Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van steun aan consortia van ondernemingen voor onderzoek en ontwikkeling, ingebed in een ruimer samenwerkingsverband met onderzoeksorganisaties

Datum 22/12/2017

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Definities en algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2. Toepassingsgebied voor steun tot bevordering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie van het bedrijfsleven
  3. HOOFDSTUK 3. In aanmerking komende projecten en steunintensiteit
    1. Afdeling 1. Steun voor onderzoek en ontwikkeling
    2. [Afdeling 2. Starterssteun (ing. BVR 14 december 2018, art. 23, I: 1 januari 2019)]
    3. [Afdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen over steun voor onderzoek en ontwikkeling, en over starterssteun (ing. BVR 14 december 2018, art. 25, I: 1 januari 2019)]
  4. HOOFDSTUK 4. Procedure voor de behandeling van aanvragen en de beslissing tot steuntoekenning
    1. Afdeling 1. Toepassingsgebied
    2. Afdeling 2. Indiening van de steunaanvraag
    3. Afdeling 3. Ontvankelijkheid
    4. Afdeling 4. Onvolledige steunaanvraag
    5. Afdeling 5. Voorafgaande preselectie
    6. Afdeling 6. Evaluatie van steunaanvragen
    7. Afdeling 7. Beoordeling
    8. Afdeling 8. Beslissing tot steuntoekenning
  5. HOOFDSTUK 5. Opvolging van steundossiers
  6. HOOFDSTUK 6. Georganiseerd beroep
  7. HOOFDSTUK 7. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 houdende het beheer en de werking van het Fonds voor Flankerend Economisch en Innovatiebeleid en de werking van het beslissingscomité bij dat fonds
  8. HOOFDSTUK 8. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (EU Publicatieblad van 26 juni 2014, L 187);
Gelet op het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, artikel 41ter, § 2, ingevoegd bij het decreet van 20 november 2015;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 houdende het beheer en de werking van het Fonds voor Flankerend Economisch en Innovatiebeleid en de werking van het beslissingscomité bij dat fonds;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 20 september 2017;
Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 6 november 2017;
Gelet op advies 62.457/1 van de Raad van State, gegeven op 12 december 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende de kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (EU Publicatieblad van 27 juni 2014, C 198/1);
Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport;
Na beraadslaging,
Besluit :

HOOFDSTUK 1. Definities en algemene bepalingen (... - ...)

Artikel 1. (09/06/2021- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° algemene groepsvrijstellingsverordening: de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
2° beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen: het beslissingscomité, vermeld in artikel 41ter, § 1, van het decreet van 21 december 2001;
3° consortium: samenwerking tussen minstens 3 niet-verbonden ondernemingen;
4° daadwerkelijke samenwerking: de daadwerkelijke samenwerking, vermeld in artikel 2, 90, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
5° decreet van 21 december 2001: het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002;
6° experimentele ontwikkeling: de experimentele ontwikkeling, vermeld in artikel 2, 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
7° haalbaarheidsstudie: de haalbaarheidsstudie, vermeld in artikel 2, 87, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
8° industrieel onderzoek: het industrieel onderzoek, vermeld in artikel 2, 85, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
9° kaderregeling: de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (EU Publicatieblad van 27 juni 2014, C 198/1) en alle latere wijzigingen ervan;
10° kleine en middelgrote ondernemingen of kmo's: de ondernemingen die voldoen aan de criteria, vermeld in bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
11° niet-verbonden onderneming: de zelfstandige onderneming, die niet verbonden is met een andere onderneming zoals vermeld in artikel 3, derde lid, van bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
12° onderneming: de onderneming, vermeld in artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001;
13° onderzoeksorganisatie: de organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding, vermeld in artikel 2, 83, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
14° O&O-project: een project van industrieel onderzoek, van experimentele ontwikkeling of van beide als vermeld in punt 15, cc), van de kaderregeling;
15° samenwerkingsverband: een combinatie van twee deelprojecten met elk een eigen werkplan, eigen projectdoelstellingen en een eigen budget, die concreet bestaan uit enerzijds een project, uitgevoerd door ondernemingen en gefinancierd als staatssteun, en anderzijds een project, gefinancierd als niet-economische activiteiten, uitgevoerd door een of meer onderzoeksorganisaties conform de kaderregeling, waarbij de activiteiten uit de deelprojecten worden uitgevoerd in een goede onderlinge interactie en het geheel van de activiteiten uit beide deelprojecten gericht is op een gemeenschappelijk doel;
16° steun: de steun, vermeld in artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001;
17° steunpercentage: het brutosteunbedrag, uitgedrukt als percentage van de in aanmerking komende kosten van het project. Als de steun in een andere vorm dan een subsidie wordt verleend, is het steunbedrag het brutosubsidie-equivalent van de steun.
18° terugbetaalbaar voorschot: het terugbetaalbaar voorschot, vermeld in artikel 2, 21, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 2. (09/06/2021- ...)

Alle steun die toegekend wordt met toepassing van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening. Als de individuele aanmeldingsdrempels, vermeld in artikel 4 van de voormelde verordening, overschreden worden, zal de voorgenomen steun voorafgaandelijk worden aangemeld bij de Europese Commissie.

In afwijking van het eerste lid kan steun worden toegekend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dan wel binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in de kaderregeling, op voorwaarde dat de steun wordt aangemeld bij de Europese Commissie.

Eveneens in afwijking van het eerste lid kan steun worden toegekend met toepassing van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in artikel 346 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. De steuntoekenning gebeurt zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheid van de federale overheid inzake de bescherming van de openbare veiligheid. De federale overheid zal geïnformeerd worden inzake de steuntoekenning overeenkomstig dit artikel.

Artikel 3. (01/01/2021- ...)

De onderneming die een steunaanvraag indient als subsidiegerechtigde in een consortium, mag op de datum van de toekenning van de steun geen achterstallige schulden hebben bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, geen onderneming in moeilijkheden zijn als vermeld in artikel 2, 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, en geen procedure op basis van Europees of nationaal recht hebben lopen, waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd als vermeld in artikel 1, lid 4, van de voormelde verordening.

Er kan geen steun worden toegekend met toepassing van dit besluit voor werkzaamheden die verband houden met de uitvoer naar derde landen of voor werkzaamheden die afhangen van het gebruik van binnenlandse goederen als vermeld in artikel 1, lid 2, van de voormelde verordening.

Er kan geen steun worden toegekend met toepassing van dit besluit voor activiteiten van ondernemingen in de sectoren, vermeld in artikel 1, lid 3, van de voormelde verordening.

De steun kan niet worden toegekend als hij leidt tot een schending van het Unierecht als vermeld in artikel 1, lid 5, van de voormelde verordening.

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen leeft bij steuntoekenning de verplichtingen voor de publicatie en de informatie, vermeld in artikel 9 van de voormelde verordening, na. Als een onderneming een individuele steuntoekenning krijgt van meer dan 500.000 euro, worden de gegevens, vermeld in bijlage 3 van de voormelde verordening, gepubliceerd op de transparantiewebsite die de Europese Commissie ontwikkeld heeft.

HOOFDSTUK 2. Toepassingsgebied voor steun tot bevordering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie van het bedrijfsleven (... - ...)

Artikel 4. (01/01/2018- ...)

Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt aan consortia van ondernemingen steun toegekend voor O&O-projecten en haalbaarheidsstudies die specifiek passen in een samenwerkingsverband.

De onderzoeksorganisaties komen niet als subsidiegerechtigde in aanmerking voor steun die toegekend is met toepassing van dit besluit. De onderzoeksorganisaties kunnen voor de uitvoering van het project in het samenwerkingsverband zelf financiering krijgen voor niet-economische activiteiten conform de bepalingen van de kaderregeling waarbij onrechtstreekse steun voor de bedrijven die gesteund worden met toepassing van dit besluit, uitgesloten wordt.

Onder dit besluit wordt alleen steun toegekend aan ondernemingen voor O&O-projecten die a priori gericht zijn op het aangaan van een samenwerkingsverband.

Artikel 5. (01/01/2018- ...)

Alleen ondernemingen met rechtspersoonlijkheid en met een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest komen in aanmerking voor steun. Ondernemingen die zich ertoe verbinden een exploitatiezetel op te richten in het Vlaamse Gewest, komen in aanmerking waarbij de eigenlijke steuntoekenning afhankelijk blijft van de vestiging van de exploitatiezetel.

Aan ondernemingen met rechtspersoonlijkheid van publiekrechtelijke aard kan alleen steun toegekend worden voor een project waarin er daadwerkelijk wordt samengewerkt met ondernemingen met rechtspersoonlijkheid van privaatrechtelijke aard, waarbij de samenwerkende onderneming met rechtspersoonlijkheid van publiekrechtelijke aard in het gesteunde project niet meer dan 70 % van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt, en steun die toegekend is met toepassing van dit besluit, geen betrekking heeft op de kosten die verbonden zijn aan de uitoefening van die publieke opdracht.

In afwijking van het eerste lid, maar onverminderd de modaliteiten die gelden voor de ondernemingen met rechtspersoonlijkheid van publiekrechtelijke aard, vermeld in het tweede lid, komen ondernemingen met rechtspersoonlijkheid van publiekrechtelijke aard met een exploitatiezetel in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest die een publieke opdracht hebben in Vlaanderen, in aanmerking voor steun.

Als de Vlaamse Regering beslist een initiatief te lanceren waarbij steun toegekend wordt met toepassing van dit besluit voor activiteiten die gericht zijn op een gemeenschapsbevoegdheid, kunnen ook ondernemingen met exploitatiezetel in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in aanmerking komen voor steun voor activiteiten die onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschapscommissie ressorteren.

HOOFDSTUK 3. In aanmerking komende projecten en steunintensiteit (... - ...)

Afdeling 1. Steun voor onderzoek en ontwikkeling (... - ...)

Artikel 6. (09/06/2021- ...)

§1. Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan met toepassing van dit besluit steun toekennen aan ondernemingen voor O&O-projecten of haalbaarheidsstudies als vermeld in artikel 25 van de algemene groepsvrijstellingsverordening. De steunintensiteit per begunstigde bedraagt maximaal de steunpercentages, vermeld in artikel 25 van de voormelde verordening.

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan de kosten voor de O&O-projecten en de haalbaarheidsstudies, vermeld in artikel 25, lid 3 en 4, van de voormelde verordening, in aanmerking nemen.

Het gesteunde deel van het project kan ook haalbaarheidsstudies ter voorbereiding van O&O-activiteiten omvatten. Als een project verschillende soorten opdrachten omvat, wordt elke opdracht in een van de volgende categorieën ingedeeld: industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of haalbaarheidsstudie.

§ 2. Als de steun wordt toegekend in de vorm van een terugbetaalbaar voorschot, kunnen de maximale steunintensiteiten, vermeld in dit artikel, conform de voorwaarden, vermeld in artikel 7, lid 5, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, worden verhoogd.

De volgende modaliteiten voor de terugbetaalbare voorschotten worden nageleefd :
a) in het geval van een succesvolle uitkomst wordt het voorschot terugbetaald, vermeerderd met een rente die ten minste gelijk is aan de Europese referentierente;
b) in het geval van een succes dat verder gaat dan hetgeen als succesvol werd omschreven, wordt het voorschot terugbetaald, vermeerderd met een rente die hoger is dan de Europese referentierente;
c) ingeval het project mislukt, hoeft het voorschot niet volledig te worden terugbetaald. Bij gedeeltelijk succes dient de terugbetaling evenredig te zijn aan de bereikte mate van succes.

Als de steun wordt verleend in de vorm van een terugbetaalbaar voorschot, bevat de overeenkomst, vermeld in artikel 31, de gedetailleerde modaliteiten van de terugbetaling in geval van welslagen van het project. De definitie van het welslagen van het project, bepaald op basis van een voorzichtige en redelijke veronderstelling, impliceert een identificatie van de technische en commerciële doelstellingen van het project, nog voor de toekenning van de steun.

[Afdeling 2. Starterssteun (ing. BVR 14 december 2018, art. 23, I: 1 januari 2019)] (... - ...)

Artikel 6/1. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan aan kleine ondernemingen starterssteun toekennen als vermeld in artikel 22 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

De steunintensiteit per begunstigde bedraagt maximaal het steunbedrag, vermeld in artikel 22, lid 3, c), en lid 5, van de voormelde verordening.

Het verhoogde maximale steunbedrag, vermeld in artikel 22, lid 3, c), en lid 5, van de voormelde verordening, kan worden toegekend aan kleine ondernemingen die op de regionale steunkaart liggen.

In het derde lid wordt verstaan onder regionale steunkaart: de kaart met gebieden die op sociaal-economisch gebied achtergebleven zijn en die beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2014-2020 (EU Publicatieblad van 23 juli 2013, C 209/1) en de latere wijzigingen ervan. Die gebieden zijn voor Vlaanderen vastgelegd in de regionale steunkaart van het Vlaamse Gewest, goedgekeurd door de Europese Commissie op bij beschikking van 16 september 2014 (C(2014) 6430 final) en door de Vlaamse Regering op 21 november 2014 voor de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2020 (SA.38577 Regionale steunkaart 2014-2020).

Als de steunkaart, vermeld in het derde en vierde lid, wordt herzien door de Europese Commissie of de Vlaamse Regering, wordt de nieuwe steunkaart in aanmerking genomen.

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen beslist of de begunstigde in aanmerking komt om als innovatieve onderneming erkend te worden.

In het zesde lid wordt verstaan onder innovatieve onderneming: de innovatieve onderneming, vermeld in artikel 2, 80, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

[Afdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen over steun voor onderzoek en ontwikkeling, en over starterssteun (ing. BVR 14 december 2018, art. 25, I: 1 januari 2019)] (... - ...)

Artikel 7. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kent alleen steun toe aan projecten die uitgevoerd worden door een consortium van ondernemingen, waarbij de ondernemingen optreden als subsidiegerechtigde.

Artikel 8. (01/01/2021- ...)

De bepalingen over cumulatie, vermeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, zijn van toepassing.

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan een verbod van cumulatie van steun voor dezelfde investeringen of kosten opleggen.

Als een project andere financiële steun krijgt van een publiekrechtelijke persoon, kan steun worden toegekend, waarbij voor de berekening van het maximale steunpercentage, vermeld in artikel 6, rekening wordt gehouden met de samengestelde steun.

HOOFDSTUK 4. Procedure voor de behandeling van aanvragen en de beslissing tot steuntoekenning (... - ...)

Afdeling 1. Toepassingsgebied (... - ...)

Artikel 9. (01/01/2018- ...)

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder werkdagen: de werkdagen zoals ze gelden voor de Vlaamse overheid.

Artikel 10. (01/01/2021- ...)

De procedure, vermeld in dit hoofdstuk, is van toepassing op de steunaanvragen, vermeld in dit besluit. Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan aanvullende procedurele voorschriften opleggen.

Afdeling 2. Indiening van de steunaanvraag (... - ...)

Artikel 11. (01/01/2021- ...)

De steunaanvragers, de steunaanvraag en de activiteiten waarvoor steun aangevraagd wordt, moeten voldoen aan de modaliteiten voor de indiening, bepaald door het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, die publiek kenbaar gemaakt worden aan potentiële aanvragers.

Artikel 12. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan voorzien in een gebundelde behandeling van aanvragen. In dat geval zal het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen de uiterste indieningsdata per werkjaar vastleggen die publiek kenbaar gemaakt worden aan potentiële aanvragers.

Artikel 13. (01/01/2018- ...)

De steunaanvragers krijgen een schriftelijke ontvangstmelding binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de steunaanvraag.

Afdeling 3. Ontvankelijkheid (... - ...)

Artikel 14. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen toetst de steunaanvraag aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 3 en 5.

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan een steunaanvraag ook onontvankelijk verklaren op basis van een van de volgende elementen:
1° een steunaanvrager heeft onvoldoende financiële draagkracht om het project uit te voeren of te doen slagen;
2° een steunaanvrager voldoet niet aan de verplichtingen of vergunningen van de overheid;
3° een steunaanvrager heeft blijk gegeven van niet-correct gedrag naar aanleiding van vorige aanvragen;
4° de steunaanvraag is identiek aan een steunaanvraag die eerder onontvankelijk is verklaard of geweigerd is door het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, uitgezonderd als de eerdere weigering het gevolg is van budgettaire beperkingen;
5° de steunaanvraag bevat niet voldoende informatie om beoordeeld te kunnen worden op basis van de beoordelingsdimensies, vermeld in artikel 25;
6° de aanvraag voldoet bij een prima-faciebeoordeling niet aan de minimale vereisten om in aanmerking te komen als een of meer van de steunbare projecten, vermeld in artikel 6, of aan de vereiste voor een consortium;
7° de aanvraag voldoet niet aan de modaliteiten, vermeld in artikel 11;
8° een bijdrage door een onderzoeksorganisatie in het project van de onderneming voldoet niet aan de bepalingen, vermeld in artikel 15;
9° de aanvraag voor een O&O-project of haalbaarheidsstudie voorziet voor de inbedding in een samenwerkingsverband in een samenwerking met de onderzoeksorganisaties die bij een prima-faciebeoordeling niet voldoet aan de minimale vereisten om in overeenstemming te zijn met de bepalingen van de kaderregeling.

Artikel 15. (01/01/2018- ...)

Een onderneming die optreedt als begunstigde van steun, kan binnen het project dat gesteund wordt met toepassing van dit besluit, een additionele daadwerkelijke samenwerking aangaan met een onderzoeksorganisatie, waarbij de deelnemende onderneming de volledige kosten van het project draagt.

Een onderzoeksorganisatie kan naast de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, bijdragen aan de projectuitvoering via een uitbesteding van specifieke opdrachten als contractresearch en ze kan diensten leveren waarbij de onderzoeksorganisatie optreedt als opdrachtnemer. De prestaties die de onderzoeksorganisatie in dat kader verleent, worden vergoed door de begunstigde tegen een afdoende vergoeding in overeenstemming met de bepalingen van de kaderregeling als onderdeel van de projectkosten.

Artikel 16. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen beslist binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van de steunaanvraag of de steunaanvraag al dan niet ontvankelijk is.

Artikel 17. (01/01/2018- ...)

De steunaanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing tot onontvankelijkheid binnen twee werkdagen na de beslissing, vermeld in artikel 16.

Afdeling 4. Onvolledige steunaanvraag (... - ...)

Artikel 18. (01/01/2021- ...)

In geval van een onvolledige steunaanvraag kan het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen aan de steunaanvragers vragen de steunaanvraag te vervolledigen.

In het geval, vermeld in het eerste lid, worden de termijnen, vermeld in artikel 17 en 27, verlengd met een termijn die vastgesteld is door het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.

De steunaanvraag wordt als onontvankelijk beschouwd als de steunaanvraag niet is vervolledigd binnen de termijn, vermeld in het tweede lid.

Afdeling 5. Voorafgaande preselectie (... - ...)

Artikel 19. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan een voorafgaande preselectie van de steunaanvragen organiseren conform de voorwaarden, vermeld in dit besluit.

In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de termijn, vermeld in artikel 27, verlengd met dertig werkdagen.

Artikel 20. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen beslist of de steunaanvraag al dan niet geselecteerd wordt in de preselectie.

Artikel 21. (01/01/2018- ...)

De steunaanvragers worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de selectiebeslissing binnen vijf werkdagen na de beslissing, vermeld in artikel 20.

Afdeling 6. Evaluatie van steunaanvragen (... - ...)

Artikel 22. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen toetst de ontvankelijke steunaanvraag aan de beoordelingsdimensies, vermeld in artikel 25, en, in voorkomend geval, aan de elementen, vermeld in artikel 28.

Artikel 23. (09/06/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan een of meer deskundigen aanstellen bij wie een advies ingewonnen wordt conform de beoordelingsdimensies, vermeld in artikel 25, en, in voorkomend geval, de elementen, vermeld in artikel 28.

De identiteit van de aanvrager wordt bekendgemaakt aan de externe deskundigen, tenzij de aanvrager uitdrukkelijk aangeeft dat hij wil dat de anonimiteit in acht genomen wordt ten aanzien van externe deskundigen. De aanvrager kan om redenen van vertrouwelijkheid het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen ook verzoeken om sommige elementen van de aanvraag niet voor te leggen aan de deskundigen.

Artikel 24. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan bijkomende informatie opvragen bij de steunaanvrager.

In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de termijn, vermeld in artikel 27, verlengd met een termijn die vastgesteld is door het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen beslist op basis van de ingediende steunaanvraag als de bijkomende informatie niet wordt verleend binnen de termijn die het heeft vastgesteld.

Afdeling 7. Beoordeling (... - ...)

Artikel 25. (01/01/2021- ...)

§ 1. Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen steunt zijn beslissing om aan een project al dan niet steun te verlenen op een tweevoudige beoordeling als vermeld in het tweede lid.

De aanvragen worden beoordeeld op basis van de beoordelingsdimensies voor steun aan bedrijfsprojecten voor O&O-projecten en haalbaarheidsstudies in het algemeen, vermeld in paragraaf 2, en ze worden ook beoordeeld op basis van de kwaliteit van het samenwerkingsverband dat ze willen aangaan, vermeld in paragraaf 3.

§ 2. De steunbaarheid als O&O-projecten en haalbaarheidsstudies in het algemeen worden beoordeeld op basis van de volgende beoordelingsdimensies:
1° de kwaliteit van de doelstellingen en de uitvoering van het project. Vooral de volgende aspecten worden daarbij beoordeeld:
a) de kennissprong en de uitdagingen;
b) de relevantie en de kwaliteit van de aanpak;
c) de expertise en de middelen;
2° het valorisatiepotentieel van het project, namelijk de mogelijke economische toegevoegde waarde voor de aanvrager, die het gevolg kan zijn van de valorisatie van de onderzoeksresultaten. Vooral de volgende aspecten worden daarbij beoordeeld:
a) het strategische belang voor de ondernemingen;
b) de match tussen de aanpak van de projectuitvoering en de valorisatiedoelstellingen;
c) SWOT: externe opportuniteiten en bedreigingen;
d) SWOT: interne sterke en zwakke punten van de bedrijfspartners in relatie tot het project;
3° het stimulerende karakter van steunverlening en de potentiële sociaal-economische effecten bij de valorisatie van de onderzoeksresultaten. Vooral de volgende aspecten worden daarbij beoordeeld:
a) de economische hefboom: de impact op de tewerkstelling en het belang voor Vlaanderen in economische termen;
b) de verankering van de economische hefboom in Vlaanderen en de integratie in het Vlaamse innovatie-ecosysteem na het project;
c) de maatschappelijke socio-economische hefboom;
d) het trackrecord van de valorisatietrajecten en de geloofwaardigheid van de valorisatieplannen;
e) het stimulerende effect van de steun, het risicodragende karakter en het doorbraakpotentieel;
f) de samenwerking;
g) de omvang en de leeftijd van de ondernemingen.

In het eerste lid, 3°, e), wordt verstaan onder stimulerend effect van de steun: de positieve invloed van de steun op het gedrag van de ondernemingen in kwestie bij hun onderzoek en ontwikkeling, vermeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

§ 3. De kwaliteit van het samenwerkingsverband dat gerealiseerd zal worden, wordt beoordeeld op basis van de volgende beoordelingsdimensies:
1° de mate waarin de doelstellingen van het project erop gericht zijn een samenwerkingsverband aan te gaan;
2° de kwaliteit van de uitvoering van de samenwerking met aandacht voor de bijdrage aan een ruimer gemeenschappelijk doel en een goede onderlinge interactie;
3° de mate waarin de activiteiten van de onderzoeksorganisaties waarmee een samenwerkingsverband wordt aangegaan, verschillen van de horizon van een bedrijfsproject op basis van:
a) een duidelijk vernieuwende kennisopbouw met een meerwaarde ten opzichte van de state of the art en het lopende onderzoek of een risico dat beduidend hoger is dan gangbaar bij industrieel onderzoek;
b) een toepassingspotentieel dat ruimer is dan de beoogde benutting van de resultaten door het consortium van ondernemingen;
4° de overeenstemming met de bepalingen van de kaderregeling, waarbij:
a) het onderzoek, uitgevoerd door de onderzoeksorganisaties waarmee een samenwerkingsverband wordt aangegaan, niet-economische activiteiten betreft met voldoende onafhankelijkheid van de betrokken ondernemingen;
b) de onderzoeksorganisaties geen onrechtstreekse steun verlenen aan de ondernemingen.

De beoordelingsdimensies, vermeld in het eerste lid, worden beoordeeld op basis van informatie die bij de subsidieaanvraag gevoegd wordt.

Artikel 26. (01/01/2021- ...)

§ 1. Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen staat in voor de verdere invulling en verfijning van de criteria, vermeld in artikel 25.

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen bepaalt binnen de perken van de begrotingskredieten en de algemene beleidsprioriteiten van de politieke overheid, zoals vastgelegd door de Vlaamse Regering, de selectiemechanismen voor de beoordeling van de projecten. Daarbij wordt op basis van een appreciatie voor elk van de criteria een algemene score of appreciatie gegeven en wordt elk jaar op basis van de beschikbare begroting en de verwachte instroom een drempelwaarde bepaald waaraan een project minimaal moet voldoen om steun te krijgen, die algemeen voor alle aanvragen geldt.

Als de budgettaire mogelijkheden in verhouding tot het volume aanvragen ongewenste verdringingseffecten veroorzaken, kan het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen jaarlijks een maximaal steunvolume per onderneming opleggen.

§ 2. Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen zal bij de nadere invulling van zijn opdracht ook rekening houden met de algemene en specifieke beleidslijnen van de Vlaamse Regering, vermeld in de afspraken tussen het Agentschap Innoveren en Ondernemen en de Vlaamse minister, bevoegd voor het technologisch innovatiebeleid,  of met concrete verzoeken van de Vlaamse Regering aan het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen om initiatieven te ontwikkelen voor een specifiek programma of voor een specifiek accent binnen de algemene bedrijfssteun.

In het eerste lid wordt verstaan onder Agentschap Innoveren en Ondernemen: het agentschap dat opgericht is bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het technologisch innovatiebeleid, maakt de nodige afspraken met het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen voor de nadere invulling van de opdracht.

Afdeling 8. Beslissing tot steuntoekenning (... - ...)

Artikel 27. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen beslist binnen negentig werkdagen na de ontvangst van de steunaanvraag, onverminderd de verlenging, vermeld in artikel 18, tweede lid, artikel 19, tweede lid, en artikel 24, tweede lid, of de steunaanvraag voldoet aan de beoordelingsvoorwaarden, vermeld in artikel 25, en verleent in voorkomend geval steun conform de voorwaarden, vermeld in dit besluit.

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan de steunverlening afhankelijk maken van bijkomende concrete voorwaarden die het oplegt, zodat een project bij de uitvoering voldoet aan de bepalingen van dit besluit.

Artikel 28. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan een negatieve beslissing nemen of extra voorwaarden stellen op basis van een of meer van de volgende elementen:
1° een steunaanvrager heeft onvoldoende financiële draagkracht om het project uit te voeren of te doen slagen;
2° een steunaanvrager voldoet niet aan de overige verplichtingen van de overheid of beschikt niet over de noodzakelijke vergunningen;
3° een steunaanvrager heeft blijk gegeven van niet-correct gedrag naar aanleiding van vorige aanvragen, onder meer met betrekking tot de informatieverstrekking, de inhoudelijke en financiële verplichtingen of de verslaggeving;
4° de uitdrukkelijke toestemming van de bevoegde overheid ontbreekt voor een steunaanvraag met militaire affiniteit of voor een steunaanvraag die projectresultaten beoogt of kan beogen voor militaire doeleinden;
5° de aanvraag voldoet na een evaluatie ten gronde niet aan de vereisten om steun toe te kennen aan een project conform artikel 6;
6° er is onvoldoende garantie voor de financiering van het project, die uitgevoerd zal worden door onderzoeksorganisaties, waarmee het consortium van ondernemingen een samenwerkingsverband aangaat.

Als een steunaanvraag beantwoordt aan de indieningsvoorwaarden van andere lopende steunmaatregelen, kan het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen beslissen om het project binnen dat specifieke kader te behandelen, zonder dat een nieuwe aanvraag hoeft te worden ingediend.

Artikel 29. (01/01/2018- ...)

De steunaanvragers worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de steunbeslissing, binnen vijf werkdagen na de beslissing, vermeld in artikel 27.

Artikel 30. (01/01/2018- ...)

De startdatum van het project kan nooit vroeger zijn dan de datum van de ontvangst van de steunaanvraag.

Artikel 31. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen sluit een steunovereenkomst met de steunaanvrager conform de voorwaarden, vermeld in dit besluit, volgens een typeovereenkomst die het beslissingscomité bij het Hermesfonds goedgekeurd heeft.

HOOFDSTUK 5. Opvolging van steundossiers (... - ...)

Artikel 32. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden en de aanwending van de steun door de begunstigden van de steun die krachtens dit besluit wordt toegekend.

Artikel 33. (01/01/2021- ...)

De begunstigde van de steun brengt op geregelde tijdstippen en telkens als het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen daarom verzoekt, schriftelijk verslag uit aan het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen over de vordering van het project en de aanwending van de steun. Na afloop van het project maakt hij een eindverslag op.

De begunstigde van de steun brengt het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen onmiddellijk en schriftelijk op de hoogte van elke gebeurtenis of omstandigheid die een impact heeft of kan hebben op de ononderbroken en zorgvuldige uitvoering van het gesteunde project.

Artikel 34. (01/01/2021- ...)

Als de voorwaarden, vermeld in het decreet van 21 december 2001, de voorwaarden, vermeld in dit besluit, de voorwaarden, vermeld in de steunbeslissing of in de steunovereenkomst, vermeld in artikel 31 van dit besluit, niet worden nageleefd, kan het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen de volgende maatregelen treffen:
1° de steunaanvragers in gebreke stellen;
2° de uitbetaling van de steun opschorten voor alle projecten waaraan steun is toegekend door het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen;
3° de steun niet uitbetalen;
4° de steun herzien;
5° bijkomende voorwaarden opleggen.

Artikel 35. (09/06/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen vordert de steun terug, met behoud van de toepassing van de bepalingen in de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, hoofdstuk 8 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 en de wet van 7 juni 1994 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste zijn van de Staat als:
1° de voorwaarden, vermeld in artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001, de voorwaarden, vermeld in dit besluit, de voorwaarden, vermeld in de steunbeslissing of in de steunovereenkomst, vermeld in artikel 31 van dit besluit, gedurende de duur van de steunovereenkomst niet worden nageleefd;
2° de wettelijke informatie- en raadplegingsprocedures bij collectief ontslag binnen vijf jaar na de beëindiging van het project niet worden nageleefd;
3° de subsidiebegunstigde nalaat gefactureerde en opeisbare financiële verplichtingen ten aanzien van een onderzoeksorganisatie te voldoen.

In geval van terugvordering wordt de Europese referentierentevoet voor de terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast, die geldt op het moment van de steuntoekenning, vanaf het tijdstip van de eerste ingebrekestelling.

HOOFDSTUK 6. Georganiseerd beroep (... - ...)

Artikel 36. (09/06/2021- ...)

De steunaanvragers of de begunstigden van steun kunnen beroep aantekenen bij het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen tegen de volgende beslissingen:
1° de beslissing van onontvankelijkheid;
2° de beslissing tot weigering van de selectie van de steunaanvraag;
3° de beslissing tot weigering van de toekenning van de steun;
4° de beslissing tot ingebrekestelling;
5° de beslissing tot herziening van de steun;
5° /1 de beslissing tot niet-aanvaarding van de melding door de begunstigde van niet-terugbetaling van de steun die wordt toegekend als terugbetaalbare voorschotten;
6° de beslissing tot terugvordering van steun.

Het georganiseerd beroep is niet mogelijk als het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen beslist tot ingebrekestelling, herziening of terugvordering van de steun op grond van feiten die direct eenvoudig vastgesteld kunnen worden. Het betreft het niet-tijdig indienen van de verslaggeving of het niet-tijdig storten van de betalingen aan een onderzoeksorganisatie, vermeld in artikelen 28 en 33.

Artikel 37. (01/01/2018- ...)

Het beroep wordt schriftelijk ingediend binnen een termijn van dertig werkdagen na de kennisgeving van de beslissing, vermeld in artikel 36, eerste lid.

Artikel 38. (01/01/2018- ...)

De verzoekers in beroep krijgen een schriftelijke ontvangstmelding binnen vijf werkdagen na de ontvangst van het beroep.

Artikel 39. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen beslist over het beroep binnen zestig werkdagen na de ontvangst ervan.

Artikel 40. (01/01/2018- ...)

De verzoekers in beroep worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de beroepsbeslissing binnen twee werkdagen na de beslissing, vermeld in artikel 39.

Artikel 41. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen kan een of meer externe deskundigen aanstellen en een bijkomend advies inwinnen.

In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de termijn, vermeld in artikel 40, met dertig werkdagen verlengd.

Artikel 42. (01/01/2021- ...)

Het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen werkt de nadere modaliteiten uit voor de indiening en de behandeling van aanvragen van een georganiseerd beroep.

HOOFDSTUK 7. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 houdende het beheer en de werking van het Fonds voor Flankerend Economisch en Innovatiebeleid en de werking van het beslissingscomité bij dat fonds (... - ...)

Artikel 43. (01/01/2018- ...)

Aan artikel 6, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 houdende het beheer en de werking van het Fonds voor Flankerend Economisch en Innovatiebeleid en de werking van het beslissingscomité bij dat fonds, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017, wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"10° het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017 tot regeling van steun aan ondernemingen voor onderzoek en ontwikkeling, ingebed in een ruimer samenwerkingsverband met onderzoeksorganisaties.".

HOOFDSTUK 8. Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 44. (01/01/2018- ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018.

Artikel 45. (01/01/2018- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor het technologisch innovatiebeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 14/04/2024