Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering

Datum 02/10/2019

Inhoud

(... - ...)

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op het bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen, artikel 21;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juli 2014 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 2 oktober 2019;

Op het gezamenlijke voorstel van de leden van de Vlaamse Regering;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1. (02/10/2019- ...)

Dit besluit verdeelt de bevoegdheden binnen de Vlaamse Regering, met het oog op de voorbereiding en de uitvoering van haar beslissingen.

In dit besluit wordt verstaan onder organisatiebesluit: het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.

Artikel 2. (10/05/2021- ...)

§ 1. De heer Jan Jambon, voorzitter van de Vlaamse Regering, is bevoegd voor het beleidsveld Ondersteuning van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 3 van het organisatiebesluit.

Hij is bevoegd voor het management van crisissituaties, hij stelt de crisissituatie vast en bepaalt de duur ervan.

Hij draagt de titel "minister-president van de Vlaamse Regering".

§ 2. De heer Jan Jambon, lid van de Vlaamse Regering, is bevoegd voor:
1° de beleidsvelden Buitenlands Beleid, Ontwikkelingssamenwerking en Internationaal Ondernemen, vermeld in artikel 3 van het organisatiebesluit;
2° het beleidsveld Cultuur, vermeld in artikel 9, van het organisatiebesluit;
3° het beleidsveld Rampenschade, vermeld in artikel 3 van het organisatiebesluit;
4° het beleidsveld Digitalisering, vermeld in artikel 3 van het organisatiebesluit;
5° het facilitair management, het vastgoed, het documentbeheer en de overheidsopdrachten, vermeld in artikel 3 van het organisatiebesluit.

Hij draagt de titel "Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, Digitalisering en Facilitair Management".

§ 3. De heer Jan Jambon is bevoegd voor het bestuur van of het toezicht op de volgende instanties:
1° het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen;
2° het Koninklijk Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen;
3° het Topstukkenfonds;
4° het Vlaams Fonds voor de Letteren;
5° het Fonds Culturele Infrastructuur;
6° het Eigen Vermogen KMSKA;
7° het agentschap Facilitair Bedrijf;
8° de Vlaamse Vereniging voor ICT-personeel (Vlaanderen connect);
9° het agentschap Digitaal Vlaanderen;
10° het Eigen Vermogen Digitaal Vlaanderen.

Artikel 3. (01/01/2021- ...)

§ 1. Mevrouw Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering, is bevoegd voor:
1° het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie, vermeld in artikel 6 van het organisatiebesluit;
2° het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 10 van het organisatiebesluit;
3° het beleidsdomein Landbouw en Visserij, vermeld in artikel 11 van het organisatiebesluit.

Zij draagt de titel "Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw".

§ 2. Mevrouw Hilde Crevits is bevoegd voor het bestuur van of het toezicht op de volgende instanties:
1° het agentschap Innoveren en ondernemen;
2° de Limburgse Reconversiemaatschappij;
3° de Participatiemaatschappij Vlaanderen;
4° de Vlaamse Participatiemaatschappij;
5° de Vlaamse Milieuholding;
6° het Fonds voor Innoveren en Ondernemen;
7° het Fonds Wetenschappelijk onderzoek - Vlaanderen;
8° het agentschap Plantentuin Meise;
9° de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek;
10° de Vlaamse dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
11° het ESF-agentschap;
12° het Vlaams Agentschap voor Ondernemingsvorming - Syntra Vlaanderen;
13° het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds;
14° het Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij en Aquacultuursector;
15° het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek;
16° het Eigen Vermogen Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek;
17° het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing.

Artikel 4. (02/10/2019- ...)

§ 1. De heer Bart Somers, viceminister-president van de Vlaamse Regering, is bevoegd voor:
1° het beleidsveld Binnenlands Bestuur en Stedenbeleid, vermeld in artikel 3 van het organisatiebesluit;
2° het beleidsveld Gelijke Kansen en Integratie en Inburgering, vermeld in artikel 3 van het organisatiebesluit;
3° de HR en de audit van de Vlaamse overheid vermeld in artikel 3 van het organisatiebesluit.

Hij draagt de titel "Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen".

§ 2. De heer Bart Somers is bevoegd voor het bestuur van of het toezicht op de volgende instanties:
1° het agentschap Binnenlands Bestuur, met dien verstande dat deze bevoegdheid wordt gedeeld met de Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand en de Vlaamse minister van Brussel, Jeugd en Media;
2° Audit Vlaanderen, met behoud van de toepassing van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 oktober 2013 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Audit Vlaanderen" en tot wijziging van diverse besluiten;
3° Toegankelijk Vlaanderen;
4° het agentschap Integratie en Inburgering;
5° het agentschap Overheidspersoneel;
6° het Vlaams Pensioenfonds.

Artikel 5. (02/10/2019- ...)

§ 1. De heer Ben Weyts, viceminister-president van de Vlaamse Regering, is bevoegd voor:
1° het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het organisatiebesluit;
2° het beleidsveld Vlaamse Rand, vermeld in artikel 3 van het organisatiebesluit;
3° het beleidsveld Sport, vermeld in artikel 9 van het organisatiebesluit;
4° het beleidsveld Dierenwelzijn, vermeld in artikel 13 van het organisatiebesluit.

Hij draagt de titel "Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand".

§ 2. De heer Ben Weyts is bevoegd voor het bestuur van of het toezicht op de volgende instanties:
1° het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
2° het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
3° de onderwijsinspectie;
4° het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;
5° het Gemeenschapsonderwijs;
6° het agentschap Binnenlands Bestuur, met dien verstande dat deze bevoegdheid wordt gedeeld met de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen en de Vlaamse minister van Brussel, Jeugd en Media;
7° de Rand;
8° het agentschap Sport Vlaanderen.

Artikel 6. (01/01/2021- Datum te bepalen door de minister)

§ 1. Mevrouw Zuhal Demir is bevoegd voor:
1° het beleidsdomein Omgeving, vermeld in artikel 13 van het organisatiebesluit, met uitzondering van de beleidsvelden Dierenwelzijn, Onroerend Erfgoed en Wonen;
2° het beleidsveld Toerisme, vermeld in artikel 3 van het organisatiebesluit;
3° de beleidsvelden Bestuursrechtspraak en Justitie en Handhaving, vermeld in artikel 3 van het organisatiebesluit.

Zij is bevoegd om, met toepassing van artikel 11bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, namens de Vlaamse Regering, de federale minister van Justitie te verzoeken om vervolgingen te bevelen.

Zij draagt de titel "Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme".

§ 2. Mevrouw Zuhal Demir is bevoegd voor het bestuur van of het toezicht op de volgende instanties:
1° de Vlaamse Landmaatschappij;
2° de Vlaamse Milieumaatschappij;
3° de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;
4° het Instituut voor Natuur- en bosonderzoek;
5° het Agentschap voor Natuur en Bos;
6° het Grindfonds;
7° het Eigen Vermogen Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek;
8° het Rubiconfonds;
9° de Vlaamse maatschappij voor watervoorziening;
10° Natuurinvest;
11° het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap;
12° het Vlaams Energiebedrijf;
13° Toerisme Vlaanderen.

Artikel 7. (01/09/2020- ...)

§ 1. De heer Wouter Beke is bevoegd voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 8 van het organisatiebesluit..

Hij draagt de titel "Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding".

§ 2. De heer Wouter Beke is bevoegd voor het bestuur van of het toezicht op de volgende instanties:
1° het Vlaams Agentschap voor Samenwerking rond Gegevensdeling tussen de Actoren in de Zorg;
2° Zorg en gezondheid;
3° OPZ Geel en Rekem;
4° het agentschap Opgroeien;
5° het Fonds Jongerenwelzijn;
6° het agentschap Opgroeien Regie;
7° het Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid;
8° het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
9° het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
10° het agentschap Vlaamse Sociale Bescherming.

Artikel 8. (02/10/2019- ...)

§ 1. De heer Matthias Diependaele is bevoegd voor:
1° het beleidsdomein Financiën en Begroting, vermeld in artikel 4 van het organisatiebesluit;
2° het beleidsveld Onroerend Erfgoed, vermeld in artikel 13 van het organisatiebesluit;
3° het beleidsveld Wonen, vermeld in artikel 13 van het organisatiebesluit.

Hij draagt de titel "Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed".

§ 2. De heer Matthias Diependaele is bevoegd voor het bestuur van of het toezicht op de volgende instanties:
1° de Vlaamse belastingdienst;
2° het Vlaams Fonds voor de Lastendelging;
3° het agentschap Onroerend Erfgoed;
4° Wonen-Vlaanderen;
5° de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;
6° het Garantiefonds voor Huisvesting;
7° het Vlaams Financieringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant.

Artikel 9. (02/10/2019- ...)

§ 1. Mevrouw Lydia Peeters is bevoegd voor het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken, vermeld in artikel 12 van het organisatiebesluit.

Zij draagt de titel "Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken".

§ 2. Mevrouw Lydia Peeters is bevoegd voor het bestuur van of het toezicht op de volgende instanties:
1° de Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Antwerpen;
2° de Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Oostende-Brugge;
3° de Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Kortrijk-Wevelgem;
4° de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn;
5° het Pendelfonds;
6° het Agentschap Wegen en Verkeer;
7° het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust;
8° de Vlaamse Waterweg nv;
9° de Vlaamse Havens;
10° het Eigen Vermogen Flanders Hydraulics.

Artikel 10. (02/10/2019- ...)

§ 1. De heer Benjamin Dalle is bevoegd voor:
1° het beleidsveld Brussel, vermeld in artikel 3 van het organisatiebesluit;
2° het beleidsveld Jeugd, vermeld in artikel 9 van het organisatiebesluit;
3° het beleidsveld Media, vermeld in artikel 9 van het organisatiebesluit.

Hij wordt aangewezen om als Brussels lid van de Vlaamse Regering de vergaderingen van het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie met raadgevende stem bij te wonen, zoals bepaald in artikel 76 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen.

Hij draagt de titel "Vlaams minister van Brussel, Jeugd en Media".

§ 2. De heer Benjamin Dalle is bevoegd voor het bestuur van of het toezicht op de volgende instanties:
1° het agentschap Binnenlands Bestuur, met dien verstande dat deze bevoegdheid wordt gedeeld met de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen en de Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand;
2° Muntpunt;
3° het Vlaams Brusselfonds;
4° de Vlaamse Regulator voor de Media;
5° de Vlaamse Radio en Televisie.

Artikel 11. (02/10/2019- ...)

De aangelegenheden die bij artikel 2 tot en met 10 zijn toegewezen aan de leden van de Vlaamse Regering, omvatten ook de middelen en instrumenten waarmee die aangelegenheden effectief gerealiseerd kunnen worden, onder meer wat betreft:
1° de relaties en de samenwerking met derden, met de federale overheid en met de andere gemeenschappen en gewesten;
2° internationale en Europese initiatieven;
3° de wetenschappelijke onderzoeksprojecten en wetenschappelijke studies;
4° het specifiek administratief toezicht;
5° de oprichting van diensten, instellingen en rechtspersonen;
6° het bestuur van of het toezicht op de diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
7° het specifieke beleid inzake personeel, organisatieontwikkeling, facilitaire dienstverlening, middelenbeheer, vastgoedbeheer en informatie- en communicatietechnologie;
8° de interne en externe communicatie.

Artikel 12. (02/10/2019- ...)

In het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juli 2014 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het opschrift wordt vervangen door wat volgt: "Besluit van de Vlaamse Regering tot delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse Regering";
2° hoofdstuk 1, dat bestaat uit artikel 1 tot en met 4, wordt opgeheven;
3° in artikel 5, eerste lid, wordt de zinsnede "in hoofdstuk 1 van dit besluit" opgeheven;
4° artikel 13/1 wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 13/1. De Vlaamse minister, bevoegd voor de weginfrastructuur en het beleid, heeft delegatie om te beslissen over de beroepen inzake gemeentelijke rooilijnplannen of opheffing van gemeentewegen, vermeld in artikel 24 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen en over de beroepen inzake aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, vermeld in artikel 31/1 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.";
5° er wordt een artikel 13/6 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 13/6. In afwijking van artikel 6, 3°, hebben de leden van de Vlaamse Regering delegatie om een voorstel tot toekenning van onderscheidingen in de Nationale Orden of van burgerlijke eretekens aan personeelsleden, ter beslissing aan de federale overheid voor te leggen.";
6° artikel 16/1 wordt opgeheven.

Artikel 13. (02/10/2019- ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 2 oktober 2019.

Artikel 14. (02/10/2019- ...)

De leden van de Vlaamse Regering zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.