Ministerieel besluit tot uitvoering van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013

Datum 25/11/2016

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Definities
  2. HOOFDSTUK 2 Beroepskwalificatie
    1. Afdeling 1 Bekwaamheidsattest
      1. Onderafdeling 1 Attest kennismaken met de gezinsopvang
      2. Onderafdeling 2 Attest werken in de kinderopvang
      3. Onderafdeling 3 Attest kennis van levensreddend handelen
      4. Onderafdeling 4 Attest kennis organisatorisch beheer
      5. Onderafdeling 5 Attest kennis Nederlands
    2. Afdeling 2 Opleidingstitel
    3. Afdeling 3 [... (opgeh. MB 21 mei 2019, art. 4, I: 28 september 2019)]
      1. Onderafdeling 1 [... (opgeh. MB 21 mei 2019, art. 4, I: 28 september 2019)]
      2. Onderafdeling 2 [... (opgeh. MB 21 mei 2019, art. 4, I: 28 september 2019)]
      3. Onderafdeling 3 [... (opgeh. MB 21 mei 2019, art. 4, I: 28 september 2019)]
  3. HOOFDSTUK 4 Voorwaarden voor een veilig bed
  4. HOOFDSTUK 5 Modellen voor brandveiligheid, slaaphouding en medische geschiktheid
  5. [HOOFDSTUK 5/1 Norm voor pedagogische kwaliteit (ing. MB 15 december 2017, art. 1, I: 1 april 2018)]
  6. HOOFDSTUK 6 Slotbepaling
  7. BIJLAGE 1
  8. BIJLAGE 2
  9. BIJLAGE 3
  10. BIJLAGE 4
  11. BIJLAGE 5
  12. BIJLAGE 6
  13. BIJLAGE 7
  14. BIJLAGE 8
  15. BIJLAGE 9
  16. BIJLAGE 10

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,

Gelet op het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 6, § 5;

Gelet op het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, artikel 8, 1° en 2°, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 en 9 oktober 2015, artikel 11, artikel 20, tweede lid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, artikel 23, tweede lid en 24, § 2, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, artikel 40, § 2, eerste lid, 2°, a) en b), 3°, 4° en 5°, artikel 43, § 2, eerste lid, 2°, a) en b), 3° en 4°, en § 3, artikel 45, eerste lid, 2°, a) en b), vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, en artikel 73, tweede lid, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015;

Gelet op het ministerieel besluit van 27 februari 2014 ter uitvoering van artikel 8, 11, 40, 43 en 73, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, wat betreft de kwalificatiebewijzen en attesten;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 24 juni 2016;

Gelet op advies 59.291/3 van de Raad van State, gegeven op 19 mei 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op advies 60.032/3 van de Raad van State, gegeven op 19 oktober 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat de Europese Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, zoals gewijzigd door richtlijn 2013/55/EU en verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt, de regels vaststelt volgens welke een lidstaat die de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep op zijn grondgebied afhankelijk stelt van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties, de in een andere lidstaat of andere lidstaten verworven beroepskwalificaties die de houder van die kwalificaties het recht verlenen er hetzelfde beroep uit te oefenen, erkent voor de toegang tot en de uitoefening van dat beroep;

Overwegende dat kinderopvang een gereglementeerd beroep is sinds de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 en vanaf dan onder de toepassing van de richtlijn valt;

Overwegende dat overeenkomstig artikel 60 van de richtlijn de lidstaten een verslag moeten voorleggen aan de Commissie over de toepassing van de richtlijn, en dat het verslag vanaf 18 januari 2016 gedetailleerde informatie moet bevatten,

Besluit :
 

HOOFDSTUK 1 Definities

Artikel 1. (28/01/2017- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder :
1° beroepskwalificatie : een kwalificatie die wordt gestaafd door een opleidingstitel, een bekwaamheidsattest als vermeld in punt 1.1 van bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, of beroepservaring;
2° beroepservaring : de daadwerkelijke en geoorloofde voltijdse of gelijkwaardige deeltijdse uitoefening van het betrokken beroep in een lidstaat;
3° lidstaat : een lidstaat van de Europese Unie;
4° opleidingstitel : een diploma, een certificaat of een andere titel die door een volgens de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat aangewezen autoriteit, is afgegeven ter afsluiting van een overwegend in de Gemeenschap gevolgde beroepsopleiding. Als dat niet van toepassing is, wordt de volgende opleidingstitel met een opleidingstitel gelijkgesteld : elke in een derde land afgegeven opleidingstitel, wanneer de houder ervan in het betrokken beroep een beroepservaring van drie jaar heeft op het grondgebied van de lidstaat die de betrokken opleidingstitel heeft erkend en indien die lidstaat deze beroepservaring bevestigt.
 

HOOFDSTUK 2 Beroepskwalificatie

Afdeling 1 Bekwaamheidsattest

Onderafdeling 1 Attest kennismaken met de gezinsopvang

Artikel 2. (28/01/2017- ...)

Het attest van het volgen van de module "kennismaken met de gezinsopvang", vermeld in artikel 11 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, toont aan dat de houder ervan de volgende leerinhouden gevolgd heeft :
1° de specifieke aspecten van de gezinsopvang : de impact op de gezinssituatie, het financiële aspect, de organisatie en de taken van een kinderbegeleider, en de competenties;
2° de belastende en faciliterende factoren voor de job van kinderbegeleider gezinsopvang.
Een instantie die een attest uitreikt, voldoet aan de volgende criteria :
1° duurzaam zijn;
2° opleiders met voldoende kennis en ervaring hebben;
3° toegankelijk zijn zodat een opleiding gecombineerd kan worden met werk;
4° geografisch voldoende verspreid zijn;
5° betaalbaar zijn;
6° een beleid rond de erkenning van verworven competenties realiseren;
7° een interne controle-instantie hebben;
8° een externe controle-instantie hebben.

De instanties die een attest als vermeld in het eerste lid, kunnen uitreiken, zijn de instanties opgenomen in punt 1 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
 

Onderafdeling 2 Attest werken in de kinderopvang

Artikel 3. (28/01/2017- ...)

Het attest van het volgen van de module "werken in de kinderopvang", vermeld in artikel 73, tweede lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, toont aan dat de houder ervan de volgende leerinhouden gevolgd heeft :
1° professioneel opvoeden van kinderen : basisbehoeften van jonge kinderen, begeleidersstijl;
2° samenwerken met gezinnen, het gezin als partner in de opvoeding;
3° verzorgende aspecten : gezonde voeding, veiligheid, verzorging, levensreddend handelen.

Een instantie die een attest uitreikt, voldoet aan de criteria, vermeld in artikel 2, tweede lid.

De instanties die een attest als vermeld in het eerste lid, kunnen uitreiken, zijn de instanties opgenomen in punt 1 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
 

Onderafdeling 3 Attest kennis van levensreddend handelen

Artikel 4. (28/01/2017- ...)

In dit artikel wordt verstaan onder richtlijnen van de Europese Reanimatieraad : de richtlijnen van de European Resuscitation Council, gepubliceerd op de website van de European Resuscitation Council.

Het attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen, vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 4°, en artikel 43, § 2, eerste lid, 3°, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, toont aan dat de houder ervan een opleiding van minstens drie uur met de volgende leerinhouden gevolgd heeft :
1° een theoretisch deel, waarbij de typische gevaren voor baby's en peuters, de basisprincipes van de eerste hulp, het stappenplan van reanimatie volgens de geldende richtlijnen van de Europese Reanimatieraad en het bewustzijn, de ademhaling en de bloedcirculatie van baby's en peuters aan bod komen;
2° een praktisch deel, waarbij ruim de tijd gegeven wordt om te oefenen en waarbij het inoefenen van reanimatie van baby's en peuters op baby- en peuterreanimatiepoppen, de handelingen bij verslikken en stikken, en de veiligheidshouding aan bod komen.

Een instantie die een attest van levensreddend handelen uitreikt, zorgt ervoor dat de opleiding wordt gegeven door een persoon die :
1° een van de volgende opleidingstitels of bekwaamheidsattesten heeft :
a) een masterdiploma of een diploma van universitair onderwijs Geneeskunde;
b) een bachelordiploma of een diploma hoger onderwijs van één cyclus Verpleegkunde, of een diploma van gegradueerde in de verpleegkunde of een diploma van het derde jaar van de vierde graad van de studierichting Verpleegkunde, of een bachelordiploma of een diploma hoger onderwijs van één cyclus Vroedkunde, of een diploma van gegradueerde in de vroedkunde;
c) een geldig brevet Hulpverlener-Ambulancier. De hulpverlener-ambulancier is bovendien drager van een onderscheidingsteken, uitgereikt door de FOD Volksgezondheid, en heeft drie jaar ervaring in het kader van de dringende geneeskundige hulpverlening;
d) een opleidingstitel die ten opzichte van de opleidingstitel, vermeld in punt a) en b), als gelijkwaardig erkend is als vermeld in de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015;
2° theoretische en praktische kennis van levensreddend handelen bij kinderen heeft volgens de actueel geldende richtlijnen van de Europese Reanimatieraad;
3° ervaring in het aanleren van levensreddend handelen heeft volgens de actueel geldende richtlijnen van de Europese Reanimatieraad.

De instanties die een attest als vermeld in het tweede lid, kunnen uitreiken, zijn de instanties opgenomen in punt 2 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
 

Onderafdeling 4 Attest kennis organisatorisch beheer

Artikel 5. (28/01/2017- ...)

Het attest van de kennis om een kinderopvanglocatie organisatorisch te beheren, vermeld in artikel 8, 1°, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, toont aan dat de houder ervan de volgende leerinhouden, die specifiek gericht zijn op de kinderopvang, gevolgd heeft voor het volgende aantal uren, hetzij lesuren, hetzij uren die de cursist geacht wordt aan de studie te spenderen :
1° de principes en de opmaak van een ondernemingsplan met de essentiële onderdelen ervan, zoals aangegeven in het Startkompas van het Agentschap Ondernemen, voor minstens zestien uur;
2° de basisprincipes voor het voeren van een boekhouding, van fiscaliteit en van steun- en financieringsmaatregelen, de principes van kasplanning en de toepassing ervan in het kasboek, voor minstens twaalf uur;
3° de basiskennis van de verschillende ondernemingsvormen, voor minstens vier uur;
4° de basiskennis van de verschillende sociaalrechtelijke statuten en van het arbeidsrecht, voor minstens vier uur;
5° de kennis van de verschillende prijssettings, voor minstens vier uur.

Een instantie die een attest uitreikt, voldoet aan de criteria, vermeld in artikel 2, tweede lid.

De instanties die een attest als vermeld in het eerste lid, kunnen uitreiken, zijn de instanties opgenomen in punt 3 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Het kwalificatiebewijs, vermeld in artikel 8, 2°, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, is een van de attesten, vermeld in de lijst van bekwaamheidsattesten en opleidingstitels, opgenomen in punt 5 van bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
 

Onderafdeling 5 Attest kennis Nederlands

Artikel 6. (28/01/2017- ...)

De attesten, vermeld in de lijst van opleidingstitels en bekwaamheidsattesten opgenomen in punt 6 van bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd, kunnen beschouwd worden als een attest van actieve kennis van het Nederlands als vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 3° en artikel 43, § 3 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.
 

Afdeling 2 Opleidingstitel

Artikel 7. (28/01/2017- ...)

Het kwalificatiebewijs voor de verantwoordelijke, vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 5°, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, is een van de opleidingstitels, vermeld in punt 1, 2 of 4 van bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd. Het kwalificatiebewijs voor de kinderbegeleider, vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, a), van het voormelde besluit, is een van de opleidingstitels, vermeld in punt 3 of 4 van bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.

Er zijn verschillende mogelijke opleidingstitels naargelang het gaat om een verantwoordelijke voor maximaal achttien kinderopvangplaatsen of een verantwoordelijke voor meer dan achttien kinderopvangplaatsen.
 

Artikel 8. (28/01/2017- ...)

Het bewijs van een kwalificerend traject, vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, b), van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, is een inschrijvingsbewijs van maximaal drie jaar oud voor een opleiding die leidt tot het behalen van een opleidingstitel als vermeld in punt 3 van bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
 

Afdeling 3 [... (opgeh. MB 21 mei 2019, art. 4, I: 28 september 2019)]

Onderafdeling 1 [... (opgeh. MB 21 mei 2019, art. 4, I: 28 september 2019)]

Artikel 9. (28/09/2019- ...)

...

Onderafdeling 2 [... (opgeh. MB 21 mei 2019, art. 4, I: 28 september 2019)]

Artikel 10. (28/09/2019- ...)

...

Artikel 11. (28/09/2019- ...)

...

Onderafdeling 3 [... (opgeh. MB 21 mei 2019, art. 4, I: 28 september 2019)]

Artikel 12. (28/09/2019- ...)

...

Artikel 13. (28/09/2019- ...)

...

Artikel 14. (28/09/2019- ...)

...

Artikel 15. (28/09/2019- ...)

...

Artikel 16. (28/09/2019- ...)

...

HOOFDSTUK 4 Voorwaarden voor een veilig bed

Artikel 17. (28/01/2017- ...)

Een veilig bed als vermeld in artikel 20 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, voldoet aan een van de volgende voorwaarden :
1° het bed is gemarkeerd met vermelding van de EN-Europese norm 716 of de wieg is gemarkeerd met vermelding van de EN-Europese norm 1130;
2° het bed of de wieg voldoet aan een gelijkwaardig veiligheidsniveau als nagestreefd door de norm, vermeld in punt 1°, waarvan de voorschriften opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd.

HOOFDSTUK 5 Modellen voor brandveiligheid, slaaphouding en medische geschiktheid

Artikel 18. (28/01/2017- ...)

De brandveiligheidsattesten A, B en C, vermeld in artikel 23, tweede lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, worden opgemaakt volgens de modellen, opgenomen in bijlage 5, 6 en 7, die bij dit besluit zijn gevoegd.

Artikel 19. (28/01/2017- ...)

Het attest over de slaaphouding, vermeld in artikel 24, § 2, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, wordt opgemaakt volgens het model, opgenomen in bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 20. (28/01/2017- ...)

De attesten A en B van medische geschiktheid, vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 2°, a) en b), artikel 43, § 2, eerste lid, 2°, a) en b), en artikel 45, eerste lid, 2°, a) en b), van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, worden opgemaakt volgens de modellen, opgenomen in bijlage 9 en 10, die bij dit besluit zijn gevoegd.
 

[HOOFDSTUK 5/1 Norm voor pedagogische kwaliteit (ing. MB 15 december 2017, art. 1, I: 1 april 2018)]

Artikel 20/1. (01/04/2018- ...)

De norm voor pedagogische kwaliteit, vermeld in artikel 31, § 3, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, bestaat uit een score op al de volgende dimensies van pedagogische kwaliteit:
1° het welbevinden van het kind;
2° de betrokkenheid van het kind;
3° de emotionele ondersteuning van het kind door de kinderbegeleider;
4° de educatieve ondersteuning van het kind door de kinderbegeleider;
5° de omgeving;
6° gezinnen en diversiteit.

Onder de dimensie omgeving, vermeld in het eerste lid, 5°, wordt verstaan: een toegankelijke en stimulerende indeling van de opvangruimtes voor de kinderen met een gevarieerd aanbod aan materialen en activiteiten en een doeltreffende organisatie van tijd en personeel voor de kinderen zoals regelmaat in de dagindeling en continuïteit in de begeleiding.

Onder de dimensie gezinnen en diversiteit, vermeld in het eerste lid, 6°, wordt verstaan: het samenwerken en communiceren met gezinnen, inspraak geven aan en ondersteunen van gezinnen met respect voor de eigenheid van elk gezin.

De organisator krijgt voor elke dimensie een score 1, 2, 3 of 4 op basis van de volgende schaal:
1° een score 1 staat voor onvoldoende;
2° een score 2 staat voor nipt voldoende;
3° een score 3 staat voor goed;
4° een score 4 staat voor uitstekend.

De organisator moet voor elke dimensie een score van minstens 2 behalen. Als een organisator op een dimensie een score 2 behaalt, dan levert hij een inspanning om minstens een score 3 te behalen.

HOOFDSTUK 6 Slotbepaling

Artikel 21. (28/01/2017- ...)

Het ministerieel besluit van 27 februari 2014 ter uitvoering van artikel 8, 11, 40, 43 en 73, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, wat betreft de kwalificatiebewijzen en attesten, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 23 mei 2014 en 24 april 2015, wordt opgeheven.
 

BIJLAGE 1

BIJLAGE 1 (28/01/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/18_1.pdf#page=92

BIJLAGE 2

BIJLAGE 2 (28/01/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/18_1.pdf#page=94

BIJLAGE 3

BIJLAGE 3 (28/09/2019- 26/09/2021)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/18_1.pdf#page=98

* Met ingang van 1 juli 2018 wordt aan punt 1.3 van bijlage 3 een punt g) tot en met j) toegevoegd, die luiden als volgt:
"g) een diploma van het beroepssecundair onderwijs, een bewijs van onderwijskwalificatie "kinderbegeleider duaal" niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur en niveau 4 van het Europese kwalificatiekader, met inbegrip van de beroepskwalificatie "kinderbegeleider baby's en peuters" niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur en de beroepskwalificatie "kinderbegeleider schoolgaande kinderen" niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur;
h) een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd in de vorm van een specialisatiejaar, een bewijs van onderwijskwalificatie "kinderbegeleider duaal" niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur en niveau 4 van het Europese kwalificatiekader, met inbegrip van de beroepskwalificatie "kinderbegeleider baby's en peuters" niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur en de beroepskwalificatie "kinderbegeleider schoolgaande kinderen" niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur;
i) een certificaat, een bewijs van beroepskwalificatie "kinderbegeleider baby's en peuters" niveau 4 van de Vlaamse kwalificatiestructuur en niveau 4 van het Europese kwalificatiekader;
j) uitgereikt tot en met december 2021: een diploma van het ondernemerschapstraject kinderbegeleider baby's en peuters, uitgereikt door SYNTRA Vlaanderen;" (Zie MB 11 oktober 2018, art. 2, I: 1 juli 2018).

* Met ingang van 28 september 2019 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
"1° in punt 1.5, a), wordt de zinsnede ", uitgereikt vanaf september 2011" opgeheven;
2° in punt 1.6 wordt punt a) vervangen door wat volgt:
"a) een attest dat bevestigt dat de graduaatsopleiding Orthopedagogie in het hoger onderwijs, inclusief vrijstellingen, met vrucht is voltooid;";
3° in punt 1.7, a), wordt de zinsnede "Toegepaste Psychologie, Verpleegkunde" vervangen door de zinsnede "Toegepaste Psychologie, Verpleegkunde, Vroedkunde";
4° in punt 1.7, b), wordt de zinsnede "vermeld in punt a)" vervangen door de zinsnede "vermeld in punt a), c), d) en e)";
5° in punt 1.7 wordt punt d) vervangen door wat volgt :
"d) een diploma van een bachelor in de ergotherapie, een diploma van een bachelor in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie of een diploma van een bachelor in de audiologie en logopedie;";
6° aan punt 1.8 wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt :
"f) een attest dat bevestigt dat ofwel minstens twee derde van de modules van de graduaatsopleiding Orthopedagogie van het volwassenenonderwijs, inclusief vrijstellingen, met vrucht is voltooid, ofwel het eerste en het tweede studiejaar van de graduaatsopleiding Orthopedagogie in het volwassenenonderwijs met vrucht zijn voltooid.";
7° aan rubriek 1 wordt een punt 1.9 toegevoegd, dat luidt als volgt :
"1.9 van een master of van het hoger onderwijs van verschillende cycli :
a) een masterdiploma of diploma van het hoger onderwijs van meer dan één cyclus van een afstudeerrichting die behoort tot het studiegebied Psychologie en Pedagogische Wetenschappen;
b) een masterdiploma of diploma van het hoger onderwijs van meer dan één cyclus, gecombineerd met een diploma van leraar, behaald vanaf het schooljaar 2007-2008;
c) een diploma van master in de verpleegkunde en de vroedkunde;
d) een diploma van master in de ergotherapeutische wetenschap of een diploma van master in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie;
e) een diploma van master of Medicine in de jeugdgezondheidszorg;
f) een diploma van master of Science in de logopedische en audiologische wetenschappen.";
8° in punt 2.1 wordt de zinsnede "punt 1.7, a), c) en e)" vervangen door de zinsnede "punt 1.7, a), c), d) en e)";
9° punt 2.2 wordt vervangen door wat volgt :
"2.2 een diploma als vermeld in punt 1.9;";
10° punt 2.4 wordt opgeheven;
11° punt 3.1 en 3.2 worden vervangen door wat volgt:
"3.1 een kwalificatiebewijs als vermeld in punt 1.1 tot en met 1.9.";
12° in punt 6.4 worden tussen de woorden "een deelcertificaat van" en de woorden "een instantie" de woorden "een taalopleiding Nederlands aangeboden door" ingevoegd." (Zie MB 21 mei 2019, art. 5, I: 28 september 2019).

BIJLAGE 4

BIJLAGE 4 (28/01/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/18_1.pdf#page=102

BIJLAGE 5

BIJLAGE 5 (28/01/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/18_1.pdf#page=104

BIJLAGE 6

BIJLAGE 6 (28/01/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/18_1.pdf#page=106

BIJLAGE 7

BIJLAGE 7 (28/01/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/18_1.pdf#page=108

BIJLAGE 8

BIJLAGE 8 (28/01/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/18_1.pdf#page=110

BIJLAGE 9

BIJLAGE 9 (28/01/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/18_1.pdf#page=112

BIJLAGE 10

BIJLAGE 10 (28/01/2017- ...)

http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/01/18_1.pdf#page=114