Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de lijst van reptielen die gehouden mogen worden

Datum 22/03/2019

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2. Bepalingen over de gegevensverwerking
  3. HOOFDSTUK 3. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, artikel 3bis, §§ 1 en 2, 3° tweede lid, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1995 en het decreet van 13 juli 2018, en artikel 46, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1995;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 5 februari 2019;

Gelet op advies 65.430/3 van de Raad van State, gegeven op 13 maart 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen (... - ...)

Artikel 1. (01/10/2019- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder :
1° wet van 14 augustus 1986 : de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren;
2° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het dierenwelzijn;
3° departement : het Departement Omgeving, vermeld in artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.

Artikel 2. (01/10/2019- ...)

§ 1. De diersoorten of diercategorieën, vermeld in artikel 3bis, § 1, van de wet van 14 augustus 1986, zijn, wat de reptielen betreft, vermeld in de lijst die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd. De minister kan die lijst wijzigen. Hij houdt daarbij rekening met de volgende criteria :
1° het feit of de dieren van de betrokken soort al dan niet gemakkelijk te houden en te huisvesten zijn met inachtname van de essentiële fysiologische, ethologische en ecologische behoeften van de soort;
2° de handelbaarheid van de soort, rekening houdend met de grootte van de volwassen dieren;
3° de mate waarin de dieren van de betrokken soort van nature agressief of gevaarlijk zijn of een ander bijzonder gevaar voor de gezondheid van de mens inhouden;
4° het feit of er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de soort zich in de natuur kan handhaven bij ontsnapping van specimens uit gevangenschap en bijgevolg een ecologische bedreiging vormt;
5° de beschikbaarheid van gedetailleerde informatie over het houden van de soort, met inbegrip van informatie over de behoeften en voorwaarden om de soort in gevangenschap te houden en te verzorgen.

In geval van tegenstrijdige gegevens of informatie over de houdbaarheid van een bepaalde soort wordt besloten dat niet voldaan is aan een of meer van de criteria, vermeld in het eerste lid.

§ 2. Bij de beoordeling van de criteria, vermeld in paragraaf 1, baseert de minister zich op een uitgebreid onderzoek dat berust op de meest betrouwbare wetenschappelijke gegevens die beschikbaar zijn en op de meest recente resultaten van het internationale onderzoek ter zake. De minister wijzigt de lijst uitsluitend als uit het onderzoek blijkt dat het houden van specimens van de betrokken soort geen reëel gevaar oplevert voor de bescherming van het dierenwelzijn, van de gezondheid en het leven van personen en dieren of van hun milieu tegen een ecologische bedreiging als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4°.

Artikel 3. (01/10/2019- ...)

Iedere particulier, vermeld in artikel 3bis, § 2, 3°, a), van de wet van 14 augustus 1986, die vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een of meer levende reptielen houdt van soorten die niet vermeld zijn in de lijst die opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, moet het houden ervan vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit kunnen aantonen met een van de volgende bewijsstukken :
1° een originele factuur of een ander bewijs van aankoop van het dier of de dieren in kwestie dat al de volgende gegevens bevat :
a) een aankoopdatum van voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit;
b) de correcte soortnaam van het dier of de dieren;
c) het aantal dieren;
2° een schriftelijke verklaring van een dierenarts of van een vertegenwoordiger van de overheid waarin deze bevestigt dat het dier of de dieren in kwestie in het bezit is of zijn van de particulier vermeld in het eerste lid voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit. Met een vertegenwoordiger van de overheid wordt bedoeld een persoon die beroepsmatig op de hoogte is van de situatie van de gehouden dieren van de particulier vermeld in het eerste lid.

De minister kan andere bewijsstukken dan de bewijsstukken, vermeld in het eerste lid, vastleggen.

De bewijstukken worden bijgehouden zolang het reptiel in kwestie in leven is.

Artikel 4. (09/03/2023- ...)

§1. Een particulier als vermeld in artikel 3bis, § 2, 3°, b), van de wet van 14 augustus 1986, die vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een of meer reptielen die niet vermeld zijn in de lijst, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, wil houden, dient daarvoor vooraf bij de minister een gemotiveerd aanvraagdossier in. Uit dat dossier blijkt dat de aanvrager zich goed gedocumenteerd heeft over de levensgewoonten en fysiologische behoeften van de soort die hij wil houden. Het dossier bevat ook een beschrijving van de huisvesting en verzorging die de particulier het dier kan verschaffen.

Voor elk ingediend dossier wordt een retributie betaald van 60 euro per soort. De retributie wordt gestort op rekeningnummer BE04 3751 1109 9031 van het Vlaams Dierenwelzijnsfonds van het departement.

In het tweede lid wordt verstaan onder Vlaams Dierenwelzijnsfonds : het fonds zoals opgericht bij het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting.

§2. Voor de aanvraag wordt gebruikgemaakt van een formulier waarvan het model ter beschikking wordt gesteld op de website www.omgevingvlaanderen.be van het departement.

Het aanvraagformulier bevat al de volgende gegevens :
1° de gegevens van de diersoort;
2° de identiteit- en contactgegevens van de aanvrager;
3° de gegevens over de voorziene huisvesting van de dieren;
4° de beschrijving van de verzorging die aan de dieren wordt verstrekt;
5° de identiteits- en contactgegevens van de dierenarts van de aanvrager;
6° de identiteits- en contactgegevens van de twee vervangende verantwoordelijken voor de diersoort bij afwezigheid van de verantwoordelijke;
7° de bijkomende maatregelen om het welzijn van de dieren te garanderen, rekening houdend met de criteria, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, op basis waarvan de soort niet voorkomt op de lijst die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd;
8° een bewijs van de competenties van de aanvrager;
9° de vastgestelde herkomst van het dier;
10° het beschermingsstatuut van het dier;
11° een oplijsting van de andere diersoorten die gehouden worden door de aanvrager.

§3. De minister beslist na advies van de Vlaamse Dierentuinencommissie over de erkenning van de particulier, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, binnen zes maanden nadat de minister het aanvraagdossier conform paragraaf 1 heeft ontvangen. De minister beslist op basis van al de volgende criteria:
1°    het feit of de dieren van de soort in kwestie al dan niet gemakkelijk te houden en te huisvesten zijn met inachtname van de essentiële fysiologische, ethologische en ecologische behoeften van de soort;
2°    de handelbaarheid van de soort, rekening houdend met de grootte van de volwassen dieren;
3°    de mate waarin de dieren van de soort in kwestie van nature agressief of gevaarlijk zijn of een ander bijzonder gevaar voor de gezondheid van de mens inhouden;
4°    het feit of er  duidelijke aanwijzingen bestaan dat de soort zich in de natuur kan handhaven bij ontsnapping van specimens uit gevangenschap en bijgevolg een ecologische bedreiging vormt;
5°    de beschikbaarheid van gedetailleerde informatie over het houden van de soort, met inbegrip van informatie over de behoeften en voorwaarden om de soort in gevangenschap te houden en te verzorgen;
6°    de voorziene huisvesting biedt voldoende garanties om het welzijn van de dieren te verzekeren en is zo ontworpen en onderhouden dat de dieren niet kunnen ontsnappen en dat de veiligheid van de dieren, de omwonenden en de omgeving gewaarborgd is;
7°    de voorziene verzorging en de kennis van de aanvrager bieden voldoende garanties om het welzijn van de dieren te verzekeren, inclusief de intenties van de particulier om met de aangevraagde diersoort te kweken of nieuwe individuen te verwerven.

In het eerste lid wordt verstaan onder Vlaamse Dierentuinencommissie: 
het comité van deskundigen, vermeld in artikel 5, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren.

In geval van tegenstrijdige gegevens of informatie over de houdbaarheid van een soort wordt beschouwd dat niet voldaan is aan een of meerdere van de criteria, vermeld in het eerste lid.

Het aanvraagdossier, vermeld in paragraaf 1, wordt beoordeeld op basis van al de volgende elementen:
1°    de meest betrouwbare wetenschappelijke gegevens die beschikbaar zijn;
2°    de meest recente resultaten van het internationale onderzoek ter zake;
3°    de minimumnormen, vermeld in het ministerieel besluit van 23 juni 2004 tot vaststelling van minimumnormen voor het houden van reptielen in dierentuinen.
.
§4. De erkenning is geldig voor onbeperkte duur.

In de erkenning wordt bepaald of kweken met de aangevraagde diersoort toegelaten wordt en of er een beperking opgelegd wordt voor het maximale aantal individuen van de soort in kwestie dat gehouden mag worden.

De minister kan een erkenning schorsen of intrekken als :
1° de huisvesting of de verzorging van de dieren het welzijn van de dieren in kwestie niet meer verzekert;
2° de kennis van de reptielenhouder niet langer voldoende garanties biedt om het welzijn van zijn dieren te verzekeren;
3° de bepalingen van de wet van 14 augustus 1986 of zijn uitvoeringsbesluiten overtreden worden.

§5. De aanvrager zorgt ervoor dat de dieren niet kunnen ontsnappen.

Artikel 5. (01/10/2019- ...)

§ 1. Iedere particulier of vereniging die een soort wil laten toevoegen aan de lijst die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, toont zijn belang aan en dient een dossier in bij de minister. Uit het dossier blijkt dat voldoende objectieve wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn die aantonen dat de betrokken soort door iedere persoon zonder enige specifieke voorkennis gehouden kan worden zonder dat dat een risico oplevert voor het welzijn van de dieren.

§ 2. Voor de aanvraag wordt gebruikgemaakt van het formulier waarvan het model ter beschikking wordt gesteld op de website www.omgevingvlaanderen.be van het departement.

Het aanvraagformulier bevat al de volgende gegevens :
1° de gegevens van de diersoort;
2° de identiteits- en contactgegevens van de aanvrager;
3° een gedetailleerde beschrijving van de fysiologische, ethologische en ecologische behoeften van de diersoort, namelijk een gedetailleerde beschrijving van de soort in het wild, met inbegrip van het natuurlijk milieu, het voedingspatroon, de sociale structuur, het natuurlijk gedrag, de voortplanting en de gezondheid;
4° de houdbaarheid en huisvesting van de diersoort, namelijk een gedetailleerde beschrijving van de soort in gevangenschap, met inbegrip van de huisvesting, de verzorging, het welzijn, de voortplanting en de gezondheid.

§ 3. De minister beslist binnen zes maanden nadat hij het dossier ontvangen heeft, over de toevoeging van de betrokken soort aan de lijst die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd. Bij de evaluatie van het dossier neemt hij de criteria, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, in acht en beoordeelt hij de gegevens, vermeld in artikel 2, § 2.

HOOFDSTUK 2. Bepalingen over de gegevensverwerking (... - ...)

Artikel 6. (01/10/2019- ...)

De dienst treedt op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).

De persoonsgegevens die verwerkt worden bij de controle van de bewijsstukken, vermeld in artikel 3, worden bewaard tot vijf jaar na de controle.

De persoonsgegevens die verwerkt worden met toepassing van artikel 4 worden bewaard zolang de verleende erkenning haar geldigheid niet verliest.

De persoonsgegevens die verwerkt worden met toepassing van artikel 5 worden een jaar bewaard nadat de minister het dossier heeft ontvangen.

HOOFDSTUK 3. Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 7. (01/10/2019- ...)

Artikel 3bis van de wet van 14 augustus 1986 treedt, voor wat de reptielen betreft, in werking op de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 8. (01/10/2019- ...)

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand die volgt op de maand van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 9. (01/10/2019- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor het dierenwelzijn, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE (01/10/2019- ...)

Bijlage


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 18/07/2024