Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018

Datum 22/12/2017

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1 Algemeen
  2. HOOFDSTUK 2 Mobiliteit en Openbare Werken
    1. Afdeling 1 Verkeersveiligheidsfonds
  3. HOOFDSTUK 3 Kanselarij en Bestuur
    1. Afdeling 1 Aanpassing Integratie- en Inburgeringsdecreet
    2. Afdeling 2 Machtiging vervreemding domeingoederen door Vlaamse Regering
    3. Afdeling 3 Wijziging van diverse decreten houdende de subsidiëring aan de lokale besturen en wijziging van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds
      1. Onderafdeling 1 Wijzigings- en opheffingsbepalingen betreffende diverse decreten die uitvoering geven aan het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd
      2. Onderafdeling 2 Wijzigingen van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds
      3. Onderafdeling 3 Wijzigingen van het decreet van 7 mei 2004 houdende omvorming van de vzw "de Rand" tot een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap en houdende vaststelling van de bevoegdheden van de provincie Vlaams-Brabant inzake de ondersteuning van de Vlaamse Rand
  4. HOOFDSTUK 4 Cultuur, Jeugd, Sport en Media
    1. Afdeling 1 Wijziging begrotingsfonds Kunsten en Erfgoed
    2. Afdeling 2 Toevoeging gescomiddelen aan de werkingssubsidie
    3. Afdeling 3 Begrotingsfonds Cultureel Centrum Voeren
    4. Afdeling 4 Omvorming Kunstenloket vzw naar Cultuurloket vzw
  5. HOOFDSTUK 5 Omgeving
    1. Afdeling 1 Energieleningen
    2. Afdeling 2 Dierenwelzijnsfonds
    3. Afdeling 3 Wijziging van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning
    4. Afdeling 4 Uitbreiding inkomsten Vlaams Klimaatfonds
    5. Afdeling 5 Milieuheffingen
    6. Afdeling 6 Dossiertaksen GGO's
  6. HOOFDSTUK 6 Onderwijs en Vorming
    1. Afdeling 1 Fonds Dienstverlening AHOVOKS
    2. Afdeling 2 Bevriezen integratietoelage secundair onderwijs
    3. Afdeling 3 Bevriezen integratietoelage basisonderwijs
    4. Afdeling 4 Technische rechtzetting in de berekening van de werkingsmiddelen van het basisonderwijs
    5. Afdeling 5 Technische rechtzetting in de berekening van de werkingsmiddelen van het secundair onderwijs
    6. Afdeling 6 Aanpassing bijdrage wettelijke en conventionele werkgeversbijdragen universiteiten
    7. Afdeling 7 Schoolinfrastructuur via projectspecifieke DBFM-overeenkomsten
    8. Afdeling 8 Aanvullende investeringstoelage ten behoeve van de Hogere Zeevaartschool
    9. Afdeling 9 Verhogen werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs
    10. Afdeling 10 Huursubsidies schoolinfrastructuur
    11. Afdeling 11 Machtiging aan AGION voor verbintenissen voor huursubsidies
    12. Afdeling 12 Asielmiddelen binnen het volwassenenonderwijs in begrotingsjaar 2018
  7. HOOFDSTUK 7 Financiën en Begroting
    1. Afdeling 1 Gecombineerd vervoer
    2. Afdeling 2 Administratieve geldboetes kilometerheffing
  8. HOOFDSTUK 8 Inwerkingtreding

Inhoud

HOOFDSTUK 1 Algemeen

Artikel 1. (01/01/2018- ...)

Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid.

HOOFDSTUK 2 Mobiliteit en Openbare Werken

Afdeling 1 Verkeersveiligheidsfonds

Artikel 2. (01/01/2018- ...)

In artikel 42, § 3, van het decreet van 3 juli 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015 wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
"2° de jaarlijkse ontvangsten vanaf 1 januari 2018 uit de onmiddellijke inningen, de minnelijke schikkingen en de strafrechtelijke boeten die verband houden met de inbreuken op de reglementering inzake verkeersveiligheid, die krachtens artikel 6, § 1, XII, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest behoort, enerzijds tot en met het bedrag van 17.929.000 euro en anderzijds alle jaarlijkse ontvangsten in de mate dat die het bedrag van 161.243.000 overschrijden;".
 

HOOFDSTUK 3 Kanselarij en Bestuur

Afdeling 1 Aanpassing Integratie- en Inburgeringsdecreet

Artikel 3.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

(Datum te bepalen door Vlaamse Regering- ...)

In artikel 46/2 van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Deelname aan de testen is afhankelijk van de betaling van een retributie. De Vlaamse Regering stelt het bedrag van de retributie vast. De Vlaamse Regering kan vrijstellingen verlenen.".
 

Afdeling 2 Machtiging vervreemding domeingoederen door Vlaamse Regering

Artikel 4. (01/01/2018- ...)

In afwijking van de wet van 31 mei 1923 betreffende de vervreemding van onroerende domeingoederen, gewijzigd bij de wetten van 2 juli 1969 en 6 juli 1989 en van overeenkomstige toepassing verklaard op de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bij artikel 22 van het decreet van 20 december 1989 houdende bepalingen tot uitvoering van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap, wordt de Vlaamse Regering ertoe gemachtigd onroerende domeingoederen, ongeacht de geschatte waarde ervan, uit de hand of bij wijze van ruiling te vervreemden of er zakelijke rechten op te vestigen. Deze machtiging geldt enkel voor het jaar 2018 en is bijgevolg van toepassing op de beslissingen tot vervreemding van onroerende domeingoederen en de vestiging van zakelijke rechten erop alsook de vervreemding van deze zakelijke rechten waartoe de Vlaamse Regering - of haar gedelegeerde - gedurende 2018 beslist.

De voorwaarden tot overdracht worden bepaald door de Vlaamse Regering.
 

Afdeling 3 Wijziging van diverse decreten houdende de subsidiëring aan de lokale besturen en wijziging van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds

Onderafdeling 1 Wijzigings- en opheffingsbepalingen betreffende diverse decreten die uitvoering geven aan het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd

Artikel 5. (01/01/2018- ...)

In artikel 2 van het decreet van 28 april 1998 betreffende het Vlaamse integratiebeleid, vervangen bij het decreet van 30 april 2009 en gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012 en bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2016, worden punt 14° tot en met 16° opgeheven.

Artikel 6. (01/01/2018- ...)

In hoofdstuk VI van hetzelfde decreet wordt afdeling 2, die bestaat uit artikel 29 tot en met 32, opgeheven.
 

Artikel 7. (01/01/2018- ...)

In artikel 2 van het decreet van 21 maart 2003 betreffende de armoedebestrijding, gewijzigd bij de decreten van 18 juli 2008 en 20 december 2013, wordt punt 11° opgeheven.
 

Artikel 8. (01/01/2018- ...)

Artikel 18/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 20 december 2013, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 18/1. De Vlaamse Regering verleent binnen de perken van de begrotingskredieten jaarlijks subsidies aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de bestrijding van kinderarmoede.

De subsidies worden toegekend aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de uitvoering van acties die gericht zijn op de integrale aanpak van armoede bij kinderen en hun gezin, vertrekkend vanuit de lokale sociale situatie en in samenwerking met alle relevante lokale actoren, in het bijzonder de actoren die door dit decreet erkend en ondersteund worden. De subsidies zullen in afstemming met het Vlaamse beleid aangewend worden voor bijkomende modulaire acties die specifiek gericht zijn op de strijd tegen kinderarmoede. Ze worden toegevoegd aan de reguliere werkingen op het vlak van onderwijs, kinderopvang, preventieve gezinsondersteuning, algemeen welzijnswerk, vrijetijdsbesteding en gezondheidszorg.

De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de vaststelling en de toekenning van de subsidies.".
 

Artikel 9. (01/01/2018- ...)

In artikel 2 van het kaderdecreet van 22 juni 2007 inzake ontwikkelingssamenwerking, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 januari 2016, wordt punt 17° opgeheven.
 

Artikel 10.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

(01/01/2020- ...)

 In hetzelfde decreet wordt het opschrift van titel VII opgeheven.
 

Artikel 11. (01/01/2018- ...)

 In hetzelfde decreet worden de volgende artikelen opgeheven:
1° artikel 16, vervangen bij het decreet van 13 juli 2012;
2° artikel 16/1 tot en met 16/3, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2012;
3° artikel 16/4, eerste lid, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2012;
4° artikel 16/5, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2012.
 

Artikel 12. (01/01/2018- 31/12/2019)

Aan artikel 16/4 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2012, worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"De gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking heeft als doel:
1° de gemeente aan te moedigen om ontwikkelingssamenwerking op te nemen in het reguliere gemeentelijke beleid;
2° een brede sensibilisering voor gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking en de Noord-Zuidproblematiek binnen de gemeente te bewerkstelligen.

De Vlaamse Regering bepaalt de Vlaamse beleidsprioriteiten voor het beleid gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking binnen het kader van de doelstellingen, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de beoordeling en de goedkeuring van de aanvragen.".
 

Artikel 13. (01/01/2018- ...)

Artikel 2bis van het decreet van 30 november 2007 betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau, ingevoegd bij het decreet van 29 juni 2012, wordt opgeheven.
 

Artikel 14. (01/01/2018- ...)

 Hoofdstuk IV van hetzelfde decreet, dat bestaat uit artikel 17 tot en met 19ter, wordt opgeheven.
 

Artikel 15. (01/01/2018- ...)

In artikel 2 van het decreet van 6 juli 2012 houdende de ondersteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid wordt punt 4° opgeheven.
 

Artikel 16. (01/01/2018- ...)

Artikel 3 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
 

Artikel 17. (01/01/2018- ...)

Artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 20 mei 2016, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 4. § 1. De Vlaamse Regering verleent onder de voorwaarden, vastgesteld bij dit decreet, subsidies aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de uitvoering van de volgende beleidsprioriteiten voor het jeugdbeleid en het jeugdwerk:
1° de ondersteuning van het jeugdwerk in algemene zin;
2° de bevordering van de participatie in het jeugdwerk van kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties.

De Vlaamse Regering kan een of meer extra beleidsprioriteiten bepalen.

De Vlaamse Regering bepaalt de criteria waaraan de Vlaamse Gemeenschapscommissie moet beantwoorden om in aanmerking te komen voor subsidiëring.

§ 2. Om voor subsidiëring in aanmerking te komen, dient de Vlaamse Gemeenschapscommissie een jeugdbeleidsplan in, waarin wordt aangegeven hoe de Vlaamse Gemeenschapscommissie invulling zal geven aan de beleidsprioriteiten die de Vlaamse Regering voor het lokaal jeugdbeleid heeft bepaald.

Het jeugdbeleidsplan van de Vlaamse Gemeenschapscommissie wordt opgesteld voor een periode van vijf jaar. Als de Vlaamse beleidsprioriteiten worden gewijzigd, kan de Vlaamse Gemeenschapscommissie een aangepast jeugdbeleidsplan indienen.

Indien de Vlaamse Gemeenschapscommissie niet beantwoordt aan de criteria die door de Vlaamse Regering bepaald worden ter uitvoering van de beleidsprioriteiten, zoals bepaald in paragraaf 1, dan verliest zij het recht op de subsidie zoals toegekend voor de financiering van onderhavige beleidsprioriteit.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels waaraan het jeugdbeleidsplan moet voldoen en de wijze van rapportering over de uitvoering ervan.

§ 3. De subsidies die de Vlaamse Gemeenschapscommissie krachtens artikel 4, §§ 1 en 2, ontvangt, kunnen uitsluitend aangewend worden voor de ondersteuning van jeugdwerkinitiatieven die hun zetel hebben in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Op deze zetel moeten in het Nederlands de gegevens over de werking, de leden, de vorming van de begeleiders en het financiële beheer aanwezig zijn. Deze jeugdwerkinitiatieven moeten het Nederlands gebruiken bij hun werking.

§ 4. De Vlaamse Gemeenschapscommissie besteedt binnen de Vlaamse beleidsprioriteiten voor het jeugdbeleid specifieke aandacht aan kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties.".
 

Artikel 18. (01/01/2018- ...)

In artikel 5, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "Om voor subsidiëring in aanmerking te komen en" opgeheven.
 

Artikel 19. (01/01/2018- ...)

In artikel 2 van het decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid wordt punt 7° opgeheven.
 

Artikel 20. (01/01/2018- ...)

Artikel 3 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Artikel 21. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt titel 2, die bestaat uit artikel 5, opgeheven.
 

Artikel 22. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt titel 3, hoofdstuk 1, dat bestaat uit artikel 6 en 7, opgeheven.
 

Artikel 23. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt titel 3, hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 8 en 9, opgeheven.
 

Artikel 24. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt titel 3, hoofdstuk 3, dat bestaat uit artikel 10 en 11, opgeheven.
 

Artikel 25. (01/01/2018- ...)

In artikel 38, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° minimaal bestaan uit vier aangrenzende gemeenten, waarvan er één behoort tot de lijst van steden en gemeenten, die als bijlage bij dit decreet is gevoegd;".
 

Artikel 26. (01/01/2018- ...)

In artikel 40 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "vermeld in artikel 5, 1° en 2°, " opgeheven;
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De Vlaamse beleidsprioriteiten voor de gemeenten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad zijn:
1° de gemeente voert een kwaliteitsvol en duurzaam lokaal cultuurbeleid;
2° de gemeente organiseert een laagdrempelige bibliotheek, aangepast aan de hedendaagse behoeften.".
 

Artikel 27. (01/01/2018- ...)

In artikel 45 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"De Vlaamse Regering geeft subsidies aan de gemeenten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad voor de organisatie van de gemeentelijke, Nederlandstalige openbare bibliotheek op voorwaarde dat die bibliotheek:
1° inspeelt op maatschappelijke uitdagingen, zoals de digitalisering van de samenleving;
2° een onafhankelijk en pluriform informatieaanbod ter beschikking stelt, breed en zorgvuldig samengesteld, aangepast aan de behoeften van het doelpubliek en in een niet-commerciële omgeving;
3° een onlinecatalogus aanbiedt vanuit een bibliotheeksysteem, gebaseerd op de gegevens van het centraal bibliografisch achtergrondbestand Open Vlacc;
4° de raadpleging in de bibliotheek van alle informatiedragers en de uitlening van materialen en bestanden zo laagdrempelig mogelijk maakt, in het bijzonder voor moeilijk bereikbare doelgroepen en voor mensen met een beperkt in-komen;
5° een optimale publieke dienstverlening garandeert op klantvriendelijke uren;
6° van de middelen, bestemd voor de aankoop van gedrukte materialen, jaarlijks minstens 75 percent van het vastgestelde budget besteedt aan Nederlandstalige publicaties;
7° met het oog op monitoring, naast de door de gemeenteraad goedgekeurde jaarrekening, één keer per jaar algemene beleidsrelevante gegevens ter beschikking stelt over de openbare bibliotheek in de vorm en volgens de procedure die de Vlaamse Regering bepaalt.".
 

Artikel 28. (01/01/2018- ...)

In artikel 47, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° de invulling die de Vlaamse Gemeenschapscommissie zal geven aan de Vlaamse beleidsprioriteiten, namelijk:
a) een kwaliteitsvol en duurzaam lokaal cultuurbeleid voeren;
b) een laagdrempelige bibliotheek, aangepast aan de hedendaagse behoeften, organiseren;
c) een cultuurcentrum organiseren;".
 

Artikel 29. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt hoofdstuk 6, afdeling 2, die bestaat uit artikel 49, opgeheven.
 

Artikel 30. (01/01/2018- ...)

Artikel 4 van het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal sportbeleid wordt opgeheven.
 

Artikel 31. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet worden in het opschrift van hoofdstuk 2 de woorden "de gemeenten en" opgeheven.
 

Artikel 32. (01/01/2018- ...)

In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet wordt afdeling 1, die bestaat uit artikel 5 tot en met 10, opgeheven.
 

Artikel 33. (01/01/2018- ...)

In artikel 11 van hetzelfde decreet wordt het laatste lid opgeheven.

Artikel 34. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 2, afdeling 2, een artikel 11/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 11/1. De Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 11, 1°, heeft tot doel het stimuleren van sportverenigingen via directe financiële ondersteuning in de uitbouw van een kwaliteitsvolle permanente inhoudelijke sportwerking, door de kwalitatieve uitbouw van de structuur, de organisatie en de omkadering van de sportvereniging te verhogen. De sportverenigingen bieden sporten aan die vermeld staan op de sporttakkenlijst of die aangeboden worden door erkende Vlaamse sportfederaties of door erkende Vlaamse organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding.

De Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 11, 2°, heeft enerzijds tot doel de kwaliteit van de jeugdsportbegeleiders binnen de sportverenigingen te verhogen en biedt anderzijds de mogelijkheid de professionele omkadering te verhogen via coördinerende functies in de sportverenigingen. Deze beleidsprioriteit heeft ook tot doel de structurele samenwerking of fusies tussen sportverenigingen te ondersteunen met het oog op de uitbouw van een bredere en kwaliteitsvolle werking. De sportverenigingen zijn aangesloten bij een erkende Vlaamse sportfederatie.

De Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 11, 3°, heeft tot doel een lokaal beweeg- en sportbeleid te stimuleren dat erop gericht is de bevolking te activeren tot levenslang sporten door een anders georganiseerd laagdrempelig beweeg- en sportaanbod te organiseren of te ondersteunen. Bij dit beweeg- en sportaanbod moet de fysieke inspanning centraal staan.

De Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 11, 4°, heeft tot doel een lokaal beweeg- en sportbeleid te stimuleren dat personen die wegens hun sociaal zwakkere positie minder kans hebben om te participeren in sport, aanzet tot bewegen en sporten, waarbij de fysieke inspanning centraal staat. Binnen het beweeg- en sportbeleid is er aandacht voor transversale samenwerking en wordt het wegwerken van drempels die resulteren in gelijke sportparticipatie van kansengroepen beoogd.".
 

Artikel 35. (01/01/2018- ...)

Aan hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet worden aan het opschrift van afdeling 3 de woorden "van de Vlaamse Gemeenschapscommissie" toegevoegd.
 

Artikel 36. (01/01/2018- ...)

 In artikel 15 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "Het gemeentebestuur en de Vlaamse Gemeenschapscommissie beschikken" vervangen door de woorden "De Vlaamse Gemeenschapscommissie beschikt";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "De schepen of het collegelid" vervangen door de woorden "Het collegelid";
3° in paragraaf 2 wordt het eerste lid opgeheven.
 

Artikel 37. (01/01/2018- ...)

 In hetzelfde decreet worden in het opschrift van hoofdstuk 4 de woorden "de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen" vervangen door de woorden "het lokaal Sport voor Allen-beleid".
 

Artikel 38. (01/01/2018- ...)

In hoofdstuk 4 van hetzelfde decreet worden in het opschrift van afdeling 1 de woorden "de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen" vervangen door de woorden "het lokaal Sport voor Allen-beleid".
 

Artikel 39. (01/01/2018- ...)

In artikel 22, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 november 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen" worden vervangen door de woorden "het lokaal Sport voor Allen-beleid";
2° in punt 4° wordt de zinsnede ", opgenomen in dit decreet," opgeheven.
 

Artikel 40. (01/01/2018- ...)

In artikel 23, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 2013 en 18 november 2016, worden de woorden "de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen zoals bepaald in dit decreet" vervangen door de zinsnede "het lokaal Sport voor Allen-beleid, waarvan minstens 50.000 euro per jaar besteed wordt aan de opdracht, vermeld in artikel 24, eerste lid, 3° ".
 

Artikel 41. (01/01/2018- ...)

In artikel 24, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 november 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin worden de woorden "de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen" vervangen door de zinsnede "het lokaal Sport voor Allen-beleid, met uitzondering van het sportinfrastructuurbeleid,";
2° in punt 1° worden de woorden "de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen" vervangen door de woorden "het lokaal Sport voor Allen-beleid";
3° in punt 2° worden de woorden "de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen" vervangen door de woorden "het lokaal Sport voor Allen-beleid";
4° punt 2°, c), wordt vervangen door wat volgt:
"c) het uitwerken naar het werkveld van goede praktijkvoorbeelden in het kader van het lokaal Sport voor Allen-beleid;";
5° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° het uitbouwen van een kenniscentrum Buurtsport.".
 

Artikel 42. (01/01/2018- ...)

In artikel 25, gewijzigd bij het decreet van 18 november 2016, artikel 26, gewijzigd bij het decreet van 18 november 2016 en artikel 27, gewijzigd bij de decreten van 4 december 2015 en 18 november 2016, van hetzelfde decreet, worden de woorden "de Vlaamse beleidsprioriteiten Sport voor Allen" telkens vervangen door de woorden "het lokaal Sport voor Allen-beleid".
 

Artikel 43. (01/01/2018- ...)

In artikel 2 van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, gewijzigd bij het decreet van 29 mei 2015, wordt punt 5° opgeheven.
 

Artikel 44. (01/01/2018- ...)

Artikel 13 en 14 van hetzelfde decreet worden ingetrokken.

Artikel 45. (01/01/2018- ...)

In artikel 48 van hetzelfde decreet worden punt 2° en 3° opgeheven.
 

Onderafdeling 2 Wijzigingen van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds

Artikel 46. (01/01/2018- ...)

In het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, het laatst gewijzigd bij het decreet van 2 december 2016, wordt een hoofdstuk IIIquater ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk IIIquater. Bijzondere bepalingen over de vaststelling van de aanvullende dotatie".
 

Artikel 47. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IIIquater, ingevoegd bij artikel 46, een artikel 19novies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 19novies. Vanaf het begrotingsjaar 2018 wordt op de begroting van het Vlaamse Gewest een aanvullende dotatie met betrekking tot het Vlaams Gemeentefonds ingeschreven. De aanvullende dotatie bedraagt 131.009.724,20 euro voor het begrotingsjaar 2018 en wordt niet geïndexeerd.".
 

Artikel 48. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk IIIquater een artikel 19decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 19decies. De lijst met gemeenten en hun aandelen in de aanvullende dotatie, vermeld in artikel 19novies, waarop ze vanaf het begrotingsjaar 2018 recht hebben, wordt bepaald in bijlage 1, die bij dit decreet is gevoegd.".
 

Artikel 49. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk IIIquater een artikel 19undecies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 19undecies. De gemeentelijke aandelen in de aanvullende dotatie, vermeld in artikel 19decies, worden aan de gemeenten uitbetaald voor 50% op het einde van april van het begrotingsjaar, voor 25% op het einde van oktober van het begrotingsjaar en voor 25% op het einde van januari van het volgende begrotingsjaar.".
 

Artikel 50. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk IIIquater een artikel 19duodecies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 19duodecies. De bepalingen, vermeld in artikel 6 tot en met 15, zijn niet van toepassing op de aanvullende dotatie, vermeld in artikel 19novies.".
 

Artikel 51. (01/01/2018- ...)

Aan hetzelfde decreet wordt een bijlage 1 toegevoegd, die luidt als volgt:
"Bijlage 1

Gemeente Totaal %
AALST 2.048.588,46 1,5637 %
AALTER 317.108,10 0,2420 %
AARSCHOT 652.107,12 0,4978 %
AARTSELAAR 256.707,16 0,1959 %
AFFLIGEM 198.715,39 0,1517 %
ALKEN 197.154,77 0,1505 %
ALVERINGEM 106.642,13 0,0814 %
ANTWERPEN 11.704.922,77 8,9344 %
ANZEGEM 247.601,29 0,1890 %
ARDOOIE 122.044,85 0,0932 %
ARENDONK 224.465,98 0,1713 %
AS 122.514,94 0,0935 %
ASSE 811.055,61 0,6191 %
ASSENEDE 211.210,06 0,1612 %
AVELGEM 152.406,28 0,1163 %
BAARLE-HERTOG 151.130,91 0,1154 %
BALEN 349.659,78 0,2669 %
BEERNEM 243.678,06 0,1860 %
BEERSE 287.710,80 0,2196 %
BEERSEL 604.940,96 0,4618 %
BEGIJNENDIJK 92.948,87 0,0709 %
BEKKEVOORT 78.618,19 0,0600 %
BERINGEN 988.512,72 0,7545 %
BERLAAR 115.365,69 0,0881 %
BERLARE 239.662,33 0,1829 %
BERTEM 96.029,45 0,0733 %
BEVER 4.947,11 0,0038 %
BEVEREN 888.870,10 0,6785 %
BIERBEEK 307.558,29 0,2348 %
BILZEN 637.566,99 0,4867 %
BLANKENBERGE 485.769,06 0,3708 %
BOCHOLT 214.060,11 0,1634 %
BOECHOUT 216.935,19 0,1656 %
BONHEIDEN 265.228,03 0,2024 %
BOOM 623.728,19 0,4761 %
BOORTMEERBEEK 169.730,27 0,1296 %
BORGLOON 239.116,38 0,1825 %
BORNEM 638.306,51 0,4872 %
BORSBEEK 235.873,11 0,1800 %
BOUTERSEM 120.126,63 0,0917 %
BRAKEL 149.229,30 0,1139 %
BRASSCHAAT 744.628,25 0,5684 %
BRECHT 378.970,20 0,2893 %
BREDENE 270.601,91 0,2066 %
BREE 353.057,97 0,2695 %
BRUGGE 2.601.463,44 1,9857 %
BUGGENHOUT 217.886,16 0,1663 %
DAMME 177.507,39 0,1355 %
DE HAAN 217.947,47 0,1664 %
DE PANNE 216.534,40 0,1653 %
DE PINTE 194.898,15 0,1488 %
DEERLIJK 184.038,74 0,1405 %
DEINZE 554.897,89 0,4236 %
DENDERLEEUW 392.213,84 0,2994 %
DENDERMONDE 769.636,35 0,5875 %
DENTERGEM 89.255,52 0,0681 %
DESSEL 127.880,95 0,0976 %
DESTELBERGEN 281.772,04 0,2151 %
DIEPENBEEK 265.776,28 0,2029 %
DIEST 667.289,30 0,5093 %
DIKSMUIDE 386.845,86 0,2953 %
DILBEEK 1.191.747,64 0,9097 %
DILSEN-STOKKEM 461.441,57 0,3522 %
DROGENBOS 25.000,00 0,0191 %
DUFFEL 288.298,50 0,2201 %
EDEGEM 405.411,04 0,3095 %
EEKLO 589.950,13 0,4503 %
ERPE-MERE 202.881,57 0,1549 %
ESSEN 309.684,61 0,2364 %
EVERGEM 615.686,96 0,4700 %
GALMAARDEN 128.851,59 0,0984 %
GAVERE 198.478,61 0,1515 %
GEEL 977.530,39 0,7462 %
GEETBETS 77.559,63 0,0592 %
GENK 2.190.402,34 1,6719 %
GENT 5.665.852,45 4,3248 %
GERAARDSBERGEN 737.424,20 0,5629 %
GINGELOM 87.670,01 0,0669 %
GISTEL 191.923,85 0,1465 %
GLABBEEK 142.633,37 0,1089 %
GOOIK 132.211,95 0,1009 %
GRIMBERGEN 1.093.776,03 0,8349 %
GROBBENDONK 180.843,55 0,1380 %
HAACHT 223.317,70 0,1705 %
HAALTERT 255.619,01 0,1951 %
HALEN 128.629,10 0,0982 %
HALLE 858.149,47 0,6550 %
HAM 227.369,67 0,1736 %
HAMME 355.349,87 0,2712 %
HAMONT-ACHEL 217.915,85 0,1663 %
HARELBEKE 481.178,85 0,3673 %
HASSELT 2.199.566,36 1,6789 %
HECHTEL-EKSEL 198.828,08 0,1518 %
HEERS 140.947,60 0,1076 %
HEIST-OP-DEN-BERG 814.046,70 0,6214 %
HEMIKSEM 191.640,87 0,1463 %
HERENT 361.508,87 0,2759 %
HERENTALS 732.438,30 0,5591 %
HERENTHOUT 124.872,95 0,0953 %
HERK-DE-STAD 221.583,67 0,1691 %
HERNE 114.338,25 0,0873 %
HERSELT 217.564,26 0,1661 %
HERSTAPPE 0,00 0,0000 %
HERZELE 269.662,47 0,2058 %
HEUSDEN-ZOLDER 993.048,48 0,7580 %
HEUVELLAND 121.094,07 0,0924 %
HOEGAARDEN 115.561,78 0,0882 %
HOEILAART 207.133,08 0,1581 %
HOESELT 169.071,52 0,1291 %
HOLSBEEK 136.799,47 0,1044 %
HOOGLEDE 191.307,34 0,1460 %
HOOGSTRATEN 455.704,75 0,3478 %
HOREBEKE 3.675,06 0,0028 %
HOUTHALEN-HELCHTEREN 823.172,63 0,6283 %
HOUTHULST 167.454,84 0,1278 %
HOVE 146.747,65 0,1120 %
HULDENBERG 131.577,88 0,1004 %
HULSHOUT 158.279,83 0,1208 %
ICHTEGEM 226.035,86 0,1725 %
IEPER 820.643,20 0,6264 %
INGELMUNSTER 177.721,55 0,1357 %
IZEGEM 513.405,34 0,3919 %
JABBEKE 213.661,06 0,1631 %
KALMTHOUT 271.579,28 0,2073 %
KAMPENHOUT 186.186,44 0,1421 %
KAPELLEN 428.699,26 0,3272 %
KAPELLE-OP-DEN-BOS 133.637,27 0,1020 %
KAPRIJKE 112.465,54 0,0858 %
KASTERLEE 264.592,19 0,2020 %
KEERBERGEN 201.218,45 0,1536 %
KINROOI 195.655,08 0,1493 %
KLUISBERGEN 113.793,91 0,0869 %
KNESSELARE 122.640,47 0,0936 %
KNOKKE-HEIST 658.045,96 0,5023 %
KOEKELARE 87.977,76 0,0672 %
KOKSIJDE 456.176,11 0,3482 %
KONTICH 295.938,84 0,2259 %
KORTEMARK 203.573,15 0,1554 %
KORTENAKEN 124.522,46 0,0950 %
KORTENBERG 290.208,39 0,2215 %
KORTESSEM 123.531,80 0,0943 %
KORTRIJK 2.212.743,49 1,6890 %
KRAAINEM 0,00 0,0000 %
KRUIBEKE 240.037,46 0,1832 %
KRUISHOUTEM 123.050,36 0,0939 %
KUURNE 227.600,49 0,1737 %
LAAKDAL 244.442,54 0,1866 %
LAARNE 221.932,75 0,1694 %
LANAKEN 359.610,31 0,2745 %
LANDEN 307.775,48 0,2349 %
LANGEMARK-POELKAPELLE 123.853,65 0,0945 %
LEBBEKE 264.702,11 0,2020 %
LEDE 259.148,82 0,1978 %
LEDEGEM 130.741,41 0,0998 %
LENDELEDE 108.708,19 0,0830 %
LENNIK 130.833,09 0,0999 %
LEOPOLDSBURG 511.912,58 0,3907 %
LEUVEN 2.321.954,23 1,7724 %
LICHTERVELDE 123.453,44 0,0942 %
LIEDEKERKE 330.199,12 0,2520 %
LIER 925.016,72 0,7061 %
LIERDE 113.568,68 0,0867 %
LILLE 173.520,02 0,1324 %
LINKEBEEK 56.583,80 0,0432 %
LINT 181.513,90 0,1385 %
LINTER 99.736,90 0,0761 %
LOCHRISTI 305.168,49 0,2329 %
LOKEREN 982.362,63 0,7498 %
LOMMEL 737.879,55 0,5632 %
LONDERZEEL 266.238,20 0,2032 %
LO-RENINGE 14.406,56 0,0110 %
LOVENDEGEM 137.553,31 0,1050 %
LUBBEEK 213.165,80 0,1627 %
LUMMEN 218.272,89 0,1666 %
MAARKEDAL 112.957,96 0,0862 %
MAASEIK 527.200,20 0,4024 %
MAASMECHELEN 1.049.736,50 0,8013 %
MACHELEN 418.475,91 0,3194 %
MALDEGEM 359.881,22 0,2747 %
MALLE 267.487,80 0,2042 %
MECHELEN 2.313.638,95 1,7660 %
MEERHOUT 144.981,65 0,1107 %
MEEUWEN-GRUITRODE 218.960,27 0,1671 %
MEISE 280.365,15 0,2140 %
MELLE 181.383,63 0,1385 %
MENEN 923.764,76 0,7051 %
MERCHTEM 262.667,98 0,2005 %
MERELBEKE 386.697,18 0,2952 %
MERKSPLAS 126.660,37 0,0967 %
MESEN 110.081,92 0,0840 %
MEULEBEKE 182.253,79 0,1391 %
MIDDELKERKE 340.281,43 0,2597 %
MOERBEKE 79.275,43 0,0605 %
MOL 933.946,17 0,7129 %
MOORSLEDE 179.923,04 0,1373 %
MORTSEL 573.140,19 0,4375 %
NAZARETH 213.048,22 0,1626 %
NEERPELT 290.740,20 0,2219 %
NEVELE 199.375,72 0,1522 %
NIEL 136.258,34 0,1040 %
NIEUWERKERKEN 60.002,49 0,0458 %
NIEUWPOORT 224.856,72 0,1716 %
NIJLEN 306.440,76 0,2339 %
NINOVE 797.977,99 0,6091 %
OLEN 204.597,67 0,1562 %
OOSTENDE 1.836.124,09 1,4015 %
OOSTERZELE 177.235,99 0,1353 %
OOSTKAMP 372.226,06 0,2841 %
OOSTROZEBEKE 120.541,80 0,0920 %
OPGLABBEEK 184.950,26 0,1412 %
OPWIJK 233.196,73 0,1780 %
OUDENAARDE 411.023,61 0,3137 %
OUDENBURG 91.672,10 0,0700 %
OUD-HEVERLEE 197.709,65 0,1509 %
OUD-TURNHOUT 216.458,63 0,1652 %
OVERIJSE 558.309,42 0,4262 %
OVERPELT 356.216,67 0,2719 %
PEER 268.903,56 0,2053 %
PEPINGEN 107.531,36 0,0821 %
PITTEM 82.430,93 0,0629 %
POPERINGE 311.624,62 0,2379 %
PUTTE 257.712,81 0,1967 %
PUURS 307.673,91 0,2348 %
RANST 268.249,14 0,2048 %
RAVELS 235.337,14 0,1796 %
RETIE 178.863,10 0,1365 %
RIEMST 239.652,22 0,1829 %
RIJKEVORSEL 186.356,22 0,1422 %
ROESELARE 1.970.633,08 1,5042 %
RONSE 773.090,05 0,5901 %
ROOSDAAL 188.798,45 0,1441 %
ROTSELAAR 242.443,92 0,1851 %
RUISELEDE 53.624,15 0,0409 %
RUMST 225.399,22 0,1720 %
SCHELLE 136.615,28 0,1043 %
SCHERPENHEUVEL-ZICHEM 320.384,12 0,2445 %
SCHILDE 289.661,97 0,2211 %
SCHOTEN 625.232,97 0,4772 %
SINT-AMANDS 122.521,09 0,0935 %
SINT-GENESIUS-RODE 204.255,84 0,1559 %
SINT-GILLIS-WAAS 273.585,86 0,2088 %
SINT-KATELIJNE-WAVER 339.771,83 0,2593 %
SINT-LAUREINS 114.124,85 0,0871 %
SINT-LIEVENS-HOUTEM 161.568,75 0,1233 %
SINT-MARTENS-LATEM 123.107,63 0,0940 %
SINT-NIKLAAS 2.105.713,25 1,6073 %
SINT-PIETERS-LEEUW 624.518,29 0,4767 %
SINT-TRUIDEN 1.054.660,92 0,8050 %
SPIERE-HELKIJN 38.035,49 0,0290 %
STABROEK 262.372,74 0,2003 %
STADEN 182.342,56 0,1392 %
STEENOKKERZEEL 193.144,61 0,1474 %
STEKENE 256.410,05 0,1957 %
TEMSE 717.595,44 0,5477 %
TERNAT 431.797,16 0,3296 %
TERVUREN 503.641,06 0,3844 %
TESSENDERLO 383.547,33 0,2928 %
TIELT 530.237,35 0,4047 %
TIELT-WINGE 193.078,97 0,1474 %
TIENEN 798.982,53 0,6099 %
TONGEREN 714.902,84 0,5457 %
TORHOUT 407.871,65 0,3113 %
TREMELO 153.037,01 0,1168 %
TURNHOUT 1.536.104,41 1,1725 %
VEURNE 222.791,34 0,1701 %
VILVOORDE 1.045.124,66 0,7977 %
VLETEREN 45.819,97 0,0350 %
VOEREN 61.260,21 0,0468 %
VORSELAAR 147.606,96 0,1127 %
VOSSELAAR 175.896,03 0,1343 %
WAARSCHOOT 130.348,70 0,0995 %
WAASMUNSTER 217.259,42 0,1658 %
WACHTEBEKE 117.606,78 0,0898 %
WAREGEM 871.888,82 0,6655 %
WELLEN 83.274,15 0,0636 %
WEMMEL 305.117,81 0,2329 %
WERVIK 327.384,70 0,2499 %
WESTERLO 394.520,94 0,3011 %
WETTEREN 617.106,70 0,4710 %
WEVELGEM 625.633,52 0,4775 %
WEZEMBEEK-OPPEM 26.369,76 0,0201 %
WICHELEN 183.273,41 0,1399 %
WIELSBEKE 129.854,42 0,0991 %
WIJNEGEM 140.704,18 0,1074 %
WILLEBROEK 550.882,89 0,4205 %
WINGENE 228.094,87 0,1741 %
WOMMELGEM 131.485,51 0,1004 %
WORTEGEM-PETEGEM 80.224,98 0,0612 %
WUUSTWEZEL 282.908,75 0,2159 %
ZANDHOVEN 196.834,78 0,1502 %
ZAVENTEM 767.790,23 0,5861 %
ZEDELGEM 314.275,53 0,2399 %
ZELE 406.614,87 0,3104 %
ZELZATE 246.891,69 0,1885 %
ZEMST 407.461,78 0,3110 %
ZINGEM 118.661,30 0,0906 %
ZOERSEL 348.356,18 0,2659 %
ZOMERGEM 131.263,52 0,1002 %
ZONHOVEN 307.755,25 0,2349 %
ZONNEBEKE 198.222,20 0,1513 %
ZOTTEGEM 379.916,93 0,2900 %
ZOUTLEEUW 126.712,89 0,0967 %
ZUIENKERKE 5.014,44 0,0038 %
ZULTE 230.258,05 0,1758 %
ZUTENDAAL 126.918,53 0,0969 %
ZWALM 122.180,16 0,0933 %
ZWEVEGEM 376.999,50 0,2878 %
ZWIJNDRECHT 343.621,82 0,2623 %
Totaal 131.009.724,20 100,0000 %

 

Artikel 52. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IIIsexies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk IIIsexies. Bijzondere bepalingen over de vaststelling van de bedragen voor sommige gemeenten ten gevolge van de overname van provinciale instellingen".
 

Artikel 53. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IIIsexies, ingevoegd bij artikel 52, een artikel 19septies decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 19septies decies. Vanaf het begrotingsjaar 2018 worden aan de volgende gemeenten de volgende bedragen toegekend voor een totaal bedrag van 23.819.200 euro:
1° Antwerpen: 12.578.500,00 euro;
2° Gent: 853.000,00 euro;
3° Hasselt: 4.953.000,00 euro;
4° Kortrijk: 1.064.000 euro;
5° Waregem: 325.000 euro;
6° Moerbeke: 5700,00 euro;
7° Tongeren: 4.040.000,00 euro.

De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden vanaf het begrotingsjaar 2019 elk jaar aangepast met een evolutiepercentage. Dat percentage is gelijk aan de procentuele verhouding, berekend tot op een honderdste van de eenheid, tussen het gezondheidsindexcijfer van de maand maart van het jaar dat het begrotingsjaar voorafgaat met dat van de maand maart van het daaraan voorafgaande jaar.".
 

Artikel 54. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk IIIsexies een artikel 19duodevicies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 19duodevicies. De bedragen vermeld in artikel 19septies decies, worden aan de gemeenten uitbetaald in vier gelijke delen, telkens op het einde van de eerste maand van elk kwartaal.".
 

Artikel 55. (01/01/2018- ...)

In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk IIIsexies een artikel 19undevicies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 19undevicies. De bepalingen, vermeld in artikel 6 tot en met 15, zijn niet van toepassing op de bedragen, vermeld in artikel 19septies decies.".
 

Onderafdeling 3 Wijzigingen van het decreet van 7 mei 2004 houdende omvorming van de vzw "de Rand" tot een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap en houdende vaststelling van de bevoegdheden van de provincie Vlaams-Brabant inzake de ondersteuning van de Vlaamse Rand

Artikel 56. (01/01/2018- ...)

In artikel 10/1 van het decreet van 7 mei 2004 houdende omvorming van de vzw "de Rand" tot een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap en houdende vaststelling van de bevoegdheden van de provincie Vlaams-Brabant inzake de ondersteuning van de Vlaamse Rand, ingevoegd bij het decreet van 12 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "een of meer beleidsprioriteiten voor" opgeheven;
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De subsidies worden aangewend als volgt:
1° wat het jeugdbeleid betreft, worden de subsidies aangewend in het kader van:
a) de ondersteuning van het jeugdwerk in algemene zin;
b) de bevordering van de participatie in het jeugdwerk van kinderen en jongeren;
c) het ondersteunen van initiatieven binnen de vrijetijdscontext van kinderen en jongeren, op basis van behoeften in de gemeenten en gericht op het bevorderen van het gebruik van het Nederlands;
2° wat het cultuurbeleid betreft, worden de subsidies aangewend in het kader van:
a) het voeren van een kwaliteitsvol en duurzaam lokaal cultuurbeleid;
b) het financieren van een bibliotheekwerking, voor zover er geen kwalitatief gemeentelijk initiatief is;
3° wat het sportbeleid betreft, worden de subsidies aangewend in het kader van:
a) het ondersteunen van de kwalitatieve uitbouw van de sportverenigingen via een doelgericht subsidiebeleid;
b) het ondersteunen van promotieactiviteiten gericht op het activeren tot sportparticipatie;
c) het ondersteunen van lokale initiatieven met betrekking tot sport, op basis van behoeften van inwoners van de gemeenten en van de lokale sportclubs.";
3° in het derde lid wordt de zinsnede "in de zes randgemeenten die geen subsidie hebben aangevraagd in het kader van de subsidieregelingen, vermeld in het tweede lid," vervangen door de woorden "in de randgemeenten";
4° in het vierde lid wordt de zinsnede "de Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in het tweede lid" vervangen door de zinsnede "het jeugdbeleid, het lokaal sportbeleid en het cultuurbeleid";
5° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt:
"De voorwaarden en modaliteiten waaronder de subsidie wordt verleend, worden geconcretiseerd in een samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse ministers, bevoegd voor de coördinatie van het kinderrechtenbeleid, de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven, en de culturele aangelegenheden, en de vzw "de Rand".".
 

Artikel 57. (01/01/2018- ...)

Artikel 10/2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 juli 2013 en gewijzigd bij het decreet van 4 december 2015, wordt opgeheven.
 

HOOFDSTUK 4 Cultuur, Jeugd, Sport en Media

Afdeling 1 Wijziging begrotingsfonds Kunsten en Erfgoed

Artikel 58. (01/01/2018- ...)

Aan artikel 22, § 2, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, gewijzigd bij de decreten van 21 november 2008 en 19 december 2014, wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"8° inkomsten uit vergoedingen voor schade, verlies of diefstal van kunstvoorwerpen.".
 

Afdeling 2 Toevoeging gescomiddelen aan de werkingssubsidie

Artikel 59. (01/01/2018- ...)

De werkingssubsidie van de organisaties, vermeld in het tweede lid, wordt vanaf 1 januari 2018 verhoogd met het bedrag van de subsidie, die op basis van het ministerieel besluit van 23 december 2016 betreffende de toekenning van een subsidie aan organisaties met geregulariseerde gescoprojecten in de beleidsvelden Cultuur en Jeugd - overgangsscenario - 2017 is uitbetaald aan de voormelde organisaties of aan de organisaties die hen ondersteunen. Het bedrag waarmee de werkingssubsidie verhoogd wordt, wordt vermenigvuldigd met 101,46%. De verhoging van de werkingssubsidie op basis van dit artikel geldt enkel voor de duur van de lopende beleidsplanperiode van de decreten, vermeld in het tweede lid.

Het eerste lid is van toepassing op organisaties die een werkingssubsidie ontvangen op basis van een van de volgende decreten:
1° het Cultureelerfgoeddecreet van 24 februari 2017;
2° het Kunstendecreet van 13 december 2013;
3° het decreet van 22 december 2000 betreffende de amateurkunsten;
4° het decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid.
 

Afdeling 3 Begrotingsfonds Cultureel Centrum Voeren

Artikel 60. (01/01/2010- 31/12/2019)

Er wordt een begrotingsfonds Vlaams Cultureel Centrum Voeren opgericht, hierna genoemd "het fonds".

Het fonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 12 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof.

Het fonds wordt gespijsd door alle ontvangsten, die voortvloeien uit activiteiten die het Vlaams Cultureel Centrum Voeren uitoefent, zoals opbrengsten uit de verhuur van lokalen, inrichten van culturele manifestaties, verkoop van voedsel en drank, verkoop van publicaties en verkoop van producten.

Het fonds wordt aangewend voor de werking van het Vlaams Cultureel Centrum Voeren, alsook voor het aanschaffen van vermogensgoederen.
 

Afdeling 4 Omvorming Kunstenloket vzw naar Cultuurloket vzw

Artikel 61. (01/01/2018- ...)

Artikel 3 van het decreet van 12 mei 2017 houdende diverse bepalingen in de beleidsvelden Cultuur en Jeugd wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 3. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om mee te werken aan de oprichting van een vereniging zonder winstoogmerk "Cultuurloket vzw" en toe te treden tot die vereniging met als doel ondernemerschap en professionalisering in de Vlaamse culturele sector te bevorderen en toeleiding naar aanvullende financiering te faciliteren.

Indien de Vlaamse Regering gebruikmaakt van de machtiging, vermeld in het eerste lid, dient ze de volgende voorwaarden te respecteren:
1° de taken van Cultuurloket vzw zijn:
a) kennis te bundelen en een visie te vormen over zakelijk-juridische aangelegenheden en aanvullende financiering voor de Vlaamse cultuursector;
b) kennis te ontsluiten en advies te verlenen aan professionele actoren - zowel individuen als organisaties - in de Vlaamse cultuursector;
c) vormings- en opleidingsprojecten te organiseren en te stimuleren en matching-trajecten op te zetten om de cultuursector op zakelijk vlak te professionaliseren en duurzaam ondernemen te bevorderen;
d) te netwerken met de ondersteunende organisaties uit de cultuursector (lokaal, Vlaams en internationaal);
2° de beheersformule, vermeld in artikel 9, b), van de wet van 16 juli 1973, wordt toegepast.

De Vlaamse Regering kan bijkomende opdrachten toekennen aan Cultuurloket vzw.

De Vlaamse Regering kent binnen de perken van de door het Vlaams Parlement goedgekeurde kredieten, een jaarlijkse subsidie van 1.522.000 euro toe aan Cultuurloket vzw, op voorwaarde van het afsluiten van een beheersovereenkomst. Deze subsidie bestaat uit een subsidiëring van een kern van personeelsleden, een jaarlijkse basistoelage voor de werking en een subsidiëring op grond van werkelijk gepresteerde activiteiten.

Met behoud van de toepassing van artikel 47, § 1, van het decreet van 23 december 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2017, wordt het subsidiebedrag gekoppeld aan hetzelfde prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van het concurrentievermogen.

De subsidie wordt uitgekeerd in een voorschot en een saldo. Het voorschot wordt betaald in het eerste kwartaal van elk werkjaar en bedraagt 90% van het toegekende subsidiebedrag. Het saldo wordt uitbetaald in de loop van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkjaar nadat de administratie de financiële afrekening en het jaarverslag van het voorbije gesubsidieerde jaar heeft goedgekeurd.

De Vlaamse Regering sluit een beheersovereenkomst met Cultuurloket vzw voor een duur van maximaal vijf jaar. Deze beheersovereenkomst bevat de concrete uitwerking, op praktisch vlak, van de bij dit artikel vastgestelde regels, zoals de missie, de invulling van de kerntaken en de strategische en operationele doelstellingen.

Cultuurloket vzw mag het gedeelte van het toegekende subsidiebedrag voor het werkjaar dat de kosten van dat werkjaar overschrijdt, onbeperkt aanwenden voor de aanleg van een reserve binnen de duur van de beheersovereenkomst. Die gecumuleerde reserve mag op het einde van de beheersovereenkomst maximaal twintig procent bedragen van het toegekende subsidiebedrag van het laatste werkjaar op voorwaarde dat een nieuwe beheersovereenkomst wordt afgesloten. Indien geen nieuwe beheersovereenkomst wordt afgesloten dient Cultuurloket vzw een gemotiveerd bestedingsplan omtrent de vzw in bij de bevoegde administratie. Als de administratie het bestedingsplan niet goedkeurt, is Cultuurloket vzw gehouden tot onmiddellijke terugbetaling van de met subsidies opgebouwde reserve.".
 

Artikel 62. (01/01/2018- ...)

De artikelen 75 en 76 van het Kunstendecreet van 13 december 2013 worden opgeheven.
 

HOOFDSTUK 5 Omgeving

Afdeling 1 Energieleningen

Artikel 63. (29/12/2017- ...)

Artikel 49 van het decreet van 27 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake energie wordt ingetrokken.
 

Afdeling 2 Dierenwelzijnsfonds

Artikel 64. (01/01/2018- ...)

In artikel 107 van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015, gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 2 worden de punten 3°, 4° en 5° toegevoegd, die luiden als volgt:
"3° vrijwillige bijdragen van de proefdiergebruikers voor onderzoek naar en promotie van alternatieven voor dierproeven;
4° rechtsplegingsvergoedingen die in het kader van rechtszaken opgelegd kunnen worden;
5° de inning van bij de eigenaar of voormalige eigenaar teruggevorderde onkosten die voortvloeien uit de inbeslagname van zijn verwaarloosde dieren.";
2° in paragraaf 3 wordt tussen de zinsneden "administratie- en werkingskosten," en "kosten voor sensibilisering," de zinsnede "kosten voor juridische bijstand" ingevoegd. Tussen de zinsneden "het welzijn der dieren," en "alsook het verlenen van subsidies" wordt de zinsnede "waaronder ook de kosten die gepaard gaan met de inbeslagname van verwaarloosde dieren," ingevoegd.
 

Afdeling 3 Wijziging van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning

Artikel 65. (01/01/2018- ...)

Aan artikel 15, § 1, eerste lid, van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning wordt de zin "De grindheffing is verschuldigd voor de grindwinning die plaatsvindt voor 1 januari 2018." toegevoegd.

Afdeling 4 Uitbreiding inkomsten Vlaams Klimaatfonds

Artikel 66. (01/01/2018- ...)

Aan artikel 14, § 4, van het decreet van 13 juli 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt een bepaling toegevoegd, die luidt als volgt:
"- De bedragen toegekend aan het Vlaamse Gewest, overeenkomstig artikel 65quater, § 5, 1°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en Gewesten, gewijzigd bij de bijzondere wet van 6 januari 2014.".

Afdeling 5 Milieuheffingen

Artikel 67. (01/01/2018- ...)

Aan artikel 46, § 1, 1°, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen wordt de zin "Daarbij geldt een minimum van 250 euro." toegevoegd.
 

Artikel 68. (01/01/2018- ...)

In artikel 46, § 1, 6°, van hetzelfde decreet wordt punt a) vervangen door wat volgt:
"a) voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats van procesresidu's die vrijkomen bij een nat reinigingsproces en afkomstig van bedrijven die grond, rioolkolkenslib, zeefzand, veegvuil en vergelijkbare zandhoudende afvalstoffen in een daartoe vergunde inrichting fysicochemisch reinigen met het oog op het herwinnen van zand en granulaten als nieuwe grondstof: 2 euro per ton. De hoeveelheid te storten procesresidu's moet kleiner zijn dan 40 gewichtsprocent op droge stof basis. Dit percentage moet beschouwd worden als een maximum van 40% op droge stof basis per gereinigde partij, tenzij OVAM op verzoek van de exploitant toestemming verleent om voor een bepaalde partij van het gewichtspercentage af te wijken;".
 

Artikel 69. (01/01/2018- ...)

In artikel 46, § 1, 6°, b), van hetzelfde decreet wordt de zin "Voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats van afvalstoffen van bodemsaneringsoperaties waarbij overeenkomstig het advies van de OVAM andere saneringswijzen dan uitgraven en storten onredelijk hoge kosten met zich meebrengen of onmogelijk zijn: 2,2 euro per ton." vervangen door de zin "Voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats van afvalstoffen van bodemsaneringsoperaties, niet reinigbare grond en van residu's andere dan bedoeld in artikel 46, § 1, 6°, a), van het reinigen van grond, rioolkolkenslib, zeefzand, veegvuil en vergelijkbare zandhoudende afvalstoffen, waarbij overeenkomstig het advies van de OVAM andere sanerings- of verwerkingswijzen dan uitgraven en/of storten onredelijk hoge kosten met zich meebrengen of onmogelijk zijn: 2 euro per ton.".
 

Artikel 70. (01/01/2018- ...)

Aan artikel 46, § 1, 7° en 8°, van hetzelfde decreet wordt telkens de zin "Dit tarief geldt tot en met het vierde kwartaal van 2017." toegevoegd.
 

Artikel 71. (01/01/2018- ...)

In artikel 46, § 2, tweede lid, 1°, b), van hetzelfde decreet wordt tussen het woord "2014" en de woorden "voor recyclagebedrijven" de zinsnede "tot en met het vierde kwartaal van 2017 en K = 0,25 vanaf het eerste kwartaal van 2018" ingevoegd.

Artikel 72. (01/01/2018- ...)

In artikel 46, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
"2° a) K = 0 met ingang van het heffingsjaar 2007 tot en met het heffingsjaar 2020 en K = 0,05 met ingang van het heffingsjaar 2021 voor het storten van:
- recyclageresidu's afkomstig van bedrijven die gelaagd glas voorbehandelen met het oog op de herwinning van polyvinylbutyral, afgekort PVB-polymeren voor de aanmaak van nieuwe producten, meer bepaald residu's afkomstig van de scheiding van het glas en PVB-folie;
- recyclageresidu's van bedrijven die glasafval afkomstig van selectieve inzamelingen gebruiken of voorbehandelen als grondstof voor de aanmaak van nieuw glas, meer bepaald brandbare residu's en niet-brandbare residu's (zogenaamde keramiek-steen-porselein-fractie, afgekort KSP-fractie) afkomstig van het sorteerproces;
b) K = 0 met ingang van het heffingsjaar 2007 voor het storten van niet-brandbare residu's van bedrijven die glasafval afkomstig van selectieve inzamelingen gebruiken of voorbehandelen als grondstof voor de aanmaak van nieuw glas, meer bepaald residu's van het sorteerproces en bestaande uit de uitgesorteerde fijne glasfractie met een korrelgrootte <3 mm, die geen afzet kennen in de glasindustrie;".
 

Artikel 73. (01/01/2018- ...)

 In artikel 46, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt een punt 16° ingevoegd, dat luidt als volgt:
"16° K = 0,15 met ingang van het heffingsjaar 2018 voor recyclageresidu's van bedrijven die ovenpuin afkomstig van de productie van roestvrij staal via nieuwe scheidingstechnieken verwerken voor de aanmaak van nieuwe stoffen en producten;".

Artikel 74. (01/01/2018- ...)

In artikel 46, § 2, zesde lid, van hetzelfde decreet wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° a) 25% voor residu's afkomstig van de scheiding van het glas en PVB;
b) 7% voor brandbare residu's afkomstig van recyclage van glas;
c) 7% voor niet-brandbare residu's afkomstig van recyclage van glas, afkomstig van het optische sorteerproces (KSP-fractie);
d) 12% voor niet-brandbare residu's afkomstig van recyclage van glas bestaand uit fijne fractie (<3 mm) die geen afzet kennen in de glasindustrie;".
 

Artikel 75. (01/01/2018- ...)

 In artikel 46, § 2, van hetzelfde decreet wordt tussen het zesde en het zevende lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De heffing, vermeld in het eerste lid, voor recyclageresidu's van bedrijven die ovenpuin afkomstig van de productie van roestvrij staal verwerken voor de aanmaak van nieuwe stoffen en producten, geldt voor de volgende hoeveelheden:
1° in het eerste jaar dat de betreffende installatie overeenkomstig de goedkeuring van de OVAM werd in gebruik genomen, voor een te storten hoeveelheid die maximaal gelijk is aan de hoeveelheid teruggewonnen materialen die voor nuttige toepassing werden afgevoerd vermenigvuldigd met een factor 4;
2° in het tweede jaar voor een te storten hoeveelheid die maximaal gelijk is aan de hoeveelheid teruggewonnen materialen die voor nuttige toepassing werden afgevoerd vermenigvuldigd met een factor 2,5;
3° in het derde jaar voor een te storten hoeveelheid die maximaal gelijk is aan de hoeveelheid teruggewonnen materialen die voor nuttige toepassing werden afgevoerd vermenigvuldigd met een factor 1,75;
4° in het vierde jaar voor een te storten hoeveelheid die maximaal gelijk is aan de hoeveelheid teruggewonnen materialen die voor nuttige toepassing werden afgevoerd vermenigvuldigd met een factor 1,25;
5° in het vijfde jaar voor een te storten hoeveelheid die maximaal gelijk is aan de hoeveelheid teruggewonnen materialen die voor nuttige toepassing werden afgevoerd vermenigvuldigd met een factor 1;
6° in het zesde jaar voor een te storten hoeveelheid die maximaal gelijk is aan de hoeveelheid teruggewonnen materialen die voor nuttige toepassing werden afgevoerd vermenigvuldigd met een factor 0,8;
7° in het zevende jaar voor een te storten hoeveelheid die maximaal gelijk is aan de hoeveelheid teruggewonnen materialen die voor nuttige toepassing werden afgevoerd vermenigvuldigd met een factor 0,4.".
 

Artikel 76. (01/01/2018- ...)

 In artikel 46, § 5, van hetzelfde decreet wordt een derde lid ingevoegd dat luidt als volgt:
"In afwijking van het tweede lid worden de vanaf 1 januari 2018 ingevoerde bedragen, vermeld in punt 6°, a) en b), van paragraaf 1 aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen met als basisindex het indexcijfer van de consumptieprijzen van november 2017, basis 1996.".

Afdeling 6 Dossiertaksen GGO's

Artikel 77. (01/01/2018- ...)

In artikel 5.5.1, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, gewijzigd bij het decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging aan diverse bepalingen inzake de milieuhandhaving van 30 april 2009, worden de woorden "Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur" vervangen door het woord "Omgevingsfonds".
 

HOOFDSTUK 6 Onderwijs en Vorming

Afdeling 1 Fonds Dienstverlening AHOVOKS

Artikel 78. (01/01/2018- ...)

Aan artikel 26, § 3, van het decreet van 21 december 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013, gewijzigd bij de decreten van 3 juli 2015, 18 december 2015 en 8 juli 2016, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° de vergoedingen voor het afleveren van duplicaten van diploma's, certificaten en getuigschriften door de Examencommissie Secundair Onderwijs en NARIC Vlaanderen.".
 

Afdeling 2 Bevriezen integratietoelage secundair onderwijs

Artikel 79. (01/01/2018- ...)

In de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, wordt een artikel 330/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 330/2. Met het oog op het in overeenstemming brengen van de integratie-toelagen toegekend in het begrotingsjaar 2018 voor de leerlingen geïntegreerd onderwijs voor het schooljaar 2016-2017 worden in het begrotingsjaar 2018 volgende afwijkingen voorzien:
1° afwijking op artikelen 324 en 325 van de Codex Secundair Onderwijs: van het werkingsbudget voor het buitengewoon onderwijs wordt in het begrotingsjaar 2018 1.444.000 euro afgehouden voor het werkingsbudget voor de integratietoelage voor gon-leerlingen, hierna BschK-GON te noemen;
2° afwijking op artikel 326, 2° en 3°, van de Codex Secundair Onderwijs: voor alle scholen wordt per schoolkenmerk, vermeld in artikel 326, 1°, apart voor het aantal leerlingen van het buitengewoon secundair onderwijs en apart voor het aantal leerlingen van het geïntegreerd onderwijs, op de respectievelijke teldata, het aantal leerlingen vermenigvuldigd met het overeenkomstige puntengewicht. Het B-SchK wordt gedeeld door het totale aantal te verdelen punten voor buitengewoon secundair onderwijs. Het quotiënt van die deling is de geldwaarde per punt voor schoolkenmerken voor buitengewoon secundair onderwijs, hierna GPP-SchK te noemen.
Het BschK-GON wordt gedeeld door het totale aantal te verdelen punten voor het geïntegreerd onderwijs. Het quotiënt van die deling is de geldwaarde per punt voor schoolkenmerken voor geïntegreerd onderwijs, hierna GPP-SchKGON te noemen;
3° afwijking op artikel 330, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs: de integratietoelage per school van het buitengewoon secundair onderwijs is het resultaat van de vermenigvuldiging van het totale aantal punten per school zoals berekenend in het eerste lid met de GPP-SchKGON, als vermeld in punt 2°. ".
 

Afdeling 3 Bevriezen integratietoelage basisonderwijs

Artikel 80. (01/01/2018- ...)

In het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wordt een artikel 86quater ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 86quater. Met het oog op het in overeenstemming brengen van de integratietoelagen toegekend in het begrotingsjaar 2018 voor de leerlingen geïntegreerd onderwijs voor het schooljaar 2016-2017 worden in het begrotingsjaar 2018 volgende afwijkingen voorzien:
1° afwijking op artikelen 85bis en 85ter van het decreet basisonderwijs: van het werkingsbudget voor het buitengewoon onderwijs wordt in het begrotingsjaar 2018 4.298.000 euro afgehouden voor het werkingsbudget voor de integratietoelage voor gon-leerlingen, hierna BschK-GON te noemen. Deze afhouding gebeurt na indexering van de middelen;
2° afwijking op artikel 85quater, 2° en 3°, van het decreet basisonderwijs: voor alle scholen wordt per schoolkenmerk, vermeld in artikel 85quater, 1°, apart voor het aantal leerlingen van het geïntegreerd onderwijs, op de respectievelijke teldatum, het aantal leerlingen vermenigvuldigd met het overeenkomstige puntengewicht.
Het BschK-GON wordt gedeeld door het totale aantal te verdelen punten voor het geïntegreerd onderwijs. Het quotiënt van die deling is de geldwaarde per punt voor schoolkenmerken voor geïntegreerd onderwijs, hierna GPP-SchKGON te noemen;
3° afwijking op artikel 86bis, tweede lid, van het decreet basisonderwijs: de integratietoelage per school van het buitengewoon basisonderwijs is het resultaat van de vermenigvuldiging van het totale aantal punten per school zoals berekenend in het eerste lid met de GPP-SchKGON, vermeld in punt 2°. ".
 

Afdeling 4 Technische rechtzetting in de berekening van de werkingsmiddelen van het basisonderwijs

Artikel 81. (01/01/2018- ...)

In artikel 79, § 2, 3°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, vervangen bij het decreet van 4 juli 2008 en gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008, 18 december 2009, 23 december 2010, 1 juni 2012, 21 december 2012 en 19 december 2014, worden de woorden "Voor het begrotingsjaar 2017" vervangen door de woorden "Vanaf het begrotingsjaar 2017".
 

Artikel 82. (01/01/2018- ...)

In artikel 79, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, vervangen bij het decreet van 4 juli 2008 en gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008, 18 december 2009, 23 december 2010, 1 juni 2012, 21 december 2012 en 19 december 2014, wordt punt 4° opgeheven.

Artikel 83. (01/01/2018- ...)

In artikel 85bis, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, ingevoegd bij het decreet van 4 juli 2008 en gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008, 18 december 2009, 23 december 2010, 1 juni 2012, 21 december 2012 en 19 december 2014, wordt punt 4° opgeheven.
 

Afdeling 5 Technische rechtzetting in de berekening van de werkingsmiddelen van het secundair onderwijs

Artikel 84. (01/01/2018- ...)

In artikel 243, § 2, 3°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, worden de woorden "voor het begrotingsjaar 2017" vervangen door de woorden "vanaf het begrotingsjaar 2017".

Artikel 85. (01/01/2018- ...)

In artikel 243, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, wordt punt 4° opgeheven.
 

Artikel 86. (01/01/2018- ...)

In artikel 324, § 2, 3°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, worden de woorden "voor het begrotingsjaar 2017" vervangen door de woorden "vanaf het begrotingsjaar 2017".

Artikel 87. (01/01/2018- ...)

In artikel 324, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, wordt punt 4° opgeheven.
 

Afdeling 6 Aanpassing bijdrage wettelijke en conventionele werkgeversbijdragen universiteiten

Artikel 88. (01/01/2018- ...)

Aan artikel III.58 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, gewijzigd bij de decreten van 17 juni 2016 en 23 december 2016, wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 6. Naast de bedragen, vermeld in paragraaf 1, 2 en 5, ontvangen vanaf het begrotingsjaar 2018 de volgende universiteiten de hierna vermelde bijkomende uitkering, uitgedrukt in euro, als bijdrage in het dekken van de kosten, vermeld in paragraaf 1 en 2:
a) Katholieke Universiteit Leuven    714.551,84
b) Vrije Universiteit Brussel    236.277,78
c) Universiteit Antwerpen    40.159,42
d) Universiteit Hasselt    9.010,96

Vanaf het begrotingsjaar 2019 volgen deze bedragen de evolutie van de gezondheidsindex.".

Afdeling 7 Schoolinfrastructuur via projectspecifieke DBFM-overeenkomsten

Artikel 89. (01/01/2018- ...)

 In artikel 15 van het decreet van 25 november 2016 betreffende de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur via projectspecifieke DBFM-overeenkomsten wordt in paragraaf 1, op de derde regel, de zinsnede ``maximaal 22,5 miljoen euro per jaar'' vervangen door de zinsnede ``maximaal 36,5 miljoen euro per jaar''.
 

Afdeling 8 Aanvullende investeringstoelage ten behoeve van de Hogere Zeevaartschool

Artikel 90. (01/01/2018- ...)

Aan artikel 4 van het decreet van 20 februari 2009 betreffende de Hogere Zeevaartschool, zoals gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 4. Als aanvulling op de bedragen, vermeld in paragraaf 1, ontvangt de Hogere Zeevaartschool in begrotingsjaar 2018 een eenmalige bijkomende investeringsdotatie van 10.000.000 euro.".
 

Afdeling 9 Verhogen werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs

Artikel 91. (01/09/2017- ...)

Aan hoofdstuk VII, afdeling 2, onderafdeling D, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wordt een titel 5° toegevoegd, die luidt als volgt:
"5° Extra werkingsbudget voor het kleuteronderwijs".

Artikel 92. (01/09/2017- ...)

In hetzelfde decreet wordt in titel 5°, ingevoegd bij artikel 91, een artikel 87bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Artikel 87bis. § 1. Vanaf het begrotingsjaar X, startend in begrotingsjaar 2017, wordt een extra werkingsbudget van 10.000.000 euro toegekend aan het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, voor het schooljaar X-X+1, startend in schooljaar 2017-2018.

Het extra werkingsbudget per school is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal kleuters in de school op de teldag vermeld in artikel 87, met de G_Kl, waarbij:
G_Kl = het extra werkingsbudget vermeld in paragraaf 1, eerste lid, na toepassing van paragraaf 2, gedeeld door het totaal aantal kleuters in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs op de teldag vermeld in artikel 87.

Het extra werkingsbudget wordt elk schooljaar aan het schoolbestuur uitbetaald vóór 31 december van het lopende schooljaar.

§ 2. Vanaf het begrotingsjaar 2019 wordt het extra werkingsbudget vermeld in paragraaf 1, eerste lid, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënten A1 en A2.

De coëfficiënten A1 en A2 worden als volgt berekend:
1° A1 = 0,6 + 0,4 (punten 1/punten 0), waarbij:
a) punten 1 = de som van het totale aantal punten voor schoolkenmerk 1 en 2, berekend na de toepassing van artikel 81, voor de leerlingen van het gewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari van het vorige schooljaar en het totaal aantal punten voor schoolkenmerk 3, 4, 5 en 6 zoals berekend na toepassing van artikel 85quater, voor de leerlingen van het buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari van het vorige schooljaar;
b) punten 0 = de som van het totale aantal punten voor schoolkenmerk 1 en 2, berekend na de toepassing van artikel 81, voor de leerlingen van het gewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari van het voorlaatste schooljaar en het totale aantal punten voor schoolkenmerk 3, 4, 5 en 6, zoals berekend na toepassing van artikel 85quater, voor de leerlingen van het buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari van het voorlaatste schooljaar;
2° A2 = (Cx-1/Cx-2), waarbij:
a) Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;
b) Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2.
De A2-coëfficiënt wordt voor 100 % in rekening gebracht.".
 

Afdeling 10 Huursubsidies schoolinfrastructuur

Artikel 93. (01/01/2018- ...)

Artikel 19bis, § 1, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, vervangen bij het decreet van 18 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 19bis. § 1. Elke inrichtende macht mag binnen de perken van de begrotingskredieten een dossier indienen bij AGION voor het huren van een schoolgebouw dat voorheen nog niet als onderwijsbestemming werd ingezet. Deze huursubsidie kadert in projecten voor bestaande gebouwen, vernieuwbouw of nieuwbouw waarbij ofwel nieuwe capaciteitsuitbreiding gerealiseerd wordt ofwel bedreigde capaciteit effectief hersteld wordt, binnen de gesubsidieerde onderwijsinstellingen, centra voor leerlingenbegeleiding of internaten.".
 

Afdeling 11 Machtiging aan AGION voor verbintenissen voor huursubsidies

Artikel 94. (01/01/2018- ...)

In artikel 20 van het decreet van 30 juni 2017 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017 wordt het bedrag "3.600.000 euro" vervangen door het bedrag "6.600.000 euro".
 

Afdeling 12 Asielmiddelen binnen het volwassenenonderwijs in begrotingsjaar 2018

Artikel 95. (01/01/2018- ...)

In artikel 196sexies, § 1, tweede lid, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015, en gewijzigd bij de decreten van 23 december 2016 en 30 juni 2017, wordt een derde lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Ten laste van het begrotingsjaar 2018 worden 66.272 aanvullende leraarsuren, 969,25 aanvullende punten en een bedrag van 566.550,71 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 122,23 aanvullende vte, 2015,25 aanvullende punten en een bedrag van 1.509.718 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.".
 

HOOFDSTUK 7 Financiën en Begroting

Afdeling 1 Gecombineerd vervoer

Artikel 96. (01/01/2017- ...)

In artikel 2.2.6.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt het cijfer "220" telkens vervangen door het cijfer "100";
2° in het derde lid, 1°, worden de woorden "en waarbij de overslagverrichting in België gebeurt" opgeheven.
 

Afdeling 2 Administratieve geldboetes kilometerheffing

Artikel 97. (01/01/2018- ...)

In artikel 3.18.0.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014, 3 juli 2015, 17 juli 2015, 18 december 2015, 23 december 2016 en 30 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 4 worden het tweede tot en met het vijfde lid opgeheven;
2° er wordt een paragraaf 4/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 4/1. Paragraaf 4 is niet van toepassing op de kilometerheffing.

Voor de kilometerheffing kan slechts één administratieve geldboete worden opgelegd voor het totaal van de overtredingen, vermeld in het vierde lid, die gepleegd zijn met hetzelfde voertuig en vastgesteld zijn op dezelfde kalenderdag. Het toepasselijke tarief voor de administratieve geldboete is dat van de overtreding waarvoor het hoogste tarief geldt, overeenkomstig het vierde lid.

Onverminderd de toepassing van het tweede lid, wordt er geen administratieve geldboete opgelegd voor iedere overtreding die werd begaan binnen een ononderbroken tijdvak van drie uren vanaf de vaststelling van een eerdere overtreding op de bepalingen van deze codex en de uitvoeringsbesluiten ervan of van de wetgeving van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Waalse Gewest met betrekking tot de kilometerheffing, in zoverre de betrokken overtredingen werden begaan met hetzelfde voertuig en in zoverre een administratieve geldboete werd opgelegd voor de eerst begane overtreding.

De administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid, wordt berekend volgens de volgende tabel:

Categorie van de overtreding Soort overtreding Boetebedrag
(in euro)
A -manipulatie van de elektronische registratievoorziening;
-vervalsing van de boorddocumenten die nodig zijn om het maximaal toegestane totaalgewicht en de euro-emissieklasse van het voertuig te bepalen;
1.000
B -er is geen elektronische registratievoorziening voor België aan boord van het voertuig;
-er is geen dienstverleningsovereenkomst afgesloten voor het betrokken voertuig;
800
C -de elektronische registratievoorziening is niet geactiveerd;
-de elektronische registratievoorziening aan boord van het voertuig is diegene van een ander voertuig; -gebruik van het belastbaar wegennet terwijl de dienst-verleningsovereenkomst geschorst is;
-gebruik van het belastbaar wegennet nadat de elektronische registratievoorziening het signaal heeft ontvangen dat het ter beschikking gestelde gegarandeerde betaalmiddel ontoereikend is geworden;
- gebruik van het belastbaar wegennet terwijl de elektronische registratievoorziening een probleem signaleert, of elk signaal door de elektronische registratievoorziening ontbreekt, zonder dat de houder van het voertuig zich onmiddellijk in verbinding stelt met de dienstverlener;
gebruik van het belastbaar wegennet terwijl de elektronische registratievoorziening een probleem signaleert, of elk signaal door de elektronische registratievoorziening ontbreekt, nadat de houder van het voertuig zich onmiddellijk in verbinding stelt met de dienstverlener, maar zonder dat hij de gegeven instructies naleeft;
500
D elke andere overtreding van de regelgeving inzake de kilometer-heffing in deze codex en zijn uitvoeringsbesluiten die hierboven niet expliciet vermeld is 100

Het bevoegde personeelslid kan de administratieve geldboete, vermeld in het vierde lid, categorie C, verminderen tot 250 euro als de boete betrekking heeft op de eerste overtreding van categorie C in het betreffende kalenderjaar.

Het bevoegde personeelslid kan de administratieve geldboetes, vermeld in het vierde lid, voor hetzelfde type van overtreding begaan binnen een beperkte tijdspanne verminderen als de belastingplichtige te goeder trouw handelde.".
 

HOOFDSTUK 8 Inwerkingtreding

Artikel 98. (01/01/2018- ...)

Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2018, met uitzondering van:
1° artikel 3 dat in werking treedt op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum;
2° artikel 10 en artikel 11, 1° en 3°, die in werking treden op 1 januari 2020;
3° artikel 12 dat in werking treedt op 1 januari 2018 en buiten werking treedt op 1 januari 2020;
4° artikel 60 dat uitwerking heeft vanaf 1 januari 2010;
5° artikel 63 dat in werking treedt op de datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad;
6° artikel 91 en artikel 92 die uitwerking hebben vanaf 1 september 2017;
7° artikel 96 dat in werking treedt met ingang van aanslagjaar 2017.