Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang

Datum 16/10/2020

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
  2. HOOFDSTUK 2. Kwaliteitsvoorwaarden
    1. Afdeling 1. Organisatorisch beleid
    2. Afdeling 2. Toegankelijkheid
    3. Afdeling 3. Pedagogisch beleid
    4. Afdeling 4. Medewerkersbeleid
    5. Afdeling 5. Monitoring en evaluatie
  3. HOOFDSTUK 3. Procedure
  4. HOOFDSTUK 4. Toezicht
  5. HOOFDSTUK 5. Handhaving
  6. HOOFDSTUK 6. Bezwaar
  7. [HOOFDSTUK 6/1. Overgangsbepalingen (ing. BVR 24 september 2021, art. 13, I: 1 januari 2022)]
  8. HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgrond
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, artikel 6/1, en artikel 8, § 2;
- het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten, artikel 11, derde en vierde lid.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 25 juni 2020.
- De Raad van State heeft advies 67.862/1 gegeven op 1 oktober 2020.
- De Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) heeft advies RBO-RBO-ADV-2021-002 gegeven op 9 september 2020.
- De Vlaamse Raad Welzijn, volksgezondheid en Gezin (WVG) heeft advies KGJW_20200930 gegeven op 30 september 2020.

Motivering
Kleuters hebben nog een grotere behoefte aan een `veilig nest', zorg en begeleiding dan kinderen in het lager onderwijs en in het secundair onderwijs. Daarom gelden er specifieke kwaliteitsvoorwaarden om dergelijke opvang op structurele basis te kunnen aanbieden.

Juridisch kader
Dit besluit sluit aan bij:
- de aanbeveling van de Europese Raad van 22 mei 2019 betreffende stelsels voor kwaliteitsvolle voor- en vroegschoolse educatie en kinderopvang (C 189/4).

Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding.

Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (01/01/2021- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;
2° begeleider: de persoon die zorg en speelmogelijkheden biedt voor de brede ontplooiing van het kind;
3° decreet van 3 mei 2019: decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten;
4° gezin: de ouders of andere opvoedingsverantwoordelijken;
5° medewerker: iedereen die meewerkt aan de organisatie van de opvang.

Artikel 2. (01/01/2021- ...)

Het agentschap kent een kwaliteitslabel toe aan een organisator met een of meer opvanglocaties, binnen de grenzen van een gemeente van het Nederlandse taalgebied of binnen de grenzen van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, die voldoet aan volgende voorwaarden:
1° de organisator realiseert een werking, waar prioritair kleuters worden opgevangen;
2° de opvang wordt gerealiseerd overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in dit besluit;
3° de organisator informeert, voor de aanvraag van het kwaliteitslabel, het lokaal bestuur over de intentie om een kwaliteitslabel aan te vragen.

Een organisator die beschikt over een vergunning op grond van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, kan uitsluitend een kwaliteitslabel aanvragen voor kleuteropvang in een groep waar geen baby's en peuters worden opgevangen.

Het kwaliteitslabel wordt toegekend op basis van een aanvraag conform de procedure, vermeld in dit besluit.

Artikel 3. (01/01/2021- ...)

Het kwaliteitslabel, vermeld in artikel 2, geldt voor onbepaalde duur, met behoud van de toepassing van bestuurlijke maatregelen in het kader van handhaving, vermeld in artikel 26 tot en met 28 van dit besluit.

HOOFDSTUK 2. Kwaliteitsvoorwaarden

Afdeling 1. Organisatorisch beleid

Artikel 4. (01/01/2021- ...)

De organisator zorgt voor een opvangaanbod van minimaal tweehonderd opvanguren, gespreid over een jaar. Als de organisator verschillende gelabelde opvanglocaties binnen dezelfde gemeente of binnen het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad heeft, kan hij de opvanguren spreiden over die opvanglocaties.

Artikel 5. (01/01/2021- ...)

§ 1. De organisator heeft de integriteit en het beleidsvoerend vermogen om kwaliteitsvolle en duurzame kleuteropvang te realiseren, en draagt dat uit in de volledige werking, minstens bij de toepassing van alle kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20 van dit besluit.

In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° beleidsvoerend vermogen: de mate waarin de organisator in staat is om een zelfstandig beleid te voeren, rekening houdend met de beschikbare beleidsruimte, met de eigen doelstellingen en met de lokale context, en de mate waarin de activiteiten van de verantwoordelijke en van de medewerkers op elkaar zijn afgestemd in functie van het bijdragen aan de ontplooiing van kinderen;
2° integriteit: de geldende normen en waarden naleven, minstens in de omgang met gezinnen, kinderen en medewerkers, met specifieke aandacht voor de positieve omgang met diversiteit en het voorkomen van en gepast reageren op discriminatie en grensoverschrijdend gedrag.

§ 2. Bij de realisatie van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, is er een gedragen visie over de volgende elementen:
1° kinderen in hun vrije tijd, met respect voor de identiteit van elk kind;
2° gezinnen en hun betrokkenheid bij de opvang, zowel structureel als in de contacten met de begeleiders;
3° de situering van het aanbod en de samenwerking met actoren binnen het geheel van buitenschoolse opvang en activiteiten.

§ 3. De naleving van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2, blijkt uit de manier waarop de volgende aspecten in de gelabelde werking aanwezig zijn en aangetoond kunnen worden door de organisator:
1° duidelijk leiderschap, met een gestructureerde werkomgeving;
2° ondersteuning van de medewerkers en van de organisator zelf;
3° een reflectieve en proactieve houding, met het oog op een voortdurende verbetering van de eigen werking, rekening houdend met de feedback van gebruikers, medewerkers en relevante expertise van externe organisaties;
4° een innovatieve houding, waarbij er oog is voor vernieuwing, rekening houdend met ontwikkelingen in de omgeving, de samenleving en de regelgeving;
5° doeltreffende communicatie en transparantie, waarbij erop gelet wordt dat de juiste informatie tijdig en duidelijk bij de juiste mensen terechtkomt.

§ 4. De organisator werkt met de volgende partijen samen aan de lokale beleidsdoelstellingen om een antwoord te kunnen bieden op de complexiteit van de behoeften van de gebruikers:
1° het lokale samenwerkingsverband, vermeld in artikel 7 van het decreet van 3 mei 2019;
2° de relevante partners, om een antwoord te kunnen bieden op een complexiteit van behoeften van de gebruikers.

Artikel 6. (01/01/2021- ...)

De organisator voert een gezond financieel beleid en heeft rechtspersoonlijkheid.

Afdeling 2. Toegankelijkheid

Artikel 7. (01/01/2021- ...)

De organisator heeft een toegankelijk en inclusief opvangaanbod, dat lokaal afgestemd is en dat aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° hij heeft een proactief opnamebeleid en een transparant prijsbeleid met inbegrip van een beleid rond sociale tarieven;
2° hij geeft voorrang aan kleuteropvang;
3° hij heeft bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte.

Artikel 8. (01/01/2021- ...)

De organisator beschrijft het opvangaanbod en de voorwaarden ervan, minstens het opname- en prijsbeleid, en maakt dat op voorhand bekend aan gezinnen en derden.

De afspraken over de dienstverlening tussen de organisator en het gezin onderling worden schriftelijk vastgelegd.

Artikel 9. (01/01/2021- ...)

De organisator zorgt ervoor dat de concrete informatie over de locatie van het minimale opvangaanbod, vermeld in artikel 4, op elk moment up-to-date is en bekendgemaakt wordt.

Afdeling 3. Pedagogisch beleid

Artikel 10. (01/01/2021- ...)

De opvang die de organisator aanbiedt, voldoet aan de volgende voorwaarden met betrekking tot de omgang met kinderen:
1° er worden rijke en gevarieerde ontplooiingskansen en speelmogelijkheden gecreëerd in een sfeer van vrije tijd;
2° er wordt rekening gehouden met de eigen voorkeur van de kinderen binnen het geheel van het aanbod;
3° de organisator ontwikkelt een taalbeleid, waarbij het gebruik van het Nederlands een cruciale plaats krijgt, en zet in op de taalontwikkeling van de kinderen en de verwerving van de Nederlandse taal.

Artikel 11. (01/01/2021- ...)

De organisator zorgt ervoor dat de begeleiders kwaliteitsvolle interacties aangaan met de kinderen. Die interacties voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° het welbevinden en de betrokkenheid van de kinderen en de verbondenheid, ook tussen de kinderen onderling, wordt opgevolgd en bevorderd;
2° er wordt rekening gehouden met het ontwikkelingsniveau, het ritme, de interesses, de wensen en de eigenheid van de kinderen;
3° er wordt gezorgd voor zo veel mogelijk continuïteit in de begeleiding.
E
r zijn maximaal achttien kinderen per begeleider aanwezig in de groepen met kleuters. Tijdens piekmomenten kan de voormelde maximale grens overschreden worden, als er minstens twee begeleiders in de opvanglocatie aanwezig zijn.

In afwijking van het vorig lid zijn er voor gezinsopvang maximaal veertien kinderen aanwezig per begeleider.

In dit artikel wordt verstaan onder gezinsopvang: de opvang die plaatsvindt in een gezinswoning waar een begeleider alleen werkt.

Artikel 12. (01/01/2021- ...)

De organisator biedt een gezonde omgeving aan die aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° ze is speels en biedt de mogelijkheid om zowel binnen als buiten te spelen en te bewegen;
2° ze biedt de mogelijkheid om tot rust te komen;
3° er is een gevarieerd aanbod aan spelmateriaal dat aansluit bij de interesses en belevingswereld van kinderen;
4° ze is uitdagend en zo veilig als nodig.

Afdeling 4. Medewerkersbeleid

Artikel 13. (01/01/2021- ...)

De organisator realiseert een duurzaam medewerkersbeleid en zorgt voor goede werkomstandigheden.

De organisator creëert een leerbeleid en biedt daarbij ondersteuning op de werkvloer met het oog op een goede samenwerking en de ontwikkeling van competenties en vakgerelateerde kennis en kunde.

Artikel 14. (01/01/2021- ...)

§ 1. De organisator beschikt over een verantwoordelijke die de dagelijkse werking aanstuurt.

De verantwoordelijke voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° hij heeft de nodige competenties om de dagelijkse werking aan te sturen;
2° hij heeft de kennis en kunde om te handelen in crisissituaties;
3° hij past de basisprincipes toe ter preventie van ziekte en ter bevordering van de gezondheid.

De verantwoordelijke heeft voldoende, actieve kennis van het Nederlands om met de Vlaamse overheid en de gebruikers te kunnen communiceren.

§ 2. Bij afwezigheid van de verantwoordelijke in de opvanglocatie is er een persoon aanwezig die de opdracht van de verantwoordelijke als aanspreekpersoon voor de Vlaamse overheid en de gebruikers overneemt.

De aanspreekpersoon heeft de kennis zodat hij voldoet aan de voorwaarde, vermeld in § 1, laatste lid.

Artikel 15. (01/01/2021- ...)

De organisator beschikt in de opvanglocatie over voldoende begeleiders om aan de voorwaarde, vermeld in artikel 11, te voldoen.

De begeleiders voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° ze hebben de volgende competenties:
a) zorg en speelmogelijkheden aanbieden met het oog op de brede ontplooiing van het kind;
b) samenwerken met ouders en hen erkennen als eerste opvoeder;
c) samenwerken met collega's en andere beroepsbeoefenaars;
d) samenwerken met de buurt en lokale partners;
e) positief omgaan met diversiteit;
f) reflecteren over en verbeteren van de werking;
2° ze hebben kennis en kunde om te handelen in crisissituaties;
3° ze passen de basisprincipes toe ter preventie van ziekte en ter bevordering van de gezondheid.
80 % van de begeleiders heeft een vorming voltooid die de competenties, vermeld in het tweede lid, 1°, aanleert of heeft een ervaringsbewijs dat aantoont dat deze competenties verworven zijn.

De organisator zorgt ervoor dat de begeleiders in de opvanglocatie voldoende, actieve kennis van het Nederlands hebben of een leertraject volgen om een niveau van Nederlands te verwerven zodat ze voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 10, 3°.

Artikel 16. (01/01/2021- ...)

De organisator beschikt voor zichzelf en voor de medewerkers over een recent uittreksel uit het strafregister conform artikel 11, tweede lid, 4°, van het decreet van 3 mei 2019.

Afdeling 5. Monitoring en evaluatie

Artikel 17. (01/01/2021- ...)

De organisator laat de werking door de kinderen, gezinnen en de medewerkers periodiek evalueren. De resultaten worden aangewend om de werking voortdurend te verbeteren.

Artikel 18. (01/01/2021- ...)

De organisator meldt elke schending van de fysieke of psychische integriteit van een kind of van een medewerker onmiddellijk aan het agentschap.

Artikel 19. (01/01/2021- ...)

De organisator voorziet in een procedure om mondelinge en schriftelijke klachten te behandelen. Die procedure wordt schriftelijk afgehandeld.

De organisator brengt de gebruikers op de hoogte van de voormelde procedure.

Artikel 20. (01/01/2021- ...)

De organisator bezorgt gegevens op verzoek van het agentschap conform artikel 14, § 2, tweede lid, van het decreet van 3 mei 2019 en bezorgt daarnaast ook niet-persoonsgebonden gegevens over de werking in het kader van ad hoc-bevragingen van het agentschap en van het lokaal bestuur met het oog op beleidsdoelstellingen.

HOOFDSTUK 3. Procedure

Artikel 21. (01/01/2021- ...)

De organisator die een kwaliteitslabel wil voor een of meer opvanglocaties in dezelfde gemeente in het Nederlandse taalgebied, of binnen de grenzen van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, dient een aanvraag in met het aanvraagformulier dat het agentschap ter beschikking stelt. Dat formulier bevat:
1° de volgende gegevens over de organisator:
a) de naam, de rechtsvorm, het adres en het ondernemingsnummer van de organisator;
b) de identiteitsgegevens en de contactgegevens, minstens de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de organisator;
2° de volgende gegevens over de opvanglocatie waarvoor het kwaliteitslabel wordt aangevraagd:
a) de naam en het adres van de opvanglocatie;
b) de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de verantwoordelijke voor de opvanglocatie;
c) de gewenste startdatum van het kwaliteitslabel, die op zijn vroegst de datum van de aanvraag kan zijn;
3° de volgende beleidsmatige informatie over het opvangaanbod:
a) het maximumaantal kinderen dat de organisator gelijktijdig in de opvanglocatie wil opvangen;
b) de informatie over het structurele opvangaanbod van de organisator, vermeld in artikel 4;
4° een verklaring op erewoord van de organisator dat hij zal voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot 20, voor elke opvanglocatie waarvoor hij het kwaliteitslabel heeft;
5° een verklaring op erewoord van de organisator dat hij het lokaal bestuur geïnformeerd heeft over zijn intentie om een label aan te vragen;
6° de datum en de handtekening van de organisator.

Naast het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator de volgende documenten op de wijze, vermeld in de administratieve richtlijnen van het agentschap:
1° een uittreksel uit het strafregister van de organisator en van de verantwoordelijke conform artikel 16;
2° de documenten waaruit blijkt dat de reden voor een voorafgaande weigering of opheffing van een kwaliteitslabel voor dezelfde opvanglocatie niet langer bestaat.

Artikel 22. (01/01/2022- ...)

Het agentschap bezorgt een ontvangstmelding en onderzoekt de volledigheid en de inhoud van de aanvraag en beslist over de gegrondheid van de aanvraag uiterlijk zestig dagen na de dag waarop het de aanvraag heeft ontvangen.

Als de aanvraag onvolledig is of fout is ingediend, meldt het agentschap dat zo snel mogelijk elektronisch aan de organisator. Vanaf die melding is de termijn, vermeld in het eerste lid, geschorst voor maximaal dertig dagen zodat de organisator de aanvraag binnen die termijn kan vervolledigen of opnieuw kan indienen.

Het agentschap kan bij het onderzoek en de beoordeling van de aanvraag rekening houden met de gegevens die blijken uit het dossier en uit de inspectie ter plaatse, en ook met andere elementen die een gegronde indicatie vormen van het gegeven dat de organisator niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20 van dit besluit, voldoet of zal kunnen voldoen.

Als het agentschap het voornemen heeft om het kwaliteitslabel te weigeren op basis van gegronde indicatie zoals vermeld in het derde lid, wordt de organisator gehoord. De termijn, vermeld in het eerste lid, is in dat geval geschorst vanaf de dag waarop het agentschap het voornemen meedeelt aan de organisator tot en met de dag waarop de organisator wordt gehoord.

Artikel 23. (01/01/2021- ...)

Het agentschap bezorgt de positieve beslissing elektronisch en de negatieve beslissing elektronisch en aangetekend aan de organisator uiterlijk vijftien dagen na de datum van de beslissing.

Een toekenning van het kwaliteitslabel kan op zijn vroegst ingaan op de datum van de aanvraag.

Het agentschap meldt tegelijk elke beslissing over een kwaliteitslabel aan het lokaal bestuur.

Artikel 24. (01/01/2022- ...)

De organisator meldt voor elke opvanglocatie met een kwaliteitslabel aan het agentschap onmiddellijk:
1° de wijziging van de identiteitsgegevens en de contactgegevens van de contactpersoon van de organisator;
2° de wijziging van de gegevens van de verantwoordelijke, met inbegrip van een uittreksel uit het strafregister van de nieuwe verantwoordelijke als vermeld in artikel 16;
3° de datum van de definitieve stopzetting van een opvanglocatie;
4° de tijdelijke stopzetting van een opvanglocatie van minstens één ononderbroken jaar, met vermelding van de datum van de stopzetting, de reden van stopzetting, de vermoedelijke duur van de stopzetting en de datum van de herstart;
5° de definitieve of tijdelijke verhuizing van de opvanglocatie.

De melding gebeurt conform de administratieve richtlijnen van het agentschap.

De organisator informeert het lokaal bestuur van een verhuizing en de stopzetting van een opvanglocatie.

HOOFDSTUK 4. Toezicht

Artikel 25. (01/01/2021- ...)

Het agentschap volgt de naleving van de bepalingen van dit besluit.

Het agentschap voert het toezicht op de documenten uit.

Zorginspectie voert het toezicht ter plaatse uit.

In het derde lid wordt verstaan onder Zorginspectie: Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein.

HOOFDSTUK 5. Handhaving

Artikel 26. (01/01/2021- ...)

Als wordt vastgesteld dat de organisator de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20 van dit besluit, niet naleeft of het toezicht, vermeld in artikel 25, verhindert, maant het agentschap de organisator schriftelijk aan. Die aanmaning vermeldt een termijn waarin de organisator moet voldoen aan de niet-nageleefde bepalingen of aan de vereisten van het toezicht, en kan specifieke voorwaarden bevatten om te voldoen aan de niet-nageleefde bepalingen.

Bij dringende noodzakelijkheid of in situaties waarin een aanmaning zonder voorwerp is, kan die aanmaning achterwege gelaten worden en kan onmiddellijk beslist worden om het kwaliteitslabel op te heffen.

Artikel 27. (01/01/2021- ...)

Het agentschap kan het kwaliteitslabel opheffen als de organisator:
1° de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20 van dit besluit, niet naleeft of niet voldoende kan aantonen dat hij ze naleeft;
2° de toezicht, vermeld in artikel 25, verhindert.

De opheffing van het kwaliteitslabel heeft tot gevolg dat de organisator het kwaliteitslabel verliest voor de opvanglocatie waar de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 20, niet worden nageleefd.

Het agentschap licht het lokaal bestuur van de betrokken organisator zo spoedig mogelijk in over de opheffing van het kwaliteitslabel.

De organisator brengt de betrokken gezinnen van wie de kinderen worden opgevangen onmiddellijk op de hoogte van de opheffing van het kwaliteitslabel.

Artikel 28. (01/01/2021- ...)

Het agentschap zal, voor het een beslissing tot opheffing neemt, de organisator op de hoogte brengen van zijn voornemen om die beslissing te nemen, zodat de organisator daarop kan reageren en zijn hoorrecht, mondeling of schriftelijk, kan uitoefenen.

Bij dringende noodzakelijkheid kan het agentschap, rekening houdend met de omstandigheden, beslissen om geen voornemen te bezorgen aan de organisator.

HOOFDSTUK 6. Bezwaar

Artikel 29. (01/01/2021- ...)

De organisator kan uiterlijk dertig dagen na de kennisgeving, vermeld in artikel 23, eerste lid, en artikel 28, eerste lid, tegen de beslissing tot weigering of tot opheffing bij het agentschap bezwaar aantekenen met een aangetekende brief.

De termijn van dertig dagen, vermeld in het eerste lid, gaat in vanaf de derde werkdag die volgt op de dag waarop het agentschap de beslissing met een aangetekende brief aan de postdiensten overhandigd heeft, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.

De aangetekende brief, vermeld in het eerste lid, bevat minstens al de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de naam, het adres en het dossiernummer van de kinderopvanglocatie;
3° de motivering van het bezwaar;
4° de datum en de handtekening van de organisator.

Artikel 30. (01/01/2021- ...)

Het agentschap stuurt een elektronische ontvangstmelding en beslist over de ontvankelijkheid van het bezwaar uiterlijk tien dagen na de datum van de ontvangst van het bezwaar.

Artikel 31. (01/01/2021- ...)

Het bezwaar is ontvankelijk als het bezwaar aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° het is tijdig en aangetekend aan het agentschap bezorgd;
2° het bevat de gegevens, vermeld in artikel 29, derde lid.

Artikel 32. (01/01/2021- ...)

Het bezwaar wordt ten gronde behandeld volgens de regels die zijn vastgelegd in of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat) pleegzorgers.

Artikel 33. (01/01/2021- ...)

Het bezwaar schorst de uitvoering van de beslissing, tenzij de beslissing bij dringende noodzakelijkheid is genomen.

[HOOFDSTUK 6/1. Overgangsbepalingen (ing. BVR 24 september 2021, art. 13, I: 1 januari 2022)]

Artikel 33/1. (01/01/2022- ...)

Voor de organisator die op 1 januari 2022 van rechtswege een kwaliteitslabel toegekend krijgt als vermeld in artikel 35, en die nog geen rechtspersoonlijkheid heeft, geldt een overgangsperiode van vier jaar om te voldoen aan de verplichting tot het hebben van rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 6.

Artikel 33/2. (01/01/2022- ...)

Voor de organisator die op 1 januari 2022 van rechtswege een kwaliteitslabel toegekend krijgt als vermeld in artikel 35, geldt een overgangsperiode van vier jaar om te voldoen aan de verplichting tot het voorrang geven aan kleuters, vermeld in artikel 7, 2°.

Artikel 33/3. (01/01/2022- ...)

Voor de organisator die op 1 januari 2022 van rechtswege een kwaliteitslabel toegekend krijgt voor zijn locaties met een attest van toezicht als vermeld in artikel 35, geldt een overgangsperiode van vier jaar om te voldoen aan de verplichting waarbij 80% van de begeleiders een vorming heeft voltooid die de competenties, vermeld in artikel 15, derde lid, aanleert, of beschikt over een ervaringsbewijs dat aantoont dat die competenties verworven zijn.

HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen

Artikel 34. (01/01/2022- ...)

De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2015, 21 oktober 2016, 7 september 2018 en 25 januari 2019;
2° het Procedurebesluit Buitenschoolse Opvang van 19 december 2014, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2016, 6 oktober 2017, 14 september 2018, 21 december 2018 en 25 januari 2019;
3° het ministerieel besluit van 23 mei 2014 tot uitvoering van het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014 en tot wijziging van artikel 5 van het ministerieel besluit van 27 februari 2014 ter uitvoering van artikel 8, 11, 40, 43 en 73, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, wat betreft de kwalificatiebewijzen en attesten, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 11 oktober 2018.

Artikel 35. (01/01/2022- ...)

De organisator met een attest van toezicht, een erkenning of een toestemming als vermeld in een van de besluiten, vermeld in artikel 34, met uitzondering van de organisator die alleen een attest van toezicht voor vakantieopvang heeft, krijgt van rechtswege een kwaliteitslabel.

Artikel 36. (01/01/2021- ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021, met uitzondering van artikel 34 en 35, die in werking treden op 1 januari 2022.

Artikel 37. (01/01/2021- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 07/12/2022