Besluit van de Vlaamse Regering tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de kinderopvang

Datum 24/03/2020

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Definities
  2. HOOFDSTUK 2. Maatregelen voor de gezinnen
  3. HOOFDSTUK 3. Maatregelen voor de organisatoren en medewerkers
  4. HOOFDSTUK 4. Toezicht en handhaving
  5. HOOFDSTUK 5. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgrond(en)

Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 6 § 1, 3°, e), en § 5, artikel 8, § 1 en § 3, 1°, artikel 10, 3° en artikel 12, § 1, tweede lid.

Vormvereisten

De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 24 maart 2020.
- Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat de financiële gevolgen van de coronamaatregelen die door de overheid genomen zijn om de volksgezondheid te vrijwaren, zo snel mogelijk moeten worden ingeperkt, zowel voor gezinnen als voor organisatoren van kinderopvang. Beiden hebben onmiddellijk nood aan duidelijkheid over de financiële gevolgen van deze maatregelen voor hen. Zo niet dreigen ouders die door de maatregelen plots werkloos worden én hun kind op vraag van de overheid niet naar de kinderopvang brengen, geconfronteerd te worden met facturen voor kinderopvangdagen dat hun kind, buiten hun wil om, afwezig was in de kinderopvang.
Voor organisatoren anderzijds hebben de maatregelen tot gevolg dat er een aanzienlijke daling is van de aanwezigheden van de kinderen, waardoor ze hetzij inkomsten van de ouderbijdragen missen, dan wel minder gesubsidieerde prestaties leveren. Kosten blijven deels wel doorlopen, waardoor de leefbaarheid en duurzaamheid van de opvang in het gedrang komt. Het is noodzakelijk zowel de ouders als de organisatoren door middel van voorliggend besluit duidelijkheid te bieden en ook de geruststelling dat de overheid maatregelen treft om de financiële nadelen te temperen.
Die urgente omstandigheden maken het niet mogelijk om te wachten op het advies van de Raad van State, zelfs niet een advies op vijf dagen aangezien in dat geval gezinnen en organisatoren nog een bijkomende week in de onwetendheid en onzekerheid zouden verkeren.

Motivering

De verspreiding van het COVID-19 virus heeft zware gevolgen voor het volledige maatschappelijke en economische leven. De maatregelen die de Nationale veiligheidsraad besliste op 12 en 17 maart 2020 raken tal van sectoren. Heel wat sectoren moeten verplicht de deuren sluiten, anderzijds is het noodzakelijk dat andere ondernemingen (vb. voedingssector), veiligheidsberoepen en de medische sector verder kunnen blijven werken om de bevolking verder te kunnen voorzien in de basisnoden.
Zowel voor gezinnen die gebruik maken van kinderopvang als voor de organisatoren van kinderopvang is er impact. Daarom zijn maatregelen vanuit de overheid noodzakelijk om die negatieve impact tot een minimum te beperken:
- Om reden van volksgezondheid (mogen/kunnen) heel wat kinderen niet naar de opvang komen. Daarom neemt de Vlaamse Regering haar verantwoordelijkheid op met een bijzondere regeling die ingrijpt in het betaalsysteem dat organisatoren met gezinnen hebben afgesproken voor afwezige dagen. Op die manier kunnen de negatieve financiële gevolgen voor de gezinnen geminimaliseerd worden. Daarnaast kan het ontradingsbeleid van de overheid om gezinnen ertoe aan te zetten zo min mogelijk hun kind naar de opvang te sturen, optimaal gerealiseerd worden.
- Aangezien er door de maatregelen een aanzienlijke daling is van de aanwezigheden van kinderen in de kinderopvang en er beslist wordt dat de ouders niet moeten betalen voor die afwezigheden, betekent dit een ernstige financiële impact voor de organisatoren van kinderopvang. Bovendien ontstaat hierdoor het risico dat kinderopvangplaatsen definitief zouden verdwijnen en dit net op een moment dat de heropstart van de economische activiteit de nood aan kinderopvang zal verhogen. Op die manier zou er een vicieuze cirkel kunnen ontstaan van werkwilligen die niet kunnen ingaan op de hernomen tewerkstelling wegens gebrek aan kinderopvang. Om deze redenen wil de Vlaamse regering die financiële verliezen beperken door een compensatie te voorzien en zo de duurzaamheid van de opvang te verzekeren.

Initiatiefnemer

Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

HOOFDSTUK 1. Definities

Artikel 1. (01/07/2020- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap, opgericht bij het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;
2° afwezigheidsdag: de opvangdag die besteld is door het gezin in het opvangplan in de schriftelijke overeenkomst tussen de organisator en het gezin, en waarop het kind afwezig is of waarop de opvang gesloten is door overmacht, in de periode dat de coronamaatregelen gelden;
3° basissubsidie: de basissubsidie, vermeld in artikel 1, 1° van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
4° coronamaatregelen: de maatregelen opgenomen in het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken en het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
5° decreet van 20 april 2012: het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;
6° gezinsopvang: de kinderopvang met vergunning voor gezinsopvang, vermeld in artikel 4, 1° van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;
7° groepsopvang: de kinderopvang met vergunning voor groepsopvang, vermeld in artikel 4, 2° van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters.
8° kinderopvang: de kinderopvang, vermeld in artikel 2 van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;
9° kwetsbare thuissituatie: de situatie in de thuisomgeving van het kind die van die aard is dat het voor de kinderen om sociale of pedagogische redenen wenselijk is dat ze overdag opgevangen worden in de kinderopvang;
10° ministerieel besluit van 23 maart 2020: het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
11° ondernemingen van cruciale sectoren en essentiële diensten: de ondernemingen van cruciale sectoren en essentiële diensten, zoals vermeld in artikel 3 en opgenomen in de bijlage van het ministerieel besluit van 23 maart 2020;
12° subsidie voor inkomenstarief: de subsidie voor inkomenstarief, vermeld in artikel 1, 17° van het Subsidiebesluit van 22 november 2013.

Artikel 2. (14/03/2020- ...)

De subsidies worden toegekend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.

HOOFDSTUK 2. Maatregelen voor de gezinnen

Artikel 3. (01/07/2020- ...)

In afwijking van wat de schriftelijke overeenkomst, vermeld in artikel 36 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, bepaalt, en in afwijking van artikel 28 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, betalen de gezinnen niets voor de afwezigheidsdagen van het kind in de kinderopvanglocatie en voor sluitingsdagen van de kinderopvanglocatie wegens vakantie.

De afwezigheidsdagen mogen niet afgetrokken worden:
1° door de organisator die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, van het aantal gerechtvaardigde afwezigheidsdagen, zoals vermeld in artikel 29 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, waarop een gezin recht heeft op basis van de schriftelijke overeenkomst of het huishoudelijk reglement;
2° door de organisator die niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, van het aantal dagen waarop een gezin recht heeft op basis van de schriftelijke overeenkomst of het huishoudelijk reglement om het kind afwezig te laten zijn in de opvang zonder dat het gezin ervoor moet betalen.

Het eerste en tweede lid zijn van toepassing in de periode van 14 maart 2020 tot de datum die de minister bepaalt en gelden enkel als de organisator de subsidie vermeld in artikel 4 tot en met 7 ontvangt voor die afwezigheidsdagen.

Per volledige kalendermaand waarin de maatregelen voor de gezinnen, vermeld in het eerste en het tweede lid, van toepassing zijn vanaf 1 juli 2020, kan de organisator in 2020, in afwijking van de bepalingen in de schriftelijke overeenkomst, een vermindering van maximaal één twaalfde toepassen op:
1° het totaal aantal gerechtvaardigde afwezigheidsdagen voor het kalenderjaar, zoals vermeld in artikel 29, 2° van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, voor de organisator die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
2° het totaal aantal dagen waarop een gezin voor het kalenderjaar recht heeft om het kind afwezig te laten zijn in de opvang zonder dat het gezin ervoor moet betalen op basis van de schriftelijke overeenkomst, voor de organisator die niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013.

Voor de berekening van het aantal dagen waarop een gezin recht heeft bij toepassing van de vermindering, vermeld in het vierde lid, worden volgende afrondingsregels gebruikt:
1° als het resultaat eindigt op minder dan 25 honderdsten, wordt het eindresultaat naar het geheel getal beneden afgerond;
2° als het resultaat eindigt op minstens 25 honderdsten of minder dan 75 honderdsten, wordt het eindresultaat afgerond op het geheel getal met 50 honderdsten;
3° als het resultaat eindigt op minstens 75 honderdsten, wordt het eindresultaat naar het eerstvolgend geheel getal afgerond.

HOOFDSTUK 3. Maatregelen voor de organisatoren en medewerkers

Artikel 4. (15/05/2020- ...)

Het agentschap kan, overeenkomstig artikel 10, 3° van het decreet van 20 april 2012, aan de organisator een subsidie toekennen als ondersteuning van de specifieke opdrachten om in de periode dat de coronamaatregelen gelden tussen 14 maart 2020 en de datum die de minister bepaalt, beschikbaar te blijven voor gezinnen op een manier die zo maximaal mogelijk aansluit op de behoeften van gezinnen die hier nood aan hebben, zoals bepaald in dit besluit.

Het agentschap kan de subsidie alleen toekennen als de organisator vanaf de eerste aanvraag van de subsidie ononderbroken aan de subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 5, § 1, artikel 6, § 1 en artikel 7, § 1 voldoet.

Artikel 5. (05/02/2021- ...)

 § 1. De organisator kan voor de kinderopvangplaatsen waarvoor hij niet moet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, bij het agentschap een subsidie aanvragen voor de afwezigheidsdagen.

De organisator voldoet hiervoor aan de volgende voorwaarden:
1° de organisator is beschikbaar om de dienstverlening verder te zetten :
a) voor de kinderen van gezinnen die hier nood aan hebben omdat minstens één van de ouders werkzaam is bij een onderneming van cruciale sectoren en essentiële diensten en voor de kinderen in een kwetsbare thuissituatie;
b) vanaf 4 mei 2020 bijkomend voor de kinderen van gezinnen die hier nood aan hebben omdat beide ouders aan het werk zijn en minstens één van hen hierbij geen telethuiswerk kan toepassen, voor kinderen van een alleenstaande werkende ouder, ongeacht of die telethuiswerk kan toepassen en voor kinderen van gezinnen die hier nood aan hebben en waarvoor geen andere opvangmogelijkheid is;
c) vanaf 18 mei voor de kinderen van alle gezinnen die hier nood aan hebben waarbij het moment van de herstart van een kind in overleg met het gezin bepaald wordt.
Deze voorwaarde is niet van toepassing als de organisator kan aantonen dat hij door overmacht de dienstverlening niet kan verderzetten en moet sluiten.;
2° de organisator past zijn dienstverlening, wat openingsuren en -dagen betreft, zo maximaal mogelijk aan op basis van de behoeften van de gezinnen die hier nood aan hebben omdat ze werkzaam zijn bij ondernemingen van cruciale sectoren en essentiële diensten, en doet desgevraagd inspanningen om beschikbare medewerkers ruimer in te zetten dan het huidige opvangaanbod.
3° de organisator betaalt correcte lonen of vergoedingen voor de medewerkers in de periode dat de coronamaatregelen gelden, waardoor die medewerkers in staat zijn een gezonde en toekomstgerichte sociaalrechtelijke situatie uit te bouwen in de kinderopvanglocatie;
4° de organisator voldoet aan artikel 3;
5° de organisator houdt alle kinderbegeleiders actief en activeert geen enkel systeem waarbij hij zijn medewerkers tijdelijk niet moet vergoeden tijdens de periode dat de coronamaatregelen gelden.

De subsidie bedraagt:
1° voor gezinsopvang: 17,50 euro per afwezigheidsdag;
2° voor groepsopvang: 27 euro per afwezigheidsdag.

De organisator ontvangt de volledige subsidie, vermeld in het derde lid, voor een afwezigheidsdag op een gereserveerde opvangdag die vijf uur of meer duurt, 60% van dat bedrag voor een opvangdag die minder dan vijf uur en minstens drie uur duurt en 40% voor een opvangdag die minder dan drie uur duurt.

§ 2. De aanvraag voor deze subsidie wordt uiterlijk 1 november 2020 gedaan volgens de richtlijnen van het agentschap en ingediend met het aanvraagformulier dat het agentschap ter beschikking stelt en waarin de organisator volgende informatie bezorgt:
1° identificatiegegevens;
2° het aantal en de duur van de afwezigheidsdagen;
3° verklaring op erewoord over het feit dat:
a) de organisator artikel 3 naleeft;
b) de organisator voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 5 § 1, tweede lid;
4° datum en ondertekening.

§ 3. Als de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in § 1, betaalt het agentschap de subsidie uiterlijk twee maanden na ontvangst van de aanvraag.

In afwijking van het eerste lid, zal het agentschap de subsidie betalen uiterlijk twee maanden na het bezorgen van de gegevens in het kader van de kinderopvangtoeslag als de organisator niet conform artikel 4, tweede lid van het besluit van 7 december 2018 houdende de kinderopvangtoeslag en kleutertoeslag de gegevens tijdig bezorgde aan het agentschap.

§ 4. De organisator die de subsidie toegekend kreeg, kan bij het agentschap een rechtzetting doen van de gegevens, vermeld in § 2, 2°, uiterlijk 31 maart 2021.

Artikel 6. (05/02/2021- ...)

§ 1. De organisator die groepsopvang met samenwerkende onthaalouders in het sociaal statuut van de aangesloten onthaalouders of gezinsopvang organiseert en die de subsidie voor inkomenstarief ontvangt van het agentschap, ontvangt als compensatie voor de afwezigheidsdagen op de kinderopvangplaatsen waar men voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, een subsidie.

De organisator voldoet hiervoor aan volgende voorwaarden:
1° de organisator is beschikbaar om de dienstverlening verder te zetten :
a) voor de kinderen van gezinnen die hier nood aan hebben omdat minstens één van de ouders werkzaam is bij een onderneming van cruciale sectoren en essentiële diensten en voor de kinderen in een kwetsbare thuissituatie;
b) vanaf 4 mei 2020 bijkomend voor de kinderen van gezinnen die hier nood aan hebben omdat beide ouders aan het werk zijn en minstens één van hen hierbij geen telethuiswerk kan toepassen, voor kinderen van een alleenstaande werkende ouder, ongeacht of die telethuiswerk kan toepassen en voor kinderen van gezinnen die hier nood aan hebben en waarvoor geen andere opvangmogelijkheid is;
c) vanaf 18 mei voor de kinderen van alle gezinnen die hier nood aan hebben waarbij het moment van de herstart van een kind in overleg met het gezin bepaald wordt.
Deze voorwaarde is niet van toepassing als de organisator kan aantonen dat hij door overmacht de dienstverlening niet kan verderzetten en moet sluiten;
2° de organisator past zijn dienstverlening, wat openingsuren en -dagen betreft, zo maximaal mogelijk aan op basis van de behoeften van de gezinnen die hier nood aan hebben omdat ze werkzaam zijn bij een onderneming van cruciale sectoren en essentiële diensten, zoals vermeld in artikel 3 van het ministerieel besluit van 18 maart 2020, en doet desgevraagd inspanningen om beschikbare medewerkers ruimer in te zetten dan het huidige opvangaanbod;
3° de organisator die werkt met kinderbegeleiders in het sociaal statuut van de aangesloten onthaalouders betaalt, in afwijking van artikel 65 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, een kostenvergoeding aan de kinderbegeleider ten belope van 17,50 euro per volledige afwezigheidsdag in de kinderopvanglocatie bij de kinderbegeleider of een herleid bedrag zoals bepaald in artikel 6, § 1, vierde lid;
4° de organisator voldoet aan artikel 3;
5° de organisator houdt alle kinderbegeleiders actief en activeert geen enkel systeem waarbij hij zijn medewerkers tijdelijk niet moet vergoeden tijdens de periode dat de coronamaatregelen gelden.

De subsidie bedraagt:
1° 20,01 euro per afwezigheidsdag voor de organisator die werkt met kinderbegeleiders in het sociaal statuut van de aangesloten onthaalouders of met kinderbegeleiders in het project werknemerstatuut voor onthaalouders;
2° 17,50 euro per afwezigheidsdag voor de organisator die niet werkt met kinderbegeleiders in het sociaal statuut van de aangesloten onthaalouders of met kinderbegeleiders in het project werknemerstatuut voor onthaalouders.

De organisator ontvangt de volledige subsidie, vermeld in het derde lid, voor een afwezigheidsdag op een gereserveerde opvangdag die vijf uur of meer duurt, 60% van dat bedrag voor een gereserveerde opvangdag die minder dan vijf uur en minstens drie uur duurt en 40% voor een gereserveerde opvangdag die minder dan drie uur duurt.

§ 2. De aanvraag voor deze subsidie wordt uiterlijk 1 november 2020 gedaan ingediend volgens de richtlijnen van het agentschap en met het aanvraagformulier dat het agentschap ter beschikking stelt en waarin de organisator volgende informatie bezorgt:
1° identificatiegegevens;
2° het aantal en de duur van de afwezigheidsdagen;
3° verklaring op erewoord over het feit dat:
a) de organisator artikel 3 naleeft;
b) de organisator voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 6 § 1, tweede lid;
4° datum en ondertekening.

§ 3. Het agentschap berekent en betaalt deze subsidie uiterlijk op 31 december 2020 als de organisator aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voldoet en op voorwaarde dat de organisator tijdig de gegevens bezorgde zoals vermeld in artikel 10 § 1 van het ministerieel besluit van 23 april 2014 tot uitvoering van het Subsidiebesluit van 22 november 2013.

§ 4. De organisator die de subsidie toegekend kreeg, kan bij het agentschap een rechtzetting doen van de gegevens, vermeld in § 2, 2°, uiterlijk 31 maart 2021.

Artikel 7. (05/02/2021- ...)

§ 1. De organisator die groepsopvang organiseert en die de subsidie voor inkomenstarief ontvangt van het agentschap, ontvangt als compensatie voor de afwezigheidsdagen op de kinderopvangplaatsen waar men voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, een subsidie.

De organisator voldoet hiervoor aan volgende voorwaarden:
1° de organisator is beschikbaar om de dienstverlening verder te zetten :
a) voor de kinderen van gezinnen die hier nood aan hebben omdat minstens één van de ouders werkzaam is bij een onderneming van cruciale sectoren en essentiële diensten en voor de kinderen in een kwetsbare thuissituatie;
b) vanaf 4 mei 2020 bijkomend voor de kinderen van gezinnen die hier nood aan hebben omdat beide ouders aan het werk zijn en minstens één van hen hierbij geen telethuiswerk kan toepassen, voor kinderen van een alleenstaande werkende ouder, ongeacht of die telethuiswerk kan toepassen en voor kinderen van gezinnen die hier nood aan hebben en waarvoor geen andere opvangmogelijkheid is;
c) vanaf 18 mei voor de kinderen van alle gezinnen die hier nood aan hebben waarbij het moment van de herstart van een kind in overleg met het gezin bepaald wordt.
Deze voorwaarde is niet van toepassing als de organisator kan aantonen dat hij door overmacht de dienstverlening niet kan verderzetten en moet sluiten;
2° de organisator past zijn dienstverlening, wat openingsuren en -dagen betreft, zo maximaal mogelijk aan op basis van de behoeften van de gezinnen die hier nood aan hebben omdat ze werkzaam zijn bij ondernemingen van cruciale sectoren en essentiële diensten, en doet desgevraagd inspanningen om beschikbare medewerkers ruimer in te zetten dan het huidige opvangaanbod;
3° de organisator betaalt correcte lonen of vergoedingen voor de medewerkers in de periode dat de coronamaatregelen gelden, waardoor die medewerkers in staat zijn een gezonde en toekomstgerichte sociaalrechtelijke situatie uit te bouwen in de kinderopvanglocatie;
4° de organisator voldoet aan artikel 3;
5° de organisator houdt alle kinderbegeleiders actief en activeert geen enkel systeem waarbij hij zijn medewerkers tijdelijk niet moet vergoeden tijdens de periode dat de coronamaatregelen gelden.

De subsidie bedraagt 20 euro per afwezigheidsdag.

De organisator ontvangt de volledige subsidie, vermeld in het derde lid, voor een afwezigheidsdag op een gereserveerde opvangdag die vijf uur of meer duurt, 60% van dat bedrag voor een gereserveerde opvangdag die minder dan vijf uur en minstens drie uur duurt en 40% voor een gereserveerde opvangdag die minder dan drie uur duurt.

§ 2. De aanvraag voor deze subsidie wordt uiterlijk 1 november 2020 gedaan ingediend volgens de richtlijnen van het agentschap en met het aanvraagformulier dat het agentschap ter beschikking stelt en waarin de organisator volgende informatie bezorgt:
1° identificatiegegevens;
2° het aantal en de duur van de afwezigheidsdagen;
3° verklaring op erewoord over het feit dat:
a) de organisator artikel 3 naleeft;
b) de organisator voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 7 § 1, tweede lid;
4° datum en ondertekening.

§ 3. Het agentschap berekent en betaalt deze subsidie uiterlijk op 31 december 2020 als de organisator aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voldoet en op voorwaarde dat de organisator tijdig de gegevens bezorgde zoals vermeld in artikel 10 § 1 van het ministerieel besluit van 23 april 2014 tot uitvoering van het Subsidiebesluit van 22 november 2013.

§ 4. De organisator die de subsidie toegekend kreeg, kan bij het agentschap een rechtzetting doen van de gegevens, vermeld in § 2, 2°, uiterlijk 31 maart 2021.

Artikel 8. (14/03/2020- ...)

Het aantal afwezigheidsdagen dat in aanmerking komt voor de subsidie, vermeld in de artikelen 5 tot en met 7, kan nooit meer bedragen dan het resultaat van volgende berekening: het aantal vergunde kinderopvangplaatsen van de kinderopvanglocatie vermenigvuldigd met het aantal werkdagen in de periode dat de coronamaatregelen gelden, verminderd met het aantal aanwezigheidsdagen van kinderen.

HOOFDSTUK 4. Toezicht en handhaving

Artikel 9. (14/03/2020- ...)

Het agentschap en Zorginspectie oefenen toezicht uit op de naleving van de bepalingen van dit besluit.

Overeenkomstig de artikelen 19 tot en met 23 van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, kan het agentschap bestuurlijke maatregelen opleggen als de organisator de bepalingen van dit besluit niet naleeft.

Als uit toezicht blijkt dat de subsidie een overcompensatie is ten opzichte van de kosten die de organisator heeft ten gevolge van de coronamaatregelen, zal het agentschap deze overcompensatie terugvorderen.

HOOFDSTUK 5. Slotbepalingen

Artikel 10. (14/03/2020- ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 14 maart 2020.

Artikel 11. (14/03/2020- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.