Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het klimaatplan met betrekking tot de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden

Datum 30/03/2018

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK II Energieprestatiediagnose
    1. Afdeling 1 Voorwaarden
    2. Afdeling 2 Procedure
  3. [HOOFDSTUK 2/1. Energieprestatiecontract (ing. BVR 20 juli 2018, art. 6, I: 11 oktober 2018)]
    1. [ Afdeling 1. Energieprestatiecontractsubsidies (ing. BVR 20 juli 2018, art. 6, I: 11 oktober 2018)]
    2. [ Afdeling 2. Procedure (ing. BVR 20 juli 2018, art. 6, I: 11 oktober 2018)]
  4. [HOOFDSTUK 2/2. Langetermijnproject (ing. BVR 20 juli 2018, art. 6, I: 11 oktober 2018)]
    1. [Afdeling 1. Klimaatinvesteringssubsidie (ing. BVR 20 juli 2018, art. 6, I: 11 oktober 2018)]
    2. [ Afdeling 2. Procedure (ing. BVR 20 juli 2018, art. 6, I: 11 oktober 2018)]
  5. [HOOFDSTUK 2/3. Langetermijnproject uitgebreid dossier (ing. BVR 17 mei 2019, art. 45, I: 19 september 2019)]
    1. [Afdeling 1. Klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier (ing. BVR 17 mei 2019, art. 45, I: 19 september 2019)]
    2. [Afdeling 2. Procedure (ing. BVR 17 mei 2019, art. 45, I: 19 september 2019)]
  6. HOOFDSTUK III Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 8;

Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 8.3.1, 4° en artikel 8.4.1, 4° ;

Gelet op het decreet van 15 juli 2011 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap NV Vlaams Energiebedrijf, artikel 4, § 2;

Gelet op adviezen 62.591/3 en 62.957/3 van de Raad van State, respectievelijk gegeven op 29 december 2017 en 12 maart 2018;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging,

Besluit :
 

HOOFDSTUK I Algemene bepalingen

Artikel 1. (19/09/2019- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° aanvrager: rechtspersoon die erkend is of die voldoet aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden en die een aanvraag tot het verkrijgen van een investeringssubsidie of investeringswaarborg indient;
1° /1 energieprestatiecontract: een overeenkomst met een looptijd van minstens vijf jaar die energiebesparing als een dienst tot voorwerp heeft, waarin een geplande energiebesparing wordt vastgelegd en krachtens dewelke die jaarlijks wordt opgevolgd en gesanctioneerd;
1° /2 energieprestatiecontractsubsidie: een subsidie als bijdrage in de financiering van een energieprestatiecontract door de aanvrager;
2° energieprestatiediagnose: een potentieelscan op maat en een actieplan met mogelijke energiebesparende maatregelen met toelichting van hun besparingspotentieel op vlak van energieverbruik en CO2-uitstoot, hun terugverdientijd rekening houdende met de van toepassing zijnde premies en hun investeringskost, opgesteld in opdracht van het Vlaams Energiebedrijf;
3° Fonds: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij het decreet tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
3° /1 klimaatinvesteringssubsidie: een subsidie als bijdrage in de financiering van het langetermijnproject door de aanvrager;
3° /2 klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier: een subsidie als bijdrage in de financiering van het langetermijnproject uitgebreid dossier dat de aanvrager heeft ingediend;
4° kortetermijnproject: de realisatie van de energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van maximaal vijf jaar, vermeld in de energieprestatiediagnose;
4° /1 langetermijnproject: de realisatie van een energiebesparende maatregel met een terugverdientijd van meer dan vijf jaar, vermeld in de energieprestatiediagnose;
4° /2 langetermijnproject uitgebreid dossier: de realisatie van een energiebesparende maatregel met een terugverdientijd van meer dan vijf jaar, vermeld in de energieprestatiediagnose;
5° masterplan: globale en beschrijvende schets van alle mogelijke energiebesparende maatregelen per gebouw van een voorziening met per maatregel vermelding van de absolute en relatieve energiebesparing, de CO2-reductie, de investering, de bijhorende terugverdientijd en het jaar van de investering;
5° /1 minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid;
6° onderneming: een onderneming in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
6° /1 regeling voor de-minimissteun aan ondernemingen belast met diensten van algemeen economisch belang: verordening (EU) nr. 360/2012 van de Commissie van 25 april 2012 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (Publicatieblad van 24 april 2002, L 114, 8-13), en de latere wijzigingen ervan;
6° /2 terugverdientijd: het aantal jaar waarbinnen men de kostprijs, exclusief btw, van een lange termijnproject terugverdient door middel van de besparing op de energiekost. Daarbij worden voor de berekening van de kostprijs de voorhanden zijnde premies voor energiebesparende maatregelen van de Vlaamse overheid en van de elektriciteitsnetbeheerders in mindering gebracht;
7° Vlaams Energiebedrijf: het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap NV Vlaams Energiebedrijf, opgericht krachtens het decreet van 15 juli 2011 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap NV Vlaams Energiebedrijf.
 

Artikel 2. (01/07/2017- ...)

Het Fonds en het Vlaams Energiebedrijf sluiten een overeenkomst over de regeling van de kosten voor de uitgevoerde prestaties op grond van het besluit.
 

HOOFDSTUK II Energieprestatiediagnose

Afdeling 1 Voorwaarden

Artikel 3. (11/10/2018- ...)

Binnen de beschikbare begrotingskredieten kan het Fonds een subsidie in natura onder de vorm van een energieprestatiediagnose toekennen aan aanvragers als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de aanvrager vraagt voor minstens één gebouw een energieprestatiediagnose aan;
2° per gebouw wordt de energieprestatiediagnose uitgevoerd voor de hele bestaande infrastructuur;
3° de aanvrager realiseert het kortetermijnproject uiterlijk drie jaar na de oplevering van de energieprestatiediagnose;
4° na de realisatie van het kortetermijnproject blijft de infrastructuur voldoen aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden;
5° indien de aanvrager een onderneming is, zal die, met inbegrip van de energieprestatiediagnose, niet meer de-minimissteun ontvangen dan de regeling voor de-minimissteun aan ondernemingen belast met diensten van algemeen economisch belang toelaat.

In geval van overmacht kan Fonds de termijn, vermeld in eerste lid, 3°, op gemotiveerd verzoek van de aanvrager verlengen.
 

Artikel 4. (11/10/2018- ...)

Indien de aanvrager een onderneming is, valt de subsidie, vermeld in artikel 2, onder de toepassing van de regeling voor de-minimissteun aan ondernemingen belast met diensten van algemeen economisch belang.
 

Afdeling 2 Procedure

Artikel 5. (01/07/2017- ...)

De aanvrager dient de aanvraag van een energieprestatiediagnose op elektronische wijze in bij het Vlaams Energiebedrijf.
 

Artikel 6. (11/10/2018- ...)

De aanvraag van een energieprestatiediagnose bevat:
1° een ingevuld identificatieformulier op basis van een model dat het Vlaams Energiebedrijf ter beschikking stelt. Dat identificatieformulier bevat de volgende rubrieken:
a) de identificatiegegevens van de aanvrager, waaronder het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen;
b) de identificatiegegevens van de voorziening;
c) de identificatiegegevens van de contactpersoon voor het dossier;
d) de locatie van de infrastructuur: adres en kadastergegevens;
e) het engagement om bij de realisatie van het kortetermijnproject de regelgeving omtrent overheidsopdrachten te respecteren, als die van toepassing is;
f) het engagement om het kortetermijnproject uiterlijk drie jaar na de definitieve energieprestatiediagnose te realiseren;
2° een kopie van de ondertekende beslissing van het bevoegde orgaan van de aanvrager met de beslissing om een energieprestatiediagnose aan te vragen;
3° indien de aanvrager een onderneming is, een verklaring op erewoord dat die, met inbegrip van de energieprestatiediagnose, niet meer de-minimissteun zal hebben ontvangen dan de regeling voor de-minimissteun aan ondernemingen belast met diensten van algemeen economisch belang toelaat.

Het aanvraagformulier dat het Vlaams Energiebedrijf ter beschikking stelt, vermeldt een raming van de geldelijke waarde van energieprestatiediagnose.
 

Artikel 7. (01/07/2017- ...)

§ 1. Het Vlaams Energiebedrijf onderzoekt of de aanvraag, vermeld in artikel 4, voldoet aan de voorwaarden.

§ 2. Het Vlaams Energiebedrijf maakt binnen zestig dagen na de ontvangst van de aanvraag een ontwerp van beslissing op en legt dat voor aan het Fonds.

Het Vlaams Energiebedrijf houdt het dossier van de aanvraag ter beschikking van het Fonds en bezorgt dat op verzoek aan het Fonds.

§ 3. Het Fonds beslist over de toekenning van de energieprestatiediagnose. De beslissing vermeldt de geldelijke waarde van de energieprestatiediagnose.

§ 4. Het Vlaams Energiebedrijf brengt de aanvrager op de hoogte van de toekenning van de energieprestatiediagnose of van de negatieve beslissing.
 

Artikel 8. (01/07/2017- ...)

Uiterlijk zes maanden na de oplevering van de energieprestatiediagnose bezorgt de aanvrager al de volgende stukken aan het Fonds:
1° het masterplan, dat wordt opgesteld op basis van de energieprestatiediagnose;
2° een overzicht van de geplande werkzaamheden in het kortetermijnproject;
3° een kopie van de ondertekende beslissing van het bevoegde orgaan van de aanvrager waarin het masterplan en de geplande werkzaamheden in het kortetermijnproject zijn goedgekeurd.

Uiterlijk drie jaar na de oplevering van de energieprestatiediagnose bezorgt de aanvrager aan het Fonds een overzicht van de gerealiseerde werkzaamheden uit het masterplan.

De aanvrager houdt vanaf het bevel tot aanvang van de werkzaamheden de eindafrekeningen van de uitgevoerde werkzaamheden in het kader van energiebesparende maatregelen ter beschikking van het Fonds en bezorgt die op verzoek aan het Fonds.
 

Artikel 9. (19/09/2019- ...)

Indien de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, eerste lid, of het toezicht daarop verhindert, vordert het Fonds het bedrag, vermeld in artikel 7, § 3, terug van de aanvrager.
 

[HOOFDSTUK 2/1. Energieprestatiecontract (ing. BVR 20 juli 2018, art. 6, I: 11 oktober 2018)]

[ Afdeling 1. Energieprestatiecontractsubsidies (ing. BVR 20 juli 2018, art. 6, I: 11 oktober 2018)]

Artikel 9/1. (11/10/2018- ...)

Binnen de beschikbare begrotingskredieten kan het Fonds een energieprestatiecontractsubsidie toekennen aan aanvragers als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de aanvrager heeft een energieprestatiecontract gesloten dat de realisatie van een energiebesparing van ten minste 10 % tot voorwerp heeft en dat ten minste de realisatie omvat van een pakket energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van meer dan vijf jaar, vermeld in de energieprestatiediagnose;
2° na de realisatie van de energiebesparende maatregelen die in het kader van het energieprestatiecontract worden genomen, blijft de infrastructuur voldoen aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden;
3° als de aanvrager een onderneming is, ontvangt die, met inbegrip van de energieprestatiecontractsubsidie, niet meer de-minimissteun dan de regeling voor de-minimissteun aan ondernemingen belast met diensten van algemeen economisch belang toelaat.

Artikel 9/2. (11/10/2018- ...)

De energieprestatiecontractsubsidie bedraagt 10 % van de totale facilitatiekost, met een maximum van 8.000 euro.

In het eerste lid wordt onder facilitatiekost de kost van een facilitatiecontract verstaan. Dat facilitatiecontract is het contract om tot een aanbesteding van een energieprestatiecontract te komen.

Artikel 9/3. (11/10/2018- ...)

Als de aanvrager een onderneming is, valt de energieprestatiecontractsubsidie, vermeld in artikel 9/1 van dit besluit, onder de toepassing van de regeling voor de-minimissteun aan ondernemingen belast met diensten van algemeen economisch belang.

[ Afdeling 2. Procedure (ing. BVR 20 juli 2018, art. 6, I: 11 oktober 2018)]

Artikel 9/4. (11/10/2018- ...)

Aanvragers dienen een aanvraag van een energieprestatiecontractsubsidie op elektronische wijze in bij het Fonds.

Artikel 9/5. (19/09/2019- ...)

De aanvraag van een energieprestatiecontractsubsidie bevat:
1° een ingevuld identificatieformulier op basis van een model dat het Fonds ter beschikking stelt. Dat identificatieformulier bevat de volgende rubrieken:
a) de identificatiegegevens van de aanvrager, waaronder het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen;
b) de identificatiegegevens van de voorziening;
c) de identificatiegegevens van de contactpersoon voor het dossier;
d) de locatie van het gebouw waarop het energieprestatiecontract betrekking heeft: het adres en de kadastergegevens;
e) de EAN-nummers van de elektriciteits- en gasaansluitingen waarover het gebouw waarop het energieprestatiecontract betrekking heeft, beschikt;
2° een kopie van de ondertekende beslissing van het bevoegde orgaan van de aanvrager met de beslissing om een energieprestatiecontractsubsidie aan te vragen;
3° een kopie van het energieprestatiecontract;
4° als de aanvrager een onderneming is, een verklaring op erewoord dat die, met inbegrip van de energieprestatiecontractsubsidie, niet meer de-minimissteun zal hebben ontvangen dan de regeling voor de-minimissteun aan ondernemingen belast met diensten van algemeen economisch belang toelaat.

Door de aanvraag van een energieprestatiecontractsubsidie in te dienen, verleent de aanvrager het Fonds de toelating om het energieverbruik van het gebouw waarop het energieprestatiecontract betrekking heeft, te monitoren voor de periode die loopt van 1 januari 2015 tot 31 december 2031.

Artikel 9/6. (19/09/2019- ...)

Het Fonds onderzoekt of de aanvraag, vermeld in artikel 9/4, voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9/1. Het Fonds kan aanvullende inlichtingen vragen aan de aanvrager.

Het Fonds beslist over de energieprestatiecontractsubsidies. Het kan de aangevraagde energieprestatiecontractsubsidie goedkeuren, afwijzen of verminderen. De beslissing van het Fonds wordt uiterlijk zestig dagen na de ontvangst van de aanvraag, vermeld in artikel 9/4, aan de aanvrager meegedeeld met een aangetekende brief, op elektronische wijze of op een andere wijze die de minister bepaalt.

Na de goedkeuring of de vermindering betaalt het Fonds de energieprestatiecontractsubsidie aan de aanvrager.

[HOOFDSTUK 2/2. Langetermijnproject (ing. BVR 20 juli 2018, art. 6, I: 11 oktober 2018)]

[Afdeling 1. Klimaatinvesteringssubsidie (ing. BVR 20 juli 2018, art. 6, I: 11 oktober 2018)]

Artikel 9/7. (11/10/2018- ...)

Binnen de beschikbare begrotingskredieten kan het Fonds een klimaatinvesteringssubsidie voor de realisatie van een langetermijnproject toekennen aan aanvragers als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° het langetermijnproject creëert geen technische lock-in-effecten die toekomstige energiebesparende maatregelen op substantiële wijze hinderen;
2° na de realisatie van het langetermijnproject blijft de infrastructuur voldoen aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden;
3° voor de energiebesparende maatregel in het langetermijnproject worden geen investeringssubsidies als vermeld in artikel 6 van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, en geen alternatieve vorm van investeringssubsidies als vermeld in artikel 7bis van het voormelde decreet, verleend;
4° de aanvrager levert het langetermijnproject op uiterlijk vijf jaar na de goedkeuring van de klimaatinvesteringssubsidie;
5° de aanvrager beschikt over een genotsrecht van minstens vijfentwintig jaar op het langetermijnproject;
6° als de aanvrager een onderneming is, ontvangt die, met inbegrip van de energieprestatiecontractsubsidie, niet meer de-minimissteun dan de regeling voor de-minimissteun aan ondernemingen belast met diensten van algemeen economisch belang toelaat, met inbegrip van de energieprestatiecontractsubsidie;
7° het langetermijnproject helpt de lokale en Vlaamse broeikasgasemissiereductiedoelstellingen te realiseren waarbij de broeikasgasreducties, uitgedrukt in CO2-equivalenten, aangetoond moeten kunnen worden. Langetermijnprojecten rond het verhogen van de efficiëntie van het elektriciteitsverbruik of openbare verlichting worden niet gesubsidieerd.

Artikel 9/8. (11/10/2018- ...)

De klimaatinvesteringssubsidie wordt voorlopig bepaald op maximaal 60 % van de geraamde kostprijs, exclusief btw, van het langetermijnproject en bedraagt niet meer dan vereist is om de terugverdientijd van het langetermijnproject voor de aanvrager te herleiden tot 5 jaar.

Artikel 9/9. (11/10/2018- ...)

Als de aanvrager een onderneming is, valt de klimaatinvesteringssubsidie, vermeld in artikel 9/7 van dit besluit, onder de toepassing van de regeling voor de-minimissteun aan ondernemingen belast met diensten van algemeen economisch belang.

[ Afdeling 2. Procedure (ing. BVR 20 juli 2018, art. 6, I: 11 oktober 2018)]

Artikel 9/10. (11/10/2018- ...)

Het Fonds lanceert een oproep om aanvragen van een klimaatinvesteringssubsidie in te dienen.

Aanvragers dienen een aanvraag van een klimaatinvesteringssubsidie op elektronische wijze in bij het Fonds, uiterlijk op de datum die vermeld is in de oproep.

Artikel 9/11. (19/09/2019- ...)

De aanvraag van een klimaatinvesteringssubsidie bevat:
1° een ingevuld identificatieformulier op basis van een model dat het Fonds ter beschikking stelt. Dat identificatieformulier bevat de volgende rubrieken:
a) de identificatiegegevens van de aanvrager, waaronder het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen;
b) de identificatiegegevens van de voorziening;
c) de identificatiegegevens van de contactpersoon voor het dossier;
d) de locatie van het langetermijnproject: het adres en de kadastergegevens;
e) het juridische statuut van de gebouwen waarin het langetermijnproject wordt gerealiseerd;
f) de beschikbare verwarmde vloeroppervlakte in het gebouw waarin het langetermijnproject wordt gerealiseerd;
g) een korte beschrijving van het langetermijnproject;
h) de EAN-nummers van de elektriciteits- en gasaansluitingen waarover het gebouw waarop het langetermijnproject betrekking heeft, beschikt;
2° een kopie van de ondertekende beslissing van het bevoegde orgaan van de aanvrager met de beslissing om een klimaatinvesteringssubsidie aan te vragen;
3° een korte beschrijving van de begeleidende maatregelen die naast het langetermijnproject worden genomen om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 9/7, 2°, van dit besluit, als die nodig zijn;
4° een verklaring op erewoord dat voor de energiebesparende maatregelen in het langetermijnproject geen investeringssubsidies als vermeld in artikel 6 van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, en geen alternatieve vorm van investeringssubsidies als vermeld in artikel 7bis van het voormelde decreet, worden verleend;
5° het engagement om het langetermijnproject uiterlijk vijf jaar na de toekenning van de klimaatinvesteringssubsidie op te leveren;
6° een verklaring op erewoord dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 9/7, 5°, van dit besluit;
7° als de aanvrager een onderneming is, een verklaring op erewoord dat die, met inbegrip van de klimaatinvesteringssubsidie, niet meer de-minimissteun zal hebben ontvangen dan de regeling voor de-minimissteun aan ondernemingen belast met diensten van algemeen economisch belang toelaat;
8° een ingevuld projectformulier, waarvan het Fonds het model vaststelt en ter beschikking stelt. Dat formulier bevat al de volgende rubrieken:
a) de geraamde kostprijs van het langetermijnproject;
b) de voorziene CO2-impact van het langetermijnproject;
c) de terugverdientijd van de energiebesparende maatregel;
d) het jaarlijkse besparingspotentieel;
e) de geplande start van de werkzaamheden;
9° de jaarrekening als die niet neergelegd wordt bij de Nationale Bank;
10° het engagement om bij de realisatie van het langetermijnproject de regelgeving over overheidsopdrachten te respecteren, als die van toepassing is.

Door de aanvraag van een klimaatinvesteringssubsidie in te dienen, verleent de aanvrager het Fonds de toelating om het energieverbruik van het gebouw waarop het langetermijnproject betrekking heeft of zou hebben, te monitoren voor de periode die loopt van 1 januari 2015 tot 31 december 2031.

Artikel 9/12. (11/10/2018- ...)

Het Fonds onderzoekt of de aanvraag, vermeld in artikel 9/10, volledig is. Het Fonds kan aanvullende inlichtingen vragen aan de aanvrager.

Binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag stuurt het Fonds een bewijs van ontvangst naar de aanvrager, met de vermelding dat de aanvraag ontvankelijk of niet ontvankelijk is, en in voorkomend geval met de vermelding van de datum van ontvankelijkheid. De ontvankelijkheid houdt in dat de aanvraag volledig is.

Artikel 9/13. (19/09/2019- ...)

§ 1. Het Fonds onderzoekt of een klimaatinvesteringssubsidie voor het langetermijnproject voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9/7, en past binnen de beschikbare begrotingskredieten. Het Fonds kan aanvullende inlichtingen vragen aan de aanvrager. Als de totale som van aangevraagde klimaatinvesteringssubsidies hoger ligt dan de beschikbare begrotingskredieten, rangschikt het Fonds de ingediende langetermijnprojecten aan de hand van de formule die de minister bepaalt. De minister houdt daarbij rekening met de CO2-reductie van het langetermijnproject, de CO2-reductie van het langetermijnpakket, het CO2-reductiepotentieel in het gebouw en de levensduur van het langetermijnproject.

In dit artikel wordt verstaan onder:
1° CO2-reductie van het langetermijnproject: de CO2-reductie van het langetermijnproject, vermeld in de energieprestatiediagnose;
2° CO2-reductie van het langetermijnpakket: de CO2-reductie van alle langetermijnprojecten waarvoor de aanvrager binnen dezelfde oproep een aanvraag van een klimaatinvesteringssubsidie indient;
3° CO2-reductiepotentieel in het gebouw: het totale potentieel aan CO2-reducties in het gebouw, zoals vermeld in de energieprestatiediagnose;
4° levensduur van het langetermijnproject: de levensduur van het langetermijnproject, uitgedrukt in jaren, die voor maatregelen met betrekking tot de gebouwschil geacht wordt 35 jaar te bedragen, en voor maatregelen met betrekking tot installaties geacht wordt 15 jaar te bedragen.

§ 2. Het Fonds beslist over de klimaatinvesteringssubsidie. Het kan de aangevraagde klimaatinvesteringssubsidie goedkeuren, afwijzen of, met akkoord van de aanvrager in kwestie, verminderen. De beslissing van het Fonds wordt aan de aanvrager meegedeeld uiterlijk zestig dagen na de uiterste indieningsdatum, met een aangetekende brief, op elektronische wijze of op een andere wijze die de minister bepaalt.

Artikel 9/14. (... - ...)

§ 1. Na de ontvangst van de eerste factuur van de aannemer kan de aanvrager de betaling van de eerste schijf van de klimaatinvesteringssubsidie aanvragen bij het Fonds.

Bij zijn aanvraag voegt hij een scan van de eerste factuur en vermeldt hij de startdatum van de werken.

Na goedkeuring betaalt het Fonds 50 % van de geraamde klimaatinvesteringssubsidie.

§ 2. Na de eindafrekening kan de aanvrager de betaling van de tweede schijf van de klimaatinvesteringssubsidie aanvragen bij het Fonds. De uitbetaalde klimaatinvesteringssubsidie mag niet meer bedragen dan 60 % van de werkelijke kostprijs, exclusief btw, van het langetermijnproject en bedraagt niet meer dan vereist is om de terugverdientijd van het langetermijnproject voor de aanvrager te herleiden tot 5 jaar.

Bij zijn aanvraag voegt hij een scan van de eindafrekening, die de totale kostprijs van het langetermijnproject vermeldt, en vermeldt hij de einddatum van de werken.

Het Fonds gaat na of voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9/7, en betaalt de tweede schijf van de klimaatinvesteringssubsidie.

Artikel 9/14. (19/09/2019- ...)

§ 1. Na de ontvangst van de eerste factuur van de aannemer kan de aanvrager de betaling van de eerste schijf van de klimaatinvesteringssubsidie aanvragen bij het Fonds.

Bij zijn aanvraag voegt hij een scan van de eerste factuur en vermeldt hij de startdatum van de werken.

Na goedkeuring betaalt het Fonds 50 % van de geraamde klimaatinvesteringssubsidie.

§ 2. Na de eindafrekening kan de aanvrager de betaling van de tweede schijf van de klimaatinvesteringssubsidie aanvragen bij het Fonds. De uitbetaalde klimaatinvesteringssubsidie mag niet meer bedragen dan 60 % van de werkelijke kostprijs, exclusief btw, van het langetermijnproject en bedraagt niet meer dan vereist is om de terugverdientijd van het langetermijnproject voor de aanvrager te herleiden tot 5 jaar.

Bij zijn aanvraag voegt hij een scan van de eindafrekening, die de totale kostprijs van het langetermijnproject vermeldt, en vermeldt hij de einddatum van de werken.

Het Fonds gaat na of voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9/7, en betaalt de tweede schijf van de klimaatinvesteringssubsidie.

Artikel 9/15. (11/10/2018- ...)

Tijdens de werkzaamheden en tot de oplevering van het langetermijnproject houdt de aanvrager de volgende stukken ter beschikking en bezorgt die op verzoek aan het Fonds:
1° een overzicht van de uitgevoerde en geplande werkzaamheden;
2° de planning van de oplevering van het langetermijnproject;
3° een overzicht van de aanbestedingen dat is opgemaakt op basis van een model dat het Fonds ter beschikking stelt;
4° als de regelgeving over overheidsopdrachten van toepassing is, het gunningsdossier per aanbesteding, dat bestaat uit:
a) de bestekken;
b) het proces-verbaal van de opening van de inschrijvingen;
c) alle biedingen;
d) de verslagen van de controle van de biedingen;
e) de door de aanvrager gemotiveerde keuze van aannemer of leverancier;
f) het proces-verbaal van voorlopige of definitieve oplevering;
g) de door de aannemer bezorgde facturen, vorderingsstaten en eindstaat;
5° als de regelgeving over overheidsopdrachten niet van toepassing is, de stukken, vermeld in punt 4°, a), f) en g).
Vanaf de oplevering van het langetermijnproject houdt de aanvrager de volgende stukken ter beschikking en bezorgt die op verzoek aan het Fonds:
1° het stuk waaruit blijkt dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 9/7, 5°. Als een authentieke akte vereist is conform het gemeen recht, betreft het een authentieke akte, anders betreft het een geregistreerde onderhandse akte;
2° als de regelgeving over overheidsopdrachten van toepassing is, het gunningsdossier per aanbesteding, dat bestaat uit al de volgende elementen:
a) de bestekken;
b) het proces-verbaal van de opening van de inschrijvingen;
c) alle biedingen;
d) de verslagen van de controle van de biedingen;
e) de door de aanvrager gemotiveerde keuze van aannemer of leverancier;
f) het proces-verbaal van voorlopige of definitieve oplevering;
g) de door de aannemer bezorgde facturen, vorderingsstaten en eindstaat;
3° als de regelgeving over overheidsopdrachten niet van toepassing is, de stukken, vermeld in punt 2°, a), f) en g).

Artikel 9/16. (11/10/2018- ...)

Als het langetermijnproject door omstandigheden buiten de wil van de aanvrager om, niet tijdig kan worden opgeleverd, kan het Fonds twee jaar uitstel geven op de termijn, vermeld in artikel 9/7, 4°. De aanvrager bezorgt daarover een omstandig gemotiveerd verzoek aan het Fonds.

[HOOFDSTUK 2/3. Langetermijnproject uitgebreid dossier (ing. BVR 17 mei 2019, art. 45, I: 19 september 2019)]

[Afdeling 1. Klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier (ing. BVR 17 mei 2019, art. 45, I: 19 september 2019)]

Artikel 9/17. (19/09/2019- ...)

Binnen de beschikbare begrotingskredieten kan het Fonds een klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier voor de realisatie van een langetermijnproject uitgebreid dossier toekennen aan aanvragers als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° het langetermijnproject uitgebreid dossier creëert geen technische lock-ineffecten die toekomstige energiebesparende maatregelen op substantiële wijze hinderen;
2° na de realisatie van het langetermijnproject uitgebreid dossier blijft de infrastructuur voldoen aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden;
3° voor de energiebesparende maatregel in het langetermijnproject uitgebreid dossier worden geen van de volgende subsidies verleend:
a) investeringssubsidies als vermeld in artikel 6 van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
b) een alternatieve vorm van investeringssubsidies als vermeld in artikel 7bis van het voormelde decreet;
c) klimaatinvesteringssubsidies als vermeld in hoofdstuk 2/2 van dit besluit;
4° de aanvrager levert het langetermijnproject op uiterlijk vijf jaar na de goedkeuring van de klimaatinvesteringssubsidie;
5° de aanvrager beschikt over een genotsrecht van minstens vijfentwintig jaar op het langetermijnproject;
6° als de aanvrager een onderneming is, geldt er voor die onderneming geen bevel tot terugvordering als gevolg van een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij steun die een Belgische overheid heeft toegekend, onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard, met uitzondering van steunregelingen tot herstel van de schade die veroorzaakt is door bepaalde natuurrampen;
7° als de aanvrager een onderneming is, gaat het niet om een onderneming in moeilijkheden als vermeld in artikel 2, 18, van verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
8° het langetermijnproject uitgebreid dossier helpt de lokale en Vlaamse broeikasgasemissiereductiedoelstellingen te realiseren, waarbij de broeikasgasreducties, uitgedrukt in CO2-equivalenten, aangetoond moeten kunnen worden;
9° de aanvrager heeft de werkzaamheden voor het langetermijnproject uitgebreid dossier nog niet opgestart voor het Fonds over de aanvraag heeft beslist.

Artikel 9/18. (19/09/2019- ...)

De klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier wordt voorlopig bepaald op maximaal 30% van de geraamde kostprijs, exclusief btw, van het langetermijnproject uitgebreid dossier en bedraagt niet meer dan vereist is om de terugverdientijd van het langetermijnproject uitgebreid dossier voor de aanvrager te herleiden tot vijf jaar.

Als bij de aanvrager minder dan vijftig personen werken en de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal niet meer bedraagt dan 10 miljoen euro, berekend conform bijlage I bij verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, waarbij het woord `onderneming' telkens moet worden gelezen als het woord `entiteit', wordt de klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier voorlopig bepaald op maximaal 50% van de geraamde kostprijs, exclusief btw, van het langetermijnproject uitgebreid dossier en bedraagt die niet meer dan vereist is om de terugverdientijd van het langetermijnproject uitgebreid dossier voor de aanvrager te herleiden tot vijf jaar.

Als bij de aanvrager minder dan 250 personen werken en de jaaromzet niet meer bedraagt dan 50 miljoen euro of het jaarlijkse balanstotaal niet meer bedraagt dan 43 miljoen euro, berekend conform bijlage I bij verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, waarbij het woord `onderneming' telkens moet worden gelezen als het woord `entiteit', wordt de klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier voorlopig bepaald op maximaal 40% van geraamde kostprijs, exclusief btw, van het langetermijnproject uitgebreid dossier en bedraagt die niet meer dan vereist is om de terugverdientijd van het langetermijnproject uitgebreid dossier voor de aanvrager te herleiden tot vijf jaar.

Artikel 9/19. (19/09/2019- ...)

Als de aanvrager een onderneming is, valt de klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier, vermeld in artikel 9/17, onder toepassing van de regeling voor steun voor milieubescherming.

[Afdeling 2. Procedure (ing. BVR 17 mei 2019, art. 45, I: 19 september 2019)]

Artikel 9/20. (19/09/2019- ...)

Het Fonds lanceert een oproep om aanvragen van een klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier in te dienen.

Aanvragers dienen een aanvraag van een klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier op elektronische wijze in bij het Fonds, uiterlijk op de datum, vermeld in de oproep.

Artikel 9/21. (19/09/2019- ...)

De aanvraag van een klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier bevat:
1° een ingevuld identificatieformulier op basis van een model dat het Fonds ter beschikking stelt. Dat identificatieformulier bevat al de volgende rubrieken:
a) de identificatiegegevens van de aanvrager, waaronder het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen;
b) de identificatiegegevens van de voorziening;
c) de identificatiegegevens van de contactpersoon voor het dossier;
d) de locatie van het langetermijnproject uitgebreid dossier: het adres en de kadastergegevens;
e) het juridische statuut van de gebouwen waarin het langetermijnproject uitgebreid dossier wordt gerealiseerd;
f) de beschikbare vloeroppervlakte in het gebouw waarin het langetermijnproject uitgebreid dossier wordt gerealiseerd;
g) de aard van de investering en een korte beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden;
2° een kopie van de ondertekende beslissing van het bevoegde orgaan van de aanvrager om een klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier aan te vragen;
3° een korte beschrijving van de begeleidende maatregelen die naast het langetermijnproject uitgebreid dossier worden genomen om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 9/17, 2°, als die maatregelen nodig zijn;
4° een verklaring op erewoord dat voor de energiebesparende maatregelen in het langetermijnproject uitgebreid dossier geen van de volgende subsidies wordt verleend:
a) investeringssubsidies als vermeld in artikel 6 van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
b) een alternatieve vorm van investeringssubsidies als vermeld in artikel 7bis van het voormelde decreet;
c) klimaatinvesteringssubsidies;
5° het engagement om het langetermijnproject uitgebreid dossier uiterlijk vijf jaar na de toekenning van de klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier op te leveren;
6° een verklaring op erewoord dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 9/17, 5° ;
7° de verklaring op erewoord dat de aanvrager, als hij een onderneming is, zich niet in een situatie als vermeld in artikel 9/17, 6° of 7°, bevindt;
8° een ingevuld projectformulier, waarvan het Fonds het model vaststelt en ter beschikking stelt. Dat formulier bevat al de volgende rubrieken:
a) de geraamde kostprijs van het langetermijnproject uitgebreid dossier;
b) de voorziene CO2-impact van het langetermijnproject uitgebreid dossier;
c) de terugverdientijd van de energiebesparende maatregel;
d) het jaarlijkse besparingspotentieel;
e) de geplande start van de werkzaamheden;
f) het gevraagde steunpercentage, vermeld in artikel 9/18, eerste, tweede of derde lid;
9° in voorkomend geval een verklaring op erewoord dat de aanvrager zich in een situatie bevindt als vermeld in artikel 9/18, tweede of derde lid;
10° de jaarrekening als die niet neergelegd wordt bij de Nationale Bank;
11° het engagement om bij de realisatie van het langetermijnproject uitgebreid dossier de regelgeving over overheidsopdrachten te respecteren, als die van toepassing is.

Door de aanvraag van een klimaatinvesteringssubsidie in te dienen, verleent de aanvrager het Fonds de toelating om het energieverbruik van het gebouw waarop het langetermijnproject uitgebreid dossier betrekking heeft of zou hebben, te monitoren voor de periode die loopt van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2031.

Artikel 9/22. (19/09/2019- ...)

Het Fonds onderzoekt of de aanvraag, vermeld in artikel 9/21, volledig is. Het Fonds kan aanvullende inlichtingen vragen aan de aanvrager.

Binnen dertig dagen na de dag waarop het Fonds de aanvraag heeft ontvangen, stuurt het Fonds een bewijs van ontvangst naar de aanvrager, met de vermelding dat de aanvraag ontvankelijk of niet ontvankelijk is, en in voorkomend geval met de vermelding van de datum van ontvankelijkheid. De ontvankelijkheid houdt in dat de aanvraag volledig is.

Artikel 9/23. (... - ...)

§ 1. Het Fonds onderzoekt of een klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier voor het langetermijnproject uitgebreid dossier voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9/17, en past binnen de beschikbare begrotingskredieten. Het Fonds kan aanvullende inlichtingen vragen aan de aanvrager. Als de totale som van aangevraagde klimaatinvesteringssubsidies uitgebreid dossier hoger ligt dan de beschikbare begrotingskredieten, rangschikt het Fonds de ingediende langetermijnprojecten uitgebreid dossier aan de hand van de formule die de minister bepaalt. De minister houdt daarbij rekening met al de volgende elementen:
1° de CO2-reductie van het langetermijnproject uitgebreid dossier;
2° de CO2-reductie van het langetermijnpakket uitgebreid dossier;
3° het CO2-reductiepotentieel in het gebouw;
4° de levensduur van het langetermijnproject uitgebreid dossier.

In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° CO2-reductie van het langetermijnproject uitgebreid dossier: de CO2-reductie van het langetermijnproject uitgebreid dossier, vermeld in de energieprestatiediagnose;
2° CO2-reductie van het langetermijnpakket uitgebreid dossier: de CO2-reductie van alle langetermijnprojecten uitgebreid dossier waarvoor de aanvrager binnen dezelfde oproep een aanvraag van een klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier indient;
3° CO2-reductiepotentieel in het gebouw: het totale potentieel aan CO2-reducties in het gebouw, vermeld in de energieprestatiediagnose;
4° levensduur van het langetermijnproject uitgebreid dossier: de levensduur van het langetermijnproject uitgebreid dossier, uitgedrukt in jaren, die voor maatregelen voor de gebouwschil geacht wordt 35 jaar te bedragen, en voor maatregelen voor installaties geacht wordt 15 jaar te bedragen.

§ 2. Het Fonds beslist over de klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier. Het kan de aangevraagde klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier goedkeuren, afwijzen of, met het akkoord van de aanvrager in kwestie, verminderen. De beslissing van het Fonds wordt aan de aanvrager meegedeeld uiterlijk zestig dagen na de uiterste indieningsdatum, met een aangetekende brief, op elektronische wijze of op een andere wijze die de minister bepaalt.

Na de beslissing van het Fonds kan de aanvrager de werkzaamheden voor het langetermijnproject uitgebreid dossier opstarten.

Artikel 9/24. (19/09/2019- ...)

§ 1. Nadat de aanvrager de eerste factuur van de aannemer heeft ontvangen, kan de aanvrager de betaling van de eerste schijf van de klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier aanvragen bij het Fonds.

Bij de aanvraag voegt de aanvrager een scan van de eerste factuur en vermeldt hij de startdatum van de werken.

Nadat het Fonds heeft goedgekeurd, betaalt het Fonds 50% van de geraamde klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier.

§ 2. Na de eindafrekening kan de aanvrager de betaling van de tweede schijf van de klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier aanvragen bij het Fonds. De uitbetaalde klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier mag niet meer bedragen dan 30% van de werkelijke kostprijs, exclusief btw, van het langetermijnproject uitgebreid dossier en bedraagt niet meer dan vereist is om de terugverdientijd van het langetermijnproject uitgebreid dossier voor de aanvrager te herleiden tot vijf jaar.

Als bij de aanvrager minder dan vijftig personen werken en de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal niet meer bedraagt dan 10 miljoen euro, berekend conform bijlage I bij verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, waarbij het woord `onderneming' telkens moet worden gelezen als het woord `entiteit', mag de uitbetaalde klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier niet meer bedragen dan 50% van geraamde kostprijs, exclusief btw, van het langetermijnproject uitgebreid dossier en niet meer dan vereist is om de terugverdientijd van het langetermijnproject uitgebreid dossier voor de aanvrager te herleiden tot vijf jaar.

Als bij de aanvrager minder dan 250 personen werken en de jaaromzet niet meer bedraagt dan 50 miljoen euro of het jaarlijkse balanstotaal niet meer bedraagt dan 43 miljoen euro, berekend conform bijlage I bij verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, waarbij het woord `onderneming' telkens moet worden gelezen als het woord `entiteit', mag de uitbetaalde klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier niet meer bedragen dan 40% van geraamde kostprijs, exclusief btw, van het langetermijnproject uitgebreid dossier en niet meer dan vereist is om de terugverdientijd van het langetermijnproject uitgebreid dossier voor de aanvrager te herleiden tot vijf jaar.

Bij de aanvraag voegt de aanvrager een scan van de eindafrekening, die de totale kostprijs van het langetermijnproject uitgebreid dossier vermeldt, en vermeldt hij de einddatum van de werken.

Het Fonds gaat na of voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9/17, en betaalt de tweede schijf van de klimaatinvesteringssubsidie uitgebreid dossier.

Artikel 9/25. (19/09/2019- ...)

Tijdens de werkzaamheden en tot de oplevering van het langetermijnproject uitgebreid dossier houdt de aanvrager de volgende stukken ter beschikking en bezorgt die op verzoek aan het Fonds:
1° een overzicht van de uitgevoerde en geplande werkzaamheden;
2° de planning van de oplevering van het langetermijnproject uitgebreid dossier;
3° een overzicht van de aanbestedingen, dat is opgemaakt op basis van een model dat het Fonds ter beschikking stelt;
4° als de regelgeving over overheidsopdrachten van toepassing is, het gunningsdossier per aanbesteding, dat bestaat uit al de volgende elementen:
a) de bestekken;
b) het proces-verbaal van de opening van de inschrijvingen;
c) alle biedingen;
d) de verslagen van de controle van de biedingen;
e) de door de aanvrager gemotiveerde keuze van aannemer of leverancier;
f) het proces-verbaal van voorlopige of definitieve oplevering;
g) de facturen, de vorderingsstaten en de eindstaat die de aannemer bezorgd heeft;
5° als de regelgeving over overheidsopdrachten niet van toepassing is, de stukken, vermeld in punt 4°, a), f) en g).

Vanaf de oplevering van het langetermijnproject uitgebreid dossier houdt de aanvrager de volgende stukken ter beschikking en bezorgt die op verzoek aan het Fonds:
1° het stuk waaruit blijkt dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 9/17, 5°. Als een authentieke akte vereist is conform het gemeen recht, betreft het een authentieke akte, anders betreft het een geregistreerde onderhandse akte;
2° als de regelgeving over overheidsopdrachten van toepassing is, het gunningsdossier per aanbesteding, dat bestaat uit al de volgende elementen:
a) de bestekken;
b) het proces-verbaal van de opening van de inschrijvingen;
c) alle biedingen;
d) de verslagen van de controle van de biedingen;
e) de door de aanvrager gemotiveerde keuze van aannemer of leverancier;
f) het proces-verbaal van voorlopige of definitieve oplevering;
g) de facturen, de vorderingsstaten en de eindstaat die de aannemer bezorgd heeft;
3° als de regelgeving over overheidsopdrachten niet van toepassing is, de stukken, vermeld in punt 2°, a), f) en g).

Artikel 9/26. (19/09/2019- ...)

Als het langetermijnproject uitgebreid dossier door omstandigheden buiten de wil van de aanvrager om niet tijdig kan worden opgeleverd, kan het Fonds twee jaar uitstel geven op de termijn, vermeld in artikel 9/17, 4°. De aanvrager bezorgt daarover een omstandig gemotiveerd verzoek aan het Fonds.

HOOFDSTUK III Slotbepalingen

Artikel 10. (01/07/2017- ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2017.

Artikel 11. (01/07/2017- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.