Ministerieel besluit tot toekennen van een ontheffing van de toepassing van de tariefregulering van de integrale drinkwaterfactuur ten aanzien van Brabant Water NV en tot vastlegging van de afspraken waaronder de ontheffing wordt toegestaan

Datum 17/12/2018

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juli 2014 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, artikel 2, § 9, 2° en artikel 6, 1° ;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2016 houdende tariefregulering van de integrale drinkwaterfactuur, artikel 2, derde lid, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018;

Gelet op de vraag van Brabant Water N.V. van 1 september 2016 om gebruik te kunnen maken van de uitzonderingsmaatregel voorzien in artikel 2 het Besluit van de Vlaamse Regering houdende tariefregulering van de integrale waterfactuur van 5 februari 2016;

Overwegende dat Brabant Water N.V. drinkwater levert aan minder dan 1% van de Vlaamse bevolking;

Overwegende dat de leidingwaterbedrijven in Nederland onderworpen zijn aan een tariefreguleringsmethode waarbij grenzen worden opgelegd ten aanzien van het resultaat en de solvabiliteit;

Overwegende dat de Nederlandse overheid toeziet op de naleving van deze methode;

Overwegende dat conform art. 2, derde lid, van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2016 houdende tariefregulering van de integrale drinkwaterfactuur kan afgeweken worden van de tariefreguleringsmethode van de integrale waterfactuur voor Brabant Water N.V. als de Vlaamse Regering de nodige afspraken over de bepaling van de tarieven voor de doorrekening van de kost voor de drinkwateractiviteit aan de abonnees waaraan Brabant Water N.V. in Vlaanderen water levert schriftelijk vastgelegd heeft, wat zal gebeuren door het nemen van dit besluit,

Besluit :

Artikel 1. (15/03/2019- ...)

De Vlaamse Regering staat de ontheffing van de toepassing van de tariefreguleringsmethode toe zoals voorzien in artikel 2 tot en met 12 en artikel 23 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2016 houdende tariefregulering van de integrale drinkwaterfactuur, overeenkomstig de afspraken schriftelijk vastgelegd met Brabant Water N.V. op 17 december 2018 en hier in bijlage toegevoegd.

Artikel 2. (15/03/2019- ...)

De WaterRegulator houdt toezicht op de correcte naleving van deze afspraken.

Wanneer de WaterRegulator vaststelt dat Brabant Water N.V. de afspraken niet naleeft, wordt Brabant Water N.V. daarvan door de WaterRegulator onverwijld bij aangetekende brief met bericht van ontvangst in kennis gesteld.

Indien Brabant Water N.V. geen einde gesteld heeft aan de niet-naleving van de afspraken binnen een termijn van twee maanden na vermelde kennisgeving wordt de ontheffing van rechtswege ingetrokken. De intrekking wordt bekendgemaakt in het Staatsblad.

Artikel 3. (15/03/2019- ...)

De ontheffing wordt toegestaan vanaf 1/1/2017 voor een periode van 6 opeenvolgende jaren, met jaarlijks de mogelijkheid tot intrekking door de Vlaamse Regering, in hoofde van de Vlaamse minister bevoegd voor leefmilieu en waterbeleid. De intrekking door de Vlaamse Regering gebeurt middels gemotiveerde melding van opheffing per aangetekende brief met bericht van ontvangst aan Brabant Water N.V.

Brabant Water N.V. kan tevens jaarlijks om stopzetting van de ontheffing verzoeken, waardoor de tariefregulering overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2016 houdende tariefregulering van de integrale drinkwaterfactuur van toepassing wordt. De stopzetting gebeurt middels eenvoudige melding van stopzetting per aangetekende brief met bericht van ontvangst aan de Vlaamse minister bevoegd voor leefmilieu en waterbeleid.

Vanaf verzending van één van hoger vermelde brieven is de tariefreguleringsmethode zoals opgenomen in hogervermeld besluit van de Vlaamse Regering onverwijld van kracht.

BIJLAGE (15/03/2019- ...)

Bijlage 1 bij het ministerieel besluit van 17 december 2018 tot toekennen van een ontheffing van de toepassing van de tariefregulering van de integrale drinkwaterfactuur ten aanzien van Brabant Water N.V. en tot vastlegging van de afspraken waaronder de ontheffing wordt toegestaan

1. Brabant Water N.V. bepaalt jaarlijks de tarieven die ze vanaf 1 januari van het volgende jaar zal toepassen voor de berekening van de drinkwatercomponent van de integrale waterfactuur van haar Vlaamse abonnees zodanig dat de totale omzet uit de drinkwatercomponent van de Vlaamse abonnees exclusief BTW jaarlijks niet hoger is dan de totale omzet van de Vlaamse abonnees zou zijn met toepassing van de tarieven en structuren die Brabant Water N.V. zal toepassen voor de doorrekening van de kosten voor drinkwaterproductie en -levering aan haar andere abonnees, exclusief heffingen en belastingen.

Brabant Water N.V. bezorgt jaarlijks uiterlijk 1 december een overzichtelijk ingevuld omrekensjabloon dat aantoont dat de tarieven voor de bepaling van de drinkwatercomponent van de Vlaamse abonnees voor het daaropvolgende jaar leiden tot een gelijke of lagere omzet dan bij toepassing van de tarieven en structuren voor haar andere abonnees. Ook de tarieven van de drinkwatercomponent die ze voor het verbruik vanaf 1 januari van het volgende jaar zal toepassen worden hierbij gerapporteerd aan de WaterRegulator (waterregulator@vmm.be).

Brabant Water N.V. bezorgt daarnaast ook jaarlijks uiterlijk 1 december alle andere tarieven die ze in het volgende jaar zal toepassen voor Vlaamse abonnees, gebruik makend van het sjabloon in bijlage 2 aan de WaterRegulator (waterregulator@vmm.be).

In afwijking van voorgaande wordt voor de tarieven die Brabant Water N.V. toepast voor verbruik van haar Vlaamse abonnees vanaf 1/1/2017 tot en met 31/12/2019 het omrekensjabloon met tarieven voor de berekening van de drinkwatercomponent in 2017, 2018 en 2019 en het sjabloon met andere tarieven 2017, 2018 en 2019 bezorgd aan de WaterRegulator uiterlijk 1 maand na beslissing van de Vlaamse Regering inzake de ontheffing van de tariefregulering. In geval de tarieven die toegepast werden voor berekening van de drinkwatercomponent in 2017, 2018 en/of 2019 exclusief BTW leiden tot een hogere omzet uit de drinkwatercomponent dan deze bij toepassing van de tarieven en structuren die Brabant Water N.V. toepast voor haar niet-Vlaamse abonnees exclusief heffingen en belastingen, dan zal Brabant Water N.V. hiervoor corrigeren in de tarieven vanaf 2020 voor de berekening van de drinkwatercomponent voor haar Vlaamse abonnees. Deze correctie wordt dan door Brabant Water N.V. gemotiveerd onderbouwd bij het bezorgen van het omrekensjabloon voor de tarieven drinkwatercomponent 2020 aan de WaterRegulator.

2. Brabant Water N.V. rapporteert jaarlijks per Vlaamse abonnee over de in het voorbije jaar gefactureerde drinkwatercomponent van de integrale waterfactuur. Dit rapport wordt opgesteld via indeling opgenomen in bijlage 3 en wordt jaarlijks uiterlijk 31 januari bezorgd aan de WaterRegulator (waterregulator@vmm.be).

3. Brabant Water N.V. voldoet volledig aan de Nederlandse (tarief)regulering. Om dit te staven bezorgd Brabant Water N.V. jaarlijks, vanaf ondertekening van de beslissing van de Vlaamse Regering betreffende de ontheffing van de Vlaamse tariefreguleringsmethode, een attest van de bevoegde Nederlandse overheid waaruit de volledige naleving van de Nederlandse (tarief)regulering door Brabant Water N.V. blijkt. Dit attest over jaar t wordt jaarlijks uiterlijk 1 december t+1 bezorgd aan de WaterRegulator (waterregulator@vmm.be).

4. De gevraagde gegevens en rapporteringen worden door Brabant Water N.V. gratis ter beschikking gesteld.

BIJLAGE (15/03/2019- ...)

Bijlage 2