Ministerieel besluit tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 3 mei 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor het houden van zoogdieren in dierentuinen

Datum 18/03/2019

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN,

Gelet op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, artikel 5, § 2, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1995 en het decreet van 13 juli 2018;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 betreffende de erkenning van dierentuinen, artikel 8;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018 betreffende de erkenning van dierentuinen, artikel 12, eerste lid;

Gelet op het ministerieel besluit van 3 mei 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor het houden van zoogdieren in dierentuinen;

Gelet op het advies van de Vlaamse Dierentuinencommissie, gegeven op 9 juli 2018;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 5 februari 2019;

Gelet op advies 65.394/3 van de Raad van State, gegeven op 12 maart 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,

Besluit :

Artikel 1. (11/04/2019- ...)

In artikel 2 van het ministerieel besluit van 3 mei 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor het houden van zoogdieren in dierentuinen wordt het woord "tentoongesteld" vervangen door het woord "gehuisvest" en wordt het woord "bijlage" vervangen door de woorden "de bijlagen".

Artikel 2. (11/04/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt een artikel 2/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. 2/1. De binnen- en buitenverblijven zijn zodanig ingericht dat de dieren over een lengte die ten minste gelijk is aan een kwart van de omtrek van het verblijf niet benaderd kunnen worden door het publiek.

Als dieren beschikken over een heel groot verblijf dat de minimumafmetingen ruimschoots overschrijdt, kan de dienst toestaan dat afgeweken wordt van het eerste lid. De verantwoordelijke dient daarvoor een gemotiveerde aanvraag in bij de dienst.".

Artikel 3. (11/04/2019- ...)

In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "bijlage" wordt vervangen door de woorden "de bijlagen";
2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De aanvrager kan binnen vijftien dagen na de dag waarop hij de beslissing van de dienst ontvangen heeft, een bezwaar indienen. De dienst neemt binnen 45 dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag van ontvangst van het bezwaar, een beslissing over het bezwaar.".

Artikel 4. (11/04/2019- ...)

In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 2 wordt de volgende zin toegevoegd:
"De verantwoordelijke dient daarvoor een gemotiveerde aanvraag in bij de dienst.";
2° in paragraaf 3 wordt het woord "uitbater" vervangen door het woord "verantwoordelijke".

Artikel 5. (11/04/2019- ...)

In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin wordt het woord "bijlage" vervangen door het woord "bijlagen";
2° aan punt 2° worden de woorden "en de bewijzen daarvan kan voorleggen aan de dienst" toegevoegd;
3° aan punt 3° worden de woorden ", voor zover de dierentuin de bewijzen daarvan kan voorleggen aan de dienst" toegevoegd.

Artikel 6. (11/04/2019- ...)

In de bijlage bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in tabel I worden de rijen "Cheirogaleus medius" tot en met "Pongo pygmaeus" opgeheven;
2° in tabel I en II wordt de rij "Enhydra lutris" opgeheven;
3° in tabel I worden de rijen "Arctocephalus pusillus" tot en met "Phoca vitulina" opgeheven;
4° in tabel II worden de rijen "Fam. Otariidae" en "Fam. Phocidae" opgeheven.

Artikel 7. (11/04/2019- ...)

Aan hetzelfde besluit, waarvan de bestaande bijlage bijlage 1 wordt, wordt een bijlage 2 toegevoegd, die als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 8. (11/04/2019- ...)

Voor verblijven die in de dierentuin aanwezig zijn op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, treden artikel 2, 6 en 7 in werking op 1 januari 2029 als er geen andere diersoorten in worden gehouden dan de diersoorten die er op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit in zijn ondergebracht.

BIJLAGE (11/04/2019- ...)

Bijlage 2 bij het ministerieel besluit van 3 mei 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor het houden van zoogdieren in dierentuinen

Bijlage 2. Minimumnormen voor het houden van zoogdieren in dierentuinen

HOOFDSTUK 1. - Verklaring bij de tabellen in hoofdstuk 2

1. De wetenschappelijke naam van de zoogdiersoorten in de kolom `diersoort' is gebaseerd op de systematiek en nomenclatuur volgens Wilson & Reeder - Mammal Species of the World, 3rd edition (2005).

2. In de kolom `aantal' wordt het minimum- of het maximumaantal dieren vermeld dat gehouden mag worden op de oppervlakte, vermeld in de kolom `minimumafmetingen voor het aangegeven aantal dieren':
2.1. Eén cijfer in de kolom `aantal' betekent dat niet meer of minder dan het aangegeven aantal dieren gehouden mag worden op de gegeven oppervlakte, tenzij het anders bepaald is bij de bijzondere eisen.
2.2. Als in de kolom `aantal' twee getallen vermeld worden, geven die getallen het minimumaantal en maximumaantal dieren aan dat gehouden mag worden op de gegeven oppervlakte.
2.3. Jonge dieren bij het moederdier worden niet als afzonderlijke individuen geteld zolang ze niet geslachtsrijp zijn.
2.4. Dieren die solitair gehouden moeten worden, kunnen gedurende de tijd die nodig is voor de voortplanting, samen gehouden worden op de gegeven oppervlakte.

3. In de kolommen `binnenverblijf' en `buitenverblijf' zijn de minimumafmetingen voor het binnenverblijf en het buitenverblijf aangegeven voor het maximumaantal dieren, aangegeven in de kolom `aantal'.
3.1. Als afmetingen opgegeven zijn voor een binnen- en een buitenverblijf, moeten beide aanwezig zijn.
3.2. Als uitsluitend afmetingen voor een binnenverblijf opgegeven zijn, mag daarnaast als bijkomende ruimte een buitenverblijf aan de dieren verschaft worden. Het binnenverblijf is permanent toegankelijk voor de dieren.
3.3. Als uitsluitend afmetingen voor een buitenverblijf opgegeven zijn, mag daarnaast als bijkomende ruimte een binnenverblijf aan de dieren verschaft worden. Het buitenverblijf is permanent toegankelijk voor de dieren.
3.4. Om de oppervlakte van het verblijf te bepalen, wordt alleen met het beschikbare landdeel van het buiten- of binnenverblijf rekening gehouden.

4. In de kolom `bijkomende oppervlakte per bijkomend dier' wordt aangegeven in welke bijkomende oppervlakte voorzien moet worden per dier dat toegevoegd wordt aan het maximumaantal dieren, vermeld in de kolom `aantal'.
4.1. Als het aantal gehouden dieren in een verblijf een x-voud plus y is van het maximumaantal dieren, vermeld in de kolom `aantal', is de totale vereiste oppervlakte gelijk aan x keer de oppervlakte, vermeld in de kolom `minimumafmetingen voor het aangegeven aantal dieren', vermeerderd met y keer de oppervlakte, vermeld in de kolom `bijkomende oppervlakte per bijkomend dier'.
4.2. Als de kolom `bijkomende oppervlakte per bijkomend dier' niet is ingevuld, mogen er niet meer dieren samen gehouden worden dan het maximumaantal, vermeld in de kolom `aantal', tenzij het anders bepaald is bij de bijzondere eisen.

5. In de kolom `bijzondere eisen' wordt met een lettercode verwezen naar de bijzondere vereisten, vermeld in de bijgevoegde tabellen.

6. Als afmetingen voor een bassin opgegeven zijn, moet een bassin aanwezig en permanent toegankelijk zijn.
6.1. De opgegeven oppervlakte voor het bassin, vermeld in kolom `oppervlakte', is de minimumwateroppervlakte die beschikbaar is voor de dieren. Die oppervlakte is niet inbegrepen in de oppervlakte van het buiten- of binnenverblijf, zoals bepaald in de kolom `minimumafmetingen voor het aangegeven aantal dieren'.
6.2. De oppervlakte waarover de minimumdiepte, vermeld in de kolom `diepte', bereikt moet worden, wordt berekend op basis van de minimaal vereiste oppervlakte van het bassin voor het aantal aanwezige dieren. De dieren moeten gemakkelijk op eigen kracht in en uit het bassin raken, behalve de Cetacea.

HOOFDSTUK 2. - Minimumnormen voor het houden van zoogdieren in dierentuinen

Afdeling 1. - Minimumnormen voor het houden van primaten in dierentuinen

Tabel 1. Minimumnormen voor de verblijven

diersoort aantal minimumafmetingen voor het aangegeven aantal dieren bijkomende oppervlakte per bijkomend dier bijzondere eisen
buitenverblijf binnenverblijf
opper-
vlakte
(m2)
hoogte (m) opper-
vlakte
(m2)
hoogte (m) buiten
(m2)
binnen
(m2)
Galago senegalensis 1 - - 3 2,5 - - a c d(20) f(125) g(125) j k l(2) m(2,5)
Otolemur crassicaudatus 1 - - 11 2,5 - - a c d(20) e f(125) h(125) j k l(2) m(2,5)
Loris lydekkerianus 1 - - 7 2,5 - - a c d(20) f(125) j k l(2) m(2,5)
Nycticebus pygmaeus 1 - - 3 2,5 - - a c d(20) f(125) j k l(2) m(2,5)
Perodicticus potto 1 - - 7 2,5 - - a c d(20) f(125) j k l(2) m(2,5)
Microcebus murinus 1 - - 1 2,5 - - a c d(20) f(125) g(125) j k l(2) m(2,5)
Cheirogaleus medius 1 - - 3 2,5 - - a c d(20) f(125) g(125) j k l(2) m(2,5)
Eulemur albifrons 2 10 3 10 3 2,5 2,5 a c d(18) f(150) k l(5)
Eulemur macaco 2 10 3 10 3 2,5 2,5 a c d(18) f(150) k l(5)
Varecia variegata 2 15 3 15 3 4 4 a c d(18) f(150) h(150) k l(5)
Varecia rubra 2 15 3 15 3 4 4 a c d(15) f(150) h(150) k l(5)
Lemur catta 4 20 3 20 3 2,5 2,5 a c d(18) f(150) k l(9)
Callithrix spec. 2 3 2,5 3 2,5 0,5 0,5 a c d(20) f(125) h(125) k l(5) m(2,5)
Saguinus spec. 2 3 2,5 3 2,5 0,5 0,5 a c d(20) f(125) h(125) k l(5) m(2,5)
Callimico goeldii 2 3 2,5 3 2,5 0,5 0,5 a c d(20) f(125) h(125) k l(5) m(2,5)
Leontopithecus spec. 2 3 2,5 3 2,5 0,5 0,5 a c d(20) f(125) h(125) k l(5) m(2,5)
Cebus spec. 4 20 4 20 4 2,5 2,5 a c d(20) f(200) k l(9)
Saimiri spec. 4 10 3 10 3 2 2 a c d(20) f(150) k l(9)
Pithecia pithecia 2 10 3 10 3 2,5 2,5 a c d(20) f(150) k l(5)
Alouatta caraya 3 20 4 20 4 5 5 a c d(20) f(200) k l(5)
Ateles fusciceps 4 40 4 40 4 10 10 a b c d(20) f(200) k l(4)
Aotus trivirgatus 2 - - 20 3 - 5 a c d(20) f(150) h(150) k l(5)
Cercopithecus wolfi 3 25 4 25 4 5 5 a c d(20) f(200) k l(7)
Cercopithecus hamlyni 3 25 4 25 4 5 5 a c d(20) f(200) k l(7)
Cercopithecus mona 3 25 4 25 4 5 5 a c d(20) f(200) k l(7)
Cercopithecus lhoesti 3 25 4 25 4 5 5 a c d(20) f(200) k l(7)
Chlorocebus aethiops 4 25 4 25 4 5 5 a c d(15) f(200) k l(9)
Erythrocebus patas 3 140 2,5 40 2,5 15 15 a c d(15) f(125) k l(7)
Lophocebus albigena 4 50 4 50 4 7 7 a c d(20) f k l(9)
Macaca sylvanus 4 100 2,5 20 2,5 15 2,5 a c d(10) f(125) k l(9)
Macaca nigra 4 40 2,5 30 2,5 7 5 a c d(15) f(125) k l(9)
Macaca silenus 4 80 2,5 40 2,5 7 5 a c d(15) f(125) k l(9)
Macaca fascicularis 4 80 2,5 40 2,5 7 5 a c d(15) f(125) k l(9)
Macaca fuscata 4 100 2,5 20 2,5 15 2,5 a c d(10) f(125) k l(9)
Macaca mulatta 4 100 2,5 20 2,5 7 5 a c d(10) f(125) k l(9)
Papio spec. 4 140 2,5 40 2,5 25 8 a c d(15) f(125) k l(9)
Mandrillus sphinx 4 140 2,5 40 2,5 25 8 a c d(15) f(125) k l(4)
Colobus guereza 3 30 4 30 4 7 7 a c d(15) f(200) k l(7)
Semnopithecus entellus 3 50 4 50 4 8 8 a c d(20) f(200) k l(7)
Trachypithecus auratus 3 20 4 20 4 5 5 a c d(20) f(200) k l(7)
Hylobates spec. 2 20 3,5 20 3,5 5 5 a b c d(15) f(175) k l(5)
Nomascus leucogynes 2 15 4 15 4 5 5 a b c d(15) f(200) k l(5)
Nomascus gabriellae 2 15 4 15 4 5 5 a b c d(15) f(200) k l(5)
Pongo spec. 2 75 5 75 5 30 30 a b c d(18) e f(250) i k l(2)
Gorilla spec. 3 175 4 175 4 30 30 a b c d(18) e f(200) k l(3)
Pan paniscus 4 100 4 100 4 20 20 a b c d(18) e f(200) k l(4)
Pan troglodytes 4 100 4 100 4 20 20 a b c d(18) e f(200) k l(4)

Tabel 2. Bijzondere eisen
Klimmogelijkheid met beweeglijke elementen. a
Slingermogelijkheden. b
Manipuleerbare bodembedekking over ten minste 90% van de oppervlakte van het verblijf. c
De dieren hebben permanent toegang tot een ruimte waarin de temperatuur niet daalt onder de temperatuur in graden Celsius die tussen haakjes is aangegeven. d(...)
Geschikt nestmateriaal. e
Alle dieren hebben op elk moment een soortspecifieke rustplaats ter beschikking die ten minste op een hoogte, die tussen haakjes in centimeter is aangegeven, boven de bodem van het verblijf is geplaatst. f(...)
Voor elk dier is in een individueel slaaphok voorzien dat ten minste op de hoogte, die tussen haakjes in centimeter is aangegeven, boven de bodem van het verblijf is geplaatst. g(...)
Alle dieren hebben op elk moment een slaaphok ter beschikking dat ten minste op de hoogte, die tussen haakjes in centimeter is aangegeven, boven de bodem van het verblijf is geplaatst. h(...)
Mannelijke dieren kunnen tijdelijk in een geschikt verblijf van de groep afgezonderd worden als dat noodzakelijk is om het welzijn van alle dieren te garanderen. De noodzaak en de tijdelijkheid worden gedocumenteerd. i
Als de dieren compatibel zijn, mogen ze in groep gehouden worden. In dat geval wordt de minimale oppervlakte, vermeld in de kolom `minimumafmetingen voor het aangegeven aantal dieren', vermenigvuldigd met het aantal dieren. j
De dieren hebben de mogelijkheid om soortgenoten en het publiek te mijden en om zich te verstoppen. Er is een visuele barrière. k
Als de groep groter is dan of gelijk is aan het getal tussen haakjes, wordt het binnenverblijf opgedeeld in twee compartimenten. Per veelvoud van het getal tussen haakjes wordt in een extra compartiment voorzien. Elk compartiment is minstens even groot als de minimumoppervlakte die voor het aanwezige aantal dieren voorgeschreven is, gedeeld door het aantal voorgeschreven compartimenten. Elk compartiment is altijd toegankelijk en heeft minstens twee bruikbare toegangen. l(...)
De minimumhoogte van het dak van het verblijf boven de standplaats van de bezoekers is tussen haakjes aangegeven in meter. m(...)

Afdeling 2. - Minimumnormen voor het houden van andere zeezoogdieren dan Cetacea in dierentuinen

Tabel 1. Minimumnormen voor de verblijven
diersoort aantal minimumafmetingen voor het aangegeven aantal dieren bijkomende oppervlakte per bijkomend dier bijzondere eisen
buitenverblijf binnenverblijf
opper-vlakte
(m2)
hoogte (m) opper-vlakte
(m2)
hoogte (m) buiten (m2) binnen (m2)
Enhydra lutris 2 10 - - - 0 - f g
Phoca vitulina 3-4 20 - - - 5 - f g
Halichoerus grypus 3-4 20 - - - 5 - f g
Arctocephalus pusillus 3-4 40 - - - 5 - a b(0) e f g
Zalophus californianus 3-4 40 - - - 5 - a b(0) e f g
Otaria flavescens 3-4 40 - - - 5 - a e f g
Eumetopias jubatus 3-4 50 - - - 5 - a e f g
Odobenus rosmarus 3-4 100 - - - 15 - e f g

Tabel 2. Minimumnormen voor de bassins
diersoort aantal bassin
minimumafmetingen voor het aangegeven aantal dieren
bijkomende oppervlakte per bijkomend dier (m2) bijzondere eisen
oppervlakte
(m2)
diepte
(m)
Enhydra lutris 2 80 3 op 100% van de vereiste oppervlakte van het bassin 20 c(5;5) d
Phoca vitulina 3-4 80 2 op 50% van de vereiste oppervlakte van het bassin 10 d
Halichoerus grypus 3-4 200 2,5 op 50% van de vereiste oppervlakte van het bassin 20 c(6;2,8) d
Arctocephalus pusillus 3-4 160 2 op 100% van de vereiste oppervlakte van het bassin 20 c(6;3) d
Zalophus californianus 3-4 160 2,5 op 100% van de vereiste oppervlakte van het bassin 20 c(6;3) d
Otaria flavescens 3-4 160 2,5 op 100% van de vereiste oppervlakte van het bassin 20 c(6;3) d
Eumetopias jubatus 3-4 200 3 op 100% van de vereiste oppervlakte van het bassin 50 c(7;3,5) d
Odobenus rosmarus 3-4 400 3,5 op 87% van de vereiste oppervlakte van het bassin 50 c(8;4) d

Tabel 3. Bijzondere eisen
Eenvoudige vaste klimstructuur. a
Als de temperatuur daalt onder de temperatuur die tussen haakjes aangegeven is, hebben alle individuen toegang tot een ruimte of een plek met een significant hogere temperatuur. b(...)
Er is duikmogelijkheid in een plaatselijk dieper gedeelte van het bassin. De cijfers tussen haakjes geven de minimale afmetingen aan van die duikmogelijkheid, waarbij x de diameter is en y de diepte, allebei uitgedrukt in meter. c(x;y)
Het bassinwater bestaat uit natuurlijk of kunstmatig zeewater, met een zoutgehalte van minimaal 22 ppt. d
Mannelijke dieren kunnen tijdelijk in een geschikt verblijf afgezonderd worden van de groep als dat noodzakelijk is om het welzijn van alle dieren te garanderen. De noodzaak en de tijdelijkheid worden gedocumenteerd. e
De breedte van het landoppervlak is ten minste gelijk aan de lichaamslengte van het grootste dier en grenst zo veel mogelijk aan het bassin. f
De dieren hebben de mogelijkheid om soortgenoten en het publiek te mijden en om zich te verstoppen. Er is een visuele barrière. g


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 24/05/2024