Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Datum 21/12/2018

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Definities
  2. HOOFSTUK 2. Voordracht van de leden van de Vlaamse Raad WVG
  3. HOOFDSTUK 3. Werking van de Vlaamse Raad WVG
  4. HOOFDSTUK 4. Secretariaat van de Vlaamse Raad WVG
  5. HOOFDSTUK 5. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet van 29 juni 2018 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, artikel 10 tot en met 17, artikel 23, § 1 en § 3 en artikel 24, § 1;

Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad Welzijn Gezondheid en Gezin, gegeven op 3 december 2018;

Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 3 december 2018;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 15 november 2018;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat het decreet van 29 juni 2018 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin op 1 januari 2019 in werking moet kunnen treden, zoals voorzien in artikel 37 van dat decreet;

Gelet op advies 64.923/3 van de Raad van State, gegeven op 14 december 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. Definities

Artikel 1. (01/01/2019- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° decreet van 29 juni 2018: het decreet van 29 juni 2018 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
2° ministers: de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid.

HOOFSTUK 2. Voordracht van de leden van de Vlaamse Raad WVG

Artikel 2. (01/01/2019- ...)

§ 1. De ministers nodigen de organisaties, de zorgkassen, de ziekenkassen en de private uitbetalingsactoren, vermeld in artikel 14, § 1, tweede lid, van het decreet van 29 juni 2018, uit om vertegenwoordigers en plaatsvervangers voor te dragen.

§ 2. De ministers lanceren een openbare oproep tot kandidaatstelling voor de leden van de raad, vermeld in artikel 10, eerste lid, 9°, artikel 11, eerste lid, 7°, artikel 12, eerste lid, 7°, en artikel 13, eerste lid, 7°, van het decreet van 29 juni 2018, en hun plaatsvervangers. De openbare oproep wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

De ministers dragen voor elke kamer een kandidaat en een plaatsvervanger ter benoeming voor aan de Vlaamse Regering. De voordracht wordt gemotiveerd.

Artikel 3. (01/01/2022- ...)

De leden van de intersectorale kamer vermeld in artikel 10, 2° tot 8°, en in artikel 14, § 1, tweede lid, van het decreet van 29 juni 2018 worden voorgedragen door de volgende organisaties en verenigingen:
1° de vier vertegenwoordigers van de werkgevers: telkens één door:
a) Boerenbond;
b) UNIZO;
c) Verso, Vereniging voor social profit ondernemingen;
d) Voka, Vlaams netwerk van ondernemingen;
2° de vier vertegenwoordigers van de werknemers:
a) één door Algemeen Belgisch Vakverbond;
b) één door Algemeen Christelijk Vakverbond;
c) één door Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België;
d) de vertegenwoordiger van een sectorale vakbond die actief is in het beleid inzake welzijn, het beleid inzake Vlaamse Sociale Bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn wordt gezamenlijk voorgedragen door de koepels, vermeld in punten a), b) en c);
3° de acht vertegenwoordigers van voorzieningen of zelfstandige zorgverstrekkers die actief zijn in het beleid inzake welzijn, het beleid inzake Vlaamse Sociale Bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn:
a) één door Federatie van Vrije Beroepen;
b) één door SOM de Federatie van Sociale Ondernemingen;
c) één door Vereniging van diensten voor gezinszorg van de Vlaamse Gemeenschap;
d) één door Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten;
e) één door Vlaams Welzijnsverbond;
f) één door Vlozo, Vlaams Onafhankelijk Zorgnetwerk;
g) één door Zorgnet-Icuro;
h) één vertegenwoordiger van een van de volgende beroepsvertegenwoordigers van de artsen:
AADM, BVAS of Kartel;
4° de twee vertegenwoordigers van ziekenfondsen: telkens één door:
a) Landsbond der Christelijke Mutualiteiten;
b) Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen.
5° de twee vertegenwoordigers van zorgkassen: telkens één door:
a) Zorgkas van de Onafhankelijke Ziekenfondsen;
b) Zorgkas van de Socialistische mutualiteiten.
6° de vertegenwoordiger van een van de volgende private uitbetalingsactoren:
My Family, Infino, Parentia of Kidslife;
7° de vier vertegenwoordigers van gebruikers in het kader van het beleid inzake welzijn, het beleid inzake Vlaamse Sociale Bescherming en het beleid inzake personen met een handicap, het beleid inzake gezondheid en het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn:
a) één door Gezinsbond;
b) één door Vlaamse Ouderenraad;
c) één door Vlaams Patiëntenplatform;
d) een vertegenwoordiger van een van de volgende gebruikersorganisaties: Katholieke Vereniging Gehandicapten, Vlaamse Federatie van Gehandicapten of Onafhankelijk Leven.

De vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering vermeld in artikel 10, 1° van het decreet, bestaan uit:
1° een vertegenwoordiger van de minister-president;
2° een vertegenwoordiger van de viceministers-presidenten;
3° een vertegenwoordiger van de ministers.

Artikel 4. (01/01/2019- ...)

De leden van de sectorale kamer Beleid Vlaamse Sociale Bescherming en Personen met een Handicap vermeld in artikel 11, 2° tot 6°, en in artikel 14, § 1, tweede lid, van het decreet van 29 juni 2018 worden voorgedragen door de volgende organisaties en verenigingen:
1° de vier vertegenwoordigers van de werkgevers: telkens één door:
a) Boerenbond;
b) UNIZO;
c) Verso, Vereniging voor social profit ondernemingen;
d) Voka, Vlaams netwerk van ondernemingen;
2° de vier vertegenwoordigers van de werknemers:
a) één door Algemeen Belgisch Vakverbond;
b) één door Algemeen Christelijk Vakverbond;
c) één door Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België;
d) de vertegenwoordiger van een sectorale vakbond die actief is in het beleid inzake Vlaamse Sociale Bescherming en het beleid inzake personen met een handicap wordt gezamenlijk voorgedragen door de koepels, vermeld in punten a), b) en c);
3° de acht vertegenwoordigers van voorzieningen en zelfstandige zorgverstrekkers die werkzaam zijn in het beleid inzake Vlaamse Sociale Bescherming en het beleid inzake personen met een handicap: telkens één door:
a) Federatie van Vrije Beroepen;
b) SOM de Federatie van Sociale Ondernemingen;
c) Vereniging van diensten voor gezinszorg van de Vlaamse Gemeenschap;
d) Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten;
e) Vlaams Welzijnsverbond;
f) Vlozo, Vlaams Onafhankelijk Zorgnetwerk;
g) Zorgnet-Icuro;
h) Onafhankelijk Leven;
4° vier vertegenwoordigers van zorgkassen: telkens één door:
a) Christelijke Mutualiteiten-Zorgkas Vlaanderen;
b) Neutrale Zorgkas Vlaanderen;
c) Zorgkas van de Liberale Ziekenfondsen;
d) Zorgkas van de Socialistische Mutualiteiten;
5° de vier vertegenwoordigers van gebruikers in het kader van het beleid inzake Vlaamse Sociale Bescherming en het beleid inzake personen met een handicap:
a) één door Vlaamse Ouderenraad;
b) één door Vlaams Patiëntenplatform;
c) een vertegenwoordiger van een van de volgende armoedeorganisaties: Caritas, Welzijnszorg of Netwerk tegen Armoede;
d) een vertegenwoordiger van een van de volgende gebruikersorganisaties: Katholieke Vereniging Gehandicapten, Vlaamse Federatie van Gehandicapten of Onafhankelijk Leven.

De vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering vermeld in artikel 11, 1°, bestaan uit:
1° een vertegenwoordiger van de minister-president;
2° een vertegenwoordiger van de viceministers-presidenten;
3° een vertegenwoordiger van de ministers.

Artikel 5. (01/01/2019- ...)

De leden van de sectorale kamer Beleid Gezondheid vermeld in artikel 12, 2° tot 6°, en in artikel 14, § 1, tweede lid, van het decreet van 29 juni 2018 worden voorgedragen door de volgende organisaties en verenigingen:
1° de vier vertegenwoordigers van de werkgevers: telkens één door:
a) Boerenbond;
b) UNIZO;
c) Verso, Vereniging voor social profit ondernemingen;
d) Voka, Vlaams netwerk van ondernemingen;
2° de vier vertegenwoordigers van de werknemers:
a) één door Algemeen Belgisch Vakverbond;
b) één door Algemeen Christelijk Vakverbond;
c) één door Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België;
d) de vertegenwoordiger van een sectorale vakbond die actief is in het beleid inzake gezondheid wordt gezamenlijk voorgedragen door de koepels, vermeld in punten a), b) en c);
3° de zeven vertegenwoordigers van voorzieningen en zelfstandige zorgverstrekkers die actief zijn in het beleid inzake gezondheid:
a) één door Federatie van Vrije Beroepen;
b) één door SOM de Federatie van Sociale Ondernemingen;
c) één door Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten;
d) één door Vlaams Welzijnsverbond;
e) één door Vlozo, Vlaams Onafhankelijk Zorgnetwerk;
f) één door Zorgnet-Icuro;
g) een vertegenwoordiger van een van de volgende beroepsvertegenwoordigers van de artsen:
AADM, BVAS of Kartel;
4° de vier vertegenwoordigers van ziekenfondsen: telkens één door:
a) Landsbond der Christelijke Mutualiteiten;
b) Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen;
c) Nationaal verbond van Socialistische mutualiteiten;
d) Landsbond van de Liberale Mutualiteiten;
5° de vier vertegenwoordigers van gebruikers in het kader van het beleid inzake gezondheid :
a) één door Vlaams Patiëntenplatform;
b) één door Vlaamse Ouderenraad;
c) een vertegenwoordiger van een van de volgende armoedeorganisaties: Caritas, Welzijnszorg of Netwerk tegen Armoede;
d) een vertegenwoordiger van een van de volgende gebruikersorganisatie: Katholieke Vereniging Gehandicapten, Vlaamse Federatie van Gehandicapten of Onafhankelijk Leven.

De vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering vermeld in artikel 12, 1°, bestaan uit:
1° een vertegenwoordiger van de minister-president;
2° een vertegenwoordiger van de viceministers-presidenten;
3° een vertegenwoordiger van de ministers.

Artikel 6. (01/01/2019- ...)

De leden van de sectorale kamer Gezin en Jongerenwelzijn vermeld in artikel 13, 2° tot 6°, en in artikel 14, § 1, tweede lid, van het decreet van 29 juni 2018 worden voorgedragen door de volgende organisaties en verenigingen:
1° de vier vertegenwoordigers van de werkgevers: telkens één door:
a) Boerenbond;
b) UNIZO;
c) Verso, Vereniging voor social profit ondernemingen;
d) Voka, Vlaams netwerk van ondernemingen;
2° de vier vertegenwoordigers van de werknemers:
a) één door Algemeen Belgisch Vakverbond;
b) één door Algemeen Christelijk Vakverbond;
c) één door Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België;
d) de vertegenwoordiger van een sectorale vakbond die actief is in het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn wordt gezamenlijk voorgedragen door de koepels, vermeld in punten a), b) en c);
4° de zeven vertegenwoordigers van voorzieningen die actief zijn in het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn:
a) één door Federatie van Sociale Ondernemingen;
b) één door Vlaams Welzijnsverbond;
c) één door Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten;
d) één door Unieko;
e) drie vertegenwoordigers van organisaties die de voorzieningen of de zelfstandige zorgverstrekkers vertegenwoordigen die actief zijn in het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn, die worden aangeduid door de Vlaamse Regering;
5° twee vertegenwoordigers van de volgende private uitbetalingsactoren: My Family, Infino, Parentia of Kidslife;
6° de vier vertegenwoordigers van gebruikers in het kader van het beleid inzake gezin en jongerenwelzijn:
a) één door De Ambrassade;
b) één door Gezinsbond;
c) één door Nederlandstalige Vrouwenraad;
d) een vertegenwoordiger van een van de volgende armoedeorganisaties: Caritas, Welzijnszorg en Netwerk tegen Armoede.

De vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering vermeld in artikel 13, 1°, bestaan uit:
1° een vertegenwoordiger van de minister-president;
2° een vertegenwoordiger van de viceministers-presidenten;
3° een vertegenwoordiger van de ministers.

HOOFDSTUK 3. Werking van de Vlaamse Raad WVG

Artikel 7. (01/01/2019- ...)

Op de eerste vergadering over een dossier bepalen de leden van de kamer in consensus de redelijke termijn om tot een akkoord te komen, vermeld in artikel 24, § 1, van het decreet van 29 juni 2018.

Als op de vergadering, vermeld in het eerste lid, geen consensus wordt bereikt over de redelijke termijn, bedraagt die negentig dagen. De termijn begint te lopen de dag nadat de eerste vergadering over het dossier is gehouden.

De leden van de kamer kunnen op elk moment in consensus beslissen om de lopende termijn te verkorten of te verlengen.

Artikel 8. (01/01/2019- ...)

De vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering nodigen per vergadering de personeelsleden van de Vlaamse administratie uit die met raadgevende stem het overleg in een kamer over uit te brengen akkoorden kunnen bijwonen.

Artikel 9. (01/01/2019- ...)

De secretaris-generaal en de administrateurs-generaal bepalen, elk wat hem of haar betreft, welke personeelsleden ze ter beschikking stellen voor de samenwerking met het secretariaat en de mogelijke omvang van de samenwerking.

In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° administrateurs-generaal: de administrateurs-generaal van de intern verzelfstandigde agentschappen die conform het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie behoren tot het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
2° secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein.

HOOFDSTUK 4. Secretariaat van de Vlaamse Raad WVG

Artikel 10. (01/01/2019- ...)

Het secretariaat van de Vlaamse Raad WVG bestaat uit ten minste vier personeelsleden.

HOOFDSTUK 5. Slotbepalingen

Artikel 11. (01/01/2019- ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019.

Artikel 12. (01/01/2019- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 05/02/2023