Ministerieel besluit houdende de bewijsvoering met betrekking tot de subsidiëring van de animatiewerking in de woonzorgcentra en de centra voor kortverblijf, en van de personeelsleden met een ex-DAC- en ex-gescostatuut in de ouderenzorg

Datum 20/12/2016

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Bewijsvoering in het kader van de subsidiëring van de animatiewerking
  2. HOOFDSTUK 2 Bewijsvoering in het kader van de aanvullende subsidiëring in de vorm van een DAC-supplement van de woonzorgcentra die personeelsleden tewerkstellen in een gewezen DAC-statuut
  3. HOOFDSTUK 3 Bewijsvoering in het kader van de subsidiëring van de gewezen gescoprojecten in de ouderenvoorzieningen
  4. HOOFDSTUK 4. - Algemene bepalingen
  5. HOOFDSTUK 5 Overgangs- en slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN,

Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikel 60;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers;

Gelet op bijlage XIV, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, artikel 2, 3° en 4°, 4, 7 en 7/3;

Gelet op het ministerieel besluit van 9 december 2009 houdende de bewijsvoering met betrekking tot de subsidiëringsvoorwaarden in het kader van de animatiewerking en de effectieve tewerkstelling van de personeelsleden die tewerkgesteld zijn met een gewezen DAC-statuut;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 oktober 2016;

Gelet op advies 60.419/3 van de Raad van State, gegeven op 9 december 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,

Besluit :
 

HOOFDSTUK 1 Bewijsvoering in het kader van de subsidiëring van de animatiewerking

Artikel 1. (03/02/2017- ...)

§ 1. Om na te gaan of gedurende het werkingsjaar of het gedeelte ervan waarvoor subsidies worden toegekend het betrokken woonzorgcentrum en in voorkomend geval het betrokken centrum voor kortverblijf voldoen aan de geldende erkenningsvoorwaarde inzake de animator moet de effectieve tewerkstelling van deze personeelsleden worden bewezen.

§ 2. Om het bewijs, vermeld in het eerste lid, te leveren, bezorgt de initiatiefnemer van het woonzorgcentrum of van het centrum voor kortverblijf, aan het Agentschap Zorg en Gezondheid per trimester gegevens over de werkgever en het personeelslid dat voor de animatiewerking in het woonzorgcentrum of het centrum voor kortverblijf ingezet wordt, gebruik makend van een elektronische vragenlijst waarvan de Dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV een model ter beschikking stelt.

In de elektronische vragenlijst worden per trimester onder meer de volgende gegevens vermeld:
1° de volgende gegevens over de werkgever:
a) het statuut;
b) het RSZ of RSZ-PPO-nummer;
c) de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van voltijdse prestaties;
2° de volgende gegevens van elk personeelslid dat voor de animatiewerking in het woonzorgcentrum of het centrum voor kortverblijf ingezet wordt:
a) de voor- en achternaam;
b) het inschrijvingsnummer in het Rijksregister;
c) de beroepskwalificatie;
d) het statuut: loontrekkend of statutair;
e) het aantal gepresteerde en/of gelijkgestelde dagen, vermeld in artikel 8, § 2, a), van het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, par. 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden;
f) het aantal gepresteerde en/of gelijkgestelde uren, vermeld in artikel 8, § 2, a), van het voormelde ministerieel besluit van 6 november 2003;
g) het aantal niet-gelijkgestelde dagen, vermeld in artikel 8, § 2, a), van het voormelde ministerieel besluit van 6 november 2003;
h) de begin- en/of einddatum als het gaat om een nieuw personeelslid of als de indienstneming is afgelopen;
i) de baremieke anciënniteit, vermeld in artikel 13 van het voormelde ministerieel besluit van 6 november 2003.

De gegevens, vermeld in het tweede lid, worden correct en volledig ingevuld.

§ 3. Volgende stukken moeten eveneens in de voorziening ter beschikking worden gehouden:
1° per werknemer, tewerkgesteld als animator, en zijn eventuele vervangers de arbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat betrokkene in het woonzorgcentrum en in voorkomend geval in het centrum voor kortverblijf in dienstverband tewerkgesteld wordt als animator;
2° per werknemer, tewerkgesteld als animator, en zijn eventuele vervangers het diploma of de diploma's van betrokkene.
 

Artikel 2. (03/02/2017- ...)

Voor elk werkingsjaar of het gedeelte ervan waarvoor subsidies werden of worden toegekend moet het jaarplan inzake de animatiewerking en een overzicht van de uitvoering ervan in de voorziening ter beschikking worden gehouden.

Het jaarplan moet aan volgende voorwaarden voldoen :
1° het moet passen in de uitgeschreven visie omtrent de animatiewerking in de voorziening;
2° het omvat de strategische en operationele doelstellingen in het kader van de animatiewerking voor het bedoelde werkingsjaar, waarbij voldoende aandacht uitgaat naar de diverse doelgroepen binnen de voorziening, het leefklimaat in de voorziening en een integrale benadering van het animatiegebeuren in de voorziening;
3° deze doelstellingen worden geconcretiseerd in periodiek terugkerende en eenmalige activiteiten naar de verschillende doelgroepen.
 

Artikel 3. (03/02/2017- ...)

Een document dat de uitgeschreven visie met betrekking tot de animatiewerking omvat en de goedkeuring ervan door het beheersorgaan van de initiatiefnemer moeten in de voorziening ter beschikking worden gehouden.
 

HOOFDSTUK 2 Bewijsvoering in het kader van de aanvullende subsidiëring in de vorm van een DAC-supplement van de woonzorgcentra die personeelsleden tewerkstellen in een gewezen DAC-statuut

Artikel 4. (03/02/2017- ...)

§ 1. De effectieve tewerkstelling van de personeelsleden die te werk gesteld zijn in een vroeger DAC-statuut moet worden bewezen.

§ 2. Om het bewijs, vermeld in paragraaf 1, te leveren worden de volgende stukken en documenten bij het Agentschap Zorg en Gezondheid ingediend:
1° per werknemer van elk gewezen DAC-project en zijn eventuele vervangers een personeelsfiche van de effectief gepresteerde uren en van de gelijkgestelde uren waarvan de loonkosten ten laste zijn genomen door de werkgever, volgens het model dat het voormelde agentschap ter beschikking stelt;
2° het sociaal document individuele rekening van desbetreffend kalenderjaar, waaruit de effectieve tewerkstelling blijkt van de personeelsleden voor wie een personeelsfiche wordt ingediend.

Een afschrift van de documenten, vermeld in het eerste lid, wordt altijd in het woonzorgcentrum ter beschikking gehouden.

§ 3. Per werknemer van elk gewezen DAC-project en zijn eventuele vervangers wordt een afschrift van de arbeidsovereenkomst en de eventuele wijzigingen ervan in het woonzorgcentrum ter beschikking gehouden.
 

HOOFDSTUK 3 Bewijsvoering in het kader van de subsidiëring van de gewezen gescoprojecten in de ouderenvoorzieningen

Artikel 5. (03/02/2017- ...)

§ 1. De effectieve tewerkstelling van de personeelsleden in een gewezen gescoproject moet worden bewezen.

§ 2. Om het bewijs, vermeld in paragraaf 1, te leveren worden de volgende stukken en documenten bij het Agentschap Zorg en Gezondheid ingediend:
1° per werknemer van elk gewezen gescoproject en zijn eventuele vervangers een personeelsfiche van de effectief gepresteerde uren en van de gelijkgestelde uren, waarvan de loonkosten ten laste zijn genomen door de werkgever, volgens het model dat het voormelde agentschap ter beschikking stelt;
2° het sociaal document individuele rekening van het desbetreffende kalenderjaar, waaruit de effectieve tewerkstelling blijkt van de personeelsleden voor wie een personeelsfiche wordt ingediend.

Een afschrift van de documenten, vermeld in het eerste lid, wordt altijd in de ouderenvoorziening ter beschikking gehouden.

§ 3. Per werknemer van elk gewezen gescoproject en zijn eventuele vervangers wordt een afschrift van de arbeidsovereenkomst en de eventuele wijzigingen ervan in de ouderenvoorziening ter beschikking gehouden.
 

HOOFDSTUK 4. - Algemene bepalingen

Artikel 6. (03/02/2017- ...)

De ouderenvoorziening moet de gegevens, vermeld in artikel 1, § 2, tweede lid, binnen negentig dagen die volgen op het werkingsjaar aan het Agentschap Zorg en Gezondheid bezorgen.

Aanvullende gegevens of correcties van vroeger meegedeelde gegevens als vermeld in artikel 1, § 2, tweede lid, over een voorbij werkingsjaar, zijn niet langer ontvankelijk als ze meer dan een jaar na het werkingsjaar aan het voormelde agentschap worden bezorgd.
 

Artikel 7. (03/02/2017- ...)

§ 1. De gegevens, vermeld in artikel 4, § 2 en in artikel 5, § 2, moeten in uitvoering van artikel 7 en 7/3 van bijlage XIV bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009, voornoemd, vóór 1 april van het jaar volgend op het jaar dat in aanmerking genomen wordt voor de subsidiëring aan het Agentschap Zorg en Gezondheid bezorgd worden.

§ 2. De documenten, vermeld in artikel 1 tot en met 5, moeten in uitvoering van artikel 72 van het woonzorgdecreet, voornoemd, bij uitoefening van het toezicht ter plaatse, door de voorziening tijdens het bezoek overhandigd te worden.

§ 3. De documenten, vermeld in artikel 1, § 3, artikels 2 en 3, artikel 4, § 3, en artikel 5, § 3, moeten op eenvoudig verzoek aan het Agentschap Zorg en Gezondheid bezorgd worden.
 

HOOFDSTUK 5 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 8. (03/02/2017- ...)

De subsidiedossiers animatiewerking met betrekking tot het eerste semester 2016 worden verder afgehandeld volgens de bepalingen van het ministerieel besluit van 9 december 2009 houdende de bewijsvoering met betrekking tot de subsidiëringsvoorwaarden in het kader van de animatiewerking en de effectieve tewerkstelling van de personeelsleden die tewerkgesteld zijn met een gewezen DAC-statuut, zoals van toepassing zoals van toepassing vóór de datum van inwerkingtreding van het onderhavige besluit.

Artikel 9. (03/02/2017- ...)

Het ministerieel besluit van 9 december 2009 houdende de bewijsvoering met betrekking tot de subsidiëringsvoorwaarden in het kader van de animatiewerking en de effectieve tewerkstelling van de personeelsleden die tewerkgesteld zijn met een gewezen DAC-statuut wordt opgeheven.