Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren

Datum 15/02/2019

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Wijzigingsbepalingen
  2. HOOFDSTUK 2. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, artikel 4, gewijzigd bij de wet van 27 december 2012 en het decreet van 13 juli 2018, artikel 5, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1995, 22 december 2003, 23 juni 2004 en 27 december 2012 en bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001, artikel 9, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1995 en 1 maart 2007 en het decreet van 13 juli 2018, artikel 10, vervangen bij de wet van 4 mei 1995, en artikel 12, vervangen bij de wet van 4 mei 1995 en gewijzigd bij de wet van 11 mei 2007;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 2 juli 2018;

Gelet op advies 63.978/3 van de Raad van State, gegeven op 15 oktober 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. Wijzigingsbepalingen (... - ...)

Artikel 1. (21/04/2019- ...)

In artikel 1bis van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren, vernummerd bij het koninklijk besluit van 14 september 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in punt 1° worden de woorden "professionele kwekerij" vervangen door het woord "beroepskwekerij";

2° punt 1° /1 en punt 1° /2 worden vervangen door wat volgt :

"1° /1 hobbykweker : hij die per kalenderjaar ten hoogste vijf nesten honden of katten van ten hoogste drie verschillende rassen of kruisingen toegelaten conform artikel 19, § 3, kweekt;
1° /2 beroepskweker : hij die per kalenderjaar meer dan vijf nesten honden of katten kweekt of met meer dan drie verschillende rassen of kruisingen toegelaten conform artikel 19, § 3, kweekt;";

3° punt 1° /4 wordt vervangen door wat volgt :

"1° /4 occasionele kweker : hij die minder dan drie nesten honden of katten per kalenderjaar kweekt;";

4° in punt 6° worden de woorden "de Minister of Staatssecretaris tot wiens bevoegdheid de dierenbescherming behoort" vervangen door de zinsnede "de Vlaamse minister, bevoegd voor het dierenwelzijn";

5° punt 7° wordt vervangen door wat volgt :

"dienst : de subentiteit van het Departement Omgeving die bevoegd is voor het dierenwelzijn;";

6° er wordt een punt 12° en een punt 13° toegevoegd, die luiden als volgt :

"12° paard : een gedomesticeerde eenhoevige die behoort tot het geslacht Equus, en kruisingen daarvan;
13° Departement Omgeving : het departement, vermeld in artikel 29, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.".

Artikel 2. (21/04/2019- ...)

In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :

"Voor de uitbating van een inrichting is de erkenning, vermeld in artikel 5, § 1, van de wet, vereist.";

2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :

" § 3. In geval van uitbreiding van de inrichting of wijziging van de gehouden diersoorten wordt een nieuwe erkenningsaanvraag ingediend.";

3° in paragraaf 5 wordt het tweede lid opgeheven;

4° in paragraaf 5/1 worden de woorden "inspectiedienst dierenwelzijn" vervangen door het woord "dienst";

5° in paragraaf 5/1 wordt het woord "definitieve" opgeheven;

6° in paragraaf 6 wordt de zin "In alle gevallen maakt de beslissing over de toekenning of de weigering van een erkenning van rechtswege een einde aan de eventueel afgeleverde voorlopige erkenning." opgeheven;

7° in paragraaf 6 wordt het derde lid opgeheven.

Artikel 3. (21/04/2019- ...)

In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zin "Een monotone omgeving wordt vermeden." vervangen door de zin "De inrichting van het verblijf is erop gericht om alle dieren voldoende afwisseling en stimulatie te geven.";

2° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt :

" § 5. De lokalen waarin de dieren gehuisvest worden, zijn uitgerust met een brandalarmsysteem dat in geval van brand een alarmcentrale verwittigt. Het telefoonnummer van de persoon die in geval van nood buiten de openingsuren gecontacteerd kan worden, is op leesbare wijze aangebracht aan de ingang van de inrichting.

In afwijking van het eerste lid kan het brandalarmsysteem vervangen worden door optische rookmelders in een occasionele kwekerij van katten en in een hobbykwekerij die op dezelfde plaats ligt als het woonhuis van de verantwoordelijke of dat van zijn personeel, of waar permanent toezicht aanwezig is. In dat geval is het aanbrengen van het telefoonnummer niet verplicht.".

Artikel 4. (21/04/2019- ...)

Aan artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, worden een tweede tot en met vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt :

"Uitgezonderd in occasionele kwekerijen van katten en hobbykwekerijen is ten minste de verantwoordelijke of een vast personeelslid in het bezit van een van de volgende diploma's of getuigschriften :
1° een diploma dierenzorg, op het niveau van secundair onderwijs;
2° een diploma bachelor agro- en biotechnologie : dierenzorg;
3° een diploma bachelor diergeneeskunde;
4° een getuigschrift asielmedewerker, uitgereikt na het volgen van een opleiding georganiseerd door de Vlaamse overheid;
5° diploma's of getuigschriften die door de minister als evenwaardig zijn erkend als de diploma's of getuigschriften, vermeld in punt 1° tot en met 4°.

Om een opleiding als evenwaardig te laten erkennen, bezorgt de organisator een inhoudelijke samenvatting van het opleidingsprogramma aan de dienst. De minister beslist binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag over de erkenning.

De lijst van erkende opleidingen wordt gepubliceerd op de website van het Departement Omgeving.

De verantwoordelijke zorgt ervoor dat de personen die betrokken zijn bij de verzorging van de dieren en die niet in het bezit zijn van een van de diploma's of getuigschriften, vermeld in het tweede lid, een interne opleiding krijgen. De minister kan de inhoud van die opleiding en de opleidingsfrequentie bepalen.".

Artikel 5. (21/04/2019- ...)

In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :

"De verantwoordelijke ontbiedt de contractdierenarts voor de controlebezoeken, met de volgende minimale frequentie :
1° in honden- en kattenkwekerijen :
a) hobbykweker : ten minste twee bezoeken per geboren nestje;
b) beroepskweker : één bezoek per maand, met een minimum van twee bezoeken per geboren nestje;
c) kweker-handelaar : ten minste één bezoek per maand, met een minimum van twee bezoeken per geboren nestje voor de nestjes die hij zelf kweekt;
2° in dierenasielen :
a) één bezoek per maand als er honden, katten of paarden worden gehouden;
b) één bezoek per trimester in de andere gevallen, dan het geval, vermeld in punt a);
3° in dierenpensions :
a) één bezoek per trimester tot twintig plaatsen voor honden of katten;
b) één bezoek per maand als er meer dan twintig plaatsen voor honden of katten zijn;
4° in handelszaken voor dieren :
a) één bezoek per jaar in handelszaken die alleen vissen houden;
b) één bezoek per trimester in handelszaken die zoogdieren, vogels, reptielen of amfibieën houden.";

2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :

" § 2. De contractdierenarts vult bij elk bezoek een bezoekrapport in. Het bezoekrapport bevat de volgende informatie :
1° de datum van het controlebezoek en de handtekening van de contractdierenarts;
2° de diersoort, met het identificatieteken als dat van toepassing is, en de diagnose en de behandeling van elk dier dat hij behandelt;
3° als dat van toepassing is, het identificatieteken van de dieren die de dierenarts heeft geëuthanaseerd en de reden van de euthanasie;
4° als dat van toepassing is, afwijkend gedrag als dat voorkomt bij honden of katten, met vermelding van het identificatieteken en het vastgestelde gedrag;
5° de eventuele aanbeveling van de contractdierenarts over het welzijn, de gezondheid, de hygiëne, het gedrag en de socialisatie van de dieren.

De bezoekrapporten worden in de inrichting bewaard en worden ten minste twee jaar ter beschikking gehouden van de controlerende overheid.";

3° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt :

" § 6. Paragraaf 1 tot en met 5 zijn niet van toepassing op occasionele kwekers van katten.

Occasionele kwekers van katten raadplegen ten minste een keer per geboren nestje een dierenarts. Die dierenarts wordt belast met een controle van het welzijn, de gezondheid, de verzorging en de huisvesting, en met de noodzakelijke vaccinaties, de identificatie en de registratie van de dieren.".

Artikel 6. (21/04/2019- ...)

In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 maart 2009 en 15 november 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :

"Op voorwaarde dat de dienst een schriftelijke toelating geeft, mag in dierenasielen in uitzonderlijke gevallen van overbevolking afgeweken worden van de minimumnormen, die opgenomen zijn in bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd. De dieren mogen daarbij niet in hun welzijn geschaad worden en ze moeten dagelijks voldoende lichaamsbeweging krijgen. De periode mag in elk geval niet meer dan twee maanden per dier per jaar bedragen.";

2° in paragraaf 2 wordt de zin "Het gebruik van roostervloeren is slechts toegestaan voor een beperkt gedeelte van de hokoppervlakte en slechts mits ze voldoende steun geven
aan de poten." vervangen door de zinnen "Er worden geen roostervloeren gebruikt. Geperforeerde vloerprofielen mogen gebruikt worden, op voorwaarde dat de profielen :
1° voldoende steun geven aan de poten;
2° maar voor een beperkt deel van de hokoppervlakte worden gebruikt;
3° gemakkelijk volledig verwijderd kunnen worden;
4° niet boven een mestkelder liggen.";

3° er worden een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt :

" § 2/1. Honden hebben toegang tot een vast buitenbeloop. Als een permanente toegang niet mogelijk is, worden de honden ten minste twee uur per dag gedurende vijf dagen per week uitgelaten. De verantwoordelijke toont dat op vraag van de dienst aan, bijvoorbeeld aan de hand van camerabeelden of chipregistratie.

In afwijking van het eerste lid is toegang tot een buitenbeloop niet verplicht voor :
1° de honden die niet-gespeende jongen hebben;
2° de zieke honden;
3° de honden die in quarantaine of in het afzonderingslokaal verblijven.";
4° in paragraaf 8 wordt het woord "verzorginglokaal" vervangen door het woord "verzorgingslokaal".

Artikel 7. (21/04/2019- ...)

In artikel 9, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, wordt de zin "Het volledige spenen van de dieren gebeurt niet voor de leeftijd van zeven weken, tenzij de contractdierenarts een tegengesteld advies geeft" vervangen door de zin
"Tenzij de contractdierenarts een tegengesteld advies geeft, gebeurt het volledige spenen :
1° van honden niet voor de leeftijd van acht weken;
2° van katten niet voor de leeftijd van twaalf weken.".

Artikel 8. (21/04/2019- ...)

In hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt een afdeling 2/1, die bestaat uit artikel 12/1 tot en met 12/5, ingevoegd, die luidt als volgt :

"Afdeling 2/1. Bijzondere voorwaarden voor het houden van paarden

Onderafdeling 1. Uitrusting

Art. 12/1. Voor alle paarden is een stal en een onverharde buitenbeloop aanwezig.

Art. 12/2. De bodem van de verblijven waar de paarden worden gehouden, voorkomt uitglijden. Er wordt geen prikkeldraad of ander materiaal waaraan de dieren zich kunnen kwetsen, gebruikt.

Art. 12/3. De stallen voldoen aan al de volgende voorwaarden :
1° de afmetingen van de stal zijn aangepast aan de grootte van het paard. Het paard kan gemakkelijk gaan liggen en rechtstaan en kan zich zonder moeilijkheden draaien;
2° de deuropening is aangepast aan de grootte van het paard;
3° de stal is voldoende verlucht;
4° de vloer is effen en schoon;
5° de vloer is bedekt met een voldoende dikke laag droog, kwalitatief strooisel;
6° er is een degelijke drinkbak aanwezig;
7° als het paard krachtvoer krijgt, is een degelijke voederbak aanwezig die beschut is tegen vuil.

Art. 12/4. Het buitenbeloop voldoet aan al de volgende voorwaarden :
1° het buitenbeloop is voldoende groot zodat alle paarden tegelijkertijd kunnen neerliggen op een droge ondergrond;
2° het buitenbeloop wordt regelmatig onderhouden. De mest wordt regelmatig verwijderd;
3° er is een drinkbak aanwezig;
4° de omheining is goed onderhouden, veilig en zichtbaar voor de paarden;
5° de omheining is ten minste 1,2 meter hoog. Als er pony's in het buitenbeloop gehouden worden, bevindt het onderste niveau van de afsluiting zich op een hoogte van maximaal 40 centimeter.

Onderafdeling 2. Verzorging van paarden

Art. 12/5. De bodem en de wanden van de stallen worden schoon gehouden. De mest wordt dagelijks verwijderd.".

Artikel 9. (21/04/2019- ...)

Aan artikel 13, § 2, van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :

"Kleine knaagdieren en konijnen beschikken over een knaagvoorwerp en een mogelijkheid om zich te verstoppen.".

Artikel 10. (21/04/2019- ...)

In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in paragraaf 1 wordt de zin "Bij hagedissen en plantenetende landschildpadden wordt een UV-verlichting voorzien." vervangen door de zin "Bij reptielen, met uitzondering van slangen, wordt UV-verlichting voorzien.";

2° in paragraaf 9 worden de woorden "Mannetjes van territoriale soorten" vervangen door de woorden "Territoriale dieren".

Artikel 11. (21/04/2019- ...)

In artikel 16 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :

" § 2. Het water van elk aquarium wordt gezuiverd door een individueel of gecentraliseerd filtersysteem. Daarnaast is elk aquarium uitgerust met een individuele luchtvoorziening of een ander efficiënt verluchtingssysteem.

Het gehalte aan nitrieten (NO2) in het water is lager dan 0,3 milligram per liter.

Het niveau van filtratie en verluchting is aangepast aan het aantal vissen in het aquarium.".

Artikel 12. (21/04/2019- ...)

In hoofdstuk III, afdeling 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 maart 2009 en 15 november 2010, wordt in het opschrift van onderafdeling 1 het woord "Professionele" vervangen door het woord "Beroeps-".

Artikel 13. (21/04/2019- ...)

In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :

" § 1. Het is verboden vrouwelijke dieren meer dan driemaal per 24 maanden te laten werpen.";

2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :

" § 2. Bij de selectie van kweekdieren wordt rekening gehouden met hun anatomische, fysiologische en gedragskenmerken, zodat het welzijn, met inbegrip van de gezondheid, van het ouderdier en de nakomelingen niet in het gedrang komen door het kweken.";

3° [... vernietigd bij arrest  247721 van de Raad van State van  8 juni 2020)]. 

Artikel 14. (21/04/2019- ...)

Artikel 19/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, wordt vervangen door wat volgt :

"Art. 19/1. Bekwaam personeel houdt zich bezig met de verzorging en de socialisatie van de dieren. Per schijf van vijf volwassen honden of katten wordt daaraan het equivalent van 0,1 voltijds equivalent besteed. De berekening van het aantal vereiste personen om daaraan te voldoen, wordt gebaseerd op een 38-urenweek.

Afwijkend gedrag bij honden wordt gemeld aan de contractdierenarts, die de gepaste maatregelen neemt. Elke melding wordt opgenomen in het bezoekrapport, vermeld in artikel 6, § 2.".

Artikel 15. (21/04/2019- ...)

In artikel 19/3, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, worden de woorden "op computer" vervangen door het woord "digitaal" en wordt het woord "voorrmelde" vervangen door het woord "voormelde".

Artikel 16. (21/04/2019- ...)

Artikel 19/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 november 2010, wordt vervangen door wat volgt :

"Art. 19/4. § 1. De kweker-handelaar beschikt over een quarantainelokaal dat niet hetzelfde is als de lokalen, vermeld in artikel 7, § 8. Dat lokaal is afgezonderd van de andere dieren en van het publiek en ligt buiten de plaatsen waar er veel passage is. Het is voldoende ruim om er alle dieren afkomstig uit een andere kwekerij tegelijkertijd, en met inachtname van de normen, die zijn opgenomen in bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd, onder te brengen.

Het quarantainelokaal :
1° heeft een stevige vloer die gemakkelijk kan worden gereinigd en muren die tot op één meter hoogte afwasbaar zijn;
2° is uitgerust met een voorziening voor koud en warm water;
3° is goed geventileerd op een zodanige manier dat de verspreiding van ziektekiemen via de lucht naar de andere ruimten in de inrichting vermeden wordt;
4° wordt alleen betreden met aparte, propere kledij die alleen gedragen wordt in het quarantainelokaal;
5° wordt alleen betreden door personeel dat daarvoor opgeleid is.

§ 2. De verantwoordelijke stelt een reglement op voor het gebruik van het quarantainelokaal. Dat reglement wordt zichtbaar aan de ingang van het quarantainelokaal gehangen.

De dierenverblijven in het quarantainelokaal worden dagelijks gereinigd en worden na het vertrek van het dier uit het verblijf ontsmet. De dierenverblijven van dieren met ziektesymptomen en de gedeelten van het lokaal buiten de dierenverblijven, worden dagelijks gereinigd en ontsmet.

§ 3. De dieren afkomstig uit een andere kwekerij worden bij aankomst in de handelskwekerij in quarantaine geplaatst voor een periode van ten minste tien dagen. Die periode kan op gemotiveerde beslissing van de contractdierenarts of van de dienst verlengd of beperkt worden.

Dieren afkomstig uit verschillende kwekerijen worden in aparte omheinde ruimtes ondergebracht.

Er wordt voldoende aandacht besteed aan de socialisatie van de dieren in het quarantainelokaal.

§ 4. De dieren afkomstig uit andere kwekerijen worden niet verhandeld vooraleer ze door de dierenarts na afloop van de quarantaineperiode zijn onderzocht en door hem gezond en geschikt voor verhandeling zijn verklaard. Hij bevestigt dat in het bezoekrapport, vermeld in artikel 6, § 2, of in het register, vermeld in artikel 19/3, § 2.".

Artikel 17. (21/04/2019- ...)

In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in paragraaf 3 wordt het woord "nodige" opgeheven;

2° in paragraaf 5 wordt in het vijfde lid het woord "afstandverklaring" vervangen door het woord "afstandsverklaring";

3° in paragraaf 5 wordt het zesde lid opgeheven;

4° er wordt een paragraaf 5/1 ingevoegd, die luidt als volgt :

" § 5/1. Het paspoort of het vaccinatieboekje van het dier wordt aan de nieuwe verantwoordelijke gegeven.";

5° in paragraaf 7 wordt de zinsnede "in §§ 4 en 5" vervangen door de zinsnede "in paragraaf 4, 5 en in artikel 26/9".

Artikel 18. (21/04/2019- ...)

In artikel 25 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in paragraaf 2 worden tussen de woorden "elke hond" en de woorden "die op die manier" de woorden "en kat" ingevoegd;

2° paragraaf 4 wordt opgeheven.".

Artikel 19. (21/04/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk III/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Hoofdstuk III/1. Bijkomende voorwaarden voor het houden van dieren in inrichtingen".

Artikel 20. (21/04/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk III/1, ingevoegd bij artikel 19, een afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt :

"Afdeling 1. Bijkomende voorwaarden voor het houden van honden in inrichtingen".

Artikel 21. (21/04/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk III/1, afdeling 1, ingevoegd bij artikel 20, een artikel 26/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 26/1. Als dat mogelijk is, worden honden in groep gehouden en dit, als dat mogelijk is, permanent. Bij de samenstelling van de groepen wordt erover gewaakt dat er zo weinig mogelijk agressief gedrag optreedt.".

Artikel 22. (21/04/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk III/1, afdeling 1, ingevoegd bij artikel 20, een artikel 26/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 26/2. Het gebit wordt regelmatig gecontroleerd en verzorgd.".

Artikel 23. (21/04/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk III/1, ingevoegd bij artikel 19, een afdeling 2, die bestaat uit artikel 26/3 tot en met 26/6, ingevoegd, die luidt als volgt :

"Afdeling 2. Bijkomende voorwaarden voor het houden van paarden in inrichtingen

Art. 26/3. De paarden worden meermaals per dag gevoederd. Het voeder is aangepast aan de fysiologische behoeften van het paard. De paarden beschikken ten minste 16 uur per dag over ruwvoeder.

Art. 26/4. Elk paard heeft dagelijks ten minste een uur per dag toegang tot een buitenbeloop, tenzij bij extreme weersomstandigheden of als dat om gezondheidsredenen niet aangewezen is.

Art. 26/5. De tanden en de hoeven worden regelmatig gecontroleerd en verzorgd.

Art. 26/6. Er worden maatregelen genomen om stalondeugden te voorkomen. Paarden worden zoveel mogelijk, permanent of tijdelijk, in groep gehouden.".

Artikel 24. (21/04/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk III/1, ingevoegd bij artikel 19, een afdeling 3 ingevoegd, die luidt als volgt :

"Afdeling 3. Bijkomende voorwaarden voor het houden van dieren in dierenasielen".

Artikel 25. (21/04/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk III/1, afdeling 3, ingevoegd bij artikel 24, een artikel 26/7 ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 26/7. In afwijking van artikel 26/1 moeten honden in een dierenasiel niet in groep gehouden worden als de verantwoordelijke verwacht dat de hond niet ten minste een maand deel kan uitmaken van een stabiele groep.".

Artikel 26. (21/04/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk III/1, afdeling 3, ingevoegd bij artikel 24, een artikel 26/8 ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 26/8. De verantwoordelijke geeft de kandidaat-adoptant raad bij de keuze van een hond door met hem de lijst van vragen door te nemen die gesteld moeten worden voor de verwerving van een hond. Die lijst van vragen wordt ter beschikking gesteld op de website van het Departement Omgeving.

De lijst van vragen peilt naar de leefomstandigheden van de hond bij de kandidaat-adoptant, met inbegrip van de vakantieperiodes, de manier waarop de kandidaat-adoptant wil voldoen aan de behoefte aan beweging en opvoeding van de hond, de stappen die de kandidaat-adoptant zal nemen als hij probleemgedrag vaststelt bij de hond en zijn intenties om een familiale verzekering te sluiten.".

Artikel 27. (21/04/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk III/1, afdeling 3, ingevoegd bij artikel 24, een artikel 26/9 ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 26/9. De persoon die een paard afstaat aan een dierenasiel, vult een verklaring van afstand van een paard in, waarvan het model is opgenomen in bijlage XII, die bij dit besluit is gevoegd.

Bij de adoptie van een paard wordt een adoptiecontract voor een paard opgesteld, waarvan het model is opgenomen in bijlage XIII, die bij dit besluit is gevoegd. Aan het contract kunnen rubrieken toegevoegd worden.".

Artikel 28. (21/04/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk III/1, afdeling 3, ingevoegd bij artikel 24, een artikel 26/10 ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 26/10. Bij paarden die voor adoptie worden aangeboden, wordt ernaar gestreefd om ze handtam te maken en de belangrijkste omgangshandelingen aan te leren, zoals het aan- en uitdoen van een halster, het meelopen aan een touw en borstelen.".

Artikel 29. (21/04/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk III/1, afdeling 3, ingevoegd bij artikel 24, een artikel 26/11 tot en met 26/12 ingevoegd, die luiden als volgt :

"Art. 26/11. De dienst vraagt jaarlijks bij de dierenasielen de aantallen op, per diersoort of groep van dieren, van :
1° het aantal binnengekomen dieren, opgedeeld in :
a) zwerfdieren;
b) gevonden dieren;
c) afgestane dieren;
d) in beslag genomen dieren;
2° het aantal dieren dat is vertrokken uit het asiel, opgedeeld in :
a) dieren die zijn herenigd met hun eigenaar;
b) geëuthanaseerde dieren;
c) dieren die een natuurlijke dood zijn gestorven;
d) het aantal geadopteerde dieren;
3° voor zwerfkatten, het aantal :
a) opgevangen dieren;
b) gesteriliseerde dieren;
c) geëuthanaseerde dieren;
d) dieren die werden uitgezet.

De dierenasielen bezorgen de gegevens, vermeld in het eerste lid, binnen acht weken na de ontvangst van de vraag aan de dienst.

Art. 26/12. § 1. Dierenasielen kunnen een overeenkomst sluiten met gastgezinnen. Het gastgezin vangt de dieren op een andere plaats op dan het dierenasiel zelf en kan ze ter adoptie aanbieden in naam van het dierenasiel. Het gastgezin is onderdeel van het dierenasiel. Tenzij anders vermeld, is het gastgezin onderworpen aan dezelfde voorwaarden als het dierenasiel.

Het gastgezin kan een beroep doen op de contractdierenarts van het dierenasiel. Artikel 6, § 1, tweede lid, is niet van toepassing op gastgezinnen.

§ 2. Dierenasielen die gebruik maken van gastgezinnen hebben een protocol voor de selectie en de opvolging van de gastgezinnen. Dat protocol kan op elk moment voorgelegd worden aan de dienst.

§ 3. De verantwoordelijke van het dierenasiel houdt een register bij van de gastgezinnen waarmee het dierenasiel een overeenkomst heeft. Het register bevat, voor elk gastgezin, het volgnummer, de naam, het adres, het telefoonnummer en het e-mailadres van het gastgezin. Elke verandering wordt binnen 48u aangepast in het register. Het register wordt altijd ter beschikking gehouden van de controlerende overheid.

Voor elk dier dat in een gastgezin wordt opgevangen, vult de verantwoordelijke de gegevens van het dier in het register, vermeld in artikel 21, § 4, aan met het volgnummer van het gastgezin, de datum waarop het dier is ondergebracht bij het gastgezin en, als dat van toepassing is, de datum waarop het dier is overgebracht naar het dierenasiel. Dat register wordt bewaard door de verantwoordelijke van het dierenasiel.

De documenten, vermeld in artikel 6, § 2, en in artikel 21, § 5, worden bijgehouden op de plaats waar het dier wordt gehouden. Na het vertrek van het dier uit het gastgezin worden die documenten bewaard door de verantwoordelijke tot het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 6, § 2, en in artikel 21, § 7.

§ 4. Dieren waarvoor een registratieplicht geldt en waarvoor het is toegelaten dat ze onmiddellijk worden geïdentificeerd en geregistreerd, worden geïdentificeerd en geregistreerd alvorens ze bij het gastgezin worden geplaatst. Als een onmiddellijke identificatie en registratie niet is toegelaten, wordt die zo snel mogelijk uitgevoerd.".

Artikel 30. (21/04/2019- ...)

In artikel 27 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° aan paragraaf 3 wordt de zinsnede ", bijvoorbeeld door het gebruik van foto's van andere dieren dan het aangeboden dier" toegevoegd;

2° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :

" § 4. Bij de verhandeling van een dier wordt geen korting, onder eender welke vorm, aangeboden of toegekend.".

Artikel 31. (21/04/2019- ...)

Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :

"Art. 28. Het is verboden om :
1° honden te verhandelen die jonger zijn dan acht weken;
2° katten te verhandelen die jonger zijn dan twaalf weken;
3° honden of katten te verhandelen die niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften zijn geïdentificeerd en geregistreerd;
4° honden of katten te verhandelen zonder overeenstemmend wettelijk voorgeschreven registratiedocument.".

Artikel 32. (21/04/2019- ...)

In artikel 29 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in paragraaf 1 wordt tussen de woorden "de koper-particulier" en de woorden "de nodige richtlijnen" de zinsnede ", op papier of digitaal," ingevoegd;

2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :

" § 2. De minister kan de inhoud van de richtlijnen, vermeld in paragraaf 1, en de voorwaarden om de toegankelijkheid ervan voor de koper te garanderen, vaststellen.".

Artikel 33. (21/04/2019- ...)

In artikel 31 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :

" § 2. De verantwoordelijke geeft de kandidaat-koper raad bij de keuze van een hond door met hem de lijst van vragen door te nemen die gesteld moeten worden voor de verwerving van een hond. Die lijst van vragen wordt ter beschikking gesteld op de website van het Departement Omgeving.

De lijst van vragen peilt naar de leefomstandigheden van de hond bij de kandidaat-koper, met inbegrip van de vakantieperiodes, de manier waarop de kandidaat-koper wil voldoen aan de behoefte aan beweging en opvoeding van de hond, de stappen die de kandidaat-koper zal nemen als hij probleemgedrag vaststelt bij de hond en zijn intenties om een familiale verzekering te sluiten.

Als een handelszaak voor dieren als tussenpersoon optreedt voor de verhandeling van een hond, wordt de lijst van vragen die gesteld moeten worden voor de verwerving van een hond aan de klant bezorgd.".

Artikel 34. (21/04/2019- ...)

In artikel 32, § 2, van hetzelfde besluit worden voor het eerste lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt :

"Honden worden alleen verhandeld als ze ten minste een primovaccinatie hebben gekregen tegen het parvovirus, het distempervirus, kennelhoest (bordetellose en para-influenza) en hepatitis contagiosa canis.

Katten worden alleen verhandeld als ze ten minste een primovaccinatie hebben gekregen tegen panleucopenie, rhinotracheïtis en feline leucose.".

Artikel 35. (21/04/2019- ...)

Aan hoofdstuk IV, afdeling 2, onderafdeling 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, wordt een artikel 33/1 toegevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 33/1. Bij de verhandeling door een kweker van een hond of kat uit eigen kweek, toont de kweker het moederdier aan de kandidaat-koper als die daarom vraagt.".

Artikel 36. (21/04/2019- ...)

In hoofdstuk IV, afdeling 2, onderafdeling 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, wordt een artikel 33/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 33/2. In de handelszaak wordt duidelijk leesbaar en zichtbaar voor het publiek aangegeven dat de dieren voor permanente huisvesting nood hebben aan grotere verblijven met een meer gevarieerde inrichting.".

Artikel 37. (21/04/2019- ...)

In artikel 34/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, worden de woorden "occasionele kwekers" vervangen door de woorden "occasionele kwekers van honden".

Artikel 38. (21/04/2019- ...)

Bijlage VIII C bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2009, wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 39. (21/04/2019- ...)

Bijlage IX bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Artikel 40. (21/04/2019- ...)

Bijlage XI bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 41. (21/04/2019- ...)

Aan hetzelfde besluit worden een bijlage XII en XIII toegevoegd, die in bijlage 3 en 4 bij dit besluit zijn gevoegd.

HOOFDSTUK 2. Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 42. (21/04/2019- ...)

De erkenningen verleend voor de inwerkingtreding van dit besluit, blijven geldig tot de datum waarop ze verstrijken en worden op die datum omgezet in een erkenning voor onbepaalde duur.

Artikel 43. (21/04/2019- ...)

Voor inrichtingen waarvoor een erkenning is verleend of waarvoor een volledige erkenningsaanvraag is ingediend voor de inwerkingtreding van dit besluit :
1° treden artikel 5, 1° en 2°, artikel 6, 1°, artikel 7, 9, 10, 11, artikel 13, 1° en 2°, artikel 14 en 16, artikel 17, 5°, artikel 27, 31, 32, 34, 35 en 41 in werking op de eerste dag van de zesde maand die volgt op de maand van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad;
2° treden artikel 3, 2°, artikel 8, artikel 13, 3°, en artikel 23 en 28 in werking op 1 januari 2021;
3° treden artikel 4, artikel 6, 2° en 3°, en artikel 21 en 25 in werking op 1 januari 2024.

Artikel 44. (21/04/2019- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor het dierenwelzijn, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE (21/04/2019- ...)

Bijlage 1

BIJLAGE (21/04/2019- ...)

Bijlage 2

BIJLAGE (21/04/2019- ...)

Bijlage 3

BIJLAGE (21/04/2019- ...)

Bijlage 4


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 18/07/2024