Decreet betreffende het lokaal sociaal beleid

Datum 09/02/2018

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2. Lokaal sociaal beleid als onderdeel van het meerjarenplan
  3. HOOFDSTUK 3. Regie van de lokale sociale hulp- en dienstverlening
  4. HOOFDSTUK 4. Toegankelijke sociale hulp- en dienstverlening en onderbescherming aanpakken
  5. HOOFDSTUK 5. Vermaatschappelijking van de lokale sociale hulp- en dienstverlening
  6. HOOFDSTUK 6. Ondersteuningsbeleid
  7. HOOFDSTUK 7. Toezicht
  8. HOOFDSTUK 8. Wijzigingsbepaling
  9. HOOFDSTUK 9. Slotbepalingen

Inhoud

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (01/01/2019- ...)

Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Artikel 2. (01/01/2019- ...)

Dit decreet is niet van toepassing op de gemeenten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

De Vlaamse Regering sluit een convenant met de Vlaamse Gemeenschapscommissie om de doelstellingen van dit decreet te realiseren in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

Artikel 3. (01/01/2019- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder:
1° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
2° initiatieven van vrijwillige en informele zorg: alle initiatieven die niet hoofdzakelijk door beroepskrachten worden uitgevoerd, om de doelstellingen van de vermaatschappelijking van de lokale sociale hulp- en dienstverlening te realiseren;
3° lokaal bestuur: de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
4° lokaal sociaal beleid: het geheel van de beleidsbepaling en de acties van een of meer lokale besturen en van de acties van lokale actoren, om de maximale toegang van elke burger tot de rechten, vermeld in artikel 23 en artikel 24, § 3, van de Grondwet, te verzekeren;
5° lokale actoren: alle overheden, particuliere organisaties en particuliere initiatieven die bijdragen aan de realisatie van het lokaal sociaal beleid;
6° lokale sociale hulp- en dienstverlening: de (preventieve) zorg-, hulp- en dienstverlening die de lokale actoren aanbieden, met inbegrip van de zorg voor personen met een complexe en langdurige zorgvraag, om de maximale toegang van elke burger tot de rechten, vermeld in artikel 23 en artikel 24, § 3, van de Grondwet, te verzekeren;
7° sectorale regelgeving: de regelgeving die door de Vlaamse Gemeenschap per sector bij decreet en bij de uitvoeringsbesluiten ervan vastgesteld is;
8° meerjarenplan: het meerjarenplan van de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vermeld in de decretale regelgeving betreffende de lokale besturen;
9° vermaatschappelijking van de lokale sociale hulp- en dienstverlening: de benadering van lokale sociale hulp- en dienstverlening, waarbij ernaar gestreefd wordt om kwetsbare mensen, met al hun mogelijkheden en kwetsbaarheden, een eigen zinvolle plek in de samenleving te laten innemen, hen daarbij waar nodig te ondersteunen en de lokale sociale hulp- en dienstverlening zo veel mogelijk in de samenleving te laten verlopen;
10° sector: een aangelegenheid, of een onderdeel daarvan, vermeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, en vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van de organisaties die activiteiten uitoefenen op het domein van het onthaal en de integratie van inwijkelingen, het medisch schooltoezicht en de medisch verantwoorde sportbeoefening.

HOOFDSTUK 2. Lokaal sociaal beleid als onderdeel van het meerjarenplan

Artikel 4. (01/01/2019- ...)

Het lokaal bestuur ontwikkelt een integraal en inclusief lokaal sociaal beleid dat deel uitmaakt van het meerjarenplan.

Artikel 5. (01/01/2019- ...)

§ 1. Het beleid dat het lokaal bestuur voert inzake betrokkenheid en inspraak van burgers houdt in het kader van het lokaal sociaal beleid rekening met de meest kwetsbare burgers met inachtname van participatiemethodieken die afgestemd zijn op de doelgroep.

§ 2. Het lokaal bestuur betrekt de lokale actoren bij de voorbereiding, monitoring en bijsturing van het lokaal sociaal beleid.

Artikel 6. (01/01/2019- ...)

Het lokaal bestuur kan een lokaal sociaal beleid, of delen daarvan, ontwikkelen in samenwerking met andere lokale besturen.

HOOFDSTUK 3. Regie van de lokale sociale hulp- en dienstverlening

Artikel 7. (01/01/2019- ...)

§ 1. Het lokaal bestuur heeft de opdracht om het aanbod aan lokale sociale hulp- en dienstverlening maximaal af te stemmen op de lokale behoeften.

De opdracht, vermeld in het eerste lid, heeft minstens betrekking op het bevorderen van overleg en afstemming tussen de lokale actoren om te komen tot een complementair aanbod aan lokale sociale hulp- en dienstverlening.

Het lokaal bestuur kan de opdracht, vermeld in het eerste lid, realiseren in samenwerking met andere lokale besturen.

§ 2. Als het lokaal bestuur zelf optreedt als aanbieder van lokale sociale hulp- en dienstverlening scheidt het de rol als aanbieder van lokale sociale hulp- en dienstverlening voldoende van de rol die het lokaal bestuur krijgt met toepassing van paragraaf 1.

De Vlaamse Regering bepaalt in dat verband, per sector, de nadere regels.

Artikel 8. (01/01/2019- ...)

§ 1. Voor de diensten en voorzieningen die hun werkingsgebied hebben in één of meerdere gemeenten waarvan het lokaal bestuur uitvoering geeft aan de bepalingen van artikel 7, § 2:
1° bepaalt de Vlaamse Regering per sector, erkennings-, vergunnings- of subsidievoorwaarden inzake hun bijdrage aan de verwezenlijking van de doelstellingen en de uitvoering van de acties die geformuleerd worden binnen het lokaal sociaal beleid;
2° kan de Vlaamse Regering, per sector, de mate en de manier waarop de programmatie wordt afgestemd op het lokaal sociaal beleid bepalen.

§ 2. Lokale besturen kunnen een gezamenlijk initiatief nemen om een bovenlokaal sociaal beleid te ontwikkelen, waarbij Vlaamse programmatiecijfers samengeteld kunnen worden.

HOOFDSTUK 4. Toegankelijke sociale hulp- en dienstverlening en onderbescherming aanpakken

Artikel 9. (01/01/2019- ...)

Het lokaal bestuur maakt werk van een maximale toegankelijkheid van de lokale sociale hulp- en dienstverlening voor de bevolking en besteedt daarbij bijzondere aandacht aan onderbescherming.

Daartoe bouwt het lokaal bestuur een Sociaal Huis uit. Het Sociaal Huis moet een herkenbaar lokaal aanspreekpunt zijn voor burgers met betrekking tot het aanbod van lokale sociale hulp- en dienstverlening. Vanuit dit Sociaal Huis wordt, onder regie van het lokale bestuur, een samenwerkingsverband geïntegreerd breed onthaal gerealiseerd dat minstens het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, het erkende centrum voor algemeen welzijnswerk en de erkende diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen omvat.

Het lokaal bestuur kan het geïntegreerd breed onthaal ook realiseren in samenwerking met andere lokale besturen.

Artikel 10. (01/01/2019- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt welke functies het samenwerkingsverband geïntegreerd breed onthaal, vermeld in artikel 9, tweede lid, moet opnemen. In elk geval heeft het minstens de volgende functies:
1° neutrale informatie over het aanbod van de lokale sociale hulp- en dienstverlening verstrekken;
2° de rechten verkennen;
3° de rechten realiseren;
4° de hulpvragen verhelderen;
5° neutraal naar de gepaste lokale sociale hulp- en dienstverlening doorverwijzen.

Artikel 11. (01/01/2019- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt welke werkingsprincipes het samenwerkingsverband geïntegreerd breed onthaal, vermeld in artikel 9, tweede lid, moet hanteren. In elk geval hanteert het minstens de volgende werkingsprincipes:
1° neutraal, bekend, herkenbaar en zichtbaar zijn voor de burger;
2° generalistisch werken met specialisaties binnen handbereik;
3° outreachend handelen naar kwetsbare doelgroepen;
4° in continuïteit in de hulp- en dienstverlening voorzien;
5° participatief en krachtgericht werken in de hulp- en dienstverlening.

§ 2. De actoren die minstens deel moeten uitmaken van het samenwerkingsverband geïntegreerd breed onthaal, vermeld in artikel 9, tweede lid, die aan gebruikers hulp- en dienstverlening aanbieden, verwerken persoonsgegevens en wisselen onder elkaar persoonsgegevens uit opdat aan die gebruikers verantwoorde hulp- en dienstverlening kan worden verstrekt en opdat de continuïteit van de hulp- en dienstverlening kan worden gegarandeerd. Die persoonsgegevens bevatten ook persoonsgegevens als vermeld in artikel 9, lid 1, en 10 van de algemene verordening gegevensbescherming. De verwerking van de onderscheiden categorieën van persoonsgegevens voorziet in een passend beveiligingsniveau en gebeurt met de nodige vertrouwelijkheid.

Met behoud van de toepassing van de verplichtingen en beperkingen die voortvloeien uit de regelgeving over de bescherming bij de verwerking van persoonsgegevens, onder andere deze die specifiek van toepassing zijn bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder zijn of worden gespecificeerd, of uit de regelgevingen van de sectoren, is die gegevensuitwisseling onderworpen aan de volgende voorwaarden:
1° de gegevensuitwisseling heeft alleen betrekking op gegevens die noodzakelijk zijn voor een verantwoordelijke hulp- en dienstverlening en de continuïteit van de hulp- en dienstverlening;
2° de gegevens worden alleen uitgewisseld in het belang van de gebruikers;
3° behoudens overmacht of dringende noodzaak, dient de gebruiker op wie de gegevens betrekking hebben, zijn instemming te geven met de gegevensuitwisseling, op de wijze die door de Vlaamse Regering kan worden bepaald.

De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevens worden verwerkt en uitgewisseld. De Vlaamse Regering bepaalt de categorieën van gegevens die worden verwerkt en uitgewisseld.

In deze paragraaf wordt verstaan onder instemming: elke vrije, specifieke, geïnformeerde en uitdrukkelijke wilsuiting.

Artikel 12. (01/01/2019- ...)

De Huizen van het Kind, vermeld in artikel 7 van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning, maken deel uit van een integraal en afgestemd beleid met betrekking tot toegankelijkheid van de lokale sociale hulp- en dienstverlening en de aanpak van onderbescherming.

HOOFDSTUK 5. Vermaatschappelijking van de lokale sociale hulp- en dienstverlening

Artikel 13. (01/01/2019- ...)

Het lokaal bestuur neemt maatregelen die de vermaatschappelijking van de lokale sociale hulp- en dienstverlening stimuleren.

Artikel 14. (01/01/2019- ...)

Het lokaal bestuur organiseert initiatieven van vrijwillige en informele zorg, of ondersteunt en stimuleert dergelijke initiatieven die door lokale actoren of de bevolking georganiseerd worden.

Artikel 15. (01/01/2019- ...)

Het lokaal bestuur sensibiliseert de bevolking voor deelname aan, oprichting, organisatie of gebruik van de initiatieven van vrijwillige en informele zorg.

Artikel 16. (01/01/2019- ...)

Het lokaal bestuur kan de taken, vermeld in artikel 13, 14 en 15, uitvoeren in samenwerking met andere lokale besturen.

HOOFDSTUK 6. Ondersteuningsbeleid

Artikel 17. (01/01/2019- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de Vlaamse beleidsprioriteiten waarvoor, binnen de perken van de begrotingskredieten, een subsidie aan de lokale besturen kan worden verleend voor de uitvoering van activiteiten conform de bepalingen van dit decreet of aan initiatieven of organisaties die lokale besturen bijstaan en ondersteunen bij de uitvoering van activiteiten conform de bepalingen van dit decreet.

Artikel 18. (01/01/2019- ...)

De bepalingen van het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd, zijn van toepassing.

Artikel 19. (01/01/2019- ...)

De Vlaamse Regering kan, onder de voorwaarden die ze bepaalt en binnen de perken van de begrotingskredieten, een subsidie verlenen voor projecten met een experimenteel of vernieuwend karakter die passen in het lokaal sociaal beleid.

Die projecten kunnen worden uitgevoerd door het lokaal bestuur of door een lokale actor, in samenwerking met het lokaal bestuur.

Artikel 20. (01/01/2019- ...)

De Vlaamse Regering kan de lokale besturen ondersteunen via data- en kennisdeling om een lokaal sociaal beleid te voeren.

HOOFDSTUK 7. Toezicht

Artikel 21. (01/01/2019- ...)

Onverminderd de bepalingen in de decretale regelgeving betreffende de lokale besturen, organiseert de Vlaamse Regering het toezicht op de bepalingen van dit decreet.

HOOFDSTUK 8. Wijzigingsbepaling

Artikel 22. (01/01/2019- ...)

In artikel 146, § 2, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn wordt de zinsnede "het decreet van 19 maart 2004 betreffende het lokaal sociaal beleid" vervangen door de zinsnede "het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid".

HOOFDSTUK 9. Slotbepalingen

Artikel 23. (01/01/2019- ...)

De bepalingen in dit decreet kunnen geen afbreuk doen aan de bepalingen van de decretale regelgeving betreffende de lokale besturen.

Artikel 24. (01/01/2019- ...)

Het decreet van 19 maart 2004 betreffende het lokaal sociaal beleid, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2012, wordt opgeheven.

Artikel 25. (01/01/2019- ...)

Tot en met 24 mei 2018, met name de dag voor de algemene verordening gegevensbescherming van toepassing is, moet artikel 11, § 2, als volgt worden gelezen:

" § 2. De actoren die minstens deel moeten uitmaken van het samenwerkingsverband geïntegreerd breed onthaal, vermeld in artikel 9, tweede lid, die aan gebruikers hulp- en dienstverlening aanbieden, verwerken persoonsgegevens en wisselen onder elkaar persoonsgegevens uit opdat aan die gebruikers verantwoorde hulp- en dienstverlening kan worden verstrekt en opdat de continuïteit van de hulp- en dienstverlening kan worden gegarandeerd. Die persoonsgegevens bevatten ook persoonsgegevens als vermeld in artikel 6, 7 en 8 van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van de onderscheiden categorieën van persoonsgegevens voorziet in een passend beveiligingsniveau en gebeurt met de nodige vertrouwelijkheid.

Met behoud van de toepassing van de verplichtingen en beperkingen die voortvloeien uit de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, onder andere deze die specifiek van toepassing zijn bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder zijn of worden gespecificeerd, of uit de regelgevingen van de sectoren, is die gegevensuitwisseling onderworpen aan de volgende voorwaarden:
1° de gegevensuitwisseling heeft alleen betrekking op gegevens die noodzakelijk zijn voor een verantwoordelijke hulp- en dienstverlening en de continuïteit van de hulp- en dienstverlening;
2° de gegevens worden alleen uitgewisseld in het belang van de gebruikers;
3° behoudens overmacht of dringende noodzaak, dient de gebruiker op wie de gegevens betrekking hebben, zijn instemming te geven met de gegevensuitwisseling, op de wijze die door de Vlaamse Regering kan worden bepaald.

De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevens worden verwerkt en uitgewisseld. De Vlaamse Regering bepaalt de categorieën van gegevens die worden verwerkt en uitgewisseld.".

Artikel 26. (01/01/2019- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding.