Decreet tot wijziging van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19

Datum 18/12/2020

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Algemene bepaling
  2. HOOFDSTUK 2. Wijziging van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid
  3. HOOFDSTUK 3. Wijzigingen van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19
  4. HOOFDSTUK 4. Inwerkingtreding

Inhoud

HOOFDSTUK 1. Algemene bepaling

Artikel 1. (12/01/2021- ...)

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

HOOFDSTUK 2. Wijziging van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid

Artikel 2. (12/01/2021- ...)

Aan titel III, hoofdstuk X, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006 en 8 juni 2018, wordt een artikel 34/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. 34/1. In het kader van COVID-19 kunnen de volgende persoonsgegevens van een persoon als vermeld in artikel 47/1, § 1, eerste lid, § 2, eerste lid, en § 3, eerste lid, met de gemeente worden gedeeld, binnen de bevoegdheden van de ge- meenten conform artikel 135, § 2, van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, met het oog op de handhaving van de maatregelen, vermeld in artikel 47/1, door de burgemeester van de hoofdverblijfplaats of een andere gepaste plaats waar die persoon in tijdelijke afzondering gaat:
1° de voor- en achternaam;
2° het adres van de plaats waar die persoon in tijdelijke afzondering gaat;
3° de termijn van de tijdelijke afzondering.

De Vlaamse Regering wijst een entiteit aan die optreedt als verwerkingsverantwoordelijke voor de doorgifte van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid. De gemeente, vermeld in het eerste lid, is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens die conform het eerste lid werden gedeeld.

De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden door de gemeente uiterlijk tot het einde van de maatregel, vermeld in artikel 47/1, bewaard.".

Artikel 3. (12/01/2021- ...)

In artikel 44, § 3, 3°, van hetzelfde decreet wordt tussen de zinsnede "artikel 47" en de zinsnede "en artikel 48" de zinsnede ", artikel 47/1" ingevoegd.

Artikel 4. (12/01/2021- ...)

In hetzelfde decreet wordt een artikel 47/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. 47/1. § 1. In afwijking van artikel 47, § 1, 1°, gaat iedere persoon van wie bewezen is dat hij besmet is met COVID-19 of van wie de arts een ernstig vermoeden heeft dat hij besmet is met COVID-19, onmiddellijk in tijdelijke afzondering, hetzij op zijn hoofdverblijfplaats, hetzij op een andere gepaste plaats.

De Vlaamse Regering bepaalt de termijn van de tijdelijke afzondering, vermeld in het eerste lid, op basis van de wetenschappelijke inzichten over de besmettelijkheid van COVID-19.

§ 2. In afwijking van artikel 47, § 1, 1°, gaat iedere persoon die in een hoogrisicogebied is geweest, onmiddellijk bij zijn aankomst in het Nederlandse taalgebied in tijdelijke afzondering, hetzij op zijn hoofdverblijfplaats, hetzij op een andere gepaste plaats.

De persoon, vermeld in het eerste lid, die terugkeert uit een hoogrisicogebied, is verplicht om zich na zijn terugkeer onmiddellijk te melden bij een COVID-19-test- centrum, bij een triagecentrum of bij zijn behandelend arts met de mededeling dat hij uit een hoogrisicogebied is teruggekeerd, zodat hij een COVID-19-test kan ondergaan.

De Vlaamse Regering bepaalt de termijn van de tijdelijke afzondering, vermeld in het eerste lid, op basis van de wetenschappelijke inzichten over de incubatietijd van COVID-19. De termijn van tijdelijke afzondering loopt af als uit een onderzoek blijkt dat de persoon geen gevaar vormt voor de volksgezondheid.

In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regering een vrijstelling van de tijdelijke afzondering of van de verplichting om zich bij een COVID-19-testcen- trum, triagecentrum of behandelend arts te melden, vermeld in het tweede lid, verlenen aan:
1° een persoon die maar voor een beperkte duur in een hoogrisicogebied is geweest;
2° een persoon bij wie de kans op besmetting door zijn gedrag in een hoogrisicogebied laag wordt ingeschat;
3° een persoon die om essentiële redenen in een hoogrisicogebied is geweest.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels van die afwijking, bepaalt wat onder beperkte duur wordt verstaan en bepaalt de manier waarop de kans op besmetting wordt ingeschat, en legt de essentiële redenen vast waarvoor de tij- delijke afzondering, vermeld in het eerste lid, of de verplichting om zich bij een COVID-19-testcentrum, een triagecentrum of de behandelend arts te melden, ver- meld in het tweede lid, niet gelden.

In deze paragraaf wordt verstaan onder hoogrisicogebied: een gebied dat de bevoegde federale dienst heeft aangeduid als een gebied met een zeer hoog risico op besmetting met COVID-19.

§ 3. In afwijking van artikel 47, § 1, 1°, gaat iedere andere persoon dan de per- sonen, vermeld in paragraaf 1 en 2, die een verhoogd risico heeft op COVID-19, onmiddellijk in tijdelijke afzondering als hij op de hoogte is gebracht van het feit dat hij een verhoogd risico heeft op COVID-19, hetzij op zijn hoofdverblijfplaats, hetzij op een andere aangepaste plaats.

De persoon, vermeld in het eerste lid, is verplicht om zich onmiddellijk nadat hij kennis heeft genomen van het feit dat hij een verhoogd risico heeft op COVID- 19, te melden bij een COVID-19-testcentrum, bij een triagecentrum of bij zijn behandelend arts, zodat hij een COVID-19-test kan ondergaan.

De Vlaamse Regering bepaalt de termijn van de tijdelijke afzondering, vermeld in het eerste lid, op basis van de wetenschappelijke inzichten over de incubatietijd van COVID-19. De termijn van tijdelijke afzondering loopt af als uit een onderzoek blijkt dat de persoon geen gevaar vormt voor de volksgezondheid.

De Vlaamse Regering bepaalt nader op welke manier de persoon, vermeld in het eerste lid, op de hoogte wordt gebracht van het feit dat hij een verhoogd risico heeft op COVID-19.

Het verhoogde risico op COVID-19, vermeld in het eerste lid, wordt door de Vlaamse Regering vastgesteld op basis van de richtlijnen van de bevoegde federale dienst.".

Artikel 5. (12/01/2021- ...)

In artikel 49, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen de zinsnede "artikel 47, § 1," en de zinsnede "en artikel 48 niet worden nageleefd" wordt de zinsnede "artikel 47/1," ingevoegd;
2° tussen de zinsnede "zijn de aangeduide ambtenaren die met het toezicht belast zijn," en de woorden "bevoegd om een proces-verbaal op te stellen" wordt de zinsnede "onverminderd de bevoegdheden van de gemeenten conform artikel 135, § 2, van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988," ingevoegd.

Artikel 6. (12/01/2021- ...)

In artikel 79, 1°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 41, § 1, § 5 en § 6, en artikel 47" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 41, § 1, § 5 en § 6, artikel 47 en artikel 47/1".

HOOFDSTUK 3. Wijzigingen van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19

Artikel 7. (01/07/2020- ...)

 In het opschrift van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "de meldingsplicht en" worden opgeheven;
2° tussen het woord "het" en het woord "contactonderzoek" wordt het woord "centrale" ingevoegd;
3° tussen het woord "contactonderzoek" en het woord "in" wordt de zinsnede "door een samenwerkingsverband van externe partners, het lokale contactonderzoek door lokale besturen of zorgraden en tot organisatie van de COVID-19-teams" ingevoegd.

Artikel 8. (01/07/2020- ...)

In artikel 2 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020: het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheids- inspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano;";
2° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° zorgraad: een zorgraad als vermeld in artikel 9 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorg- platformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders.".

Artikel 9. (01/07/2020- ...)

In artikel 3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt tussen het woord "een" en het woord "contactcentrum" het woord "centraal" ingevoegd;
2° in het eerste lid wordt de zinsnede ", op voorwaarde dat de persoonsgegevens alleen verwerkt worden voor de volgende doeleinden:
1° contact opnemen met de persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19, om te achterhalen met welke personen die persoon contact heeft gehad gedurende de periode die teruggaat tot minimaal 48 uur voor de start van de symptomen en maximaal veertien dagen voor de consultatie of de afname van een test op COVID-19;
2° contact opnemen met de referentiearts of de administratief verantwoordelijke van collectiviteiten met een broze populatie met wie de persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19, contact heeft gehad in de loop van de termijn, vermeld in punt 1° ;
3° individueel contact opnemen met de personen met wie de persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19, contact heeft gehad in de loop van de termijn, vermeld in punt 1°, om hun op basis van informatie die ze aanleveren, aangepaste aanbevelingen te bezorgen en om toe te zien op de naleving van die aanbevelingen;
4° de gegevens van de personen met wie de persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19, contact heeft gehad, bezorgen aan de databank van Sciensano, die is opgericht bij het koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020." opgeheven;
3° aan het eerste lid wordt de volgende zin toegevoegd:
"De persoonsgegevens worden verwerkt conform het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020.";
4° in het derde en vierde lid wordt tussen het woord "het" en het woord "contactcentrum" telkens het woord "centrale" ingevoegd;
5° een zesde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De Vlaamse Regering bepaalt welke technische en organisatorische maatregelen het samenwerkingsverband van externe partners treft ter bescherming van de verwerking van de persoonsgegevens door het centrale contactcentrum, vermeld in het eerste lid.".

Artikel 10. (01/07/2020- ...)

Artikel 4 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:

"Art. 4. Het centrale contactcentrum, vermeld in artikel 3, eerste lid, is samengesteld uit:
1° callcentermedewerkers;
2° callcentersupervisors;
3° veldonderzoekers;
4° supervisors van veldonderzoekers.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de organisatie van het centrale contactcentrum.".

Artikel 11. (01/07/2020- ...)

Artikel 5 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:

"Art. 5. § 1. Bij het centrale contactcentrum, vermeld in artikel 3, eerste lid, wordt een databank voor veldonderzoekers opgericht.

De persoonsgegevens in de databank, vermeld in het eerste lid, worden ver- werkt voor de volgende doeleinden:
1° het afleggen van fysieke bezoeken door de veldonderzoekers van het contactcentrum in het kader van de doeleinden, vermeld in artikel 3, § 2, 1° en 2°, A, van het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020;
2° de voortgangscontrole op de fysieke bezoeken, vermeld in punt 1°, door de supervisors van veldonderzoekers.

§ 2. In de databank, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, worden persoonsgegevens verwerkt van:
1° personen bij wie een COVID-19-test heeft uitgewezen dat ze besmet zijn;
2° personen bij wie de arts een ernstig vermoeden heeft dat ze besmet zijn met COVID-19, maar bij wie geen COVID-19-test is uitgevoerd of voorgeschreven, of bij wie de COVID-19-test heeft uitgewezen dat ze niet besmet waren;
3° personen met wie de personen, vermeld in punt 1° en 2°, in contact zijn geweest gedurende een periode van veertien dagen voor en na de eerste tekenen van de besmetting met COVID-19, waarbij een bepaalde appreciatiemarge op grond van wetenschappelijke inzichten in rekening kan worden genomen;
4° de veldonderzoekers die bij het centrale contactcentrum werken.

De volgende persoonsgegevens worden in de databank, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, verwerkt van de personen, vermeld in het eerste lid, punt 1° tot en met 3° :
1° de voor- en achternaam;
2° de provincie waar ze wonen;
3° de geboortedatum;
4° de taal;
5° de contactgegevens, met inbegrip van het adres en telefoonnummer;
6° de scriptcode waaruit kan worden afgeleid of de persoon een indexpersoon is, een persoon met wie de indexpersoon contact heeft gehad en die een hoog risico op besmetting heeft, of een persoon met wie de indexpersoon contact heeft gehad en die een laag risico op besmetting heeft;
7° de status van het fysieke bezoek.

De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, 1° tot en met 6°, zijn afkomstig van de gegevensbank III, vermeld in het artikel 1, § 1, 8°, van het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020.

Het persoonsgegeven, vermeld in het tweede lid, 7°, wordt in de databank ingegeven door de veldonderzoeker.

De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden in de databank, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, bewaard voor een termijn van maximaal tien dagen.

De volgende persoonsgegevens worden in de databank, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, verwerkt van de personen, vermeld in het eerste lid, 4° :
1° het identificatienummer in het centrale contactcentrum; 2° de voor- en achternaam;
3° de contactgegevens, met inbegrip van de postcode, het telefoonnummer en het e-mailadres;
4° de regio waar de veldonderzoeker fysieke bezoeken aflegt;
5° de externe partner waarvoor de veldonderzoeker werkzaam is; 6° de naam van de supervisor van de veldonderzoeker.

De persoonsgegevens, vermeld in het zesde lid, worden in de databank, ver- meld in paragraaf 1, eerste lid, bewaard tot maximaal veertien dagen na het aflopen van het contract met de veldonderzoeker.

De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het tweede en zesde lid, nader preciseren.

§ 3. De supervisor van de veldonderzoeker heeft voor het doeleinde, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, toegang tot de persoonsgegevens, vermeld in para- graaf 2, tweede en zesde lid, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de aansturing van de veldonderzoekers die onder zijn toezicht staan.

De veldonderzoeker heeft voor het doeleinde, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 1°, toegang tot de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, van de personen bij wie hij overeenkomstig zijn opdracht een fysiek bezoek moet afleggen.".

Artikel 12. (01/07/2020- ...)

Artikel 6 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:

"Art. 6. Met behoud van de toepassing van artikel 44 van het decreet van 21 november 2003 kunnen lokale besturen of zorgraden, als aanvulling bij of ter vervanging van de opdrachten die worden uitgevoerd door het centrale contactcentrum, ver- meld in artikel 3, eerste lid, lokale contactcentra oprichten die belast worden met opdrachten van opsporing en begeleiding van personen met een bevestigde of vermoedelijke diagnose van COVID-19, of van personen die mogelijk een risicodragend contact hebben gehad met een persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19. De persoonsgegevens worden door de lokale contactcentra verwerkt conform het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020.

De Vlaamse Regering wijst een entiteit aan die optreedt als verwerkingsverantwoordelijke en die een verwerkingsovereenkomst sluit met de lokale besturen of de zorgraden, vermeld in het eerste lid, conform artikel 28, lid 3, van de algemene verordening gegevensbescherming.

De persoon die in opdracht van een lokaal contactcentrum als vermeld in het eerste lid, de opdrachten, vermeld in het eerste lid, uitvoert, is overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek gebonden door het beroepsgeheim.

De lokale contactcentra, vermeld in het eerste lid, staan mee onder toezicht van de ambtenaren-artsen en de ambtenaren van de administratie, vermeld in artikel 44, § 3, 2° en 3°, van het decreet van 21 november 2003. Als lokale con- tactcentra niet voldoen aan de verplichtingen, vermeld in dit decreet, kunnen de voormelde ambtenaren en ambtenaren-artsen de lokale besturen of de zorgraden aanmanen om alle verplichtingen aan de hand van een remediëringsplan na te komen binnen een termijn die door die ambtenaren en ambtenaren-artsen wordt bepaald.

De lokale besturen of de zorgraden, vermeld in het eerste lid, maken een inhoudelijk verslag op over de opdrachten die zijn toegekend aan de lokale con- tactcentra die ze hebben opgericht. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de inhoud van het inhoudelijk verslag.

De Vlaamse Regering bepaalt welke technische en organisatorische maatregelen de lokale besturen of de zorgraden treffen ter bescherming van de verwerking van de persoonsgegevens door de lokale contactcentra, vermeld in het eerste lid."

Artikel 13. (01/07/2020- ...)

In hetzelfde decreet wordt een artikel 6/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. 6/1. De lokale besturen of de zorgraden bepalen de samenstelling van lokale contactcentra als vermeld in artikel 6, eerste lid.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de organisatie van lokale contactcentra.".

Artikel 14. (01/07/2020- ...)

In hetzelfde decreet wordt een artikel 6/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. 6/2. § 1. Bij de zorgraden kunnen COVID-19-teams worden opgericht.

De COVID-19-teams, vermeld in het eerste lid, verrichten de volgende activiteiten:
1° ondersteuning bij het contact- en omgevingsonderzoek bieden aan de ambtenaren, vermeld in artikel 40 en 44, § 3, 3°, van het decreet van 21 november 2003, en aan de ambtenaren-artsen, vermeld in artikel 44, § 3, 2°, van hetzelfde decreet;
2° op verzoek van de lokale besturen advies verlenen over de te nemen maatregelen om een verdere verspreiding van COVID-19 te voorkomen;
3° medische en psychosociale ondersteuning organiseren voor de personen die met COVID-19 besmet zijn of vermoedelijk besmet zijn. Deze activiteit is gericht tot individuele personen;
4° een afstemming van hulpvragen van zorgaanbieders organiseren in geval van schaarste van materiaal, en in geval van behoefte aan kennisuitwisseling en ondersteuning;
5° zorgaanbieders sensibiliseren om het draagvlak voor het contactonderzoek te verhogen.

In dit lid wordt verstaan onder:
1° contact- en omgevingsonderzoek: het onderwerpen van een persoon of zijn leefomgeving aan een medisch of milieukundig onderzoek dat nodig is om besmettingsbronnen op te sporen, als die persoon na contact met een geïnfecteerde persoon of na contact met een andere besmettingsbron mogelijk besmet is en door contacten met anderen, al dan niet bij de uitoefening van een beroepsactiviteit, die infectie kan overdragen;
2° medische en psychosociale ondersteuning organiseren: informeren over, doorverwijzen naar en samen met de betrokken persoon contact opnemen om die medische en psychosociale ondersteuning mogelijk te maken.

De Vlaamse Regering kan de activiteiten van het COVID-19-team, vermeld in het tweede lid, nader preciseren.

Elk COVID-19-team bestaat minstens uit een medisch expert. Die medische expert is een arts.

De Vlaamse Regering kan de samenstelling van het COVID-19-team en de rol van de medisch expert nader preciseren en kan nadere regels bepalen voor de organisatie van het COVID-19-team.

De leden van het COVID-19-team die de opdrachten, vermeld in het tweede lid, uitvoeren, zijn overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek gebonden door het beroepsgeheim.

De leden van het COVID-19-team staan mee onder toezicht van de ambtenaren-artsen en ambtenaren van de administratie, vermeld in artikel 44, § 3, 2° en 3°, van het decreet van 21 november 2003. In het kader van het toezicht kunnen intervisiemomenten worden georganiseerd tussen de medische experten, vermeld in het vierde lid, en de ambtenaren-artsen en ambtenaren van de administratie, vermeld in artikel 44, § 3, 2° en 3°, van het decreet van 21 november 2003. Als COVID-19-teams niet voldoen aan de verplichtingen, vermeld in dit decreet, kunnen de voormelde ambtenaren en ambtenaren-artsen de zorgraden aanmanen om alle verplichtingen aan de hand van een remediëringsplan na te komen binnen een termijn die door die ambtenaren en ambtenaren-artsen wordt bepaald.

De zorgraden die een COVID-19-team oprichten, maken een inhoudelijk ver- slag op over de opdrachten die aan dat COVID-19-team werden toegekend. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de inhoud van het inhoudelijke verslag.

§ 2. Voor het verrichten van de activiteiten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerken de COVID-19-teams de volgende persoonsgegevens van de personen bij wie een COVID-19-test heeft uitgewezen dat ze besmet zijn en van de personen van wie de arts een ernstig vermoeden heeft dat ze besmet zijn met COVID-19, maar bij wie geen COVID-19-test is uitgevoerd of voorgeschreven, of bij wie de COVID-19-test heeft uitwezen dat ze niet besmet waren:
1° de identificatiegegevens;
2° de contactgegevens;
3° het geslacht;
4° de leeftijd;
5° de datum waarop de COVID-19-test is afgenomen;
6° de datum van de eerste ziektesymptomen;
7° de eventuele collectiviteiten waarmee de persoon in contact is geweest;
8° de personen met wie ze in contact zijn geweest gedurende een periode van veertien dagen voor en na de eerste tekenen van de besmetting met COVID-19, waarbij een bepaalde appreciatiemarge op grond van wetenschappelijke inzichten in rekening kan worden genomen;
9° de relevante criteria voor de inschatting van een hoog of laag besmettingsrisico en het geven van advies;
10° de gezondheidsgegevens die nodig zijn voorhetcontact- enomgevingsonderzoek, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, en voor de medische en psychosociale ondersteuning, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3° ;
11° andere gegevens dan die over de gezondheid die nodig zijn voor het contact- en omgevingsonderzoek, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, en voor de medische en psychosociale ondersteuning, vermeld in paragraaf 1, tweede lid 3°.

Voor het verrichten van de activiteiten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerken de COVID-19-teams de volgende persoonsgegevens van de personen met wie de personen, vermeld in het eerste lid, in contact zijn geweest:
1° de voor- en achternaam; 2° de postcode;
3° het telefoonnummer;
4° het antwoord op de vraag of die personen symptomen van COVID-19 hebben;
5° de taalvaardigheid;
6° het feit dat die personen al dan niet een gezondheidszorgberoep uitoefenen.

De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, nader preciseren.

De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, en het tweede lid, 1° tot en met 4°, worden, voor zover ze beschikbaar zijn, aan de zorg- raden bezorgd door een entiteit die de Vlaamse Regering aanwijst.

De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 7° tot en met 11°, en het tweede lid, 5° en 6°, worden door het COVID-19-team ingewonnen bij de betrokkene.

De COVID-19-teams hebben alleen toegang tot de persoonsgegevens, ver- meld in het eerste en tweede lid, van de personen van wie de hoofdverblijfplaats of een andere gepaste plaats waar de betrokkene in tijdelijke afzondering verblijft, ligt in het werkgebied van de zorgraad waarbij het COVID-19-team is opgericht.

Het COVID-19-team kan na toestemming van de betrokkene of zijn vertegenwoordiger de gegevens, vermeld in het eerste lid, delen met zorgaanbieders als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders, met het oog op het organiseren van medische en psychosociale ondersteuning als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°.

De Vlaamse Regering wijst een entiteit aan die optreedt als verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens die de COVID-19-teams verwerken. Die entiteit sluit een verwerkingsovereenkomst conform artikel 28, lid 3, van de algemene verordening gegevensbescherming, met de zorgraad waarbij een COVID-19-team is opgericht.

De persoonsgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, worden door het COVID-19-team bewaard gedurende een termijn van maximaal dertig dagen, met uitzondering van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, van personen als vermeld in het eerste lid, bij wie de medische en psychosociale ondersteuning, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, langer dan dertig dagen duurt. In het laatste geval worden de persoonsgegevens bewaard tot maximaal drie dagen na het einde van die medische en psychosociale ondersteuning.

De Vlaamse Regering kan bepalen welke technische en organisatorische maat- regelen de zorgraad treft ter bescherming van de verwerking van de persoonsgegevens door het COVID-19-team.".

Artikel 15. (01/07/2020- ...)

In hetzelfde decreet wordt een artikel 7/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. 7/1. Op verzoek van de Vlaamse Regering evalueert de entiteit die ter uitvoering van artikel 3, 6 en 6/2 wordt aangewezen, de werking van de lokale contact- centra en de COVID-19-teams. Het gaat daarbij na of ze aan de voorwaarden van en krachtens dit decreet voldoen, en heeft bijzondere aandacht voor de effectiviteit van die lokale initiatieven en de manier waarop ze omgaan met de bescherming van de verwerking van de persoonsgegevens.".

HOOFDSTUK 4. Inwerkingtreding

Artikel 16. (12/01/2021- ...)

De Vlaamse Regering stelt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding vast.