Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot regeling van een algemene en selectieve subsidie voor de organisatoren van kinderopvang en buitenschoolse opvang en van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus

Datum 13/11/2020

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, artikel 5, § 2, 2°, a), ingevoegd bij het decreet van 1 maart 2019, artikel 12, gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2019, en artikel 13, § 4, ingevoegd bij het decreet van 21 juni 2013 en gewijzigd bij het decreet van 19 januari 2018;
- het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 10, 3°, en artikel 12, § 1, tweede lid;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot regeling van een algemene en selectieve subsidie voor de organisatoren van kinderopvang en buitenschoolse opvang en van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus, artikel 3, derde lid, en artikel 11, derde lid.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaams minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 12 november 2020;
- Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat sinds midden oktober 2020 de evolutie van het aantal besmettingen, het aantal ziekenhuisopnames en de positiviteitsratio van de afgenomen testen enorm zorgwekkend is. Omdat een aantal kritische drempels overschreden waren, werd op 1 november 2020 een ministerieel besluit goedgekeurd met vergaande maatregelen met betrekking tot het economisch en sociaal leven. Daardoor is er sinds 2 november 2020 de facto opnieuw een lockdown van kracht. Meer concreet nam de federale overheid onder andere de volgende maatregelen:
- telewerk is verplicht;
- winkels die niet-essentiële goederen verkopen, zijn gesloten;
- organisaties van de culturele, feestelijke, sportieve, recreatieve en evenementensector zijn gesloten;
- ondernemingen die diensten aanbieden aan consumenten, zijn gesloten;
- individuele privécontacten tussen burgers zijn heel beperkt toegestaan.
Daarnaast besliste het Overlegcomité om de herfstvakantie van de scholen te verlengen tot en met 15 november 2020.
Al die maatregelen hebben globaal tot doel de contacten tussen mensen zo veel mogelijk te beperken en mensen aan te zetten zo veel mogelijk thuis te blijven. Hoewel de risico's voor de besmetting van baby's en peuters en jonge kinderen nog altijd laag zijn, hebben de algemene maatregelen tot gevolg dat gezinnen hun kinderen meer thuis opvangen. Bovendien leidt de hoge besmettingsgraad ertoe dat heel wat organisatoren geconfronteerd worden met kinderbegeleiders die ziek zijn of in quarantaine zijn. Soms is dat naar aanleiding van een besmetting of hoogrisicocontact in de opvang, maar meestal door een besmetting of hoogrisicocontact in de privécontext. Daardoor moeten organisatoren noodgedwongen (een deel van) de werking stopzetten waarvoor niet in een compensatie voorzien is in het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2020 tot regeling van een subsidie voor de organisatoren en van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2020 tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de kinderopvang en het besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2020 tot bestrijding van de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de gezinnen en de organisatoren in de buitenschoolse opvang, in de opvang van zieke kinderen en in de preventieve gezinsondersteuning. Daarnaast zijn veel kinderen afwezig door ziekte of een hoogrisicocontact, of doordat ouders hun kind niet naar de opvang sturen uit angst of omdat ze geen opvang nodig hebben aangezien ze in de horeca, de culturele of een andere sector werken die naar aanleiding van de recente maatregelen opnieuw is stilgelegd. De huidige maatregelen houden opnieuw een bijna volledige lockdown in. In deze context is het duidelijk dat de selectieve compensatie die ingevoerd is bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2020, niet volstaat. Dat besluit maakt alleen compensatie mogelijk bij een verplichte sluiting naar aanleiding van de thuisisolatie van minstens een volledige leefgroep door een hoogrisicocontact of een besmetting in de opvang, of van een sluiting van de kinderopvang door een specifieke maatregel van een overheid of van een doelgroepbeperking. De grote aantallen van afwezigheden, zowel bij kinderbegeleiders als bij kinderen, maken een algemene compensatie, die op 24 maart 2020 en 1 april 2020 ingevoerd is en die tot en met september 2020 van kracht was, opnieuw noodzakelijk is. Bij gebrek aan een dergelijke algemene compensatie komen de leefbaarheid en het voortbestaan van de kinderopvangsector in het gedrang aangezien een daling van de aanwezigheden en van de globale bezetting een directe impact heeft op de inkomsten van een organisator. De ervaring leert ondertussen dat de coronamaatregelen na enige tijd effect hebben waardoor opnieuw meer versoepelingen in het maatschappelijk, het professioneel en het sociaal leven mogelijk worden. Een algemene compensatie voor onbeperkte duur is dus niet opportuun. Daarom wordt met het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 voorzien in een tweeledig systeem dat vanaf 1 november 2020 van kracht is: enerzijds een selectieve compensatie voor de periode dat de uitbraak redelijk onder controle is en het leven zich normaliseert, en anderzijds een algemene compensatie voor de maanden waarin de overheid naar aanleiding van een hoge besmettingsgraad, een hoog aantal ziekenhuisopnames en een hoge positiviteitsratio van de coronatesten noodgedwongen extreem beperkende maatregelen oplegt. De minister moet bij ministerieel besluit bepalen voor elke kalendermaand of de algemene, dan wel de selectieve subsidie van toepassing is. Daarnaast moet ook voor de subsidie voor de organisatoren van buitenschoolse opvang bepaald worden voor welk percentage van plaatsen ze de subsidie kunnen krijgen. Gelet op de lockdown die op 2 november 2020 ingegaan is, en het besluit van de Vlaamse Regering dat dit nieuwe subsidiesysteem heeft ingevoerd en op 1 november in werking is getreden, is het niet mogelijk te wachten op het advies van de Raad van State om deze regelgeving goed te keuren, zelfs niet met een advies op vijf dagen, aangezien het noodzakelijk is de sector onmiddellijk rechtszekerheid te bieden over het feit dat vanaf de maand november een algemene compensatie van toepassing is met het oog op de leefbaarheid van de sector, en dat aangepaste maatregelen voor de gezinnen moeten gelden. Om die reden wordt dit besluit niet eerst aan de Raad van State voorgelegd.

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID, GEZIN EN ARMOEDEBESTRIJDING BESLUIT:

Artikel 1. (01/11/2020- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder het besluit van 13 november 2020: het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot regeling van een algemene en selectieve subsidie voor de organisatoren van kinderopvang en buitenschoolse opvang en van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus.

Artikel 2. (01/11/2020- ...)

In de maanden november en december 2020 kan het agentschap de volgende subsidies toekennen:
1° een algemene subsidie voor de organisator van kinderopvang als vermeld in artikel 4 en 5 van het besluit van 13 november 2020;
2° een algemene subsidie voor de organisator van buitenschoolse opvang als vermeld in artikel 10 en 11 van het besluit van 13 november 2020.

Artikel 3. (01/11/2020- ...)

Het percentage van de plaatsen op de erkenning of het attest van toezicht of van de plaatsen met toestemming waarvoor een organisator de subsidie, vermeld in artikel 11, eerste lid, 1° en 2°, van het besluit van 13 november 2020, ontvangt, bedraagt 50% voor de periode van 1 tot en met 30 november 2020 voor de organisator die de dienstverlening gewoon voortzet.

In afwijking van het eerste lid bedraagt van 1 tot en met 30 november 2020 het percentage 80% van het aantal plaatsen op de erkenning of het attest van toezicht of van de plaatsten met toestemming voor de openingsdagen waarop de organisator door een verplichte sluiting, zoals vermeld in artikel 1, 21° van het besluit van 13 november 2020, de dienstverlening niet kan voortzetten.

Artikel 4. (01/11/2020- ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 november 2020.