Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 maart 2013 betreffende het welzijn van paarden en pony's op kermissen

Datum 09/07/2021

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, artikel 6, § 2, gewijzigd bij de wet van 7 februari 2014 en het decreet van 13 juli 2018, en artikel 6ter, derde lid, tweede zin, en vierde lid, ingevoegd bij het decreet van 29 januari 2021;
- het decreet van 29 januari 2021 tot wijziging van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, wat betreft de invoering van een verbod op het gebruik van paardachtigen op kermissen en aanverwante evenementen, artikel 4, eerste lid, en 5.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 22 april 2021;
- De Raad van State heeft advies nr. 69.339/3 gegeven op 3 juni 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Artikel 1. (22/08/2021- ...)

Aan artikel 2 van het koninklijk besluit van 1 maart 2013 betreffende het welzijn van paarden en pony's op kermissen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 1° en punt 2° worden opgeheven;
2° er wordt een punt 7° en 8° toegevoegd, die luiden als volgt:
"7° paardencarrousel: de paardencarrousel, vermeld in artikel 6ter, eerste lid, 2°, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren;
8° verantwoordelijke van een paardencarrousel: de verantwoordelijke van een paardencarrousel, vermeld in artikel 6ter, eerste lid, 3°, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren.".

Artikel 2. (22/08/2021- ...)

In de artikelen 3, 4, § 2, 12, § 2, en 13, van hetzelfde besluit, worden de woorden "de ponnycarrousel" vervangen door de woorden "de paardencarrousel".

Artikel 3. (22/08/2021- ...)

In hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling III vervangen door wat volgt:

"Afdeling III - Piste van de paardencarrousel".

Artikel 4. (22/08/2021- ...)

In hetzelfde besluit worden een hoofdstuk IV/1, dat bestaat uit artikel 22/1, en een hoofdstuk IV/2, dat bestaat uit artikel 22/2, ingevoegd, die luiden als volgt:

"HOOFDSTUK IV/1. - Registratie van de paardencarrousels

Art. 22/1. § 1. Als de inrichting actief is geweest in het Vlaamse Gewest op datum van 1 januari 2021, kan elke verantwoordelijke van een paardencarrousel die paardencarrousel laten registreren.

De verantwoordelijke van de paardencarrousel dient de registratieaanvraag uiterlijk vóór 1 september 2021 in bij de dienst met een behoorlijk ingevuld formulier waarvan de dienst het model op zijn website ter beschikking stelt.

De aanvrager voegt bij het formulier, vermeld in het tweede lid, de nodige documenten die bewijzen dat de paardencarrousel actief was in het Vlaamse Gewest voor de datum, vermeld in het eerste lid.

§ 2. Binnen tien dagen na de dag waarop de dienst de registratieaanvraag heeft ontvangen, gaat de dienst na of de aanvraag volledig is en licht hij de aanvrager in voorkomend geval in over de ontbrekende gegevens.

Als het dossier volledig is, brengt de dienst de verantwoordelijke van de paardencarrousel binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige registratieaanvraag op de hoogte van een van de volgende beslissingen:
1° de toekenning van de registratie, met vermelding van een registratienummer;
2° een gemotiveerde weigering van registratie.

De dienst bewaart de registratieaanvragen tot en met 31 december 2022.

HOOFDSTUK IV/2. - Nadere regels over de toekenning van een premie

Art. 22/2. § 1. Ter uitvoering van artikel 6ter van de wet van 14 augustus 1986 van de wet van 14 augustus 1986 kunnen de verantwoordelijken van een paardencarrousel aanspraak maken op een premie van 60.000 euro.

De verantwoordelijken van een paardencarrousel maken aanspraak op de premie, vermeld in het eerste lid, als ze voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, van het decreet van 29 januari 2021 tot wijziging van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, wat betreft de invoering van een verbod op paardachtigen op kermissen en aanverwante evenementen.

De premie, vermeld in het eerste lid, wordt verleend in de vorm van de-minimissteun en onder de voorwaarden, vermeld in verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, PB L 352, 24 december 2013, p. 1-8.

§ 2. De verantwoordelijke van de paardencarrousel dient een premie-aanvraag in bij de dienst met het formulier dat de dienst op zijn website ter beschikking stelt.

De aanvrager voegt bij het formulier, vermeld in het eerste lid, de nodige bewijsdocumenten.

Binnen tien dagen na de dag waarop de dienst de premie-aanvraag heeft ontvangen, gaat de dienst na of de aanvraag volledig is en licht hij de aanvrager in voorkomend geval in over de ontbrekende gegevens.

Als het dossier volledig is, brengt de dienst de verantwoordelijke van de paardencarrousel binnen dertig dagen na ontvangst van de volledige premie-aanvraag op de hoogte van haar beslissing.".

Artikel 5. (01/01/2023- ...)

Het koninklijk besluit van 1 maart 2013 betreffende het welzijn van paarden en pony's op kermissen wordt opgeheven.

Artikel 6. (22/08/2021- ...)

De artikelen 1 tot en met 4, 6 en 7 van dit besluit en het decreet van 29 januari 2021 tot wijziging van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, wat betreft de invoering van een verbod op het gebruik van paardachtigen op kermissen en aanverwante evenementen, treden in werking tien dagen na de datum van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 5 van dit besluit treedt in werking op 1 januari 2023.

Artikel 7. (22/08/2021- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor het dierenwelzijn, is belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 18/07/2024