Koninklijk Besluit [betreffende het welzijn van dieren gebruikt in circussen en rondreizende tentoonstellingen]

Datum 02/09/2005

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I. Definities
  2. HOOFDSTUK II. Algemene bepalingen
  3. HOOFDSTUK III. [... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 10, I: 10 maart 2014)]
  4. HOOFDSTUK IV. Diergeneeskundige begeleiding
  5. HOOFDSTUK V. Verzorging en hygiëne
  6. [HOOFDSTUK VI. Huisvestingsnormen (verv. KB 11 februari 2014, art. 13, I: 10 maart 2014)]
  7. HOOFDSTUK VII. [... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 20, I: 10 maart 2014)]
  8. HOOFDSTUK VIII. [... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 21, I: 10 maart 2014)]
  9. HOOFDSTUK IX. Strafbepalingen
  10. HOOFDSTUK X. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

Inhoud

(... - ...)

ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, inzonderheid op artikel 6, § 2, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1995, en op artikel 44, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 2 juni 2005;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting gegeven op 31 mei 2005;
Gelet op het advies nr 38.579/3 van de Raad van State gegeven op 7 juli 2005 in toepassing van artikel 84, § 1, 1e alinea, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

HOOFDSTUK I. Definities (... - ...)

Artikel 1. (25/01/2019- ...)

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1. ...; 
2. Minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het dierenwelzijn;
3. Verantwoordelijke : de persoon die de leiding heeft over het circus of de rondreizende tentoonstelling;
3bis. Bezitter : de persoon die het dier in zijn bezit heeft;
3ter. Personeel :alle personen die voor het uitvoeren van taken binnen het circus of de rondreizende tentoonstelling in dienst zijn van de verantwoordelijke;
4. Circus : een al dan niet mobiele inrichting waarin dieren gehouden worden en kunsten vertonen waartoe zij aangezet worden door een trainer of africhter tot vermaak van het publiek, met uitzondering van een dierentuin;
5. Rondreizende tentoonstelling : een mobiele inrichting waarin dieren tentoongesteld worden tot vermaak en educatie van het publiek; 
6. Dier(en) : dier(en) die gebruikt word(en) tot vermaak van het publiek in circussen of rondreizende tentoonstellingen;
7. ...;
8. ...;
9. ... ;
10. De wet : de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren;
11. Binnenverblijf : een overdekte ruimte die kan afgesloten worden;
12. Buitenverblijf : een ruimte in open lucht waarvan de bovenkant open is of ten hoogste afgesloten door een traliewerk, gaasdak of een ander gepast materiaal waar regen en zon doorkunnen.

HOOFDSTUK II. Algemene bepalingen (... - ...)

Artikel 2. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 2, I: 10 maart 2014)]

Artikel 2bis. (01/09/2007- ...)

[De verantwoordelijke ziet erop toe dat de bepalingen van dit besluit worden nageleefd in het circus of de rondreizende tentoonstelling waarover hij de leiding heeft. Hij ziet er tevens op toe dat de bezitter op de standplaats over de nodige faciliteiten beschikt om aan de voorwaarden van dit besluit te voldoen (ing. KB 26 april 2007, art. 4, I: 1 september 2007)].

Artikel 2ter. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 3, I: 10 maart 2014)]

Artikel 3. (10/03/2014- ...)

[De lijst van gedomesticeerde dieren die krachtens artikel 6bis van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, mogen worden gehouden en gebruikt in circussen en rondreizende tentoonstellingen is opgenomen in bijlage bij dit besluit (verv. KB 11 februari 2014, art. 4, I: 10 maart 2014)].

Artikel 4. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 5, I: 10 maart 2014)]

Artikel 5. (25/01/2019- ...)

Indien het verblijf waarin de dieren worden gehouden tijdens de periode dat zij niet rondreizen zich op het grondgebied van het Vlaamse Gewest bevindt, voldoet het aan de normen voorzien in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 5bis. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 7, I: 10 maart 2014)]

Artikel 6. (10/03/2014- ...)

[Direct fysiek contact tussen de dieren en het publiek mag enkel gedurende beperkte periodes, onder direct toezicht van het personeel van het circus of de rondreizende tentoonstelling en op voorwaarde dat het welzijn van de dieren er niet door geschaad wordt (verv. KB 11 februari 2014, art. 8, I: 10 maart 2014)].

Artikel 7. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 9, I: 10 maart 2014)]

Artikel 8. (01/09/2007- ...)

§ 1. De dieren die tot vermaak van het publiek [in een circus of rondreizende tentoonstelling (verv. KB 26 april 2007, art. 10, I: 1 september 2007)] gebruikt worden, mogen voor optredens, tentoonstelling of enige andere enscenering uitsluitend gebruikt worden op de standplaats van het circus of de rondreizende tentoonstelling en zulks in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit.

[§ 2. Alleen dieren die minstens om de twee voorstellingen worden gebruikt tijdens de voorstelling van het circus mogen op deze standplaats gehouden worden.

§ 3. Alleen dieren die minstens om de twee tentoonstellingsdagen aan het publiek worden getoond in de rondreizende tentoonstelling mogen op deze standplaats gehouden worden (verv. KB 26 april 2007, art. 10, I: 1 september 2007)].

§ 4. De bepalingen van §§ 2 en 3 gelden niet voor gezelschapsdieren die toebehoren aan de verantwoordelijke of het personeel, of [voor dieren die om een diergeneeskundige reden niet kunnen deelnemen aan de voorstelling of de tentoonstelling (verv. KB 26 april 2007, art. 10, I: 1 september 2007)].
 

HOOFDSTUK III. [... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 10, I: 10 maart 2014)] (... - ...)

Artikel 9. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 10, I: 10 maart 2014)]

Artikel 10. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 10, I: 10 maart 2014)]

Artikel 11. (01/09/2007- ...)

[... (opgeh. KB 26 april 2007, art. 13, I: 1 september 2007)]

Artikel 12. (01/09/2007- ...)

[... (opgeh. KB 26 april 2007, art. 14, I: 1 september 2007)]

HOOFDSTUK IV. Diergeneeskundige begeleiding (... - ...)

Artikel 13. (25/01/2019- ...)

§ 1. Tijdens de periode dat de dieren op het grondgebied van het Vlaamse Gewest verblijven, consulteert de bezitter minstens eenmaal per trimester een dierenarts. Deze onderzoekt alle dieren. De bezitter doet tevens een beroep op een dierenarts telkens de gezondheidstoestand van de dieren dit vereist.

§ 2. De bezitter houdt een logboek bij dat uit vaste pagina's bestaat. Hij ziet erop toe dat de dierenarts bij elk bezoek de volgende gegevens invult in dit logboek :
- datum van het bezoek;
- indien van toepassing, de vastgestelde gezondheidsproblemen met vermelding van de betrokken dieren;
- indien van toepassing, de ingestelde behandeling en andere genomen maatregelen;
- naam, adres en handtekening van de dierenarts.

§ 3. Indien de dieren meer dan zes aaneengesloten maanden op het grondgebied van het Vlaamse Gewest verblijven, sluit de bezitter een contract af met een dierenarts erkend in uitvoering van artikel 4, vierde lid, van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde. In dit geval doet de bezitter in het kader van de verplichtingen voorzien in de §§ 1 en 2 een beroep op deze erkende dierenarts.

Artikel 14. (01/09/2007- ...)

[... (opgeh. KB 26 april 2007, art. 16, I: 1 september 2007)]

HOOFDSTUK V. Verzorging en hygiëne (... - ...)

Artikel 15. (01/09/2007- ...)

§ 1. De verantwoordelijke van het circus of de rondreizende tentoonstellling moet erop toezien dat voldoende en bekwaam personeel ter beschikking is voor de verzorging van de dieren en voor het onderhoud van de dierenverblijven.

De Minister kan bekwaamheidsvoorwaarden voor het personeel vastleggen.

§ 2. Dit personeel moet op de hoogte zijn van :
1° de voedingsvereisten van de hen toevertrouwde dieren;
2° de ziektebeelden en tekenen die toelaten om een verminderd welzijn bij dieren vast te stellen zoals onder meer abnormaal gedrag;
3° de risico's van ziekteoverdracht;
4° de te treffen noodmaatregelen ingeval van ontsnapping van de dieren;
5° de te nemen maatregelen bij ongevallen.

Indien zich problemen voordoen met betrekking tot punten 1°-5°, moet dit personeel hiervan melding doen aan [de bezitter (verv. KB 26 april 2007, art. 17, I: 1 september 2007)] die onmiddellijk de gepaste maatregelen moet nemen; in geval van afwezigheid of [onbereikbaarheid van de bezitter (verv. KB 26 april 2007, art. 17, I: 1 september 2007)] moet dit personeel zelf de nodige maatregelen nemen.

Artikel 16. (01/09/2007- ...)

De dieren moeten tenminste eenmaal per dag worden gecontroleerd. Indien de dieren niet gezond blijken te zijn of andere tekenen vertonen die wijzen op een verminderd welzijn, moeten onmiddellijk stappen ondernomen worden om de oorzaak vast te stellen en hieraan te verhelpen. Indien nodig of indien [de bezitter of een ander personeelslid (verv. KB 26 april 2007, art. 18, I: 1 september 2007)] niet in staat is de toestand zelf te verhelpen, moet beroep gedaan worden op een dierenarts.

Artikel 17. (01/09/2007- ...)

[Het is verboden te roken in de dierenverblijven, evenals in de nabijheid van de dieren (verv. KB 26 april 2007, art. 19, I: 1 september 2007)].

Artikel 18. (10/03/2014- ...)

§ 1. [Het verstrekte voeder is kwalitatief en kwantitatief geschikt voor en aangepast aan de behoeften van zowel de diersoort als van het individuele dier. De bezitter heeft steeds toegang tot voldoende drinkwater voor alle dieren. Tenzij in geval van overmacht beschikken de dieren tijdens hun verblijf op de standplaats permanent over water (verv. KB 26 april 2007, art. 20, I: 1 september 2007)].

Bij het verstrekken van voedsel en drinkwater moet het sociaal gedrag van de dieren in acht genomen worden opdat, indien nodig, alle dieren binnen hetzelfde verblijf gelijktijdig kunnen eten.

§ 2. Het voedsel moet bewaard en bereid worden in hygiënische omstandigheden, in ruimten die vrij zijn van schadelijke dieren en die gescheiden zijn van de dierenverblijven. Voor de bewaring van vlees, vis en andere bederfbare waren is een koelinstallatie vereist. Deze verplichting geldt ook tijdens het transport. Bedorven voedselresten moeten meteen verwijderd worden. Er moet steeds voor minstens één dag voldoende voedsel in voorraad zijn. [... (opgeh. KB 26 april 2007, art. 20, I: 1 september 2007)].

§ 3. [...

§ 4. ... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 11, I: 10 maart 2014)].

Artikel 19. (01/12/2005- ...)

De dierenverblijven en de erin aangebrachte uitrusting moeten regelmatig gereinigd en indien nodig ontsmet worden.

Alle nodige maatregelen moeten getroffen worden om het binnendringen van ongewenste dieren en ziektevectoren tot een minimum te herleiden, en de vermenigvuldiging ervan te voorkomen.

Artikel 20. (01/12/2005- ...)

De gestorven dieren moeten zo snel mogelijk uit de dierenverblijven worden verwijderd.

Artikel 21. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 12, I: 10 maart 2014)]

Artikel 22. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 12, I: 10 maart 2014)]

[HOOFDSTUK VI. Huisvestingsnormen (verv. KB 11 februari 2014, art. 13, I: 10 maart 2014)] (... - ...)

Artikel 23. (10/03/2014- ...)

[De dieren die gebruikt worden in een circus of rondreizende tentoonstelling worden gehouden in verblijven die beantwoorden aan de minimale afmetingen en basisvoorschriften voor de inrichting vastgelegd in bijlage bij dit besluit (verv. KB 11 februari 2014, art. 14, I: 10 maart 2014)].

Artikel 24. (10/03/2014- ...)

[Wanneer (verv. KB 26 april 2007, art. 23, I: 1 september 2007)][... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 15, I: 10 maart 2014)] [afmetingen opgegeven zijn voor buiten- en binnenverblijf betekent dit dat beide aanwezig moeten zijn.

Alle dieren moeten dagelijks tussen zonsopgang en zonsondergang gedurende ten minste vier opeenvolgende uren toegang hebben tot het buitenverblijf, tenzij het welzijn van de dieren hierdoor omwille van de klimatologische omstandigheden of om diergeneeskundige redenen in gevaar gebracht wordt (verv. KB 26 april 2007, art. 23, I: 1 september 2007)].

Artikel 25. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 16, I: 10 maart 2014)]

Artikel 26. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 16, I: 10 maart 2014)]

Artikel 27. (10/03/2014- ...)

[§ 1. Wanneer meerdere soorten tezamen in hetzelfde verblijf gehouden worden, is de totale benodigde oppervlakte gelijk aan de som van de benodigde oppervlakten voor elke soort afzonderlijk (verv. KB 26 april 2007, art. 26, I: 1 september 2007)].

§ 2. Wanneer dieren [... (opgeh. KB 26 april 2007, art. 26, I: 1 september 2007)] beschikken over een zeer groot verblijf dat de minimumafmetingen ruimschoots overtreft, kan de Dienst toestaan dat het aantal dieren van een soort die ten hoogste samen gehouden mogen worden, overschreden wordt.

[§ 3. In uitzonderlijke gevallen en uitsluitend in het belang van het dier kan de Dienst toestemming verlenen om voor een periode van maximaal 30 dagen af te wijken (verv. KB 26 april 2007, art. 26, I: 1 september 2007)][van de huisvestingsvoorwaarden in de bijlage (verv. KB 11 februari 2014, art. 17, I: 10 maart 2014)] [bij dit besluit. Om deze toestemming te verkrijgen, dient de bezitter binnen de zeven dagen na het ontstaan van de uitzonderlijke situatie een schriftelijke en gemotiveerde aanvraag in bij de Dienst. De Dienst verleent of weigert de toestemming binnen een termijn van 15 dagen na ontvangst van de aanvraag.

Op grond van een schriftelijke en gemotiveerde aanvraag van de bezitter kan de Dienst de periode waarvoor de toestemming werd verleend, verlengen (verv. KB 26 april 2007, art. 26, I: 1 september 2007)].

Artikel 28. (10/03/2014- ...)

Het houden van minder dieren dan het minimum aantal opgegeven [in de bijlage (verv. KB 11 februari 2014, art. 18, I: 10 maart 2014)] is slechts toegestaan :
1° om diergeneeskundige redenen;
2° wanneer [de bezitter (verv. KB 26 april 2007, art. 27, I: 1 september 2007)] wil stoppen met het houden van de diersoort en plaatsing van de aanwezige dieren in een andere inrichting niet mogelijk is.

Artikel 29. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 19, I: 10 maart 2014)]

HOOFDSTUK VII. [... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 20, I: 10 maart 2014)] (... - ...)

Artikel 30. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 20, I: 10 maart 2014)]

Artikel 31. (01/09/2007- ...)

[... (opgeh. KB 26 april 2007, art. 30, I: 1 september 2007)]

Artikel 32. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 20, I: 10 maart 2014)]

HOOFDSTUK VIII. [... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 21, I: 10 maart 2014)] (... - ...)

Artikel 33. (01/09/2007- ...)

[... (opgeh. KB 26 april 2007, art. 31, I: 1 september 2007)]

Artikel 34. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 21, I: 10 maart 2014)]

HOOFDSTUK IX. Strafbepalingen (... - ...)

Artikel 35. (01/12/2005- ...)

De overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren.

Artikel 36. (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 22, I: 10 maart 2014)]

HOOFDSTUK X. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen (... - ...)

Artikel 37. (10/03/2014- ...)

§ 1. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. 

§ 2. [... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 23, I: 10 maart 2014)]

Artikel 38. (01/09/2007- ...)

[... (opgeh. KB 26 april 2007, art. 35, I: 1 september 2007)].

Artikel 39. (01/12/2005- ...)

Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 24, I: 10 maart 2014)]

BIJLAGE (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 24, I: 10 maart 2014)]

BIJLAGE (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 24, I: 10 maart 2014)]

BIJLAGE (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 24, I: 10 maart 2014)]

BIJLAGE (10/03/2014- ...)

[... (opgeh. KB 11 februari 2014, art. 24, I: 10 maart 2014)]

BIJLAGE (10/03/2014- ...)

[Lijst van gedomesticeerde dieren en minimumnormen voor het houden van deze dieren in circussen en rondreizende tentoonstellingen

 

Latin Nederlands
Anatidae Ganzen, eenden
Bos taurus Runderen (Koe)
Bubalus bubalis Aziatische buffel
Camelus dromedarius Dromedaris
Camelus bactrianus Kameel
Canis familiaris Hond
Capra hircus Geiten
Columbidae Duiven
Equus caballus Paard
Equus caballus Pony
Equus asinus Ezel
Felis catus Kat
Gallinidae Hoenderachtigen
Lama glama Lama
Mustela furio Fret
Oryctolagus cuniculus Konijn
Ovis aries Schapen
Sus domesticus Varken
Psittacidae Papegaaiachtigen

Tabel I. Minimumnormen voor de binnen- en buitenverblijven

 
Diersoorten
Minimale afmetingen

Bijkomende oppervlakte per bijkomend dier

Bijzondere eisen
Oppervlakte buitenverblijf Binnenverblijf
Oppervlakte m2 Hoogte m buiten m2
binnen m2
Anatidae 8 (1) 2 (1) - 8 2 A++ C
Bos taurus 40 (1) 12 (1) - 40 12 B B+++ G+ H
Bubalus bubalis 150 (1) 12 (1) - 150 12 B B+++ C+ G+ H
Camelus dromedarius 100 (1) 15 (1) - 100 15 A B+ E G++ H
Camelus bactrianus 100 (1) 15 (1) - 100 15 A B+ E G++ H
Capra hircus 30 (1) 5 (1) - 30 5 A B H K O
Equus caballus 40 (1) 9* (1) - 40 9* A B++ H I J K L L+
Equus asinus 40 (1) 9* (1) - 40 9* A B++ G H I J K L
Gallinidae 5 (1) 1 (1) - 5 1 G+++ Q S+ T
Lama glama 40 (1) 9 (1) - 40 9 A B+ C++ F G+ H
Ovis aries 30 (1) 5 (1) - 30 5 A B B+++ H K
Sus domesticus 25 (1) 5 (1) - 25 5 A+ B G+ D C+++ N
Psittacidae < 20 cm - 1 (2) 1 - 0,25 G+ O
Psittacidae tussen 20 cm en 35 cm  - 2 (2) 1.5 - 0,5 G+ O
Psittacidae tussen 35 cm en 45 cm  - 3 (2) 1.5 - 0,75 G+ O
Psittacidae > 45 cm - 4 (2) 2 - 1 G+ O
Canis familiaris Voor zover de dieren in kooien worden gehouden, zijn buiten de periodes van transport en nachtrust de minimumnormen van bijlage II bij het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren, van toepassing. U V W
Felis catus Voor zover de dieren in kooien worden gehouden, zijn buiten de periodes van transport en nachtrust de minimumnormen van bijlage II bij het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren, van toepassing. U V N W

* de minimum afmeting van een zijde van de box is drie meter
( ) aantal dieren
Tabel II. Bijzondere eisen

 
A Bodem binnenverblijf moet bedekt worden met stro of zaagsel
A+ Bodem binnenverblijf moet bedekt worden met stro, aarde of zand
A++ Bodem buitenverblijf moet natuurlijke bodem zijn of bedekt zijn met droog en zuiver strooisel en dit ten minste over een oppervlakte gelijk aan de minimaal vereiste oppervlakte van het verblijf
B Bodem (binnen- en buitenverblijf) moet natuurlijke bodem zijn of bedekt worden met stro of zaagsel (of ligmatten voorzien) en dit over een oppervlakte die ten minste gelijk is aan de minimaal vereiste oppervlakte van het verblijf
B+ Buitenverblijf moet minstens voor de helft van de minimaal vereiste oppervlakte van het verblijf bestaan uit een natuurlijke bodem of bedekt zijn met een dikke laag strooisel (dient droog en zuiver te zijn)
B++ De dieren worden best gehouden op een natuurlijke niet verharde bodem (aarde, gras, gravel, dolomiet, ...)
B+++ Aanwezigheid van een grasveld wordt aanbevolen (langere perioden zonder weide moeten verboden worden).
C Toegankelijke waterpartij van 0,25 m2 in buitenverblijf
C+ Zachte drassige bodem met een natuurlijke waterpartij
C++ Mogelijkheid tot zandbad moet voorzien worden
C+++ Verkoelingsmogelijkheden moeten voorzien worden op warme dagen: stortbad of modderbad.
D De omheining van de verblijven moet stevig zijn
E De dieren kunnen in individuele boxen of in groep gehouden worden
F Mannetjes moeten een afzonderlijk binnenhok hebben en wijfjes kunnen gehouden worden in een gemeenschappelijke stal
G De dieren worden in groep gehouden
G+ De dieren worden minstens per twee gehouden
G++ Hengsten worden best afzonderlijk gehouden
G+++ Geen hanen samenplaatsen.
Als men een haan samen met kippen in een hok zet, dan moeten er minstens drie kippen zijn
H Ruwvoer moet beschikbaar zijn (bijv in een ruif)
I Dieren worden niet aangebonden in het binnenverblijf
J Dieren moeten elkaar steeds kunnen zien
K Jonge dieren moeten bij de moeder blijven
L De eerste drie maanden na de geboorte mogen moeder en jong niet rondreizen maar worden ze ondergebracht in een vast verblijf
L+ Dieren jonger dan twee jaar mogen geen acts opvoeren
N Verrijkingsmateriaal moet voorzien worden (ballen, zandbak, takken, speelgoed, platform en krabpaal voor katten, enz...)
O Klimmogelijkheden moeten voorzien worden
Q Dieren moeten tijdens de dag buiten kunnen
S+ De zitstokken moeten geplaatst worden op verschillende hoogtes.
Schuilmogelijkheden moet voorzien worden in buitenverblijf. Nesten of nestmateriaal moet aanwezig zijn.
T Dieren moeten kunnen scharrelen.
U Buiten de periodes van transport en nachtrust, moeten de dieren permanent toegang hebben tot een buitenverblijf.
V Minimum de helft van de minimumoppervlakte is voorzien voor vrije uitloop, waarbij de dieren moeten kunnen beschikken over een droge en propere rustplaats.
W Buiten de periode dat de honden en katten kunsten opvoeren, dienen de eigenaars deze dieren een behandeling en verzorging te verzekeren die evenwaardig is aan hun houden als gezelschapdier.

(verv. KB 11 februari 2014, art. 25, I: 10 maart 2014)]. 


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 18/07/2024