Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van de uitrusting en apparatuur van de medisch-technische diensten van de ziekenhuizen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, wat de financiering van de lasten van de voormelde uitrusting en apparatuur betreft

Datum 17/06/2016

Inhoud

(01/01/2016- ...)

De Vlaamse Regering,
Gelet op de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, artikel 105, § 1, gewijzigd bij de wet van 10 april 2014;
Gelet op het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 15 maart 2016;
Gelet op advies 59.188/VR/3 van de Raad van State, gegeven op 2 mei 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
Na beraadslaging,
Besluit :

Artikel 1. (01/01/2016- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° NMR: een magnetische resonantietomograaf als vermeld in artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2006 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld, moet voldoen om te worden erkend, die geïnstalleerd is bij een dienst voor medische beeldvorming, erkend met toepassing van artikel 10, § 1, van het voormelde koninklijk besluit;
2° bestralingsapparaat: een apparaat dat geïnstalleerd is bij een dienst voor radiotherapie, erkend met toepassing van artikel 3, § 1 of § 1bis, van het koninklijk besluit van 5 april 1991 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst radiotherapie moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987;
3° PET-scanner: een positronemissietomograaf als vermeld in artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit van 14 december 2006 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 58 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinstellingen, die geïnstalleerd is bij een dienst, erkend met toepassing van artikel 2, tweede lid, van het voormelde koninklijk besluit.

Artikel 2. (01/01/2017- ...)

Voor een NMR die op zijn vroegst in 2015 is geïnstalleerd of die, als hij vóór 2015 is geïnstalleerd, op zijn vroegst in 2015 een upgrading heeft ondergaan waarvan de waarde minstens 50% vertegenwoordigt van de nieuwwaarde van het apparaat, wordt jaarlijks een forfaitaire subsidie van 129.302,16 euro toegekend tijdens de duur van de erkenning van de dienst waarbij het apparaat is geïnstalleerd. De voormelde upgrading mag op zijn vroegst plaatsvinden in het zevende jaar dat volgt op het jaar waarin het apparaat geïnstalleerd is. De subsidie wordt voor het eerst toegekend in het jaar dat volgt op het jaar van de installatie of de upgrading van het apparaat.

Het apparaat, vermeld in het eerste lid, past in het maximale aantal apparaten dat mag worden uitgebaat met toepassing van artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 april 2014 tot vaststelling van het maximum aantal toestellen voor magnetische resonantie tomografie dat uitgebaat mag worden.

Artikel 3. (01/01/2016- ...)

Voor een bestralingsapparaat dat op zijn vroegst in 2015 is geïnstalleerd en dat past in het aantal bestralingsapparaten dat wordt vastgesteld met toepassing van artikel 31, § 3, 2°, a) en b), van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, wordt jaarlijks een forfaitaire subsidie van 87.849,03 euro toegekend tijdens de duur van de erkenning van de dienst waarbij het apparaat geïnstalleerd is. De subsidie wordt voor het eerst toegekend in het jaar dat volgt op het jaar waarin het apparaat geïnstalleerd is.

Het apparaat, vermeld in het eerste lid, mag alleen bestaan uit een lineaire versneller of een "gamma knife"-apparaat.

Artikel 4. (01/01/2019- ...)

Voor een PET-scanner die op zijn vroegst in 2015 is geïnstalleerd, wordt er jaarlijks een forfaitaire subsidie van 200.000 euro toegekend tijdens de duur van de erkenning van de dienst waarbij het apparaat geïnstalleerd is. Voor het tweede toestel in universitaire ziekenhuizen, dat dient voor translationeel onderzoek en opleiding, wordt die jaarlijkse forfaitaire subsidie beperkt tot 100.000 euro. De subsidie wordt voor het eerst toegekend in het jaar dat volgt op het jaar waarin het apparaat geïnstalleerd is.
Het apparaat, vermeld in het eerste lid, past in het maximale aantal apparaten dat mag worden uitgebaat met toepassing van artikel 3 van het koninklijk besluit van 25 april 2014 houdende vaststelling van het maximum aantal PET-scanners en diensten nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld, dat uitgebaat mag worden.

Artikel 5. (01/01/2016- ...)

De installatie van een apparaat als vermeld in artikel 2, 3 of 4, wordt bewezen met de factuur van het apparaat. De upgrading van het apparaat, vermeld in artikel 2, wordt bewezen met de factuur in kwestie.

Artikel 6. (01/01/2016- ...)

Het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, betaalt de subsidie, vermeld in artikel 2, 3 of 4, uit aan het ziekenhuis dat de erkende dienst uitbaat waarbij de NMR, het bestralingsapparaat of de PET-scanner is geïnstalleerd.

Artikel 7. (01/01/2017- ...)

In artikel 2, eerste lid, wordt het bedrag "145.181,37 euro" vervangen door het bedrag "129.302,16 euro".

In artikel 4, eerste lid, wordt het bedrag "282.598,62 euro" vervangen door het bedrag "200.000 euro".

Artikel 8. (01/01/2017- ...)

In artikel 31, § 3, van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 november 2012, 17 december 2012 en 26 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt het bedrag "148.736,11 EUR" vervangen door het bedrag "129.302,16 euro";
2° in punt 1° wordt de zin "Op 1 januari 2012 wordt het hierboven genoemde bedrag verlaagd met 3.554,74 euro per gefinancierde apparatuur." opgeheven;
3° in punt 3° wordt het bedrag "282.598,62 EUR" vervangen door het bedrag "200.000 euro".

Artikel 9. (01/01/2016- ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016, met uitzondering van artikel 7 en 8 die in werking treden op 1 januari 2017.

Artikel 10. (01/01/2016- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.