Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2018 houdende de erkenning en de subsidiëring van consultatiebureaus en de erkenning van consultatiebureauartsen

Datum 21/10/2021

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, artikel 12, 13, § 4, eerste lid en 24;
- het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning, artikel 8, derde lid, en 20, eerste lid;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2018 houdende de erkenning en de subsidiëring van consultatiebureaus en de erkenning van consultatiebureauartsen, artikel 34, 39 en 67.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 5 oktober 2020.

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID, GEZIN EN ARMOEDEBESTRIJDING BESLUIT:

Artikel 1. (01/01/2020- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder het besluit van 12 oktober 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2018 houdende de erkenning en de subsidiëring van consultatiebureaus en de erkenning van consultatiebureauartsen.

Artikel 2. (01/01/2020- ...)

Elke organisator rapporteert wat betreft de realisatie, de kwaliteitszorg en de aanwending van de subsidie voor de organisatie en het beheer van het consultatiebureau waarvoor hij erkend is, over de volgende categorieën van gegevens:
1° de visie over de organisatie en het beheer van een consultatiebureau, vermeld in artikel 6 van het besluit van 12 oktober 2018;
2° de infrastructuur, vermeld in artikel 14 van het besluit van 12 oktober 2018 en het benodigde materiaal, vermeld in artikel 15 van het besluit van 12 oktober 2018;
3° het onthaal en de toegankelijkheid, vermeld in artikel 17 en 18 van het besluit van 12 oktober 2018;
4° de klachtenbehandeling, vermeld in artikel 20 van het besluit van 12 oktober 2018;
5° het informatie- en communicatiebeleid, vermeld in artikel 26 van het besluit van 12 oktober 2018;
6° de samenwerking met het Huis van het Kind, de lokale actoren in preventieve gezinsondersteuning en het aansluiten bij het lokaal sociaal beleid, vermeld in artikel 27 en 28 van het besluit van 12 oktober 2018;
7° de bijdrage aan de inhoudelijke, methodische doelstellingen en de uitvoering van het programma van het agentschap, vermeld in artikel 29 van het besluit van 12 oktober 2018;
8° het medewerkersbeleid, vermeld in artikel 31 en 32 van het besluit van 12 oktober 2018;
9° de aanwending van het subsidiebedrag voor een kwaliteitsvolle werking, vermeld in artikel 41, § 1, 2°, b), van het besluit van 12 oktober 2018;
10° het kwaliteitsbeleid, het kwaliteitsmanagementsysteem, de zelfevaluatie en het kwaliteitshandboek, vermeld in artikel 5 van het decreet 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen.

Als meerdere organisatoren een erkenning hebben voor een consultatiebureau op dezelfde locatie als vermeld in artikel 13 van het besluit van 12 oktober 2018, kan het agentschap vragen om te rapporteren over het gezamenlijk uitgevoerd beleid.

Het agentschap bepaalt jaarlijks over welke categorieën als vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 10°, de organisator moet rapporteren en welk sjabloon de organisator hiervoor moet gebruiken.

Artikel 3. (01/01/2020- ...)

Het aanwendingsplan of aanzuiveringsplan bij overschrijding van de maximale reserve voldoet aan de volgende criteria:
1° de goedkeuring van het aanwendingsplan of aanzuiveringsplan is aangevraagd en bevestigd volgens de richtlijnen van het agentschap uiterlijk voor het afsluiten van het boekjaar waarin de toegelaten reserve overschreden zou worden;
2° het aanwendingsplan toont aan dat de aanwending uiterlijk tien jaar na de aanvraag, vermeld in punt 1°, volledig gerealiseerd zal zijn;
3° het aanzuiveringsplan toont aan dat het gaat om de compensatie van een verlies van maximaal vijf boekjaren die het boekjaar in kwestie voorafgaan.

Artikel 4. (01/01/2020- ...)

De uitreikende instanties van het attest, vermeld in artikel 67 van het besluit van 12 oktober 2018 zijn:
1° Centra of instellingen werkend in opdracht van de Nederlandse Taalunie;
2° Vlaamse universitaire instellingen;
3° Selor;
4° Onderwijsinstanties die in die hoedanigheid erkend zijn in het land van herkomst om een certificaat af te leveren en geaccrediteerd zijn als taalopleiding Nederlands.

Artikel 5. (01/01/2020- ...)

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020.