Ministerieel besluit tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen

Datum 26/06/2018

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. De beleidsrapporten
  2. HOOFDSTUK 2. De documentatie
  3. HOOFDSTUK 3. De opvolgingsrapportering
  4. HOOFDSTUK 4. De rekeningenstelsels
  5. HOOFDSTUK 5. De gecorrigeerde autofinancieringsmarge
  6. HOOFDSTUK 6. De digitale rapportering
  7. HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen

Inhoud

(01/01/2020- ...)

De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding,
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 143, derde lid, artikel 241, tweede lid, artikel 275, artikel 411, derde lid, en artikel 489, derde lid;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, artikel 6, artikel 81, artikel 82, artikel 83, tweede lid, artikel 109, derde lid, en artikel 165, derde en vierde lid;
Gelet op het ministerieel besluit van 1 oktober 2010 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op het ministerieel besluit van 9 juli 2013 betreffende de digitale rapportering van gegevens van de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 9 mei 2018;
Gelet op advies 63.515/3 van de Raad van State, gegeven op 15 juni 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
Besluit :

HOOFDSTUK 1. De beleidsrapporten

Artikel 1. (01/01/2020- ...)

De financiële nota van het meerjarenplan wordt opgesteld conform de volgende schema's, die zijn opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd:
1° M1: het financiële doelstellingenplan;
2° M2: de staat van het financieel evenwicht;
3° M3: het overzicht van de kredieten.

Artikel 2. (01/01/2020- ...)

De financiële nota van de jaarrekening wordt opgesteld conform de volgende schema's, die zijn opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd:
1° J1: de doelstellingenrekening;
2° J2: de staat van het financieel evenwicht;
3° J3: de realisatie van de kredieten;
4° J4: de balans;
5° J5: de staat van opbrengsten en kosten.

Artikel 3. (01/01/2020- ...)

De toelichting van de beleidsrapporten bevat minstens al de volgende rubrieken:
1° een overzicht van de ontvangsten en de uitgaven naar functionele aard, dat opgesteld is conform schema T1, dat opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd;
2° een overzicht van de ontvangsten en uitgaven naar economische aard, dat opgesteld is conform schema T2, dat opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd;
3° in voorkomend geval, de investeringsprojecten, die opgesteld zijn conform schema T3, dat opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd;
4° in voorkomend geval, een overzicht van de evolutie van de financiële schulden, dat opgesteld is conform schema T4, dat opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd;
5° een overzicht van de financiële risico's, dat bestaat uit een omschrijving van de financiële risico's die het bestuur loopt en van de middelen en mogelijkheden waarover het bestuur beschikt of kan beschikken om die risico's te dekken;
6° een verwijzing naar de plaats waar de documentatie beschikbaar is.

Er wordt minstens een investeringsproject opgemaakt voor de investeringen die deel uitmaken van een prioritaire actie.

Voor de besturen die gebruikmaken van de mogelijkheid, vermeld in artikel 8, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, worden de woorden "prioritaire actie" in het tweede lid gelezen als "prioritair actieplan".

De toelichting van het meerjarenplan of van een aanpassing ervan bevat naast de rubrieken, vermeld in het eerste lid, ook een beschrijving van de gekozen grondslagen en assumpties voor de opmaak van het beleidsrapport en de wijzigingen daarvan ten opzichte van het vorige beleidsrapport.

De periode van de toelichting van de aanpassing van het meerjarenplan blijft altijd de periode, vermeld in artikel 254, tweede lid, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur of artikel 146, tweede lid, van het Provinciedecreet van 9 december 2005, maar het overzicht van de ontvangsten en uitgaven naar economische aard, vermeld in het eerste lid, 2°, en het overzicht van de evolutie van de financiële schulden, vermeld in het eerste lid, 4°, beschrijft altijd de financiële consequenties voor ten minste drie toekomstige boekjaren.

De toelichting van de jaarrekening bevat naast de rubrieken, vermeld in het eerste lid, ook minstens al de volgende rubrieken:
1° de toelichting bij de balans, die opgesteld is conform schema T5, dat opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd;
2° de waarderingsregels;
3° de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen;
4° een verklaring van de materiële verschillen tussen de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven en de geraamde ontvangsten en uitgaven;
5° de toelichting over de kosten, opbrengsten, uitgaven en ontvangsten met een buitengewone invloed op het budgettair resultaat van het boekjaar en het overschot of tekort van het boekjaar;
6° een overzicht van de gedeeltes van de kredieten voor investeringen en financiering voor het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, die overgedragen werden met toepassing van artikel 258 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur of artikel 150 van het Provinciedecreet van 9 december 2005.

HOOFDSTUK 2. De documentatie

Artikel 4. (01/01/2020- ...)

De documentatie bij het meerjarenplan bevat minstens al de volgende elementen:
1° de omgevingsanalyse;
2° het overzicht van alle beleidsdoelstellingen die in het meerjarenplan zijn opgenomen, met de bijbehorende actieplannen en acties, telkens met de bijbehorende ramingen van ontvangsten en uitgaven;
3° een overzicht, per boekjaar, van de toegestane werkings- en investeringssubsidies;
4° per beleidsdomein, het overzicht van de beleidsvelden die er deel van uitmaken;
5° een overzicht van de verbonden entiteiten, waarmee alle entiteiten worden bedoeld waarvoor het bestuur de wettelijke, statutaire of feitelijke verplichting heeft om rechtstreeks of onrechtstreeks tussen te komen in verliezen of tekorten;
6° een overzicht van de personeelsinzet;
7° een overzicht van de jaarlijkse opbrengst van elke door het bestuur geheven belastingsoort.

Een beleidsdomein is een verzameling van beleidsvelden die een herkenbaar en samenhangend geheel vormen. De samenstelling van de beleidsdomeinen wordt bepaald door de raad, behalve de samenstelling van het beleidsdomein Algemene Financiering.

Het beleidsdomein Algemene Financiering bevat de ontvangsten en de eraan verbonden uitgaven die geen rechtstreeks verband houden met een specifieke dienstverlening of een specifieke investering. Het bevat al de volgende beleidsvelden:
1° 0010 - Algemene overdrachten tussen de verschillende bestuurlijke niveaus;
2° 0020 - Fiscale aangelegenheden;
3° 0030 - Financiële aangelegenheden;
4° 0040 - Transacties in verband met de openbare schuld;
5° 0050 - Patrimonium zonder maatschappelijk doel;
6° 0090 - Overige algemene financiering.

De documentatie bij de aanpassing van het meerjarenplan bevat, naast de elementen, vermeld in het eerste lid, 2° tot en met 7°, ook de meest actuele versie van de omgevingsanalyse.

De documentatie bij de jaarrekening bevat minstens het overzicht van alle beleidsdoelstellingen die in de jaarrekening zijn opgenomen, met de bijbehorende actieplannen en acties, telkens met de bijbehorende ontvangsten en uitgaven, en de elementen, vermeld in het eerste lid, 3° tot en met 7°.

HOOFDSTUK 3. De opvolgingsrapportering

Artikel 5. (01/01/2020- ...)

Het overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar in de opvolgingsrapportering, vermeld in artikel 29, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, bevat minstens al de volgende elementen:
1° een overzicht van de ontvangsten en uitgaven, opgesteld conform schema J1, dat opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd;
2° een overzicht van de ontvangsten en uitgaven naar economische aard, opgesteld conform schema T2, dat opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

HOOFDSTUK 4. De rekeningenstelsels

Artikel 6. (01/01/2020- ...)

Het genormaliseerde stelsel van de beleidsvelden is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

Het rekeningenstelsel is een minimum dat elk bestuur verder kan onderverdelen binnen de opgelegde rekeningnummers.

Artikel 7. (01/01/2020- ...)

Het genormaliseerde stelsel van de algemene rekeningen is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

Het rekeningenstelsel is een minimum dat elk bestuur verder kan onderverdelen binnen de opgelegde rekeningnummers.

De selectie van de algemene rekeningen voor de budgettaire verrichtingen is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd. Daarop moeten alle ontvangsten en uitgaven worden ingeschreven en alle transacties tussen de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat die gemeente bedient.

Artikel 8. (01/01/2020- ...)

Het genormaliseerde stelsel van de economischesectorcodes is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Het rekeningenstelsel is een minimum dat elk bestuur verder kan onderverdelen binnen de opgelegde codes.

Besturen schrijven de gepaste economischesectorcode in voor de ontvangsten en uitgaven die ingeschreven worden op de algemene rekeningen die gespecifieerd worden in de bijlage bij dit besluit.

Voor de ontvangsten en uitgaven die ingeschreven worden op de algemene rekeningen die niet gespecifieerd worden in de bijlage bij dit besluit wordt de economischesectorcode "NULL" gebruikt.

Artikel 9. (01/01/2020- ...)

Het genormaliseerde stelsel van de codes voor de budgettaire entiteiten is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Het rekeningenstelsel is een minimum dat elk bestuur verder kan onderverdelen binnen de opgelegde codes.

Artikel 10. (01/01/2020- ...)

§ 1. De besturen die hebben gekozen voor de regeling, vermeld in artikel 165 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, volgen bij de aanpassing van de minimumindeling van het algemene rekeningenstelsel, opgenomen in het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel, de bepalingen vermeld in paragraaf 2 tot en met 7 en de uitbreidingen die opgenomen zijn in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, en ze gebruiken voor de budgettaire verrichtingen de algemene rekeningen die opgenomen zijn in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

§ 2. De rekeningen 150, 151, 152 en 159 worden als volgt uitgesplitst:
1° 15...0 nominaal bedrag van de subsidie of waarde van de schenking;
2° 15...9 in resultaat opgenomen investeringssubsidie of schenking (-).

Rekening 150 wordt gebruikt voor de investeringssubsidies en investeringsschenkingen die onmiddellijk worden vereffend na de realisatie van het geheel of een gedeelte van de investering.

Rekening 151 wordt gebruikt voor de investeringssubsidies en investeringsschenkingen die vereffend worden in de vorm van een gebruiksvergoeding die gespreid wordt over verschillende jaren.

§ 3. De rekeningen 174 en 424 worden als volgt uitgesplitst:
1° xxx...0 leningen van de federale of de regionale overheid;
2° xxx...1 leningen van de provincies;
3° xxx...2 leningen van de gemeenten;
4° xxx...3 leningen van de OCMW's;
5° xxx...4 leningen van autonome gemeente- en provinciebedrijven;
6° xxx...5 leningen van welzijnsverenigingen;
7° xxx...6 leningen van andere OCMW-verenigingen;
8° xxx...7 leningen van politiezones en hulpverleningszones;
9° xxx...8 leningen van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
10° xxx...9 leningen van andere entiteiten.

§ 4. De rekeningen van groep 21 tot en met 25 en groep 27 worden als volgt uitgesplitst:
1° 2....0 aanschaffingswaarde;
2° 2..09 geboekte afschrijvingen (-) (behalve voor de rekeningen 2200 en 2205);
3° 2..19 geboekte waardeverminderingen (-);

§ 5. De rekeningen van de groep 26 worden als volgt uitgesplitst:
1° 2....0 aanschaffingswaarde;
2° 2....8 geboekte meerwaarde;
3° 2...09 geboekte afschrijvingen (-);
4° 2..19 geboekte waardeverminderingen (-);
5° 2..89 geboekte afschrijvingen op meerwaarden (-).

§ 6. De rekeningen van de groep 55 worden als volgt uitgesplitst:
1° 55...0 rekening-courant;
2° 55...1 uitgeschreven cheques (-);
3° 55...2 betalingen in uitvoering (-);
4° 55...3/8 andere;
5° 55...9 geboekte waardeverminderingen (-).

§ 7. De besturen, vermeld in paragraaf 1, mogen niet gebruikmaken van de alternatieve onderverdelingen, vermeld in voetnoot 9, 12 en 23 bij het minimum algemeen rekeningenstelsel voor de ondernemingen, vermeld in het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel.

HOOFDSTUK 5. De gecorrigeerde autofinancieringsmarge

Artikel 11. (01/01/2020- ...)

De gecorrigeerde autofinancieringsmarge is gelijk aan de autofinancieringsmarge vermeerderd met de periodieke aflossingen en verminderd met 8% van de totale financiële schuld op 31 december van het vorige boekjaar.

HOOFDSTUK 6. De digitale rapportering

Artikel 12. (01/01/2020- ...)

De digitale rapportering van de gegevens, vermeld in artikel 6, vijfde lid, en artikel 82 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, bevat de gegevens van de inschrijvingen in de dagboeken, vermeld in artikel 83 en 84 van het voormelde besluit, van de aanrekeningen, vermeld in artikel 86 van het voormelde besluit, en van de boekingen, vermeld in artikel 89 en 90 van het voormelde besluit, in het formaat zoals beschreven in de technische voorwaarden die kunnen worden geraadpleegd op de website van het Agentschap Binnenlands Bestuur.

De digitale rapportering, vermeld in het eerste lid, kan worden aangeleverd op het digitale loket op de website van het Agentschap Binnenlands Bestuur.

De digitale rapportering, vermeld in het eerste lid, kan ook rechtstreeks worden aangeleverd vanuit de lokale applicaties, als voldaan wordt aan de technische voorwaarden die kunnen worden geraadpleegd op de website van het Agentschap Binnenlands Bestuur.

In het eerste, tweede en derde lid wordt verstaan onder Agentschap Binnenlands Bestuur: het intern verzelfstandigd agentschap Binnenlands Bestuur opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2005, gewijzigd bij de besluiten van 13 maart 2015 en 18 maart 2016.

HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen

Artikel 13. (01/01/2020- ...)

De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het ministerieel besluit van 1 oktober 2010 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 26 november 2012;
2° het ministerieel besluit van 9 juli 2013 betreffende de digitale rapportering van gegevens van de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Artikel 14. (01/01/2020- ...)

Dit besluit treedt in werking op de dag dat het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen in werking treedt.

BIJLAGE (01/01/2020- ...)

Bijlage

[Bij artikel 4 van het MB van 12 september 2018 worden de volgende wijzigingen aangebracht in deze bijlage:
1° in het overzicht van de schema's van de beleidsrapporten en rekeningenstelsels worden in het opschrift van de bijlagen II. G. en II. H. tussen het woord "lokale" en het woord "besturen" de woorden "en de provinciale" ingevoegd;
2° in het opschrift van de bijlagen II. G. en II. H. worden tussen het woord "lokale" en het woord "besturen" de woorden "en de provinciale" ingevoegd.]