Besluit van de administrateur-generaal van het VEKA over het vereenvoudigd certificatiesysteem voor het aantonen van biomassakenmerken

Datum 06/10/2021

Inhoudstafel

  1. Titel I. Definities
  2. Titel II. Toepassingsgebied van het vereenvoudigd certificatiesysteem
  3. Titel III. Werking van het vereenvoudigd certificatiesysteem
  4. Titel IV. Staving en controle, sancties en klachtenprocedure
  5. Titel IV. Slotbepaling

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgrond(en)
Dit besluit is gebaseerd op:
-het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.3, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en laatst gewijzigd bij het decreet van 4 december 2020;
- het Energiebesluit van 19 november 2010, artikel 6.1.12/1, ingevoegd bij het besluit van 8 april 2011 en laatst gewijzigd bij het besluit van 11 december 2020;
- het Ministerieel Besluit van 5 april 2019 houdende het aantonen van biomassakenmerken, artikel 23, laatst gewijzigd bij het Ministerieel Besluit van 16 juli 2021 en artikel 24, laatst gewijzigd bij het Ministerieel Besluit van 16 juli 2021.

Motivering
Dit besluit is gebaseerd op het volgende motief / de volgende motieven:
- In het kader van de toekenning van steun aan groenestroomproductie-installaties of nuttige-groenewarmte-installaties gelegen in het Vlaamse Gewest moeten bepaalde kenmerken van de verbruikte biomassa per biomassastroom aangetoond worden via een biomassarapport, overeenkomstig artikel 3 van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019 houdende het aantonen van biomassakenmerken, hierna kortweg "het Ministerieel Besluit van 5 april 2019".
- Het biomassarapport beschrijft minstens alle biomassakenmerken die een invloed hebben op de berekening van de steunhoogte. Een biomassarapport verschaft vertrouwen inzake de steunhoogte die de eindgebruiker mag verwachten en verzekert de legitimiteit van de verschafte steun in het kader van het maatschappelijk draagvlak.
- Indien dit biomassarapport niet voorgelegd kan worden zal het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, hierna "VEKA", voor de gerelateerde biomassastroom een conservatieve inschatting toepassen voor de biomassakenmerken overeenkomstig artikel 30, § 1 van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019.
- Om de administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken beheert het VEKA voor bepaalde types installaties een vereenvoudigd certificatiesysteem dat voorziet in een vereenvoudigde rapportering overeenkomstig artikel 23 van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019. Zowel 1) biogasinstallaties, 2) kleinschalige groenestroomproductie-installaties, 3) kleinschalige nuttige-groenewarmte-installaties, als 4) installaties die afval of residuen verwerken die niet afkomstig zijn van land- of bosbouw of natuurgebieden kunnen gebruik maken van dit vereenvoudigd certificatiesysteem.
- Dit besluit geeft uitvoering aan artikel 2, 4° van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019, met name dat de het geheel van bepalingen die het vereenvoudigd certificatiesysteem uitmaken door het VEKA worden gepubliceerd.

DE ADMINISTRATEUR-GENERAAL VAN HET VLAAMS ENERGIE- EN KLIMAATAGENTSCHAP BESLUIT:

Titel I. Definities

Artikel 1. (11/10/2021- ...)

Definities

§ 1. De begrippen en definities, vermeld in het Energiedecreet van 8 mei 2009 (hierna: "het Energiedecreet"), zijn van toepassing op dit besluit.

§ 2. De begrippen en definities, vermeld in het Energiebesluit van 19 november 2010 (hierna: "het Energiebesluit"), zijn van toepassing op dit besluit.

§ 3. De begrippen en definities, vermeld in het Ministerieel Besluit van 5 april 2019, zijn van toepassing op dit besluit.

§ 4. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° B-hout: niet-recycleerbaar niet-verontreinigd behandeld houtafval;
2° C-hout: niet-recylceerbaar verontreinigd behandeld houtafval;
3° ExpertBase: de online gegevensbank beheerd door het VEKA waarin de groenestroom- en warmte-krachtcertificatendossiers voor biogas-, biomassa-, wind-, waterkracht- en warmte-krachtinstallaties worden beheerd.

Titel II. Toepassingsgebied van het vereenvoudigd certificatiesysteem

Artikel 2. (11/10/2021- ...)

Toepassingsgebied

Het toepassingsgebied van dit vereenvoudigd certificatiesysteem betreft de biomassa die wordt aangewend in installaties gelegen in het Vlaamse Gewest, waarbij biomassakenmerken aangetoond moeten worden voor de categorieën van installaties, zoals bepaald in artikel 6.1.12/1, § 3 van het Energiebesluit:
1° een biogasinstallatie in zoverre de installatie biogas verbrandt afkomstig van een vergistingsinstallatie die zich bevindt in het Vlaamse Gewest, hierna "biogasinstallaties";
2° groenestroomproductie-installaties met een geïnstalleerd elektrisch vermogen van minder dan 1 MW, hierna "kleinschalige groenestroomproductie-installaties";
3° productie-installaties van groene warmte met een geïnstalleerd thermisch vermogen van minder dan 10 MW, hierna "kleinschalige nuttige-groenewarmte-installaties";
4° groenestroomproductie-installaties die uitsluitend vaste of gasvormige biomassastromen gebruiken die vervaardigd zijn uit afvalstoffen of residuen die niet afkomstig zijn van landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of natuurgebieden, hierna "installaties die afval of residuen verwerken die niet afkomstig zijn van land- of bosbouw of natuurgebieden".

Overeenkomstig artikel 23 van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019 beheert het VEKA de vereenvoudigde certificatiesystemen voor de categorieën van installaties vermeld in artikel 6.1.12/1, § 3 van het Energiebesluit.

Titel III. Werking van het vereenvoudigd certificatiesysteem

Artikel 3. (11/10/2021- ...)

Aanmelding groenestroomproductie-installatie

De certificaatgerechtigde meldt eenmalig de groenestroomproductie-installatie aan onder het vereenvoudigd certificatensysteem bij het VEKA door het overmaken van een volledig ingevulde overzichtstabel van de inputstromen, overeenkomstig artikel 4 van dit besluit, en de bijhorende verklaring(en) op woord van eer, overeenkomstig Bijlage II bij dit besluit. In deze tabel inputstromen worden alle biomassastromen die gebruikt werden en zullen worden opgenomen.

Artikel 4. (11/10/2021- ...)

Jaarlijkse actualisate van de overzichtstabel inputstromen

§ 1. De certificaatgerechtigde maakt jaarlijks en digitaal de volledig ingevulde overzichtstabel met alle aan de installatie toegevoerde inputstromen over aan het VEKA voor 30 april, overeenkomstig artikel 24 van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019. Deze overzichtstabel inputstromen is steeds geactualiseerd met de gegevens van het voorbije kalenderjaar en bevat minstens de verschillende types inputstromen voor het lopende kalenderjaar.

§ 2. Hierbij worden telkens de nodige verklaring(en) op woord van eer voor de inputstromen die in de productie-installatie verbruikt werden of zullen worden aangeleverd, overeenkomstig Bijlage II bij dit besluit. Indien bepaalde inputstromen niet die in de productie-installatie verbruikt (zullen) worden niet voldoen aan de in de verklaring opgenomen voorwaarden, dient dit ogenblikkelijk aan het VEKA gemeld te worden.

§ 3. ExpertBase wordt als een gegevensbank gelijkwaardig aan de federale gegevensbank biobrandstoffen beschouwd, zoals bedoeld in artikel 24, 3° van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019.

Artikel 5. (11/10/2021- ...)

Opstellen biomassarapport

§ 1. Volgens de methodologie beschreven in Bijlage I, stelt het VEKA voor elke inputstroom die in de productie-installatie gebruikt wordt of zal worden een biomassarapport op voor de vaststelling van de biomassakenmerken, overeenkomstig artikel 18, § 1 van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019.

§ 2. Het biomassarapport komt overeen met de template uit Bijlage II van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019.

§ 3. Het biomassarapport is geldig vanaf de datum van toekenning ervan door het VEKA, zoals vermeld op het biomassarapport, overeenkomstig artikel 6 van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019, tot en met de einddatum van de productieperiode zoals opgenomen in de overeenkomstige verklaring op woord van eer, en waarbij de maximale geldigheidsduur van twee jaar niet overschreden wordt.

Titel IV. Staving en controle, sancties en klachtenprocedure

Artikel 6. (11/10/2021- ...)

Staving gerapporteerde data

§ 1. Indien de biomassa wordt aangevoerd via het water, moet voor ieder scheepstransport de bill of lading, ook wel cognossement genaamd, bijgehouden worden ter staving.

§ 2. Indien de biomassa wordt aangevoerd via het land, moet voor ieder vrachttransport de weegbon en de transportdocumenten bijgehouden worden ter staving.

§ 3. Indien de biomassa een vloeibare meststroom betreft, moeten vanaf 1 januari 2022 de maandelijkse meetgegevens van de debietsmeter die de aanvoer naar de vergistingsinstallatie registreert, bijgehouden worden ter staving.

§ 4. Indien de biomassa rechtstreeks via leidingen of andere vaste transportsystemen aan de productie-installatie wordt aangeleverd, moeten de maandelijkse meetgegevens van elke relevante meting van de toegevoerde biomassa bijgehouden worden ter staving.

Artikel 7. (11/10/2021- ...)

Controle, sancties en klachtenprocedure

§ 1. Het VEKA kan op elk moment de door de marktpartijen verschafte informatie controleren en bijkomende informatie opvragen, overeenkomstig artikel 24, § 2 van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019.

§ 2. Het VEKA kan een productie-installatie die elektriciteit opwekt uit een hernieuwbare energiebron op elk moment controleren om na te gaan of de elektriciteit wel opgewekt wordt uit een hernieuwbare energiebron en of de meting van de geproduceerde elektriciteit en andere metingen die noodzakelijk zijn om de productie uit hernieuwbare energiebronnen te bepalen, overeenstemmen met de werkelijkheid, overeenkomstig artikel 6.1.4, § 2, van het Energiebesluit.

§ 3. Bij controle wordt, overeenkomstig artikel 25, § 2 van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019 en op eenvoudige vraag van het VEKA, al het bewijsmateriaal overgemaakt onder de gevraagde vorm ter staving van:
1° de bepaling van biomassakenmerken;
2° de in het kader van een bepaald groenestroomdossier of dossier voor ondersteuning van groene warmte afgelegde verklaringen;
3° uitgevoerde audits;
4° leveringen van biomassa;

§ 4. Alle marktpartijen die gebruik maken van dit vereenvoudigd certificatiesysteem verbinden zich ertoe:
1° om voldoende en correcte informatie te verschaffen in het kader van de massabalans, de traceerbaarheid en de vaststelling van de onderzochte biomassakenmerken en afdoende bewijsmateriaal bij te houden gedurende minstens vijf jaar;
2° om de verantwoordelijkheid te aanvaarden voor het voorbereiden en aanleveren van informatie met betrekking tot de controles in het kader van dit vereenvoudigd certificatiesysteem.

§ 5. Wanneer de gegevens om de waarde van een bepaald biomassakenmerk te bepalen onvolledig zijn of ontbreken of wanneer er een non-conformiteit werd vastgesteld bij de bepaling van een bepaald biomassakenmerk, kan het VEKA een conservatieve inschatting maken van dit biomassakenmerk overeenkomstig artikel 26 van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019.

§ 6. De certificaatgerechtigde voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 6.1.3 tot en met 6.1.5 van het Energiebesluit. De VREG kan overeenkomstig artikel 6.1.6, § 2, eerste en tweede lid van het Energiebesluit, op verzoek van het VEKA, de toekenning van certificaten schorsen totdat de certificaatgerechtigde aantoont dat is voldaan aan de voorwaarden vermeld in artikel 6.1.3 tot en met 6.1.5 van het Energiebesluit.

Als niet voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6.1.3 tot en met 6.1.5 van het Energiebesluit, trekt de VREG conform 6.1.6, § 2, derde lid van het Energiebesluit, op verzoek van het VEKA de groenestroomcertificaten in kwestie in die nog niet verhandeld zijn en die nog niet gebruikt zijn in het kader van de certificatenverplichting of de minimumsteun. Als wordt vastgesteld dat een aantal van de onterecht toegekende groenestroomcertificaten toch al is verhandeld of is gebruikt voor de minimumsteun of de certificatenverplichting, wordt voor de productie-installatie in kwestie het aantal groenestroomcertificaten dat toegekend zal worden conform artikel 6.1.3 van het Energiebesluit, gecompenseerd met het aantal groenestroomcertificaten dat niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6.1.3 tot en met 6.1.5 van het Energiebesluit.

Bij het vaststellen van ernstige onregelmatigheden kan het VEKA overgaan tot het opleggen van een sanctie, onder meer op grond van artikelen 13.4.2/1 en 13.4.11, § 1, 4°, van het Energiedecreet.

§ 7. Wanneer een marktpartij het niet eens is met een handeling van het VEKA in uitvoering van dit vereenvoudigd certificatiesysteem neemt deze in eerste instantie contact op met het VEKA waarbij het bezwaar schriftelijk wordt toegelicht en een heroverweging van de betwiste handeling wordt gevraagd.

§ 8. Wanneer het VEKA beslist dat de gebruikte biomassa niet voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het Energiebesluit of in het Ministerieel Besluit van 5 april 2019, kan de houder van dat biomassarapport een gemotiveerd beroep indienen tegen deze beslissing van het VEKA via een aangetekende brief bij de minister bevoegd voor energie, zoals bepaald in artikel 25, § 3 van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019.

§ 9. Naast bovenstaande procedures kan gebruik gemaakt worden van de klachtenprocedure van het VEKA of de algemene klachtenprocedure van de Vlaamse overheidsdiensten.

Titel IV. Slotbepaling

Artikel 8. (11/10/2021- ...)

Inwerkingtreding

§ 1. Dit besluit treedt in werking op datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

§ 2. Voor biomassa die vanaf inwerkingtreding van het Ministerieel Besluit van 5 april 2019 werd gecontracteerd en onder toepassingsgebied van artikel 2 valt, worden de biomassakenmerken conform dit besluit aangetoond via het vereenvoudigd certificatiesysteem.

BIJLAGE I. (11/10/2021- ...)

Link naar bijlage I: vaststellen van de biomassakenmerken

BIJLAGE II. (11/10/2021- ...)

Link naar bijlage II: verklaring op woord van eer