Besluit van de Vlaamse Regering tot inrichting van de gemeenschapsinstellingen en tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht

Datum 05/04/2019

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Definities
  2. HOOFDSTUK 2. Voorwaarden op niveau van het openbaar ministerie
  3. HOOFDSTUK 3. Gemeenschapsinstellingen
    1. Afdeling 1. Oprichting
    2. Afdeling 2. Capaciteit
    3. Afdeling 3. Instroom en begeleidingscommissie
    4. Afdeling 4. Eigendomsoverdracht
  4. HOOFDSTUK 4. Vlaams detentiecentrum
  5. HOOFDSTUK 5. Onderwijs en vorming
  6. HOOFDSTUK 6. Sociale dienst Jeugdrechtbank
  7. HOOFDSTUK 7. Opheffingsbepalingen
  8. HOOFDSTUK 8. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, artikel 56, eerste en vierde lid;

Gelet op het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, artikel 11, § 4, zesde lid, artikel 40, §§ 1 en 3, tweede lid; artikel 41, eerste en vierde lid en artikel 89, tweede lid;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 maart 2002 tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Opgroeien;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 november 2009 tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op gegeven op 19 oktober 2018,

Gelet op advies 65.527/1 van de Raad van State, gegeven op 27 maart 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende het koninklijk besluit van 3 februari 2014 tot regeling van de eigendomsoverdracht van gebouwen van de Staat en de overdracht van huurcontracten naar de Vlaamse Gemeenschap;

Overwegende de beslissing van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 tot omvorming van gesloten federaal centrum De Grubbe naar een gemeenschapsinstelling;

Overwegende dat het beheer van de centra die bestemd zijn voor de opvang van jongeren die uit handen zijn gegeven tot de leeftijd van drieëntwintig jaar, is toegewezen aan de gemeenschappen;

Overwegende dat de nadere regels en modaliteiten voor de uitvoering van de reacties die kunnen worden genomen ten aanzien van minderjarige verdachten en minderjarige delictplegers, met inbegrip van de omkadering van die reacties en de infrastructuur waarin ze worden uitgevoerd, een gemeenschapsbevoegdheid betreffen;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. Definities

Artikel 1. (01/09/2019- ...)

1° decreet van 15 februari 2019 : het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht;
2° het agentschap Opgroeien regie : het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, vermeld in artikel 2, 9° van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;
3° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;

HOOFDSTUK 2. Voorwaarden op niveau van het openbaar ministerie

Artikel 2. (01/09/2019- ...)

Het bewijs van de naleving van de voorwaarden, vermeld in artikel 11, § 1, tweede lid, 3°, 4°, 5° en 6°, van het decreet van 15 februari 2019, wordt geleverd door de diensten die belast zijn met de uitvoering van de voorwaarden.

Het bewijs, vermeld in het eerste lid, bestaat uit een verslag dat maandelijks bezorgd wordt aan de procureur des Konings. In het verslag worden de volgende elementen opgenomen :
1° de identificatiegegevens van de minderjarige verdachte;
2° de aanwezigheid van de minderjarige verdachte;
3° een beschrijving van de voortgang van de opgelegde voorwaarde en de inzet van de vermelde minderjarige.

De informatie die schade kan berokkenen aan de minderjarige verdachte of aan het slachtoffer, wordt niet opgenomen in het verslag, vermeld in het tweede lid.

HOOFDSTUK 3. Gemeenschapsinstellingen

Afdeling 1. Oprichting

Artikel 3. (01/09/2019- ...)

Er worden drie gemeenschapsinstellingen opgericht :
1° gemeenschapsinstelling De Kempen, met zetel in Mol, samengesteld uit de campus De Hutten en de campus De Markt;
2° gemeenschapsinstelling De Zande, met zetel in Ruiselede, samengesteld uit de campus Ruiselede, de campus Beernem en de campus Wingene;
3° gemeenschapsinstelling De Grubbe, met zetel in Kortenberg, met toepassing van de wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.

Afdeling 2. Capaciteit

Artikel 4. (01/09/2019- ...)

De minister bepaalt de maximumcapaciteit van elke gemeenschapsinstelling, alsook de organisatie en capaciteit van de verschillende afdelingen.

Artikel 5. (01/09/2019- ...)

Binnen de maximumcapaciteit van de gemeenschapsinstellingen De Kempen en De Zande wordt voorzien in reguliere capaciteit.

Reguliere capaciteit is alle capaciteit die niet expliciet benoemd wordt als buffercapaciteit, als bijzondere capaciteit of als time-outcapaciteit.

Artikel 6. (01/09/2019- ...)

Binnen de maximumcapaciteit van de gemeenschapsinstellingen De Kempen en De Zande wordt een buffercapaciteit georganiseerd die voorbehouden wordt om de reacties van opvang in een gesloten opvoedingsafdeling uit te voeren, die door de jeugdrechter of de jeugdrechtbank zijn opgelegd aan minderjarigen die een jeugddelict hebben gepleegd of daarvan verdacht worden.

Om een minderjarige toe te wijzen aan een eenheid van de buffercapaciteit, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan :
1° de persoon is ouder dan 14 jaar het ogenblik dat hij een jeugddelict pleegt en er bestaan voldoende ernstige aanwijzingen van schuld;
2° het jeugddelict waarvoor hij vervolgd wordt, kan, als hij meerderjarig zou zijn, in de zin van het Strafwetboek of de bijzondere wetten, een straf van vijf tot tien jaar opsluiting of een zwaardere straf tot gevolg hebben;
3° er bestaan dringende, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden die betrekking hebben op de vereisten van bescherming van de openbare veiligheid.

Artikel 7. (01/09/2019- ...)

Binnen de maximumcapaciteit van de gemeenschapsinstellingen De Kempen en De Zande wordt een bijzondere capaciteit georganiseerd voor :
1° minderjarige verdachten of delictplegers voor wie de maatregel of sanctie nog loopt en die meer dan vijf dagen ontvlucht, weggelopen of onwettig afwezig zijn;
2° minderjarige verdachten of delictplegers die niet langer in de gemeenschapsinstelling De Grubbe kunnen verblijven wegens het verlopen van de termijn vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid van de wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.

Artikel 8. (01/09/2019- ...)

Binnen de maximumcapaciteit van de gemeenschapsinstellingen De Kempen en De Zande wordt een time-outcapaciteit georganiseerd voor de opvang van minderjarigen die met toepassing van artikel 48, § 1, 9°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp worden toevertrouwd aan een gemeenschapsinstelling.

Artikel 9. (01/09/2019- ...)

Voor het efficiënte gebruik van de capaciteit bepaalt de minister op basis van de noodwendigheden het aantal plaatsen van de buffercapaciteit, van de bijzondere capaciteit en van de time-outcapaciteit.

Afdeling 3. Instroom en begeleidingscommissie

Artikel 10. (01/09/2019- ...)

§ 1. Er wordt een centraal aanmeldpunt opgericht.

Het centrale aanmeldpunt heeft als opdracht de instroom in de gemeenschapsinstellingen te organiseren.

§ 2. Voor de toewijzing van de beschikbare plaatsen binnen de reguliere capaciteit en de buffercapaciteit maakt het centrale aanmeldpunt gebruik van een matrix.

De matrix houdt rekening met de proportionele verdeling van de plaatsen die elk gerechtelijk arrondissement van de jeugdrechtbank op jaarbasis toegewezen kan krijgen, alsook met de regio waar de plaats beschikbaar is. Zo krijgt het gerechtelijk arrondissement dat volgens de matrix het verst verwijderd is van zijn rechtmatige aandeel, de beschikbare plaats toegewezen.

§ 3. Voor de toewijzing van de beschikbare plaatsen binnen de bijzondere capaciteit en de time-outcapaciteit werkt het centrale aanmeldpunt chronologisch.

§ 4. Er wordt een begeleidingscommissie opgericht.

De begeleidingscommissie heeft als opdracht toezicht te houden op de toewijzing van de beschikbare plaatsen. De bevindingen van de begeleidingscommissie worden gebruikt om de toewijzing van de beschikbare plaatsen te evalueren.

De minister bepaalt de nadere regels voor de samenstelling en de werking van de begeleidingscommissie.

Afdeling 4. Eigendomsoverdracht

Artikel 11. (01/01/2020- ...)

De Vlaamse Gemeenschap draagt aan het agentschap Opgroeien regie de volle eigendom over van het volgende gebouw en zijn aanhorigheden : Kortenberg (Everberg) - Hollestraat 78, gekadastreerd KORTENBERG 4e afdeling sectie B, nr. 187/F,187/K, 189/A en 192/L.

Het onroerend goed, vermeld in het eerste lid, wordt kosteloos overgedragen in de staat waarin het zich bevindt, met actieve en passieve erfdienstbaarheden, de bijzondere lasten en verplichtingen die verbonden zijn aan de verwerving, alsook de rechten die mogelijk toegestaan zijn aan derden.

HOOFDSTUK 4. Vlaams detentiecentrum

Artikel 12. (01/09/2019- ...)

Er wordt een Vlaams detentiecentrum opgericht voor de opvang van uit handen gegeven jongeren tot de leeftijd van drieëntwintig jaar.

Artikel 13. (01/09/2019- ...)

De minister bepaalt de afdelingen, de organisatie en de maximumcapaciteit van het Vlaams detentiecentrum.

Artikel 14. (01/01/2020- ...)

De Vlaamse Gemeenschap draagt aan het agentschap Opgroeien regie de volle eigendom over van het volgende gebouw en zijn aanhorigheden : Tongeren - Wijngaardstraat, 65, gekadastreerd TONGEREN, 1e afdeling, sectie C, nr. 469/F.

Het onroerend goed, vermeld in het eerste lid, wordt kosteloos overgedragen, in de staat waarin het zich bevindt, met actieve en passieve erfdienstbaarheden, de bijzondere lasten en verplichtingen die verbonden zijn aan de verwerving, alsook de rechten die mogelijk toegestaan zijn aan derden.

HOOFDSTUK 5. Onderwijs en vorming

Artikel 15. (01/09/2019- ...)

De minderjarige met leerplicht die is toevertrouwd aan een afdeling van een gemeenschapsinstelling die ingericht is voor minderjarigen die een reactie opgelegd krijgen met toepassing van het decreet van 15 februari 2019, of aan een Vlaams detentiecentrum, volgt onderwijs dat wordt aangeboden binnen een afdeling van een gemeenschapsinstelling tijdens de periode waarin het voor de minderjarige onmogelijk is om deel te nemen aan lessen in een externe onderwijsinstelling. Het onderwijs is erop gericht de minderjarige voor te bereiden op de terugkeer naar de onderwijsinstelling, op het volgen van een door de Vlaamse gemeenschap erkende beroepsopleiding of op de toeleiding naar de arbeidsmarkt.

Minderjarigen die niet langer leerplichtig zijn, krijgen het aanbod hun recht op onderwijs uit te oefenen. Ze worden aangemoedigd en ondersteund om onderwijs voort te zetten of een beroepsopleiding te volgen, of ze worden voorbereid op de arbeidsmarkt.

HOOFDSTUK 6. Sociale dienst Jeugdrechtbank

Artikel 16. (01/09/2019- ...)

De sociale dienst geeft uitvoering aan de ondertoezichtstelling, vermeld in artikel 20, § 2, eerste lid, en artikel 29, § 2, tweede lid, van het decreet van 15 februari 2019, door :
1° minstens halfjaarlijks een onderhoud te hebben met de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken, alsook met de diensten die zijn aangewezen om de reacties op te volgen, vermeld in artikel 20, § 2, eerste lid en artikel 29, § 2, eerste lid, van het decreet van 15 februari 2019, waarbij verslag wordt uitgebracht over het verloop van de uitvoering van de reactie met het oog op de handhaving, de vervanging, de intrekking of de verlenging ervan, en waarbij een kopie van dit verslag wordt bezorgd aan de jeugdrechter of jeugdrechtbank;
2° de evolutieverslagen te controleren die de jeugdhulpaanbieder aan de sociale dienst bezorgt conform de sectorale erkennings- of subsidiëringsbesluiten, en een kopie van die verslagen te bezorgen aan de jeugdrechter of jeugdrechtbank;
3° verslag uit te brengen bij de jeugdrechter of jeugdrechtbank bij een ingrijpende gebeurtenis of bij gewijzigde omstandigheden;
4° af te stemmen met de justitiehuizen of hun partners voor de uitvoering van de reacties.

Met het evolutieverslag, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt de sociale dienst op de hoogte gebracht van het verloop van de reacties, vermeld in artikel 20, § 2, eerste lid, en artikel 29, § 2, eerste lid, van het decreet van 15 februari 2019, tijdens de afgelopen periode.

HOOFDSTUK 7. Opheffingsbepalingen

Artikel 17. (01/09/2019- ...)

In het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Opgroeien worden de volgende artikelen opgeheven :
1° artikel 21;
2° artikel 22, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 en 21 juni 2013;
3° artikel 23.

Artikel 18. (01/09/2019- ...)

De volgende koninklijke besluiten worden opgeheven :
1° het koninklijk besluit van 1 maart 2002 tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;
2° ...

HOOFDSTUK 8. Slotbepalingen

Artikel 19. (15/08/2020- ...)

Dit besluit in werking op 1 september 2019 met uitzondering van de artikelen 11 en 14 die in werking treden op 1 januari 2020.

Artikel 20. (01/09/2019- ...)

Artikel 39 van het decreet van 15 februari 2019 treedt in werking op 1 september 2019.

Artikel 21. (01/09/2019- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.