Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van een algemene en selectieve subsidie voor de organisatoren van kinderopvang en buitenschoolse opvang en van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus

Datum 13/11/2020

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2. Subsidie ter ondersteuning van de organisatoren van kinderopvang
    1. Afdeling 1. Algemene subsidie kinderopvang
    2. Afdeling 2. Selectieve subsidie kinderopvang
  3. HOOFDSTUK 3. Subsidie ter ondersteuning van de organisatoren van buitenschoolse opvang
    1. Afdeling 1. Algemene compensatie buitenschoolse opvang
    2. Afdeling 2. Selectieve compensatie buitenschoolse opvang
  4. HOOFDSTUK 4. Aanvraagprocedure
  5. HOOFDSTUK 5. Toezicht en handhaving
  6. HOOFDSTUK 6. Bezwaarmogelijkheid
  7. HOOFDSTUK 7. Maatregelen voor de gezinnen
  8. HOOFDSTUK 8. Wijzigingsbepalingen
  9. HOOFDSTUK 9. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op :
-het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, artikel 5, § 2, 2°, a), ingevoegd bij het decreet van 1 maart 2019, artikel 12, gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2019, en artikel 13, § 4, ingevoegd bij het decreet van 21 juni 2013;
- het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 6, § 1, 3°, e), en § 5, artikel 8, § 1, gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2012 en 23 maart 2018, § 3, eerste lid, 1°, artikel 10, 3°, en artikel 12, § 1, tweede lid, en § 3, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2016.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld :
- De Vlaams minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 12 november 2020;
- Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat sinds midden oktober 2020 de evolutie van het aantal besmettingen, het aantal ziekenhuisopnames en de positiviteitsratio van de afgenomen testen enorm zorgwekkend is. Omdat een aantal kritische drempels overschreden waren, werd op 28 oktober 2020 een ministerieel besluit goedgekeurd met vergaande maatregelen met betrekking tot het economisch en sociaal leven. Daardoor is er sinds 2 november 2020 de facto opnieuw een lockdown van kracht. Meer concreet nam de federale overheid onder andere de volgende maatregelen :
- telewerk is verplicht;
- winkels die niet-essentiële goederen verkopen, zijn gesloten;
- inrichtingen van de culturele, feestelijke, sportieve, recreatieve en evenementensector zijn gesloten;
- ondernemingen die diensten aanbieden aan consumenten, zijn gesloten;
- individuele privécontacten tussen burgers zijn heel beperkt toegestaan;
Daarnaast besliste het Overlegcomité om de herfstvakantie van de scholen te verlengen tot en met 15 november 2020.
Al deze maatregelen hebben globaal tot doel de contacten tussen mensen zoveel mogelijk te beperken en mensen aan te zetten zoveel mogelijk thuis te blijven. Hoewel de risico's voor de besmetting van baby's en peuters en jonge kinderen nog altijd laag zijn, hebben de algemene maatregelen tot gevolg dat gezinnen hun kinderen meer thuis opvangen. Bovendien leidt de hoge besmettingsgraad ertoe dat heel wat organisatoren geconfronteerd worden met kinderbegeleiders die ziek zijn of in quarantaine zijn. Soms is dat naar aanleiding van een besmetting of hoogrisicocontact in de opvang, maar meestal door een besmetting of hoogrisicocontact in de privécontext. Daardoor moeten organisatoren noodgedwongen (een deel van) de werking stopzetten waarvoor niet in een compensatie voorzien is in het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2020 tot regeling van een subsidie voor de organisatoren en van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2020 tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de kinderopvang en het besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2020 tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de buitenschoolse opvang, in de opvang van zieke kinderen en in de preventieve gezinsondersteuning. Daarnaast zijn veel kinderen afwezig door ziekte of een hoogrisicocontact of doordat ouders hun kind niet naar de opvang sturen uit angst of omdat ze geen opvang nodig hebben aangezien ze in de horeca, de culturele sector of een andere sector werken die naar aanleiding van de recente maatregelen opnieuw is stilgelegd. De huidige maatregelen houden opnieuw een bijna volledige lockdown in. In deze context is het duidelijk dat de selectieve compensatie die ingevoerd is bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2020, niet volstaat. Dat besluit maakt alleen compensatie mogelijk bij een verplichte sluiting naar aanleiding van de thuisisolatie van minstens een volledige leefgroep door een hoogrisicocontact of een besmetting in de opvang, of van een sluiting van de kinderopvang door een specifieke maatregel van een overheid of van een doelgroepbeperking. De grote aantallen van afwezigheden, zowel bij kinderbegeleiders als bij kinderen, maken een algemene compensatie, die op 24 maart 2020 en 1 april 2020 ingevoerd is en die tot en met september 2020 van kracht was, opnieuw noodzakelijk. Bij gebrek aan een dergelijke algemene compensatie komen de leefbaarheid en het voortbestaan van de kinderopvangsector in het gedrang aangezien een daling van de aanwezigheden en van de globale bezetting een directe impact heeft op de inkomsten van een organisator. De ervaring leert ondertussen echter dat de coronamaatregelen na enige tijd effect hebben waardoor opnieuw meer versoepelingen in het maatschappelijk, het professioneel en sociaal leven mogelijk worden. Een algemene compensatie voor onbeperkte duur is dus niet opportuun. Daarom wordt met dit besluit voorzien in een tweeledig systeem : enerzijds een selectieve compensatie voor de periode dat de uitbraak redelijk onder controle is en het leven zich normaliseert, en anderzijds een algemene compensatie voor de maanden waarin de overheid naar aanleiding van een hoge besmettingsgraad, een hoog aantal ziekenhuisopnames en een hoge positiviteitsratio van de coronatesten noodgedwongen extreem beperkende maatregelen oplegt. Gelet op de lockdown die op 2 november 2020 ingegaan is, en de reeds ingezette evolutie van de daling van aanwezigheden in de opvang in de tweede helft van oktober is het niet mogelijk te wachten op het advies van de Raad van State om deze regelgeving goed te keuren, zelfs niet met een advies op vijf dagen, aangezien het op basis van de huidige toestand duidelijk is dat in de maand november een algemene compensatie noodzakelijk is met het oog op de leefbaarheid van de sector en dat ook aangepaste maatregelen voor de gezinnen moeten gelden. Zowel de sector als de gezinnen moeten snel duidelijkheid hebben over de regels die vanaf november voor hen van toepassing zijn. Om die reden wordt voorliggend besluit niet eerst aan de Raad van State voorgelegd.

Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT :

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 2.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 3. (01/11/2020- ...)

Met toepassing van artikel 10, 3°, van het decreet van 20 april 2012 kan het agentschap aan de organisator van kinderopvang een subsidie toekennen om de gevolgen van het COVID-19-virus te compenseren en om de specifieke subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 4 en 7 van dit besluit, na te leven.

Met toepassing van artikel 5, § 2, 2°, a), en artikel 13, § 2, van het decreet van 30 april 2004 kan het agentschap aan de organisator van buitenschoolse opvang een subsidie toekennen om de gevolgen van het COVID-19-virus te compenseren en om de specifieke subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 10 en 12 van dit besluit, na te leven.

De minister bepaalt per kalendermaand op basis van de ernst van het aantal besmettingen, het aantal ziekenhuisopnames en de positiviteitsratio van de afgenomen COVID-19-testen en op basis van de geldende federale maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, welke van de volgende subsidies het agentschap kan toekennen :
1° een algemene subsidie : een algemene subsidie geldt voor de afwezigheidsdagen, voor het verlies van ouderbijdragen en voor de volledige sluiting wegens overmacht die aan COVID-19 gerelateerd is, ongeacht de reden en de periode van de afwezigheden van de opgevangen kinderen in een bepaalde maand;
2° een selectieve subsidie : een selectieve subsidie geldt alleen voor de afwezigheidsdagen en het verlies van ouderbijdragen tijdens de periode dat een verplichte sluiting of doelgroepbeperking geldt voor bepaalde organisatoren in een bepaalde maand.

HOOFDSTUK 2. Subsidie ter ondersteuning van de organisatoren van kinderopvang

Afdeling 1. Algemene subsidie kinderopvang

Artikel 4.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 5.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 6.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Afdeling 2. Selectieve subsidie kinderopvang

Artikel 7.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 8.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 9.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

HOOFDSTUK 3. Subsidie ter ondersteuning van de organisatoren van buitenschoolse opvang

Afdeling 1. Algemene compensatie buitenschoolse opvang

Artikel 10.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 11.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Afdeling 2. Selectieve compensatie buitenschoolse opvang

Artikel 12.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 13.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 14.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

HOOFDSTUK 4. Aanvraagprocedure

Artikel 15.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 16.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 16/1.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

HOOFDSTUK 5. Toezicht en handhaving

Artikel 17.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

HOOFDSTUK 6. Bezwaarmogelijkheid

Artikel 18.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 19.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 20.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 21.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

HOOFDSTUK 7. Maatregelen voor de gezinnen

Artikel 22.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 23.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

Artikel 24.

Dit artikel is nog niet in werking getreden

HOOFDSTUK 8. Wijzigingsbepalingen

Artikel 25. (01/11/2020- ...)

In artikel 3, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2020 tot regeling van een subsidie voor de organisatoren en van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2020 tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de kinderopvang en het besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2020 tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de buitenschoolse opvang, in de opvang van zieke kinderen en in de preventieve gezinsondersteuning wordt de zinsnede "periode van 1 oktober 2020 tot 31 december 2020" vervangen door de zinsnede "maand oktober 2020".

Artikel 26. (01/11/2020- ...)

In artikel 7, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "periode van 1 oktober 2020 tot 31 december 2020" vervangen door de zinsnede "maand oktober 2020".

Artikel 27. (01/11/2020- ...)

Artikel 12 van hetzelfde besluit worden opgeheven.

Artikel 28. (01/11/2020- ...)

In artikel 24, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "Artikel 11 houdt op uitwerking te hebben op 31 december 2020 en" vervangen door de zinsnede "Artikel 11 houdt op uitwerking te hebben op 31 oktober 2020 en".

HOOFDSTUK 9. Slotbepalingen

Artikel 29. (30/06/2021- ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 november 2020.

Artikel 1 tot en met 24 van dit besluit houden op uitwerking te hebben op 31 augustus 2021.

Artikel 30. (01/11/2020- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.