Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord

Datum 17/03/2017

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2 Kinderopvang
    1. Afdeling 1 Groepsopvang
    2. Afdeling 2 Gezinsopvang
  3. HOOFDSTUK 3 Buitenschoolse opvang
    1. Afdeling 1 Organisatoren met een attest van toezicht voor groepsopvang
    2. Afdeling 2 Initiatief voor buitenschoolse opvang
    3. Afdeling 3 Projecten FCUD
    4. Afdeling 4 Buitenschoolse opvang in een afzonderlijke binnenruimte
    5. Afdeling 5 Lokale diensten buitenschoolse opvang
    6. [Afdeling 6. Ex-generatiepact (ing. BVR 6 oktober 2017, art. 14, I: 15 maart 2017)]
  4. [HOOFDSTUK 4 Flexibele opvangpool (verv. BVR 7 februari 2020, art. 36, I: 1 oktober 2019)]
  5. HOOFDSTUK 5 Projecten gesco
  6. HOOFDSTUK 6 [... (opgeh. BVR 6 oktober 2017, art. 15, I: 1 januari 2017)]
  7. HOOFDSTUK 7 Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, artikel 6, artikel 8, § 2 en artikel 12;

Gelet op het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 10, 3° ;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 9 december 2016;

Gelet op advies 60.710/3 van de Raad van State, gegeven op 10 februari 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat er op 6 juni 2005 een Vlaams Intersectoraal Akkoord is gesloten voor de social profit voor de jaren 2006 tot 2010, tussen enerzijds de Vlaamse sociale partners en anderzijds de Vlaamse overheid;

Overwegende dat er op 2 december 2011 een Vlaams Intersectoraal Akkoord is gesloten voor de Social Profit voor de jaren 2011 tot 2015, tussen enerzijds de Vlaamse sociale partners en anderzijds de Vlaamse overheid, en dat dat akkoord de basis vormt voor een recurrent systeem omdat de VIA-middelen die uit het akkoord voortvloeien, recurrent blijven bestaan;

Overwegende dat het akkoord de verbetering van de arbeidsvoorwaarden beoogt, en dat de Vlaamse overheid instaat voor de subsidiëring van de organisaties die de maatregelen, zoals bepaald in de akkoorden, uitvoeren;

Overwegende dat er afgesproken is dat Kind en Gezin de specifieke subsidie uitbetaalt aan de betrokken organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang, ook al behoort de subsidie niet tot de reguliere subsidie voor kinderopvang of buitenschoolse opvang;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. (01/10/2019- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder :
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien Regie;
1°/1 equivalentvolle FCUD-opvangplaats : een plaats gerealiseerd door inzet van FCUD personeel in de buitenschoolse kinderopvang;
2° openbaar bestuur : een organisator met een van de volgende rechtsvormen: een gemeentebestuur, een stadsbestuur, een provinciebestuur, een Europese instelling, een OCMW, een openbare instelling, een autonome vereniging, een openbare universitaire instelling, een gemeentelijke vzw, een vereniging van OCMW's of een vereniging van gemeenten;
3° organisator gezinsopvang : een organisator met een vergunning voor gezinsopvang van baby's en peuters als vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters en een organisator met een vergunning voor groepsopvang van baby's en peuters als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters die de subsidie, vermeld in artikel 59, § 1, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, ontvangt;
4° organisator groepsopvang : een organisator met een vergunning voor groepsopvang van baby's en peuters als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, met uitzondering van een organisator met een vergunning voor groepsopvang van baby's en peuters als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters die de subsidie, vermeld in artikel 59, § 1, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, ontvangt;
5° subsidie voor buitenschoolse opvang in een afzonderlijke binnenruimte : een subsidie voor buitenschoolse opvang in een afzonderlijke binnenruimte als vermeld in artikel 42 tot en met 48 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;
6° subsidie voor DAC : een subsidie als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015 houdende de regeling van de toekenning van subsidies aan de organisatoren van kinderopvang, buitenschoolse opvang en adoptiebemiddeling die personeelsleden te werk stellen in een gewezen DAC-statuut, toegekend aan een organisator van kinderopvang of een organisator van buitenschoolse opvang;
7° subsidie voor een project FCUD : een subsidie voor een project FCUD als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut;
8° subsidie voor flexibele opvangpool : een subsidie voor flexibele opvangpools als vermeld in artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 houdende de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van gemandateerde voorzieningen, coördinatiepunten en flexibele opvangpools van doelgroepwerknemers, de voorwaarden voor de toestemming en de subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte buitenschoolse opvang, en de voorwaarden voor een aanvullende subsidie voor organisatoren met een vergunning groepsopvang en een plussubsidie;
9° subsidie voor initiatief voor buitenschoolse opvang : een subsidie voor initiatief voor buitenschoolse opvang als vermeld in artikel 19 tot en met 31 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;
10° subsidie voor inkomenstarief T2a : een subsidie voor inkomenstarief waarbij een organisator gezinsopvang voor de gesubsidieerde kinderopvangplaatsen een subsidiebedrag ontvangt als vermeld in artikel 17 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, en waarbij een organisator groepsopvang voor de gesubsidieerde kinderopvangplaatsen een subsidiebedrag ontvangt als vermeld in artikel 18 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
11° subsidie voor inkomenstarief T2b : een subsidie voor inkomenstarief waarbij een organisator gezinsopvang voor de gesubsidieerde kinderopvangplaatsen een subsidiebedrag ontvangt als vermeld in artikel 58 of 59, § 1, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, en waarbij een organisator groepsopvang voor de gesubsidieerde kinderopvangplaatsen een subsidiebedrag ontvangt als vermeld in artikel 59, § 2, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
12° subsidie voor lokale diensten : een subsidie voor lokale diensten buitenschoolse opvang als vermeld in artikel 40 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 houdende de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van gemandateerde voorzieningen, coördinatiepunten en flexibele opvangpools van doelgroepwerknemers, de voorwaarden voor de toestemming en de subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte buitenschoolse opvang, en de voorwaarden voor een aanvullende subsidie voor organisatoren met een vergunning groepsopvang en een plussubsidie.

Artikel 2. (01/10/2019- ...)

Een organisator met minstens één werknemer als vermeld in artikel 5, vierde lid, ontvangt een subsidie ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord conform de bepalingen van dit besluit.

De subsidies worden toegekend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.

Artikel 3. (01/10/2019- ...)

De bedragen van de subsidies of de budgetten, vermeld in dit besluit, worden aangepast aan de afgevlakte gezondheidsindex.

Overeenkomstig artikel 89, eerste lid, 28° en 58°, van het decreet van 18 december 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016 wordt verstaan onder afgevlakte gezondheidsindex: het prijsindexcijfer, vermeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen, dat wordt berekend en toegepast conform artikel 2 tot en met 2quater van het voormelde koninklijk besluit.

De toepassing van het eerste lid mag niet leiden tot een nominale vermindering van de subsidies, vermeld in het eerste lid, in de periode van 1 april tot aan de referentiemaand, vermeld in artikel 2, § 4, van het voormelde koninklijk besluit.

Deze aanpassing gebeurt telkens twee maanden nadat de afgevlakte gezondheidsindex een bepaalde drempelwaarde overschrijdt.

De bedragen in dit besluit zijn uitgedrukt tegen 100% en worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 105,10.

Artikel 4. (18/04/2019- ...)

§ 1. De subsidie geldt per kalenderjaar. In afwijking daarvan ontvangt de organisator die stopt, de subsidie alleen voor de periode van 1 januari tot en met de laatste dag vóór zijn stopzetting.

De subsidie wordt berekend op basis van het aantal gesubsidieerde opvangplaatsen op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de subsidie geldt of op basis van de personen die bij de organisator werken op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de subsidie geldt.

§ 2. De subsidie wordt betaald met één voorschot per jaar en bedraagt maximaal 80% van de geraamde subsidie. Dat voorschot wordt betaald uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar in kwestie. Het saldo wordt uiterlijk afgerekend op 1 april van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar in kwestie.

In afwijking van het eerste lid kan het agentschap, bij ernstige problemen bij de organisator, en minstens als er een risico is op plotse stopzetting van de specifieke dienstverlening, of bij vermoeden van fraude door de organisator beslissen om een specifieke regeling toe te passen voor de uitbetaling van de voorschotten.

Artikel 5. (01/10/2019- ...)

Het budget voor de subsidie voor werkdrukvermindering voor de organisatoren, vermeld in artikel 8 en 12, bedraagt in totaal 4.872.078,95 euro. Het budget voor de subsidie voor werkdrukvermindering voor de organisatoren, vermeld in artikel 19, 24, 27, 31, 32/1 en 35, bedraagt in totaal 776.388,18 euro.

Het totaalbedrag, vermeld in het eerste lid, wordt geïndexeerd conform artikel 3. Na de indexering wordt het totaalbedrag verdeeld, rekening houdend met de criteria, vermeld in het derde lid, en het aantal voltijdsequivalenten, vermeld in het vierde lid.

De organisator ontvangt een bedrag per voltijdsequivalent, meer bepaald :
1° een bedrag per voltijdsequivalent van 45 tot en met 49 jaar;
2° twee keer het bedrag, vermeld in punt 1°, per voltijdsequivalent van 50 tot en met 54 jaar;
3° drie keer het bedrag, vermeld in punt 1°, per voltijdsequivalent van 55 jaar of ouder.

De volgende medewerkers worden in acht genomen:
1° voor de organisator kinderopvang : de werknemers, vermeld in artikel 60, eerste lid, 2°, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
2° voor de organisator buitenschoolse opvang : de werknemers, vermeld in artikel 52, tweede en derde lid, van het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014.

HOOFDSTUK 2 Kinderopvang

Afdeling 1 Groepsopvang

Artikel 6. (01/10/2019- ...)

Een organisator groepsopvang met basissubsidie die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor managementondersteuning, van 14,94 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats.

Artikel 7. (01/01/2020- ...)

Een organisator groepsopvang met een subsidie voor inkomenstarief T2a die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor de eindejaarspremie. De subsidie bedraagt:
1° 137,83 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats T2a als de gemiddelde leeftijd van de medewerkers, vermeld in artikel 5, vierde lid, twintig jaar is;
2° voor elk jaar boven de gemiddelde leeftijd, vermeld in punt 1°, van twintig jaar tot maximaal een gemiddelde leeftijd van zestig jaar, wordt het bedrag, vermeld in punt 1°, verhoogd met 2,79 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats waarvoor de organisator een subsidie voor inkomenstarief T2a ontvangt.

Artikel 8. (18/04/2019- ...)

Een organisator groepsopvang met een subsidie voor inkomenstarief T2a die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering. De subsidie wordt berekend conform artikel 5.

Artikel 9. (01/10/2019- ...)

Een organisator groepsopvang met een subsidie voor inkomenstarief T2a of T2b die een openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering van 45,78 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats waarvoor de organisator een subsidie voor inkomenstarief T2a of T2b ontvangt.

Afdeling 2 Gezinsopvang

Artikel 10. (01/10/2019- ...)

Een organisator gezinsopvang met een subsidie voor inkomenstarief T2a of T2b die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor managementondersteuning van 0,89 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats waarvoor de organisator een subsidie voor inkomenstarief T2a of T2b ontvangt.

Artikel 11. (01/01/2020- ...)

Een organisator gezinsopvang met een subsidie voor inkomenstarief T2a die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor de eindejaarspremie. De subsidie bedraagt:
1° 4,55 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats T2a als de gemiddelde leeftijd van de medewerkers, vermeld in artikel 5, vierde lid, twintig jaar is;
2° voor elk jaar boven de gemiddelde leeftijd, vermeld in punt 1°, van twintig jaar tot maximaal een gemiddelde leeftijd van zestig jaar, wordt het bedrag, vermeld in punt 1°, verhoogd met 0,15 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats waarvoor de organisator een subsidie voor inkomenstarief T2a ontvangt.

Artikel 12. (18/04/2019- ...)

Een organisator gezinsopvang met een subsidie voor inkomenstarief T2a die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering. De subsidie wordt berekend conform artikel 5.

Artikel 13. (01/10/2019- ...)

 Een organisator gezinsopvang met een subsidie voor inkomenstarief T2a of T2b die een openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering van 2,22 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats waarvoor de organisator een subsidie voor inkomenstarief T2a of T2b ontvangt.

Artikel 14. (01/10/2019- ...)

Een organisator gezinsopvang met een subsidie voor inkomenstarief T2a of T2b die een openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap Opgroeien regie een subsidie voor de coördinatiefunctie van 8,48 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats waarvoor de organisator een subsidie voor inkomenstarief T2a of T2b ontvangt.

Een organisator gezinsopvang met een subsidie voor inkomenstarief T2a of T2b die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap Opgroeien regie een subsidie voor de coördinatiefunctie van 16,52 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats waarvoor de organisator een subsidie voor inkomenstarief T2a of T2b ontvangt.

HOOFDSTUK 3 Buitenschoolse opvang

Afdeling 1 Organisatoren met een attest van toezicht voor groepsopvang

Artikel 15. (01/10/2019- ...)

Een organisator met een attest van toezicht voor groepsopvang als vermeld in artikel 3 van het kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor managementondersteuning van 3,58 euro per geattesteerde opvangplaats.

Afdeling 2 Initiatief voor buitenschoolse opvang

Artikel 16. (01/10/2019- ...)

Een organisator met een subsidie voor initiatief voor buitenschoolse opvang die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor managementondersteuning. De subsidie bedraagt :
1° 5,81 euro per equivalentvolle opvangplaats voor de eerste 21 equivalentvolle opvangplaatsen;
2° 3,44 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 22ste equivalentvolle opvangplaats;
3° 3,00 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 232ste equivalentvolle opvangplaats.

Artikel 17. (01/01/2020- ...)

Een organisator met een subsidie voor initiatief voor buitenschoolse opvang die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor de eindejaarspremie. De subsidie bedraagt :
1° 40,01 euro per equivalentvolle opvangplaats voor de eerste 21 equivalentvolle opvangplaatsen;
2° 23,70 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 22ste equivalentvolle opvangplaats;
3° 20,61 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 232ste equivalentvolle opvangplaats.

Artikel 18. (01/01/2020- ...)

Een organisator met een subsidie voor initiatief voor buitenschoolse opvang die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap Opgroeien regie een subsidie voor de coördinatiefunctie. De subsidie bedraagt:
1° 64,66 euro per equivalentvolle opvangplaats voor de eerste 21 equivalentvolle opvangplaatsen;
2° 32,33 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 22ste equivalentvolle opvangplaats;
3° 21,01 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 232ste equivalentvolle opvangplaats.

Artikel 19. (18/04/2019- ...)

Een organisator met een subsidie voor initiatief voor buitenschoolse opvang die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering. De subsidie wordt berekend conform artikel 5.

Artikel 20. (01/10/2019- ...)

 Een organisator met een subsidie voor initiatief voor buitenschoolse opvang, die een openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering. De subsidie bedraagt :
1° 14,62 euro per equivalentvolle opvangplaats voor de eerste 21 equivalentvolle opvangplaatsen;
2° 8,65 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 22ste equivalentvolle opvangplaats;
3° 7,5 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 232ste equivalentvolle opvangplaats.

Artikel 20/1. (01/10/2019- ...)

Een organisator met een subsidie voor initiatief voor buitenschoolse opvang die geen openbaar bestuur is, ontvangt een subsidie voor de lonen van de kinderbegeleiders van het initiatief voor buitenschoolse opvang. De subsidie bedraagt:
1° 113,23 euro per equivalentvolle opvangplaats voor de eerste 21 equivalentvolle opvangplaatsen;
2° 74,30 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 22ste equivalentvolle opvangplaats.

Afdeling 3 Projecten FCUD

Artikel 21. (01/10/2019- ...)

Een organisator van buitenschoolse opvang die een subsidie voor een project FCUD krijgt, met uitzondering van de projecten FCUD voor zieke kinderen, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor managementondersteuning. De subsidie bedraagt :
1° 11,91 euro per equivalentvolle FCUD-opvangplaats voor de eerste 21 equivalentvolle opvangplaatsen;
2° 7,45 euro per equivalentvolle FCUD-opvangplaats vanaf de 22ste equivalentvolle opvangplaats;
3° 6,99 euro per equivalentvolle FCUD-opvangplaats vanaf de 232ste equivalentvolle opvangplaats.

Artikel 22. (01/01/2020- ...)

Een organisator van buitenschoolse opvang die een subsidie voor een project FCUD krijgt, met uitzondering van de projecten FCUD voor zieke kinderen, en die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor de eindejaarspremie. De subsidie bedraagt :
1° 146,07 euro per equivalentvolle FCUD-opvangplaats voor de eerste 21 equivalentvolle opvangplaatsen;
2° 91,3 euro per equivalentvolle FCUD-opvangplaats vanaf de 22ste equivalentvolle opvangplaats;
3° 86,08 euro per equivalentvolle FCUD-opvangplaats vanaf de 232ste equivalentvolle opvangplaats.

Artikel 23. (01/10/2019- ...)

Een organisator van buitenschoolse opvang die een openbaar bestuur is, die een subsidie voor een project FCUD krijgt, met uitzondering van de projecten FCUD voor zieke kinderen, ontvangt van het agentschap Opgroeien regie een subsidie voor de coördinatiefunctie. De subsidie bedraagt:
1° 22,13 euro per equivalentvolle opvangplaats voor de eerste 21 equivalentvolle opvangplaatsen;
2° 11,06 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 22ste equivalentvolle opvangplaats;
3° 6,83 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 232ste equivalentvolle opvangplaats.

Een organisator van buitenschoolse opvang die geen openbaar bestuur is, die een subsidie voor een project FCUD krijgt, met uitzondering van de projecten FCUD voor zieke kinderen, ontvangt van het agentschap Opgroeien regie een subsidie voor de coördinatiefunctie. De subsidie bedraagt:
1° 64,66 euro per equivalentvolle opvangplaats voor de eerste 21 equivalentvolle opvangplaatsen;
2° 32,33 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 22ste equivalentvolle opvangplaats;
3° 21,01 euro per equivalentvolle opvangplaats vanaf de 232ste equivalentvolle opvangplaats.

Artikel 24. (18/04/2019- ...)

Een organisator van buitenschoolse opvang die een subsidie voor een project FCUD krijgt, met uitzondering van de projecten FCUD voor zieke kinderen, en die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering. De subsidie wordt berekend conform artikel 5.

Artikel 24/1. (01/01/2020- ...)

Een organisator van buitenschoolse opvang die een subsidie voor een project FCUD voor zieke kinderen krijgt, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap Opgroeien regie een subsidie voor eindejaarspremie. De subsidie bedraagt 1227,02 euro per voltijds equivalent.

Artikel 24/2. (01/10/2019- ...)

Een organisator van buitenschoolse opvang die een subsidie voor een project FCUD krijgt, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap Opgroeien regie een subsidie voor de lonen van de FCUD kinderbegeleiders in die buitenschoolse opvang. De subsidie bedraagt 3.302,41 euro per voltijds equivalent.

Afdeling 4 Buitenschoolse opvang in een afzonderlijke binnenruimte

Artikel 25. (01/10/2019- ...)

 Een organisator met een subsidie voor buitenschoolse opvang in een afzonderlijke binnenruimte, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor managementondersteuning van 7,85 euro per gesubsidieerde opvangplaats.

Artikel 26. (01/10/2019- ...)

Een organisator met een subsidie voor buitenschoolse opvang in een afzonderlijke binnenruimte, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor de eindejaarspremie van 70,32 euro per gesubsidieerde opvangplaats.

Artikel 27. (18/04/2019- ...)

Een organisator met een subsidie voor buitenschoolse opvang in een afzonderlijke binnenruimte, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering. De subsidie wordt berekend conform artikel 5.

Artikel 28. (01/10/2019- ...)

 Een organisator met een subsidie voor buitenschoolse opvang in een afzonderlijke binnenruimte, die een openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering van 29,00 euro per gesubsidieerde opvangplaats.

Afdeling 5 Lokale diensten buitenschoolse opvang

Artikel 29. (01/10/2019- ...)

Een organisator met een subsidie voor lokale diensten, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor managementondersteuning van 10,60 euro per gesubsidieerde opvangplaats.

Artikel 30. (01/01/2020- ...)

Een organisator met een subsidie voor lokale diensten, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor de eindejaarspremie van 102,60 euro per gesubsidieerde opvangplaats.

Artikel 31. (18/04/2019- ...)

Een organisator met een subsidie voor lokale diensten, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering. De subsidie wordt berekend conform artikel 5.

Artikel 32. (01/10/2019- ...)

 Een organisator met een subsidie voor lokale diensten, die een openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering van 30,70 euro per gesubsidieerde opvangplaats.

[Afdeling 6. Ex-generatiepact (ing. BVR 6 oktober 2017, art. 14, I: 15 maart 2017)]

Artikel 32/1. (18/04/2019- ...)

Een organisator met een subsidie voor ex-generatiepact, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering. De subsidie wordt berekend conform artikel 5.

In het eerste lid wordt verstaan onder subsidie voor ex-generatiepact: een subsidie voor buitenschoolse opvang als vermeld in artikel 89/1 tot en met 91 van het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014.

[HOOFDSTUK 4 Flexibele opvangpool (verv. BVR 7 februari 2020, art. 36, I: 1 oktober 2019)]

Artikel 33. (01/10/2019- ...)

Een organisator met een subsidie voor flexibele opvangpool, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor managementondersteuning van 100,08 euro per voltijdsequivalent doelgroepwerknemer.

Artikel 34. (01/01/2020- ...)

 Een organisator met een subsidie voor flexibele opvangpool, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor de eindejaarspremie van 908,36 euro per voltijdsequivalent doelgroepwerknemer.

Artikel 35. (01/10/2019- ...)

 Een organisator met een subsidie voor flexibele opvangpool, die geen openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering. De subsidie wordt berekend conform artikel 5.

Artikel 36. (01/10/2019- ...)

Een organisator met een subsidie voor flexibele opvangpool, die een openbaar bestuur is, ontvangt van het agentschap een subsidie voor werkdrukvermindering van 251,48 euro per voltijdsequivalent doelgroepwerknemer.

HOOFDSTUK 5 Projecten gesco

Artikel 37. (01/01/2020- ...)

 Een organisator met een subsidie voor een project gesco ontvangt van het agentschap een subsidie tot uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord. De subsidie bedraagt :
1° voor een organisator die geen openbaar bestuur is, 4164,00 euro per voltijdsequivalent weerwerkgesco;
2° voor een organisator die een openbaar bestuur is, 1371,93 euro per voltijdsequivalent weerwerkgesco.

In het eerste lid wordt verstaan onder subsidie voor een project gesco: een subsidie voor een project gesco als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut.

HOOFDSTUK 6 [... (opgeh. BVR 6 oktober 2017, art. 15, I: 1 januari 2017)]

Artikel 38. (01/01/2017- ...)

...

Artikel 39. (01/01/2017- ...)

...

Artikel 40. (01/01/2017- ...)

...

HOOFDSTUK 7 Slotbepalingen

Artikel 41. (01/01/2016- ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016.

Artikel 42. (01/01/2016- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen is belast met de uitvoering van dit besluit.