Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden

Datum 26/11/2018

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN,

Gelet op het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 7bis, ingevoegd bij het decreet van 17 maart 2006 en gewijzigd bij de decreten van 12 februari 2010, 20 december 2013 en 3 juli 2015, en artikel 7ter, ingevoegd bij het decreet van 2 juni 2006 en vervangen bij decreet van 3 juli 2015;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juli 2014 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2018;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, artikel 21, eerste lid, Bijlage 2, 2° en 3° ;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 4 oktober 2018;

Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen, die op 16 november 2018 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn;

Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,

Besluit :

Artikel 1. (19/10/2018- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders;
3° besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
4° budgethouder: een persoon met een handicap die gebruikmaakt van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, of zijn wettelijke vertegenwoordiger.

Artikel 2. (19/10/2018- ...)

Voor de opmaak van het verslag, vermeld in artikel 21, eerste lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018, wordt een bezettingsdag voor een gebruiker aangetoond op grond van een van volgende bewijsstukken:
1° een overeenkomst met de budgethouder, vermeld in artikel 13, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016;
2° een overeenkomst met de budgethouder, vermeld in artikel 7, 1°, 3° of 4° van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, die overeenkomstig artikel 17, § 1, eerste lid van dat besluit werd meegedeeld aan het agentschap;
3° de registratie van de ondersteuning, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap.

Indien de overeenkomst, vermeld in het eerste lid 1° en 2°, zowel de ondersteuningsfuncties dagondersteuning als woonondersteuning bevat, wordt voor de berekening van de bezetting voor het woonforfait het aantal nachten + 1 genomen, beperkt tot maximaal zeven dagen per week.

Artikel 3. (19/10/2018- ...)

Een gebruiker wordt beschouwd als rolstoelafhankelijk in huis in de zin van bijlage 2, 2°, bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018, als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden:
1° hij beschikt over een akkoord voor een mobiliteitshulpmiddel door de adviserend geneesheer, conform het model, vermeld in bijlage 20 bij de Verordening van 28 juli 2003 tot uitvoering van artikel 22, 11°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en het motiveringsrapport conform het model, vermeld in bijlage 19ter van dezelfde verordening, vermeldt dat de rolstoel bestemd is voor binnenshuis gebruik;
2° het agentschap heeft hem, met toepassing van artikel 1 of 16 van bijlage II bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap, een tegemoetkoming verleend in de aankoop, de kosten voor de bijgeleverde aanpassingen of het onderhoud, de herstelling en de aanpassing van een rolstoel voor binnenshuis gebruik;
3° het agentschap heeft hem een tegemoetkoming verleend voor Interventieniveau 4 Vervanging Onderste Ledematen, vermeld in deel 4 van bijlage I bij hetzelfde besluit.

Artikel 4. (19/10/2018- ...)

Een gebruiker wordt geacht ernstige gedragsstoornissen te vertonen in de zin van bijlage 2, 3° van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018, als hij een score van 1 tot 4 haalt op de storend gedragsschaal van het zorgzwaarte-instrument, vermeld in artikel 1, 24° van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget.

Artikel 5. (19/10/2018- ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 19 oktober 2018.