Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot regeling van een algemene en een selectieve subsidie voor de organisatoren van kinderopvang en buitenschoolse opvang en tot regeling van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus, wat betreft het bepalen van het subsidiesysteem en het percentage voor januari 2021, en tot wijziging van het ministerieel besluit van 23 april 2014 tot uitvoering van het Subsidiebesluit van 22 november 2013

Datum 10/12/2020

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020
  2. HOOFDSTUK 2. Wijziging van het ministerieel besluit van 23 april 2014 tot uitvoering van het Subsidiebesluit van 22 november 2013
  3. HOOFDSTUK 3. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgronden

Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, artikel 5, § 2, 2°, a), ingevoegd bij het decreet van 1 maart 2019, artikel 12, gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2019, en artikel 13, § 4, ingevoegd bij het decreet van 21 juni 2013 en gewijzigd bij het decreet van 19 januari 2018;
- het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 10, 3°, en artikel 12, § 1, tweede lid;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters, artikel 54, tweede lid;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot regeling van een algemene en selectieve subsidie voor de organisatoren van kinderopvang en buitenschoolse opvang en tot regeling van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus, artikel 3, derde lid, en artikel 11, derde lid.

Vormvereisten

De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 8 december 2020
- Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat sinds midden oktober 2020 de evolutie van het aantal besmettingen met COVID-19, het aantal ziekenhuisopnames en de positiviteitsratio van de afgenomen testen enorm zorgwekkend is. Aangezien een aantal kritische drempels overschreden waren, werd op 1 november 2020 een federaal ministerieel besluit goedgekeurd met verregaande maatregelen met betrekking tot het economisch en sociaal leven. Daardoor was er sinds 2 november 2020 de facto opnieuw een lockdown van kracht. Op 28 november 2020 werden er zeer beperkte versoepelingen ingevoerd, waardoor de niet-essentiële winkels, musea en zwembaden onder strikte voorwaarden weer mogen openen. De horeca en heel wat andere sectoren blijven echter gesloten, thuiswerk blijft verplicht en de maatregelen met betrekking tot de beperking van individuele privécontacten blijven van kracht om zo de epidemie nog verder te kunnen terugdringen. Deze strikte maatregelen zijn voorzien tot 15 januari 2021.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 voorziet in een tweeledig systeem dat vanaf 1 november 2020 van kracht is: enerzijds een selectieve compensatie voor de periode dat de epidemie redelijk onder controle is en het leven zich normaliseert, en anderzijds een algemene compensatie voor de maanden waarin de overheid naar aanleiding van een hoge besmettingsgraad, een hoog aantal ziekenhuisopnames en een hoge positiviteitsratio van de coronatesten noodgedwongen extreem beperkende maatregelen oplegt. De minister moet bij ministerieel besluit bepalen voor elke kalendermaand of de algemene, dan wel de selectieve subsidie van toepassing is. Daarnaast moet ook voor de subsidie voor de organisatoren van buitenschoolse opvang bepaald worden voor welk percentage van plaatsen ze de subsidie kunnen krijgen.
Het is noodzakelijk dat de minister deze beslissing neemt op basis van de meest recente gegevens over het aantal besmettingen, het aantal ziekenhuisopnames en de positiviteitsratio in samenhang met de bestaande maatregelen van de federale overheid, om op die manier het subsidiesysteem en het percentage zo goed mogelijk te laten aansluiten op de realiteit en de noodwendigheden. Het is daarom niet mogelijk te wachten op het advies van de Raad van State om deze regelgeving goed te keuren. Er kan zelfs niet gewacht worden op een advies op vijf dagen van de Raad van State, aangezien het noodzakelijk is de sector onmiddellijk rechtszekerheid te bieden over het feit dat vanaf de maand januari 2021 een algemene compensatie van toepassing is met het oog op de leefbaarheid van de sector, welk percentage van toepassing is voor de organisatoren van buitenschoolse opvang en dat de aangepaste maatregelen voor de gezinnen gelden.
Daarnaast bevat voorliggend besluit een dringende rechtzetting aan het ministerieel besluit van 23 april 2014. Deze rechtzetting is dringend nodig om afgestemd te zijn op de verlenging van de overgangsperiode van subsidiebedragen die de Vlaamse Regering bij een besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 goedkeurde en die reeds sinds 1 april 2020 in voege is. De verlenging van die overgangsperiode van de subsidiebedragen met 6 jaar heeft tot gevolg dat een organisator van groepsopvang die werkt met samenwerkende onthaalouders in het sui generis-statuut, gedurende een bijkomende periode van zes jaar de subsidiebedragen voor gezinsopvang ontvangt voor deze groepsopvangcontext, waardoor het onmogelijk is om deze opvang al onder te brengen in een gewone subsidiegroep groepsopvang. Daarom is het dringend noodzakelijk de overgangstermijn voor het bestaan van de specifieke subsidiegroep voor groepsopvang door samenwerkende onthaalouders ook te verlengen met zes jaar, zodat voor deze organisatoren onmiddellijk rechtszekerheid is over het voortbestaan van de afzonderlijke subsidiegroep.
Om deze redenen wordt dit besluit niet eerst aan de Raad van State voorgelegd,

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID, GEZIN EN ARMOEDEBESTRIJDING BESLUIT:

HOOFDSTUK 1. Uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020

Artikel 1. (01/01/2021- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder het besluit van 13 november 2020: het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot regeling van een algemene en een selectieve subsidie voor de organisatoren van kinderopvang en buitenschoolse opvang en tot regeling van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus.

Artikel 2. (01/01/2021- ...)

In de maand januari 2021 kan het agentschap de volgende subsidies toekennen:
1° een algemene subsidie als vermeld in artikel 4 en 5 van het besluit van 13 november 2020 voor de organisator van kinderopvang;
2° een algemene subsidie als vermeld in artikel 10 en 11 van hetzelfde besluit voor de organisator van buitenschoolse opvang.

Artikel 3. (01/01/2021- ...)

Het percentage van de plaatsen op de erkenning of het attest van toezicht of van de plaatsen met toestemming waarvoor een organisator de subsidie, vermeld in artikel 11, eerste lid, 1° en 2°, van hetzelfde besluit, ontvangt, bedraagt 30 % voor de periode van 1 tot en met 31 januari 2021 voor de organisator die de dienstverlening gewoon voortzet.

In afwijking van het eerste lid bedraagt van 1 tot en met 31 januari 2021 het percentage 80 % van het aantal plaatsen op de erkenning of het attest van toezicht of van de plaatsten met toestemming voor de openingsdagen waarop de organisator door een verplichte sluiting, zoals vermeld in artikel 1, 21°, van hetzelfde besluit, de dienstverlening niet kan voortzetten.

HOOFDSTUK 2. Wijziging van het ministerieel besluit van 23 april 2014 tot uitvoering van het Subsidiebesluit van 22 november 2013

Artikel 4. (01/04/2020- ...)

In artikel 36, 1°, van het ministerieel besluit van 23 april 2014 tot uitvoering van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 wordt de zinsnede "zes" vervangen door de zinsnede "twaalf".

HOOFDSTUK 3. Slotbepalingen

Artikel 5. (27/12/2020- ...)

Artikel 1 tot en met 3 van dit besluit, treden in werking op 1 januari 2021.

Artikel 4 van dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2020.