Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot regeling van een algemene en selectieve subsidie voor de organisatoren van kinderopvang en buitenschoolse opvang en van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus, wat betreft het bepalen van het subsidiesysteem en het percentage voor februari 2021

Datum 25/01/2021

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, artikel 5, § 2, 2°, a), ingevoegd bij het decreet van 1 maart 2019, artikel 12, gewijzigd bij de decreten van 1 maart 2019 en 3 mei 2019, en artikel 13, § 4, ingevoegd bij het decreet van 21 juni 2013 en gewijzigd bij het decreet van 19 januari 2018;
- het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 10, 3°, en artikel 12, § 1, tweede lid;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot regeling van een algemene en selectieve subsidie voor de organisatoren van kinderopvang en buitenschoolse opvang en van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus, artikel 3, derde lid, en artikel 11, derde lid.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 19 januari 2021.
- Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat uit de evolutie van de COVID-19-epidemie de afgelopen maanden blijkt dat de evolutie van de epidemie heel plots kan wijzigen. Zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot regeling van een algemene en selectieve subsidie voor de organisatoren van kinderopvang en buitenschoolse opvang en van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus moet de minister voor elke kalendermaand bepalen of de algemene, dan wel de selectieve subsidie van toepassing is. Om tegemoet te kunnen komen aan het doel van de regelgeving, namelijk de mate van compensatie afstemmen op de ernst van de epidemie, is het noodzakelijk de keuze van het subsidiesysteem te baseren op zo recent mogelijke informatie en cijfergegevens. Meer bepaald betreft de informatie over het aantal besmettingen, het aantal ziekenhuisopnames en de positiviteitsratio, in samenhang met de bestaande maatregelen van de federale overheid.
Het is daarom niet mogelijk om te wachten op het advies van de Raad van State om deze regelgeving goed te keuren, ook niet op een advies binnen vijf dagen, aangezien het noodzakelijk is om de sector onmiddellijk rechtszekerheid te bieden over het feit dat in de maand februari 2021 een algemene compensatie van toepassing is met het oog op de leefbaarheid van de sector, over welk percentage van toepassing is voor de organisatoren van buitenschoolse opvang én over het feit dat de specifieke maatregelen voor de gezinnen gelden. Om die redenen wordt het ontwerp niet aan het advies van de Raad van State voorgelegd.

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID, GEZIN EN ARMOEDEBESTRIJDING BESLUIT:

Artikel 1. (01/02/2021- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder besluit van 13 november 2020: het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot regeling van een algemene en selectieve subsidie voor de organisatoren van kinderopvang en buitenschoolse opvang en van maatregelen voor de gezinnen in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang naar aanleiding van de gevolgen van het COVID-19-virus.

Artikel 2. (01/02/2021- ...)

In de maand februari van het jaar 2021 kan het agentschap de volgende subsidies toekennen:
1° een algemene subsidie als vermeld in artikel 4 en 5 van het besluit van 13 november 2020 voor de organisator van kinderopvang;
2° een algemene subsidie als vermeld in artikel 10 en 11 van het voormelde besluit voor de organisator van buitenschoolse opvang.

Artikel 3. (01/02/2021- ...)

Het percentage van de plaatsen op de erkenning of het attest van toezicht of van de plaatsen met toestemming waarvoor een organisator de subsidie, vermeld in artikel 11, eerste lid, 1° en 2°, van het besluit van 13 november 2020, ontvangt, bedraagt 30% voor de periode van 1 tot en met 28 februari 2021 voor de organisator die de dienstverlening gewoon voortzet.

In afwijking van het eerste lid bedraagt van 1 tot en met 28 februari 2021 het percentage 80% van het aantal plaatsen op de erkenning of het attest van toezicht of van de plaatsen met toestemming voor de openingsdagen waarop de organisator de dienstverlening niet kan voortzetten door een verplichte sluiting als vermeld in artikel 1, 21°, van het voormelde besluit.

Artikel 4. (01/02/2021- ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2021.