Ministerieel besluit betreffende de regels voor de erkenning en de subsidiëring van een mobiel aanbod aan taal- en ontwikkelingsstimulering in de voor- en vroegschoolse periode

Datum 29/01/2018

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Definities
  2. HOOFDSTUK 2. Erkenning
    1. Afdeling 1. Doelgroep
    2. Afdeling 2. Werking
    3. Afdeling 3. Kwaliteit
    4. Afdeling 4. Werkingsgebied
    5. Afdeling 5. Rapportage en opvolging
  3. HOOFDSTUK 3. Subsidiëring
  4. HOOFDSTUK 4. Procedures
    1. Afdeling 1. Erkenningsaanvraag
    2. Afdeling 2. Subsidieaanvraag
  5. HOOFDSTUK 5. Slotbepaling

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN,
Gelet op het decreet van 30 april 2004 tot de oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, artikel 8, § 2 en artikel 12;
Gelet op het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning, artikel 8, derde lid en 9, tweede lid;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 28 maart 2014 tot uitvoering van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning, artikel 27, 38, 39, 50, 53, 54, 61, 80, 81 en 90;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 7 december 2017,
Besluit :

HOOFDSTUK 1. Definities

Artikel 1. (01/01/2018- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder :
1° besluit van 28 maart 2014 : het besluit van de Vlaamse Regering van 28 maart 2014 tot uitvoering van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning;
2° mobiel aanbod aan taal- en ontwikkelingsstimulering : een laagdrempelig, mobiel aanbod preventieve gezinsondersteuning voor aanstaande gezinnen en gezinnen met kinderen als vermeld in artikel 46 van het besluit van 28 maart 2014, dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2 tot en met 9 van dit besluit;
3° voorschoolse periode : de periode die aan de start van de kleuterschool voorafgaat;
4° vroegschoolse periode : de periode van het kleuteronderwijs.

HOOFDSTUK 2. Erkenning

Afdeling 1. Doelgroep

Artikel 2. (01/01/2018- ...)

Een mobiel aanbod aan taal- en ontwikkelingsstimulering in de voor- en vroegschoolse periode richt zich tot gezinnen met kinderen in de zes eerste levensjaren die zich in een maatschappelijk kwetsbare positie bevinden.

Afdeling 2. Werking

Artikel 3. (01/01/2018- ...)

De organisator van een mobiel aanbod aan taal- en ontwikkelingsstimulering in de voor- en vroegschoolse periode voert al de opdrachten, vermeld in artikel 46, tweede lid, van het besluit van 28 maart 2014, uit, en streeft daarbij al de doelstellingen, vermeld in artikel 47 van het voormelde besluit, na.

Artikel 4. (01/01/2018- ...)

De opdrachten, vermeld in artikel 46, tweede lid, 1°, a) en b), van het besluit van 28 maart 2014, worden uitgevoerd door :
1° individuele ondersteuning te bieden via taal- en ontwikkelingsstimulering, opvoedingsondersteuning en verbreding van het sociale netwerk door een vaste begeleider die aan huis gaat bij het gezin;
2° groepsgerichte ondersteuning te organiseren om :
a) de start in een klas- en schoolsituatie te stimuleren en voor te bereiden;
b) een aanbod over opvoedingsthema's aan te reiken;
c) de sociale cohesie te versterken.

Artikel 5. (01/01/2018- ...)

De individuele ondersteuning, vermeld in artikel 4, 1°, richt zich op het kind, de opvoedingsverantwoordelijke en de interactie tussen beiden.

De groepsgerichte ondersteuning, vermeld in artikel 4, 2°, krijgt vorm tussen jonge kinderen onderling en tussen opvoedingsverantwoordelijken onderling. De groepsgerichte ondersteuning werkt zoveel mogelijk complementair aan de individuele ondersteuning.

Afdeling 3. Kwaliteit

Artikel 6. (01/01/2018- ...)

Een organisator van een mobiel aanbod aan taal- en ontwikkelingsstimulering in de voor- en vroegschoolse periode zorgt ervoor dat kinderen ervaringen kunnen opdoen in de essentiële levensdomeinen, namelijk identiteitsontwikkeling, communicatie en expressie, lichaam en beweging, en exploratie van de wereld. Daarvoor
1° voorziet de organisator in voldoende materiaal dat gericht is op de taal- en ontwikkelingsstimulering van kinderen en dat aangepast is aan de verschillende leeftijden en de verschillende ontwikkelingsdomeinen van kinderen;
2° maakt de organisator gebruik van en leidt hij toe naar naar andere diensten of kindgerichte plekken of activiteiten in de buurt.

Artikel 7. (01/01/2018- ...)

De individuele ondersteuning, vermeld in artikel 4, 1°, vertoont al de volgende kenmerken :
1° de ondersteuning wordt geboden door een vaste begeleider;
2° de ondersteuning vertrekt vanuit de thuiscontext van het gezin, maar streeft ernaar de leefwereld te verruimen;
3° standaard wordt één ondersteuningsmoment per week georganiseerd.

De individuele en groepsgerichte ondersteuning, vermeld in artikel 4, vertoont al de volgende kenmerken :
1° de ondersteuning vertrekt vanuit de behoeften en krachten die aanwezig zijn in het gezin;
2° de ondersteuning streeft ernaar de leefwereld van het gezin te verruimen en, in voorkomend geval, het sociaal isolement te doorbreken;
3° de intensiteit van de ondersteuning is afhankelijk van de behoefte en de draagkracht van het gezin.

Artikel 8. (01/01/2018- ...)

De individuele en groepsgerichte ondersteuning krijgt vorm op basis van evidence-based methoden die flexibel ingepast worden in de lokale netwerken van de Huizen van het Kind.

Afdeling 4. Werkingsgebied

Artikel 9. (01/01/2018- ...)

Het werkingsgebied van een mobiel aanbod aan taal- en ontwikkelingsstimulering kan gemeentelijk of intergemeentelijk vormgegeven worden.

In het werkingsgebied moet de beoogde doelgroep voldoende aanwezig zijn.

In het tweede lid wordt verstaan onder voldoende aanwezig : jaarlijks moeten er gemiddeld minimaal veertig kinderen in kansarmoede worden geboren in het beschreven werkingsgebied. Dat gemiddelde wordt berekend op basis van de kansarmoede-index van Kind en Gezin van de twee jaren die aan het jaar voorafgaan waarin het agentschap een aanvraagoproep als vermeld in artikel 51 van het besluit van 28 maart 2014, bekendmaakt, waarbij in minstens een van die twee jaren ten minste gemiddeld veertig kinderen is geboren in kansarmoede.

Afdeling 5. Rapportage en opvolging

Artikel 10. (01/01/2018- ...)

De jaarlijkse rapportage, vermeld in artikel 39 en artikel 54 van het besluit van 28 maart 2014, heeft betrekking op de volgende categorieën van gegevens :
1° de soort, de frequentie en de spreiding van elke activiteit;
2° het bereik per activiteit, zowel kwantitatief als kwalitatief;
3° de voortgang van de inspannings- en resultaatsverbintenissen die omschreven zijn in artikel 12 punt 6;
4° indicatoren die de impact monitoren op de ontwikkelingskansen van de kinderen.

Het agentschap werkt, in overleg met het werkveld, de nadere richtlijnen uit.

HOOFDSTUK 3. Subsidiëring

Artikel 11. (01/01/2020- ...)

Om het subsidiebedrag, vermeld in artikel 61 van het besluit van 28 maart 2014, voor elk erkend en gesubsidieerd mobiel aanbod aan taal- en ontwikkelingsstimulering in de voor- en vroegschoolse periode vast te stellen, wordt een vast bedrag vermeerderd met een variabel bedrag.

Het vaste bedrag, vermeld in het eerste lid, bedraagt voor een erkend en gesubsidieerd mobiel aanbod aan taal- en ontwikkelingsstimulering in de voor- en vroegschoolse periode 46.000 euro (zesenveertigduizend euro) per gemeente in het werkingsgebied.

Om het variabele bedrag, vermeld in het eerste lid, te berekenen, geldt een basisbedrag dat bestaat uit het aantal minderjarigen in het werkingsgebied, vermenigvuldigd met 0,60 euro (zestig cent). Het basisbedrag wordt vermeerderd met het bedrag dat verkregen wordt door de samengestelde indicator te vermenigvuldigen met 20% van het basisbedrag en met een bedrag dat rekening houdt met de evolutie van de geldelijke anciënniteit, vermeld in artikel 61, § 1/1, eerste lid, 3°, van het besluit van 28 maart 2014.

Het maximale subsidiebedrag dat aan een erkend en gesubsidieerd mobiel aanbod aan taal- en ontwikkelingsstimulering in de voor- en vroegschoolse periode kan worden toegekend, rekening houdend met de beschikbare begrotingskredieten, bedraagt 652.701,82 euro (zeshonderdtweeënvijftigduizend zevenhonderdeneen euro tweeëntachtig cent).

De subsidie, vermeld in dit artikel, is gekoppeld aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2019. De bedragen worden geïndexeerd conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. De aanpassing wordt telkens gedaan vanaf de tweede maand die volgt op de maand waarin een spilindex wordt bereikt of erop wordt teruggebracht.

HOOFDSTUK 4. Procedures

Afdeling 1. Erkenningsaanvraag

Artikel 12. (01/01/2018- ...)

De erkenningsaanvraag voor een mobiel aanbod aan taal- en ontwikkelingsstimulering in de voor- en vroegschoolse periode bevat de volgende gegevens :
1° de identificatie- en contactgegevens van de organisator;
2° de identificatie- en contactgegevens van de contactpersoon die de organisator heeft aangesteld;
3° het voorstel van werkingsgebied, vermeld in artikel 26, 2°, en artikel 27 van het besluit van 28 maart 2014;
4° een beschrijving van de wijze waarop voldaan zal worden aan de voorwaarden, vermeld in artikel 26, 3° en 4°, van het besluit van 28 maart 2014;
5° een beschrijving van de wijze waarop voldaan zal worden aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2, 4, 5 en 7 van dit besluit;
6° een opsomming van de inspannings- en resultaatsindicatoren die de organisator wil behalen met het initiatief.

Het agentschap stelt voor de erkenningsaanvraag, vermeld in het eerste lid, een sjabloon ter beschikking.

Afdeling 2. Subsidieaanvraag

Artikel 13. (01/01/2018- ...)

De subsidieaanvraag voor een mobiel aanbod aan taal- en ontwikkelingsstimulering in de voor- en vroegschoolse periode bevat de volgende gegevens :
1° de identificatie- en contactgegevens van de organisator;
2° de identificatie- en contactgegevens van de contactpersoon die de organisator heeft aangesteld;
3° als de organisator een feitelijke vereniging is : de identificatie- en contactgegevens van de vertegenwoordiger die de subsidie ontvangt;
4° een begroting.

Het agentschap stelt voor de subsidieaanvraag, vermeld in het eerste lid, een sjabloon ter beschikking.

HOOFDSTUK 5. Slotbepaling

Artikel 14. (01/01/2018- ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2018.