Besluit van de Vlaamse Regering tot erkenning en subsidiëring van de zorgraden en houdende inwerkingtreding van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders

Datum 17/05/2019

Versie geldig op 01/01/2025

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Definities
  2. HOOFDSTUK 2. Opdrachten en werkingsvoorwaarden
  3. HOOFDSTUK 3. Samenstelling
  4. HOOFDSTUK 4. Erkenning en weigering van de erkenning
  5. HOOFDSTUK 5. Procedure voor de schorsing en de intrekking van een erkenning
  6. HOOFDSTUK 6. Procedure voor de intrekking van de erkenning op verzoek van een zorgraad
  7. HOOFDSTUK 7. Subsidiëring
  8. HOOFDSTUK 8. Toezicht op de naleving van de erkennings- en subsidievoorwaarden
  9. HOOFDSTUK 9. Werkingsgebied
  10. HOOFDSTUK 10. Slotbepalingen

Inhoud

( ... - ... )

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders, artikel 10, tweede en derde lid, artikel 11, vierde lid, artikel 12, vierde lid, artikel 13, eerste lid, artikel 24, 25, artikel 28, eerste lid, artikel 30, artikel 31, 1°, artikel 32 en 34;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 1 april 2019;

Gelet op advies 65.945/3 van de Raad van State, gegeven op 9 mei 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad Van State gecoördineerd op 12 januari 2008;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. Definities (... - ...)

Artikel 1. ( 01/01/2025 - ... )

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° aanvrager: een rechtspersoon die een aanvraag tot erkenning als zorgraad indient;
2° administratie: het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg;;
3° ...;
4° decreet van 26 april 2019: het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders;
4°/1 eerstelijnszorgactor:
a)    de huisartsen;
b)    de thuisverpleegkundigen;
c)    de kinesitherapeuten;
d)    de tandartsen;
e)    de apothekers;
f)    de podologen;
g)    de vroedvrouwen;
h)    de ergotherapeuten;
i)    de diëtisten;
j)    de klinisch psychologen;
k)    de partners die actief zijn in functie 1 van de netwerken volwassenen artikel 107 en activiteitenprogramma 1 van de netwerken geestelijke gezondheid kinderen en jongeren;
l)    de logopedisten;
4°/2 secretaris-generaal: het hoofd van de administratie;
4°/3 welzijnsactor:
a)    de woonzorgcentra, vermeld in artikel 33 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
b)    de diensten voor gezinszorg, vermeld in artikel 11 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
c)    de lokale dienstencentra, vermeld in artikel 9 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
d)    de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen, vermeld in artikel 19 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
e)    de centra algemeen welzijnswerk, vermeld in artikel 6 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk;
f)    de voorzieningen, diensten, samenwerkingsverbanden en organisatoren die erkend, vergund of gesubsidieerd worden door het agentschap Opgroeien regie, conform artikel 5, §2, 2°, a), van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;
g)    de bestaande OverKopnetwerken waarvan de actor die optreedt als vertegenwoordiger van het OverKopnetwerk een tijdelijke projectsubsidie ontvangt op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2021 over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning;
h)    de Huizen van het Kind, vermeld in artikel 7 van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning;
i)    de samenwerkingsverbanden één gezin, één plan, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2023 tot toekenning van subsidies van de Vlaamse Gemeenschap voor het jaar 2023 aan verschillende organisaties in het raam van de samenwerkingsverbanden ‘1 gezin, 1 plan’;
j)    de diensten Ondersteuningsplan, vermeld in artikel 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan voor het voortraject van personen met een handicap;
k)    de multidisciplinaire teams, vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
l)    de multifunctionele centra voor minderjarigen met een handicap, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
m)    de ouderinitiatieven, vermeld in artikel 2, eerste lid, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap;
n)    de vergunde zorgaanbieders, vermeld in artikel 1, 9°/1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders;
o)    de bijstandsorganisaties, vermeld in artikel 1, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering;
5° zorgraad: een rechtspersoon als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 26 april 2019.

HOOFDSTUK 2. Opdrachten en werkingsvoorwaarden (... - ...)

Artikel 2. ( 01/01/2025 - ... )

De zorgraden realiseren en versterken de samenwerking en coördinatie tussen lokale besturen, eerstelijnszorgaanbieders, verenigingen van personen met een zorg- en ondersteuningsnood, verenigingen van mantelzorgers en verenigingen van vrijwilligers met als doel te evolueren naar een vraaggestuurde en integrale zorg en ondersteuning voor de persoon met een zorg- en ondersteuningsnood.

Artikel 3. ( 01/01/2025 - ... )

§1. Met behoud van de toepassing van de opdrachten, vermeld in artikel 11, eerste lid, van het decreet van 26 april 2019, heeft de zorgraad als opdracht het lokaal sociaal beleid van de lokale besturen te ondersteunen binnen hun zone door de volgende taken uit te oefenen:
1°    op verzoek van de lokale besturen verzamelde data leveren voor een omgevingsanalyse die als basis dient voor de meerjarenplanning van de lokale besturen en de zorgraden;
2°    het meerjarenplan van de zorgraad afstemmen op de beleidsprioriteiten van de Vlaamse Regering in het kader van het lokaal sociaal beleid en op de accenten in het lokaal sociaal beleid van de betrokken lokale besturen. De afgevaardigden van de lokale besturen in de zorgraad zijn verantwoordelijk om de voormelde accenten aan te leveren en op te volgen.

In het kader van de opdracht, vermeld in het eerste lid, bezorgen de zorgraden na de goedkeuring door de administratie, vermeld in artikel 14, eerste lid, 6°, hun meerjarenplan en, na de goedkeuring door de administratie, vermeld in artikel 14, eerste lid, 5°, hun actieplan aan de lokale besturen die in de eerstelijnszone van de zorgraad in kwestie liggen. 

In afwijking van het tweede lid bezorgt de zorgraad die het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als werkgebied heeft, na de goedkeuring door de administratie, vermeld in artikel 14, derde lid, 2°, zijn meerjarenplan en, na de goedkeuring door de administratie, vermeld in artikel 14, derde lid, 1°, zijn actieplan, aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

§2. Als een lokaal bestuur als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, beslist dat het meerjarenplan van de zorgraad het lokaal bestuur verhindert bij de uitoefening van zijn lokaal sociaal beleid, kan dat lokaal bestuur aan de administratie vragen om een administratieve beroepsprocedure op te starten.

De aanvraag van een administratieve beroepsprocedure, vermeld in het eerste lid, wordt met een aangetekende zending gericht aan de administratie binnen vijfenveertig dagen nadat de aanvragende gemeente het meerjarenplan van de zorgraad heeft ontvangen. Bij de voormelde aanvraag worden al de volgende documenten gevoegd:
1°    een overzicht van de strategische doelen in het meerjarenplan van de zorgraad waarvoor het lokaal bestuur een herziening aanvraagt;
2°    een motivering waarom de strategische doelen, vermeld in punt 1°, het lokaal bestuur verhindert bij de uitvoering van zijn lokaal sociaal beleid.

De administratie onderzoekt of de aanvraag van een administratieve beroepsprocedure, vermeld in het eerste lid, aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, voldoet, en brengt in voorkomend geval het aanvragende lokaal bestuur, binnen vijfenveertig dagen nadat ze de aanvraag heeft ontvangen, op de hoogte van de ontvangst van de aanvraag. Als de aanvraag van een administratieve beroepsprocedure, vermeld in het eerste lid, onvolledig is, verzoekt de administratie het aanvragende lokaal bestuur om aanvullende inlichtingen. 

Als de aanvraag van een administratieve beroepsprocedure, vermeld in het eerste lid, niet is ingediend binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, of als het aanvragende lokaal bestuur de administratie niet de aanvullende inlichtingen bezorgt binnen vijfenveertig dagen na de datum van het verzoek om aanvullende inlichtingen, vermeld in het derde lid, wijst de administratie het administratieve beroep af. De administratie deelt de afwijzing van de administratieve beroepsprocedure mee aan het aanvragende lokaal bestuur binnen dertig dagen na de datum van de beslissing tot afwijzing.

Als de aanvraag van een administratieve beroepsprocedure, vermeld in het eerste lid, aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, voldoet, brengt de administratie de zorgraad tegen wiens meerjarenplan een administratieve beroepsprocedure wordt opgestart, met een aangetekende zending op de hoogte van de start van de administratieve beroepsprocedure. De documenten, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, worden bij de voormelde aangetekende zending gevoegd.

Binnen vijfenveertig dagen nadat de zorgraad, vermeld in het vijfde lid, de aangetekende zending, vermeld in het vijfde lid, heeft ontvangen, kan hij reageren op de opmerkingen van het lokaal bestuur dat de administratieve beroepsprocedure heeft opgestart. In de voormelde reactie wordt het standpunt verduidelijkt van de zorgraad over de hinder die het meerjarenplan van de zorgraad vormt voor het meerjarenplannen van de lokale besturen. De zorgraad stuurt de voormelde reactie met een aangetekende zending naar de administratie en het lokaal bestuur dat de administratieve beroepsprocedure heeft opgestart.

Nadat de termijn, vermeld in het zesde lid, is verstreken, organiseert de administratie een overleg om een consensus te bereiken tussen het lokaal bestuur dat het beroep heeft ingediend, en de zorgraad in kwestie. Op het voormelde overleg zijn de volgende partijen aanwezig:
1°    een vertegenwoordiger van het lokaal bestuur dat het beroep heeft ingediend;
2°    een vertegenwoordiger van de zorgraad;
3°    een vertegenwoordiger van de administratie.

De administratie kan beslissen om een onafhankelijke expert aan het overleg, vermeld in het zevende lid, te laten deelnemen.

Als een consensus wordt bereikt op het overleg, vermeld in het zevende lid, neemt de administratie akte van de bereikte consensus. Als de bereikte consensus inhoudt dat de zorgraad zijn meerjarenplan moet aanpassen, bezorgt de zorgraad het aangepaste meerjarenplan en het aangepaste actieplan aan de administratie ter goedkeuring binnen zestig dagen na de datum van de vergadering waarop de consensus is bereikt. Na de goedkeuring van het aangepaste meerjarenplan bezorgt de zorgraad het aangepaste meerjarenplan aan de lokale besturen van de eerstelijnszone.

Als er geen consensus wordt bereikt op het overleg, vermeld in het zevende lid, neemt de administratie een beslissing op basis van de documenten, vermeld in het tweede en zesde lid. De administratie kan de volgende beslissingen nemen:
1°    het meerjarenplan van de zorgraad kan ongewijzigd behouden blijven;
2°    het meerjarenplan van de zorgraad moet volledig of gedeeltelijk worden aangepast.

De beslissing van de administratie, vermeld in het tiende lid, wordt met een aangetekende brief meegedeeld aan de zorgraad en aan het lokaal bestuur dat de administratieve beroepsprocedure heeft opgestart.

Als de administratie beslist dat het meerjarenplan moet worden aangepast, conform het tiende lid, 2°, bezorgt de zorgraad het aangepaste meerjarenplan en het aangepaste actieplan aan de administratie ter goedkeuring binnen zestig dagen nadat de administratie de zorgraad op de hoogte heeft gebracht van de beslissing, vermeld in het tiende lid, 2°. Na de goedkeuring van het aangepaste meerjarenplan bezorgt de zorgraad het aangepaste meerjarenplan aan de lokale besturen van de eerstelijnszone.

De procedure, vermeld in het eerste tot en met twaalfde lid, is van overeenkomstige toepassing in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met dien verstande dat “lokaal bestuur” wordt gelezen als “Vlaamse Gemeenschapscommissie” en “meerjarenplan van de lokale besturen” wordt gelezen als “meerjarenplan van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2020 over de beleids- en beheerscyclus van de Vlaamse Gemeenschapscommissie”. 

De administratie komt niet tussen in de kosten die de zorgraad, de lokale besturen of de Vlaamse Gemeenschapscommissie gemaakt hebben naar aanleiding van de administratieve beroepsprocedure.

Artikel 4. ( 01/01/2025 - ... )

...

Artikel 5. ( 01/01/2025 - ... )

...

Artikel 6. ( 01/01/2025 - ... )

...

Artikel 7. ( 01/01/2025 - ... )

...

HOOFDSTUK 3. Samenstelling (... - ...)

Artikel 8. ( 01/01/2025 - ... )

§1. De zorgraden zijn samengesteld conform artikel 12 van het decreet van 26 april 2019.

De algemene vergadering van de zorgraad is samengesteld uit de volgende clusters:
1°    de welzijnsactoren;
2°    de eerstelijnszorgactoren;
3°    de lokale besturen;
4°    de verenigingen van personen met een zorg- en ondersteuningsnood, de verenigingen van mantelzorgers of de verenigingen van vrijwilligers.

De clusters, vermeld in het tweede lid, hebben een gelijke stem.

De voorwaarden, vermeld in het tweede en derde lid, zijn niet van toepassing voor de zorgraad die het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als werkgebied heeft.

§2. De zorgraden zorgen ervoor dat elke eerstelijnszorgaanbieder, elk lokaal bestuur, elke vereniging van personen met een zorg- en ondersteuningsnood, elke vereniging van mantelzorgers en elke vrijwilligersvereniging die dat wil en die in het werkgebied van de zorgraad werkt, via een afgevaardigde vertegenwoordigd is in de zorgraad, op voorwaarde dat die zich ertoe verbindt de bepalingen van het artikel 4 tot en met 7 en 11 van het decreet van 26 april 2019 na te leven en er geen gegronde redenen zijn om te weigeren. Een beslissing tot weigering wordt met vermelding van de redenen meegedeeld aan de aanvrager en aan de administratie.

Artikel 9. ( 01/01/2025 - ... )

§1. In dit artikel wordt verstaan onder:
1° pluralistische samenstelling: een samenstelling die een representatieve afspiegeling vormt van de verschillende ideologische strekkingen in het werkgebied;
2° diverse samenstelling: een evenwichtige samenstelling van de verscheidenheid aan zorgaanbieders, lokale besturen, verenigingen van personen met een zorg- en ondersteuningsnood, erkende verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en vrijwilligersverenigingen in het werkgebied.

§2. Het bestuursorgaan van de zorgraden is pluralistisch en divers samengesteld volgens een representatieve vertegenwoordiging van het zorglandschap, die op de volgende wijze verdeeld is onder de volgende vier clusters:
1°    minimaal één en maximaal acht bestuurders die verkozen zijn door de afgevaardigden van de welzijnsactoren;
2°    minimaal één en maximaal acht bestuurders die verkozen zijn door de afgevaardigden van de eerstelijnszorgactoren;
3°    minimaal één en maximaal acht bestuurders die verkozen zijn door de afgevaardigden van de lokale besturen;
4°    minimaal één en maximaal acht bestuurders die verkozen zijn door de afgevaardigden van de verenigingen van personen met een zorg- en ondersteuningsnood, de erkende verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en de vrijwilligersverenigingen.

Naast de bestuurders, vermeld in het eerste lid, kunnen de zorgraden bijkomend maximaal vier bestuurders toelaten.

De bestuurders, vermeld in het eerste lid, groeperen zich in het bestuursorgaan in de vier clusters, vermeld in het eerste lid. Iedere cluster, vermeld in het eerste lid, heeft een gelijke stem. De bijkomende bestuurders, vermeld in het tweede lid, sluiten zich aan bij een van de clusters, vermeld in het eerste lid.

Deze paragraaf is niet van toepassing als de zorgraad het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als werkgebied heeft.

§3. In de zorgraad die het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als werkgebied heeft, is een stuurgroep belast met de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 2 en 3.

De stuurgroep, vermeld in het eerste lid, is pluralistisch en divers samengesteld volgens een vertegenwoordiging van het zorglandschap, die de volgende verdeling respecteert:
1°    minimaal één en maximaal acht leden die gekozen zijn door de afgevaardigden van de welzijnsactoren;
2°    minimaal één en maximaal acht leden die gekozen zijn door de afgevaardigden van de eerstelijnszorgactoren;
3°    minimaal één en maximaal acht leden die gekozen zijn door de afgevaardigden van de verenigingen van personen met een zorg- en ondersteuningsnood, de erkende verenigingen van gebruikers en mantelzorgers en de vrijwilligersverenigingen.

De stuurgroep kan naast de leden, vermeld in het tweede lid, de volgende leden omvatten:
1°    maximaal vier leden die gekozen zijn door de afgevaardigden van de lokale besturen;
2°    maximaal vier leden die gekozen zijn door de afgevaardigden van de Vlaamse Gemeenschapscommissie;
3°    maximaal vier leden naast de leden, vermeld in punt 1° en 2° en in het tweede lid.

Het aantal leden in de stuurgroep dat wordt gekozen door de afgevaardigden van de lokale besturen, vermeld in het derde lid, 1°, kan niet hoger liggen dan het aantal leden dat wordt gekozen door de afgevaardigden van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, vermeld in het derde lid, 2°.

De leden van de stuurgroep groeperen zich in de clusters, vermeld in artikel 8, §1, tweede lid, 1°, 2° en 4°. Optioneel kan binnen de stuurgroep een vierde cluster als vermeld in artikel 8, §1, tweede lid, 3°, worden opgericht. Elk van de voormelde clusters heeft een gelijke stem. De leden, vermeld in het derde lid, sluiten zich aan bij een van de voormelde clusters. Als binnen de stuurgroep een vierde cluster als vermeld in artikel 8, §1, tweede lid, 3°, is opgericht, sluiten de leden, vermeld in het derde lid, 1° en 2°, aan bij deze cluster.

In het bestuursorgaan van de zorgraad die het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als werkgebied heeft, is een bestuurder opgenomen, verkozen door de leden van de stuurgroep.

HOOFDSTUK 4. Erkenning en weigering van de erkenning (... - ...)

Artikel 10. ( 01/06/2023 - ... )

De secretaris-generaal erkent een zorgraad voor onbepaalde duur.

Een erkenning als zorgraad kan ten vroegste ingaan op 1 juli 2020.

Artikel 11. ( 01/01/2025 - ... )

Een aanvrager kan erkend worden als zorgraad, als hij voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° de aanvrager is een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks een vermogensvoordeel uitkeert of bezorgt, behalve voor het belangeloze doel dat in de statuten bepaald is;
2° het werkgebied van de aanvrager omvat een volledige eerstelijnszone;
3° de statuten zijn voor publicatie aangeboden;
4° de aanvrager voldoet qua samenstelling aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8;
5° voorzieningen en samenwerkingsverbanden van verschillende levensbeschouwelijke strekkingen zijn in de aanvrager vertegenwoordigd;
6° de aanvrager beschikt over een meerjarenplan met strategische invulling van de opdrachten voor de volgende twee werkingsjaren;
7° de aanvrager vertegenwoordigt binnen zijn werkgebied minstens twee derden van de lokale besturen en van de eerstelijnszorgaanbieders, die door de Vlaamse Gemeenschap als voorziening of samenwerkingsverband zijn erkend;
8° de zorgraden passen minimaal de loon- en arbeidsvoorwaarden van het paritair comité 331 toe op de tewerkstelling van het personeel.

De aanvrager die als werkgebied het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad heeft, vertegenwoordigt in afwijking van het eerste lid, 7°, binnen zijn werkgebied alleen meer dan twee derden van de eerstelijnszorgaanbieders, die door de Vlaamse Gemeenschap als voorziening of samenwerkingsverband zijn erkend.
 

Artikel 12. ( 01/01/2025 - ... )

§ 1. Een aanvraag tot erkenning is alleen ontvankelijk als ze al de volgende documenten bevat:
1° de identificatiegegevens van de aanvrager;
2° de statuten van de aanvrager, als ze nog niet gepubliceerd zijn;
3° het werkgebied waarvoor de erkenning wordt aangevraagd;
4° het meerjarenplan voor de eerste twee werkingsjaren;
5° een bewijs dat de aanvrager voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 11, eerste lid, 4° en 5° ;
6° een overzicht van de eerstelijnszorgaanbieders die door de Vlaamse Gemeenschap als voorziening of samenwerkingsverband zijn erkend en die actief zijn binnen het werkgebied waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, waarin wordt aangetoond dat de aanvrager minstens twee derden van die eerstelijnszorgaanbieders vertegenwoordigt conform artikel 11, eerste lid, 7°, en, tenzij de aanvrager als werkgebied het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad heeft, een bewijs dat minstens twee derden van de lokale besturen in de aanvrager vertegenwoordigd is.

De erkenning wordt aangevraagd met een formulier dat de administratie op zijn website ter beschikking stelt.

§ 2. De administratie meldt de aanvrager of de aanvraag ontvankelijk is binnen dertig dagen na de dag waarop de administratie de erkenningsaanvraag heeft ontvangen.

Artikel 13. ( 01/01/2025 - ... )

§ 1. De administratie bezorgt de aanvrager de beslissing over de erkenning binnen dertig dagen na de dag waarop de administratie de ontvankelijke aanvraag heeft ontvangen.

§ 2. Als niet voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 11, deelt de secretaris-generaal het voornemen tot weigering van de erkenning mee.

De administratie brengt de aanvrager met een aangetekende zending op de hoogte van het voornemen tot weigering van de erkenning.

De aangetekende zending bevat naast het voornemen ook de uitleg over de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen bij de administratie.

Als de aanvrager geen bezwaarschrift indient binnen vijfenveertig dagen nadat de administratie de aangetekende zending heeft verstuurd, wordt de beslissing van de secretaris-generaal tot weigering van de erkenning met een aangetekende zending aan de aanvrager bezorgd.

§ 3. Als de erkenning wordt geweigerd, kan de aanvrager geen aanspraak maken op een vergoeding voor de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die hebben plaatsgevonden om de erkenning te verkrijgen.

§ 4. De beslissing waarbij de erkenning wordt verleend, bevat al de volgende gegevens:
1° de naam en het adres van de erkende zorgraad;
2° de ingangsdatum en de termijn van de erkenning.

Artikel 14. ( 01/01/2025 - ... )

Om erkend te blijven, moeten de zorgraden:
1° voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 11;
2° de opdrachten en de taken, vermeld in artikel 2 en 3, uitvoeren;
3° jaarlijks uiterlijk tegen 31 mei aan de administratie een verslag bezorgen over de uitvoering van de opdrachten tijdens het voorbije werkingsjaar;
4° jaarlijks uiterlijk tegen 31 mei aan de administratie het financieel verslag van het voorbije werkingsjaar bezorgen;
5° een actieplan voor elke twee volgende werkingsjaren opmaken en ter goedkeuring aan de administratie voorleggen voor 15 oktober. De zorgraden tonen aan dat het actieplan uitvoering geeft aan het meerjarenplan, vermeld in punt 6°;
6° een meerjarenplan opmaken voor de volgende zes werkingsjaren en dat ter goedkeuring aan de administratie voorleggen tegen uiterlijk 30 april van het werkingsjaar dat volgt op het jaar waarin het lokaal bestuur zijn meerjarenplan moet vaststellen, conform artikel 254, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. In dat meerjarenplan: 
a)    toont de zorgraad met een procesbeschrijving aan op welke manier de betrokkenheid van de zorgaanbieders, de lokale besturen en de verenigingen van personen met een zorg- en ondersteuningsnood, de verenigingen van mantelzorgers of de verenigingen van vrijwilligers bij de opmaak van het meerjarenplan is gerealiseerd;
b)    toont de zorgraad aan op welke wijze de doelstellingen in het meerjarenplan zijn bepaald, waarbij hij minstens verwijst naar de belangrijkste conclusies uit zijn omgevingsanalyse;
7° elke wijziging die betrekking heeft op de erkenning onmiddellijk aan de administratie melden;
8° beslissen met een meerderheid binnen elk van de clusters, vermeld in artikel 8, §1, tweede lid, en artikel 9, §2, eerste lid, van dit besluit;
9° voor 15 oktober van het eerste erkenningsjaar voldoen aan de voorwaarde , vermeld in artikel 9, §2, van dit besluit, betreffende de samenstelling van het bestuursorgaan van de zorgraad of aan de voorwaarde , vermeld in artikel 9, §3, van dit besluit, betreffende de samenstelling van de stuurgroep als de zorgraad het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als werkgebied heeft en hiervan het bewijs aan de administratie bezorgen;
10° in het tweede en het vijfde werkingsjaar van het meerjarenplan, vermeld in punt 6°, aantonen dat de zorgraad de principes van goed bestuur naleeft.

In het derde werkingsjaar dat volgt op het werkingsjaar waarin het meerjarenplan, vermeld in het eerste lid, 6°, is opgesteld, actualiseert de zorgraad het meerjarenplan voor de resterende werkingsjaren en legt de zorgraad het geactualiseerde meerjarenplan ter goedkeuring voor aan de administratie uiterlijk op 30 april.

In afwijking van het eerste lid, 5°, 6°, 8° en 10°, gelden voor de zorgraad die als werkgebied het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad heeft, al de volgende voorwaarden om erkend te blijven:
1°    een actieplan voor de komende drie werkingsjaren opstellen en ter goedkeuring aan de administratie voorleggen voor 15 oktober van het tweede jaar dat volgt op het jaar van de verkiezing van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, en een actieplan voor de komende twee werkingsjaren opstellen en ter goedkeuring aan de administratie voorleggen voor 15 oktober van het vijfde jaar na de verkiezingen van de Vlaamse Gemeenschapscommissie;
2°    een meerjarenplan opmaken voor de komende vijf werkingsjaren en dat ter goedkeuring aan de administratie voorleggen, uiterlijk tegen 30 april van het tweede jaar dat volgt op het jaar van de verkiezing van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. In het voormelde meerjarenplan toont de zorgraad aan dat zijn beleid rekening houdt met de regionale afbakeningen van de hulp- en zorgzones, vermeld in artikel 17 van het gezamenlijk decreet en ordonnantie van de Franse Gemeenschapscommissie en van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 25 januari 2024 betreffende de organisatie van de ambulante sector en de eerste lijn voor welzijn en gezondheid in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. In het vierde jaar dat volgt op het jaar van de verkiezing van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, actualiseert de zorgraad het meerjarenplan en legt de zorgraad het geactualiseerde meerjarenplan ter goedkeuring voor aan de administratie uiterlijk tegen 30 april;
3°    binnen de stuurgroep, vermeld in artikel 9, §3, van dit besluit, beslissen met een meerderheid van elke cluster, vermeld in artikel 9, §3, vijfde lid, van dit besluit;
4°    in het tweede en het vierde werkingsjaar van het meerjarenplan, vermeld in het eerste lid, 6°, aantonen dat hij de principes van goed bestuur naleeft.

Het meerjarenplan, vermeld in het eerste lid, 6°, en het derde lid, 2°, wordt, met behoud van de toepassing van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 8°, en het derde lid, 3°, goedgekeurd met een meerderheid van twee derde binnen de algemene vergadering, vermeld in artikel 8, §1, van dit besluit of de stuurgroep, vermeld in artikel 9,§3, van dit besluit.

HOOFDSTUK 5. Procedure voor de schorsing en de intrekking van een erkenning (... - ...)

Artikel 15. ( 01/01/2025 - ... )

§ 1. De secretaris-generaal uit een voornemen tot schorsing of tot intrekking van de erkenning als een zorgraad niet meer voldoet aan de voorwaarden om erkend te blijven, vermeld in artikel 14.

§ 2. De administratie brengt de zorgraad met een aangetekende zending op de hoogte van het voornemen tot schorsing of tot intrekking van de erkenning.

De aangetekende zending bevat naast het voornemen ook de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen bij de administratie.

Als de zorgraad geen bezwaarschift indient binnen vijfenveertig dagen nadat de administratie de aangetekende zending heeft verstuurd, wordt de beslissing van de secretaris-generaal tot schorsing of intrekking van de erkenning met een aangetekende zending aan de zorgraad bezorgd.

§ 3. De beslissing tot schorsing vermeldt de begindatum, de periode van de schorsing en de voorwaarden waaraan voldaan moet zijn om de schorsing ongedaan te maken.

De secretaris-generaal bepaalt de termijn van de schorsing. Die termijn mag niet meer bedragen dan drie maanden. Op gemotiveerd verzoek van de zorgraad kan die termijn eenmalig maximaal drie maanden verlengd worden. Die aanvraag wordt minstens dertig dagen voor de afloop van de initiële schorsingstermijn met een aangetekende zending aan de administratie bezorgd.

§ 4. Als bij het beëindigen van de schorsingstermijn nog niet aan alle erkenningsnormen is voldaan, wordt de procedure tot intrekking van de erkenning gestart.

§ 5. De beslissing tot intrekking van de erkenning heeft uitwerking op de datum, vermeld in die beslissing.

§ 6. Als de erkenning wordt ingetrokken, kan de zorgraad geen aanspraak maken op een vergoeding voor de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die hebben plaatsgevonden om de erkenning te behouden.

HOOFDSTUK 6. Procedure voor de intrekking van de erkenning op verzoek van een zorgraad (... - ...)

Artikel 16. ( 01/06/2023 - ... )

De secretaris-generaal kan de erkenning intrekken als een zorgraad daar aangetekend of tegen ontvangstbewijs rechtsgeldig en gemotiveerd om verzoekt. De beslissing van de secretaris-generaal wordt binnen drie maanden na de dag waarop de zorgraad het verzoek heeft ingediend, aangetekend met kennisgeving van ontvangst, aan de zorgraad bezorgd.

De zorgraad brengt de administratie drie maanden voor de vrijwillige stopzetting van haar activiteiten op de hoogte van haar voornemen met de opgave van de datum waarop die beslissing uitwerking heeft.

HOOFDSTUK 7. Subsidiëring (... - ...)

Artikel 17. ( 01/10/2019 - ... )

Om in aanmerking te komen voor subsidiëring, moeten de zorgraden:
1° de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14, van dit besluit, naleven;
2° een boekhouding voeren volgens de algemene boekhoudregels die van toepassing zijn op de rechtsvorm ervan als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het Beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Het boekjaar vangt aan op 1 januari en eindigt op 31 december.

Artikel 18. ( 01/01/2025 - ... )

§1. Binnen de beschikbare begrotingskredieten wordt voor de zorgraden per werkingsjaar in de volgende subsidies voor de financiering van de zorgraden voor de opdrachten, vermeld in artikel 2 en 3, voorzien:
1°    een reguliere werkingssubsidie van 10.061.536,54 euro; 
2°    een aanvullende subsidie van 607.953,33 euro ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord;
3°    een bijkomende werkingssubsidie van 3.680.000 euro;
4°    een compenserende subsidie voor de zorgraad die het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad als werkgebied heeft. De voormelde subsidie is gelijk aan het bedrag van 716.468,80 euro, verminderd met het bedrag dat aan de zorgraad in kwestie wordt toegekend door de verdelingsregels, vermeld in paragraaf 2, toe te passen. 

Een werkingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Als het eerste werkingsjaar korter dan een kalenderjaar is, wordt het subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, pro rata berekend.

§2. De wijze waarop de subsidie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, verdeeld wordt over de individuele zorgraden, is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 19. ( 01/01/2025 - ... )

§ 1. De volgende kosten zijn alleen vergoedbaar als de administratie op voorhand zijn toestemming heeft verleend:
1° de kosten voor reizen naar en verblijven in het buitenland;
2° de reis- en verblijfskosten van buitenlandse deskundigen;
3° de kosten die verbonden zijn aan leningen.

Uitrustingsgoederen kunnen alleen worden gefinancierd via dit besluit als de kosten ervan gespreid worden afgeschreven. De afschrijvingstermijn voor informatica-apparatuur, hard- en software bedraagt ten minste drie jaar. Voor meubilair en andere uitrustingsgoederen bedraagt de afschrijvingstermijn ten minste vijf jaar.

§ 2. Het subsidiebedrag dat een zorgraad ontvangt overeenkomstig de berekening vermeld in artikel 18, wordt voor minstens 60% aangewend voor personeelskosten. Als uit het financieel verslag, vermeld in artikel 22, blijkt dat minder dan 60% wordt besteed aan personeelskosten, wordt het verschil tussen het bestede percentage aan personeelskosten en 60% van de voormelde subsidie door de administratie teruggevorderd of niet uitbetaald.

§3. De zorgraden kunnen een gedeelte van hun subsidie samenleggen om een of meer personen te belasten met de uitvoering van de volgende taken:
1°    overleggen met de zorgraden om gedragen standpunten en zienswijzen te ontwikkelen;
2°    fungeren als aanspreekpunt voor de Vlaamse overheid;
3°    de zorgraden vertegenwoordigen op Vlaams, federaal en mesoniveau.

In deze paragraaf wordt verstaan onder Vlaamse overheid: de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, inclusief de instellingen die daaronder vallen.

Artikel 20. ( 01/06/2023 - ... )

De zorgraden ontvangen maximaal 90% van de subsidie als voorschot.

Het voorschot wordt in vier gelijke delen betaald. Het eerste deel wordt zo snel als mogelijk na de vastlegging van de subsidie uitbetaald. De volgende schijven worden respectievelijk in de laatste week van maart, de laatste week van juni en de laatste week van september betaald.

Het saldo van de subsidie wordt betaald nadat de administratie het financieel en inhoudelijk verslag heeft goedgekeurd.

Artikel 21. ( 01/01/2025 - ... )

Negentig percent van de subsidiebedragen, vermeld in artikel 18, §1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van dit besluit, en het bedrag, vermeld in artikel 18, §1, eerste lid, 4°, van dit besluit, worden gekoppeld aan de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in artikel 2, §2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van ’s lands concurrentievermogen, en toegepast conform artikel 2 tot en met 2quater van het voormelde koninklijke besluit.

De subsidies, vermeld in artikel 18, §1, eerste lid, 1° en 2°, en het bedrag, vermeld in artikel 18, §1, eerste lid, 4°, worden op 1 januari van elk jaar aangepast, conform het eerste lid, aan het indexcijfer van december van het voorgaande jaar, waarbij het aanvangsindexcijfer dat van december 2022 is.

De subsidie, vermeld in artikel 18, §1, eerste lid, 3°,wordt op 1 januari van elk jaar aangepast, conform het eerste lid, aan het indexcijfer van december van het voorgaande jaar, waarbij het aanvangsindexcijfer dat van december 2024 is.

Artikel 22. ( 01/01/2025 - ... )

§ 1. Elk jaar bezorgen de zorgraden aan de administratie een inhoudelijk en financieel jaarverslag uiterlijk op 31 mei van het jaar dat volgt op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

De documenten, vermeld in het eerste lid, worden elektronisch naar de administratie gestuurd. Als dat niet mogelijk is, worden ze per post gestuurd.

§ 2. Het inhoudelijk verslag bevat een beschrijving van de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 3, die de administratie in staat stelt de realisatie van de opdrachten te evalueren.

De administratie kan de vorm van het inhoudelijk verslag nader bepalen.

De administratie kan de elektronische versie van het inhoudelijk jaarverslag op haar website publiceren.

§ 3. Het financieel verslag omvat de volgende elementen:
1° de staat van ontvangsten en uitgaven, gegroepeerd per activiteitencentrum, als een enkelvoudige boekhouding of kasboekhouding wordt gevoerd, of de resultatenrekening als een dubbele boekhouding wordt gevoerd, met inbegrip van de oorsprong, de omvang en de besteding van de eventuele middelen die verkregen worden buiten dit besluit en die aangewend worden voor activiteiten die verband houden met de activiteiten, vermeld in dit besluit;
2° een genummerde lijst van de kosten en opbrengsten, met een verwijzing naar de begunstigde, het bedrag, een omschrijving en gerangschikt per kosten- of opbrengstensoort. De begunstigde houdt de originele bewijsstukken bij;
3° de opbouw en aanwending van de reserve;
4° als dat van toepassing is, een afschrijvingstabel met de lopende en de nieuwe afschrijvingen.

De administratie kan de vorm van het financiële verslag nader bepalen.

Artikel 23. ( 01/01/2025 - ... )

Het gedeelte van de toegekende subsidie dat de aanvaarde uitgaven overschrijdt, mag worden aangewend voor de aanleg van reserves.

Een reserve kan alleen aangewend worden om uitgaven te financieren die bijdragen tot de realisatie van de opdrachten, vermeld in artikel 2 en 3.

De reservevorming mag per werkingsjaar niet meer bedragen dan 20% van de jaarlijkse subsidie die toegekend wordt door de administratie. De totale opgebouwde reserve mag op het einde van een bepaald werkingsjaar nooit meer bedragen dan de helft van het geïndexeerde bedrag van de subsidie, vermeld in artikel 18, voor het werkingsjaar in kwestie.

Als de erkenning wordt ingetrokken, wordt de reserve die binnen het kader van dit besluit is opgebouwd, integraal teruggestort.

Artikel 24. ( 01/10/2019 - ... )

Alleen de kosten die betrekking hebben op de uitvoering van de opdrachten, vermeld in dit besluit, kunnen in rekening worden gebracht.

Het bedrag van de subsidie dat de toegelaten grenzen van de opbouw van de reserve, vermeld in artikel 23, overschrijdt, wordt teruggevorderd of niet uitbetaald.

HOOFDSTUK 8. Toezicht op de naleving van de erkennings- en subsidievoorwaarden (... - ...)

Artikel 25. ( 01/01/2025 - ... )

De administratie volgt de werking van de zorgraden op en kan daarvoor alle gegevens opvragen.

De administratie controleert de naleving van de erkennings- en subsidievoorwaarden, vermeld in dit besluit.

Als uit de controle of evaluatie door de administratie blijkt dat de financiële verantwoording of de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 2 en 3, onvoldoende is of als het subsidiebedrag te hoog blijkt, wordt door de administratie een deel van de subsidie niet uitbetaald of teruggevorderd.

HOOFDSTUK 9. Werkingsgebied (... - ...)

Artikel 26. ( 01/01/2025 - ... )

De volgende gemeenten vormen een eerstelijnszone, namelijk het werkgebied van de zorgraden:
1° Kemp en Duin: Genk, As, Zutendaal, Oudsbergen, Bree;
2° Maasland: Kinrooi, Maaseik, Dilsen-Stokkem, Maasmechelen, Lanaken;
3° Herkenrode: Hasselt, Zonhoven, Diepenbeek, Alken, Herk-de-Stad;
4° ZOLim: Bilzen-Hoeselt, Riemst, Tongeren-Borgloon, Voeren, Herstappe;
5° MidWestLim: Houthalen-Helchteren, Halen, Heusden-Zolder, Lummen;
6° Noord-Limburg: Lommel, Pelt, Hechtel-Eksel, Peer, Hamont-Achel, Bocholt;
7° Haspengouw: Gingelom, Heers, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Wellen;
8° West-Limburg: Beringen, Leopoldsburg, Tessenderlo-Ham;
9° RupeLaar: Aartselaar, Boom, Niel, Schelle, Hemiksem, Rumst;
10° Klein-Brabant Vaartland: Bornem, Puurs-Sint-Amands, Willebroek;
11° ZORA: Mortsel, Boechout, Edegem, Hove, Kontich, Lint;
12° Voorkempen: Brecht, Malle, Zoersel, Schilde, Wijnegem, Zandhoven, Ranst;
13° Noorderkempen: Brasschaat, Essen, Kalmthout, Kapellen, Wuustwezel;
14° Antwerpen-Centrum: 2000 Antwerpen, 2018 Antwerpen, 2060 Antwerpen, 2600 Berchem, 2050 Linkeroever;
15° Noord Antwerpen: 2170 Merksem, 2030 Antwerpen, 2180 Ekeren, 2040 (Berendrecht, Zandvliet, Lillo), Schoten en Stabroek;
16° Antwerpen Oost: 2100 Deurne, 2140 Borgerhout, 2150 Borsbeek, Wommelgem;
17° Antwerpen Zuid: 2020 Antwerpen, 2660 Hoboken, 2610 Wilrijk;
18° Pallieterland: Berlaar, Duffel, Lier, Nijlen;
19° Bonstato: Heist-op-den-Berg, Putte, Bonheiden;
20° Mechelen-Katelijne: Mechelen, Sint-Katelijne-Waver;
21° Middenkempen: Grobbendonk, Herentals, Herenthout, Kasterlee, Lille, Olen, Vorselaar;
22° Baldemore: Balen, Dessel, Mol, Retie;
23° Zuiderkempen: Herselt, Hulshout, Geel, Laakdal, Meerhout, Westerlo;
24° Kempenland: Turnhout, Beerse, Oud-Turnhout, Vosselaar, Hoogstraten, Rijkevorsel, Merksplas, Ravels, Arendonk, Baarle-Hertog;
25° N-O-Waasland: Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht, Sint-Gillis-Waas, Stekene;
26° Dender: Dendermonde, Lebbeke, Buggenhout, Berlare, Zele, Hamme;
27° Scheldekracht: Destelbergen, Laarne, Lochristi, Merelbeke-Melle, Wetteren, Wichelen;
28° Gent: Gent;
29° Z-W-Waasland: Sint-Niklaas, Temse, Waasmunster, Lokeren;
30° Vlaamse Ardennen: Oudenaarde, Zwalm, Gavere, Maarkedal, Kluisbergen, Horebeke, Wortegem-Petegem, Kruisem, Ronse;
31° West-Meetjesland: Aalter, Lievegem, Maldegem;
32° Oost-Meetjesland: Assenede, Eeklo, Evergem, Kaprijke, Sint-Laureins, Zelzate;
33° Regio Aalst: Aalst, Lede, Erpe-Mere, Haaltert, Denderleeuw;
34° Dender Zuid: Ninove, Geraardsbergen;
35° Panacea: Sint-Lievens-Houtem, Herzele, Lierde, Zottegem, Brakel, Oosterzele;
36° Schelde en Leie: Deinze, Nazareth-De Pinte, Sint-Martens-Latem, Zulte;
37° Westkust&Polder: De Panne, Koksijde, Nieuwpoort, Veurne, Alveringem, Diksmuide;
38° Oostkust: Zuienkerke, Blankenberge, Knokke-Heist, Damme;
39° Westhoek: Heuvelland, Houthulst, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Lo-Reninge, Mesen, Poperinge, Vleteren, Zonnebeke;
40° Middenkust: Oostende, Bredene, Middelkerke, De Haan;
41° RITS: Tielt, Dentergem, Pittem, Wingene, Oostrozebeke, Izegem, Ingelmunster, Lendelede;
42° Midden WVL: Ardooie, Hooglede, Ledegem, Lichtervelde, Moorslede, Roeselare, Staden;
43° Brugge: Brugge;
44° Kortrijk-Kuurne-Harelbeke: Kortrijk, Kuurne, Harelbeke;
45° Regio Menen: Menen, Wevelgem, Wervik;
46° Regio Waregem: Waregem, Wielsbeke, Deerlijk, Anzegem, Avelgem, Zwevegem, Spiere-Helkijn;
47° WE40: Beernem, Oostkamp, Zedelgem, Jabbeke;
48° Houtland en Polder: Gistel, Ichtegem, Koekelare, Kortemark, Oudenburg, Torhout;
49° Leuven: Leuven;
50° Zuidoost Hageland: Tienen, Hoegaarden, Glabbeek, Kortenaken, Linter, Zoutleeuw, Geetbets, Landen, Boutersem;
51° AMALO: Asse, Liedekerke, Affligem, Opwijk, Merchtem;
52° Pajottenland: Dilbeek, Ternat, Roosdaal, Lennik, Pajottegem, Bever;
53° Regio Grimbergen: Grimbergen, Wemmel, Meise, Kapelle-op-den-Bos, Londerzeel;
54° Demerland: Aarschot, Begijnendijk, Bekkevoort, Diest, Scherpenheuvel-Zichem, Tielt-Winge;
55° Druivenstreek: Zaventem, Kraainem, Wezembeek-Oppem, Tervuren, Overijse, Hoeilaart;
56° Leuven Noord: Boortmeerbeek, Haacht, Rotselaar, Holsbeek, Keerbergen, Tremelo;
57° Leuven Zuid: Kortenberg, Herent, Bertem, Huldenberg, Oud-Heverlee, Bierbeek, Lubbeek;
58° Zennevallei: Beersel, Drogenbos, Halle, Linkebeek, Pepingen, Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw;
59° BraViO: Vilvoorde, Machelen, Steenokkerzeel, Zemst, Kampenhout;
60° Bruzel: Brussel, Schaarbeek, Etterbeek, Elsene, Sint-Gillis, Anderlecht, Sint-Jans-Molenbeek, Koekelberg, Sint-Agatha-Berchem, Ganshoren, Jette, Evere, Sint-Pieters-Woluwe, Oudergem, Watermaal-Bosvoorde, Ukkel, Vorst, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Joost-ten-Node.

HOOFDSTUK 10. Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 27. ( 01/10/2019 - ... )

De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het decreet van 3 maart 2004 betreffende de eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 betreffende de samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009, 12 juli 2013, 13 maart 2015, 7 december 2018 en 26 april 2019.
 

Artikel 28. ( 01/10/2019 - ... )

De samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend zijn, blijven verder erkend volgens de regels die voor die datum van toepassing waren, tot hun erkenning afloopt.

Artikel 29. ( 01/10/2019 - ... )

De volgende regelgevende teksten treden in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van tien dagen, die ingaat op de dag na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad:
1° het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders;
2° dit besluit.

Artikel 30. ( 01/10/2019 - ... )

De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

( 01/01/2025 - ... )

Bijlage. Wijze van verdeling van de subsidie, vermeld in artikel 18, §1, eerste lid, 1° tot en met 3°, over de individuele zorgraden, vermeld in artikel 18, §2

Artikel 1. §1. Het totale subsidiebedrag, vermeld in artikel 18, §1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van het besluit wordt verdeeld in twee samenstellende delen over de zorgraden: een vast deel en een variabel deel.

§2. Het vaste deel van de subsidie, vermeld in paragraaf 1, bedraagt voor alle zorgraden samen 3.600.000 euro.

Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt op 1 januari van elk jaar aangepast, conform artikel 21, eerste lid, van het besluit, aan het indexcijfer van december van het voorgaande jaar, waarbij het aanvangsindexcijfer dat van december 2024 is.

Het variabele deel van de subsidie, vermeld in paragraaf 1, is voor alle zorgraden samen gelijk aan het totale subsidiebedrag, vermeld in artikel 18, §1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van het besluit, verminderd met het vaste deel van de subsidie, vermeld in het eerste lid.

§3. Elke zorgraad ontvangt een subsidie die bestaat uit de som van de samenstellende delen, vermeld in paragraaf 1.

Art. 2. Het totale subsidiebedrag voor het vaste deel, vermeld in artikel 1, §2, eerste lid, wordt gelijk verdeeld over alle zorgraden.

Het bedrag per zorgraad wordt berekend door het totale subsidiebedrag voor het vaste gedeelte, vermeld in artikel 1, §2, eerste lid, te delen door het aantal zorgraden.

Art. 3. §1. In dit artikel wordt verstaan onder bevolkingsaantal: het bevolkingscijfer zoals gerapporteerd door Statbel op 1 januari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het berekeningsjaar.

§2. Het totale subsidiebedrag voor het variabele deel, vermeld in artikel 1, §2, derde lid, wordt tussen de verschillende zorgraden verdeeld op basis van het aantal gewogen inwoners, berekend conform paragraaf 3 tot en met 5, in de eerstelijnszone waar de zorgraad actief is. Het subsidiebedrag per gewogen inwoner wordt verkregen door het totale subsidiebedrag voor het variabele deel, vermeld in artikel 1, §2, derde lid, te delen door het aantal gewogen inwoners van alle eerstelijnszones.

Het bedrag van het variabele deel van de subsidie per zorgraad wordt berekend door het subsidiebedrag per gewogen inwoner, vermeld in het eerste lid, te vermenigvuldigen met het aantal gewogen inwoners in de eerstelijnszone waar de zorgraad in kwestie actief is.

§3. Voor iedere eerstelijnszone wordt het aantal gewogen inwoners berekend per gemeente. Het gewogen inwonersaantal per gemeente wordt bepaald door het bevolkingsaantal van een gemeente te vermenigvuldigen met zijn kwetsbaarheidswegingscoëfficiënt, berekend conform paragraaf 4. De gewogen inwonersaantallen per gemeente worden vervolgens opgeteld om tot een gewogen inwonersaantal per eerstelijnszone te komen.

In afwijking van het eerste lid wordt voor de gemeente Antwerpen het aantal gewogen inwoners berekend per postcode door het gewogen inwonersaantal van die postcode te vermenigvuldigen met de kwetsbaarheidswegingscoëfficiënt van de gemeente Antwerpen, berekend conform paragraaf 4. De gewogen inwonersaantallen per postcode worden vervolgens opgeteld om tot een gewoon inwonersaantal per eerstelijnszone te komen.

§4. De kwetsbaarheidswegingscoëfficiënt van een bepaalde gemeente wordt berekend uit de totale risicofactor van die gemeente, die wordt berekend uit de volgende zes indicatoren:
1° het aantal kredietnemers met minstens één uitstaand achterstallig contract ten opzichte van het totale aantal inwoners van achttien jaar of ouder. Bij de berekening van deze indicator worden de gegevens van de Nationale Bank van België, de Centrale voor Kredieten aan Particulieren en Statbel gebruikt;
2° het percentage rechthebbenden met het statuut chronische aandoening, vermeld in artikel 37vicies/1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Bij de berekening van deze indicator worden de gegevens van het Intermutualistisch Agentschap en Statbel gebruikt;
3° het aantal personen in een gezin met een zeer lage werkintensiteit ten opzichte van het totale aantal inwoners. Een huishouden wordt beschouwd als een huishouden met een zeer lage werkintensiteit als de huishoudleden van werkende leeftijd minder dan twintig percent van de potentiële werktijd aan de slag zijn. Bij de berekening van deze indicator worden de gegevens van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid gebruikt;
4° het aantal huishoudens met een kind bij een alleenstaande ouder ten opzichte van het totale aantal huishoudens. Bij de berekening van deze indicator worden de gegevens van Statbel gebruikt;
5° de verhouding van het aantal alleenstaande inwoners van 75 jaar of ouder ten opzichte van het totale aantal inwoners. Bij de berekening van deze indicator worden de gegevens van Statbel gebruikt;
6° het gemiddeld netto belastbaar inkomen per inwoner. Bij de berekening van deze indicator worden de gegevens van Statbel gebruikt.

Bij de berekening van de indicatoren, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, worden om de kwetsbaarheidswegingscoëfficiënt te berekenen op 1 januari 2025 de recentste gegevens op gemeentelijk niveau gebruikt. Bij de herberekening van de kwetsbaarheidswegingscoëfficiënt conform het vierde lid worden de recentste gegevens op gemeentelijk niveau gebruikt.

De kwetsbaarheidswegingscoëfficiënt van een gemeente wordt berekend door al de volgende stappen te doorlopen:
1° een kwetsbaarheidsscore wordt berekend van de zes indicatoren, vermeld in het eerste lid, door het percentiel per gemeente van elke individuele indicator te berekenen. Het voormelde percentiel drukt de positie van de betrokken gemeente voor een bepaalde indicator uit ten opzichte van de andere gemeenten als een numerieke fractie in het bereik 0 tot 1. Voor de indicator, vermeld in het eerste lid, 6°, wordt het berekende percentiel vervangen door een complement van het percentiel, dat verkregen wordt door het percentiel dat berekend is voor deze indicator, af te trekken van de waarde 1;
2° de totale risicofactor per gemeente wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de kwetsbaarheidsscores van de zes indicatoren, vermeld in het eerste lid, voor de betrokken gemeente, berekend conform de stap, vermeld in punt 1°;
3° de totale risicofactor, vermeld in punt 2°, wordt vermenigvuldigd met de gewichtfactor 0,386 en vermeerderd met 1000.

De kwetsbaarheidswegingscoëfficiënt per gemeente wordt, met ingang van 2025, om de vijf jaar herberekend, conform het eerste tot en met derde lid. De herberekende kwetsbaarheidswegingscoëfficiënt wordt van toepassing op 1 januari volgend op het jaar van de herberekening ervan.

§5. In afwijking van paragraaf 3 en 4 wordt voor het tweetalige gebied Brussel- Hoofdstad het aantal gewogen Vlaamse inwoners berekend door 30% van het bevolkingsaantal van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad te vermenigvuldigen met 1,386.

§6. Het aantal gewogen inwoners per gemeente en van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wordt jaarlijks herberekend conform paragraaf 3 tot en met 5.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 01/01/2025