Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 4 april 2014 houdende de uitwisseling van informatie over een inname van het openbaar domein in het Vlaamse Gewest [en van het decreet van 10 november 2017 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten voor de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid en tot wijziging van diverse decreten (ing. BVR 20 juli 2018, art. 2, I: 15 september 2018)]

Datum 09/12/2016

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, artikel 2, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006, en tweede lid;

Gelet op het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren, artikel 2, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006, en tweede lid;

Gelet op het GIPOD-decreet van 4 april 2014, artikel 8, § 1 en § 2, artikel 9, § 1, artikel 11, § 3, artikel 12, artikel 16, § 1, § 2 en § 3, en artikel 17;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 11 oktober 2016;

Gelet op advies 60.331/3, gegeven op 25 november 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding;

Na beraadslaging,

Besluit :
 

Artikel 1.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

(01/06/2021- ...)

Een werkopdracht van categorie 2 of 3 als vermeld in artikel 8, § 2, 3°, van het GIPOD-decreet van 4 april 2014 wordt uiterlijk drie weken vóór de geplande aanvang van de werkzaamheden ingegeven in het GIPOD.

De termijn, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing als de werken betrekking hebben op:
1° dringende individuele klantaansluitingen van nutsvoorzieningen die binnen een termijn van drie weken moeten starten;
2° dringende herstellingen die binnen een termijn van drie weken moeten starten.

In die gevallen wordt de werkopdracht onmiddellijk bij kennisneming van de geplande aanvang in het GIPOD ingegeven.
 

Artikel 2.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

(01/06/2021- ...)

Elke andere geplande inname als vermeld in artikel 9, § 1, van het GIPOD-decreet van 4 april 2014 wordt uiterlijk twee weken vóór de geplande aanvang van de werkzaamheden ingegeven in het GIPOD. Als de inname een omleiding van het gemotoriseerde verkeer vereist, wordt die inname uiterlijk drie weken vóór de geplande aanvang ingegeven in het GIPOD.

Als de gemeente niet tijdig kennis heeft van elke andere geplande inname als vermeld in artikel 9, § 1, van het GIPOD-decreet van 14 april 2014, wordt die andere geplande inname onmiddellijk bij kennisneming van de geplande aanvangsdatum in het GIPOD ingegeven.
 

Artikel 3. (01/01/2017- ...)

Een synergie als vermeld in artikel 11, § 3, van het GIPOD-decreet van 4 april 2014 wordt uiterlijk één maand vóór de geplande aanvangsdatum van de synergie in het GIPOD ingegeven.
 

Artikel 4.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

(01/06/2021- ...)

§ 1. Elke omleiding als vermeld in artikel 12 van het GIPOD-decreet van 4 april 2014 wordt ofwel door de gemeente, ofwel door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de gemeente heeft aangewezen, ingegeven in het GIPOD. Het initiële voorstel van omleiding wordt uiterlijk drie weken vóór de geplande aanvang van de omleiding ingegeven.

De termijn, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing als de geplande werkopdracht of andere inname die de omleiding veroorzaakt, niet bekend is binnen die termijn. In dat geval moet de omleiding onmiddellijk bij kennisneming van de veroorzakende geplande werkopdracht of andere inname worden ingegeven in het GIPOD.
§ 2. Minstens de volgende informatie over de aangevraagde omleiding moet worden ingegeven in het GIPOD:
1° het traject;
2° de richting;
3° de periode;
4° een beschrijving;
5° de weggebruikers die de omleiding moeten volgen.
 

Artikel 5. (01/01/2017- ...)

Ter uitvoering van artikel 16 van het GIPOD-decreet van 4 april 2014, wijst de leidend ambtenaar van het agentschap de personeelsleden aan die bevoegd zijn om inbreuken op de verplichtingen, vermeld in artikel 8 tot en met 13 van het GIPOD-decreet van 4 april 2014, vast te stellen en aanmaningen te verzenden.

Als het bevoegde personeelslid van het agentschap, vermeld in het eerste lid, een inbreuk vaststelt op de verplichtingen, vermeld in artikel 8 tot en met 13 van het GIPOD-decreet van 4 april 2014, stelt het de betrokkene met een aangetekende brief in gebreke door vermelding van de feiten en de inbreuken, en maant het hem aan om, voor zover dat nog mogelijk is, binnen een door het agentschap te bepalen termijn die loopt vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief, zijn verplichtingen alsnog na te komen.

De leidend ambtenaar van het agentschap wijst personeelsleden aan die bevoegd zijn om overeenkomstig artikel 16 van het GIPOD-decreet van 4 april 2014 een administratieve geldboete op te leggen. Om het bedrag van de administratieve geldboete te bepalen wordt rekening gehouden met:
1° de ernst van de hinder voor de weggebruikers;
2° de grootte van de zone die is ingenomen;
3° de periode van de inname van de openbare weg.

De administratieve geldboete moet worden betaald binnen dertig dagen nadat de beslissing definitief is geworden. Als de betrokkene niet in beroep gaat, is dat binnen de termijn van dertig dagen vanaf de datum van de afgifte op de post van de aangetekende brief of vanaf de datum van de brief tegen ontvangstbewijs, vermeld in artikel 16, § 2, derde lid. In geval van een bevestigende beslissing door de beroepsinstantie moet de betrokkene de administratieve geldboete betalen binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing van de beroepsinstantie.

De ambtenaren van het agentschap Vlaamse Belastingdienst, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot oprichting van het agentschap Vlaamse Belastingdienst, worden ermee belast het dwangbevel, vermeld in artikel 16, § 3, tweede lid, van het GIPOD-decreet van 4 april 2014, uit te vaardigen en de administratieve geldboete in te vorderen.
 

Artikel 5/1. (15/09/2018- ...)

§ 1. De leidend ambtenaar van het agentschap Informatie Vlaanderen, opgericht bij artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2016 houdende de oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Informatie Vlaanderen, de bepaling van diverse maatregelen voor de ontbinding zonder vereffening van het AGIV, de regeling van de overdracht van de activiteiten en het vermogen van het AGIV aan het agentschap Informatie Vlaanderen en de vaststelling van de werking, het beheer en de boekhouding van het Eigen Vermogen Informatie Vlaanderen, wijst personeelsleden aan die bevoegd zijn om een administratieve geldboete, vermeld in artikel 10 van het decreet van 10 november 2017 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten voor de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid en tot wijziging van diverse decreten, hierna het decreet van 10 november 2017 te noemen, op te leggen en om aanmaningen te verzenden, overeenkomstig artikel 11, § 1, van het decreet van 10 november 2017.

Om het bedrag van de administratieve geldboete te bepalen wordt overeenkomstig artikel 10, tweede lid, van het decreet van 10 november 2017 rekening gehouden met verzachtende omstandigheden, en wordt rekening gehouden met:
1° de frequentie van het onterecht weigeren van de toegang, vermeld in artikel 4 en 5 van het decreet van 10 november 2017;
2° de frequentie van het plegen van inbreuken op de verplichtingen, vermeld in artikel 6 en 7 van het decreet van 10 november 2017;
3° de impact en de ernst van de hinder ingevolge de ten onrechte geweigerde toegang, vermeld in artikel 4 en 5 van het decreet van 10 november 2017;
4° de impact en de ernst van de hinder ingevolge het plegen van inbreuken op de verplichtingen, vermeld in artikel 6 en 7 van het decreet van 10 november 2017.

De administratieve geldboete wordt binnen de volgende termijnen betaald:
1° als de betrokkene niet in beroep gaat, betaalt hij de administratieve geldboete binnen dertig dagen vanaf de datum van de afgifte van de aangetekende zending of vanaf de datum van kennisgeving tegen ontvangstbewijs;
2° als de betrokkene in beroep gaat en de beroepsinstantie bevestigt de beslissing, vermeld in artikel 11, § 1, tweede lid, van het decreet van 10 november 2017, of hervormt het bedrag van de administratieve geldboete, betaalt hij de administratieve geldboete binnen dertig dagen nadat hij de beslissing van de beroepsinstantie heeft ontvangen.

§ 2. De personeelsleden van het agentschap Vlaamse Belastingdienst, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot oprichting van het agentschap Vlaamse Belastingdienst, worden ermee belast het dwangbevel, vermeld in artikel 11, § 2, tweede lid, van het decreet van 10 november 2017, uit te vaardigen en de administratieve geldboete in te vorderen.

Artikel 6. (01/01/2017- ...)

Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 juli 2000, 4 juli 2003, 11 juni 2004, 14 januari 2005, 30 juni 2006, 15 mei 2009, 11 mei 2012 en 5 oktober 2012, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen en de administratieve geldboeten als gevolg van de taken van het agentschap Informatie Vlaanderen en het Eigen Vermogen Informatie Vlaanderen worden ingevorderd door ambtenaren van de Vlaamse Belastingdienst.".
 

Artikel 7. (01/01/2017- ...)

Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 1995 betreffende de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 januari 2005 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006, 19 januari 2007, 14 december 2007, 20 februari 2009, 15 mei 2009, 6 mei 2011, 11 mei 2012, 24 april 2015, 10 juli 2015 en 29 januari 2016, wordt een negende lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen en de administratieve geldboeten als gevolg van de taken van het agentschap Informatie Vlaanderen en het Eigen Vermogen Informatie Vlaanderen worden ingevorderd door ambtenaren van de Vlaamse Belastingdienst.".
 

Artikel 8. (24/03/2019- ...)

Artikel 8, § 1, tweede en derde lid, artikel 8, § 2, 3°, artikel 9 en artikel 12 van het GIPOD-decreet van 4 april 2014 treden in werking op 1 juni 2021.
 

Artikel 9. (24/03/2019- ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017 met uitzondering van artikel 1, 2 en 4, die in werking treden op 1 juni 2021.

Artikel 10. (01/01/2017- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de uitbouw van een geografische informatie-infrastructuur, is belast met de uitvoering van dit besluit.