Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2020 tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de kinderopvang en van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2020 tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de buitenschoolse opvang, in de opvang van zieke kinderen en in de preventieve gezinsondersteuning, wat betreft de stopzetting van de maatregelen voor de gezinnen en van de compensatiesubsidie voor de organisatoren in de kinderopvang, in de buitenschoolse opvang en in de opvang van zieke kinderen

Datum 04/09/2020

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Definitie
  2. HOOFDSTUK 2. Afbouw van de maatregelen voor gezinnen en organisatoren in de kinderopvang van baby's en peuters
  3. HOOFDSTUK 3. Afbouw van de maatregelen voor gezinnen en organisatoren in de buitenschoolse opvang
  4. HOOFDSTUK 4. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op :
- het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, artikel 5, § 2, 2°, a), artikel 8, § 2, artikel 12 en artikel 13, § 2;
- het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 8, § 1 en § 3, 1°, artikel 10, 3° en artikel 12, § 1, tweede lid;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2020 tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de kinderopvang, artikel 3 en 4;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2020 tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de buitenschoolse opvang, in de opvang van zieke kinderen en in de preventieve gezinsondersteuning, artikel 3, 4 en 5, derde lid en artikel 6, derde lid.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld :
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 3 september 2020;
- Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Er is sprake van dringende noodzakelijkheid omdat enerzijds de evolutie van het aantal besmettingen tussen midden juli en midden augustus 2020 duidelijk maakt dat de epidemie nog niet volledig onder controle is, en anderzijds vastgesteld kan worden dat de context van besmettingen en de vereiste maatregelen anders zijn dan bij de start van de corona-epidemie. Besmettingen worden lokaler en regionaler opgevolgd, waardoor ook maatregelen worden opgelegd die op die regio's van toepassing zijn. Daarnaast is ook duidelijk dat kinderen het virus amper overdragen en dat de opvangcontext daardoor mag normaliseren. Subsidies en maatregelen van de overheid mogen dit niet tegenwerken. Dit heeft tot gevolg dat de bestaande subsidieregeling en de maatregelen voor de gezinnen niet meer aangepast zijn aan de actuele context en het dus niet aangewezen is het huidig compensatiesysteem en de maatregelen voor de gezinnen onbeperkt te laten doorlopen. Aangezien in juni aan de sector gecommuniceerd werd dat de bestaande regeling zeker tot eind augustus zou doorlopen, is het noodzakelijk de sector en de gezinnen tijdig te informeren zodat ze voor de start van september duidelijkheid hebben dat de bestaande regeling eind september afloopt. Op die manier is het ook mogelijk dat de Vlaamse Regering een aangepast compensatiesysteem uitwerkt voor de situaties waar dit nodig is, zoals een verplichte sluiting van een locatie naar aanleiding van vastgestelde besmettingen. Bovendien moet voor de organisatoren van buitenschoolse opvang voor de maand september het percentage bepaald worden van het aantal plaatsen waarvoor zij subsidie kunnen aanvragen. Die urgente omstandigheden maken het niet mogelijk om te wachten op het advies van de Raad van State.

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID, GEZIN EN ARMOEDEBESTRIJDING BESLUIT :

HOOFDSTUK 1. Definitie

Artikel 1. (01/10/2020- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder :
1° besluit van 24 maart 2020: het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het Covid-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de kinderopvang;
2° besluit van 1 april 2020: het besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2020 tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het Covid-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de buitenschoolse opvang, in de opvang van zieke kinderen en preventieve gezinsondersteuning.

HOOFDSTUK 2. Afbouw van de maatregelen voor gezinnen en organisatoren in de kinderopvang van baby's en peuters

Artikel 2. (01/10/2020- ...)

De maatregelen voor de gezinnen, vermeld in artikel 3 van het besluit van 24 maart 2020, zijn van toepassing tot en met 30 september 2020.

Artikel 3. (01/10/2020- ...)

Het agentschap kan de subsidie, vermeld in artikel 4 van het besluit van 24 maart 2020, toekennen voor de periode dat de coronamaatregelen gelden tot en met 30 september 2020.

HOOFDSTUK 3. Afbouw van de maatregelen voor gezinnen en organisatoren in de buitenschoolse opvang

Artikel 4. (01/10/2020- ...)

De maatregelen voor de gezinnen, vermeld in artikel 3 van het besluit van 1 april 2020, zijn van toepassing tot en met 30 september 2020.

Artikel 5. (01/10/2020- ...)

Het agentschap kan de subsidie, vermeld in artikel 4 van het besluit van 1 april 2020, toekennen voor de periode dat de coronamaatregelen gelden tot en met 30 september 2020.

Artikel 6. (01/09/2020- ...)

Het percentage van de plaatsen op de erkenning, het attest van toezicht of de toestemming waarvoor een organisator de subsidie, vermeld in artikel 5, tweede lid en in artikel 6 tweede lid van het besluit van 1 april 2020, ontvangt, bedraagt 20% van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020 voor de organisator die de dienstverlening gewoon verderzet.

In afwijking van het eerste lid bedraagt het percentage 80% van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020 voor het aantal plaatsen van de erkenning, het attest van toezicht of de toestemming en voor de openingsdagen waarop de organisator de dienstverlening niet kan verderzetten:
a) door de afwezigheid van alle kinderen van minstens één leefgroep voor minstens 7 ononderbroken kalenderdagen ten gevolge van de opgelegde thuisquarantaine van deze kinderen en begeleiders na vaststelling van een hoogrisico-contact met een persoon die besmet is met het Covid-19-virus;
b) door overmacht.

HOOFDSTUK 4. Slotbepalingen

Artikel 7. (01/10/2020- ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2020, met uitzondering van artikel 6 dat in werking treedt op 1 september 2020.