Decreet houdende een circusbeleid (citeeropschrift: "Circusdecreet van 1 maart 2019")

Datum 01/03/2019

Versie geldig op 01/09/2020

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2. Doelstelling en organisatie
    1. Afdeling 1. Doelstelling
    2. Afdeling 2. Organisatie van de kwaliteitsbeoordeling
  3. HOOFDSTUK 3. Structurele ondersteuning
    1. Afdeling 1. Subsidiëren van circuswerkplaatsen
    2. Afdeling 2. Subsidiëren van circusateliers
    3. Afdeling 3. Subsidiëren van circusgezelschappen
  4. HOOFDSTUK 4. Projectsubsidies voor creatie en spreiding van circuskunstproducties en voor festivals
    1. Afdeling 1. Subsidiëren van creatie en spreiding van circuskunstproducties
    2. Afdeling 2. Subsidiëren van festivals
  5. HOOFDSTUK 5. Subsidiëren van een Circuscentrum
  6. HOOFDSTUK 6. Ontwikkelingsgerichte beurzen voor individuele circuskunstenaars
  7. HOOFDSTUK 7. Subsidies voor internationale reiskosten
  8. HOOFDSTUK 8. Toekenning, uitbetaling en toezicht
  9. HOOFDSTUK 9. Slotbepalingen

Inhoud

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (12/04/2019- ...)

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Artikel 2. (12/04/2019- ...)

Dit decreet wordt aangehaald als het Circusdecreet van 1 maart 2019.

Artikel 3. (12/04/2019- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder:
1° circuskunst: de kunstuiting waarbij hoofdzakelijk (lucht)acrobatie, evenwichtskunsten, objectmanipulatie, clownerie, goochelen, dressuur of circustheater wordt beoefend;
2° circuskunstproductie: een publiekgericht aanbod waarbij de beoefening van de circuskunst centraal staat;
3° circuskunstenaar: de beoefenaar van de circuskunsten;
4° administratie: de dienst van de Vlaamse Regering die bevoegd is voor het circusbeleid;
5° circuswerkplaats: de organisatie die circuscreatie, circuspresentatie, circusontwikkeling en circusparticipatie als kerntaak heeft;
6° circusatelier: de organisatie die circuseducatie als kerntaak heeft;
7° deelnemersuren: de duur in uren aan circuseducatieve activiteiten, vermenigvuldigd met het aantal aanwezige deelnemers;
8° festival: de organisatie die circuspresentatie als kerntaak heeft;
9° beleidsperiode: een periode van vijf jaar waarvoor een organisatie een subsidie kan krijgen;
10° projectsubsidie: een subsidie die toegekend wordt ter ondersteuning van specifieke kosten die voortvloeien uit een activiteit in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Die activiteit kan zowel qua opzet of doelstelling als in tijd worden afgebakend;
11° verordening (EU) nr. 651/2014: de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
12° werkingssubsidie: een subsidie die toegekend wordt ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten die voortvloeien uit een structurele activiteit in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Die activiteit vertoont een continu en permanent karakter;
13° beurs: een subsidie aan een circuskunstenaar om uitzonderlijke inspanningen op het gebied van de circuskunsten mogelijk te maken of om de circuskunstenaar mogelijkheden te bieden tot persoonlijk initiatief op het gebied van zijn professionele traject;
14° beoordelingscommissie: een commissie als vermeld in artikel 10.

Artikel 4. (12/04/2019- ...)

De kredieten opgenomen in het jaarlijkse decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap bepalen het maximale bedrag dat in het jaar in kwestie kan worden aangewend voor de uitvoering van dit decreet. De aanmeldingsdrempels voor investerings- en exploitatiesteun voor cultuur, vermeld in de verordening (EU) nr. 651/2014, worden in acht genomen.

HOOFDSTUK 2. Doelstelling en organisatie

Afdeling 1. Doelstelling

Artikel 5. (12/04/2019- ...)

Dit decreet heeft als doel om de circuskunsten in Vlaanderen te stimuleren, te ondersteunen en kansen op verdere ontwikkeling, ontplooiing en groei te bieden, waardoor de kwaliteit van circuskunst verhoogt en een groter en meer divers publiek wordt bereikt.

Artikel 6. (12/04/2019- ...)

Dit decreet voorziet daartoe in de volgende instrumenten:
1° structurele ondersteuning van circuswerkplaatsen;
2° structurele ondersteuning van circusateliers;
3° structurele ondersteuning van een circuscentrum;
4° projectsubsidies voor creaties;
5° projectsubsidies voor festivals;
6° ontwikkelingsgerichte beurzen voor individuele circuskunstenaars;
7° subsidies voor internationale reiskosten;
8° structurele ondersteuning van circusgezelschappen.

Artikel 7. (12/04/2019- ...)

Alle steun die wordt toegekend op grond van dit decreet, wordt verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in de verordening (EU) nr. 651/2014.

Als de individuele aanmeldingsdrempels, vermeld in artikel 4 van de voormelde verordening, overschreden worden, wordt de voorgenomen steun voorafgaandelijk aangemeld bij de Europese Commissie.

De instrumenten, vermeld in artikel 6, worden toegepast met inachtneming van de volgende voorwaarden, vermeld in verordening (EU) nr. 651/2014:
1° dossiers van subsidieontvangers tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij de steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard met de interne markt, zijn uitgesloten;
2° dossiers van subsidieontvangers die voldoen aan de definitie van onderneming in moeilijkheden, vermeld in artikel 2, 18°, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, zijn uitgesloten;
3° dossiers die bij toekenning van de subsidie tot een schending van het Unierecht als vermeld in artikel 1, lid 5, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening zouden leiden, zijn uitgesloten;
4° bij de berekening van de steunintensiteit en de in aanmerking komende kosten zijn alle bedragen die worden gebruikt, de bedragen vóór aftrek van belastingen of andere heffingen. De in aanmerking komende kosten worden gestaafd met bewijsstukken die duidelijk gespecificeerd en actueel zijn;
5° als steun in een andere vorm dan een subsidie wordt toegekend, is het steunbedrag het brutosubsidie-equivalent van de steun;
6° steun die in meerdere delen wordt uitgekeerd, wordt gedisconteerd tot de waarde ervan op het tijdstip van de toekenning van de steun. De in aanmerking komende kosten worden gedisconteerd tot hun waarde op het tijdstip van de toekenning van de steun.

De steunintensiteit per begunstigde is conform artikel 53, lid 6 tot en met lid 9, van de voormelde verordening.

De verplichtingen voor de publicatie en de informatie, vermeld in artikel 9 van de voormelde verordening, worden nageleefd. Als een subsidieontvanger een individuele steuntoekenning krijgt van meer dan 500.000 euro, worden de gegevens, vermeld in bijlage III van de voormelde verordening, gepubliceerd op de transparantiewebsite die de Europese Commissie ontwikkeld heeft.

Overeenkomstig de artikelen 11 en 12 van verordening (EU) nr. 651/2014 worden de verplichtingen inzake verslaglegging en monitoring nageleefd.

Afdeling 2. Organisatie van de kwaliteitsbeoordeling

Artikel 8. (12/04/2019- ...)

De administratie onderzoekt of de subsidieaanvragen die worden ingediend met toepassing van artikel 11 tot en met 17, en artikel 20 en 21 voldoen aan elk van de volgende ontvankelijkheidsvoorwaarden:
1° het aanvraagdossier is tijdig ingediend;
2° het aanvraagdossier is volledig samengesteld uit de door de Vlaamse Regering bepaalde gegevens en documenten;
3° de subsidieaanvraag is ingediend door een rechtspersoonlijkheid met een niet-commercieel karakter met maatschappelijke zetel in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

In afwijking hiervan geldt de volgende regeling:
a) subsidieaanvragen als vermeld in artikel 14 kunnen ook door natuurlijke personen worden ingediend;
b) subsidieaanvragen als vermeld in artikel 20 kunnen alleen door natuurlijke personen worden ingediend;
4° het aanvraagdossier is in het Nederlands opgesteld;
5° het aanvraagdossier voldoet aan de door de Vlaamse Regering bepaalde vormelijke voorwaarden.

Om gesubsidieerd te worden en te blijven, dient de aanvrager het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens en de regelgeving over het welzijn van dieren toe te passen in de werking.

Artikel 9. (12/04/2019- ...)

De administratie beslist of voldaan is aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 8.

De administratie deelt haar beslissing over ontvankelijkheid digitaal mee aan de aanvrager.

Artikel 10. (12/04/2019- ...)

§ 1. Met het oog op de advisering over de toekenning van subsidies aan de organisaties, vermeld in artikel 11 tot en met 15, stelt de Vlaamse Regering een beoordelingscommissie samen met personen die over de nodige expertise in de circuskunsten beschikken.

De Vlaamse Regering benoemt de beoordelingscommissie voor een periode van vijf jaar. Een beoordelaar kan maximaal twee opeenvolgende mandaten vervullen.

§ 2. De Vlaamse Regering richt per beoordelingsronde voor de organisatie, vermeld in artikel 16, een afzonderlijke beoordelingscommissie op om advies uit de brengen over de aanvraag. Een beoordelaar kan voor die commissie maximaal twee opeenvolgende mandaten vervullen.

§ 3. Beoordelaars ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden en verplaatsingen. De Vlaamse Regering bepaalt de hoogte van die vergoeding en voorziet daarvoor, binnen de perken van de door het Vlaams Parlement goedgekeurde kredieten, een bedrag waarmee de werkzaamheden van de beoordelingscommissies kunnen worden vergoed.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de samenstelling van de beoordelingscommissies, de onverenigbaarheden die van toepassing zijn op de beoordelaars en voor de werking van de commissie.

Het secretariaat van de beoordelingscommissies wordt verzorgd door de administratie.

§ 4. Elke aanvrager van een werkingssubsidie als vermeld in artikel 11 tot en met 13 wordt door de beoordelingscommissie gehoord over het ingediende aanvraagdossier, met als doel elementen van het aanvraagdossier te verduidelijken.

De beoordelingscommissie kan in haar advies rekening houden met de ingebrachte elementen uit de hoorzitting.

HOOFDSTUK 3. Structurele ondersteuning

Afdeling 1. Subsidiëren van circuswerkplaatsen

Artikel 11. (12/04/2019- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering kan circuswerkplaatsen subsidiëren.

Om een subsidie als circuswerkplaats te krijgen, dient de organisatie een aanvraag in die bestaat uit een beleidsplan voor vijf jaar. Het beleidsplan bestaat uit:
1° een inhoudelijk deel voor de volgende beleidsperiode;
2° een zakelijk deel voor de volgende beleidsperiode.

De organisaties die subsidies als vermeld in artikel 12 tot en met 16 ontvangen, komen niet in aanmerking voor subsidies voor circuswerkplaatsen op basis van dit artikel.

§ 2. Het beleidsplan, vermeld in paragraaf 1, wordt getoetst aan de volgende kwaliteitscriteria:
1° de profilering, positionering en uitstraling van de aanvrager, zowel landelijk als internationaal;
2° de langetermijnvisie;
3° de wijze waarop de aanvrager zich richt naar zowel professionele als niet-professionele circuskunstenaars;
4° de artistieke kwaliteit;
5° de samenwerking en netwerking met het nationale en internationale circus- en kunstenveld;
6° de haalbaarheid en concrete uitwerking van de subsidieaanvraag, op het vlak van de financiering, timing en praktische organisatie.

§ 3. De administratie legt de subsidieaanvragen voor aan de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie formuleert een preadvies, dat aan de organisatie wordt bezorgd. De organisatie kan daarop een reactie formuleren. Die schriftelijke reactie mag geen nieuwe inhoudelijke of zakelijke elementen bevatten en alleen betrekking hebben op
feitelijke onjuistheden in het geformuleerde preadvies. Na onderzoek wordt een definitief advies geformuleerd. Op basis van het advies van de beoordelingscommissie formuleert de administratie een ontwerp van beslissing.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het indienen en de termijnen voor de behandeling van de schriftelijke reactie, vermeld in paragraaf 3.

Afdeling 2. Subsidiëren van circusateliers

Artikel 12. (12/04/2019- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering kan circusateliers subsidiëren.

Om in aanmerking te komen voor subsidiëring als circusatelier, dient de organisatie een subsidieaanvraag in waarin ze aantoont dat ze in het jaar voorafgaand aan de aanvraag minimaal 10.000 deelnemersuren heeft gerealiseerd waarbij circuseducatie centraal staat. Daarnaast dient de organisatie een beleidsplan in waarin ze haar inhoudelijk en zakelijk beleid voor vijf jaar uittekent.

Het beleidsplan, vermeld in het tweede lid, bestaat uit:
1° een inhoudelijk deel voor de volgende beleidsperiode;
2° een zakelijk deel voor de volgende beleidsperiode.

De organisaties die subsidies als vermeld in artikel 11, 13, 14, 15 en 16 ontvangen, komen niet in aanmerking voor subsidies voor circusateliers op basis van dit artikel.

§ 2. Het beleidsplan, vermeld in paragraaf 1, wordt getoetst aan de volgende kwaliteitscriteria:
1° de profilering en positionering van het circusatelier;
2° de langetermijnvisie;
3° de kwaliteit van het educatief aanbod;
4° het bereik van een breed en divers publiek;
5° de haalbaarheid en concrete uitwerking van het beleidsplan op het vlak van financiering, timing en praktische organisatie.

§ 3. Circusateliers komen niet in aanmerking voor subsidiëring op basis van artikel 9 tot en met 11 van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid.

§ 4. De administratie legt de subsidieaanvragen voor aan de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie formuleert een preadvies, dat aan de organisatie wordt bezorgd. De organisatie kan daarop een reactie formuleren. Die schriftelijke reactie mag geen nieuwe inhoudelijke of zakelijke elementen bevatten en alleen betrekking hebben op feitelijke onjuistheden in het geformuleerde preadvies. Na onderzoek wordt een definitief advies geformuleerd. Op basis van het advies van de beoordelingscommissie formuleert de administratie een ontwerp van beslissing.

§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het indienen en de termijnen voor de behandeling van de schriftelijke reactie, vermeld in paragraaf 4.

Afdeling 3. Subsidiëren van circusgezelschappen

Artikel 13. (12/04/2019- ...)

§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder circusgezelschap: een organisatie die het creëren en spreiden van circuskunstproducties als kerntaak heeft.

De Vlaamse Regering kan circusgezelschappen subsidiëren.

De organisaties die subsidies als vermeld in artikel 11, 12, 15 en 16 ontvangen, komen niet in aanmerking voor subsidies voor circusgezelschappen op basis van dit artikel.

Om een subsidie als circusgezelschap te krijgen, dient de organisatie een aanvraag in die bestaat uit een beleidsplan voor vijf jaar. Het beleidsplan bestaat uit:
1° een inhoudelijk deel voor de volgende beleidsperiode;
2° een zakelijk deel voor de volgende beleidsperiode.

§ 2. Het beleidsplan, vermeld in paragraaf 1, wordt getoetst aan de volgende kwaliteitscriteria:
1° de profilering, positionering en uitstraling van de aanvrager, zowel landelijk als internationaal;
2° de langetermijnvisie;
3° de artistieke kwaliteit van het gezelschap, aangetoond op basis van een beschrijving van een werking van minstens twee jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag, en de voorgestelde werking zoals beschreven in het beleidsplan;
4° vooruitzichten op spreiding, zowel landelijk als internationaal;
5° de haalbaarheid en concrete uitwerking van de subsidieaanvraag, op het vlak van de financiering, timing en praktische organisatie.

§ 3. De administratie legt de subsidieaanvragen voor aan de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie formuleert een preadvies, dat aan de organisatie wordt bezorgd. De organisatie kan daarop een reactie formuleren. Die schriftelijke reactie mag geen nieuwe inhoudelijke of zakelijke elementen bevatten en alleen betrekking hebben op feitelijke onjuistheden in het geformuleerde preadvies. Na onderzoek wordt een definitief advies geformuleerd. Op basis van het advies van de beoordelingscommissie formuleert de administratie een ontwerp van beslissing.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het indienen en de termijnen voor de behandeling van de schriftelijke reactie, vermeld in paragraaf 3.

HOOFDSTUK 4. Projectsubsidies voor creatie en spreiding van circuskunstproducties en voor festivals

Afdeling 1. Subsidiëren van creatie en spreiding van circuskunstproducties

Artikel 14. (12/04/2019- ...)

De Vlaamse Regering kan de creatie van circuskunstproducties subsidiëren. Dezelfde productie kan in het kader van de toepassing van dit artikel maximaal drie opeenvolgende jaren worden gesubsidieerd.

De organisaties die subsidies als vermeld in artikel 11, 12, 13, 15 en 16 ontvangen, komen niet in aanmerking voor subsidies voor creatie en spreiding op basis van dit artikel.

Om te worden gesubsidieerd voor de creatie van een circuskunstproductie, dient de organisatie of de kunstenaar een subsidieaanvraag in. Die aanvraag wordt getoetst aan de volgende kwaliteitscriteria:
1° de profilering en positionering van de organisatie of de kunstenaar binnen het circusveld;
2° de artistieke kwaliteit van de productie;
3° het bereik van een breed en divers publiek;
4° de vooruitzichten op spreiding van het ingediende project;
5° de haalbaarheid en concrete uitwerking van de subsidieaanvraag, op het vlak van financiering, timing en praktische organisatie.

De administratie legt de subsidieaanvragen voor aan de beoordelingscommissie. Op basis van het advies van de beoordelingscommissie formuleert de administratie een ontwerp van beslissing.

Afdeling 2. Subsidiëren van festivals

Artikel 15. (12/04/2019- ...)

De Vlaamse Regering kan festivals subsidiëren waar de presentatie van circuskunstproducties centraal staat. Een organisatie kan voor een festival subsidies aanvragen voor maximaal drie opeenvolgende jaren. Na afloop van de subsidieperiode kan een nieuwe aanvraag worden ingediend.

De organisaties die subsidies als vermeld in artikel 11, 12, 13, 14 en 16 ontvangen, komen niet in aanmerking voor subsidies voor festivals op basis van dit artikel.

Om te worden gesubsidieerd voor een festival, dient de organisatie een subsidieaanvraag in. Die aanvraag wordt getoetst aan de volgende kwaliteitscriteria:
1° de profilering en positionering van het festival;
2° de artistieke kwaliteit van en de mate waarin de circuskunsten in het festivalprogramma zijn opgenomen;
3° het bereik van een breed en divers publiek;
4° de Vlaamse en internationale uitstraling van het festivalprogramma, onder meer door de aanwezigheid van in hoofdzaak Vlaamse en internationaal gereputeerde circuskunstproducties;
5° de haalbaarheid en concrete uitwerking van de subsidieaanvraag op het vlak van financiering, timing, praktische organisatie, communicatie en promotie.

De administratie legt de subsidieaanvragen voor aan de beoordelingscommissie. Op basis van het advies van de beoordelingscommissie formuleert de administratie een ontwerp van beslissing.

HOOFDSTUK 5. Subsidiëren van een Circuscentrum

Artikel 16. (12/04/2019- ...)

De Vlaamse Regering kan een werkingssubsidie toekennen aan een organisatie met als doel de ondersteuning van de circussector.

Een organisatie als vermeld in het eerste lid heeft de volgende kerntaken:
1° praktijkondersteuning: de organisatie levert als antwoord op praktijkvragen een actieve dienstverlening met het oog op deskundigheidsbevordering, kwaliteitsbevordering, relevante maatschappelijke en sectorgebonden evoluties, innovatie, professionalisering en een duurzame ontwikkeling van het professionele veld. De organisatie begeleidt individuen en organisaties bij de uitbouw van hun circuspraktijk;
2° praktijkontwikkeling: de organisatie levert een bijdrage aan een continue ontwikkeling van het veld, op basis van evaluatie, onderzoek en kennisontwikkeling. Op verzoek stelt de organisatie ook haar terreinkennis en specifieke expertise ter beschikking aan de administratie met het oog op beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsevaluatie. Zowel het opstellen van een onderzoeksagenda als het uitbesteden van het benodigde onderzoek wordt geformaliseerd in een gecoördineerd Afsprakenkader Onderzoek, in samenspraak met de administratie;
3° beeldvorming en promotie: de organisatie organiseert en coördineert sectorale activiteiten die de kennis over het veld bevorderen, die relevante sectorale thema's onder de aandacht brengen en die de praktijkgemeenschap versterken en promoten, zowel binnen Vlaanderen als internationaal;
4° platform: de organisatie functioneert als draaischijf tussen de verschillende actoren in de sector en faciliteert daarbinnen actief ontmoetingen, dialoog, netwerkgelegenheid en samenwerking. De organisatie kan ook een rol opnemen met betrekking tot thematische en territoriale vraagstukken, maar in samenspraak met relevante thematische of territoriale expertisecentra.

De organisatie realiseert haar kerntaken binnen een netwerk van circuskunstorganisaties en in afstemming met andere relevante actoren in Vlaanderen en internationaal.

De Vlaamse Regering kan de kerntaken van de organisatie als vermeld in het eerste lid nader bepalen. De Vlaamse Regering kan daarbij nader bepalen wat een Afsprakenkader Onderzoek inhoudt, alsook zijn geldigheidsduur, de te bevatten elementen, hoe en met wie een Afsprakenkader Onderzoek wordt opgesteld en wanneer en op welke wijze dat wordt bekendgemaakt.

Een benoeming tot lid van de raad van bestuur of algemene vergadering van de organisatie is onverenigbaar met:
1° een functie als personeelslid van een belangenbehartiger voor een culturele sector of discipline;
2° een functie als lid van de raad van bestuur van een belangenbehartiger voor een culturele sector of discipline;
3° een functie als personeelslid in dienst van de Vlaamse overheid, dat in het kader van zijn functie betrokken is bij de uitvoering van dit decreet;
4° een mandaat als lid van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media zoals opgericht bij het decreet van 30 november 2007 houdende de oprichting van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media.

Artikel 17. (12/04/2019- ...)

Een aanvraag van een werkingssubsidie als vermeld in artikel 16, eerste lid, wordt ingediend voor de volledige beleidsperiode.

De volgende beoordelingscriteria zijn van toepassing voor de toekenning en de bepaling van het bedrag van de subsidie-enveloppe:
1° de kwaliteit van de aanwezige expertise;
2° de wijze waarop de doelstelling, vermeld in artikel 16, eerste lid, en de kerntaken, vermeld in artikel 16, tweede lid, worden opgenomen;
3° de mate waarin de werking inspeelt op de noden van de circuskunst, beheerders ervan of actoren in het circusveld;
4° de schaalgrootte en de landelijke reikwijdte van de werking;
5° de samenwerking en netwerking, zowel binnen Vlaanderen als internationaal;
6° de wijze waarop ondersteuning geboden wordt aan het doel, vermeld in artikel 5;
7° de mate waarin de noden van organisaties en stakeholders die tot de doelgroep van de dienstverlening horen, in kaart gebracht zijn via een sectorbrede bevraging, en beantwoord worden in de werking en in de beleidsnota van de organisatie;
8° de kwaliteit van het zakelijke beheer en de haalbaarheid en het realiteitsgehalte van de begroting. De noodzaak van een subsidie-enveloppe wordt aangetoond in de begroting, rekening houdend met de eigen ontvangsten uit de werking.

Artikel 18. (12/04/2019- ...)

De Vlaamse Regering sluit met de organisatie een beheersovereenkomst.

Een beheersovereenkomst als vermeld in het eerste lid heeft een duur van vijf werkjaren en gaat in bij de start van een beleidsperiode zoals bepaald in artikel 3, 9°.

Een beheersovereenkomst als vermeld in het eerste lid bevat minstens bepalingen over:
1° de missie;
2° de invulling van de kerntaken;
3° de eventuele bijkomende opdrachten die de Vlaamse Regering geeft;
4° de samenwerking, naargelang de inhoudelijke noodzaak, met andere organisaties, binnen of buiten het werkveld van de circuskunsten;
5° de modaliteiten voor het gebruik van de infrastructuur van de Vlaamse Gemeenschap, als dat van toepassing is;
6° de toegekende subsidie-enveloppe per werkjaar.

Artikel 19. (12/04/2019- ...)

De Vlaamse Regering sluit een beheersovereenkomst als vermeld in artikel 18 voor de aanvang van een beleidsperiode.

Als de Vlaamse Regering een beheersovereenkomst niet tijdig sluit, blijft de lopende beheersovereenkomst van kracht.

Als de Vlaamse Regering niet tijdig een beheersovereenkomst sluit, en er geen lopende beheersovereenkomst is, is de subsidie-enveloppe van het Circuscentrum, bij gelijke werking en opdracht, gelijk aan de subsidie-enveloppe die op basis van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor de voorgaande beleidsperiode is toegekend.

HOOFDSTUK 6. Ontwikkelingsgerichte beurzen voor individuele circuskunstenaars

Artikel 20. (12/04/2019- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering kan ontwikkelingsgerichte beurzen voor individuele circuskunstenaars subsidiëren. Opleidingen die thuishoren binnen het reguliere onderwijscircuit komen niet in aanmerking voor subsidies voor ontwikkelingsgerichte beurzen op basis van dit artikel.

Een aanvraag van een ontwikkelingsgerichte beurs voor circuskunstenaars wordt getoetst aan de volgende kwaliteitscriteria:
1° de ingediende motivatie;
2° het groeipotentieel van de circuskunstenaar;
3° de bijdrage aan de ontwikkeling van het traject van de circuskunstenaar.

§ 2. Een circuskunstenaar kan maximaal één beurs per jaar ontvangen.

De tegemoetkoming bedraagt maximaal 80 % van de verblijf- en studiekosten en van de internationale reiskosten.

§ 3. De ontwikkelingsgerichte beurs kan voor maximaal een jaar worden toegekend.

De administratie formuleert een advies over de aanvragen.

HOOFDSTUK 7. Subsidies voor internationale reiskosten

Artikel 21. (12/04/2019- ...)

De Vlaamse Regering kan de internationale reiskosten van circuskunstproducties subsidiëren. Alleen circuskunstproducties die deelnemen aan een buitenlands festival of evenement met internationale uitstraling komen in aanmerking voor die subsidie.

De organisaties die subsidies als vermeld in artikel 12, 13, 15 en 16 ontvangen, komen niet in aanmerking voor subsidies voor internationale reiskosten op basis van dit artikel.

Om te worden gesubsidieerd voor internationale reiskosten van een circuskunstproductie, dient de organisatie een subsidieaanvraag in. Die aanvraag wordt getoetst aan de volgende kwaliteitscriteria:
1° het belang van deelname aan het buitenlands festival of evenement voor de aanvrager of de bijdrage die de deelname biedt aan de internationale uitstraling van de Vlaamse circuskunsten;
2° de internationale uitstraling van het buitenlands festival of evenement;
3° de haalbaarheid en concrete uitwerking van de subsidieaanvraag op het vlak van de financiering, timing en praktische organisatie van de deelname.

De administratie formuleert een advies over de aanvragen.

HOOFDSTUK 8. Toekenning, uitbetaling en toezicht

Artikel 22. (12/04/2019- ...)

Vanaf het ogenblik dat hij een belofte van subsidiëring ontvangt, moet elke begunstigde het logo van de Vlaamse Gemeenschap opnemen op alle informatiedragers die betrekking hebben op initiatieven die gesubsidieerd worden in het kader van dit decreet.

Artikel 23. (12/04/2019- 31/12/2020)

§ 1. De projectsubsidies, vermeld in artikel 14, 15, 20 en 21, worden per jaar als volgt beschikbaar gesteld:
1° een voorschot van 80 % van de subsidie wordt uitbetaald na de ondertekening van het besluit waarin de subsidie wordt toegekend;
2° het saldo van maximaal 20 % van de subsidie wordt uitbetaald nadat de administratie heeft vastgesteld dat de voorwaarden waaronder de subsidie toegekend werd, nageleefd zijn en dat de subsidie is aangewend voor de doeleinden waarvoor ze is verleend. Dat blijkt uit het financieel en inhoudelijk verslag.

De organisatie stuurt voor elk jaar waarin de projectsubsidie wordt toegekend een financieel en inhoudelijk verslag naar de administratie.

Alleen kosten die gemaakt zijn in de looptijd van het project komen in aanmerking. Als de nettokosten, dat zijn de aangetoonde kosten, verminderd met de inkomsten die voortvloeien uit de realisatie van het project of product, minder bedragen dan de ontvangen subsidie, wordt het verschil teruggevorderd.

De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen met betrekking tot de vorm, de termijnen en de wijze van indienen van het financieel en inhoudelijk verslag.

§ 2. De werkingssubsidies, toegekend op basis van artikel 11, 12, 13 en 16, worden elk werkjaar als volgt uitbetaald:
1° een voorschot van 45 % van de toegekende jaarlijkse subsidie-enveloppe wordt betaald vanaf 1 februari;
2° een voorschot van 45 % van de toegekende jaarlijkse subsidie-enveloppe wordt betaald vanaf 1 juli;
3° een saldo van maximaal 10 % wordt betaald in het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkjaar en na nazicht van het jaarlijks in te dienen financiële verslag en werkingsverslag. Samen met het financiële verslag wordt bij de administratie een verslag ingediend van een bedrijfsrevisor die lid is van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren of van een externe accountant die geen andere opdrachten vervult voor de organisatie.

De Vlaamse Regering bepaalt de datum van indiening van de verslagen, vermeld in het eerste lid, 3°.

De subsidie bestaat uit de subsidiëring van een kern van personeelsleden en de jaarlijkse toekenning van een basistoelage voor de werking en de subsidiëring op grond van werkelijk gepresteerde activiteiten.

§ 3. De Vlaamse Regering kan jaarlijks de werkingssubsidies, vermeld in artikel 11, 12, 13 en 16, binnen de perken van het krediet dat goedgekeurd is door het Vlaams Parlement, aanpassen aan het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen.

Voor het gedeelte werkingskosten van de subsidie-enveloppe, vermeld in het eerste lid, wordt het prijsindexcijfer beperkt tot 75 %, tenzij de Vlaamse Regering een ander percentage bepaalt.

Artikel 24. (12/04/2019- ...)

De subsidieaanvragen voor structurele werkingssubsidies als vermeld in artikel 11, 12, 13 en 16 worden ingediend bij de administratie uiterlijk op 1 mei van het jaar dat voorafgaat aan de periode waarvoor subsidie gevraagd wordt. De administratie bezorgt het preadvies voor zover van toepassing aan de organisatie in kwestie uiterlijk op 1 juli van datzelfde jaar en bezorgt uiterlijk op 1 september het definitieve advies aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 1 oktober van datzelfde jaar.

De subsidieaanvragen voor projectsubsidies als vermeld in artikel 14 en 15 worden ingediend bij de administratie uiterlijk op 1 maart van het jaar dat voorafgaat aan de periode waarvoor de subsidie gevraagd wordt. De administratie bezorgt het advies uiterlijk op 1 mei van datzelfde jaar aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 1 juli van datzelfde jaar.

Artikel 25. (01/01/2020- ...)

§ 1. De organisaties, vermeld in artikel 11, 12, 13 en 16, kunnen met subsidies die op basis van dit decreet zijn toegekend, een reserve aanleggen conform artikel 75 en 76 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019.

§ 2. De Vlaamse Regering kan voor de subsidies, vermeld in artikel 20 en 21, nader bepalen op welke wijze en wanneer een aanvraagdossier wordt ingediend, en op welke wijze en wanneer beslissingen worden genomen en bekendgemaakt.

De Vlaamse Regering kan de procedures voor de beoordeling van de dossiers nader bepalen.

De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor het toezicht op de subsidie en de monitoring en evaluatie van de gesubsidieerde organisaties.

HOOFDSTUK 9. Slotbepalingen

Artikel 26.

Dit artikel is nog niet in werking. Hieronder vindt u de eerste "toekomstige versie".

(01/01/2021- ...)

Het Circusdecreet van 21 november 2008, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2013, wordt opgeheven.

Artikel 27. (12/04/2019- ...)

De subsidies, vermeld in artikel 11 tot en met 16, 20 en 21, worden voor het eerst verleend in het jaar 2021.

Werkingssubsidies kunnen maar om de vijf jaar worden aangevraagd. De aanvragen voor de eerste beleidsperiode worden ingediend uiterlijk op 1 mei 2020.

Artikel 28. (12/04/2019- ...)

Meerjarige overeenkomsten met als einddatum 31 december 2019, afgesloten op basis van artikel 10 van het Circusdecreet van 21 november 2008, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet, worden verlengd tot 31 december 2020.

Artikel 29. (12/04/2019- ...)

De beheersovereenkomst met het Circuscentrum, afgesloten op basis van artikel 21 van het Circusdecreet van 21 november 2008, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet, wordt verlengd tot 31 december 2020.

Artikel 30. (12/04/2019- ...)

Vzw Cirkus in Beweging, vzw Circusplaneet, vzw Circus Zonder Handen en vzw Circolito worden met ingang van 1 januari 2019 niet langer gesubsidieerd krachtens artikel 11 van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid.

Aan volgende organisaties worden voor 2019 en 2020 telkens de volgende subsidiebedragen toegekend:
1° vzw Cirkus in Beweging 128.943.77 euro;
2° vzw Circusplaneet 131.006,53 euro;
3° vzw Circus Zonder Handen 81.006,53 euro;
4° vzw Circolito 81.006,53 euro;
5° vzw Woesh 100.000 euro.

Artikel 31. (12/04/2019- ...)

Het Circusdecreet van 21 november 2008, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet, blijft van toepassing voor het toezicht op de subsidies, verleend op basis van het voormelde decreet.

Artikel 32. (12/04/2019- ...)

Artikel 26 treedt in werking op 1 januari 2021.