Decreet houdende diverse fiscale bepalingen en bepalingen omtrent de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen

Datum 23/12/2016

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2 Verrekenbaarheid met opcentiemen in geval van federale fiscale regularisatie
  3. HOOFDSTUK 3 Wijzigingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992
  4. HOOFDSTUK 4 Wijziging van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren
  5. HOOFDSTUK 5 Wijziging van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren
  6. HOOFDSTUK 6 Wijzigingen van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
  7. HOOFDSTUK 7 Wijzigingen van het decreet van 21 juni 2013 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen
  8. HOOFDSTUK 8 Wijzigingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013
  9. HOOFDSTUK 9 Slotbepaling

Inhoud

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. (09/01/2017- ...)

Hoofdstuk 2, 3, 5, 6 en 8 van dit decreet regelen een gewestaangelegenheid.
Hoofdstuk 4 van dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Hoofdstuk 7 en 9 van dit decreet regelen een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

HOOFDSTUK 2 Verrekenbaarheid met opcentiemen in geval van federale fiscale regularisatie

Artikel 2. (01/08/2016- ...)

Op de geregulariseerde inkomsten die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2 van de wet van 21 juli 2016 tot invoering van een permanent systeem inzake fiscale en sociale regularisatie, worden opcentiemen geheven overeenkomstig artikel 5/1, § 1, 1°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.

Artikel 3. (01/08/2016- ...)

Voor de geregulariseerde inkomsten die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2 van de wet van 21 juli 2016 tot invoering van een permanent systeem inzake fiscale en sociale regularisatie, wordt geen rekening gehouden met enige belastingvermindering, belastingkrediet of korting.
 

HOOFDSTUK 3 Wijzigingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992

Artikel 4. (01/01/2017- ...)

In artikel 14537 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Een hypothecaire lening als vermeld in het eerste lid, eerste streepje, wordt voor de toepassing van dit artikel en artikel 14538 geacht specifiek te zijn aangegaan voor het verwerven of behouden van de andere woning, vermeld in punt 1°, als cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de woning, waarvoor de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, oorspronkelijk en specifiek is aangegaan, is bij authentieke akte, verleden vanaf 1 januari 2016, vervreemd om een andere woning te verwerven of te behouden;
2° de hypothecaire inschrijving van de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, wordt overgedragen naar een ander onroerend goed;
3° de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, blijft behouden;
4° de woning, vermeld in punt 1°, was de eigen woning alvorens de andere woning, vermeld in punt 1°, de eigen woning van de belastingplichtige is geworden;
5° de belastingplichtige houdt de akte van hypotheekoverdracht ter beschikking van de bevoegde federale administratie.";
2° in paragraaf 1 wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Als het derde lid wordt toegepast, wordt de datum waarop de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, is aangegaan, niet geacht te zijn gewijzigd ten gevolge van de hypotheekoverdracht.".
 

Artikel 5. (01/01/2017- ...)

In artikel 14538, § 1, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt:
"Als de belastingplichtige voor de uitgaven die met toepassing van artikel 14537, § 1, derde lid, of artikel 14537, § 1, vijfde lid, in aanmerking komen voor de belastingvermindering, vermeld in artikel 14537, § 1, eerste lid, de toepassing vraagt van een van de belastingvoordelen, vermeld in artikel 14, 1451, 2° en 3°, en artikel 539, wordt de belastingvermindering, vermeld in artikel 14537, § 1, eerste lid, voor die uitgaven niet toegepast.";
2° er worden een zesde en een zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"De keuze, vermeld in het vijfde lid, is definitief, onherroepelijk en bindend voor de belastingplichtige.

Als een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, maken beide belastingplichtigen dezelfde keuze.".
 

Artikel 6. (01/01/2017- ...)

In artikel 145 38/1 van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "om in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn eigen woning te verwerven of te behouden" vervangen door de zinsnede "voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden dat dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, vermeld in punt 1° ";
2° in het eerste lid, 2°, wordt punt e) vervangen door wat volgt:
"e) de voordelen van het contract bij overlijden bedongen zijn:
1) ten belope van het verzekerde kapitaal dat dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van dat onroerend goed verkrijgen;
2) ten belope van het verzekerde kapitaal dat niet dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, ten gunste van de echtgenoot of van bloedverwanten tot de tweede graad van de belastingplichtige;";
3° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt:
"Een hypothecaire lening als vermeld in het eerste lid, 1°, wordt voor de toepassing van dit artikel en artikel 145 38/2 geacht specifiek te zijn aangegaan voor het verwerven of behouden van de andere woning, vermeld in punt 1°, als cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de woning, waarvoor de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, 1°, oorspronkelijk en specifiek is aangegaan, is bij authentieke akte vervreemd om een andere woning te verwerven of te behouden;
2° de hypothecaire inschrijving van de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt overgedragen naar een ander onroerend goed;
3° de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, 1°, blijft behouden;
4° de woning, vermeld in punt 1°, was de eigen woning alvorens de andere woning, vermeld in punt 1°, de eigen woning van de belastingplichtige is geworden;
5° de belastingplichtige houdt de akte van hypotheekoverdracht ter beschikking van de bevoegde federale administratie.";
4° tussen het vierde en het vijfde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Als het vierde lid wordt toegepast, wordt de datum waarop de hypothecaire lening, vermeld in het eerste lid, 1°, is aangegaan, niet geacht te zijn gewijzigd ten gevolge van de hypotheekoverdracht.".
 

Artikel 7. (01/01/2017- ...)

In artikel 145 38/2 van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Als de belastingplichtige voor de uitgaven die met toepassing van het vijfde lid of artikel 145 38/1, vierde lid, in aanmerking komen voor de belastingvermindering, vermeld in het eerste lid, de toepassing vraagt van een van de belastingvoordelen, vermeld in artikel 14 en 145 1, 2° en 3°, wordt de belastingvermindering, vermeld in het eerste lid, voor die uitgaven niet toegepast.";
2° in paragraaf 1 worden tussen het tweede en het derde lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"De keuze, vermeld in het tweede lid, is definitief, onherroepelijk en bindend voor de belastingplichtige.
Als een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, maken beide belastingplichtigen dezelfde keuze.";
3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de enige woning is" vervangen door de woorden "de enige woning van de belastingplichtige is";
4° in paragraaf 2, zesde lid, worden de woorden "wordt van de andere woning" vervangen door de woorden "is van een andere woning";
5° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
" § 4. Om van de belastingvermindering, vermeld in paragraaf 1, te kunnen genieten, houdt de belastingplichtige een attest ter beschikking, uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij wie de levensverzekering is aangegaan.".
 

Artikel 8. (01/01/2017- ...)

In artikel 145 44, § 1, b), van hetzelfde wetboek wordt tussen de zinsnede "vanaf 1 januari 2005" en de woorden "terwijl voor dezelfde woning" de zinsnede "en vóór 1 januari 2016" ingevoegd.

Artikel 9. (01/01/2017- ...)

In artikel 145 46 van hetzelfde wetboek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de toepassing van het eerste lid, is de lening die in aanmerking komt voor de toepassing van artikel 145 43, de lening aangegaan om de woning, vermeld in deze paragraaf, te verwerven of te behouden en aangegaan:
1° vóór 1 januari 2005;
2° vanaf 1 januari 2005 terwijl voor dezelfde woning nog een lening als vermeld in punt 1°, in aanmerking kwam voor de vermindering van interesten van leningen of de aftrek van interesten van leningen.";
2° paragraaf 2/1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2/1. Als een belastingplichtige voor een lening die is aangegaan vanaf 1 januari 2016, of voor de levensverzekering die die lening waarborgt of wedersamenstelt, de toepassing vraagt van de belastingvermindering, vermeld in artikel 145 38/2, worden artikel 145 37 en 145 39 tot en met 145 45 niet langer toegepast voor de uitgaven met betrekking tot de voorheen aangegane schulden en leningen, en evenmin voor de levensverzekeringen die die leningen waarborgen.";
3° in paragraaf 2, eerste liggend streepje, wordt de zinsnede "artikelen 145 41, § 1, tweede lid, 3°, 145 42, § 1, tweede lid, 2°, " vervangen door de zinsnede "artikelen 145 41, tweede lid, 3°, 145 42, tweede lid, 2°,

HOOFDSTUK 4 Wijziging van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren

Artikel 10. (01/01/2017- ...)

Aan artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De Vlaamse Regering kan:
1° de wijze regelen van de onrechtstreekse vervolging en van de bijhorende onderzoeksbevoegdheden;
2° de regels in verband met de vervolgingskosten bepalen."

HOOFDSTUK 5 Wijziging van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren

Artikel 11. (01/01/2017- ...)

Aan artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De Vlaamse Regering kan:
1° de wijze regelen van de onrechtstreekse vervolging en van de bijhorende onderzoeksbevoegdheden;
2° de regels in verband met de vervolgingskosten bepalen.".
 

HOOFDSTUK 6 Wijzigingen van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996

Artikel 12. (01/01/2017- ...)

In hoofdstuk VIII van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt afdeling 2, die bestaat uit artikel 24 tot en met 44bis, vervangen door wat volgt:

Afdeling 2 Register van verwaarloosde woningen en gebouwen en inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen

Onderafdeling 1 Begrippen

Art. 24. Voor de toepassing van deze afdeling worden de hierna volgende begrippen gebruikt:
1° de inventarisbeheerder: de gewestelijke entiteit die door de Vlaamse Regering belast wordt met het beheer van de inventaris, vermeld in artikel 26;
2° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
3° gewestelijk ambtenaar: de ambtenaar die met toepassing van de regels, vastgesteld door de Vlaamse Regering wordt aangewezen en die binnen zijn ambtsgebied belast is met opdrachten inzake kwaliteitsbewaking als vermeld in titel III van de Vlaamse Wooncode;
4° sociale woonorganisaties: de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, de erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, vermeld in het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen;
5° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
6° inventarisatiedatum: datum waarop de woning voor de eerste maal in de inventaris wordt opgenomen of, zolang de woning niet uit de inventaris is geschrapt, het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van de eerste inschrijving;
7° Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
8° inventaris: de inventaris, vermeld in artikel 26;
9° houder van het zakelijk recht: de persoon, vermeld in artikel 2.5.2.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.

Onderafdeling 2 Register van verwaarloosde gebouwen en woningen

Art. 25. § 1. Gemeenten kunnen een register van verwaarloosde gebouwen en woningen bijhouden. Een gemeentelijke verordening kan nadere materiële en procedurele regelen bepalen.

De opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde gebouwen en woningen kunnen ook toevertrouwd worden aan een intergemeentelijke administratieve eenheid met rechtspersoonlijkheid of, met uitzondering van de beroepsprocedure, aan een intergemeentelijke administratieve eenheid zonder rechtspersoonlijkheid.

§ 2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.

§ 3. Een gebouw of een woning wordt geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, vermeld in paragraaf 2, werden hersteld of verwijderd.

De zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, vermeld in het eerste lid, zijn in geval van sloop pas verwijderd als alle puin geruimd is.

§ 4. Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een verwaarloosd gebouw of als een verwaarloosde woning beschouwd.

De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als verwaarloosde gebouwen of woningen in de zin van deze onderafdeling beschouwd.

§ 5. Een gebouw dat of een woning die door de gemeente geïnventariseerd is als leegstaand, kan eveneens opgenomen worden in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, en omgekeerd.

Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt of onbewoonbaar, kunnen eveneens worden opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, en omgekeerd.

§ 6. De door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Onderafdeling 3 Inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen

Art. 26. § 1. Overeenkomstig de bepalingen die door de Vlaamse Regering worden vastgesteld, maakt de inventarisbeheerder een inventaris met afzonderlijke lijsten van:
1° woningen die ongeschikt of onbewoonbaar zijn verklaard overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 16quater van de Vlaamse Wooncode;
2° woningen die onbewoonbaar zijn verklaard overeenkomstig artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet.

§ 2. Elke gemeente ontvangt een uittreksel van de in de inventaris geregistreerde woningen die zich op haar grondgebied bevinden.

De gemeente moet aan elkeen die erom verzoekt inzage verlenen in de lijst met de in de inventaris geregistreerde woningen en de gegevens van de kadastrale legger die op deze woningen betrekking hebben.

Art. 27. De woningen, vermeld in artikel 26, § 1, 1°, worden ingeschreven op de inventarislijst op de datum van het besluit van de burgemeester, vermeld in artikel 15 van de Vlaamse Wooncode, of, in het geval van een beslissing tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring in beroep, op de datum van het besluit, vermeld in artikel 16bis, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode.

De woningen, vermeld in artikel 26, § 1, 2°, worden ingeschreven op de inventarislijst op datum van het besluit van de burgemeester.

De bepalingen van dit artikel gelden ook voor de afsplitsbare woningen en voor de bedrijfsruimten waarvan de woning van de eigenaar als verblijfplaats wordt benut en een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

Art. 28. § 1. Door een registratieattest wordt de opname in de inventaris door de inventarisbeheerder betekend aan de houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen van het geïnventariseerde goed. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor de voorwaarden.

§ 2. Voor de woningen, vermeld in artikel 26, § 1, 1°, geldt een besluit als vermeld in artikel 27, eerste lid, als registratieattest. De opname in de inventaris wordt vermeld in het besluit. Tegen dat besluit en de registratie kan bij de Vlaamse Regering beroep aangetekend worden overeenkomstig artikel 15, § 2, van de Vlaamse Wooncode.

§ 3. Voor de woningen, vermeld in artikel 26, § 1, 2°, bezorgt de inventarisbeheerder het registratieattest binnen vijftien dagen na de ontvangst van het besluit tot onbewoonbaarverklaring aan de houder van het zakelijk recht.

Als de houder van het zakelijk recht aantoont dat hij tegen het besluit tot onbewoonbaarverklaring een klacht heeft ingediend bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 254 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, dan wordt de opname op de lijst, vermeld in artikel 26, geschorst tot de procedure overeenkomstig artikel 255 tot 258 van het Gemeentedecreet volledig is afgerond.

De gemeenteoverheid brengt de inventarisbeheerder op de hoogte van het gemotiveerde besluit of van het definitieve antwoord van de toezichthoudende overheid als vermeld in artikel 258 van het Gemeentedecreet.

Binnen dertig dagen nadat de indiener van de klacht het definitieve antwoord van de toezichthoudende overheid heeft ontvangen overeenkomstig artikel 258 van het Gemeentedecreet, kan hij tegen de registratie beroep indienen bij de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt een beslissing binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift. Bij ontstentenis van een beslissing binnen die termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

Art. 29. De instrumenterende ambtenaar die belast is met de overdracht van het zakelijk recht, vermeld in artikel 2.5.2.0.1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, moet de verkrijger van het zakelijk recht uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht op de hoogte brengen van de kennisgeving van de vaststelling tot ongeschiktheid of onbewoonbaarheid ervan of van de opname van de woning in de inventaris.

Een door beide partijen ingevuld en ondertekend formulier wordt door de notaris of een partij uiterlijk zeven dagen na de overdracht van het zakelijk recht aan de inventarisbeheerder en aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie gezonden.

Art. 30. § 1. De inventarisbeheerder schrapt een woning uit de lijst, vermeld in artikel 26, § 1, 1°, op aangetekend verzoek van de houder van het zakelijk recht of zijn rechtsopvolger zodra hij bewijst dat de woning weer voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 5 van de Vlaamse Wooncode.

Als de woning gesloopt is of een andere bestemming heeft gekregen, schrapt de inventarisbeheerder de woning op basis van het besluit van de burgemeester tot opheffing van de ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring.

Met behoud van de toepassing van artikel 20bis, § 6, derde lid, van de Vlaamse Wooncode, wordt het bewijs als vermeld in het eerste lid geleverd overeenkomstig artikel 7 van hetzelfde decreet.

§ 2. De inventarisbeheerder schrapt een woning uit de lijst, vermeld in artikel 26, § 1, 2°, op aangetekend verzoek van de houder van het zakelijk recht of zijn rechtsopvolger zodra hij bewijst dat de burgemeester het onbewoonbaarheidsbesluit heeft opgeheven of het bewijs als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, levert.

§ 3. De inventarisbeheerder geeft de houder van het zakelijk recht, of desgevallend zijn rechtsopvolger binnen drie maanden na het verzoek tot schrapping kennis van de beslissing daaromtrent.

Als de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.

§ 4. In de gevallen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, vermeldt de inventarisbeheerder als datum van schrapping de eerste dag waarop de woning weer voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 5 van de Vlaamse Wooncode.

In de gevallen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, vermeldt de inventarisbeheerder als datum van schrapping de eerste dag van de sloop of herbestemming.

In de gevallen, vermeld in paragraaf 2, vermeldt de inventarisbeheerder als datum van schrapping de datum van het opheffingsbesluit van de burgemeester of de eerste dag waarop de woning voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 5 van de Vlaamse Wooncode.

Als de kennisgeving, vermeld in paragraaf 3, niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt de datum van herstel die de houder van het zakelijk recht in het verzoek tot schrapping aangeeft, als datum van schrapping vermeld.".
 

HOOFDSTUK 7 Wijzigingen van het decreet van 21 juni 2013 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen

Artikel 13. (01/01/2017- ...)

Aan artikel 2 van het decreet van 21 juni 2013 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen wordt de volgende zinsnede toegevoegd: ", in de omzetting van richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied en van richtlijn (EU) 2015/2376 van de Raad van 8 december 2015 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied.".
 

Artikel 14. (01/01/2017- ...)

In artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "Voor de toepassing van dit artikel" vervangen door de woorden "In dit decreet";
2° in punt 11° worden de woorden "over ingezetenen van andere lidstaten aan de betrokken lidstaat van verblijf" vervangen door de woorden "aan een lidstaat";
3° er worden een punt 15° en 16° toegevoegd, die luiden als volgt:
"15° voorafgaande grensoverschrijdende ruling: een akkoord, een mededeling dan wel een ander instrument of een andere handeling met soortgelijk effect, ook als ze worden afgegeven, gewijzigd of hernieuwd, in het kader van een belastingcontrole, die aan elk van de volgende voorwaarden voldoen:
a) ze zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd door of namens de regering of een bevoegd personeelslid of de belastingautoriteit van een lidstaat, of een territoriaal of staatkundig onderdeel van die lidstaat, met inbegrip van de lokale overheden, ongeacht of er effectief gebruik van wordt gemaakt;
b) ze zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd ten aanzien van een welbepaalde persoon of groep van personen, en die personen kunnen zich erop beroepen;
c) ze hebben betrekking op de interpretatie of toepassing van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling ter toepassing of handhaving van de belastingwetgeving voor de belastingen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1° ;
d) ze hebben betrekking op een grensoverschrijdende transactie of op de vraag of er op grond van de activiteiten van een persoon in een lidstaat al dan niet sprake is van een vaste inrichting;
e) ze zijn tot stand gekomen voorafgaand aan de transacties of activiteiten in een lidstaat op grond waarvan mogelijk sprake is van een vaste inrichting, of voorafgaand aan de indiening van een belastingaangifte voor het tijdvak waarin de transactie of reeks transacties dan wel de activiteiten hebben plaatsgevonden;
16° grensoverschrijdende transactie: een transactie of een reeks van transacties die betrekking kan hebben op, maar niet beperkt is tot het doen van investeringen, het leveren van goederen, het verrichten van diensten, het financieren of het gebruiken van materiële of immateriële activa, waarbij de persoon die de voorafgaande grensoverschrijdende ruling heeft gekregen, niet rechtstreeks betrokken hoeft te zijn, en die voldoet aan een of meer van de volgende voorwaarden:
a) niet alle partijen bij de transactie of reeks van transacties hebben hun fiscale woonplaats in de lidstaat die de voorafgaande grensoverschrijdende ruling afgeeft, wijzigt of hernieuwt;
b) een of meer van de partijen bij de transactie of reeks van transacties hebben hun fiscale woonplaats tegelijkertijd in een of meer lidstaten, waaronder ook België;
c) een van de partijen bij de transactie of reeks van transacties oefent haar bedrijf uit in een lidstaat via een vaste inrichting en de transactie of reeks van transacties maakt alle of een deel van de activiteiten van de vaste inrichting uit. Een grensoverschrijdende transactie of reeks van transacties omvat ook de regelingen die worden getroffen door een persoon ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten die hij in een lidstaat via een vaste inrichting uitoefent;
d) de transactie of reeks van transacties heeft een grensoverschrijdend effect.".
 

Artikel 15. (01/01/2017- ...)

In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt een artikel 11/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 11/1. § 1. De bevoegde autoriteit die na 31 december 2016 een voorafgaande grensoverschrijdende ruling afgeeft of maakt, wijzigt of hernieuwt, verstrekt de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten en de Europese Commissie automatisch inlichtingen daarover, met behoud van de toepassing van de beperkingen, vermeld in paragraaf 6, en conform artikel 28 en 29.

§ 2. De bevoegde autoriteit verstrekt ook conform artikel 28 en 29 de buitenlandse autoriteiten van alle lidstaten, alsook de Europese Commissie, de inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings die zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd binnen een periode van vijf jaar vóór 1 januari 2017, met uitzondering van de inlichtingen, vermeld in paragraaf 5, 1° en 2°.

Als voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2012 en 31 december 2013, worden de inlichtingen verstrekt op voorwaarde dat de voorafgaande grensoverschrijdende rulings nog geldig waren op 1 januari 2014.

Als voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2014 en 31 december 2016, worden de inlichtingen verstrekt ongeacht of de voorafgaande grensoverschrijdende rulings nog geldig zijn.

In afwijking van het eerste tot en met het derde lid is de bevoegde autoriteit niet verplicht om inlichtingen uit te wisselen als het een voorafgaande grensoverschrijdende ruling betreft die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° hij is vóór 1 april 2016 afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
2° hij is gericht tot een bepaalde persoon of groep van personen, met een jaarlijkse netto-omzet als vermeld in artikel 2, punt 5, van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad, van minder dan 40.000.000 euro in het boekjaar dat voorafgaat aan de datum waarop de grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
3° hij is niet gericht tot een bepaalde persoon of groep personen die hoofdzakelijk financiële of investeringsactiviteiten verricht.

§ 3. Paragraaf 1 en 2 zijn niet van toepassing als een voorafgaande grensoverschrijdende ruling uitsluitend betrekking heeft op de belastingzaken van een of meer natuurlijke personen.

§ 4. De inlichtingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden door de bevoegde autoriteit verstrekt binnen de volgende termijnen:
1° voor de inlichtingen die conform paragraaf 1 zijn uitgewisseld: binnen drie maanden na het einde van het eerste halfjaar van het kalenderjaar waarin de voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
2° voor de inlichtingen die conform paragraaf 2 zijn uitgewisseld: vóór 1 januari 2018.

§ 5. De inlichtingen die conform paragraaf 1 en 2 door de bevoegde autoriteit worden verstrekt, omvatten onder meer de volgende gegevens:
1° de identificatiegegevens van de andere persoon dan een natuurlijke persoon en, in voorkomend geval, van de groep personen waartoe die persoon behoort;
2° een samenvatting van de inhoud van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, met onder meer een omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of transacties of reeks van transacties, in algemene bewoordingen gesteld, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen die in strijd zouden zijn met de openbare orde;
3° de data waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
4° de aanvangsdatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, als die vermeld is;
5° de einddatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, als die vermeld is;
6° het type voorafgaande grensoverschrijdende ruling;
7° het bedrag van de transactie of reeks van transacties van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, als die vermeld is in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling;
8° de andere lidstaten, als die er zijn, waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn;
9° andere personen dan natuurlijke personen in de andere lidstaten, als die er zijn, op wie de voorafgaande grensoverschrijdende ruling naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn, waarbij vermeld wordt met welke lidstaten de personen in kwestie verbonden zijn;
10° de vermelding of de meegedeelde inlichtingen gebaseerd zijn op de voorafgaande grensoverschrijdende ruling.

§ 6. De inlichtingen, vermeld in paragraaf 5, 1°, 2° en 9°, worden niet meegedeeld aan de Europese Commissie.

§ 7. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor het kenbaar maken van de ontvangst van de inlichtingen door de bevoegde autoriteit.

§ 8. Het bevoegde personeelslid kan conform artikel 8, eerste lid, met behoud van de toepassing van artikel 29, om aanvullende inlichtingen verzoeken, met inbegrip van de volledige tekst van een voorafgaande grensoverschrijdende ruling.".
 

Artikel 16. (01/01/2017- ...)

Artikel 27 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 27. Als dat mogelijk is, gebruikt het bevoegde personeelslid het toepasselijke standaardformulier, vastgesteld door de Commissie, of het geautomatiseerde formaat. De Vlaamse Regering bepaalt naargelang het geval welk formulier of geautomatiseerde formaat gebruikt moet worden en welke informatie vermeld kan of moet worden.

Het standaardformulier of het geautomatiseerde formaat kan vergezeld gaan van verslagen, verklaringen en andere bescheiden of van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.

Artikel 17. (01/01/2017- ...)

Artikel 28 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 28. De te verstrekken inlichtingen worden, als dat mogelijk is, op elektronische wijze verstrekt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten.".
 

Artikel 18. (01/01/2017- ...)

Artikel 28/1 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 28/1. Als de uitwisseling van de gegevens, vermeld in dit decreet, afbreuk kan doen aan de bescherming van de persoonsgegevens of persoonlijke levenssfeer, dan rapporteert de bevoegde autoriteit dit overeenkomstig artikel 33 en 34 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.".
 

HOOFDSTUK 8 Wijzigingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013

Artikel 19. (01/01/2017- ...)

In artikel 1.1.0.0.2, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 3 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° een punt 10° /1 wordt ingevoegd, dat luidt als volgt:
"10° /1 heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen: de belasting die geheven wordt conform de bepalingen van titel 2, hoofdstuk 5, van deze codex;";
2° punt 25° wordt opgeheven.

Artikel 20. (09/01/2017- ...)

In artikel 2.1.5.0.2, § 2, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 wordt het laatste lid opgeheven.
 

Artikel 21. (01/01/2017- ...)

In artikel 2.1.6.0.2 van hetzelfde decreet wordt het laatste lid vervangen door wat volgt:
"De volgende goederen komen in aanmerking voor de toepassing van het eerste lid, 2° : de onroerende goederen die opgenomen zijn in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, vermeld in artikel 25, § 1, van het decreet van 22 december 1995, of in de inventaris van ongeschikte of onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het voornoemde decreet.".
 

Artikel 22. (01/01/2016- ...)

Aan artikel 2.3.6.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. Er wordt een vrijstelling van de belasting verleend voor de op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen.

In het eerste lid wordt verstaan onder op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen, afgekort als `RPAS': luchtvaartuigsystemen als vermeld in artikel 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim.".
 

Artikel 23. (01/04/2016- ...)

In artikel 2.4.4.0.2 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 3 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het derde lid, 2°, worden de woorden "de hogere of lagere eurocent naargelang het cijfer van het duizendste al dan niet vijf bereikt" vervangen door de woorden "het hogere of lagere tiende van een eurocent naargelang het cijfer van het honderdste van de eurocent al dan niet vijf bereikt";
2° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de toepassing van dit artikel worden de voertuigen die uitsluitend aangedreven worden door een elektrische motor of waterstof, beschouwd als behorend tot de EURO-emissieklasse 6.".
 

Artikel 24. (01/04/2016- ...)

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 maart 2016, wordt een artikel 2.4.4.0.5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 2.4.4.0.5. In dit artikel wordt verstaan onder de niet voor de weg bestemde mobiele machines: de voertuigen, vermeld in artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit van 5 december 2004 houdende vaststelling van productnormen voor inwendige verbrandingsmotoren in niet voor de weg bestemde mobiele machines.

Als de EURO-emissieklasse van het voertuig niet bekend is, wordt die parameter voor de toepassing van artikel 2.4.4.0.2, eerste lid, 8°, bepaald overeenkomstig de volgende bepalingen:
1° voor de niet voor de weg bestemde mobiele machines:
a) als de emissienorm, uitgedrukt in `Fase' of in `Tier', is vermeld op de boorddocumenten van het voertuig, conform de volgende tabel:

emissienorm op boorddocumenten emissienorm op boorddocumenten EURO-emissieklasse voor de kilometerheffing
Fase I    Euro I
Fase II    Euro II
Fase IIIa Tier 3 Euro III
Fase IIIb Tier 4i Euro V
Fase IV Tier 4 Euro VI

b) als er geen emissienorm, uitgedrukt in `Fase' of in `Tier', is vermeld op de boorddocumenten van het voertuig, conform de volgende tabel:
datum van eerste inschrijving van het voertuig in het binnen- of buitenland EURO-emissieklasse voor de kilometerheffing
vanaf 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001 Euro I
vanaf 1 januari 2002 tot en met 31 december 2005 Euro II
vanaf 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010 Euro III
vanaf 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 Euro V
vanaf 1 januari 2014 Euro VI

2° voor vrachtwagens en andere voertuigen dan de voertuigen, vermeld in punt 1°, als er geen emissienorm is vermeld op de boorddocumenten van het voertuig:
datum van eerste inschrijving van het voertuig in het binnen- of buitenland EURO-emissieklasse voor de kilometerheffing
vanaf 1 oktober 1993 tot en met 30 september 1996 Euro I
vanaf 1 oktober 1996 tot en met 30 september 2001 Euro II
vanaf 1 oktober 2001 tot en met 30 september 2006 Euro III
vanaf 1 oktober 2006 tot en met 30 september 2009 Euro IV
vanaf 1 oktober 2009 tot en met 31 december 2013 Euro V
vanaf 1 januari 2014 Euro VI

Artikel 25. (01/01/2017- ...)

In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 5 vervangen door wat volgt:
"HOOFDSTUK 5. - Heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen".

Artikel 26. (01/01/2017- ...)

Artikel 2.5.1.0.1 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
"Artikel 2.5.1.0.1. § 1. De gemeenten zijn gemachtigd tot het heffen van een gemeentelijke heffing op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen die opgenomen zijn in de inventaris, rekening houdend met het minimale voorschrift dat de minimumaanslag bedraagt:
a) 500 euro voor een kamer als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 10° bis, van de Vlaamse Wooncode;
b) 990 euro voor elke andere woning dan deze, vermeld in a).

§ 2. De gemeente geeft vóór 31 maart van het aanslagjaar aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kennis over de heffing, vermeld in paragraaf 1, aan de hand van een voor eensluidend verklaard afschrift van het gemeenteraadsbesluit.

§ 3. Er wordt een gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen geheven op ongeschikte en onbewoonbare woningen die opgenomen zijn in de inventaris. Als de gemeente een eigen heffingsreglement heeft dat minstens één van de minima voorziet vermeld in paragraaf 1, dan wordt in die gemeente de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen niet geheven.".
 

Artikel 27. (01/01/2017- ...)

In artikel 2.5.2.0.1 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "een gebouw of" opgeheven;
2° in het derde lid wordt de zinsnede "artikel 27, § 3," vervangen door de zinsnede "artikel 29".
 

Artikel 28. (01/01/2017- ...)

In artikel 2.5.3.0.1, 2.5.6.0.1, 2.5.7.0.1, eerste en tweede lid, en artikel 2.5.7.0.2, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet worden de woorden "het gebouw of" telkens opgeheven.
 

Artikel 29. (01/01/2017- ...)

In artikel 2.5.4.0.1 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid, 1°, worden de woorden "het geïnventariseerde gebouw of" opgeheven;
2° het derde lid wordt opgeheven.

Artikel 30. (01/01/2017- ...)

In artikel 2.5.4.0.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "verkrottingsheffing woningen en gebouwen" vervangen door de woorden "heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen".

Artikel 31. (01/01/2017- ...)

In artikel 2.5.6.0.2, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "de gebouwen of" telkens opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "het gebouw of" telkens opgeheven.
 

Artikel 32. (01/01/2017- ...)

In artikel 2.5.6.0.2, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "of het gebouw" opgeheven.
 

Artikel 33. (01/01/2017- ...)

In artikel 2.5.7.0.3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "de administratieve akte, vermeld in artikel 32 van het decreet van 22 december 1995," vervangen door de zinsnede "het besluit tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring, vermeld in artikel 27 van het decreet van 22 december 1995,";
2° in het eerste lid wordt de zinsnede "de administratieve akte," vervangen door de zinsnede "het besluit tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring,";
3° in het eerste lid en tweede lid, 1°, worden de woorden "het gebouw of" telkens opgeheven;
4° in het tweede lid, 4°, wordt het woord "gebouwdelen" vervangen door de woorden "delen van de woning".
 

Artikel 34. (01/01/2017- ...)

In artikel 2.7.1.0.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. De sommen, renten of waarden die kosteloos aan een persoon kunnen toekomen bij het overlijden van de erflater, ingevolge een contract dat een door de erflater of door een derde in het voordeel van die persoon gemaakt beding bevat, worden geacht als legaat te zijn verkregen door die persoon.
Ook de sommen, renten of waarden die kosteloos aan een persoon zijn toegekomen, binnen drie jaar vóór het overlijden van de erflater, ingevolge een contract dat een door de erflater in het voordeel van die persoon gemaakt beding bevat, worden geacht als legaat te zijn verkregen door die persoon.
Als de erflater een contract had afgesloten op grond waarvan er pas een uitkering kan gebeuren na het overlijden van de erflater, worden de sommen, renten of waarden geacht kosteloos te worden verkregen, en geacht als legaat te zijn verkregen, naar gelang van het geval:
1° door de persoon die het levensverzekeringscontract afkoopt na het overlijden van de erflater, op het tijdstip van de afkoop;
2° door de persoon die de sommen, renten of waarden effectief verkrijgt na het overlijden van de erflater, op het tijdstip dat er een uitkering gebeurt.
Wanneer een overledene gehuwd was onder een stelsel van gemeenschap, gelden de bepalingen van het eerste, het tweede en het derde lid ook voor de sommen, renten of waarden die kosteloos aan de langstlevende echtgenoot toekomen ingevolge een levensverzekeringscontract of een contract met vestiging van rente dat door die langstlevende echtgenoot is gesloten.";
2° aan paragraaf 2, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Dit tegenbewijs kan niet worden geleverd door aan te tonen dat het contract werd geschonken aan deze persoon.".
 

Artikel 35. (09/01/2017- ...)

Aan artikel 2.7.3.2.8 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 2. In het geval van een levensverzekeringscontract wordt de belastbare grondslag van de sommen, renten of waarden, die aan de persoon, vermeld in artikel 2.7.1.0.6, kunnen toekomen, verminderd met het bedrag dat als belastbare grondslag heeft gediend voor de heffing van de schenkbelasting indien het contract door de erflater aan die persoon werd geschonken.".
 

Artikel 36. (09/01/2017- ...)

In artikel 2.7.3.4.2, zesde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 juli 2015, wordt tussen de zinsnede "van het jaar 2014" en de woorden "Na de toepassing van" de zin "Het gemiddelde van de maandelijkse indexcijfers wordt afgerond op het hogere of lagere honderdste naargelang het cijfer van de duizendsten al of niet vijf bereikt, en de coëfficiënt wordt afgerond op het hogere of lagere tienduizendste naargelang het cijfer van de honderdduizendsten al of niet vijf bereikt." ingevoegd.
 

Artikel 37. (09/01/2017- ...)

In artikel 2.8.3.0.1, § 3, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "Voor de toepassing van paragraaf 2" vervangen door de zinsnede "Voor de toepassing van paragraaf 1".
 

Artikel 38. (09/01/2017- ...)

Aan artikel 2.8.3.0.3, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het eerste lid is niet van toepassing op de onroerende goederen die deel uitmaken van een vrijgestelde schenking van activa als vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 1, 1°. ".
 

Artikel 39. (09/01/2017- ...)

In artikel 2.8.6.0.1, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zin "De schenkbelasting is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, 4°, als binnen de periode, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, geen brownfieldconvenant voor het project wordt gesloten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant." vervangen door de zin "De schenkbelasting is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, 4°, als de Vlaamse Regering beslist tot stopzetting van de onderhandelingen als vermeld in artikel 8, § 3, vierde lid, van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant.".
 

Artikel 40. (09/01/2017- ...)

In artikel 2.9.3.0.3, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt punt c) vervangen door wat volgt:
"c) het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, vermeld in artikel 25, § 1, van het decreet van 22 december 1995, of de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het voornoemde decreet;

Artikel 41. (09/01/2017- ...)

In artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "een hoger verkooprecht dan het verkooprecht dat" vervangen door de woorden "een hogere registratiebelasting dan de registratiebelasting die".
 

Artikel 42. (09/01/2017- ...)

In artikel 2.9.6.0.2, eerste lid, 9°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "of de inbreng in" worden telkens opgeheven;
2° de zinsnede ", evenals akten houdende verdeling, na ontbinding of splitsing van een bovenbedoelde vereniging" wordt opgeheven.
 

Artikel 43. (09/01/2017- ...)

In artikel 2.9.6.0.3, vijfde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zin "Het verkooprecht is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, 12°, als binnen de periode, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, geen brownfieldconvenant voor het project wordt gesloten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant." vervangen door de zin "Het verkooprecht is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, 12°, als de Vlaamse Regering beslist tot stopzetting van de onderhandelingen als vermeld in artikel 8, § 3, vierde lid, van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant.".
 

Artikel 44. (09/01/2017- ...)

Aan artikel 2.10.6.0.1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° de akten die met toepassing van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, verrichtingen vaststellen als vermeld in artikel 2.10.1.0.1, hetzij ten bate van openbare centra voor maatschappelijk welzijn hetzij ten bate van op grond van de voormelde wet opgerichte verenigingen, alsook akten houdende verrichtingen als vermeld in artikel 2.10.1.0.1, na ontbinding of splitsing van een voormelde vereniging.".
 

Artikel 45. (09/01/2017- ...)

In artikel 2.10.6.0.3, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zin "Het verdeelrecht is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, als binnen de periode, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, geen brownfieldconvenant over het project wordt gesloten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant." vervangen door de zin "Het verdeelrecht is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, als de Vlaamse Regering beslist tot stopzetting van de onderhandelingen als vermeld in artikel 8, § 3, vierde lid, van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant.".
 

Artikel 46. (01/01/2017- ...)

In artikel 3.1.0.0.5 en artikel 3.3.2.0.1, tweede lid, 5°, van hetzelfde decreet worden de woorden "verkrottingsheffing woningen en gebouwen" vervangen door de woorden "heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen

Artikel 47. (09/01/2017- ...)

Aan artikel 3.3.1.0.5, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2015, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid is de termijn voor de indiening van de aangifte, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, in geval van een onbeheerde nalatenschap als vermeld in artikel 811 van het Burgerlijk Wetboek, vier maanden vanaf de aanstelling van de curator, vermeld in artikel 813 van het Burgerlijk Wetboek.".

Artikel 48. (01/01/2017- ...)

In artikel 3.3.1.0.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het eerste lid wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° in het geval van artikel 2.7.1.0.6, § 1, derde lid, als, naar gelang van het geval, het levensverzekeringscontract wordt afgekocht of er op grond van het contract een uitkering gebeurt.";
2° een zevende lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In het geval vermeld in het eerste lid, 6°, moet de aangifte worden ingediend, naar gelang van het geval, door de persoon die het levensverzekeringscontract afkoopt of door de persoon die de uitkering op grond van het contract verkrijgt.".
 

Artikel 49. (01/01/2017- ...)

In artikel 3.3.2.0.1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 6°, worden de woorden "verkrottingsheffing woningen en gebouwen" vervangen door de woorden "heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen";
2° in het tweede lid, 5°, worden de woorden "verkrottingsheffing woningen en gebouwen" vervangen door de woorden "heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen" en wordt de zinsnede "artikel 24, 7°, " vervangen door de zinsnede "artikel 24, 6°,

Artikel 50. (01/01/2017- ...)

In artikel 3.3.3.0.1, § 4, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "verkrottingsheffing woningen en gebouwen" vervangen door de woorden "heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen";
2° het derde lid wordt opgeheven.

Artikel 51. (09/01/2017- ...)

In artikel 3.4.2.0.1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt tussen het woord "belasting" en het woord "moet" de zinsnede "of de administratieve geldboete, vermeld in artikel 3.18.0.0.1," ingevoegd.

Artikel 52. (01/01/2017- ...)

In artikel 3.10.3.1.1, § 2, tweede lid, en 3.10.4.1.2, §§ 5 en 6, van hetzelfde decreet worden de woorden "verkrottingsheffing woningen en gebouwen" vervangen door de woorden "heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen".

Artikel 53. (09/01/2017- ...)

In artikel 3.12.3.0.6 van het zelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Deze registratiebelasting wordt geacht betaald te zijn als de akten of geschriften, vermeld in het eerste lid, voorafgaandelijk of uiterlijk samen met de akte van de notaris of het exploot of proces-verbaal van de gerechtsdeurwaarder ter registratie worden aangeboden.".

Artikel 54. (01/04/2016- ...)

In artikel 3.18.0.0.1, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2015, wordt tussen de zinsnede "paragraaf 4," en de woorden "worden ingevorderd" de zinsnede "eerste lid," ingevoegd.

Artikel 55. (01/04/2016- ...)

In artikel 3.18.0.0.2 wordt de zinsnede "titel 2, hoofdstuk 4" vervangen door de woorden "het eurovignet".
 

Artikel 56. (01/01/2015- ...)

In artikel 5.0.0.0.1, 5°, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen de zinsnede "artikel 88," en de zinsnede "artikel 94" wordt de zinsnede "artikel 921 (als het geen betrekking heeft op het recht van hypotheekvestiging), artikel 922," ingevoegd;
2° de zinsnede "artikel 160, artikel 161, 1° bis, 3° (als het geen betrekking heeft op verkooprecht), 4° (als het geen betrekking heeft op verkooprecht), 5°, 10°, 12° en 13°, " wordt vervangen door de zinsnede "artikel 160, artikel 161, 1° (als het geen betrekking heeft op verkooprecht of verdeelrecht), 1° bis, 3° (als het geen betrekking heeft op verkooprecht), 4° (als het geen betrekking heeft op registratiebelasting), 5°, 10°, 12° en 13°,

Artikel 57. (01/01/2017- ...)

In bijlage 1, concordantietabel 1, tabel 9, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2014, en in het opschrift ervan, worden de woorden "en gebouwen" telkens opgeheven.

Artikel 58. (01/01/2015- ...)


In bijlage 1, concordantietabel 1, tabel 18, van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2015, wordt de rij

Art. 922 opgeheven

Artikel 59. (01/01/2017- ...)

In de bijlage 1, concordantietabel 2, tabel 9, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2014, en in het opschrift ervan, worden de woorden "en gebouwen" telkens opgeheven.

HOOFDSTUK 9 Slotbepaling

Artikel 60. (09/01/2017- ...)

Dit decreet treedt in werking 10 dagen na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van:
1° artikel 4 tot en met 9, 19, 21, 25 tot en met 33, 46, 49, 50, 52, 57 en 59, die in werking treden vanaf aanslagjaar 2017;
2° artikel 10, 11, 12 en 13 tot en met 18, die in werking treden op 1 januari 2017.
Artikel 2 en 3 hebben uitwerking met ingang van 1 augustus 2016.
Artikel 22 heeft uitwerking vanaf aanslagjaar 2016.
Artikel 23, 24, 54 en 55 hebben uitwerking met ingang van 1 april 2016.
Artikel 34 en 48 hebben uitwerking voor overlijdens vanaf 1 januari 2017.
Artikel 56 en 58 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015.