Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid

Datum 29/01/2016

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2 Organisatie van het inclusieve horizontale Vlaamse integratiebeleid
  3. [HOOFDSTUK 2/1. Het lokale integratiebeleid (ing. BVR 17 december 2021, art. 7, I: 1 maart 2022)]
  4. HOOFDSTUK 3 Algemene bepalingen over de uitvoering van het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid
  5. HOOFDSTUK 4 Inburgering
    1. Afdeling 1 Doelgroepen van inburgering
    2. Afdeling 2 Het inburgeringstraject
      1. Onderafdeling 1 Samenwerking met andere partners
      2. Onderafdeling 2 Organisatie van het inburgeringstraject
      3. Onderafdeling 3 Het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie
      4. Onderafdeling 4 Het vormingspakket opleiding Nederlands als tweede taal
      5. [Onderafdeling 4/1. De inschrijving bij de VDAB of Actiris (ing. BVR 17 december 2021, art. 35, I: 1 maart 2022)]
      6. [Onderafdeling 4/2. Het participatie- en netwerktraject (ing. BVR 17 december 2021, art. 36, I: 1 januari 2023)]
      7. Onderafdeling 5 De trajectbegeleiding
      8. [Onderafdeling 5/1. Het inburgeringscontract (ing. BVR 17december 2021, art. 39, I: 1 maart 2022)]
      9. [Onderafdeling 5/2. Het attest van inburgering (ing. BVR 17 december 2021, art. 40, I: 1 maart 2022)]
      10. [Onderafdeling 5/3. Verplichting om het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling te behalen (ing. BVR 17 december 2021, art. 41, I: 1 maart 2022)]
    3. Afdeling 3 Sancties voor de inburgeraar
      1. Onderafdeling 1 Bepaling, vaststelling en melding van de inbreuken
      2. Onderafdeling 2 Onderzoek van de vastgestelde inbreuken
      3. Onderafdeling 3 Opleggen van een administratieve geldboete
      4. Onderafdeling 4 Het bedrag van de administratieve geldboete
    4. Afdeling 4 Het toeleidingstraject voor minderjarige nieuwkomers en anderstalige kleuters
  6. [HOOFDSTUK 4/1. Taalbeleid (ing. BVR 17 december 2021, art. 50, I: 1 maart 2022)]
  7. [HOOFDSTUK 4/2. Juridische dienstverlening (ing. BVR 17 december 2021, art. 51, I: 1 maart 2022)]
  8. HOOFDSTUK 5 Dienstverlening met betrekking tot Nederlands voor anderstaligen
  9. HOOFDSTUK 6 Aanvullende bepalingen
    1. Afdeling 1 Het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
    2. Afdeling 2 De experimentele, aanvullende of vernieuwende projecten
  10. HOOFDSTUK 7 Wijzigingsbepalingen
  11. HOOFDSTUK 8 Slotbepalingen
    1. Afdeling 1 Opheffingsbepalingen
    2. Afdeling 2 Overgangsbepalingen
    3. Afdeling 3 Inwerkingtredingsbepalingen
    4. Afdeling 4 Uitvoeringsbepaling

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren, artikel 2, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006;

Gelet op het decreet van 28 april 1998 betreffende het Vlaamse integratiebeleid;

Gelet op het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, artikel 5, § 3, artikel 6, § 3, artikel 7, 15, artikel 20, § 1, tweede lid, en § 2, tweede lid, artikel 22, artikel 26, § 1, tweede lid, artikel 27, § 2, vijfde lid, § 4, en § 5, eerste lid, artikel 28, vierde lid, artikel 29, § 1, derde lid, artikel 30, derde lid, artikel 31, § 1, tweede tot en met vierde lid, § 2 en § 3, derde lid, artikel 32, § 4, artikel 33, eerste lid, artikel 34, eerste lid, artikel 35, § 2, artikel 36, § 1, derde lid, artikel 39, § 1, tweede lid, § 4 en § 5, tweede lid, artikel 40, § 1, tweede lid, § 2, tweede lid, derde lid, 2°, zesde en zevende lid, artikel 46/3, 4°, ingevoegd bij het decreet van 29 mei 2015, artikel 50, tweede lid, artikel 52, 55 en artikel 56;

Gelet op het decreet van 29 mei 2015 houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, artikel 9;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 met betrekking tot de uitvoering van het decreet betreffende het Vlaamse integratiebeleid;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 28 februari 2014 betreffende de inwerkingtreding van artikel 29, § 1, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid;

Gelet op het ministerieel besluit van 11 juni 2004 betreffende de richtlijnen voor de inburgering van minderjarige anderstalige nieuwkomers in het kader van het Vlaamse inburgeringsbeleid;

Gelet op het ministerieel besluit van 15 februari 2007 betreffende de groeifactor in het kader van de bepaling van de totale subsidie-enveloppe voor de erkende onthaalbureaus;

Gelet op het ministerieel besluit van 8 juni 2007 houdende de bepaling van de kosten voor de randvoorwaarden om een primair inburgeringstraject te volgen waarvoor het onthaalbureau de jaarlijkse subsidie-enveloppe kan aanwenden;

Gelet op het ministerieel besluit van 22 december 2008 houdende de bepaling van de medische en persoonlijke redenen die aanleiding kunnen geven tot uitstel van aanmelding bij het onthaalbureau, uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract of tijdelijke opschorting van het inburgeringscontract;

Gelet op het ministerieel besluit van 14 mei 2014 tot vaststelling van de modellen van attest, van inburgeringscontract en van bijlage bij het inburgeringscontract in het kader van het inburgeringsbeleid;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 10 december 2015;

Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen, die op 21 december 2015 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn;

Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen (... - ...)

Artikel 1. (01/01/2023- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder :
1° agentschap : het Agentschap Binnenlands Bestuur van het Vlaamse Ministerie Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Binnenlands Bestuur";
2° ...;
3° ...;
4° decreet van 7 juni 2013 : het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid;
4/1° Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen: de door de Raad van Europa geaccrediteerde Nederlandse vertaling, verzorgd door de Nederlandse Taalunie, van het Common European Framework of Reference for Languages: Learning, Teaching, Assessment;
5° EVA : het Agentschap Integratie en Inburgering van het Vlaamse Ministerie Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, vermeld in artikel 17, § 2, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
6° ...;
7° inregelstellingsformulier : het document dat het EVA via de Kruispuntbank Inburgering ter beschikking stelt om aan de handhavingsambtenaar, de VDAB of het OCMW te melden dat de betrokkene, die een inbreuk heeft gepleegd, zich binnen de termijn, vermeld in artikel 35, bij het EVA of het stedelijk EVA heeft aangemeld om alsnog zijn verplichtingen na te komen;
8° Kruispuntbank Inburgering : de elektronische gegevensuitwisseling ter uitvoering van artikel 20, § 1, van het decreet van 7 juni 2013;
9° medisch attest : een rechtsgeldig medisch attest, uitgereikt door een geneesheer, een geneesheer-specialist, een psychiater, een orthodontist, een tandarts of de administratieve diensten van een ziekenhuis of van een erkend laboratorium;
10° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen;
11° stedelijk EVA : het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap Integratie en Inburgering Antwerpen vzw en het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap Integratie en Inburgering Gent vzw;
11/1° studeren:
a) ingeschreven als regelmatige leerling in het secundair onderwijs, als vermeld in artikel 3, 37°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
b) een voltijds studietraject als vermeld in artikel 5, 42°, van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap;
c) een opleiding in het secundair volwassenenonderwijs die leidt naar een diploma secundair onderwijs als vermeld in artikel 41, §4, 1° en 2°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
d) een hogere beroepsopleiding als vermeld in artikel I.3, 33/1°, en artikel II.58 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
e) een voltijdse dagopleiding, georganiseerd door Syntra vzw;
f) competentieontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 61 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
g) een opleiding, studie of stage waarvoor VDAB een vrijstelling van beschikbaarheid of een toelating verleende op basis van Titel III/1, Hoofdstuk 2, Afdeling 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
h) intensieve begeleiding naar werk bij VDAB of partnerorganisaties van VDAB, zoals bedoeld in artikel 36 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding;
i) voltijdse beroepsopleiding erkend door Actiris als opleiding in het kader van een traject naar werk;
j) een intensieve opleiding in de basiseducatie als vermeld in artikel 6, 2° en 4° tot en met 7°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
k) minstens zestien uur per week een opleiding volgen van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 2, richtgraad 3 of richtgraad 4, vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
12° vaststellingsformulier : het document dat het EVA via de Kruispuntbank Inburgering ter beschikking stelt om de inbreuken, vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, te melden aan de handhavingsambtenaar, de VDAB of het OCMW, naargelang het geval;
13° werkdag : elke kalenderdag met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen.

Artikel 2. (29/02/2016- ...)

Bij de taalkundige mannelijke verwijzing naar personen is deze verwijzing telkens generiek bedoeld, en worden met andere woorden telkens zowel vrouwen als mannen bedoeld

HOOFDSTUK 2 Organisatie van het inclusieve horizontale Vlaamse integratiebeleid (... - ...)

Artikel 3. (01/06/2023- ...)

Ter uitvoering van artikel 6, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 worden de volgende beleidsdomeinen en departementen en intern en extern verzelfstandigde agentschappen aangewezen als relevant voor het Vlaamse integratiebeleid:
1° het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie:
a) het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken;
b) het Agentschap Binnenlands Bestuur;
c) het Agentschap Integratie en Inburgering;
2° het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie:
a) het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie;
b) het Agentschap Ondernemen en Innoveren;
3° het beleidsdomein Onderwijs en Vorming:
a) het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
b) het Agentschap voor onderwijsdiensten;
c) het Departement Onderwijs en Vorming;
d) de Onderwijsinspectie;
4° het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin:
a) het Departement Zorg;
b) het agentschap Opgroeien;
c) het agentschap Opgroeien regie;
d) ...;
5° het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media:
a) het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media;
b) Sport Vlaanderen;
c) de VRT;
6° het beleidsdomein Werk en Sociale Economie:
a) het Departement Werk en Sociale Economie;
b) de VDAB;
7° het beleidsdomein Omgeving:
a) het agentschap Onroerend Erfgoed;
b) het Departement Omgeving;
c) Wonen-Vlaanderen;
d) de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;
8° het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken.

Artikel 4. (01/03/2022- ...)

§ 1. Ter uitvoering van artikel 7 van het decreet van 7 juni 2013, wijzen de leidend ambtenaren van de departementen en van de intern en extern verzelfstandigde agentschappen, vermeld in artikel 3 van dit besluit, een ambtenaar aan als aanspreekpunt integratiebeleid.

De aanspreekpunten integratiebeleid hebben de volgende taken:
1° ze leveren een bijdrage om het geïntegreerde actieplan, vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013, voor te bereiden;
2° ze coördineren de implementatie van de doelstellingen, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013, binnen hun eigen beleidsdomein;
3° binnen het kader van de doelstellingen van de Vlaamse overheid schatten ze de effecten in van het beleid dat door hun departement of agentschap wordt voorbereid of uitgevoerd, op de personen van buitenlandse herkomst.

§ 2. Het agentschap coördineert de volgende aspecten:
1° het netwerk van aanspreekpunten integratiebeleid;
2° de voorbereiding van het geïntegreerde actieplan.

Artikel 5. (01/03/2022- ...)

...

Artikel 6. (01/03/2022- ...)

...

[HOOFDSTUK 2/1. Het lokale integratiebeleid (ing. BVR 17 december 2021, art. 7, I: 1 maart 2022)] (... - ...)

Artikel 6/1. (01/03/2022- ...)

Ter uitvoering van artikel 15 van het decreet van 7 juni 2013 worden binnen de beschikbare begrotingskredieten en na advies van de Inspectie van Financiën jaarlijks middelen toegekend door de minister aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie op basis van:
1° het meerjarenplan met doelstellingen dat, in overeenstemming met artikel 3 en 8 van het decreet van 5 juli 1989 tot organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie, digitaal wordt bezorgd aan en goedgekeurd wordt door de Vlaamse Regering;
2° aanpassingen aan het meerjarenplan die, in overeenstemming met artikel 3 en 8 van het decreet van 5 juli 1989 tot organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie, digitaal worden bezorgd aan en goedgekeurd worden door de Vlaamse Regering.

De toegekende middelen kunnen aangewend worden voor werkings- en personeelskosten.

De Vlaamse Gemeenschapscommissie koppelt een rapporteringscode aan de acties in het meerjarenplan en aan de aanpassingen aan het meerjarenplan die betrekking hebben op de regie van het integratiebeleid.

De jaarlijkse rapportering over de uitvoering van de engagementen en de aanwending van de toegekende middelen door de Vlaamse Gemeenschapscommissie met betrekking tot de regie van het integratiebeleid gebeurt aan de hand van de jaarrekening die, in overeenstemming met artikel 3 en 8 van het decreet van 5 juli 1989 tot organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie, digitaal wordt bezorgd aan en goedgekeurd wordt door de Vlaamse Regering.

De Vlaamse Gemeenschapscommissie geeft in die jaarrekening aan welke activiteiten en prestaties zijn verricht met betrekking tot de regie van het integratiebeleid en koppelt een rapporteringscode daaraan.

HOOFDSTUK 3 Algemene bepalingen over de uitvoering van het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid (... - ...)

Artikel 7. (01/03/2022- ...)

§ 1. Het EVA is verantwoordelijk voor :
1° de aansturing en coördinatie van de aanpassingen aan het cliëntvolgsysteem, vermeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 7 juni 2013;
2° de coördinatie, de voortgangscontrole en het technische beheer van de Kruispuntbank Inburgering.

De aanpassingen aan het cliëntvolgsysteem gebeuren in overleg met het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel vzw.

Aanpassingen aan het cliëntvolgsysteem die betrekking hebben op de sancties voor de inburgeraars, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 3, van dit besluit, worden doorgevoerd in overleg met de handhavingsambtenaren, vermeld in artikel 38 van dit besluit.

§ 2. Het EVA maakt maandelijks een lijst op als vermeld in artikel 20, § 1, eerste lid, 3°, van het decreet van 7 juni 2013. De lijst van de gemeenten Antwerpen en Gent bezorgt het EVA via de Kruispuntbank Inburgering aan het stedelijk EVA.

§ 3. Het EVA en het stedelijk EVA zijn verantwoordelijk voor de gegevens van personen die, conform artikel 20, § 1, eerste lid, 3° en 4°, van het decreet van 7 juni 2013, geregistreerd worden in de Kruispuntbank Inburgering.

Het EVA en het stedelijk EVA houden op eigen verantwoordelijkheid in het cliëntvolgsysteem een individueel dossier bij van elke inburgeraar, anderstalige, minderjarige nieuwkomer of anderstalige kleuter die zij bedienen ter uitvoering van het decreet van 7 juni 2013.

Huis van het Nederlands Brussel vzw houdt op eigen verantwoordelijkheid in het cliëntvolgsysteem een individueel dossier bij van elke anderstalige die het bedient ter uitvoering van het decreet van 7 juni 2013.

De handhavingsambtenaren, vermeld in artikel 38 van dit besluit, houden op eigen verantwoordelijkheid in het cliëntvolgsysteem een individueel dossier bij van elke inburgeraar die, met toepassing van artikel 39, § 1, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013, gemeld wordt door het EVA of het stedelijk EVA.

§ 4. Het agentschap beschikt over een rechtstreekse toegang tot anonieme gegevens van de Kruispuntbank Inburgering voor statistische doeleinden en voor de beleidsondersteuning, vermeld in artikel 4, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Binnenlands Bestuur".

Artikel 8. (29/02/2016- ...)

Het EVA is verantwoordelijk voor de terbeschikkingstelling, de aanpassing en het gebruik van het registratiesysteem, vermeld in artikel 20, § 2, van het decreet van 7 juni 2013.

Artikel 9. (01/03/2022- ...)

 Ter uitvoering van artikel 22 van het decreet van 7 juni 2013 sluit het agentschap een samenwerkingsovereenkomst met de inspectie, vermeld in artikel 22 van voormelde decreet. In die overeenkomst wordt ook de inspectie van de kerntaken in het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel vzw geregeld.

HOOFDSTUK 4 Inburgering (... - ...)

Afdeling 1 Doelgroepen van inburgering (... - ...)

Artikel 10. (29/02/2016- ...)

§ 1. De volgende categorieën van personen die de nationaliteit hebben van een staat buiten de EU+ en die geacht worden in het land te verblijven met een tijdelijk doel, behoren niet tot de doelgroep van inburgering :
1° de personen van wie de reden van verblijf volgens de regelgeving over de inschrijving in het rijksregister en over het verblijf van vreemdelingen in België alleen gebaseerd is op werk, studie, onderwijs, opleiding, stage, uitwisseling of vrijwilligerswerk in België, waarbij die activiteit volgens de regelgeving of volgens akkoorden die op de betreffende activiteit van toepassing zijn, niet langer dan een jaar kan duren en niet verlengbaar is boven de maximumtermijn van een jaar;
2° de familieleden van de categorie, vermeld in punt 1°, van wie het verblijf of het verblijfsrecht beperkt is tot dat van de categorie, vermeld in punt 1°, volgens de regelgeving over het verblijf van vreemdelingen.

In het eerste lid wordt conform artikel 27, § 7, van het decreet van 7 juni 2013 verstaan onder EU+ : de landen van de EU, aangevuld met de landen van de EER en met Zwitserland.

§ 2. De minister kan de categorieën, vermeld in paragraaf 1, beperken of uitbreiden als internationale overeenkomsten en akkoorden, supranationale overeenkomsten en akkoorden of de regelgeving van de verschillende overheden van het koninkrijk België een dergelijke beperking of uitbreiding vereisen.

Artikel 11. (01/03/2022- ...)

Met uitzondering van de verplichte inburgeraars, vermeld in artikel 27, § 1, 2°, van het decreet van 7 juni 2013, vallen de volgende categorieën van personen, vermeld in artikel 26, § 1, 1° van het voormelde decreet, niet onder het toepassingsgebied van artikel 27, § 1, van het voormelde decreet, op grond van het voorlopige karakter van het verblijf dat mogelijk definitief kan worden :
1° de personen van wie de reden van verblijf volgens de regelgeving over de inschrijving in het rijksregister en over het verblijf van vreemdelingen in België alleen gebaseerd is op werk, studies, onderwijs, opleiding, stage, uitwisseling of vrijwilligerswerk in België, en van wie het verblijfsrecht beperkt is tot de duur van de betreffende activiteit;
2° de personen die tijdelijke bescherming genieten op basis van de richtlijn 2001/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen, vermeld in artikel 57/29 tot en met 57/36 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
3° de familieleden van de categorieën, vermeld in punt 1° en 2°, van wie het verblijf of het verblijfsrecht beperkt is tot dat van de categorieën, vermeld in punt 1° en 2°, volgens de regelgeving over het verblijf van vreemdelingen.

De minister kan de categorieën, vermeld in paragraaf 1, beperken of uitbreiden als internationale overeenkomsten en akkoorden, supranationale overeenkomsten en akkoorden of de regelgeving van de verschillende overheden van het koninkrijk België een dergelijke beperking of uitbreiding vereisen.

Artikel 11/1. (01/01/2023- ...)

...

Artikel 12. (01/03/2022- ...)

 § 1. De verplichte inburgeraar, vermeld in artikel 27, § 1, 1° en 3°, van het decreet van 7 juni 2013, wordt vrijgesteld van de inburgeringsplicht als hij, uiterlijk binnen een termijn van twintig schooldagen na de aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA een door hem behaald getuigschrift of diploma als vermeld in artikel 27, § 2, derde lid, van het voormelde decreet, voorlegt.

§ 2. De verplichte inburgeraar, vermeld in artikel 27, § 5, van het decreet van 7 juni 2013, wordt alleen verplicht tot het volgen en het behalen van de doelstelling van het vormingspakket Nederlands als tweede taal, vermeld in artikel 31, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet, als hij, uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen na de aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA, een bewijsstuk voorlegt dat aantoont dat hij heeft voldaan aan integratievoorwaarden overeenkomstig artikel 5, tweede lid, van Richtlijn 2003/109/EG van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen.

§ 3. Het attest van vrijstelling, vermeld in artikel 2, eerste lid, 3°, van het decreet van 7 juni 2013, wordt alleen uitgereikt als de inburgeraar zich aanmeldt bij het EVA of het stedelijk EVA. De verplichte inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het attest van vrijstelling verkrijgen.

Het model van attest van vrijstelling wordt door het EVA ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering.

§ 4. ...

Artikel 13. (29/02/2016- ...)

Het EVA stelt een brochure ter beschikking met een gedetailleerde toelichting bij de categorieën van personen die in deze afdeling bedoeld worden.

Afdeling 2 Het inburgeringstraject (... - ...)

Artikel 13/1. (01/03/2022- ...)

In deze afdeling wordt verstaan onder werken: op een legale manier minstens halftijds tewerkgesteld zijn als werknemer, zelfstandige of ambtenaar.

Behalve in het geval van het verkrijgen van een vrijstelling van de verplichting om het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling te behalen, vermeld in artikel 32/5, § 1, eerste en tweede lid, van dit besluit, moet de inburgeraar bewijzen dat hij werkt als werknemer met arbeidscontract(en) van minstens drie maanden aansluitend, bewijzen dat hij als zelfstandige werkt of bewijzen dat hij werkt als ambtenaar via het benoemingsbesluit.

Onderafdeling 1 Samenwerking met andere partners (... - ...)

Artikel 14. (01/03/2022- ...)

§ 1. Het EVA ondersteunt de gemeenten van het Vlaamse Gewest in zijn werkingsgebied bij de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 28, § 1, van het decreet van 7 juni 2013, en stelt informatiemateriaal ter beschikking. De gemeente maakt gebruik van dat informatiemateriaal.

De gemeente wijst een persoon aan die fungeert als contactpersoon voor het EVA.

§ 2. Het stedelijk EVA stelt informatiemateriaal ter beschikking van de stad. De stad maakt gebruik van dat informatiemateriaal.

Artikel 15. (01/03/2022- ...)

§ 1. Voor de inburgeraars die verplicht ingeschreven werkzoekende zijn, en voor de andere inburgeraars die niet werken of studeren sluit het EVA of het stedelijk EVA, met toepassing van artikel 34/4, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013, een samenwerkingsovereenkomst met de bevoegde VDAB-diensten in zijn werkingsgebied. In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad sluit het EVA een samenwerkingsovereenkomst met Actiris, de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling.

§ 2. Voor de inburgeraars die inkomsten verwerven via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon en voor de inburgeraars van wie het recht op maatschappelijke dienstverlening geregeld wordt door een tewerkstelling op basis van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, sluit het EVA of het stedelijk EVA, met toepassing van artikel 34/4, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013, een samenwerkingsovereenkomst met het bevoegde OCMW.

§ 3. De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in paragraaf 1 en 2, bevat minstens de volgende elementen :
1° de afspraken over de doorverwijzing, vermeld in artikel 34/1, § 2, van het decreet van 7 juni 2013, van de inburgeraar van de VDAB, Actiris of het OCMW naar het EVA of het stedelijk EVA;
2° de afspraken over de begeleiding van de inburgeraar door VDAB, Actiris, of het OCMW en het EVA of het stedelijk EVA;
3° de afspraken over de toeleiding van de inburgeraar naar de VDAB, Actiris of het OCMW, vermeld in artikel 34 van het voormelde decreet, en daaraan voorafgaande intake door het EVA of het stedelijk EVA;
4° conform artikel 34/4, tweede lid, van het voormelde decreet : een regeling over de terugkoppeling naar het EVA of het stedelijk EVA van de resultaten van de inburgeraar na overdracht aan de VDAB, Actiris of het OCMW;
5° de afspraken over de geïntegreerde samenwerking, vermeld in artikel 30/3, derde lid, van dit besluit.

§ 4. Onder doorverwijzing als vermeld in artikel 34/1, § 2, eerste lid, en artikel 39, § 3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 wordt verstaan de afspraak als vermeld in artikel 111/1, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding om een inburgeringstraject te volgen.

Onderafdeling 2 Organisatie van het inburgeringstraject (... - ...)

Artikel 16. (01/01/2023- ...)

§ 1. Het EVA of het stedelijk EVA informeert de verplichte inburgeraar, vermeld in artikel 27, § 1, 1° en 3°, § 5 en § 6, van het decreet van 7 juni 2013, binnen tien werkdagen nadat hij via de Kruispuntbank Inburgering als verplichte inburgeraar is gedetecteerd, met een aangetekende brief over het inburgeringsbeleid, en wijst hem op zijn inburgeringsplicht. Twee maanden nadat de brief verstuurd is, gaat het EVA of het stedelijk EVA na of de verplichte inburgeraar zich heeft aangemeld. Als dat niet het geval is, neemt het EVA of het stedelijk EVA contact op met de betrokkene om hem nogmaals te informeren over zijn inburgeringsplicht.

Het EVA of het stedelijk EVA informeert de inburgeraar, vermeld in artikel 20, § 1, eerste lid, 3°, a), van het decreet van 7 juni 2013, als het geen verplichte inburgeraar is als vermeld in het eerste lid of in paragraaf 2, binnen tien werkdagen nadat hij via de Kruispuntbank Inburgering als inburgeraar is gedetecteerd, met een brief over het inburgeringsbeleid.

Het model van de brief, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt opgemaakt door het EVA en ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De brief wordt ook opgesteld in een contacttaal of in de moedertaal van de betrokkene.

§ 2. Het agentschap informeert de verplichte inburgeraar, vermeld in artikel 27, § 1, 2°, van het decreet van 7 juni 2013, met een aangetekende brief over het inburgeringsbeleid, wijst hem op zijn inburgeringsplicht en verwijst hem door naar het EVA of het stedelijk EVA. De brief wordt ook opgesteld in een contacttaal of in de moedertaal van de betrokkene. Het agentschap meldt de doorverwijzing via de Kruispuntbank Inburgering aan het EVA of het stedelijk EVA. Twee maanden nadat de brief verstuurd is, gaat het EVA of het stedelijk EVA na of de verplichte inburgeraar zich heeft aangemeld. Als dat niet het geval is, neemt het EVA of het stedelijk EVA contact op met de betrokkene om hem nogmaals te informeren over zijn inburgeringsplicht.

Het EVA of het stedelijk EVA informeert het agentschap in de volgende gevallen over de verplichte inburgeraar, vermeld in het eerste lid :
1° hij heeft het attest van inburgering behaald;
2° ..;
3° hij heeft een inbreuk gepleegd als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4°/1, van dit besluit.

Artikel 17. (29/02/2016- ...)

Tijdens de aanmelding van de inburgeraar bij het EVA of het stedelijk EVA worden zijn gegevens in de Kruispuntbank Inburgering geregistreerd en wordt hem een attest van aanmelding uitgereikt.

Het model van attest van aanmelding wordt opgemaakt door het EVA en ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het attest verkrijgen.

Artikel 18. (01/03/2022- ...)

...

Artikel 19. (01/03/2022- ...)

...

Artikel 20. (01/03/2022- ...)

...

Artikel 21. (01/01/2023- ...)

§ 1. De verplichte inburgeraar die werkt of studeert krijgt uitstel van aanmelding of uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract bij het EVA of het stedelijk EVA als hij kan bewijzen dat hij niet in staat is om zijn werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject. Hij bezorgt het bewijs binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot uitstel aan het EVA of het stedelijk EVA. Hij moet dat bewijs om de zes maanden opnieuw voorleggen.

§ 2. De verplichte inburgeraar krijgt uitstel van aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA als hij om medische of persoonlijke redenen tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert om te voldoen aan de plicht tot tijdige aanmelding, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het decreet van 7 juni 2013. In afwijking van het derde lid, is de persoonlijke reden, vermeld in het derde lid, 2°, c), niet van toepassing voor uitstel van aanmelding.

De verplichte inburgeraar krijgt uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract als hij om medische of persoonlijke redenen, na aanmelding, tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert om het inburgeringstraject aan te vatten.

In het eerste en tweede lid wordt verstaan onder :
1° medische redenen : een ziekte of een tijdelijk verblijf in het buitenland om medische redenen, gestaafd door een medisch attest. Op het medisch attest wordt de periode van uitstel vermeld. Het medisch attest wordt binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot uitstel aan het EVA of het stedelijk EVA bezorgd;
2° persoonlijke redenen : de verplichte inburgeraar bevindt zich in een van de volgende situaties :
a) hij of de partner met wie hij getrouwd is of samenwoont, werkt of studeert in het buitenland, waardoor hij tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert ofwel om te voldoen aan de plicht tot tijdige aanmelding ofwel om het inburgeringstraject aan te vatten. Het bewijs daarvan wordt binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot uitstel aan het EVA of het stedelijk EVA bezorgd. Het uitstel wordt verleend voor maximaal één jaar en kan verlengd worden voor telkens maximaal één jaar;
b) de inburgeraar is tijdelijk afwezig als vermeld in artikel 18 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, waardoor hij tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert ofwel om te voldoen aan de plicht tot tijdige aanmelding ofwel om het inburgeringstraject aan te vatten. Het uitstel wordt verleend voor maximaal één jaar en kan verlengd worden voor telkens maximaal één jaar.
c) er ontbreekt een passend aanbod voor minimaal een van de twee vormingspakketten, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, 1° en 2°, van het decreet van 7 juni 2013, waardoor de inburgeraar tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert om het inburgeringstraject aan te vatten. Het uitstel wordt verleend voor maximaal drie maanden en kan verlengd worden voor telkens maximaal drie maanden.

De minister kan de redenen, vermeld in het derde lid, beperken of uitbreiden.

§ 3. Het EVA of het stedelijk EVA registreert het uitstel van aanmelding of van ondertekening van het inburgeringscontract in de Kruispuntbank Inburgering en bezorgt een attest van uitstel aan de verplichte inburgeraar, vermeld in paragraaf 1 en 2. Het attest vermeldt de datum waarop het uitstel verstrijkt.

Het model van attest van uitstel wordt opgemaakt door het EVA en ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De verplichte inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het attest van uitstel verkrijgen.

Tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van uitstel, verstreken is, gaat het EVA of het stedelijk EVA na of de verplichte inburgeraar zich heeft aangemeld.

Als de verplichte inburgeraar zich niet heeft aangemeld overeenkomstig het derde lid, wordt dat in geval van uitstel van aanmelding beschouwd als een inbreuk op de plicht om zich tijdig aan te melden, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het decreet van 7 juni 2013, en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing. 

Als de verplichte inburgeraar zich niet heeft aangemeld overeenkomstig het derde lid, wordt dat in geval van uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract beschouwd als de onrechtmatig vroegtijdige beëindiging van het inburgeringstraject, vermeld in artikel 39, § 1, derde lid, 2°, van het decreet van 7 juni 2013, en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing.

Artikel 21/1. (01/03/2022- ...)

§ 1. Minimaal een van de twee vormingspakketten, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, 1° en 2°, van het decreet van 7 juni 2013, wordt opgestart binnen negentig dagen na de ondertekening van het inburgeringscontract door de inburgeraar. Voor de volgende specifieke categorieën kan uitstel van de voormelde termijn worden verleend:
1° verplichte inburgeraars die werken of studeren en kunnen bewijzen dat ze niet in staat zijn om hun werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject. De inburgeraar die behoort tot deze categorie, bezorgt het bewijs binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot uitstel aan het EVA of het stedelijk EVA. Hij moet dat bewijs om de zes maanden opnieuw voorleggen;
2° verplichte inburgeraars die om medische of persoonlijke redenen als vermeld in artikel 21, § 2, derde lid, van dit besluit, die termijn niet kunnen respecteren.

§ 2. Het EVA of het stedelijk EVA registreert het uitstel van de opstart van het vormingspakket in de Kruispuntbank Inburgering en bezorgt een attest aan de verplichte inburgeraar, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°. Het attest vermeldt de datum waarop het uitstel verstrijkt.

Het model van attest van uitstel wordt opgemaakt door het EVA en ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De verplichte inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het attest van uitstel verkrijgen.

Tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van uitstel, verstreken is, gaat het EVA of het stedelijk EVA na of de verplichte inburgeraar zich heeft aangemeld.

Als de verplichte inburgeraar zich niet heeft aangemeld overeenkomstig het derde lid, wordt dat beschouwd als niet-regelmatige deelname als vermeld in artikel 39, § 1, derde lid, 3°, van het decreet van 7 juni 2013, en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing.

Artikel 22. (01/01/2023- ...)

§ 1. Voor de volgende specifieke categorieën wordt het inburgeringstraject opgeschort:
1° verplichte inburgeraars die werken of studeren en kunnen bewijzen dat ze niet in staat zijn om hun werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject. De inburgeraar die behoort tot deze categorie, bezorgt het bewijs binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot opschorting aan het EVA of het stedelijk EVA. Hij moet dat bewijs om de zes maanden opnieuw voorleggen;
2° verplichte inburgeraars die om medische of persoonlijke redenen als vermeld in het tweede en derde lid, tijdelijk hun inburgeringstraject moeten onderbreken.

In het eerste lid wordt verstaan onder medische redenen : een ziekte, een bevalling of een tijdelijk verblijf in het buitenland om medische redenen, gestaafd door een medisch attest. Op het medisch attest wordt de duur van het ziekte- of bevallingsverlof vermeld. Het medisch attest wordt binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot opschorting aan het EVA of het stedelijk EVA bezorgd.

In het eerste lid wordt verstaan onder persoonlijke redenen : de inburgeraar bevindt zich in een van de volgende situaties waardoor hij tijdelijk zijn inburgeringstraject moet onderbreken. De bewijzen daarvan, vermeld in punt 2° tot en met 8°, worden binnen twintig werkdagen na de aanvraag tot opschorting aan het EVA of het stedelijk EVA bezorgd :
1° de inburgeraar is tijdelijk afwezig als vermeld in artikel 18 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, waardoor hij tijdelijk zijn inburgeringstraject moet onderbreken. De opschorting wordt verleend voor maximaal één jaar en kan verlengd worden voor telkens maximaal één jaar;
2° de inburgeraar kan bewijzen dat hij of de partner met wie hij getrouwd is of samenwoont, werkt of studeert in het buitenland. De opschorting wordt verleend voor maximaal één jaar en kan verlengd worden voor telkens maximaal één jaar;
3° de inburgeraar kan bewijzen dat hij om de volgende redenen naar het buitenland gaat. De opschorting wordt verleend voor maximaal zes maanden en kan verlengd worden voor telkens maximaal zes maanden :
a) hij is pas ouder geworden;
b) hij treedt in het huwelijk of legt een verklaring van wettelijke samenwoning af;
c) een familielid van de inburgeraar of zijn partner is overleden;
4° de inburgeraar verstrekt bijstand of verzorging of palliatieve zorgen aan een familielid of inwonende persoon. Hij moet aan het EVA of het stedelijk EVA een attest bezorgen, afgeleverd door de behandelende geneesheer van de patiënt waaruit blijkt dat de inburgeraar zich bereid heeft verklaard die bijstand of verzorging of palliatieve zorgen te verlenen. De opschorting wordt verleend voor maximaal één jaar en kan verlengd worden op basis van een attest van de behandelende geneesheer;
5° de inburgeraar heeft psychosociale of maatschappelijke problemen. Hij moet aan het EVA of het stedelijk EVA een medisch attest voorleggen of een bewijs van een psycholoog of psychotherapeut of van een reguliere welzijns- of gezondheidsinstelling. Op het attest of bewijs wordt de duur van de afwezigheid vermeld. Onder reguliere welzijns- of gezondheidsinstelling wordt hier verstaan : de welzijns- of gezondheidsinstelling die hetzij als Vlaamse voorziening wordt georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschapscommissie, hetzij binnen het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wordt georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
6° de inburgeraar heeft geen reguliere kinderopvang of de reguliere kinderopvang waar zijn kind is ingeschreven, is weggevallen en hij kan daarvan een bewijs voorleggen. Onder reguliere kinderopvang wordt hier verstaan : alle opvanginitiatieven, erkend door Kind en Gezin of met een attest van toezicht. De opschorting wordt verleend nadat de trajectbegeleider heeft vastgesteld of er voldoende inspanningen zijn geleverd om kinderopvang te vinden en tot hij reguliere kinderopvang heeft;
7° de inburgeraar is hoogzwanger en kan het inburgeringstraject niet afwerken voor de bevalling. De zwangerschap wordt gestaafd met een medisch attest. De opschorting wordt verleend tot na het bevallingsverlof;
8° de inburgeraar geeft borstvoeding en kan dat bewijzen met een medisch attest of een attest van Kind en Gezin. De opschorting wordt verleend gedurende de eerste zes maanden na de geboorte van het kind.

De minister kan de redenen, vermeld in het tweede en derde lid, beperken of uitbreiden.

§ 2. Het EVA of het stedelijk EVA registreert de opschorting in de Kruispuntbank Inburgering en bezorgt een attest van opschorting aan de inburgeraar, vermeld in paragraaf 1. Het attest vermeldt de datum waarop de opschorting verstrijkt.

Het model van attest van opschorting wordt opgemaakt door het EVA en ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het attest van opschorting verkrijgen.

Tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van opschorting, verstreken is, gaat het EVA of het stedelijk EVA na of de inburgeraar zich heeft aangemeld. Als dat niet het geval is, wordt het beschouwd als de onrechtmatig vroegtijdige beëindiging van het inburgeringstraject en zijn artikel 35 en 36 van dit besluit van toepassing.

Onderafdeling 3 Het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie (... - ...)

Artikel 23. (01/03/2022- ...)

...

Artikel 24. (01/03/2022- ...)

De doelstellingen voor maatschappelijke oriëntatie zijn opgebouwd uit procedurele kennis, conceptuele kennis en attitudes die worden geconcretiseerd in evalueerbare einddoelen. Procedurele kennis heeft betrekking op vaardigheden en conceptuele kennis heeft betrekking op concepten en feiten.

In het eerste lid wordt verstaan onder procedurele kennis: de inburgeraar kan, als dat wenselijk is, concrete situaties in zijn persoonlijke context verbeteren en daarvoor zelf de volgende acties ondernemen :
1° hij kan een concrete situatie analyseren;
2° hij kan de nodige informatie verwerven door geschikte hulpbronnen en zoekkanalen te gebruiken;
3° hij kan de voor- en nadelen van verschillende oplossingswijzen inventariseren;
4° hij kan een gepaste en realistische oplossingswijze kiezen;
5° hij kan bij de oplossingswijze een actieplan ontwerpen;
6° hij kan zijn keuze uitvoeren, beoordelen en bijsturen;
7° hij herkent de diversiteit in de Vlaamse en Belgische samenleving.

In het eerste lid wordt verstaan onder conceptuele kennis :
1° de inburgeraar kent de nodige digitale, schriftelijke of mondelinge informatiebronnen;
2° de inburgeraar kent de waarden, rechten en plichten in de Vlaamse en Belgische samenleving, gefundeerd in de Grondwet en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

In het eerste lid wordt verstaan onder attitudes : de inburgeraar staat open voor diversiteit, wat wil zeggen dat :
1° hij open staat voor de waarden in de Vlaamse en Belgische samenleving, dit zijn vrijheid, gelijkheid, solidariteit, respect en burgerschap;
2° hij de principes van de Vlaamse en Belgische samenleving respecteert, waaronder minstens:
a) scheiding van de machten;
b) neutraliteit van de overheid;
c) gelijkheid van man en vrouw;
d) scheiding tussen Kerk en Staat;
e) beginsel van non-discriminatie;
f) vrijheid van meningsuiting;
g) respect voor seksuele diversiteit;
3° hij bereid is om begrip- en respectvol in interactie te treden met alle personen, ongeacht hun etnisch-culturele achtergrond, religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging, gender, geaardheid, en hij zich solidair opstelt ten aanzien van medeburgers;
4° hij bereid is zijn handelen in de context van de nieuwe omgeving te plaatsen en om dat gedrag aan te passen als het in tegenspraak is met de wetgeving;
5° hij redelijke inspanningen levert om zich de Nederlandse taal eigen te maken.

Artikel 24/1. (01/03/2022- ...)

§ 1. De minister stelt een valideringscommissie samen en coördineert die.

§ 2. De valideringscommissie valideert de evalueerbare einddoelen, vermeld in artikel 24, eerste lid. De einddoelen zijn sober geformuleerde, duidelijke, competentiegerichte en evalueerbare minimumdoelen die voor elke inburgeraar noodzakelijk en bereikbaar worden geacht.

§ 3. De einddoelen worden periodiek gescreend op de actualiteitswaarde ervan en worden zo nodig bijgestuurd.

Artikel 25. (01/03/2022- ...)

Het EVA of het stedelijk EVA organiseert de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie zodanig dat de inburgeraar de einddoelen, vermeld in artikel 24, eerste lid, verwerft binnen de leeromgevingen, vermeld in het tweede lid.

De einddoelen worden verworven binnen de volgende leeromgevingen :
1° stad en land;
2° verblijfssituatie;
3° gezin;
4° werk;
5° wonen;
6° gezondheid;
7° onderwijs;
8° publieke dienstverlening;
9° mobiliteit;
10° consumptie;
11° vrije tijd.

Artikel 26. (01/03/2022- ...)

§ 1. Om het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie uit te voeren, stelt het EVA de nodige materialen ter beschikking.

§ 2. De vorm en inhoud van de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie worden op maat van de inburgeraar aangeboden. Dat houdt onder andere in:
1° voorzien in een gedifferentieerd aanbod van het vormingspakket, rekening houdend met de diverse achtergronden en ambities van de inburgeraars opdat de procedurele kennis, conceptuele kennis en attitudes, vermeld in artikel 24, optimaal verworven worden;
2° toegankelijkheid garanderen door naast dagonderwijs ook avond- en weekendonderwijs, lesmomenten tijdens de schoolvakanties en afstandsonderwijs te organiseren;
3° een zelfstudiepakket ontwikkelen. De verplichte inburgeraar kan maar eenmalig de cursus volgen aan de hand van een zelfstudiepakket;
4° inzetten op een digitaal lessenpakket;
5° klassikale ondersteuning aanbieden als dat nodig is;
6° de cursus in de moeder- of contacttaal van de inburgeraar onderwijzen;
7° geïntegreerde trajecten aanbieden.

In het eerste lid, 7°, wordt verstaan onder geïntegreerde trajecten: minstens het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie organisatorisch en inhoudelijk afstemmen op de drie overige onderdelen van het inburgeringstraject of op trajecten en initiatieven van externe partners.

Artikel 27. (01/01/2023- ...)

§ 1. Ter uitvoering van artikel 30, § 2, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013 organiseren het EVA en het stedelijk EVA een test die bestaat uit een gestandaardiseerde test maatschappelijke oriëntatie en een procesevaluatie. De gestandaardiseerde test maatschappelijke oriëntatie wordt aangeboden in de moeder- of contacttaal van de inburgeraar.

Het EVA stelt die test ter beschikking. Het EVA en het stedelijk EVA gebruiken uitsluitend die test maatschappelijke oriëntatie. Als verplichte inburgeraars niet geslaagd zijn voor een test als vermeld in het eerste lid, is herkansing mogelijk op voorwaarde dat ze de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie volgen. Er wordt bepaald welke onderdelen van de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie de verplichte inburgeraar moet volgen opdat de procedurele kennis, conceptuele kennis en attitudes, vermeld in artikel 24, van dit besluit, optimaal verworven worden.

§ 2. Op basis van de test maatschappelijke oriëntatie meet het EVA of het stedelijk EVA de mate waarin de einddoelen zijn behaald.

§ 3. Het EVA en het stedelijk EVA hanteren een gemeenschappelijk evaluatiereglement dat het EVA ter beschikking stelt. Het reglement bevat minstens het volgende:
1° de praktische organisatie van de test maatschappelijke oriëntatie;
2° de wijze en het tijdstip van de bekendmaking van de resultaten;
3° de praktische organisatie van de beroepsprocedure, vermeld in artikel 27/2;
4° de verhouding tussen de gestandaardiseerde test en de procesevaluatie voor de berekening van de resultaten. Om te slagen voor de test, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, dient de inburgeraar minstens te slagen voor de gestandaardiseerde test waarbij het resultaat op die gestandaardiseerde test telt voor ten minste 60% van het totaalresultaat voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie.

§ 4. Met toepassing van artikel 34/1, § 3, eerste lid, van het voormelde decreet kan de inburgeraar een vrijstellingstest afleggen voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie uiterlijk dertig dagen na de aanmelding, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet.

De gestandaardiseerde test, vermeld in paragraaf 1, geldt als vrijstellingstest als vermeld in het eerste lid, voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie.

Als verplichte inburgeraars niet geslaagd zijn voor een vrijstellingstest als vermeld in het eerste lid, kunnen ze de test maatschappelijke oriëntatie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, afleggen op voorwaarde dat ze de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie volgen. Er wordt bepaald welke onderdelen van de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie de verplichte inburgeraar moet volgen opdat de procedurele kennis, conceptuele kennis en attitudes, vermeld in artikel 24, van dit besluit, optimaal verworven worden.

Artikel 27/1. (01/03/2022- ...)

Ter uitvoering van artikel 27, § 3, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 beschikt de verplichte inburgeraar over beperkte leercapaciteiten voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1° nadat de cursist de cursus maatschappelijke oriëntatie actief gevolgd heeft, is de cursist niet geslaagd voor de test maatschappelijke oriëntatie;
2° na een deliberatie door een commissie van experten wordt beslist dat de cursist voldoende gemotiveerd is en voldoende inspanningen heeft geleverd, maar niet over de leercapaciteiten beschikt om vooruitgang te boeken. De commissie van experten wordt samengesteld door het EVA of het stedelijk EVA. De commissie bestaat uit minstens drie personen, waaronder de trajectbegeleider, de docent maatschappelijke oriëntatie en een persoon met pedagogische kennis.

Artikel 27/2. (01/03/2022- ...)

Als de inburgeraar niet akkoord gaat met de resultaten van zijn test maatschappelijke oriëntatie of met de resultaten van de vrijstellingstest maatschappelijke oriëntatie, kan de inburgeraar daartegen beroep aantekenen bij de beroepscommissie.

De minister bepaalt de samenstelling en de werking van de beroepscommissie.

Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep schriftelijk ingediend binnen dertig dagen na de ontvangst van de resultaten.

De beroepscommissie is bevoegd om de oorspronkelijke beslissing te bevestigen of te wijzigen en neemt een beslissing binnen een termijn van zestig dagen nadat ze het beroep heeft ontvangen.

Artikel 27/3. (01/09/2023- ...)

§ 1. Ter uitvoering van artikel 30, § 3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 betaalt de inburgeraar eenmalig een retributie van negentig euro aan het EVA of het stedelijk EVA om te kunnen deelnemen aan de cursus van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie.

§ 2. Ter uitvoering van artikel 30, § 3, tweede lid, van het voormelde decreet betaalt de inburgeraar telkens een retributie van negentig euro aan het EVA of het stedelijk EVA om te kunnen deelnemen aan de test maatschappelijke oriëntatie of de vrijstellingstest.

§ 3. De retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, komen toe aan het EVA of het stedelijk EVA.

Het EVA en het stedelijk EVA maken gezamenlijk afspraken over de wijze waarop de retributies worden geïnd en delen die afspraken mee aan de inburgeraar in het betalingsverzoek.

§ 4. In het geval van betalingsmoeilijkheden kan, in afwijking van paragraaf 1 en 2, de retributie betaald worden na de start van de cursus of na het afleggen van de test of vrijstellingstest van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie. De retributie moet worden betaald binnen dertig dagen na ontvangst van het betalingsverzoek. Het EVA en het stedelijk EVA maken gezamenlijk afspraken over wat begrepen wordt onder betalingsmoeilijkheden.

Als de inburgeraar in gebreke blijft om de retributie te betalen, wordt deze retributie bij dwangbevel ingevorderd. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. De personeelsleden van het agentschap Vlaamse Belastingdienst worden ermee belast het dwangbevel uit te vaardigen en de retributie in te vorderen.

De retributie wordt uitvoerbaar verklaard en de betaling ervan wordt opgevolgd via de Kruispuntbank Inburgering.

Alvorens het EVA of het stedelijk EVA het attest van inburgering, vermeld in artikel 34/3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 uitreikt, dienen de retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, betaald te zijn door de inburgeraar.

§ 5. ...

Onderafdeling 4 Het vormingspakket opleiding Nederlands als tweede taal (... - ...)

Artikel 28. (01/03/2022- ...)

Voor de opleiding Nederlands als tweede taal, vermeld in artikel 31 van het decreet van 7 juni 2013, wisselen het EVA, het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel vzw met de centra, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van het voormelde decreet, informatie uit over de planning van het cursusaanbod, de oriëntatie naar het meest gepaste aanbod Nederlands als tweede taal, de aanwezigheid en aanwezigheidsgraad van de inburgeraars en de behaalde resultaten. De informatie wordt uitgewisseld via de Kruispuntbank Inburgering.

Ter uitvoering van artikel 34/1, § 4, tweede lid, van het voormelde decreet verzamelen het EVA, het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel in hun werkingsgebied informatie over de termijn waarin inburgeraars, na aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA, starten met hun opleiding Nederlands als tweede taal. De centra brengen tevens hun wachtlijsten in kaart. De resultaten worden teruggekoppeld naar het regionaal overleg, vermeld in artikel 50 van dit besluit.

Artikel 28/1. (01/03/2022- ...)

Voor inburgeraars in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bepaalt het EVA het vormingspakket opleiding Nederlands als tweede taal op basis van het advies van het Huis van het Nederlands Brussel vzw, dat bezorgd is via de Kruispuntbank Inburgering.

Artikel 29. (01/03/2022- ...)

Voor inburgeraars die een opleiding volgen van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, vermeld in artikel 6, 1°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, wordt de opleiding Nederlands als tweede taal beperkt tot de modules die nodig zijn om de modules "Alfa NT2 - Mondeling 8 Waystage Publiek" en "Alfa NT2 - Schriftelijke Zelfredzaamheid 2" van de opleidingen, vermeld in bijlage XXXXIII en XXXXIV bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende de modulaire structuur van de leergebieden van de basiseducatie, te behalen.

Artikel 30. (29/02/2016- ...)

Met het oog op de versterking van de geletterdheidscompetenties van de inburgeraar kunnen de centra voor basiseducatie, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, een opleiding Nederlands tweede taal of een opleiding alfabetisering Nederlands tweede taal aanbieden met extra geletterdheidsondersteuning. Dat houdt in dat de modules uit de leergebieden Nederlands tweede taal of alfabetisering Nederlands tweede taal aangeboden worden met een of meer modules uit andere leergebieden van de basiseducatie.

Artikel 30/1. (01/03/2022- ...)

Ter uitvoering van artikel 27, § 3, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 beschikt de verplichte inburgeraar over beperkte leercapaciteiten voor het vormingspakket Nederlands als tweede taal als het centrum, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 7 juni 2013, oordeelt dat de cursist voldoende gemotiveerd is en voldoende inspanningen heeft geleverd, maar niet over de leercapaciteiten beschikt om een taalvaardigheid van het Nederlands te behalen die overeenstemt met niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen.

Het Vlaams Afsprakenkader NT2, vermeld in artikel 46/3, 3° /1, van het decreet van 7 juni 2013, biedt richtlijnen over de criteria om tot dit besluit te komen.

Artikel 30/2. (01/03/2022- ...)

§ 1. Het EVA of het stedelijk EVA beoordeelt of de inburgeraar de doelen van het vormingspakket Nederlands als tweede taal heeft behaald op basis van een evaluatiereglement. Het EVA en het stedelijk EVA hanteren een gemeenschappelijk evaluatiereglement dat het EVA ter beschikking stelt.

Het evaluatiereglement, vermeld in het eerste lid, bevat minstens het volgende:
1° de evaluatievoorwaarden;
2° de vorm van de evaluatie;
3° de evaluator;
4° de evaluatiecriteria;
5° de bewijzen die in aanmerking komen om aan te tonen dat het vereiste taalvaardigheidsniveau behaald is;
6° de wijze van bekendmaking van de evaluatieresultaten;
7° de procedure voor de toekenning van een vrijstelling voor het vormingspakket Nederlands als tweede taal en voor de regeling van betwistingen daarover;
8° de procedure voor de behandeling van conflicten tussen de inburgeraar en de evaluator of voor het rechtzetten van vermoede materiële vergissingen die zijn vastgesteld nadat de evaluatie afgesloten is.

§ 2. Met toepassing van artikel 34/1, § 3, eerste lid, van het voormelde decreet moet duidelijk zijn of de inburgeraar een vrijstelling krijgt voor het vormingspakket Nederlands als tweede taal uiterlijk dertig dagen na de aanmelding, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet.

[Onderafdeling 4/1. De inschrijving bij de VDAB of Actiris (ing. BVR 17 december 2021, art. 35, I: 1 maart 2022)] (... - ...)

Artikel 30/3. (01/03/2022- ...)

Een inburgeraar die ondersteuning nodig heeft om zich in te schrijven bij de VDAB of bij Actiris, om te voldoen aan de doelstelling, vermeld in artikel 32 van het decreet van 7 juni 2013, kan ondersteuning vragen aan het EVA of het stedelijk EVA, of kan gebruikmaken van de ondersteuningsmogelijkheden van de VDAB of Actiris.

Het EVA en het stedelijk EVA controleren of de inschrijving effectief is voltooid via het cliëntvolgsysteem.

Het EVA, het stedelijk EVA en VDAB/Actiris en/of OCMW/lokaal bestuur werken op een geïntegreerde manier, samen met de inburgeraar, een traject uit op basis van zijn competenties, mogelijkheden en ambities. Er wordt ingezet op een gezamenlijke en geïntegreerde intake. Het EVA en het stedelijk EVA stellen het resultaat van de intake ter beschikking van de VDAB, Actiris of het OCMW/lokaal bestuur. De samenwerkingsovereenkomst, als vermeld in artikel 15, § 3, 5°, van dit besluit, bevat afspraken over deze geïntegreerde samenwerking.

[Onderafdeling 4/2. Het participatie- en netwerktraject (ing. BVR 17 december 2021, art. 36, I: 1 januari 2023)] (... - ...)

Artikel 30/4. (01/01/2023- ...)

De inburgeraar kiest voor de uitvoering van het participatie- en netwerktraject, in samenspraak met zijn trajectbegeleider, een of meer initiatieven in een Nederlandstalige context. De gekozen initiatieven leiden tot participatie op sociaal vlak.

Artikel 30/5. (01/01/2023- ...)

De lokale besturen ontsluiten het aanbod naar de inburgeraar.

Artikel 30/6. (01/01/2023- ...)

Het EVA voorziet in een sjabloon dat de inburgeraar na deelname aan het participatie- en netwerktraject van veertig uur invult en voorlegt aan de trajectbegeleider.

Het sjabloon bevat minstens:
1° een beschrijving van het initiatief, vermeld in artikel 30/4 van dit besluit;
2° een ondertekening door de contactpersoon van het initiatief, vermeld in artikel 30/4 van dit besluit.

Onderafdeling 5 De trajectbegeleiding (... - ...)

Artikel 31. (01/03/2022- ...)

De trajectbegeleiding, vermeld in artikel 34 van het decreet van 7 juni 2013, heeft tot doel om de inburgeraar een brede, gestructureerde en samenhangende begeleiding aan te bieden, met aandacht voor zijn persoonlijke doelen op sociaal, educatief en professioneel vlak. De inburgeraar wordt gestimuleerd tot zelfreflectie en wordt begeleid bij het uittekenen en realiseren van zijn levensloopbaan. Hij wordt individueel begeleid en opgevolgd tijdens zijn inburgeringstraject. De begeleiding gebeurt in samenspraak met de inburgeraar en wordt op zijn maat vormgegeven.

De trajectbegeleiding resulteert in de opmaak van een persoonlijk inburgeringsplan.

Artikel 32. (01/03/2022- ...)

Trajectbegeleiding omvat minstens de volgende opdrachten :
1° de inburgeraar informeren over het inburgeringstraject;
2° het stimuleren van zelfreflectie bij de inburgeraar over zijn leefsituatie, ambities, competenties en behoeften en hem begeleiden om zijn doelen op sociaal, educatief en professioneel vlak in functie van zijn participatie in de samenleving te bepalen;
3° de acties bepalen, samen met de inburgeraar, die nodig zijn om zijn doelen te bereiken;
4° het bepalen van de trajectonderdelen van inburgering en het opmaken van een persoonlijk inburgeringsplan met aandacht voor het sociale, educatieve en professionele perspectief van de inburgeraar;
5° in voorkomend geval ondersteuning bieden bij de aanvraag van de erkenning van de gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen van de inburgeraar. De inburgeraar kan tot drie jaar na de ondertekening van het inburgeringscontract een beroep doen op die ondersteuning;
6° de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject administratief opvolgen en registreren in de Kruispuntbank Inburgering;
7° het opvolgen van individuele ondersteuningsvragen van de inburgeraar en hem daarvoor zo snel mogelijk doorverwijzen naar de reguliere voorzieningen;
8° de inbreuken, vermeld in artikel 33 van dit besluit, vaststellen en melden aan de instanties, vermeld in artikel 36 van dit besluit;
9° het begeleiden van de inburgeraar bij het uitvoeren van de acties, vermeld in punt 3° ;
10° het ondersteunen van de inburgeraar in het creëren van een leer- en leefomgeving die noodzakelijk is om het inburgeringstraject te kunnen volgen;
11° het begeleiden van de inburgeraar bij het succesvol afwerken van het inburgeringstraject en toewerken naar de toeleiding, vermeld in artikel 34/4 van het decreet van 7 juni 2013;
12° het afstemmen en afspraken maken met betrokken partners bij het inburgeringstraject;
13° het systematisch opvolgen en evalueren van de voortgang van het traject en het behalen van de doelen, alsook het verlenen van feedback aan de inburgeraar daarover.

 

[Onderafdeling 5/1. Het inburgeringscontract (ing. BVR 17december 2021, art. 39, I: 1 maart 2022)] (... - ...)

Artikel 32/1. (01/03/2022- ...)

§ 1. Het inburgeringscontract, vermeld in artikel 34/2 van het decreet van 7 juni 2013, wordt ondertekend door het EVA of het stedelijk EVA en de inburgeraar. Het EVA of het stedelijk EVA maakt in overleg met de inburgeraar een bijlage bij het inburgeringscontract op. Die bijlage wordt ondertekend door het EVA of het stedelijk EVA en de inburgeraar.

Er wordt een persoonlijk inburgeringsplan als vermeld in artikel 31, tweede lid, van dit besluit, opgemaakt voor elke inburgeraar. Dat persoonlijke inburgeringsplan wordt als niet te ondertekenen bijlage bij het inburgeringscontract gevoegd.

Het EVA maakt het model van inburgeringscontract, van persoonlijk inburgeringsplan en van bijlage bij het inburgeringscontract op en stelt die modellen ter beschikking via de Kruispuntbank Inburgering. De inburgeraar kan een vertaalde, niet-ondertekende versie van het inburgeringscontract verkrijgen.

§ 2. De bepaling over de essentiële rechten en plichten, vermeld in artikel 34/2, § 1, 1°, van het voormelde decreet, is een element van het inburgeringscontract en is als bijlage 1 bij dit besluit toegevoegd.

§ 3. Verplichte inburgeraars die werken of studeren, en die kunnen bewijzen dat ze niet in staat zijn om hun werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject, moeten bij de ondertekening van het inburgeringscontract of bij het bepalen van het onderdeel van het inburgeringstraject een bewijs daarvan voorleggen.

In de bijlage bij het inburgeringscontract wordt minstens het volgende bepaald:
1° de tijdstippen waarop de verplichte inburgeraar opnieuw het bewijs, vermeld in het eerste lid, moet voorleggen;
2° de afwijkingen van het criterium, vermeld in artikel 33, § 3, tweede lid, van dit besluit, waarin wordt voorzien.

Als de verplichte inburgeraar niet langer kan bewijzen dat hij niet in staat is om zijn werk of opleiding te combineren met het volgen van een inburgeringstraject, vervallen de afwijkingen, vermeld in het tweede lid, 2°, voor het vormingspakket waarvan hij nog geen 50% van het vormingspakket heeft gevolgd.

§ 4. Het EVA of het stedelijke EVA kan een bewijs van regelmatige deelname uitreiken aan de inburgeraar die regelmatig deelgenomen heeft aan een vormingspakket.

[Onderafdeling 5/2. Het attest van inburgering (ing. BVR 17 december 2021, art. 40, I: 1 maart 2022)] (... - ...)

Artikel 32/2. (01/03/2022- ...)

Ter uitvoering van artikel 31, § 1, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 wordt het attest van inburgering, vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van het decreet van 7 juni 2013, uitgereikt aan de inburgeraar die de opleiding NT2 Alfa - Mondeling richtgraad 1 of de opleiding NT2 Alfa - Mondeling richtgraad 1 en Schriftelijk niveau 1.1 van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, vermeld in artikel 6, 1°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, heeft gevolgd en die:
1° minstens de doelstellingen voor elk onderdeel van het inburgeringstraject heeft bereikt, zoals opgenomen in het inburgeringscontract, vermeld in artikel 34/2, § 1, van het decreet van 7 juni 2013;
2° voor alfabetisering Nederlands tweede taal voor de mondelinge vaardigheid niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (Waystage) heeft behaald en het deelcertificaat "alfa NT2-Schriftelijke Zelfredzaamheid 2" heeft behaald.

Aan inburgeraars die vanwege beperkte leercapaciteiten de doelstellingen van een vormingspakket niet kunnen behalen, maar wel de doelstellingen van de overige onderdelen van het inburgeringstraject, zoals opgenomen in het inburgeringscontract, vermeld in artikel 34/2, § 1, van het decreet van 7 juni 2013, hebben behaald, wordt een verklaring van geleverde inspanningen tot het behalen van een inburgeringsattest uitgereikt. Aan de hand van het attest van inburgering of de verklaring van geleverde inspanningen tot het behalen van een inburgeringsattest kan worden aangetoond dat aan de inburgeringsplicht voldaan is.

Het model van attest van inburgering en het model van verklaring van geleverde inspanningen tot het behalen van een inburgeringsattest worden door het EVA ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering

[Onderafdeling 5/3. Verplichting om het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling te behalen (ing. BVR 17 december 2021, art. 41, I: 1 maart 2022)] (... - ...)

Artikel 32/3. (01/03/2022- ...)

§ 1. Het EVA of het stedelijk EVA informeert de verplichte inburgeraar over de verplichting om binnen 24 maanden nadat het inburgeringsattest uitgereikt is, over een taalvaardigheid van het Nederlands te beschikken die overeenstemt met niveau B1 mondeling van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen, vermeld in artikel 34/5 van het decreet van 7 juni 2013, minstens op de volgende tijdstippen:
1° bij de aanmelding door de verplichte inburgeraar, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet;
2° bij het behalen van het inburgeringsattest;
3° negen maanden nadat het inburgeringsattest behaald is, door middel van een schriftelijke kennisgeving. Die kennisgeving bevat ook een uitnodiging voor een opvolggesprek.

§ 2. Het EVA of het stedelijk EVA verzoekt de verplichte inburgeraar met een aangetekende brief minstens één maand voor de termijn van 24 maanden afloopt nadat het inburgeringsattest behaald is, om uiterlijk 24 maanden na het behalen van het inburgeringsattest aan te tonen dat hij zich in één van de volgende situaties bevindt:
1° hij heeft voldaan aan de verplichting, vermeld in artikel 34/5, § 1, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013;
2° hij heeft recht op een vrijstelling als vermeld in artikel 34/5, § 2, eerste lid, van het voormelde decreet;
3° hij heeft recht op uitstel als vermeld in artikel 34/5, § 2, tweede lid, van het voormelde decreet.

Het EVA of het stedelijk EVA controleert of de verplichte inburgeraar zich bevindt in een van de situaties vermeld in het eerste lid.

Artikel 32/4. (01/03/2022- ...)

§ 1. Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, tweede lid, van het voormelde decreet wordt er uitstel verleend aan de verplichte inburgeraar om de volgende medische of persoonlijke redenen:
1° ziekte, bevalling of een tijdelijk verblijf in het buitenland om medische redenen, aangetoond door een medisch attest. Op het medisch attest wordt de duur van het ziekte- of bevallingsverlof vermeld. Het medisch attest wordt aan het EVA of het stedelijk EVA bezorgd;
2° tijdelijke afwezigheid als vermeld in artikel 18 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister;
3° hij of de partner met wie hij getrouwd is of samenwoont, werkte of studeerde in het buitenland en dat kan bewezen worden;
4° het verstrekken van bijstand, verzorging of palliatieve zorgen aan een familielid of een inwonende persoon. De verplichte inburgeraar bezorgt aan het EVA of het stedelijk EVA een attest dat is uitgereikt door de behandelende geneesheer van de patiënt, waaruit blijkt dat de inburgeraar zich bereid heeft verklaard die bijstand, verzorging of palliatieve zorgen te verlenen;
5° psychosociale of maatschappelijke problemen. De verplichte inburgeraar bezorgt aan het EVA of het stedelijk EVA een medisch attest of een bewijs van een psycholoog, psychotherapeut of een reguliere welzijns- of gezondheidsinstelling. Op het attest of bewijs wordt de duur van de afwezigheid vermeld. Onder reguliere welzijns- of gezondheidsinstelling wordt verstaan: de welzijns- of gezondheidsinstelling die hetzij als Vlaamse voorziening wordt georganiseerd, en die erkend of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschapscommissie, hetzij binnen het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wordt georganiseerd, en die erkend of gesubsidieerd is door het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
6° het niet-beschikken over reguliere kinderopvang of het wegvallen van de reguliere kinderopvang waar zijn kind is ingeschreven en daarvan een bewijs bezorgen aan het EVA of het stedelijk EVA. Onder reguliere kinderopvang wordt verstaan: alle opvanginitiatieven die erkend zijn door Kind en Gezin of die over een attest van toezicht beschikken. Het uitstel wordt verleend nadat de trajectbegeleider heeft vastgesteld dat er voldoende inspanningen zijn geleverd om kinderopvang te vinden, en totdat de verplichte inburgeraar over reguliere kinderopvang beschikt;
7° het ontbreken van een passend aanbod dat de verplichte inburgeraar in staat stelde het vereiste taalvaardigheidsniveau te behalen;
8° 24 maanden na het behalen van het inburgeringsattest bezig zijn met het volgen van een cursus die leidt tot het behalen van B1 mondeling en die cursus al gedurende één jaar aan het volgen zijn.

De duur van het uitstel, vermeld in het eerste lid, wordt gegeven voor zes maanden. Het EVA of het stedelijk EVA deelt de datum waarop het uitstel verstrijkt, schriftelijk mee aan de verplichte inburgeraar.

§ 2. Op het moment waarop de termijn van uitstel verstrijkt, toont de verplichte inburgeraar aan dat hij zich in één van de volgende situaties bevindt:
1° hij heeft voldaan aan de verplichting, vermeld in artikel 34/5, § 1, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013;
2° hij heeft recht op een vrijstelling als vermeld in artikel 34/5, § 2, eerste lid, van het voormelde decreet;
3° hij heeft recht op uitstel als vermeld in artikel 34/5, § 2, tweede lid, van het voormelde decreet.

Het EVA of het stedelijk EVA controleert of de verplichte inburgeraar zich bevindt in een van de situaties vermeld in het eerste lid.

Artikel 32/5. (01/03/2022- ...)

§ 1. Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet wordt een vrijstelling verleend van de verplichting om het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling te behalen, als de verplichte inburgeraar kan aantonen dat hij zes maanden onafgebroken heeft gewerkt of gestudeerd.

Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet wordt verstaan onder zes maanden onafgebroken werken of studeren: binnen een onafgebroken termijn van negen maanden, in totaal zes maanden werken of studeren. De verplichte inburgeraar toont dat hij gewerkt heeft als werknemer met arbeidscontract(en), toont aan dat hij gewerkt heeft als zelfstandige of toont aan dat hij gewerkt heeft als ambtenaar met zijn benoemingsbesluit.

§ 2. Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet wordt verstaan onder beperkte leercapaciteiten: het centrum vermeld in artikel 2, 4° van het decreet van 7 juni 2013, oordeelt dat de cursist, voldoende gemotiveerd is en voldoende inspanningen geleverd heeft, maar niet over de leercapaciteiten beschikt om het vereiste taalvaardigheidsniveau van het Nederlands te behalen.

Het Vlaams Afsprakenkader NT2, vermeld in artikel 46/3, 3° /1, van het decreet van 7 juni 2013, biedt richtlijnen over de criteria om tot dat besluit te komen.

§ 3. Ter uitvoering van artikel 34/5, § 2, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet wordt een ernstige ziekte of een mentale of fysieke handicap aangetoond met een rechtsgeldig medisch attest. De ernstige ziekte of mentale of fysieke handicap maakt het blijvend onmogelijk om te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 34/5, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet.

§ 4. Het EVA of het stedelijk EVA beoordeelt of de verplichte inburgeraar beschikt over een taalvaardigheid van het Nederlands die overeenstemt met niveau B1 mondeling van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen, vermeld in artikel 34/5 van het decreet van 7 juni 2013. Het EVA en het stedelijk EVA hanteren een gemeenschappelijk evaluatiereglement dat het EVA ter beschikking stelt.

Het evaluatiereglement, vermeld in het eerste lid, bevat minstens het volgende:
1° de evaluatievoorwaarden;
2° de vorm van de evaluatie;
3° de evaluator;
4° de evaluatiecriteria;
5° de bewijzen die in aanmerking komen om aan te tonen dat het vereiste taalvaardigheidsniveau behaald is;
6° de wijze van bekendmaking van de evaluatieresultaten;
7° de procedure voor de toekenning van een vrijstelling of van uitstel voor het behalen van het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling en voor de regeling van betwistingen daarover;
8° de procedure voor de behandeling van conflicten tussen de inburgeraar en evaluator of voor het rechtzetten van vermoede materiële vergissingen die zijn vastgesteld nadat de evaluatie afgesloten is.

Afdeling 3 Sancties voor de inburgeraar (... - ...)

Onderafdeling 1 Bepaling, vaststelling en melding van de inbreuken (... - ...)

Artikel 33. (01/01/2023- ...)

§ 1. Ter uitvoering van artikel 39, § 1, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 is het EVA of het stedelijk EVA bevoegd om de volgende inbreuken vast te stellen:
1° de verplichte inburgeraar heeft zich niet aangemeld conform artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet;
2° de verplichte inburgeraar heeft het inburgeringstraject onrechtmatig vroegtijdig beëindigd. Het inburgeringstraject wordt geacht onrechtmatig vroegtijdig beëindigd te zijn in de volgende gevallen:
a) de verplichte inburgeraar werkt niet mee aan de totstandkoming van het inburgeringscontract;
b) de verplichte inburgeraar heeft zich met toepassing van artikel 22, § 2, derde lid, van dit besluit niet aangemeld na de opschorting van het inburgeringstraject;
c) de verplichte inburgeraar weigert om deel te nemen aan de beoordeling van het behalen van de doelstellingen van een vormingspakket, onder voorbehoud van de bepalingen, vermeld in artikel 27/3, § 4, van dit besluit;
3° de verplichte inburgeraar heeft de doelstellingen van een vormingspakket niet bereikt en heeft niet regelmatig deelgenomen aan dat vormingspakket, met behoud van de toepassing van paragraaf 3, eerste lid en onder voorbehoud van de bepalingen, vermeld in artikel 27/3, § 4, van dit besluit;
4° de verplichte inburgeraar behaalt de doelstelling niet van het onderdeel van het inburgeringstraject, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, 3°, van het voormelde decreet, namelijk de inschrijving bij de VDAB;
4°/1 de verplichte inburgeraar behaalt de doelstelling niet van het onderdeel van het inburgeringstraject, vermeld in artikel 29, §1, tweede lid, 4°, van het voormelde decreet, namelijk het participatie- en netwerktraject;
5° de verplichte inburgeraar heeft zich, nadat hij een inbreuk als vermeld in punt 1° tot en met 6°, gepleegd heeft, niet aangemeld conform paragraaf 2, eerste lid;
6° de verplichte inburgeraar heeft, nadat hij een inbreuk als vermeld in punt 1° tot en met 6°, gepleegd heeft, opnieuw een inbreuk gepleegd als vermeld in punt 1° tot en met 6° ;
7° de verplichte inburgeraar heeft niet voldaan aan de verplichting om over een taalvaardigheid van het Nederlands te beschikken die overeenstemt met niveau B1 mondeling van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen, vermeld in artikel 34/5, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet.

In afwijking van het eerste lid, 3°, wordt er geen inbreuk vastgesteld als het een verplichte inburgeraar betreft die een opleiding Nederlands tweede taal volgt en van wie het centrum, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 7 juni 2013, aan het EVA of het stedelijk EVA een attest bezorgt waaruit blijkt dat het voor die inburgeraar door beperkte leercapaciteiten als vermeld in artikel 30/1, eerste lid, van dit besluit, onmogelijk is om de doelstellingen voor het vormingspakket opleiding Nederlands als tweede taal te behalen.

In afwijking van het eerste lid, 3°, wordt er geen inbreuk vastgesteld als het een verplichte inburgeraar betreft die een opleiding maatschappelijke oriëntatie volgt, en een attest van het EVA of het stedelijk EVA bezorgt waaruit blijkt dat het voor die inburgeraar door beperkte leercapaciteiten als vermeld in artikel 27/1 van dit besluit, onmogelijk is om de doelstellingen voor het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie te behalen.

§ 2. De verplichte inburgeraar, vermeld in artikel 27, § 1, 1° en 3°, van het decreet van 7 juni 2013, die een inbreuk als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 6°, heeft gepleegd, wordt verplicht om zich binnen een termijn van maximaal dertig werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 41 van dit besluit, aan te melden bij het EVA of het stedelijk EVA om zijn inburgeringsplicht alsnog na te komen.

De verplichting, vermeld in het eerste lid, blijft behouden tot de verplichte inburgeraar ofwel het attest van inburgering heeft behaald ofwel tot zijn inburgeringsplicht is vervallen of tot hij de leeftijd van de 65 jaar heeft bereikt.

§ 3. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt geen inbreuk vastgesteld als een inburgeraar bij de eerste beoordeling de doelstellingen van een vormingspakket niet heeft behaald en niet regelmatig heeft deelgenomen aan dat vormingspakket.

Alleen de verplichte inburgeraar die minimaal 80% deelneemt aan een vormingspakket, wordt geacht regelmatig deel te nemen aan dat onderdeel. Het EVA en het stedelijk EVA maken afspraken over de wijze waarop regelmatige deelname beoordeeld wordt en delen die afspraken schriftelijk mee aan de verplichte inburgeraar.

Deelname tijdens de vormingspakketten wordt elektronisch opgeslagen en uitgewisseld via de Kruispuntbank Inburgering. De gegevens worden gebruikt voor de voortgangscontrole van de regelmatige deelname aan het vormingspakket, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°.

Artikel 34. (01/01/2023- ...)

De inbreuken worden op de volgende tijdstippen vastgesteld:
1° drie maanden vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 16, § 1, eerste lid, van dit besluit, of, in geval van uitstel van aanmelding als vermeld in artikel 21, § 3, vierde lid, van dit besluit, tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van uitstel, verstreken is voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 1°, van dit besluit;
2° uiterlijk drie maanden nadat het EVA of het stedelijk EVA aan de betrokkene het attest van aanmelding heeft uitgereikt, of, in geval van uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract, vermeld in artikel 21, § 3, vijfde lid, van dit besluit, tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van uitstel, verstreken is voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, a), van dit besluit;
3° uiterlijk tien werkdagen nadat de datum, vermeld op het attest van opschorting, verstreken is voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, b), van dit besluit;
4° uiterlijk op het ogenblik dat het betreffende vormingspakket, met inbegrip van de beoordeling, beëindigd is, voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, c), en 3°, van dit besluit;
5° zestig dagen na de ondertekening van het inburgeringscontract of dertig dagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 41 van dit besluit, voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 4°, van dit besluit;
5°/1 uiterlijk op het ogenblik van het verstrijken van de termijn waarin het inburgeringstraject wordt afgerond, zoals bepaald in het inburgeringscontract, conform artikel 34/2, §1, 4°, van het decreet van 7 juni 2013, of uiterlijk op het moment waarop de verlenging van de termijn waarin het inburgeringstraject wordt afgerond, zoals bepaald in het inburgeringscontract, conform artikel 34/2, §1, 4°, van het voormelde decreet, verstrijkt voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, §1, eerste lid, 4°/1, van dit besluit. Het EVA of het stedelijk EVA brengt de verplichte inburgeraar schriftelijk op de hoogte van het moment waarop de verlenging verstrijkt;
6° dertig werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 41 van dit besluit, voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 5°, van dit besluit;
7° uiterlijk 24 maanden nadat het inburgeringsattest behaald is, of, in geval van uitstel, overeenkomstig artikel 32/1, § 3, tweede lid, van dit besluit, uiterlijk op de datum waarop het uitstel verstrijkt voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 7°, van dit besluit.

Artikel 35. (29/02/2016- ...)

Als het EVA of het stedelijk EVA een inbreuk vaststelt als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, stelt het de betrokkene met een aangetekende brief in gebreke en maant het hem aan om zich, binnen een termijn van maximaal vijftien werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, aan te melden bij het EVA of het stedelijk EVA om zijn verplichtingen alsnog na te komen.

Het model van de brief wordt door het EVA ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank Inburgering. De brief wordt ook opgesteld in een contacttaal of in de moedertaal van de betrokkene. De brief wordt verstuurd binnen tien werkdagen na het tijdstip van de vaststelling, vermeld in artikel 34.

Artikel 36. (01/01/2023- ...)

§ 1.Ter uitvoering van artikel 39, § 1, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 meldt het EVA of het stedelijk EVA de inbreuken, vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, van dit besluit aan de handhavingsambtenaar, vermeld in artikel 38 van dit besluit.

Als het een inburgeraar betreft die verplicht ingeschreven werkzoekende is meldt het EVA of het stedelijk EVA de inbreuken, vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4°/1, van dit besluit, conform artikel 39, § 3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013, aan de VDAB.

Als het een inburgeraar betreft die inkomsten verwerft via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon, meldt het EVA of het stedelijk EVA de inbreuken, vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4°/1, van dit besluit, conform artikel 39, § 3, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013, aan het betrokken OCMW.

§ 2 Voor de melding van de inbreuken aan de handhavingsambtenaar, de VDAB of het OCMW, naargelang het geval, gelden de volgende regels :
1° als de betrokkene zich binnen vijftien werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 35, heeft aangemeld om zijn verplichtingen alsnog na te komen, meldt het EVA of het stedelijk EVA de inbreuk met het inregelstellingsformulier;
2° als de betrokkene zich niet heeft aangemeld binnen vijftien werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 35, meldt het EVA of het stedelijk EVA de inbreuk met het vaststellingsformulier.

Het EVA of het stedelijk EVA doet de melding binnen tien werkdagen nadat de termijn, vermeld in het eerste lid, verstreken is.

Artikel 37. (29/02/2016- ...)

 Het EVA of het stedelijk EVA houdt op eigen verantwoordelijkheid een individueel dossier bij van elke inburgeraar van wie een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, is vastgesteld.

Het EVA of het stedelijk EVA draagt het individuele dossier, vermeld in het eerste lid, binnen tien werkdagen na de melding van de inbreuk met het vaststellingsformulier via de Kruispuntbank Inburgering, over aan de handhavingsambtenaar, de VDAB of het OCMW, naargelang het geval.

Onderafdeling 2 Onderzoek van de vastgestelde inbreuken (... - ...)

Artikel 38. (29/02/2016- ...)

 Ter uitvoering van artikel 40, § 2, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013 wijst het agentschap handhavingsambtenaren aan die de inburgeraar, die een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, van dit besluit heeft gepleegd, kunnen horen en hem een administratieve geldboete als vermeld in artikel 40, § 1, van het voormelde decreet, kunnen opleggen. Een handhavingsambtenaar is bevoegd voor een bepaald werkingsgebied maar is ook bevoegd om inburgeraars te horen en hen een administratieve geldboete op te leggen binnen de werkingsgebieden waarvoor de andere handhavingsambtenaren bevoegd zijn.

Artikel 39. (01/03/2022- ...)

Als de handhavingsambtenaar geen inregelstellingsformulier heeft ontvangen, en voor hij een administratieve geldboete oplegt, nodigt hij de betrokken inburgeraar uit, met een aangetekende brief, om zijn verweermiddelen schriftelijk mee te delen. De brief wordt uiterlijk vijfentwintig werkdagen na de ontvangst van het vaststellingsformulier verstuurd. Als dat nodig is, wordt de brief ook opgesteld in de contacttaal of in de moedertaal van de inburgeraar, vermeld op het vaststellingsformulier.

De brief, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende elementen :
1° de bepalingen die de betrokkene verzuimt na te komen;
2° een uiteenzetting van de feiten die een inbreuk kunnen vormen en die aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een administratieve geldboete;
3° de melding dat de betrokkene zijn verweermiddelen schriftelijk kan uiteenzetten binnen vijftien werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief en dat hij binnen dezelfde termijn schriftelijk om een hoorzitting kan verzoeken;
4° de melding dat de betrokkene zich kan laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman;
5° de melding dat er in tolkondersteuning kan worden voorzien in verschillende talen, een overzicht van de beschikbare talen waarin getolkt kan worden en de melding dat de betrokkene kan meedelen in welke van de beschikbare talen hij bijgestaan wil worden;
6° de melding dat de betrokkene of zijn raadsman het recht heeft zijn dossier en alle stukken die betrekking hebben op de zaak, in te zien, alsook het tijdstip en de plaats waar ze kunnen worden ingezien.

Artikel 40. (01/03/2022- ...)

Als de inburgeraar om een hoorzitting als vermeld in artikel 39, tweede lid, 3°, heeft verzocht, gelden de volgende regels :
1° de handhavingsambtenaar bepaalt de dag waarop de inburgeraar uitgenodigd wordt om zijn zaak mondeling te komen toelichten. De hoorzitting vindt plaats binnen twintig werkdagen nadat de betrokkene een schriftelijke verzoek om een hoorzitting heeft ingediend;
2° de handhavingsambtenaar stuurt de betrokkene, binnen vijf werkdagen na de ontvangst van het schriftelijke verzoek om een hoorzitting, een aangetekende brief, waarin staat op welk tijdstip de hoorzitting zal plaatsvinden en, in voorkomend geval, in welke taal de tolk de betrokkene zal bijstaan. Als dat nodig is, wordt de brief ook opgesteld in de contacttaal of in de moedertaal van de inburgeraar, vermeld op het vaststellingsformulier;
3° de handhavingsambtenaar zorgt in voorkomend geval voor tolkondersteuning;
4° de handhavingsambtenaar maakt een verslag van de hoorzitting.

Voor de vertaling van de brieven, vermeld in artikel 39 en 40, en voor tolkondersteuning tijdens de hoorzitting kan de handhavingsambtenaar een beroep doen op het EVA of het stedelijk EVA.

Onderafdeling 3 Opleggen van een administratieve geldboete (... - ...)

Artikel 41. (01/03/2022- ...)

 § 1. De handhavingsambtenaar beslist of aan de verplichte inburgeraar een administratieve geldboete wordt opgelegd. In voorkomend geval bepaalt de handhavingsambtenaar de hoogte van de administratieve geldboete binnen de bedragen, vermeld in artikel 45.

De betrokkene wordt met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing, vermeld in het eerste lid. Als dat nodig is, wordt de brief ook opgesteld in de contacttaal of in de moedertaal van de inburgeraar, vermeld op het vaststellingsformulier. De brief wordt verzonden binnen de volgende termijnen :
1° binnen vijftien werkdagen na de hoorzitting, vermeld in artikel 40, als de betrokkene om een hoorzitting heeft verzocht;
2° binnen vijftien werkdagen na het verlopen van de termijn, vermeld in artikel 39, tweede lid, 3°, als de betrokkene niet om een hoorzitting heeft verzocht.

§ 2. Als het een verplichte inburgeraar betreft als vermeld in artikel 27, § 1, 1° en 3°, van het decreet van 7 juni 2013, bevat de aangetekende brief, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, ook de aanmaning om, binnen een termijn van maximaal dertig werkdagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, zich aan te melden bij het EVA of het stedelijk EVA om zijn verplichtingen alsnog na te komen. De aanmaning bevat de bepalingen over de inburgeringsplicht die de verplichte inburgeraar nog moet nakomen.

In voorkomend geval wordt het EVA of het stedelijk EVA via de Kruispuntbank Inburgering geïnformeerd over de termijn waarin de verplichte inburgeraar zich moet aanmelden bij het EVA of het stedelijk EVA om zijn verplichtingen alsnog na te komen.

§ 3. De kennisgeving van de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen, vermeldt minstens :
1° de bepalingen die de betrokkene heeft verzuimd na te komen;
2° de vaststelling van de feiten die aanleiding geven tot het opleggen van de administratieve geldboete;
3° de motivering van de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete;
4° het bedrag van de opgelegde administratieve geldboete en de elementen die in aanmerking zijn genomen om dat bedrag te bepalen;
5° de termijn waarin de administratieve geldboete moet worden voldaan;
6° de wijze waarop de administratieve geldboete vereffend kan worden : via overschrijving of storting;
7° overeenkomstig artikel 40, § 2, vijfde lid, van het decreet van 7 juni 2013, de wijze waarop tegen de beslissing beroep kan worden ingesteld;
8° de verwijzing naar het verslag van de hoorzitting en de mogelijkheid om het verslag op te vragen.

De kennisgeving van de beslissing om geen administratieve geldboete op te leggen vermeldt minstens :
1° de bepalingen die de betrokkene heeft verzuimd na te komen;
2° de vaststelling van de feiten die aanleiding geven tot het niet-opleggen van een administratieve geldboete en de motivering waarom er geen administratieve geldboete wordt opgelegd.

§ 4. Conform artikel 40, § 2, tweede lid, van het decreet van 7 juni 2013 kan een administratieve geldboete niet meer worden opgelegd voor een inbreuk die meer dan twee jaar voordien is vastgesteld.

Artikel 42. (29/07/2019- ...)

...

Artikel 43. (29/02/2016- ...)

De administratieve geldboete moet worden betaald binnen dertig dagen nadat de beslissing definitief is geworden. Als de inburgeraar niet in beroep gaat bij de politierechtbank, is dat binnen de termijn van dertig dagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, vermeld in artikel 41, § 1, tweede lid. In geval van een bevestigende beslissing door de politierechter moet de inburgeraar de geldboete betalen binnen dertig dagen nadat het vonnis van de politierechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 44. (29/02/2016- ...)

Als de inburgeraar in gebreke blijft om de administratieve geldboete te betalen, wordt die geldboete bij dwangbevel ingevorderd. De personeelsleden van het agentschap Vlaamse Belastingdienst worden ermee belast het dwangbevel uit te vaardigen en de administratieve geldboete in te vorderen.

De administratieve geldboete wordt uitvoerbaar verklaard en de betaling ervan wordt opgevolgd via de Kruispuntbank Inburgering.

Onderafdeling 4 Het bedrag van de administratieve geldboete (... - ...)

Artikel 45. (01/01/2023- ...)

De administratieve geldboete bedraagt minstens 50 euro en kan niet hoger zijn dan :
1° 100 euro voor een eerste inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 1° ;
2° 250 euro voor een eerste inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, a) ;
3° 150 euro voor een eerste inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 2°, b) en c), 3°, 4°, 4°/1” en 7°;
4° ... ;
5° ...

Voor een inbreuk als vermeld in artikel 33, § 1, eerste lid, 5° of 6°, gelden, per nieuwe inbreuk op de plicht om zijn verplichtingen na te komen, de volgende bedragen :
1° minstens 250 euro en niet meer dan 500 euro voor een eerste nieuwe inbreuk;
2° minstens 500 euro en niet meer dan 1000 euro voor een tweede nieuwe inbreuk;
3° minstens 1000 euro en niet meer dan 2000 euro voor een derde nieuwe inbreuk;
4° minstens 2000 euro en niet meer dan 4000 euro voor een vierde nieuwe inbreuk;
5° minstens 4000 euro en niet meer dan 5000 euro voor een vijfde nieuwe inbreuk;
6° 5000 euro voor de zesde en elke volgende nieuwe inbreuk zolang de betrokkene zijn verplichtingen niet is nagekomen, tot zijn inburgeringsplicht is vervallen of tot hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.

 

Afdeling 4 Het toeleidingstraject voor minderjarige nieuwkomers en anderstalige kleuters (... - ...)

Artikel 46. (29/02/2016- ...)

§ 1. Het EVA ondersteunt de gemeenten van het Vlaamse Gewest in zijn werkingsgebied bij de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 35, § 1, van het decreet van 7 juni 2013, en stelt informatiemateriaal ter beschikking.

Het stedelijk EVA stelt informatiemateriaal ter beschikking van de stad.

§ 2. Ter uitvoering van artikel 35, § 2, van het decreet van 7 juni 2013 stelt het EVA een folder ter beschikking waarin ouders van minderjarige nieuwkomers of anderstalige kleuters geïnformeerd worden over het onderwijs, de leerplicht en het toeleidingstraject, vermeld in artikel 36 van het voormelde decreet.

Artikel 47. (29/02/2016- ...)

Het EVA of het stedelijk EVA informeert de minderjarige nieuwkomer en de anderstalige kleuter die nog niet ingeschreven is in een school of nog niet voldaan heeft aan de leerplicht, en, in voorkomend geval, zijn ouders over het toeleidingstraject.

Artikel 48. (01/03/2022- ...)

Ter uitvoering van artikel 36, § 1, eerste en derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 vervult het EVA of het stedelijk EVA de volgende opdrachten :
1° de ouders en de minderjarige nieuwkomer informeren over het onderwijs, de leerplicht, het scholen- en studieaanbod;
2° de ouders en de minderjarige nieuwkomer desgewenst begeleiden bij het maken van een school- en studiekeuze en de inschrijving in een school;
3° de minderjarige nieuwkomer opvolgen tot hij ingeschreven is in een school;
4° bij de aanmelding van de minderjarige nieuwkomer bij het EVA of het stedelijk EVA nagaan of het nodig is om hem toe te leiden naar een gezondheids-of welzijnsvoorziening en, in voorkomend geval, de minderjarige toeleiden naar die voorziening;
5° de randvoorwaarden bewaken waaraan voldaan moet zijn om onderwijs te kunnen volgen.

Voor de minderjarige nieuwkomers die na de termijn, vermeld in artikel 37, tweede lid, van het voormelde decreet, nog niet zijn ingeschreven in een school, kan het EVA of het stedelijk EVA in verdere begeleiding voorzien.

Artikel 49. (29/02/2016- ...)

Ter uitvoering van artikel 36, § 1, tweede en derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 vervult het EVA of het stedelijk EVA de volgende opdrachten :
1° de ouders informeren over het onderwijs en de scholen voor kleuteronderwijs in de buurt;
2° de ouders desgewenst begeleiden bij het maken van een schoolkeuze en de inschrijving in een school voor kleuteronderwijs;
3° de randvoorwaarden bewaken waaraan voldaan moet zijn om kleuteronderwijs te kunnen volgen.

[HOOFDSTUK 4/1. Taalbeleid (ing. BVR 17 december 2021, art. 50, I: 1 maart 2022)] (... - ...)

Artikel 49/1. (01/03/2022- ...)

Gebruikers als vermeld in artikel 43/2, § 1, van het decreet van 7 juni 2013, kunnen alleen een beroep doen op de dienstverlening van het sociaal tolken en vertalen als ze de betaling van de tolk- en vertaalprestaties niet doorrekenen aan inburgeraars die zich op het moment van de tolkaanvraag hebben aangemeld bij het EVA of het stedelijk EVA tot ze het inburgeringsattest hebben behaald.

[HOOFDSTUK 4/2. Juridische dienstverlening (ing. BVR 17 december 2021, art. 51, I: 1 maart 2022)] (... - ...)

Artikel 49/2. (01/03/2022- ...)

Voor de ondersteuning, vermeld in artikel 46, eerste lid, 2°, van het decreet van 7 juni 2013, worden de volgende instellingen geacht te behoren tot voorzieningen, organisaties en openbare besturen die actief zijn in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad:
1° de openbare besturen die behoren tot het Nederlandse taalgebied of de openbare besturen, gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met uitzondering van de openbare besturen die exclusief behoren tot het Duitse taalgebied en het Franse taalgebied;
2° de privaatrechtelijke voorzieningen en privaatrechtelijke organisaties die wegens hun organisatie, moeten worden beschouwd tot de Vlaamse Gemeenschap te behoren

HOOFDSTUK 5 Dienstverlening met betrekking tot Nederlands voor anderstaligen (... - ...)

Artikel 49/3. (01/03/2022- ...)

Bij de oriëntering van anderstaligen die niet beschikken over een studiebewijs Nederlands tweede taal, naar een centrum als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, a), van het decreet van 7 juni 2013, kan het centrum voor de start van de cursus na akkoord van in voorkomend geval het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw op gemotiveerde wijze afwijken van het bindende karakter van de niveaubepaling en de snelheid van leren van de anderstalige.

Na de start van een cursus kan het centrum op gemotiveerde wijze afwijken van het bindende karakter van de niveaubepaling en de snelheid van leren. Het centrum deelt de beslissing om af te wijken en de motivering mee aan in voorkomend geval het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw.

Artikel 49/4. (01/03/2022- ...)

Anderstaligen worden op basis van een leervraagdetectie georiënteerd naar een centrum als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, b), c), d) en e), van het decreet van 7 juni 2013.

De leervraagdetectie is gebaseerd op:
1° de vraag en de motivatie van de anderstalige en de verwachtingen van het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw;
2° de leerprofielbepaling van het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw;
3° de verwachtingen van VDAB, Actiris of het OCMW als de anderstalige naar het EVA, het stedelijk EVA of het Huis van het Nederlands Brussel vzw is doorverwezen door een van die actoren.

Artikel 50. (29/02/2016- ...)

§ 1. Het EVA, het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel vzw organiseren in hun werkingsgebied een regionaal overleg als vermeld in artikel 46/3, 4°, van het decreet van 7 juni 2013. Daarvoor brengen ze minstens de betrokken centra, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van het voormelde decreet, samen.

Het EVA organiseert het regionaal overleg, vermeld in het eerste lid, in elke provincie. In overleg met de betrokken centra kan het EVA beslissen om op verschillende plaatsen in de provincie een regionaal overleg te organiseren.

§ 2. Het EVA, het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel vzw staan in voor het voorzitterschap en het secretariaat van het regionaal overleg in hun werkingsgebied.

De afspraken over het regionaal overleg worden nader geregeld in een huishoudelijk reglement.

De resultaten van het regionaal overleg worden jaarlijks teruggekoppeld naar het overleg op Vlaams niveau, vermeld in artikel 51.

Artikel 51. (29/02/2016- ...)

 Het EVA organiseert, in samenwerking met het stedelijk EVA en het Huis van het Nederlands Brussel vzw, minstens een keer per jaar het overleg op Vlaams niveau, vermeld in artikel 46/3, 4°, van het decreet van 7 juni 2013. Het EVA staat in voor het voorzitterschap en het secretariaat van dat overleg.

De afspraken over het Vlaams overleg worden nader geregeld in een huishoudelijk reglement.

HOOFDSTUK 6 Aanvullende bepalingen (... - ...)

Afdeling 1 Het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad (... - ...)

Artikel 52. (01/03/2022- ...)

...

Artikel 53. (01/01/2023- ...)

De volgende artikelen zijn niet van toepassing in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: artikel 11, 12, 14, 15, § 2, artikel 16, § 1, eerste lid, en § 2, artikel 21, artikel 32/3 tot en met 32/5, artikel 33 tot en met 45 en artikel 46, § 1.

Afdeling 2 De experimentele, aanvullende of vernieuwende projecten (... - ...)

Artikel 54. (29/02/2016- ...)

Ter uitvoering van artikel 50 van het decreet van 7 juni 2013 kan de minister beslissen :
1° een projectsubsidie toe te kennen;
2° een algemene projectoproep te lanceren. In voorkomend geval bepaalt de minister in de projectoproep de nadere voorwaarden voor de indiening van de subsidieaanvragen, de inhoudelijke prioriteiten, de beoordelingscriteria en de subsidieerbare kosten voor de projecten en deelt hij die mee aan de leden van de Vlaamse Regering.

De begunstigden van een projectsubsidie en de projectindieners moeten tot een van de volgende categorieën behoren :
1° gemeenten en OCMW's;
2° verenigingen met rechtspersoonlijkheid of verenigingen die erkend zijn door een openbare overheid, publieke of private instellingen, op individuele basis of in samenwerking met een openbare overheid;
3° privéondernemingen of bedrijven.

De subsidie is bestemd voor projecten van beperkte duur met duidelijke, welomschreven resultaten. De minister bepaalt bij elke projectoproep de maximale duur met een maximum van 36 maanden.

Als een project langer dan één jaar duurt, worden in de subsidieaanvraag de verschillende fasen en de te behalen resultaten per jaar omschreven. De behaalde resultaten worden tussentijds geëvalueerd om te onderzoeken of een voortzetting van het project te verantwoorden is.

Artikel 55. (29/02/2016- ...)

Als het projectvoorstel wordt goedgekeurd, wordt een subsidiebesluit opgemaakt waarin minstens de te behalen resultaten, de periode en het subsidiebedrag zijn opgenomen.

Na afloop van het project worden een inhoudelijk en een financieel verslag bezorgd aan het agentschap ter controle en goedkeuring. Als blijkt dat aan een of meer bepalingen van het subsidiebesluit niet voldaan is, zal het agentschap het voorschot geheel of gedeeltelijk terugvorderen of het saldo inhouden.

HOOFDSTUK 7 Wijzigingsbepalingen (... - ...)

Artikel 56. (29/02/2016- ...)

 In artikel 2 van het decreet van 28 april 1998 betreffende het Vlaamse integratiebeleid, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden punt 1° tot en met 13° opgeheven;
2° het tweede lid wordt opgeheven.

Artikel 57. (29/02/2016- ...)

Artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt opgeheven.

Artikel 58. (29/02/2016- ...)

In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt hoofdstuk III, dat bestaat uit artikel 6 tot en met 9, opgeheven.

Artikel 59. (29/02/2016- ...)

In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt hoofdstuk IV, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 10 tot en met 16, en afdeling 2, die bestaat uit artikel 17, opgeheven.

Artikel 60. (29/02/2016- ...)

In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt hoofdstuk V, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 18, afdeling 2, die bestaat uit artikel 19 en 20, afdeling 3, die bestaat uit artikel 21 en 22, afdeling 4, die bestaat uit artikel 23 tot en met 26, en afdeling 5, die bestaat uit artikel 27, opgeheven.

Artikel 61. (29/02/2016- ...)

In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt hoofdstuk V/1, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 27/1, afdeling 2, die bestaat uit artikel 27/2 en 27/3, en afdeling 3, die bestaat uit artikel 27/4 en 27/5, opgeheven.

Artikel 62. (29/02/2016- ...)

In hoofdstuk VI van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, worden afdeling 4, die bestaat uit artikel 36 tot en met 38, en afdeling 5, die bestaat uit artikel 39 tot en met 42, opgeheven.

Artikel 63. (29/02/2016- ...)

In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, worden de volgende artikelen opgeheven :
1° artikel 43 en 44, vervangen bij het decreet van 6 juli 2012;
2° artikel 44, vervangen bij het decreet van 30 april 2009;
2° artikel 44/1, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009.

Artikel 64. (29/02/2016- ...)

In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt hoofdstuk VII/1, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 45/1 tot en met 45/4, en afdeling 2, die bestaat uit artikel 45/5 en 45/6, opgeheven.

Artikel 65. (29/02/2016- ...)

 In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 6 juli 2012 en 3 juli 2015, wordt hoofdstuk VIII, dat bestaat uit artikel 46 tot en met artikel 48, opgeheven.

Artikel 66. (29/02/2016- ...)

In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 januari 2005 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006, 19 januari 2007, 14 december 2007, 20 februari 2009, 15 mei 2009, 6 mei 2011, 11 mei 2012, 24 april 2015 en 10 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het vierde lid worden tussen de woorden "het Vlaamse inburgeringsbeleid" en de zinsnede ", worden ingevorderd" de woorden "en op grond van artikel 40 van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid" ingevoegd;
2° in het zesde lid wordt tussen de woorden "De onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen inzake de toekenning van subsidies die voortvloeien" en de woorden "uit het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid" de zinsnede "uit het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid," ingevoegd.

Artikel 67. (29/02/2016- ...)

In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 met betrekking tot de uitvoering van het decreet betreffende het Vlaamse integratiebeleid worden punt 5°, 7° en 8° en punt 11° tot en met 13° opgeheven.

Artikel 68. (29/02/2016- ...)

In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2012 en 20 december 2013, wordt titel 2, die bestaat uit artikel 2 tot en 10, opgeheven.

Artikel 69. (29/02/2016- ...)

In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2012 en 20 december 2013, wordt titel 3, die bestaat uit hoofdstuk 1, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 11 tot en met 14, en afdeling 2, die bestaat uit artikel 15, hoofdstuk 2, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 16 tot en met 18, en afdeling 2, die bestaat uit artikel 19, en hoofdstuk 3, dat bestaat uit artikel 20 tot en met 24, opgeheven.

Artikel 70. (29/02/2016- ...)

In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2012 en 20 december 2013, wordt titel 5, die bestaat uit hoofdstuk 1, dat bestaat uit artikel 33 tot en met 35, en hoofdstuk 2, dat bestaat uit afdeling 1, die bestaat uit artikel 36 tot en met artikel 41, afdeling 2, die bestaat uit artikel 42 tot en met 44, en afdeling 3, die bestaat uit artikel 45 tot en met 48, opgeheven.

Artikel 71. (29/02/2016- ...)

In titel 6 van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 1, dat bestaat uit artikel 49 en 50, opgeheven.

Artikel 72. (29/02/2016- ...)

 In titel 6 van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 51 tot en met 53, opgeheven, behalve wat de participatieorganisatie betreft.

Artikel 73. (29/02/2016- ...)

In titel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013, worden hoofdstuk 1, dat bestaat uit artikel 54 tot en met 57 en hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 58, opgeheven, behalve wat betreft de participatieorganisatie en de organisaties die zich richten tot de trekkende beroepsbevolking.

Artikel 74. (29/02/2016- ...)

In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven :
1° artikel 59, eerste lid, behalve wat betreft de organisaties die zich richten tot de trekkende beroepsbevolking,
2° artikel 60 tot en met 62, behalve wat betreft de participatieorganisatie en de organisaties die zich richten tot de trekkende beroepsbevolking;
3° artikel 63, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013, behalve wat betreft de participatieorganisatie en de organisaties die zich richten tot de trekkende beroepsbevolking;
4° artikel 63/1, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013;
5° artikel 64, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013, behalve wat betreft de participatieorganisatie en de organisaties die zich richten tot de trekkende beroepsbevolking.

Artikel 75. (29/02/2016- ...)

In titel 8 van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 69 tot en met 73, opgeheven.

HOOFDSTUK 8 Slotbepalingen (... - ...)

Afdeling 1 Opheffingsbepalingen (... - ...)

Artikel 76. (29/02/2016- ...)

De volgende regelingen worden opgeheven :
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 28 februari 2014 betreffende de inwerkingtreding van artikel 29, § 1, derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid;
2° het ministerieel besluit van 14 mei 2014 tot vaststelling van de modellen van attest, van inburgeringscontract en van bijlage bij het inburgeringscontract in het kader van het inburgeringsbeleid;
3° het ministerieel besluit van 22 december 2008 houdende de bepaling van de medische en persoonlijke redenen die aanleiding kunnen geven tot uitstel van aanmelding bij het onthaalbureau, uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract of tijdelijke opschorting van het inburgeringscontract;
4° het ministerieel besluit van 8 juni 2007 houdende de bepaling van de kosten voor de randvoorwaarden om een primair inburgeringstraject te volgen waarvoor het onthaalbureau de jaarlijkse subsidie-enveloppe kan aanwenden;
5° het ministerieel besluit van 15 februari 2007 betreffende de groeifactor in het kader van de bepaling van de totale subsidie-enveloppe voor de erkende onthaalbureaus;
6° het ministerieel besluit van 11 juni 2004 betreffende de richtlijnen voor de inburgering van minderjarige anderstalige nieuwkomers in het kader van het Vlaamse inburgeringsbeleid.

Afdeling 2 Overgangsbepalingen (... - ...)

Artikel 77. (29/02/2016- ...)

 In afwijking van artikel 7, § 1, eerste lid, van dit besluit is het agentschap tot en met 15 juli 2016 verantwoordelijk voor :
1° de aansturing en coördinatie van de aanpassingen aan het cliëntvolgsysteem, vermeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 7 juni 2013;
2° de coördinatie, de voortgangscontrole en het technische beheer van de Kruispuntbank Inburgering.

In afwijking van artikel 7, § 2, van dit besluit maakt het agentschap tot en met 15 juli 2016 maandelijks per gemeente de lijst op, vermeld in artikel 20, § 1, eerste lid, 3°, van het decreet van 7 juni 2013. Het agentschap bezorgt de lijst via de Kruispuntbank Inburgering aan het EVA en het stedelijk EVA.

Artikel 78. (01/01/2023- ...)

Alle verbintenissen die opgenomen zijn in inburgeringscontracten die vóór 1 januari 2023 gesloten zijn, blijven gelden voor de duur van de voormelde inburgeringscontracten.

Als de inburgeraar de verbintenissen die opgenomen zijn in het inburgeringscontract, vermeld in het eerste lid, is nagekomen, reikt het EVA of het stedelijk EVA een attest van inburgering uit. Op het inburgeringsattest worden de verbintenissen vermeld die de inburgeraar is nagekomen en, in voorkomend geval, het vormingsonderdeel waarvoor hij was vrijgesteld.

Als de verplichte inburgeraar de verbintenissen die opgenomen zijn in het inburgeringscontract, vermeld in het eerste lid, niet is nagekomen wordt na de aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA, vermeld in artikel 33, § 2, eerste lid, een nieuw inburgeringscontract opgemaakt en is artikel 34/3 van het decreet van 7 juni 2013 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 78/1. (01/01/2023- ...)

In afwijking van artikel 27/3 van dit besluit betaalt de inburgeraar die vóór 1 september 2023 een inburgeringscontract gesloten heeft, geen retributie voor de cursus en de test van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie. Alle verbintenissen die opgenomen zijn in inburgeringscontracten die vóór 1 september 2023 gesloten zijn, blijven gelden voor de duur van de voormelde inburgeringscontracten. 
    
Als de inburgeraar de verbintenissen die opgenomen zijn in het inburgeringscontract, vermeld in het eerste lid, is nagekomen, reikt het EVA of het stedelijk EVA een attest van inburgering uit. Op het inburgeringsattest worden de verbintenissen vermeld die de inburgeraar is nagekomen en, in voorkomend geval, het vormingsonderdeel waarvoor hij was vrijgesteld.
    
Als de verplichte inburgeraar de verbintenissen die opgenomen zijn in het inburgeringscontract, vermeld in het eerste lid, niet is nagekomen wordt na de aanmelding bij het EVA of het stedelijk EVA, vermeld in artikel 33, § 2, eerste lid, een nieuw inburgeringscontract opgemaakt en is artikel 27/3 van dit besluit van overeenkomstige toepassing.

Artikel 79. (01/03/2022- ...)

...

Artikel 80. (29/02/2016- ...)

De attesten van inburgering, de attesten van EVC en de attesten van vrijstelling van de inburgeringsplicht, uitgereikt door de onthaalbureaus vóór de inkanteling in het EVA of het stedelijk EVA, blijven rechtsgeldig. Onder onthaalbureaus wordt hier verstaan : de acht onthaalbureaus, erkend ter uitvoering van artikel 20 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de uitvoering van het Vlaamse inburgeringsbeleid, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit.

De attesten van niveaubepaling Nederlands, uitgereikt door de Huizen van het Nederlands vóór de inkanteling in het EVA of het stedelijk EVA, blijven rechtsgeldig. Onder Huizen van het Nederlands wordt hier verstaan : de Huizen van het Nederlands, vermeld in artikel 4, § 1, 1° tot en met 7°, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de Huizen van het Nederlands.

Afdeling 3 Inwerkingtredingsbepalingen (... - ...)

Artikel 81. (29/02/2016- ...)

De volgende bepalingen van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid treden in werking op 29 februari 2016 :
1° artikel 1;
2° artikel 2, eerste lid, 1° tot en met 5°, 7° tot en met 17°, 19° tot en met 30°, en tweede lid;
3° artikel 3 tot en met 7;
4° artikel 15;
5° artikel 17, tweede lid, 1° tot en met 4°, en derde tot en met vijfde lid;
6° artikel 20 tot en met 23;
7° artikel 26 tot en met 28;
8° artikel 29, § 1, eerste, tweede en vierde lid, § 2 en § 3;
9° artikel 30 tot en met 48
10° artikel 50 tot en met 52;
11° artikel 53, 2° ;
12° artikel 55.

Artikel 82. (29/02/2016- ...)

De volgende bepalingen van het decreet van 29 mei 2015 houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid treden in werking op 29 februari 2016 :
1° artikel 1 en 2;
2° artikel 4 tot en met 6;
3° artikel 7 met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op het uitreiken van bewijzen van het taalniveau Nederlands;
4° artikel 8.

Artikel 83. (29/02/2016- ...)

Dit besluit treedt in werking op 29 februari 2016 met uitzondering van artikel 7, § 1 en § 2, die in werking treden op 16 juli 2016.

Afdeling 4 Uitvoeringsbepaling (... - ...)

Artikel 84. (29/02/2016- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE (01/03/2022- ...)

Bijlage 1. De bepaling essentiële rechten en plichten als vermeld in artikel 32/1, § 2

Welkom in Vlaanderen en bedankt om deel te nemen aan het inburgeringstraject.

In Vlaanderen bent u welkom ongeacht uw culturele achtergrond en geschiedenis. Wel verwachten we dat u bepaalde rechten, plichten, vrijheden en waarden respecteert die belangrijk zijn om in vrede, veiligheid en welvaart samen te leven.
Daarom is het belangrijk dat u die rechten, plichten, vrijheden en waarden wilt leren kennen tijdens het inburgeringstraject en dat u bereid bent om ze steeds na te leven.

Tijdens het inburgeringstraject wordt geduid:
- wat de essentiële rechten en plichten betekenen;
- waarom die in Vlaanderen belangrijk zijn;
- wat ze betekenen in het dagelijkse leven;
- welke stappen u kunt zetten als uw rechten of andermans rechten geschonden worden.

Verklaring

Ik ben bereid te leren over de rechten, plichten, vrijheden en waarden in Vlaanderen en zal die respecteren. Ik zal de wetgeving van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest en van dit land naleven.

Essentiële rechten en plichten in de Vlaamse samenleving die je moet respecteren:
- de Belgische en Vlaamse regelgeving en de democratische principes van dit land;
- de mensenrechten, zoals die beschreven staan in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens;
- de vrijheid en de persoonlijke integriteit van iedereen. Iedereen heeft recht op de fundamentele vrijheden die verankerd zijn in de Belgische Grondwet. Dat geldt in het bijzonder voor de:
o vrijheid van mening en vrijheid van meningsuiting. Iedereen mag zelf zijn mening vormen en mag vrij zijn overtuigingen gesproken of geschreven delen. Aanzetten tot haat of geweld is een strafbaar feit en geeft aanleiding tot een veroordeling door de rechter.
o vrijheid van vereniging. Iedereen kan zich vrij verenigen, maar niemand kan gedwongen worden om deel uit te maken van een vereniging;
o vrijheid van eredienst. Iedereen mag kiezen welke godsdienst of levensbeschouwing hij aanhangt. Iemand mag er ook voor kiezen om géén godsdienst of levensbeschouwing aan te hangen. Iedereen heeft het recht van godsdienst of levensbeschouwing te wijzigen of zijn godsdienst af te vallen;
o vrijheid van beleving van seksuele geaardheid. Een relatie tussen twee mannen of twee vrouwen is gelijkwaardig aan een relatie tussen een vrouw en een man. Twee vrouwen of twee mannen kunnen met elkaar trouwen en samen kinderen grootbrengen.
o vrijheid van onderwijs. Onderwijsverstrekkers zijn vrij om onderwijs te organiseren en er inhoudelijk vorm aan te geven. Ouders, leerlingen en studenten zijn vrij om onderwijs te kiezen dat aansluit bij de eigen overtuigingen. Iedereen heeft ook recht op onderwijs, met eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden.
- Mannen en vrouwen hebben dezelfde rechten en plichten. Ze leveren samen een bijdrage aan de samenleving.
o Mannen en vrouwen hebben dezelfde rechten op onderwijs en werk.
o Ze kunnen deelnemen aan het democratische proces, waaronder verkiezingen.
o Zowel mannen als vrouwen betalen belastingen.
o Elke meerderjarige kiest vrij, zonder dwang van ouders of familieleden, een beroep, een woonplaats of een partner.
o Beide ouders staan in Vlaanderen in voor het onderhoud van hun kinderen en zorgen dat ze de best mogelijke opleiding en opvoeding krijgen zodat ze actieve burgers worden. Alle jongens én meisjes krijgen dezelfde kansen.
o Jongens en meisjes mogen niet gedwongen worden om te trouwen.
- Het is strafbaar om geweld te plegen tegenover een echtgenoot of echtgenote, kinderen of andere personen. Dreigen met geweld is in Vlaanderen ook strafbaar.
- Vlaanderen veroordeelt elke daad van terrorisme heel streng.
- Elke getuige van een poging tot misdrijf die het leven van andere mensen in gevaar brengt of de fundamenten van de samenleving wil aantasten, doet alles om dat misdrijf te voorkomen en verwittigt de politie.
- Integreren in de samenleving is belangrijk en is een voorwaarde om het verblijfsrecht in dit land te blijven genieten zoals voorzien in artikel 1/2, § 3 van de Vreemdelingenwet.
- De kennis van het Nederlands biedt kansen en is essentieel om actief te participeren in de samenleving. Daarom is het belangrijk inspanningen te leveren om Nederlands te leren.
- Burgers en gezinnen worden verantwoordelijk geacht om in hun levensonderhoud te voorzien. We dragen als samenleving zorg voor wie (tijdelijk) niet in zijn levensonderhoud kan voorzien, we verwachten van iedereen een bijdrage voor deze sociale bescherming aan de kwetsbare burgers.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 19/06/2024