Koninklijk Besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken

Datum 04/12/2021

Inhoud

(... - ...)

FILIP, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikel 108;
Gelet op de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, artikelen 4, § 1, eerste lid, 5, § 1 en 6;
Gelet op de wet van 10 november 2021 tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdende de afkondiging van de epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19-pandemie;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdende de afkondiging van de epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken;
Gelet op het overleg van 2 december 2021 bedoeld in artikel 4, § 1, eerste lid, van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie;
Gelet op het overleg van 3 december 2021 binnen het Overlegcomité;
Gelet op de vrijstelling van de regelgevingsimpactanalyse, bedoeld in artikel 8, § 2, 1°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 december 2021;
Gelet op het akkoord van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 3 december 2021;
Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 4 december 2021;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het niet mogelijk is te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf werkdagen (desgevallend verlengd tot acht werkdagen indien de adviesaanvraag wordt voorgelegd aan de Algemene Vergadering, hetgeen in de praktijk een termijn van ongeveer twee weken impliceert), onder meer omwille van de noodzaak om maatregelen te overwegen die gegrond zijn op epidemiologische resultaten die sterk evolueren en waarvan de laatste de maatregelen hebben gerechtvaardigd die werden beslist tijdens het Overlegcomité dat is bijeengekomen op 3 december 2021; dat de voorwaarden bedoeld in artikel 2, 3°, van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie zijn vervuld en dat de epidemische noodsituatie zodoende werd afgekondigd; dat de maatregelen in dit koninklijk besluit moeten worden genomen teneinde het hoofd te bieden aan de ongunstige epidemiologische context die blijft verslechteren; dat de maatregelen die werden beslist tijdens voormeld Overlegcomité één samenhangend geheel vormen; dat de meeste maatregelen reeds in werking treden op 4 december 2021;
Overwegende het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, artikel 2, dat het recht op leven beschermt;
Overwegende het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, artikel 191, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
Overwegende artikel 6, 1. c) en e) van de Verordening (EU) Nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
Overwegende de Grondwet, artikel 23;
Overwegende de Aanbeveling (EU) Nr. 2020/1475 van de Raad van 13 oktober 2020 betreffende een gecoördineerde aanpak van de beperking van het vrije verkeer in reactie op de COVID-19-pandemie;
Overwegende de Aanbeveling (EU) Nr. 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking;
Overwegende de Verordening (EU) Nr. 2021/953 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19 vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) teneinde het vrije verkeer tijdens de COVID-19-pandemie te faciliteren;
Overwegende de Verordening (EU) Nr. 2021/954 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) ten aanzien van onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven of wonen tijdens de COVID-19-pandemie;
Overwegende het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano;
Overwegende de wet van 9 oktober 2020 houdende instemming met het voormelde samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020;
Overwegende het Samenwerkingsakkoord van 24 maart 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de gegevensoverdracht van noodzakelijke gegevens naar de gefedereerde entiteiten, de lokale overheden of politiediensten met als doel het handhaven van de verplichte quarantaine of testing van de reizigers komende van buitenlandse zones bij wie een quarantaine of testing verplicht is bij aankomst in België;
Overwegende de wet van 8 april 2021 houdende de instemming met het voormelde samenwerkingsakkoord van 24 maart 2021;
Overwegende het samenwerkingsakkoord van 31 mei 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende bijzondere verwerkingen van persoonsgegevens met het oog op het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten, met het oog op de handhaving van de verplichte quarantaine en testing en met het oog op het toezicht op de naleving door de bevoegde sociaal inspecteurs van de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 tegen te gaan op de arbeidsplaatsen;
Overwegende de wet van 20 juni 2021 houdende de instemming met het voormelde samenwerkingsakkoord van 31 mei 2021;
Overwegende het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de verwerking van gegevens met betrekking tot het digitaal EU-COVID certificaat, het COVID Safe Ticket, het PLF en de verwerking van persoonsgegevens van in het buitenland wonende of verblijvende werknemers en zelfstandigen die activiteiten uitvoeren in België;
Overwegende de wet van 20 juli 2021 houdende de instemming met het voormelde samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021;
Overwegende het koninklijk besluit van 31 januari 2003 tot vaststelling van het noodplan voor de crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
Overwegende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
Overwegende het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19;
Overwegende de protocollen bepaald door de bevoegde ministers in overleg met de betrokken sectoren;
Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande het coronavirus COVID-19 dat de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
Overwegende de inleidende toespraak van de directeur-generaal van de WHO van 12 oktober 2020 die aangaf dat het virus zich voornamelijk verspreidt tussen nauwe contacten en aanleiding geeft tot opflakkeringen van de epidemie die onder controle zouden kunnen worden gehouden door middel van gerichte maatregelen;
Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO Europa van 15 oktober 2020, die onder meer aangaf dat de overdracht en besmettingsbronnen plaatsvinden in de huizen, binnen in publieke plaatsen en bij de personen die de zelfbeschermingsmaatregelen niet correct naleven;
Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO Europa van 29 april 2021, die aangaf dat individuele en collectieve gezondheidsmaatregelen dominante factoren blijven bij het bepalen van het verloop van de pandemie; dat we ons bewust moeten zijn van het feit dat vaccins alleen de pandemie niet zullen beëindigen; dat in de context van de pandemie het een combinatie van vaccins en krachtige gezondheidsmaatregelen is die ons de duidelijkste weg naar het normale biedt;
Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO Europa van 1 juli 2021, waarin wordt benadrukt dat door het bestaan van nieuwe varianten - in het bijzonder de verontrustende Delta-variant -, de nog steeds ontoereikende vaccinatiegraad, en de toename van het aantal reizen, een risico bestaat op een nieuwe besmettingsgolf in de Europese regio; dat derhalve een beroep wordt gedaan op de verantwoordelijkheid van burgers, vakantiegangers en reizigers, met name wat betreft de noodzaak zich te laten vaccineren;
Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO Europa van 30 augustus 2021, waarin wordt benadrukt dat door het bestaan van de meer besmettelijke Delta-variant, de versoepelingen in de gezondheidsmaatregelen, en de toename van het aantal reizen, er sprake is van een stijging in het aantal besmettingen; dat dit gepaard gaat met een toenemende druk op de ziekenhuizen en een toename in het aantal sterfgevallen; dat het bijgevolg van belang is standvastig te zijn in het hanteren van verschillende beschermingsmaatregelen, waaronder vaccinaties en mondmaskers;
Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO Europa van 4 november 2021 dat Europa zich opnieuw in het epicentrum van de pandemie bevindt, en dat de waargenomen toename van het aantal gevallen afhankelijk van de regio kan worden verklaard door de ontoereikende vaccinatiegraad en de versoepeling van de sanitaire en sociale maatregelen;
Overwegende dat het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) in een risico-evaluatie van 24 november 2021 ook aangeeft dat verwacht wordt dat de ziektelast door COVID-19 in de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte in december en januari nog zeer hoog zal zijn, tenzij preventieve maatregelen nu (opnieuw) worden ingevoerd, samen met gerichte inspanningen om de vaccinatiegraad te verbeteren en het toedienen van boosters;
Overwegende de publicatie van de WHO Europa van 25 november 2021 volgens dewelke sanitaire en sociale maatregelen toelaten dat het gewone leven zich kan verderzetten terwijl het coronavirus COVID-19 gecontroleerd wordt en dat uitgebreide en schadelijke lockdowns vermeden worden; dat meer en meer studies de impact aantonen van een scala aan preventieve maatregelen zoals regelmatig de handen wassen, fysieke afstand bewaren, het dragen van mondmaskers en ventilatie, en dat elk van deze maatregelen op zichzelf belangrijk is, maar dat wanneer deze gecombineerd worden met andere maatregelen, inclusief vaccinatie, hun impact vermenigvuldigd wordt;
Overwegende de inleidende toespraak van de directeur-generaal van de WHO van 30 november 2021 die aangaf dat de opkomst van elke nieuwe variant onze aandacht zou moeten trekken, in het bijzonder de Omikron-variant; dat hoe langer de pandemie voortduurt door de gezondheids- en sociale maatregelen niet op een gepaste en coherente manier te implementeren, des te meer het virus een kans wordt gegeven om te muteren op manieren die we niet kunnen voorspellen of voorkomen; dat de Delta-variant reeds een zeer besmettelijke en gevaarlijke variant is; dat de middelen waarover we beschikken moeten worden ingezet om de verspreiding van de Delta-variant te voorkomen en om levens te redden; dat daardoor ook de verspreiding Omikron-variant zal worden voorkomen;
Overwegende het advies van de Hoge Gezondheidsraad van 9 juli 2020;
Overwegende de epidemiologische update van de RAG van 1 december 2021;
Overwegende de nota van de RMG betreffende de bijkomende maatregelen in het kader van de Omikron-variant van 2 december 2021;
Overwegende de adviezen van de Groep van Experts voor Managementstrategie van COVID-19 (GEMS) van 20 en 24 oktober 2021, van 14 en 25 november 2021 en van 2 december 2021, waarvan ook deskundigen deel uitmaken in de zin van artikel 4, § 1, eerste lid van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie; dat in deze adviezen wordt uiteengezet welke maatregelen moeten worden genomen en waarom; dat het noodzakelijk, geschikt en proportioneel karakter van de maatregelen genomen in dit koninklijk besluit uit deze adviezen blijkt; dat de essentiële elementen van deze adviezen op hoofdlijnen worden hernomen in de hierna volgende overwegingen;
Overwegende het geconsolideerde advies opgesteld door het Commissariaat COVID-19 op 25 oktober 2021, op basis van het advies van de RAG van 20 oktober 2021 dat werd besproken in de RMG, en op basis van de adviezen van de GEMS van 20 en 24 oktober 2021;
Overwegende het advies van de minister van Volksgezondheid gegeven op 27 oktober 2021;
Overwegende het advies van het Commissariaat COVID-19 van 11 november 2021 inzake de al dan niet aanwezigheid van een epidemische noodsituatie volgens de criteria van de Pandemiewet;
Overwegende de evaluatie van de huidige epidemiologische situatie van het Commissariaat COVID-19 van 2 december 2021;
Overwegende het epidemiologisch bulletin van Sciensano van 4 december 2021;
Overwegende dat het daggemiddelde van de nieuwe vastgestelde besmettingen met het coronavirus COVID-19 in België over de voorbije zeven dagen gestegen is tot 17.823 bevestigde positieve gevallen in de week van 24 tot 30 november 2021; dat hoewel de stijging van het aantal nieuwe besmettingen lijkt te vertragen, een plateau bereikt lijkt te zijn in de test- en tracingcapaciteit; dat het derhalve moeilijk is te bepalen of het gaat om een reële vertraging of een gebrekkige identificatie van besmettingen door moeilijkheden bij het verkrijgen van een test, onder meer voor hoog-risicocontacten;
Overwegende dat de positiviteitsratio in het bijzonder blijft stijgen voor kinderen en tieners;
Overwegende dat de incidentie op 30 november 2021 over een periode van 14 dagen 2.127 op 100.000 inwoners bedraagt; dat de grootste toename van incidentie werd waargenomen voor de leeftijdsgroep van 0 tot 9 jaar;
Overwegende dat het reproductiegetal op basis van de nieuwe hospitalisaties 1,003 bedraagt; dat hoewel het reproductiegetal daalde, deze nog niet onder 1 is gedaald, wat betekent dat de epidemie blijft groeien en bijgevolg ook de belasting op het gezondheidszorgsysteem;
Overwegende dat de nog steeds toenemende druk op de ziekenhuizen en op de continuïteit van de niet-COVID-19-zorg noopte tot een opschaling sinds 19 november 2021 naar fase 1B van het ziekenhuisnoodplan;
Overwegende dat op 3 december 2021 in totaal 3.604 patiënten getroffen door COVID-19 worden behandeld in de Belgische ziekenhuizen; dat op diezelfde datum in totaal 803 patiënten worden behandeld op de diensten van de intensieve zorg; dat de ziekenhuisbelasting erg hoog is met een verzadiging van 40 % van de diensten van de intensieve zorg ten opzichte van de erkende bedden; dat aan het huidige stijgingstempo, de diensten van de intensieve zorg riskeren om snel volledig verzadigd te raken; dat het Comité Hospital & Transport Surge Capacity (HTSC) de ziekenhuizen vraagt om zoveel als mogelijk niet-dringende electieve zorg te annuleren; dat een vergelijkbare vertraging in de reguliere niet-COVID-zorg enkel tijdens de eerste golf in 2020 vastgesteld kon worden;
Overwegende dat de lange duur van de pandemie ook een impact heeft op het aantal beschikbare bedden op de diensten van de intensieve zorg door een gebrek aan zorgpersoneel; dat 220 van deze bedden gesloten zijn door uitval van het zorgpersoneel vanwege het coronavirus COVID-19 en andere (psychosociale) gezondheidsproblemen;
Overwegende dat de situatie in het gezondheidszorgsysteem verder is verslechterd, niet alleen in de ziekenhuizen, maar ook in termen van draagkracht in de eerste lijn, met name wat betreft de huisartsen en testcentra, evenals de contactopvolging; dat er opnieuw uitstel van zorg is, zowel in de eerste lijn als in de ziekenhuiszorg;
Overwegende dat het aantal overlijdens per week de op één na hoogste waarde in 2021 heeft bereikt, en dat er nog steeds een oversterfte wordt vastgesteld bij personen van 65 tot 84 jaar;
Overwegende dat, gezien deze cijfers en de laatste geconsolideerde data, de epidemische situatie op het gehele Belgische grondgebied de laatste dagen aanzienlijk is verslechterd; dat het aantal nieuwe besmettingen nu immers van dezelfde omvang is als tijdens de piek van de tweede golf, en dat het virus zeer snel circuleert; dat het zeer waarschijnlijk is dat de circulatie van het virus nog omvangrijker zal zijn dan bij de vorige golven;
Overwegende dat de snelheid waarmee nieuwe varianten in België zich kunnen verspreiden beïnvloed wordt door de viruscirculatie, die momenteel echter volledig veroorzaakt wordt door de delta-variant; dat doeltreffende actie noodzakelijk is om de viruscirculatie minder impactvol en beter beheersbaar te maken;
Overwegende dat bijkomende maatregelen nodig zijn om de bevolking te beschermen en de druk op het gezondheidszorgsysteem, met inbegrip van de eerstelijnszorg, te verminderen;
Overwegende het advies van de GEMS van 2 december 2021, waarin wordt gesteld dat de druk op de ziekenhuizen momenteel een gevaarlijk hoog niveau heeft bereikt; dat in dit advies wordt aanbevolen snel in te grijpen door middel van aanvullende preventieve maatregelen, teneinde de toename van het aantal ziekenhuisopnames een halt toe te roepen; dat indien de gezondheidstoestand blijft verergeren, langetermijngevolgen ook te vrezen zijn op vlak van de economie, het welbevinden en de mentale gezondheid van de bevolking;
Overwegende dat het alarmniveau momenteel, voor het land en voor alle regio's en provincies, niveau 5 bedraagt, hetgeen volgens de indicatoren het hoogst mogelijke niveau is; dat derhalve dringende maatregelen nodig zijn om het alarmniveau te verlagen, gelet op de sanitaire noodsituatie;
Overwegende de urgentie en het risico voor de volksgezondheid dat het coronavirus COVID-19 met zich meebrengt voor de bevolking;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen treft; dat het coronavirus COVID-19 wordt overgedragen van mens op mens via de lucht; dat de overdracht van de ziekte lijkt plaats te vinden via alle mogelijke emissies via de mond en de neus;
Overwegende dat dit besluit drie soorten maatregelen bevat; dat het respectievelijk gaat om sterke aanbevelingen zonder strafrechtelijke sancties, minimumvoorschriften die op verschillende plaatsen of in verschillende activiteitensectoren moeten worden nageleefd (of preventieve maatregelen die op elke betrokken onderneming, vereniging of dienst zijn afgestemd) en bepaalde dwingende, maar noodzakelijke maatregelen in een beperkt aantal domeinen;
Overwegende dat de hygiënemaatregelen essentieel blijven, bijvoorbeeld voor wat betreft een bijzondere aandacht voor hygiëne bij niezen en hoesten, handhygiëne en het desinfecteren van gebruikt materiaal;
Overwegende dat nog steeds een beroep wordt gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel en de geest van solidariteit van elke burger om de regels van social distancing na te leven en om alle gezondheidsaanbevelingen toe te passen; dat de regels van social distancing in het bijzonder betrekking hebben op het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen personen;
Overwegende dat sterk wordt aanbevolen om de sociale contacten maximaal te beperken;
Overwegende dat het verplicht telethuiswerken van ten minste 4 dagen per week het mogelijk maakt de contacten tussen mensen in de professionele sfeer te beperken; dat het voor de doeltreffendheid van deze maatregel noodzakelijk is dit soort contacten op de werkvloer te vermijden, maar ook in het kader van activiteiten zoals teambuildings of niet-publiek toegankelijke bedrijfsevenementen; dat deze laatsten voortaan verboden dienen te worden;
Overwegende dat het dragen van een mondmasker een belangrijke rol speelt om de verdere verspreiding van het virus tegen te gaan en voor de bescherming van de gezondheid van personen in bepaalde inrichtingen en in het kader van bepaalde risicovolle activiteiten; dat het dragen van een mondmasker derhalve verplicht is in bepaalde inrichtingen en in het kader van bepaalde activiteiten; dat het dragen van mondmaskers bovendien sterk aanbevolen wordt voor alle situaties waarin de regels van social distancing niet kunnen worden nageleefd, behoudens uitdrukkelijk voorziene uitzonderingen; dat het, gezien de extreem hoge verspreiding van het virus bij kinderen, noodzakelijk is de leeftijd vanaf welke het dragen van een mondmasker verplicht is, te verlagen tot 6 jaar; dat het om dezelfde reden noodzakelijk is om de binnenspeeltuinen, waar voornamelijk kinderen samenkomen, te sluiten, maar ook omdat het onmogelijk is om er de regels van social distancing en de hygiënemaatregelen correct na te leven;
Overwegende dat bepaalde bijeenkomsten, zowel binnen als buiten, nog steeds een specifieke bedreiging vormen voor de volksgezondheid en aan een aantal beperkingen dienen te worden onderworpen om het fundamentele recht op leven en gezondheid van de bevolking te vrijwaren; dat buitenactiviteiten nog steeds de voorkeur moeten krijgen; dat in het andere geval, de ruimtes voldoende moeten worden verlucht en geventileerd;
Overwegende dat door de verslechtering van de epidemische situatie, private bijeenkomsten evenals activiteiten in georganiseerd verband die binnen plaatsvinden, verboden worden, behoudens uitdrukkelijk voorziene uitzonderingen om het welzijn van de bevolking niet onevenredig te schaden;
Overwegende dat, vanaf 50 personen binnen of 100 personen buiten, de toegang tot de private bijeenkomsten die buiten plaatsvinden, alsook de private bijeenkomsten thuis of in het kader van een huwelijk of uitvaart dient te worden georganiseerd overeenkomstig het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021 zodra dit het toelaat; dat er evenwel een uitzondering geldt voor de bijeenkomsten die thuis én zonder professionele horeca-activiteiten plaatsvinden;
Overwegende dat het verbod op private bijeenkomsten en activiteiten in georganiseerd verband die binnen plaatsvinden, niet van toepassing is in de private woonst of in een klein toeristisch logies; dat het gebruik van zelftesten in dat geval ten zeerste aanbevolen wordt; dat de regels van toepassing op de professionele uitoefening van horeca-activiteiten niet moeten worden nageleefd wanneer een beroep wordt gedaan op dienstverlening aan huis, behalve voor wat betreft het einduur; dat bij huwelijksfeesten en uitvaarten evenwel nooit een einduur geldt;
Overwegende dat tijdens evenementen met een staand publiek niet kan worden uitgesloten dat het publiek zich regelmatig verplaatst en beweegt; dat dit het moeilijk maakt om de regels van social distancing na te leven; dat om deze reden evenementen in binnenruimtes waar men recht staat, niet in alle veiligheid kunnen doorgaan; dat de evenementen die binnen plaatsvinden met een staand publiek daarom moeten worden verboden; dat om dezelfde redenen discotheken en dancings gesloten blijven;
Overwegende dat een grotere bedreiging inzake volksgezondheid uitgaat van evenementen waar veel mensen elkaar ontmoeten; dat, hoe meer personen tezamen in een besloten ruimte zijn, hoe meer verschillende potentieel besmettelijke contacten er kunnen optreden; dat om deze reden het maximum aantal bezoekers voor massa-evenementen binnen wordt beperkt tot 200; dat wanneer een tent aan ten minste twee zijden volledig open is, de lucht er vrij kan circuleren; dat een dergelijke tent bijgevolg kan worden beschouwd als een buitenruimte en dat er de regels gelden die van toepassing zijn op activiteiten die buiten plaatsvinden; dat de open zijdes niet gedeeltelijk mogen worden afgesloten, bijvoorbeeld door een windscherm;
Overwegende dat om dezelfde redenen, het aantal bezoekers in bioscopen beperkt moet worden tot 200 per zaal ; dat de afstand tussen gezelschappen 1,5 meter nodig is om deze activiteit op een veilige manier te laten plaatsvinden;
Overwegende dat het aangewezen is om grote groepen mensen te vermijden; dat derhalve het aantal mensen dat aan een massa-evenement of proef- of pilootproject kan deelnemen, op korte termijn gradueel moet worden verlaagd tot een maximum van 4000 mensen tot en met 5 december 2021 en vervolgens tot een maximum van 200 mensen vanaf 6 december 2021;
Overwegende dat het mogelijk is voor de organisatoren van evenementen met een publiek van minstens 50 personen binnen en van minstens 100 personen buiten om de toegang te organiseren overeenkomstig het voormelde samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021, onverminderd enerzijds de mogelijkheid voor de deelstaten, burgemeesters en gouverneurs om de toepassing ervan in dit kader te verplichten, en om deze minimumaantallen te verlagen, en anderzijds de mogelijkheid voor de organisator van een publiek toegankelijk evenement met een kleiner publiek om vrijwillig een beroep te doen op voormeld samenwerkingsakkoord, op voorwaarde dat hij de bezoekers daarvan voorafgaand informeert; dat de toepassing van dit samenwerkingsakkoord het mogelijk maakt dat het beoogde evenement enerzijds veiliger kan plaatsvinden en anderzijds dat een publiek van bepaalde omvang kan worden samengebracht precies vanwege de strikte toegangsvoorwaarden;
Overwegende dat de organisatoren van evenementen die buiten plaatsvinden verantwoordelijk zijn voor de crowd control; dat aan de lokale overheden wordt gevraagd om de naleving van de geldende maatregelen voor evenementen strikt te controleren; dat als deze maatregelen niet gerespecteerd kunnen worden, deze evenementen geen doorgang kunnen vinden;
Overwegende dat sportactiviteiten bijdragen tot de mentale en fysieke gezondheid van het individu; dat deze derhalve nog kunnen worden beoefend, ook indien het een private bijeenkomst of activiteit in georganiseerd verband betreft, mits het respecteren van een aantal preventieve veiligheidsmaatregelen; dat het echter sterk aan te bevelen is dat groeps- en contactsporten zo vaak mogelijk in de open lucht worden beoefend;
Overwegende dat ook kinderen, voor wat betreft het maximum aantal toegelaten personen bij bijeenkomsten, steeds worden meegeteld, tenzij uitdrukkelijk anders wordt gesteld;
Overwegende dat moet worden vermeden dat nieuwe mutaties van het coronavirus die een invloed kunnen hebben op de doeltreffendheid van de vaccins ontstaan of zich verspreiden; dat het daarom nodig is dat bepaalde categorieën van reizigers een negatief testcertificaat moeten kunnen voorleggen wanneer zij naar België reizen, om zich ervan te vergewissen dat zij niet met het COVID-19 coronavirus besmet zijn;
Overwegende dat de van kracht zijnde beperkingen, gezien de ongunstige gezondheidssituatie, noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de situatie verder zou verslechteren;
Overwegende dat bij het nemen van de huidige maatregelen in het bijzonder rekening werd gehouden met de impact van de toepassing van deze maatregelen op kwetsbare personen en groepen die, omwille van hun gezondheidstoestand of hun persoonlijke of professionele situatie, zijn blootgesteld aan een grotere moeilijkheid om de sanitaire maatregelen na te leven of te ondergaan; dat bijvoorbeeld een uitzondering wordt voorzien op de mondmaskerplicht voor wat betreft personen die in de onmogelijkheid zijn een mondmasker of een gelaatsscherm te dragen omwille van medische redenen of een beperking; dat bovendien ook een uitzondering wordt voorzien op het verbod op private bijeenkomsten en activiteiten in georganiseerd verband die binnen plaatsvinden en die gericht zijn op kwetsbare groepen;
Overwegende dat uit de meest recente prospectieve modellering blijkt dat een belasting van de ICU-diensten tussen 700 en 1050 COVID-patiënten realistisch is, wat een verslechtering inhoudt ten opzichte van de eerdere modellen; dat dit de continuïteit van de normale dienstverlening en de reguliere niet-COVID-zorg nu reeds onder druk zet; dat uit het model blijkt dat er een verhoogd risico bestaat dat de bezetting van bedden op de diensten van de intensieve zorg nog ten minste een maand boven de 500 COVID-patiënten zal blijven en dat bovendien uit de eerdere golven kan worden afgeleid dat een normalisering van de situatie in de ziekenhuizen meerdere weken vraagt; dat de gezondheidssituatie evenwel het onderwerp uitmaakt van een continue evaluatie in functie waarvan nieuwe beslissingen kunnen worden genomen;
Overwegende dat de situatie in België, in vergelijking met de andere Europese landen, negatief evolueert op het vlak van besmettingen, hospitalisaties en overlijdens; dat een overbelasting van het gezondheidssysteem dient te worden vermeden, dat het onderwijs en de economische activiteiten zo normaal mogelijk moeten kunnen verlopen en dat het mentaal welzijn van de burgers maximaal moet worden gevrijwaard;
Overwegende dat bijkomende maatregelen nodig zijn om de bevolking te beschermen en de vaccinatiecampagne verder te zetten; dat, gezien de huidige epidemische situatie, aangescherpte maatregelen adequaat, noodzakelijk en evenredig zijn; dat de gezondheidssituatie regelmatig wordt geëvalueerd; dat dit betekent dat strengere maatregelen nooit worden uitgesloten;
Overwegende dat, in het licht van alle bovenstaande elementen, het geheel van de maatregelen van bestuurlijke politie waarin dit besluit voorziet, noodzakelijk is om het recht op leven en gezondheid van de bevolking te beschermen en om de verspreiding van het COVID-19 coronavirus tegen te gaan, en naar behoren in verhouding staat tot die doelstelling en tot de evolutie van de epidemiologische situatie in België;

Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. (04/12/2021- ...)

In artikel 1 van het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de COVID-19 coronavirus pandemie te voorkomen of te beperken, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 20° wordt vervangen als volgt: "20° "private bijeenkomst": een bijeenkomst waarbij de organisator voorafgaand aan de start ervan door middel van individuele uitnodigingen de toegang tot de bijeenkomst uitsluitend beperkt tot een welomschreven met de organisator verbonden doelgroep die duidelijk te onderscheiden valt van het grote publiek;";
2° er wordt een bepaling onder 26° toegevoegd luidende: "26° "bioscoop": een uitgaansgelegenheid, bestaande uit één of meerdere zalen en ingericht om er gewoonlijk films te vertonen.".

Artikel 2. (04/12/2021- ...)

In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, luidende: " § 2bis. Het is verboden voor de ondernemingen, verenigingen en diensten zoals bedoeld in § 1, eerste lid, om teambuildings met fysieke aanwezigheid te organiseren, zowel binnen als buiten, alsook om niet-publiek toegankelijke bedrijfsevenementen op de arbeidsplaats te organiseren.";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "paragrafen 1, 1bis en 2" vervangen door de woorden "paragrafen 1, 1bis, 2 en 2bis.".

Artikel 3. (04/12/2021- ...)

In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
"Onverminderd het eerste lid, dienen in bioscopen de volgende regels te worden nageleefd:
1° per zaal mag een maximum van 200 bezoekers worden ontvangen;
2° de uitbater neemt de passende maatregelen zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elk gezelschap.";
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
" § 2. Zijn gesloten voor het publiek:
1° de discotheken en de dancings;
2° de binnenspeeltuinen.".

Artikel 4. (04/12/2021- ...)

In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden het eerste en tweede lid vervangen als volgt:
"Private bijeenkomsten en activiteiten in georganiseerd verband mogen enkel buiten worden georganiseerd, onverminderd de artikelen 2, 4, 7 en 23.
In afwijking van het eerste lid, mogen private bijeenkomsten en activiteiten in georganiseerd verband binnen worden georganiseerd wanneer deze:
1° thuis of in een klein toeristisch logies plaatsvinden;
2° plaatsvinden in het kader van een huwelijk of een uitvaart;
3° sportieve activiteiten, sportieve wedstrijden, sportkampen of sporttrainingen betreffen;
4° gericht zijn op kwetsbare groepen, met name socioculturele activiteiten, activiteiten van permanente vorming en jeugdactiviteiten die door professionelen omkaderd worden, overeenkomstig de toepasselijke protocollen.";
2° in paragraaf 3, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Onder voorbehoud van paragraaf 5, mogen massa-evenementen en proef- en pilootprojecten binnen enkel worden georganiseerd voor een zittend publiek van minimum 50 personen, en van maximum 4000 personen per dag tot en met 5 december 2021 en van maximum 200 personen per dag vanaf 6 december 2021, medewerkers en organisatoren niet meegeteld, mits voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid en met naleving van de modaliteiten van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021.".

Artikel 5. (04/12/2021- ...)

In hetzelfde besluit wordt een artikel 12bis ingevoegd, luidende:

"Art. 12bis. Voor de toepassing van dit besluit worden de activiteiten die plaatsvinden in een tent met ten minste twee open zijden gelijkgesteld met activiteiten die buiten plaatsvinden.".

Artikel 6. (04/12/2021- ...)

In artikel 14, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "10 jaar" vervangen door de woorden "6 jaar".

Artikel 7. (04/12/2021- ...)

In artikel 18 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, worden de woorden "binnen de Europese Unie of de Schengenzone, of van een derde land dat is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020" ingevoegd tussen de woorden "vanuit een grondgebied" en de woorden "dat op de website";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende: "In geval van een reis bedoeld in artikel 17, §§ 1, 2 en 3, dient eenieder, vanaf de leeftijd van 12 jaar, die geen hoofdverblijfplaats heeft in België en die op het Belgisch grondgebied toekomt vanuit het grondgebied van een derde land dat niet is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 en dat op de website "info-coronavirus.be" van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als rode zone of als zone met heel hoog risico is aangemerkt, te beschikken over een testcertificaat. Desgevallend is de vervoerder ertoe gehouden te controleren dat deze personen, voorafgaand aan het instappen, een testcertificaat voorleggen. Bij gebrek aan testcertificaat is de vervoerder ertoe gehouden het instappen te weigeren.";
3° in het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "aan een vaccinatie-, test- of herstelcertificaat" vervangen door de woorden "aan het vereiste certificaat overeenkomstig het eerste en het tweede lid";
4° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "voorzien in het eerste lid" vervangen door de woorden "voorzien in het eerste en het tweede lid".

Artikel 8. (04/12/2021- ...)

In artikel 20, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "9 jaar" vervangen door de woorden "5 jaar".

Artikel 9. (04/12/2021- ...)

In artikel 22, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste en tweede lid worden de woorden "10 jaar" telkens vervangen door de woorden "6 jaar";
2° in het tweede lid, wordt de bepaling onder 13° vervangen als volgt: "13° de private bijeenkomsten en de activiteiten in georganiseerd verband bedoeld in artikel 12, § 1, eerste en tweede lid met meer dan 50 personen binnen of meer dan 100 personen buiten;".

Artikel 10. (04/12/2021- ...)

Dit besluit treedt in werking op 4 december 2021 om 11.00 uur 's morgens.

Artikel 11. (04/12/2021- ...)

De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.