Besluit van de Vlaamse Regering houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang

Datum 22/02/2019

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2. Opdrachten
  3. HOOFDSTUK 3. Subsidie
  4. HOOFDSTUK 4. Subsidieaanvraag en -toekenning
  5. HOOFDSTUK 5. Toezicht en handhaving
  6. HOOFDSTUK 6. Wijzigingsbepalingen
  7. HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, artikel 12 en artikel 13, § 4, ingevoegd bij het decreet van 21 juni 2013 en gewijzigd bij het decreet van 19 januari 2018;

Gelet op het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 6, §§ 1, 4°, b), en 5, artikel 8, § 1, gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2012 en 23 maart 2018, en artikel 12, § 1, tweede lid;

Gelet op het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;

Gelet op het Subsidiebesluit van 22 november 2013;

Gelet op het akkoord van de minister bevoegd voor begroting, gegeven op 18 december 2018;

Gelet op advies 65.100/1 van de Raad van State, gegeven op 8 februari 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (18/04/2019- 31/12/2024)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° gesubsidieerde kinderopvangplaats: een kinderopvangplaats die gesubsidieerd is met een subsidie voor inkomenstarief voor gezinsopvang als vermeld in artikel 17 of artikel 59, § 1, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
2° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien Regie.
3° niet-gekwalificeerde kinderbegeleider: een kinderbegeleider die nog geen kwalificatie als vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, a), van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, heeft;
4° organisator: een organisator van gezinsopvang of van groepsopvang als vermeld in artikel 59, § 1, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013.

Artikel 2. (18/04/2019- 31/12/2024)

Het agentschap kent een subsidie toe aan pools gezinsopvang die elk minstens 1500 gesubsidieerde kinderopvangplaatsen ondersteunen en de vorm aannemen van een rechtspersoon zonder winstoogmerk om de opdrachten, vermeld in artikel 3 en 4, te realiseren.

De pool gezinsopvang:
1° biedt de ondersteuning met betrekking tot de opdrachten vermeld in artikel 3 en 4, in principe kosteloos aan;
2° treedt neutraal op, onder andere door de rol van pool gezinsopvang en de rol van organisator die hij eventueel opneemt, te scheiden en zorgt ervoor dat er geen dubbele subsidiëring is voor de opdrachten die in het verlengde liggen van de opdrachten, vermeld in artikel 3 en 4;
3° meldt jaarlijks uiterlijk op 31 december van het subsidiejaar aan het agentschap welke organisatoren hij ondersteunt.

HOOFDSTUK 2. Opdrachten

Artikel 3. (01/01/2022- 31/12/2024)

De pool gezinsopvang biedt ondersteuning over beleidsvoerend vermogen aan organisatoren met als doel:
1° organisatoren versterken in hun zelfredzaamheid en initiatiefkracht, met het oog op een kwaliteitsvolle en duurzame sector en dienstverlening;
2° organisatoren bijstaan gedurende al de volgende fases van kinderopvang: de informatiefase, de prestart, de start, de werking en de stopzetting of overname;
3° de organisatoren geïntegreerd ondersteunen op de volgende onderling samenhangende thema's:
a) het organisatorisch beleid, met inbegrip van het financieel beleid en sociaal ondernemerschap;
b) de toegankelijkheid, met aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
c) het pedagogisch beleid;
d) het medewerkersbeleid, met aandacht voor het draagvlak van medewerkers;
e) monitoring en evaluatie.

In het eerste lid wordt verstaan onder beleidsvoerend vermogen: de mate waarin de organisator in staat is om een zelfstandig beleid te voeren, rekening houdend met de beschikbare beleidsruimte, met de eigen doelstellingen en met de lokale context, en de mate waarin de activiteiten van de verantwoordelijke en van de medewerkers op elkaar zijn afgestemd zodat ze bijdragen aan de ontplooiing van kinderen.

De pool gezinsopvang biedt ondersteuning in de vorm van:
1° vraaggestuurd ondersteunen op maat van de organisator;
2° netwerken organiseren en ernaar toeleiden;
3° adviseren over de manier waarop werk wordt gemaakt van de onderling samenhangende thema's, vermeld in het eerste lid, 3°.

De ondersteuning wordt afgestemd met het ondersteuningsnetwerk kinderopvang, gesubsidieerd conform het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 houdende toekenning van een subsidie aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang met als doel:
1° de uitwisseling van instrumenten en methodieken;
2° de facultatieve ondersteuning van de organisatoren waarbij de kinderbegeleider tegelijk ook de verantwoordelijke is.

De pool gezinsopvang kan geen organisatoren ondersteunen die reeds ondersteund worden door het ondersteuningsnetwerk kinderopvang, gesubsidieerd conform het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 houdende toekenning van een subsidie aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang, voor dezelfde aspecten.

Artikel 3/1. (01/01/2022- ...)

De pool gezinsopvang biedt, rekening houdend met de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 5, ondersteuning van kinderbegeleiders op de werkvloer, in samenhang met de opdrachten, vermeld in artikel 3 en 4.

De ondersteuning op de werkvloer, vermeld in het eerste lid, heeft de volgende doelstellingen:
1° kinderbegeleiders versterken in hun beroepscompetenties, vermeld in het beroepskwalificatieprofiel voor kinderbegeleiders, dat is opgenomen in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 tot erkenning van de beroepskwalificatie kinderbegeleider baby's en peuters en, wat betreft de niet-gekwalificeerde kinderbegeleiders, in nauwe afstemming met de acties, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3° en 4°, van dit besluit;
2° samen met de kinderbegeleiders instaan voor verzorgende en pedagogische taken bij de kinderen, en daarbij de kinderbegeleiders ondersteunen op het vlak van:
a) de diverse ontwikkelingsaspecten van kinderen;
b) de aspecten van veiligheid en gezondheid in de opvang van kinderen;
c) de omgang en de communicatie met de gezinnen;
d) het inclusief omgaan met kinderen met specifieke zorgbehoeften en kinderen uit kwetsbare gezinnen;
3° samen met de verantwoordelijke en de kinderbegeleiders de dagelijkse praktijk aftoetsen aan het pedagogisch beleid van de organisator en verbeterpunten planmatig aanpakken, met kennis van de lokale netwerken die gericht zijn op het geïntegreerd beleid voor kinderen, jongeren en gezinnen;
4° in staat zijn om met betrekking tot verontrustende situaties:
a) deze te detecteren;
b) deze te bespreken met de organisator;
c) deze samen met de organisator mee op te volgen in functie van het herstel van de veiligheid;
d) het agentschap te informeren als er door de organisator geen passend gevolg gegeven wordt aan de bespreking en de opvolging vermeld in punt b) en c);
5° ondersteuning bieden tijdens of na afloop van een bezoek van Zorginspectie in het kader van een begeleidings- of opvolgingstraject van het agentschap en dit binnen de opdrachten van de ondersteuner als vermeld in deze bepaling.

De ondersteuning van de kinderbegeleiders houdt rekening met het pedagogisch raamwerk dat in september 2014 is ontwikkeld door de vakgroep sociale agogiek van de universiteit Gent en het expertisecentrum ervaringsgericht onderwijs van de Katholieke Universiteit Leuven, in opdracht van het agentschap.

Artikel 3/2. (01/01/2022- ...)

De pool gezinsopvang sluit een ondersteuningsovereenkomst met de organisator voor wie hij de dienstverlening, vermeld in artikel 3, 3/1 en 4 van dit besluit, opneemt. In die ondersteuningsovereenkomst worden de volgende elementen vastgelegd:
1° de wijze waarop de ondersteuning voor de locatie wordt aangeboden;
2° de afspraken en modaliteiten van de ondersteuning;
3° de gegevens over de kwalificatie en competenties van de aangestelde ondersteuner;
4° de contactgegevens van de aangestelde ondersteuner;
5° in voorkomend geval, de overdracht van de subsidie door de organisator die voor de ondersteuning op de werkvloer een beroep doet op een pool gezinsopvang;
6° de wijze waarop de ondersteuning wordt geëvalueerd.

Artikel 3/3. (01/01/2022- ...)

De ondersteuners van de kinderbegeleiders beschikken over:
1° minimaal een kwalificatie van bachelorniveau;
2° competenties of ervaring op pedagogisch vlak inzake kinderopvang van baby's en peuters.

Artikel 4. (01/01/2022- 31/12/2024)

De pool gezinsopvang heeft, in samenhang met de algemene opdracht, vermeld in artikel 3/1, als specifieke opdracht om niet-gekwalificeerde kinderbegeleiders te ondersteunen door mentoren in te zetten voor de volgende acties:
1° het ontwikkelen of optimaliseren van instrumenten om competenties te identificeren en te documenteren;
2° een kwalificerend traject uittesten in samenwerking met een EVC-testcentrum;
3° competenties identificeren en documenteren;
4° een traject op maat uitwerken om de ontbrekende competenties te verwerven op basis van de verzamelde kennis.

In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° competentie: de bekwaamheid om kennis, vaardigheden en attitudes in het handelen geïntegreerd aan te wenden voor maatschappelijke activiteiten;
2° EVC: erkenning van verworven competenties.

De ondersteuning wordt onderling afgestemd tussen de pools gezinsopvang met als doel:
1° de uitwisseling van instrumenten en methodieken;
2° de volledige afdekking van de doelgroep, met inbegrip van de organisatoren waarbij de kinderbegeleider tegelijk ook de verantwoordelijke is.

De pools gezinsopvang geven de volgende gegevens periodiek door aan het agentschap, volgens de administratieve richtlijnen van het agentschap:
1° het aantal kinderbegeleiders dat ondersteund wordt door de mentoren;
2° het aantal kinderbegeleiders dat gekwalificeerd is na de ondersteuning;
3° het aantal ingezette mentoren en hun kwalificatie.

Artikel 5. (01/01/2022- 31/12/2024)

De pool gezinsopvang sluit een samenwerkingsovereenkomst met het agentschap, die de volgende elementen bevat:
1° voor de opdrachten, vermeld in artikel 3, 3/1 en 4: een inhoudelijk en budgettair meerjarenplan per pool gezinsopvang;
2° voor de opdracht, vermeld in artikel 4: een gezamenlijk meerjarenplan over de wijze waarop de niet-gekwalificeerde kinderbegeleiders tussen de pools gezinsopvang verdeeld zullen worden;
3° de modaliteiten van de rapportering, de opvolging, de actualisering en de evaluatie van de elementen, vermeld in het meerjarenplan.

De budgettaire planning en de rapportering aan het agentschap over de elementen, vermeld in het eerste lid, bevatten respectievelijk een begroting, met een overzicht van de voorzienbare inkomsten en de geraamde uitgaven, en een gescheiden boekhouding die de inkomsten en de uitgaven transparant afzondert. Daarbij geldt telkens de volgende globale verdeelsleutel:
1° 40 % van het budget, vermeld in artikel 6, eerste lid, wordt besteed aan de opdracht, vermeld in artikel 3;
2° 60 % van het budget, vermeld in artikel 6, eerste lid, wordt besteed aan de opdracht, vermeld in artikel 4;
3° 90% van het budget, vermeld in artikel 6, tweede lid, wordt rechtstreeks ingezet voor de ondersteuning van de kinderbegeleiders op de werkvloer en maximaal 10% van het budget wordt ingezet voor overheadkosten.

In het tweede lid, 3°, wordt verstaan onder overheadkosten: het geheel van kosten voor coördinatie, sturing en ondersteuning van de concrete activiteiten.

HOOFDSTUK 3. Subsidie

Artikel 6. (01/01/2022- 31/12/2024)

De jaarlijkse subsidie voor de opdrachten, vermeld in artikel 3 en 4, bedraagt 71,72 euro per gesubsidieerde kinderopvangplaats die ondersteund wordt op 1 januari van het subsidiejaar.

De jaarlijkse subsidie voor de opdrachten, vermeld in artikel 3/1 van dit besluit, bedraagt 64,75 euro per vergunde kinderopvangplaats van een organisator gezinsopvang of groepsopvang die werkt met kinderbegeleiders in het sociaal statuut van de aangesloten onthaalouders of met werknemers in het kader van het vernieuwend project werknemersstatuut van de kinderbegeleiders, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie voor een vernieuwend project werknemersstatuut van de kinderbegeleider gezinsopvang.

De subsidie, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks berekend op basis van de vergunde plaatsen op 1 september van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie geldt. Bij een stopzetting van een organisator wordt de subsidie pro rata toegekend. In afwijking van artikel 13 en 14 wordt de subsidie automatisch uitbetaald door het agentschap.

Artikel 7. (01/01/2019- 31/12/2024)

De subsidie wordt toegekend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.

Artikel 8. (01/01/2022- 31/12/2024)

De subsidie geldt voor een duur van zes jaar, op voorwaarde dat:
1° de pool gezinsopvang voldoet aan de voorwaarden voor de realisatie van de opdrachten, vermeld in artikel 3, 3/1 en 4, en specifiek ook aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2, tweede lid;
2° het agentschap de werking positief evalueert, uiterlijk na drie jaar. De organisatoren of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij die tussentijdse evaluatie.

Bij de evaluatie, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt specifiek ook de inzet van de ondersteuners op de werkvloer, vermeld in artikel 3/1, geëvalueerd. De pool gezinsopvang bezorgt op verzoek van het agentschap alle nodige inlichtingen met het oog op die evaluatie.

Elke pool gezinsopvang stelt een commissaris-revisor aan die, aanvullend op zijn wettelijke taak en opdracht, jaarlijks attesteert dat de subsidies, vermeld in artikel 6, alleen worden gebruikt voor de opdrachten, vermeld in artikel 3, 3/1, 4 en 5.

Artikel 9. (18/04/2019- 31/12/2024)

De pool gezinsopvang kan op de volgende wijze reserves opbouwen met de subsidies, vermeld in dit besluit:
1° de reserves worden aangewend om de opdrachten, vermeld in artikel 3 en 4, te realiseren;
2° maximaal 20 % van het subsidiebedrag kan als reserve overgedragen worden naar het volgende kalenderjaar;
3° de gecumuleerde reserve, opgebouwd uit de jaarlijkse subsidiebedragen, vermeld in punt 2°, is maximaal 50 % van de jaarlijkse subsidiebedragen, vermeld in punt 2° ;
4° als het maximum, vermeld in punt 2° en 3°, overschreden wordt, wordt het overschreden bedrag teruggestort aan het agentschap, tenzij de pool gezinsopvang een aanwendings- of aanzuiveringsplan heeft dat voldoet aan een aantal criteria, waaronder de goedkeuring van de Inspectie van Financiën van de Vlaamse overheid.

Artikel 10. (01/01/2019- 31/12/2024)

Het bedrag van de subsidie, vermeld in artikel 6, wordt aangepast aan de afgevlakte gezondheidsindex.

Overeenkomstig artikel 89, eerste lid, 28° en 58°, van het decreet van 18 december 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016 wordt verstaan onder afgevlakte gezondheidsindex: het prijsindexcijfer, vermeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen, dat wordt berekend en toegepast conform artikel 2 tot en met 2quater van het voormelde besluit.

De toepassing van het eerste lid mag niet leiden tot een nominale vermindering van de subsidie.

Deze aanpassing gebeurt telkens twee maanden nadat de afgevlakte gezondheidsindex een bepaalde drempelwaarde overschrijdt.

Artikel 11. (01/01/2022- 31/12/2024)

De subsidie wordt betaald met een voorschot van 80 % per kwartaal, behalve in geval van een vermoeden van ernstige problemen, en minstens als er een risico is op plotse stopzetting van de opdrachten of bij een vermoeden van fraude. In dat geval kan het agentschap beslissen om geen voorschot of een lager voorschot te betalen. Het saldo wordt afgerekend uiterlijk op 15 mei van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar in kwestie, behalve als de opdrachten niet meer worden opgenomen. In dat geval wordt het saldo afgerekend in het kwartaal dat volgt op de stopzetting van de opdrachten.

Artikel 12. (18/04/2019- 31/12/2024)

De subsidie wordt aangerekend op de begroting van het agentschap.

De subsidie kan alleen toegekend worden binnen de perken van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse overheid.

HOOFDSTUK 4. Subsidieaanvraag en -toekenning

Artikel 13. (18/04/2019- 31/12/2024)

De pool gezinsopvang vraagt de subsidie elektronisch aan voor 28 februari 2019, volgens de administratieve richtlijnen van het agentschap. De aanvraag bevat de volgende gegevens:
1° de gegevens over de organisator van de pool gezinsopvang: de naam, de rechtsvorm, het adres en het ondernemingsnummer;
2° de gegevens over de contactpersoon voor het agentschap en voor de organisatoren: de voor- en achternaam, het telefoonnummer, het adres en het e-mailadres;
3° het rekeningnummer, de rekeninghouder en de contactgegevens van de organisator van de pool gezinsopvang;
4° een overzicht van de organisatoren met gesubsidieerde kinderopvangplaatsen die de pool gezinsopvang ondersteunt;
5° de datum van de ondertekening en de handtekening van de persoon die gemachtigd is om te handelen in naam van de pool gezinsopvang.

Artikel 14. (18/04/2019- 31/12/2024)

Het agentschap neemt uiterlijk op 31 maart 2019 een beslissing tot toekenning of weigering van de subsidie, waarbij de subsidie geldt met ingang van 1 januari 2019.

HOOFDSTUK 5. Toezicht en handhaving

Artikel 15. (18/04/2019- 31/12/2024)

Het agentschap ziet toe op de naleving van de bepalingen van dit besluit.

Het agentschap beslist tot terugvordering van de subsidie conform artikel 57 van het Rekendecreet, artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, en artikel 18 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 betreffende de algemene regels inzake subsidiëring.

HOOFDSTUK 6. Wijzigingsbepalingen

Artikel 16. (01/01/2019- 31/12/2024)

Artikel 74 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:

"Art. 74. Als de kinderbegeleider in de gezinsopvang die ook als verantwoordelijke werkt, zich tussen 1 januari 2019 en 31 december 2023 laat ondersteunen door een pool gezinsopvang als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang, geldt voor die persoon de kwalificatie van kinderbegeleider, vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, a), in afwijking van de werkingsvoorwaarde over de kwalificatie voor verantwoordelijke, vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 5°, en dit mogelijks tot 1 april 2024.".

Artikel 17. (01/01/2019- 31/12/2024)

In artikel 58 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2017, wordt paragraaf 1 opgeheven.

Artikel 18. (01/01/2019- 31/12/2024)

In artikel 59, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "en artikel 58, § 1, eerste lid, 3° " opgeheven.

HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen

Artikel 19. (01/01/2022- 31/12/2024)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019 en treedt buiten werking op 31 december 2024.

Artikel 20. (01/01/2019- 31/12/2024)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.