Ministerieel besluit houdende de organisatie van een tweede call voor het indienen van steunaanvragen voor middelgrote installaties op basis van zonne-energie en kleine en middelgrote windturbines

Datum 30/08/2021

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 8.2.1, 3°, artikel 8.3.1, 3°, en artikel 8.4.1, 3° ;
- het Energiebesluit van 19 november 2010, artikelen 7.11.1 tot en met 7.11.4, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering 7 september 2018, en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2020;

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- de Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 24 juni 2021;
- op 2 juli 2021 werd de afdeling Wetgeving van de Raad van State gevraagd advies te verlenen binnen de bij artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voorgeschreven termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Er werd geen advies verleend tegen deze termijn. Conform artikel 84, § 4, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan het besluit worden uitgevaardigd bij het verstrijken van de termijn voor het onderzoek van de adviesaanvraag zonder dat de afdeling Wetgeving een advies heeft medegedeeld.

DE VLAAMSE MINISTER VAN JUSTITIE EN HANDHAVING, OMGEVING, ENERGIE EN TOERISME BESLUIT:

Artikel 1. (03/09/2021- ...)

De tweede call voor nieuwe installaties op basis van zonne-energie, met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 40 kW tot en met 2 MW, en voor nieuwe windturbines op land met een bruto nominaal vermogen per turbine groter dan 10 kWe tot en met 300 kWe, wordt opengesteld voor het indienen van steunaanvragen van 15 september 2021 om 9u00 tot en met 29 september 2021 om 16u00.

Artikel 2. (03/09/2021- ...)

Het totale maximale steunbedrag voor deze tweede call bedraagt 5.000.000 euro. Dit steunbedrag wordt volledig voorzien voor steunaanvragen voor de plaatsing van installaties op basis van zonne-energie als vermeld in artikel 7.11.1, § 1, derde lid, 3° van het Energiebesluit van 19 november 2010.

Artikel 3. (03/09/2021- ...)

Het steunplafond, dat de maximale verhouding van de steun ten opzichte van de energieopbrengst weergeeft waarvoor projecten kunnen worden geselecteerd, bedraagt voor deze call 22 euro per MWh voor projecten voor overige installaties op basis van zonne-energie;

Artikel 4. (03/09/2021- ...)

De maximale kosten die in aanmerking kunnen komen bedragen:
1° 1030 euro per kWp voor een overige installatie op basis van zonne-energie, met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 40 kW tot en met 250 kW;
2° 858 euro per kWp voor een overige installatie op basis van zonne-energie, met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 250 kW tot en met 750 kW;
3° 696 euro per kWp voor een overige installatie op basis van zonne-energie, met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 750 kW tot en met 2 MW;

Artikel 5. (03/09/2021- ...)

De berekening van de verwachte jaarlijkse energieopbrengst van installaties op basis van zonne-energie gebeurt met behulp van de berekeningsmodule voor de inschatting van de jaarlijkse energieproductie van fotovoltaïsche installaties aangesloten op een elektriciteitsnetwerk van het Joint Research Centre van de Europese Commissie ontwikkeld in het Photovoltaic Geographical Information System (PVGIS).

De PVGIS software wordt als volgt gebruikt:
1° In de PVGIS software wordt gebruik gemaakt van de berekening voor fotovoltaïsche installaties aangesloten op een elektriciteitsnet. Het adres van de inplantingsplaats van de installatie wordt ingegeven. Er wordt steeds gebruik gemaakt van de PVGIS-SARAH databank voor de zonne-instraling, de wijze waarop de zonnepanelen zijn gemonteerd is steeds vrijstaand, het type PV module is steeds kristallijn silicium, de systeemverliezen bedragen steeds 14%. In de PVGIS software moet gebruik gemaakt worden van de optie om rekening te houden met schaduw door het terrein. In de PVGIS software mag geen gebruik gemaakt worden van de opties tot optimaliseren van de hellingshoek en de oriëntatie.
2° In de PVGIS software moeten voor de installatie uit de steunaanvraag de volgende parameters worden ingevoerd:
- de hellingshoek: dit is de hoek, uitgedrukt in graden, die de zonnepanelen maken ten opzichte van het horizontale vlak;
- de oriëntatie: dit is de richting, uitgedrukt in graden, in dewelke de installatie is geplaatst ten opzichte van het zuiden waarbij een zuidelijke richting gelijk staat met 0°, een oostelijke richting gelijk staat met -90° en een westelijke richting met 90° ;
- het piekvermogen: dit is het DC-piekvermogen van de installatie dat in aanmerking komt voor steun met een gegeven oriëntatie. Het piekvermogen van de installatie dat in aanmerking komt voor steun is gelijk aan het piekvermogen van de installatie tenzij de installatie valt onder artikel 6;
3° Als de installatie bestaat uit een samenstelling van verschillende oriëntaties, wordt voor elk van de oriëntaties de verwachte jaarlijkse energieopbrengst berekend op basis van de stappen uit punt 1° en 2°. Het piekvermogen onder punt 2° moet voor elk van de oriëntaties daarbij begrepen worden als dat deel van het piekvermogen van de installatie dat in aanmerking komt voor steun, dat die betreffende oriëntatie heeft.

Als de installatie op basis van zonne-energie in aanmerking komt om te voldoen aan de verplichtingen vermeld in artikel 11.1.3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, en deze installatie bestaat uit een samenstelling van verschillende oriëntaties, moet eerst het piekvermogen van de installatie dat in aanmerking komt voor steun bepaald worden conform artikel 6 van dit besluit. Dit is het gecorrigeerd piekvermogen. Daarna wordt per oriëntatie het gecorrigeerd piekvermogen met die gegeven oriëntatie bepaald door het gecorrigeerd piekvermogen te vermenigvuldigen met de verhouding van het piekvermogen van de installatie met die gegeven oriëntatie en het piekvermogen van de volledige installatie.

De resultaten van de berekening van de verwachte jaarlijkse energieopbrengst voor elke oriëntatie van de installatie worden opgeteld. Deze som is de verwachte jaarlijkse energieopbrengst van de volledige installatie die in aanmerking komt voor steun.

Artikel 6. (03/09/2021- ...)

Als een installatie op basis van zonne-energie in aanmerking komt om te voldoen aan de verplichtingen vermeld in artikel 11.1.3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wordt voor dat deel van de installatie geen steun toegekend.

Van het omvormervermogen van de installatie, uitgedrukt in kW, wordt het deel van het omvormervermogen afgetrokken dat in aanmerking komt voor de voormelde verplichting, bepaald conform artikel 7.11.1, § 1, vijfde lid van het Energiebesluit van 19 november 2010. Dit resultaat is het gecorrigeerd omvormervermogen.

Het gecorrigeerd omvormervermogen berekend volgens het tweede lid wordt gedeeld door de verhouding van het omvormervermogen van de installatie en het piekvermogen van de installatie. Dit resultaat is het gecorrigeerd piekvermogen. Dit gecorrigeerd piekvermogen is het DC-piekvermogen van de installatie dat in aanmerking komt voor steun en dat moet gebruikt worden voor de berekening van de verwachte jaarlijkse energieopbrengst conform artikel 5.

Artikel 7. (03/09/2021- ...)

Het bepalen van de verwachte energieopbrengst van installaties op basis van zonne-energie gebeurt door het vermenigvuldigen van de verwachte jaarlijkse energieopbrengst van de installatie met de levensduur van de installatie zoals bepaald in artikel 7.11.3, § 3, eerste lid van het Energiebesluit van 19 november 2010.

Artikel 8. (03/09/2021- ...)

Dit besluit treedt in werking bij publicatie in het Belgisch Staatsblad.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 07/12/2022