijdrage van 25 euro aan het Vlaams Centrum voor Adoptie voor het eerste deel van de voorbereiding, die bestaat uit deelname aan een informatiesessie als vermeld in artikel 3. Nadat het de betaling ontvangen heeft, verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de kandidaat- adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om de informatiesessie te volgen.

Het Steunpunt Adoptie nodigt de kandidaat-adoptant onmiddellijk uit voor een informatiesessie als vermeld in artikel 3, die plaatsvindt binnen drie maanden na de doorverwijzing.

§ 2. De kandidaat-adoptant die, overeenkomstig artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek, de voorbereiding reeds heeft gevolgd bij een eerdere adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de familierechtbank is erkend, meldt zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie.

Het Vlaams Centrum voor Adoptie verwijst de kandidaat-adoptant door met toepassing van het instroombeheer, vermeld in artikel 5 van dit besluit, naar het Steunpunt Adoptie om het attest, vermeld in artikel 6, § 3, van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015 en artikel 5 van het decreet van 20 januari 2012, te ontvangen.

Artikel 3. (24/03/2016- ...)

 Tijdens een informatiesessie krijgt de kandidaat-adoptant duidelijke informatie over de binnenlandse en interlandelijke adoptieprocedure. Het Steunpunt Adoptie, in samenwerking met de erkende adoptiediensten, geeft minstens informatie over:
1° de voorwaarden waaraan de kandidaat-adoptant moet voldoen volgens de toepasselijke Belgische regelgeving, en de adoptieprocedure, inclusief zelfstandige adoptie;
2° de voorwaarden die gesteld worden aan de kandidaat-adoptant door de herkomstlanden waarmee de erkende adoptiediensten samenwerken, en de wachttijden en de kostprijs;
3° de kindprofielen van de verschillende herkomstlanden waarmee de erkende adoptiediensten samenwerken, en van de kinderen die binnenlands geadopteerd worden. Daarbij wordt ook de mogelijkheid van de adoptie van een kind met specifieke ondersteuningsbehoeften, special needs, voorgesteld;
4° de kansen en risico's die adoptie met zich meebrengt;
5° de mogelijkheden van pleegzorg;
6° de gehechtheid bij adoptiekinderen;
7° de openheid over adoptie.

De informatiesessie duurt minstens acht uur en wordt georganiseerd in groep. De grootte van de groep en de werkvorm van de informatiesessie worden aangepast aan het thema.

Artikel 4. (24/03/2016- ...)

§ 1. Binnen zestig kalenderdagen nadat de kandidaat-adoptant een informatiesessie als vermeld in artikel 3, heeft gevolgd, bevestigt hij schriftelijk aan het Vlaams Centrum voor Adoptie dat hij wil voortgaan met de adoptieprocedure.

§ 2. De kandidaat-adoptant voor een niet-intrafamiliale adoptie of voor een adoptie van een ongekend kind, die niet voldoet aan de voorwaarde, vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, betaalt een bijdrage van 250 euro aan het Vlaams Centrum voor Adoptie om de voorbereidingssessies volgen.

Na ontvangst van de bevestiging, vermeld in paragraaf 1, en van de betaling verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de kandidaat-adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereidingssessies te volgen. Kandidaat-adoptanten worden doorverwezen op basis van het instroombeheer, vermeld in artikel 5. Het Steunpunt Adoptie nodigt de kandidaat-adoptant onmiddellijk uit om zich in te schrijven voor de voorbereiding.

Als de kandidaat-adoptant binnen een jaar na de doorverwijzing niet aan de voorbereidingssessies is begonnen, wordt de procedure stopgezet.

Artikel 5. (24/03/2016- ...)

§ 1. Het Vlaams Centrum voor Adoptie bepaalt vanaf 2017 jaarlijks voor het einde van het eerste kwartaal het aantal kandidaat-adoptanten voor niet-intrafamiliale adoptie of voor adoptie van een ongekend kind dat doorverwezen wordt naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereiding te volgen.

Het aantal, vermeld in het eerste lid, wordt berekend op basis van:
1° het aantal kinderen dat het laatste jaar geplaatst is bij kandidaat-adoptanten voor een niet-intrafamiliale adoptie en bij kandidaat-adoptanten voor de adoptie van een ongekend kind;
2° de evoluties in de herkomstlanden waarmee een lopende samenwerking bestaat;
3° de gemiddelde uitval van kandidaat-adoptanten die doorverwezen zijn in jaar x-2. Dat is de uitval tussen de start van de voorbereiding en het behalen van een geschiktheidsvonnis;
4° de eventuele bijkomende correcties op basis van andere aantoonbare evoluties dan de evoluties, vermeld in punt 1° tot en met 3°.

§ 2. Om het aantal, vermeld in paragraaf 1, in te vullen worden er jaarlijks minstens dertig kandidaat-adoptanten chronologisch, op basis van de datum van hun aanmelding, doorverwezen naar het Steunpunt Adoptie.

Boven op het aantal kandidaat-adoptanten, vermeld in het eerste lid, zullen kandidaat-adoptanten worden doorgestuurd op basis van hun profiel of van het kindprofiel waarvoor ze openstaan. Om welke profielen het gaat, is afhankelijk van de vraag van de erkende adoptiediensten.

Artikel 6. (24/03/2016- ...)

Tijdens de voorbereidingssessies komen minstens de volgende onderwerpen aan bod:
1° de onderwerpen, vermeld in artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek;
2° verlieservaring en rouwproces;
3° gehechtheid en de manier waarop adoptieouders die tot stand kunnen brengen;
4° de voorgeschiedenis van adoptiekinderen;
5° de ontwikkeling van opgroeiende adoptiekinderen;
6° de risico's en kansen die verbonden zijn aan adoptie;
7° manieren om om te gaan met diversiteit en discriminatie;
8° de zorg voor adoptiekinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften, special needs genoemd;
9° openheid over adoptie, loyaliteit en identiteitsontwikkeling van adoptiekinderen;
10° de motivatie om te adopteren;
11° de karakteristieken van zowel binnenlandse als interlandelijke adoptie.

Artikel 7. (24/03/2016- ...)

De voorbereidingssessies duren minstens zestien uur en worden in een groep van maximaal vijftien kandidaat-adoptanten gegeven.

Het Steunpunt Adoptie legt het voorbereidingsprogramma ter goedkeuring voor aan het Vlaams Centrum voor Adoptie.

Afdeling 2 Kandidaat-adoptanten voor de adoptie van een gekend kind

Artikel 8. (24/03/2016- ...)

§ 1. De kandidaat-adoptant voor de adoptie van een gekend kind meldt zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie. De kandidaat-adoptant betaalt een bijdrage van 250 euro aan het Vlaams Centrum voor Adoptie om deel te nemen aan de voorbereiding.

Nadat het de betaling ontvangen heeft, verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de kandidaat-adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereiding te volgen.

Het Steunpunt Adoptie nodigt de kandidaat-adoptant onmiddellijk uit voor een voorbereiding als vermeld in artikel 9, die plaatsvindt binnen drie maanden na de doorverwijzing.

§ 2. De kandidaat-adoptant die, overeenkomstig artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek, de voorbereiding reeds heeft gevolgd bij een eerdere adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de familierechtbank is erkend, meldt zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het Vlaams Centrum voor Adoptie verwijst de kandidaat-adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om het attest, vermeld in artikel 8, § 3, van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015, te ontvangen.

Artikel 9. (24/03/2016- ...)

 De voorbereiding voor de adoptie van een gekend kind duurt minstens zes uur en wordt georganiseerd in groepen van maximaal twintig kandidaat-adoptanten.

Tijdens de voorbereiding komen minstens de volgende onderwerpen aan bod:
1° de onderwerpen, vermeld in artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek;
2° de sociaal-emotionele aspecten van de adoptie;
3° de soorten ouderschap en loyaliteit;
4° de identiteitsontwikkeling bij adoptiekinderen;
5° de openheid over adoptie.

Afdeling 3 Kandidaat-adoptanten voor een intrafamiliale adoptie

Artikel 10. (24/03/2016- ...)

De kandidaat-adoptant voor een intrafamiliale adoptie meldt zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het Vlaams Centrum voor Adoptie onderzoekt binnen een maand de haalbaarheid van de voorgenomen adoptie. In voorkomend geval wordt de kandidaat-adoptant voor een intrafamiliale adoptie onmiddellijk uitgenodigd voor een individueel gesprek.

Tijdens het individuele gesprek krijgt de kandidaat-adoptant duidelijke informatie over het verloop van een intrafamiliale adoptieprocedure. Het Vlaams Centrum voor Adoptie geeft minstens informatie over:
1° de voorwaarden waaraan de kandidaat-adoptant moet voldoen volgens de toepasselijke Belgische wetgeving;
2° de voorwaarden die gesteld worden door het herkomstland waarmee de kandidaat-adoptant wil werken;
3° de begrippen adoptabiliteit en subsidiariteit.

Artikel 11. (24/03/2016- ...)

§ 1. Binnen zestig kalenderdagen na het individuele gesprek, vermeld in artikel 10, bevestigt de kandidaat-adoptant voor intrafamiliale adoptie schriftelijk aan het Vlaams Centrum voor Adoptie dat hij wil voortgaan met de adoptieprocedure.

§ 2. De kandidaat-adoptant voor een intrafamiliale adoptie betaalt een bijdrage van 250 euro aan het Vlaams Centrum voor Adoptie om de voorbereiding te volgen.Nadat het de betaling ontvangen heeft, verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de kandidaat-adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereiding voor intrafamiliale adoptie te volgen. Het Steunpunt Adoptie nodigt de kandidaat-adoptant onverwijld uit voor een voorbereiding, die plaatsvindt binnen drie maanden na de doorverwijzing. Als de kandidaat-adoptanten binnen een jaar na de doorverwijzing niet aan de voorbereidingssessies zijn begonnen, wordt de procedure stopgezet.

§ 3. De kandidaat-adoptant die, overeenkomstig artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek, de voorbereiding reeds heeft gevolgd bij een eerdere adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de familierechtbank is erkend, wordt na zijn bevestiging, vermeld in paragraaf 1, doorverwezen naar het Steunpunt Adoptie om het attest, vermeld in artikel 5 van het decreet van 20 januari 2012, te ontvangen.

Artikel 12. (24/03/2016- ...)

De voorbereiding voor een intrafamiliale adoptie duurt minstens zes uur en wordt georganiseerd in groepen van maximaal twintig kandidaat-adoptanten.

Tijdens de voorbereiding voor intrafamiliale adoptie komen minstens de volgende onderwerpen aan bod:
1° de onderwerpen, vermeld in artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek;
2° verlieservaring en rouwproces;
3° gehechtheid en de manier waarop adoptieouders die tot stand kunnen brengen;
4° de ontwikkeling van opgroeiende adoptiekinderen en de manier waarop adoptieouders daarmee kunnen omgaan;
5° openheid over adoptie, loyaliteit en identiteitsontwikkeling van adoptiekinderen;
6° de risico's en kansen die verbonden zijn aan adoptie;
7° de motivatie om te adopteren.

HOOFDSTUK 3 Het Steunpunt Adoptie

Afdeling 1 De erkenning van het Steunpunt Adoptie

Artikel 13. (18/04/2019- ...)

Conform artikel 7, § 1, van het decreet van 20 januari 2012 erkent het agentschap één Steunpunt Adoptie volgens de procedures, vermeld in hoofdstuk 6 van dit besluit.

Overeenkomstig artikel 7, § 3, van het decreet van 20 januari 2012 voldoet het Steunpunt Adoptie aan de in die bepaling gestelde voorwaarden om erkend te worden. Daarnaast moet het:
1° beschikken over voldoende en voldoende opgeleid personeel om de taken, vermeld in artikel 7, § 2, van het decreet van 20 januari 2012 en in artikel 5, 6, 8 en 10 van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015, kwaliteitsvol te kunnen uitvoeren;
2° een duidelijk afgebakend dienstverleningsaanbod hebben dat bestaat uit de kwaliteitsvolle organisatie van een informatiesessie en voorbereidingssessies, en een kwaliteitsvol aanbod van nazorg, informatie, expertise en vorming aan alle personen die betrokken zijn bij de adoptie.

Artikel 14. (24/03/2016- ...)

Het Steunpunt Adoptie moet voldoen aan de volgende voorwaarden en voorschriften om erkend te blijven of opnieuw erkend te worden:
1° de voorwaarden, vermeld in artikel 13, tweede lid, van dit besluit;
2° de erkenningsvoorschriften, vermeld in artikel 7, § 4, van het decreet van 20 januari 2012;
3° de erkenningsvoorschriften, vermeld in artikel 15 tot en met 19 van dit besluit.

Artikel 15. (01/09/2019- ...)

Het Steunpunt Adoptie voorziet in een laagdrempelig ondersteuningsprogramma voor de nazorg voor adoptiebetrokkenen. Dat bestaat zowel uit nazorg, individueel en in groep, alsook gerichte doorverwijzing naar adoptiealerte hulpverlening.

Het Steunpunt Adoptie faciliteert de trefgroepen en het lotgenotencontact voor geadopteerden en adoptieouders.

Artikel 16. (01/09/2019- ...)

Het Steunpunt Adoptie biedt regelmatig op eigen initiatief of op verzoek, opleiding en intervisie aan de medewerkers van de adoptiediensten en andere hulpverleners die bij adoptie betrokken zijn.

Artikel 17. (24/03/2016- ...)

 Het Steunpunt Adoptie betrekt vrijwilligers bij zijn werking, en zorgt voor een passend onthaal en passende vorming en ondersteuning van de vrijwilligers zodat ze het vrijwilligerswerk op een kwaliteitsvolle wijze kunnen verrichten.

Artikel 18. (24/03/2016- ...)

Het Steunpunt Adoptie bezorgt jaarlijks, uiterlijk op 31 maart, een jaarverslag aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het jaarverslag bevat:
1° een activiteitenoverzicht, inclusief een overzicht van de georganiseerde informatiesessies, van de gestarte voorbereidingen en de uitgereikte voorbereidingsattesten, van de verstrekte nazorg en van de activiteiten op het vlak van vorming en expertise, informatie en documentatie;
2° een lijst met de personeelsleden van het Steunpunt Adoptie, met vermelding van hun kwalificaties.

Artikel 19. (24/03/2016- ...)

De minister legt de nadere bepalingen vast voor de uitvoering van artikel 6 van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen wat betreft het Steunpunt Adoptie.

Dit decreet treedt voor wat betreft het Steunpunt Adoptie in werking op 1 januari 2017.

Afdeling 2 De subsidiëring van het Steunpunt Adoptie

Onderafdeling 1 Algemene bepalingen

Artikel 20. (01/01/2022- ...)

Het Steunpunt Adoptie ontvangt jaarlijks, binnen de marge van de begrotingskredieten, een subsidie van 495.649,45 euro (vierhonderdvijfennegentigduizend zeshonderdnegenenveertig euro vijfenveertig cent) voor personeels- en werkingskosten.

Het Steunpunt Adoptie behoudt zijn recht op subsidie zolang het erkend is door het agentschap en voldoet aan de subsidievoorschriften, vermeld in artikel 22 tot en met 26.

Artikel 21. (18/04/2019- ...)

§ 1. Per kwartaal en uiterlijk op het einde van de eerste maand van het kwartaal in kwestie keert het agentschap aan het Steunpunt Adoptie een voorschot uit. Het bedrag van dat voorschot bedraagt een vierde van 90% van de subsidie, vermeld in artikel 20, eerste lid.

Het saldo van 10% van de jaarsubsidie wordt uitbetaald in de loop van het daaropvolgende jaar.

§ 2. Als het Steunpunt Adoptie ertoe aangemaand wordt om de tekorten weg te werken als vermeld in artikel 48 en 49, kan de uitbetaling van de subsidie geheel of gedeeltelijk opgeschort worden.

Onderafdeling 2 Subsidievoorschriften

Artikel 22. (24/03/2016- ...)

Het Steunpunt Adoptie voert een financieel beleid zodat de beschikbare middelen ingezet worden, zowel voor een continue doeltreffende hulp- en dienstverlening, als voor een doelmatige inzet van medewerkers, infrastructuur, uitrusting en goederen.

De ontvangen subsidies kunnen niet aangewend worden ter persoonlijke verrijking van de bestuurders, personeelsleden of andere personen die betrokken zijn bij de werking van het Steunpunt Adoptie.

Artikel 23. (24/03/2016- ...)

Het Steunpunt Adoptie houdt een boekhouding bij volgens artikel 17 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.

Het Steunpunt Adoptie kan voor de taken, vermeld in artikel 16, een bijdrage vragen. De bijdragen worden vastgelegd in samenspraak met het Vlaams Centrum voor Adoptie en het raadgevend comité van het Vlaams Centrum voor Adoptie.

Artikel 24. (24/03/2016- ...)

Ten minste 75% en maximaal 85% van de subsidie die krachtens dit besluit toegekend is, moet besteed worden aan personeelskosten.

Artikel 25. (18/04/2019- ...)

§ 1. Als de reële personeelsuitgaven en werkingskosten van het Steunpunt Adoptie in een boekjaar minder bedragen dan de som van de subsidie die krachtens dit besluit toegekend is, en de bijdragen, vermeld in artikel 23, tweede lid, worden met dat overschot reserves opgebouwd. De aangelegde reserves moeten worden opgenomen in de balans.

De reserves mogen alleen aangewend worden voor dezelfde doeleinden als de subsidie. De aanwending van de reserves moet worden goedgekeurd door het agentschap, tenzij de reserves worden aangewend om het deficit van de werkingsperiode aan te zuiveren.

§ 2. Als de gecumuleerde reserves meer dan 50% van de laatst toegekende jaarsubsidie van het Steunpunt Adoptie bedragen, wordt het bedrag in meer aan het agentschap teruggestort. Jaarlijks kan er maximaal 20% van de jaarsubsidie als reserve worden opgebouwd. Als de opgebouwde reserves dat percentage overschrijden, wordt het bedrag in meer teruggestort aan het agentschap.

§ 3. Als het Steunpunt Adoptie zijn werking stopzet of zijn erkenning verliest, worden de reserves die overblijven na aftrek van ontslagpremies en van kosten, goedgekeurd door het agentschap en de Inspectie van Financiën, integraal teruggestort.

Artikel 26. (24/03/2016- ...)

Het Steunpunt Adoptie mag niet beleggen in effecten, fondsen of andere waardepapieren zonder kapitaalgarantie.

HOOFDSTUK 4 De diensten voor maatschappelijk onderzoek

Afdeling 1 De erkenning van de diensten voor maatschappelijk onderzoek

Artikel 27. (18/04/2019- ...)

Conform artikel 11 van het decreet van 20 januari 2012 erkent het agentschap de dienst voor maatschappelijk onderzoek voor een hernieuwbare periode van minimaal twee en maximaal vijf jaar, volgens de procedures, vermeld in hoofdstuk 6 van dit besluit.

Het werkingsgebied van de dienst voor maatschappelijk onderzoek bestaat uit de provincies Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen, Limburg, Vlaams-Brabant en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.".

Artikel 28. (01/01/2017- ...)

Overeenkomstig artikel 11, § 2, van het decreet van 20 januari 2012 voldoet de dienst voor maatschappelijk onderzoek aan de in die bepaling gestelde voorwaarden om erkend te worden. Daarnaast moet de dienst beschikken over een voltijdequivalent coördinator en een multidisciplinair team dat minstens bestaat uit 2,5 voltijdequivalenten psychologen en 2,5 voltijdequivalenten maatschappelijk assistenten of uit personen die gelijkwaardig zijn door ervaring.

Artikel 29. (24/03/2016- datum onbepaald)

Overeenkomstig artikel 11, § 3, van het decreet van 20 januari 2012 voldoet de dienst voor maatschappelijk onderzoek aan de in die bepaling gestelde voorwaarden om erkend te blijven of opnieuw erkend te worden. Daarnaast moet de dienst voor maatschappelijk onderzoek:
1° voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 28 van dit besluit;
2° jaarlijks, uiterlijk op 31 maart, een jaarverslag bezorgen aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het jaarverslag bevat:
a) een activiteitenverslag, inclusief een overzicht van de opgestelde verslagen, vermeld in artikel 1231-29 van het Gerechtelijk Wetboek;
b) een lijst met de personeelsleden van de dienst voor maatschappelijk onderzoek, met vermelding van hun kwalificaties.

Artikel 30. (24/03/2016- ...)

De minister legt de nadere bepalingen vast voor de uitvoering van artikel 6 van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen wat betreft de diensten voor maatschappelijk onderzoek.

Dit decreet treedt voor wat betreft de diensten voor maatschappelijk onderzoek in werking op 1 januari 2017.

Afdeling 2 De subsidiëring van de diensten voor maatschappelijk onderzoek

Onderafdeling 1 Algemene bepalingen

Artikel 31. (01/01/2022- datum onbepaald)

§ 1. De erkende dienst voor maatschappelijk onderzoek ontvangt jaarlijks vanaf 2017, binnen het jaarlijks beschikbaar begrotingskrediet, een basissubsidie voor personeels- en werkingskosten van 475.348,54 euro (vierhonderdvijfenzeventigduizend driehonderdachtenveertig euro vierenvijftig cent). Die basissubsidie stelt de dienst voor maatschappelijk onderzoek in staat om 165 onderzoeken per jaar te realiseren.

De basissubsidie wordt, binnen het jaarlijks beschikbaar begrotingskrediet, vermeerderd met 2319,50 euro per extra gerealiseerd maatschappelijk onderzoek, bovenop 165 gerealiseerde maatschappelijke onderzoeken als vermeld in artikel 1231-29 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 2. De volgende onderzoeken tellen mee voor 75% van een gerealiseerd maatschappelijk onderzoek als vermeld in artikel 1231-29 van het Gerechtelijk Wetboek:
1° een actualisering van het verslag van een maatschappelijk onderzoek als vermeld in artikel 1231-33/3 van het Gerechtelijk Wetboek;
2° maatschappelijke onderzoeken bij personen die al een kind hebben geadopteerd;
3° bijkomende maatschappelijke onderzoeken.

§ 3. De dienst voor maatschappelijk onderzoek behoudt zijn recht op subsidie zolang hij erkend is door het agentschap en voldoet aan de subsidievoorschriften, vermeld in artikel 33 tot en met 36.

Artikel 32. (18/04/2019- ...)

§ 1. Per semester en uiterlijk op het einde van de eerste maand van het semester in kwestie keert het agentschap aan de dienst voor maatschappelijk onderzoek een voorschot uit. Het bedrag van dat voorschot bedraagt de helft van de jaarlijkse basissubsidie.

Het bijkomende bedrag, vermeld in artikel 31, § 1, tweede lid, wordt uitbetaald in de loop van het daaropvolgende jaar.

§ 2. Als de dienst voor maatschappelijk onderzoek ertoe aangemaand wordt om de tekorten weg te werken als vermeld in artikel 48 en 49, kan de uitbetaling van de subsidie geheel of gedeeltelijk opgeschort worden.

Onderafdeling 2 Subsidievoorschriften

Artikel 33. (24/03/2016- ...)

§ 1. De dienst voor maatschappelijk onderzoek voert een financieel beleid zodat de beschikbare middelen ingezet worden, zowel voor een continue doeltreffende hulp- en dienstverlening, als voor een doelmatige inzet van medewerkers, infrastructuur, uitrusting en goederen.

De ontvangen subsidies kunnen niet aangewend worden ter persoonlijke verrijking van de bestuurders, personeelsleden of anderen die betrokken zijn bij de werking van de diensten voor maatschappelijk onderzoek.

§ 2. De dienst voor maatschappelijk onderzoek houdt een boekhouding bij volgens artikel 17 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.

Artikel 34. (24/03/2016- ...)

Ten minste 70% en maximaal 85% van de subsidie die krachtens dit besluit toegekend is, moet besteed worden aan personeelskosten.

Artikel 35. (18/04/2019- ...)

§ 1. Als de reële personeelsuitgaven en werkingskosten van de dienst voor maatschappelijk onderzoek in een boekjaar minder bedragen dan de subsidie die krachtens dit besluit toegekend is, worden met dat overschot reserves opgebouwd. De aangelegde reserves moeten worden opgenomen in de balans.

De reserves mogen alleen aangewend worden voor dezelfde doeleinden als de subsidie. De aanwending van de reserves moet worden goedgekeurd door het agentschap, tenzij de reserves worden aangewend om het deficit van de werkingsperiode aan te zuiveren.

§ 2. Als de gecumuleerde reserves 50% van de laatst toegekende jaarsubsidie van de dienst voor maatschappelijk onderzoek overschrijden, wordt het bedrag in meer aan het agentschap teruggestort. Jaarlijks kan er maximaal 20% van de jaarsubsidie als reserve worden opgebouwd. Als de opgebouwde reserves dat percentage overschrijden, wordt het bedrag in meer teruggestort aan het agentschap.

§ 3. Als de dienst voor maatschappelijk onderzoek zijn werking stopzet of zijn erkenning verliest, worden de reserves die overblijven na aftrek van ontslagpremies en van kosten, goedgekeurd door het agentschap en de Inspectie van Financiën, integraal teruggestort.

Artikel 36. (24/03/2016- ...)

De dienst voor maatschappelijk onderzoek mag niet beleggen in effecten, fondsen of andere waardepapieren zonder kapitaalgarantie.

HOOFDSTUK 5 Toezicht

Artikel 37. (24/03/2016- ...)

Overeenkomstig artikel 26, § 1 van het decreet van 20 januari 2012 en artikel 26, § 1 van het decreet binnenlandse adoptie van 3 juli 2015 ziet het Vlaams Centrum voor Adoptie toe op de naleving van de bepalingen in dit besluit, in het decreet van 20 januari 2012 en in het decreet binnenlandse adoptie van 3 juli 2015 en controleert de correcte besteding van de toegekende subsidies.

Het Steunpunt Adoptie en de diensten voor maatschappelijk onderzoek verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht.

Artikel 38. (24/03/2016- ...)

De controle ter plaatse wordt, overeenkomstig artikel 26 van het decreet van 20 januari 2012 en artikel 26 van decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015, uitgevoerd door de personeelsleden van Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein.

De personeelsleden van Zorginspectie, vermeld in het eerste lid, hebben voor de controle toegang tot de boekhouding en tot alle relevante documenten.

Artikel 39. (24/03/2016- ...)

De controle op stukken wordt jaarlijks uitgevoerd door het Vlaams Centrum voor Adoptie. Daarvoor bezorgen het Steunpunt Adoptie en de diensten voor maatschappelijk onderzoek jaarlijks:
1° uiterlijk op 30 juni een financieel verslag aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. Dat verslag wordt opgesteld volgens de richtlijnen van het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het bevat:
a) een resultatenrekening van het voorbije boekjaar;
b) een balans van het voorbije boekjaar;
c) een begroting voor het lopende boekjaar;
2° het jaarverslag, vermeld in artikel 18 en 29.

Het Steunpunt Adoptie en de diensten voor maatschappelijk onderzoek leggen, op verzoek van het Vlaams Centrum voor Adoptie, alle relevante bewijsstukken voor de ontvangen subsidie voor.

Artikel 40. (24/03/2016- ...)

Alle bewijsstukken, waaronder de bewijsstukken die de uitgaven staven waarvoor subsidies worden verleend, moeten minstens zeven jaar ter plaatse worden bewaard.

HOOFDSTUK 6 Procedure

Afdeling 1 Erkenningsprocedure

Artikel 41. (18/04/2019- ...)

Een aanvraag tot erkenning als Steunpunt Adoptie of dienst voor maatschappelijk onderzoek moet met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging ingediend worden bij het agentschap.

De aanvraag, opgemaakt in de sjabloon die het agentschap ter beschikking stelt, bevat:
1° de contactgegevens, de identiteit en de statuten van de aanvrager;
2° een staving van de aanvraag waaruit blijkt dat aan de erkenningsvoorwaarden voldaan is;
3° de motivering van de aanvraag;
4° een beleidsplan met strategische en operationele doelstellingen voor de duur van de erkenning;
5° een verbintenis waarin de voorziening verklaart dat ze binnen een termijn van één jaar aan de erkenningsvoorschriften zal voldoen.

Artikel 42. (18/04/2019- ...)

Het agentschap onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag. Binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag deelt het agentschap de aanvrager met een aangetekende brief mee of zijn aanvraag ontvankelijk is.

Het agentschap behandelt ontvankelijke aanvragen binnen een termijn van drie maanden na de ontvangst ervan. De postdatum geldt daarbij als bewijs.

Artikel 43. (18/04/2019- ...)

Het agentschap kan aanvullende informatie vragen aan de aanvrager van een ontvankelijke aanvraag. Tijdens die periode wordt de beslissingstermijn geschorst.

De aanvrager bezorgt de gevraagde aanvullende informatie aan het agentschap binnen vijftien kalenderdagen. Zo niet neemt het agentschap een beslissing zonder aanvullende informatie.

Artikel 44. (18/04/2019- ...)

Het agentschap neemt op basis van de gegevens, vermeld in artikel 41, tweede lid, een gemotiveerd voornemen tot erkenning of een gemotiveerd voornemen tot weigering van de erkenning. Als geen enkele aanvrager bezwaar kan aantekenen omdat er niet voldaan is aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 52, neemt het agentschap een definitieve beslissing.

Het agentschap brengt de aanvrager met een aangetekende brief op de hoogte van de voorgenomen of definitieve beslissing. Die kennisgeving vermeldt minstens:
1° de identiteit en de contactgegevens van de aanvrager;
2° de voorgenomen of definitieve beslissing;
3° overeenkomstig de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de motivering van de voorgenomen of definitieve beslissing;
4° de bezwaarprocedure, in geval van een voorgenomen beslissing.

Artikel 45. (24/03/2016- ...)

Als er geen bezwaarschrift wordt ingediend binnen de termijn, vermeld in artikel 53, krijgt de voorgenomen beslissing van rechtswege een definitief karakter nadat de termijn is afgelopen.

Afdeling 2 Procedure tot hernieuwing van de erkenning

Artikel 46. (18/04/2019- ...)

De aanvraag tot hernieuwing van de erkenning als Steunpunt Adoptie of dienst voor maatschappelijk onderzoek wordt uiterlijk zes maanden voor de erkenning verstrijkt, ingediend bij het agentschap met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging.

De aanvraag, opgemaakt in de sjabloon die het agentschap ter beschikking stelt, bevat:
1° de contactgegevens, de identiteit en de statuten van de aanvrager;
2° een staving van de aanvraag waaruit blijkt dat aan de erkenningsvoorwaarden en -voorschriften voldaan is;
3° een evaluatie van het beleidsplan, vermeld in artikel 41, tweede lid, 4° ;
4° een beleidsplan met strategische en operationele doelstellingen voor de nieuwe erkenningsperiode.

Artikel 47. (24/03/2016- ...)

De procedure verloopt verder conform artikel 42 tot en met 45.

Afdeling 3 Procedure tot opheffing of schorsing van de erkenning

Artikel 48. (18/04/2019- ...)

Het agentschap moet voor het nemen van een voorgenomen beslissing tot opheffing of schorsing van de erkenning een aanmaning sturen. Tenzij zich een situatie voordoet die, als ze blijft duren, de essentiële belangen van de betrokkenen met betrekking tot de gezondheid, de veiligheid of het welzijn zou kunnen aantasten. In dat geval kan onmiddellijk tot opheffing of schorsing van de erkenning worden overgegaan.

De aanmaning wordt aangetekend of met een deurwaardersexploot verstuurd.

Artikel 49. (24/03/2016- ...)

De aanmaning, vermeld in artikel 48, vermeldt:
1° de identiteit en de contactgegevens van het Steunpunt Adoptie of de dienst voor maatschappelijk onderzoek;
2° de motivering van de aanmaning;
3° de tekorten en de termijn waarin de tekorten weggewerkt moeten worden;
4° de mogelijkheid om te reageren met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging;
5° het procedureverloop.

Artikel 50. (18/04/2019- ...)

§ 1. Als de tekorten binnen de vooropgestelde termijn niet weggewerkt zijn, neemt het agentschap een voorgenomen beslissing tot opheffing of schorsing van de erkenning.

Het agentschap betekent de voorgenomen beslissing met een aangetekende zending of met een deurwaardersexploot binnen drie maanden na afloop van de opgegeven termijn in de aanmaning.

§ 2. De voorgenomen beslissing vermeldt:
1° de identiteit en de contactgegevens van het Steunpunt Adoptie of de dienst voor maatschappelijk onderzoek;
2° overeenkomstig de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de motivering van de voorgenomen beslissing;
3° de mogelijke directe sancties;
4° de bezwaarprocedure.

Artikel 51. (24/03/2016- ...)

Als er geen bezwaarschrift wordt ingediend binnen de termijn, vermeld in artikel 53, krijgt de voorgenomen beslissing van rechtswege een definitief karakter nadat de termijn is afgelopen.

Afdeling 4 Bezwaarprocedure

Artikel 52. (18/04/2019- ...)

Er kan bij het agentschap bezwaar aangetekend worden tegen de voorgenomen beslissing tot:
1° weigering van de erkenningsaanvraag;
2° opheffing of schorsing van de erkenning;
3° weigering van de hernieuwing van de erkenning.

Artikel 53. (18/04/2019- ...)

Het gemotiveerde bezwaarschrift moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend worden uiterlijk dertig kalenderdagen na de datum van de betekening van een voorgenomen beslissing als vermeld in artikel 52. De postdatum geldt daarbij als bewijs.

Het bezwaarschrift moet met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging aan het agentschap worden bezorgd.

Artikel 54. (24/03/2016- ...)

Het bezwaarschrift bevat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, de volgende elementen:
1° de naam en het adres van de indiener;
2° de datum van ontvangst van de betwiste voorgenomen beslissing;
3° het kenmerk of een kopie van de betwiste voorgenomen beslissing;
4° een uitvoerige motivering van het bezwaar;
5° de naam en de handtekening van de gevolmachtigde van de indiener.

Artikel 55. (18/04/2019- ...)

Het agentschap onderzoekt de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift. Binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst ervan deelt het agentschap de indiener met een aangetekende brief mee of zijn bezwaarschrift ontvankelijk is.

Het bezwaar is ontvankelijk als het de elementen, vermeld in artikel 54, bevat en tijdig aan het agentschap is bezorgd met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging.

Artikel 56. (24/03/2016- ...)

Het bezwaar wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.

Het bezwaar schorst de uitvoering van de beslissing, tenzij bij dringende noodzakelijkheid.

HOOFDSTUK 7 Slotbepalingen

Artikel 57. (24/03/2016- ...)

Het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012 betreffende de voorbereiding en de nazorg bij interlandelijke adoptie, gewijzigd bij de besluiten van 22 maart 2013 en 30 januari 2015, wordt opgeheven.

Artikel 58. (24/03/2016- ...)

De voorbereidingsattesten voor binnenlandse adoptie die zijn uitgereikt voor de inwerkingtreding van dit besluit, blijven vanaf de dag van inwerkingtreding van dit besluit nog 1 jaar geldig.

Artikel 59. (24/03/2016- ...)

§ 1. In 2016 verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie vijftig kandidaat-adoptanten door die, op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, op de wachtlijst voor binnenlandse adoptie staan, en honderd kandidaat-adoptanten die, op de datum van inwerkintreding van dit besluit, op de wachtlijst voor interlandelijke adoptie staan, door naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereidingssessies te volgen. Ze worden doorverwezen op basis van de datum van hun aanmelding.

Na de doorverwijzing, vermeld in het eerste lid, voegt het Vlaams Centrum voor Adoptie de twee wachtlijsten samen. Daarbij wordt rekening gehouden met de datum van de aanmelding van de kandidaat-adoptanten, het profiel van de kandidaat-adoptanten en het kindprofiel waarvoor ze openstaan.

§ 2. In de loop van het tweede semester van 2016 kan het Vlaams Centrum voor Adoptie extra kandidaat-adoptanten met een specifiek profiel of kandidaat-adoptanten die openstaan voor een specifiek kindprofiel, doorsturen.

Artikel 60. (24/03/2016- ...)

De erkenning van het Steunpunt Adoptie en de diensten voor maatschappelijk onderzoek, die bij de inwerkingtreding van dit besluit erkend zijn, loopt af op 31 december 2017.

Artikel 61. (24/03/2016- ...)

Alle subsidies die worden toegekend door of krachtens dit besluit, worden jaarlijks gekoppeld aan de afgevlakte gezondheidsindex, berekend en toegepast conform artikel 2 tot en met 2quater van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De bedragen zijn vastgesteld op basis van de afgevlakte gezondheidsindex van december 2014 met basisjaar 2013.

Artikel 62. (24/03/2016- ...)

Dit besluit treedt in werking op de dag van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 63. (24/03/2016- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 05/02/2023