Decreet tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Datum 29/06/2018

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2.Oprichting en taakomschrijving van de Vlaamse Raad WVG
    1. Afdeling 1. Oprichting
    2. Afdeling 2. Taakomschrijving
  3. HOOFDSTUK 3. Taakomschrijving, samenstelling en organisatie van de kamers
    1. Afdeling 1. Taakomschrijving van de kamers
    2. Afdeling 2. Samenstelling van de kamers
    3. Afdeling 3. Organisatie
  4. HOOFDSTUK 4. Werking van de Vlaamse Raad WVG
  5. HOOFDSTUK 5. Wijzigingsbepalingen
  6. HOOFDSTUK 6. Evaluatie

Inhoud

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (01/01/2019- ...)

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Artikel 2. (01/01/2019- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder:
1° beleidsdomein: het beleid over het geheel van de aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, I, II, III en IV, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van:
a) het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen;
b) de beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden;
c) het vervoer van mindervaliden;
d) het medisch schooltoezicht en de medisch verantwoorde sportbeoefening;
2° beleid inzake gegevensdeling: het beleid dat het Vlaams Agentschap voor Samenwerking rond Gegevensdeling tussen de Actoren in de Zorg voert ter uitvoering van artikel 28 tot en met 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg;
3° beleid inzake gezin en jongerenwelzijn: het beleid voor het geheel van de aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, 1° en 6°, en IV, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is;
4° beleid inzake gezondheid: het beleid voor het geheel van de aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, I, 1°, 6°, 7° en 8°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van het medisch schooltoezicht en de medisch verantwoorde sportbeoefening;
5° beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap: het beleid voor de aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, I, 2°, 3°, 4° en 5°, en II, 4° en 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van:
a) de beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden;
b) het vervoer van mindervaliden;
6° beleid inzake welzijn en justitiehuizen: het beleid voor de aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, 2°, 7° en 8°, en III, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van de organieke regels betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
7° private uitbetalingsactor: een private rechtspersoon, vergund met het oog op de uitbetaling van toelagen in het kader van het gezinsbeleid als vermeld in artikel 2, 8°, van het decreet van 7 juli 2017 tot oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid, tot vaststelling van vergunningsnormen voor private uitbetalingsactoren en tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 betreffende de oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin;
8° SERV: de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
9° Vlaamse Raad WVG: de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 3;
10° ziekenfonds: een ziekenfonds als vermeld in artikel 2 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;
11° zorgkas: een zorgkas als vermeld in artikel 2, 19°, van het decreet van 24 juni 2016 houdende de Vlaamse sociale bescherming.

HOOFDSTUK 2.Oprichting en taakomschrijving van de Vlaamse Raad WVG

Afdeling 1. Oprichting

Artikel 3. (01/01/2019- ...)

Voor het beleidsdomein wordt een Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin opgericht.

De Vlaamse Raad WVG heeft geen rechtspersoonlijkheid.

Afdeling 2. Taakomschrijving

Artikel 4. (01/01/2019- ...)

§ 1. De Vlaamse Raad WVG heeft de volgende opdrachten met betrekking tot het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid, het beleid inzake welzijn en justitiehuizen en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn:
1° overleg plegen en akkoorden sluiten over strategische beleidsaangelegenheden;
2° advies uitbrengen over de hoofdlijnen van dat beleid;
3° bijdragen tot het vormen van een beleidsvisie;
4° de maatschappelijke ontwikkelingen volgen en interpreteren;
5° advies uitbrengen over voorontwerpen van decreet, waaraan de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring heeft gehecht;
6° advies uitbrengen over voorstellen van decreet;
7° advies uitbrengen over ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering, waaraan de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring heeft gehecht;
8° advies uitbrengen over ontwerpen van samenwerkingsakkoord die de Vlaamse Gemeenschap wil sluiten met de staat of met andere gemeenschappen en gewesten;
9° advies uitbrengen over beleidsvoornemens, beleidsplannen en regelgeving die voorbereid worden op het niveau van de Europese Unie, alsook over de internationale verdragen die voorbereid worden;
10° reflecties leveren over de bij het Vlaams Parlement ingediende beleidsnota's;
11° advies uitbrengen of reflecties leveren over conceptnota's, groenboeken en witboeken;
11° beleidsvoorstellen formuleren en de effectiviteit en efficiëntie daarvan in kaart brengen.

De Vlaamse Raad WVG kan geen overleg plegen en akkoorden sluiten over de loons- en arbeidsvoorwaarden van het personeel dat in het beleidsdomein wordt tewerkgesteld en over het beleid inzake gegevensdeling. De akkoorden worden gesloten binnen het budgettair kader van het beleidsdomein zoals vastgesteld binnen de begroting.

De Vlaamse Raad WVG kan de akkoorden, adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen, vermeld in het eerste lid, leveren uit eigen beweging of op verzoek van het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering en individuele ministers.

§ 2. De Vlaamse Regering is verplicht om aan de Vlaamse Raad WVG advies te vragen over:
1° de voorontwerpen van decreet, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 5° ;
2° de ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 7°, die van strategisch belang zijn.

§ 3. De akkoorden, adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen van de Vlaamse Raad WVG zijn openbaar. Zij worden bekendgemaakt op de website van de Vlaamse Raad WVG.

HOOFDSTUK 3. Taakomschrijving, samenstelling en organisatie van de kamers

Afdeling 1. Taakomschrijving van de kamers

Artikel 5. (01/01/2019- ...)

De Vlaamse Raad WVG is samengesteld uit vier kamers:
1° een intersectorale kamer;
2° een sectorale kamer Beleid Vlaamse Sociale Bescherming en Personen met een Handicap;
3° een sectorale kamer Gezondheid;
4° een sectorale kamer Gezin en Jongerenwelzijn.

Artikel 6. (01/01/2019- ...)

De intersectorale kamer:
1° sluit akkoorden en levert adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, met betrekking tot het beleid van twee of drie sectorale kamers;
2° sluit akkoorden en levert adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, met betrekking tot het beleid inzake welzijn en justitiehuizen;
3° beslecht bevoegdheidsconflicten tussen de kamers van de Vlaamse Raad WVG.

Artikel 7. (01/01/2019- ...)

De sectorale kamer Beleid Vlaamse Sociale Bescherming en Personen met een Handicap sluit akkoorden en levert adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, met betrekking tot het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap.

Artikel 8. (01/01/2019- ...)

De sectorale kamer Gezondheid sluit akkoorden en levert adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, met betrekking tot het beleid inzake gezondheid.

Artikel 9. (01/01/2019- ...)

De sectorale kamer Gezin en Jongerenwelzijn sluit akkoorden en levert adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen als vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, met betrekking tot het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn.

Afdeling 2. Samenstelling van de kamers

Artikel 10. (01/01/2019- ...)

De intersectorale kamer bestaat uit:
1° de vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering;
2° vier vertegenwoordigers van de werkgevers;
3° vier vertegenwoordigers van de werknemers;
4° acht vertegenwoordigers van voorzieningen of zelfstandige zorgverstrekkers die actief zijn in het beleid inzake welzijn en justitiehuizen, het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn;
5° twee vertegenwoordigers van ziekenfondsen;
6° twee vertegenwoordigers van zorgkassen;
7° één vertegenwoordiger van een private uitbetalingsactor;
8° vier vertegenwoordigers van gebruikers in het kader van het beleid inzake welzijn en justitiehuizen, het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn;
9° één onafhankelijke deskundige in het beleid inzake welzijn en justitiehuizen of het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap of het beleid inzake gezondheid of het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn, die zetelt met raadgevende stem.

De Vlaamse Regering bepaalt welke personeelsleden van de Vlaamse administratie het overleg in de intersectorale kamer met raadgevende stem kunnen bij wonen wanneer die beraadslaagt over uit te brengen akkoorden.

Artikel 11. (01/01/2019- ...)

De sectorale kamer Beleid Vlaamse Sociale Bescherming en Personen met een Handicap bestaat uit:
1° de vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering;
2° vier vertegenwoordigers van de werkgevers;
3° vier vertegenwoordigers van de werknemers;
4° acht vertegenwoordigers van voorzieningen en zelfstandige zorgverstrekkers die werkzaam zijn in het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap;
5° vier vertegenwoordigers van zorgkassen;
6° vier vertegenwoordigers van gebruikers in het kader van het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap;
7° één onafhankelijke deskundige in het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, die zetelt met raadgevende stem.

De Vlaamse Regering bepaalt welke personeelsleden van de Vlaamse administratie het overleg in de sectorale kamer Beleid Vlaamse Sociale Bescherming en Personen met een Handicap met raadgevende stem kunnen bijwonen wanneer die beraadslaagt over uit te brengen akkoorden.

Artikel 12. (01/01/2019- ...)

De sectorale kamer Gezondheid bestaat uit:
1° de vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering;
2° vier vertegenwoordigers van de werkgevers;
3° vier vertegenwoordigers van de werknemers;
4° zeven vertegenwoordigers van voorzieningen en zelfstandige zorgverstrekkers die actief zijn in het beleid inzake gezondheid;
5° vier vertegenwoordigers van ziekenfondsen;
6° vier vertegenwoordigers van gebruikers in het kader van het beleid inzake gezondheid;
7° één onafhankelijke deskundige in het beleid inzake gezondheid, die zetelt met raadgevende stem.

De Vlaamse Regering bepaalt welke personeelsleden van de Vlaamse administratie het overleg in de sectorale kamer Gezondheid met raadgevende stem kunnen bijwonen wanneer die beraadslaagt over uit te brengen akkoorden.

Artikel 13. (01/01/2019- ...)

De sectorale kamer Gezin en Jongerenwelzijn bestaat uit:
1° de vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering;
2° vier vertegenwoordigers van de werkgevers;
3° vier vertegenwoordigers van de werknemers;
4° zeven vertegenwoordigers van voorzieningen die actief zijn in het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn;
5° twee vertegenwoordigers van private uitbetalingsactoren;
6° vier vertegenwoordigers van gebruikers in het kader van het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn;
7° één onafhankelijke deskundige in het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn, die zetelt met raadgevende stem.

De Vlaamse Regering bepaalt welke personeelsleden van de Vlaamse administratie het overleg in de sectorale kamer Gezin en Jongerenwelzijn met raadgevende stem kunnen bijwonen wanneer die beraadslaagt over uit te brengen akkoorden.

Artikel 14. (01/01/2019- ...)

§ 1. Met uitzondering van de leden, vermeld in artikel 10, eerste lid, 1°, artikel 11, eerste lid, 1°, artikel 12, eerste lid, 1°, en artikel 13, eerste lid, 1°, worden de leden van de kamers van de Vlaamse Raad WVG en hun plaatsvervangers door de Vlaamse Regering benoemd voor een termijn van vier jaar.

Met uitzondering van de leden, vermeld in artikel 10, eerste lid, 1° en 9°, artikel 11, eerste lid, 1° en 7°, artikel 12, eerste lid, 1° en 7°, en artikel 13, eerste lid, 1° en 7°, worden de leden van de kamers van de Vlaamse Raad WVG voorgedragen als volgt:
1° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 2°, artikel 11, eerste lid, 2°, artikel 12, eerste lid, 2°, en artikel 13, eerste lid, 2°, worden voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties;
2° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 3°, artikel 11, eerste lid, 3°, artikel 12, eerste lid, 3°, en artikel 13, eerste lid, 3°, worden voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties;
3° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 4°, worden voorgedragen door de organisaties die de voorzieningen of de zelfstandige zorgverstrekkers vertegenwoordigen die actief zijn in het beleid inzake welzijn en justitiehuizen, het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn;
4° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 11, eerste lid, 4°, worden voorgedragen door de organisaties die de voorzieningen of de zelfstandige zorgverstrekkers vertegenwoordigen die actief zijn in het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap;
5° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 12, eerste lid, 4°, worden voorgedragen door de organisaties die de voorzieningen of de zelfstandige zorgverstrekkers vertegenwoordigen die actief zijn in het beleid inzake gezondheid;
6° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 13, eerste lid, 4°, worden voorgedragen door de organisaties die de voorzieningen of de zelfstandige zorgverstrekkers vertegenwoordigen die actief zijn in het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn;
7° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 6°, en artikel 11, eerste lid, 5°, worden voorgedragen door de zorgkassen;
8° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 5°, en artikel 12, eerste lid, 5°, worden voorgedragen door de ziekenfondsen;
9° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 7°, en artikel 13, eerste lid, 5°, worden voorgedragen door de private uitbetalingsactor;
10° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 10, eerste lid, 8°, worden voorgedragen door organisaties die gebruikers vertegenwoordigen in het kader van het beleid inzake welzijn en justitiehuizen, het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn;
11° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 11, eerste lid, 6°, worden voorgedragen door organisaties die gebruikers vertegenwoordigen in het kader van het beleid inzake Vlaamse sociale bescherming en het beleid inzake personen met een handicap;
12° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 12, eerste lid, 6°, worden voorgedragen door organisaties die gebruikers vertegenwoordigen in het kader van het beleid inzake gezondheid;
13° de vertegenwoordigers, vermeld in artikel 13, eerste lid, 6°, worden voorgedragen door organisaties die gebruikers vertegenwoordigen in het kader van het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn.

Voor elk van de leden die zijn voorgedragen met toepassing van het tweede lid, wijzen de respectieve voordragende organisaties een plaatsvervanger aan.

De leden van de Vlaamse Raad WVG, vermeld in artikel 10, eerste lid, 9°, artikel 11, eerste lid, 7°, artikel 12, eerste lid, 7°, en artikel 13, eerste lid, 7°, alsook hun plaatsvervangers, worden door de Vlaamse Regering aangewezen na een openbare oproep tot kandidaatstelling. De Vlaamse Regering kan de minimale vereisten bepalen waaraan de onafhankelijke deskundigen en hun plaatsvervangers moeten voldoen.

§ 2. De Vlaamse Regering kan de leden en de plaatsvervangers, vermeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, ontslaan op hun eigen verzoek, op verzoek van de organisatie die hen heeft voorgedragen voor de benoeming, of om zwaarwichtige redenen die het functioneren van het lid of de plaatsvervanger onmogelijk maken.

Na het ontslag van een lid of plaatsvervanger, vermeld in het eerste lid, benoemt de Vlaamse Regering volgens de procedure, vermeld in artikel 14, § 2, tweede lid, een nieuw lid of plaatsvervanger, die het mandaat van zijn voorganger voleindigt.

Ontslagen leden worden vervangen door hun plaatsvervanger tot er een nieuw lid is voorgedragen.

§ 3. De Vlaamse Regering kan de leden en de plaatsvervangers, vermeld in paragraaf 1, vierde lid, ontslaan op hun eigen verzoek of om zwaarwichtige redenen die het functioneren van het lid of de plaatsvervanger onmogelijk maken.

Na het ontslag van een lid of plaatsvervanger, vermeld in eerste lid, benoemt de Vlaamse Regering een nieuw lid of plaatsvervanger volgens de procedure, vermeld in artikel 14, § 2, vierde lid, die het mandaat van zijn voorganger voleindigt.

Ontslagen leden worden vervangen door hun plaatsvervanger tot er een nieuw lid is voorgedragen.

Artikel 15. (01/01/2019- ...)

Met uitzondering van de leden, vermeld in artikel 10, eerste lid, 1°, artikel 11, eerste lid, 1°, artikel 12, eerste lid, 1°, en artikel 13, eerste lid, 1°, is ten hoogste twee derde van de leden van elke kamer van de Vlaamse Raad WVG van hetzelfde geslacht.

Telkens als in een kamer van de Vlaamse Raad WVG een of meer personen worden voorgedragen in het kader van een voordrachtprocedure en de voorgedragen kandidaturen het niet mogelijk maken om te voldoen aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, wordt de voordrachtprocedure hernomen. In voorkomend geval moeten de voordragende instanties die geen kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht hadden voorgedragen, een extra kandidaat voordragen die van het ondervertegenwoordigde geslacht is.

Artikel 16. (01/01/2019- ...)

Voor de leden en hun plaatsvervangers die zijn voorgedragen met toepassing van artikel 14, § 1, tweede en derde lid, en de leden die aangewezen zijn door de Vlaamse Regering, met toepassing van artikel 14, § 1, vierde lid, is het lidmaatschap van een kamer van de Vlaamse Raad WVG onverenigbaar met:
1° een mandaat in het Europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;
2° het ambt van minister, staatssecretaris, en van hun kabinetsleden;
3° het ambt van personeelslid van de Vlaamse overheid;
4° het ambt van personeelslid van het Vlaams Parlement en van de diensten die bij het Vlaams Parlement zijn opgericht;
5° het ambt van personeelslid van een strategische adviesraad als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van strategische adviesraden.

Artikel 17. (01/01/2019- ...)

De leden en de plaatsvervangers die zijn voorgedragen met toepassing van artikel 14, § 1, tweede en derde lid, zijn gemachtigd om de organisatie die ze vertegenwoordigen, te verbinden.

Afdeling 3. Organisatie

Artikel 18. (01/01/2019- ...)

In geval van beraadslaging over uit te brengen akkoorden, wordt het voorzitterschap van de kamers opgenomen door een vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering.

In geval van beraadslaging over adviezen, reflecties en beleidsvoorstellingen wij zen de leden per kamer een van hen als voorzitter aan.

HOOFDSTUK 4. Werking van de Vlaamse Raad WVG

Artikel 19. (01/01/2019- ...)

§ 1. De kamers van de Vlaamse Raad WVG beraadslagen collegiaal over uit te brengen akkoorden volgens de procedure van de consensus.

Over uit te brengen adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen beraadslagen de kamers van de Vlaamse Raad WVG collegiaal zonder de leden, vermeld in artikel 10, eerste lid, 1°, artikel 11, eerste lid, 1°, artikel 12, eerste lid, 1°, en artikel 13, eerste lid, 1°, volgens de procedure van de consensus. Als geen consensus kan worden bereikt, wordt gestemd en wordt de stemmenverhouding vermeld in het advies, de reflectie of het beleidsvoorstel. Er kan een minderheidsnota aan het dossier worden toegevoegd.

§ 2. Een akkoord bindt de partijen die het gesloten hebben, met uitzondering van de leden, vermeld in artikel 10, eerste lid, 9°, artikel 11, eerste lid, 7°, artikel 12, eerste lid, 7°, en artikel 13, eerste lid, 7°, en hun plaatsvervangers. Als over een bepaald thema geen akkoord kan worden gesloten, bepaalt de Vlaamse Regering vrij haar beleid over het thema.

De principes inzake de uitvoering van akkoorden worden vastgelegd in een protocol tussen de Vlaamse Regering en de organisaties die het akkoord hebben gesloten.

§ 3. De Vlaamse Regering geeft de Vlaamse Raad WVG duiding en toelichting over het gevolg dat zij aan adviezen geeft.

Artikel 20. (01/01/2019- ...)

Een kamer van de Vlaamse Raad WVG kan beslissen om ter voorbereiding van een akkoord, advies, reflectie of beleidsvoorstel werkgroepen op te richten.

Artikel 21. (01/01/2019- ...)

§ 1. Met betrekking tot uit te brengen akkoorden, adviezen, reflecties en beleidsvoorstellen kan elk lid van een kamer van de Vlaamse Raad WVG een gemotiveerd voorstel doen om een punt op de agenda van die kamer te plaatsen.

7De voorzitter in die kamer kan een agendapunt als vermeld in het eerste lid onontvankelijk verklaren. De voorzitter motiveert die beslissing uiterlijk op het overleg waarvoor het agendapunt is ingediend.

§ 2. De agenda van elke kamer van de Vlaamse Raad WVG, de onontvankelijk verklaarde agendapunten en de motivering voor de onontvankelijkheidsverklaring ervan worden bekendgemaakt op de website van de Vlaamse Raad WVG.

Artikel 22. (01/01/2019- ...)

De Vlaamse Raad WVG brengt elk jaar verslag uit van zijn werkzaamheden. Dit jaarverslag wordt voor 15 mei van het volgende jaar gezonden aan het Vlaams Parlement.

Artikel 23. (01/01/2019- ...)

§ 1. De SERV stelt een secretariaat ter beschikking van de kamers van de Vlaamse Raad WVG. Het secretariaat wordt samengesteld uit personeelsleden die daarvoor aangewezen zijn door de leidend ambtenaar van de SERV. Het secretariaat is verantwoordelijk voor de administratieve en inhoudelijke ondersteuning.

De SERV zorgt voor de huisvesting en de logistieke ondersteuning van de Vlaamse Raad WVG.

De Vlaamse Regering kan de minimale omvang en samenstelling van het secretariaat bepalen.

§ 2. De werkgroepen, vermeld in artikel 20, worden bijgestaan door het secretariaat, vermeld in paragraaf 1.

§ 3. Het secretariaat kan voor de uitvoering van zijn taken samenwerken met de Vlaamse administratie, die de akkoorden voorbereidt. De Vlaamse Regering bepaalt welke personeelsleden zij daarvoor ter beschikking stelt en bepaalt de voorwaarden waaronder die samenwerking kan gebeuren.

§ 4. Een kamer van de Vlaamse Raad WVG kan adviezen vragen aan experten.

Artikel 24. (01/01/2019- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering kan per dossier of per categorie van dossiers een redelijke termijn bepalen waarin de Vlaamse Raad WVG tot een akkoord moet komen, zonder dat hij minder dan tien werkdagen mag bedragen.

Als de Vlaamse Raad WVG binnen de gestelde termijn niet tot een akkoord komt, bepaalt de Vlaamse Regering vrij haar beleid over het thema.

§ 2. De Vlaamse Raad WVG levert haar adviezen binnen een termijn van dertig dagen na de datum van de ontvangst van de adviesaanvraag. In geval van spoed, die met redenen wordt omkleed, kan de Vlaamse Regering de termijn inkorten zonder dat hij minder dan tien werkdagen mag bedragen.

Artikel 25. (01/01/2019- ...)

De kamers van de Vlaamse Raad WVG stellen in onderling overleg een huishoudelijk reglement op. Het reglement stelt onder meer de praktische werking, de deontologie en de communicatie vast.

Het huishoudelijk reglement wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.

HOOFDSTUK 5. Wijzigingsbepalingen

Artikel 26. (01/01/2019- ...)

In artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2008 en gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in paragraaf 6 wordt de zinsnede ", de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid, vermeld in hoofdstuk Vter" opgeheven;

2° er wordt een paragraaf 7 ingevoegd, die luidt als volgt:

" § 7. Bij de Raad is de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin opgericht.".

Artikel 27. (01/01/2019- ...)

Aan artikel 7, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt:

"11° de organisatie van de administratieve en materiële opvang en het verzekeren van het secretariaat van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, dat werd opgericht bij het decreet van 29 juni 2018 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.".

Artikel 28. (01/01/2019- ...)

Aan artikel 10 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2008, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

"De Raad zorgt voor de nodige administratieve en materiële opvang en verzorgt het secretariaat van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.".

Artikel 29. (01/01/2019- ...)

In hetzelfde decreet wordt hoofdstuk Vter, ingevoegd bij het decreet van 7 december 2007, dat bestaat uit artikel 22ter, opgeheven.

Artikel 30. (01/01/2019- ...)

In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk Vquinquies ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Hoofdstuk Vquinquies. Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Art. 22quinquies. Bij de Raad is de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin opgericht. Deze raad wordt geregeld door het decreet van 29 juni 2018 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.".

Artikel 31. (01/01/2019- ...)

In het opschrift van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vervangen bij het decreet van 29 juni 2012, wordt de zinsnede "de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van" opgeheven.

Artikel 32. (01/01/2019- ...)

In artikel 2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016, worden punt 1°, 3° en 4° opgeheven.

Artikel 33. (01/09/2017- ...)

Aan artikel 6, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

"De Vlaamse Regering kan leden eenmalig herbenoemen voor een termijn van vier jaar, zonder daarvoor een nieuwe voordrachtprocedure op te starten of een openbare oproep tot kandidaatstelling te doen.".

Artikel 34. (01/01/2019- ...)

In hetzelfde decreet wordt hoofdstuk II, gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013, dat bestaat uit artikel 3 tot en met 11, opgeheven.

Artikel 35. (01/01/2019- ...)

Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008 betreffende de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid wordt opgeheven.

HOOFDSTUK 6. Evaluatie

Artikel 36. (01/01/2019- ...)

De Vlaamse Regering evalueert dit decreet drie jaar na de inwerkingtreding ervan.

Artikel 37. (01/01/2019- ...)

Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2019, met uitzondering van artikel 33, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2017.