Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een eenmalige subsidie aan de organisatoren groepsopvang, de organisatoren publieke kinderopvang en publieke buitenschoolse opvang, het ondersteuningsnetwerk kinderopvang en de poolsgezinsopvang voor de ondersteuning van kinderbegeleiders op de werkvloer ter uitvoering van het zesde Vlaams Intersectoraalakkoord van 30 maart 2021 voor de social/non-profitsectoren voor de periode 2021-2025

Datum 14/01/2022

Inhoudstafel

  1. Hoofdstuk 1. Definities
  2. Hoofdstuk 2. Bepalingen over de subsidie
  3. Hoofdstuk 3. Toezicht op de aanwending van de subsidie en handhaving
  4. Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, artikel 5, § 1, eerste lid, 1°, a), en § 2, 2°, a), ingevoegd bij het decreet van 1 maart 2019, artikel 8, § 2 en artikel 12, gewijzigd bij de decreten van 1 maart 2019 en 3 mei 2019;
- het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 10, 3° en artikel 14, gewijzigd bij het decreet van 21 mei 2021.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 11 november 2021.
- De Raad van State heeft advies 70.502/1 gegeven op 22 december 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Motivering
Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven:
- De eenmalige projectsubsidie heeft tot doel een van de kwaliteitsmaatregelen kinderopvang uit het zesde Vlaams Intersectoraal Akkoord van 30 maart 2021 voor de social/non-profitsectoren voor de periode 2021-2025 voor te bereiden en uit te voeren. De kwaliteitsmaatregel beoogt de competentie van de kinderbegeleiders te versterken door op de werkvloer ondersteuners van kinderbegeleiders in te zetten. Om de kwaliteitsmaatregel snel te kunnen realiseren, wil de Vlaamse Regering de sector een eenmalige financiële ondersteuning geven zodat met ingang van 1 januari 2022 de kwaliteitsmaatregel volledig gerealiseerd kan worden. De Vlaamse Regering maakt de eenmalige middelen vrij voor de activiteiten, vermeld in het besluit, die verband houden met de voorbereiding, de aanwerving en de ondersteuning van kinderbegeleiders op de werkvloer.
- De middelen worden verdeeld conform de bepalingen van het VIA 6-akkoord, waarbij het budget voor de private sector volledig wordt ingezet voor de kinderopvang van baby's en peuters en waarbij het budget voor de publieke sector wordt verdeeld over de kinderopvang en de buitenschoolse opvang.
- De bijkomende middelen voor de kinderopvang van baby's en peuters in de publieke sector, alsook de integrale middelen voor de buitenschoolse opvang van de publieke sector worden uitbetaald aan de GSD-V, die als begunstigde van de subsidie verantwoording zal afleggen over de besteding van de middelen aan ondersteuning van kinderbegeleiders in de publieke sector.

Juridisch kader
Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving:
- de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof;
- de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019;
- het Besluit Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 17 mei 2019.

Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Definities (... - ...)

Artikel 1. (01/05/2021- ...)

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° aantal vergunde plaatsen: het aantal vergunde kinderopvangplaatsen, vermeld in artikel 5, eerste lid, 3°, van het decreet van 20 april 2012;
2° agentschap: het agentschap, vermeld in artikel 2, eerste lid, 1°, van het decreet van 20 april 2012;
3° decreet van 20 april 2012: het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;
4° GSD-V: de vzw Gemeenschappelijke Sociale Dienst Lokale Besturen in Vlaanderen, met maatschappelijke zetel in Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel;
5° ondersteuningsnetwerk kinderopvang: het ondersteuningsnetwerk kinderopvang, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 houdende toekenning van een subsidie aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang;
6° organisator kinderopvang: de organisator met een vergunning voor kinderopvang als vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van het decreet van 20 april 2012;
7° organisator buitenschoolse opvang: de organisator met een van de volgende attesten of erkenningen:
a) een attest van toezicht voor buitenschoolse gezinsopvang of groepsopvang, met uitzondering van het attest van toezicht voor vakantieopvang, dat toegekend is door het agentschap met toepassing van artikel 3 van het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;
b) een erkenning voor buitenschoolse gezinsopvang of groepsopvang dat toegekend is door het agentschap met toepassing van artikel 3 van het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014;
8° organisator gezinsopvang: een organisator met een vergunning voor gezinsopvang van baby's en peuters als vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, van het decreet van 20 april 2012, en een organisator met een vergunning voor groepsopvang van baby's en peuters als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet, die de subsidie, vermeld in artikel 59, § 1, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, ontvangt;
9° organisator groepsopvang: een organisator met een vergunning voor groepsopvang van baby's en peuters als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van het decreet van 20 april 2012, met uitzondering van een organisator met een vergunning voor groepsopvang van baby's en peuters als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet, die de subsidie, vermeld in artikel 59, § 1, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, ontvangt;
10° organisator publieke buitenschoolse opvang: een organisator buitenschoolse opvang die een lokaal bestuur is;
11° pools gezinsopvang: de pools gezinsopvang, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang;
12° Zorginspectie: de Zorginspectie, vermeld in artikel 2, eerste lid, 13°, van het decreet van 20 april 2012.

Hoofdstuk 2. Bepalingen over de subsidie (... - ...)

Artikel 2. (01/05/2021- ...)

De eenmalige subsidie voor de financiële ondersteuning van de activiteiten, vermeld in artikel 5 wordt op de volgende wijze berekend:
1° voor de organisatoren groepsopvang wordt een bedrag van 82,21 euro per vergunde plaats vastgelegd;
2° voor de organisatoren groepsopvang die een lokaal bestuur zijn, wordt een bijkomend bedrag van 86,68 euro per vergunde plaats vastgelegd en uitbetaald conform artikel 3, 4° ;
3° voor de organisatoren gezinsopvang wordt een bedrag van 42,32 euro per vergunde plaats vastgelegd;
4° voor de organisatoren gezinsopvang die een lokaal bestuur zijn, wordt een bijkomend bedrag van 10,34 euro per vergunde plaats vastgelegd en uitbetaald conform artikel 3, 4° ;
5° voor de organisatoren publieke buitenschoolse opvang wordt een bedrag van 71,76 euro per erkende plaats, en per plaats met een attest van toezicht vastgelegd, en uitbetaald zoals vermeld in artikel 3, 4°.

Het aantal vergunde of erkende plaatsen of plaatsten met attest van toezicht per organisator wordt vastgelegd op datum van 1 september 2021.

Artikel 3. (01/05/2021- ...)

De subsidie, vermeld in artikel 2 van dit besluit, wordt aan de volgende begunstigden uitbetaald:
1° voor de organisatoren die werken met kinderbegeleiders volgens het sociaal statuut van aangesloten onthaalouders of met kinderbegeleiders die werken in het proefproject werknemers en voor de organisatoren groepsopvang die werken met samenwerkende onthaalouders, wordt de subsidie uitbetaald aan de pools gezinsopvang;
2° voor de volgende organisatoren kinderopvang wordt de subsidie uitbetaald aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang:
a) de organisatoren van gezinsopvang die niet zijn gevat onder 1° ;
b) de organisatoren van groepsopvang:
1) die geen subsidie voor inkomenstarief als vermeld in artikel 18 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, krijgen, ongeacht het aantal plaatsen;
2) die een subsidie voor inkomenstarief krijgen, vermeld in artikel 18 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, en dit tot maximaal 18 plaatsen op het niveau van de organisator;
3° de organisatoren groepsopvang die niet vallen onder de categorieën, vermeld in 1° en 2°, ontvangen de subsidie om zelf of in samenwerkingsverbanden de activiteiten, vermeld in artikel 5 van dit besluit, te organiseren;
4° voor de organisatoren kinderopvang die een lokaal bestuur zijn en voor de organisatoren publieke buitenschoolse opvang, worden de subsidie en de bijkomende subsidie uitbetaald via de GSD-V, die de subsidie ter beschikking stelt van die organisatoren.

Artikel 4. (01/05/2021- ...)

De subsidie, vermeld in artikel 2, heeft betrekking op activiteiten en onkosten die gerealiseerd zijn in de periode van 1 mei 2021 tot en met 30 juni 2022.

Artikel 5. (01/05/2021- ...)

De subsidie, vermeld in artikel 2, heeft tot doel voorbereidende en omkaderende opdrachten in functie van opstart mogelijk te maken van de maatregel tot ondersteuning van kinderbegeleiders op de werkvloer ter versterking en borging van de competenties die ze nodig hebben voor de uitoefening van hun beroep, vermeld in het zesde Vlaams intersectoraal akkoord voor de social/non-profitsectoren voor de periode 2021-2025 van 30 maart 2021.

De subsidie, vermeld in artikel 2, wordt aangewend voor een van de volgende activiteiten:
1° een aanwervingsprocedure en tewerkstellingskader opzetten en uitvoeren voor de aanwerving, tewerkstelling of uitbreiding van bestaande contracten van ondersteuners (die voldoen aan de gestelde eisen) van kinderbegeleiders op de werkvloer;
2° de loonkosten van de aangeworven ondersteuners van kinderbegeleiders op de werkvloer ten laste nemen in de periode van 1 mei 2021 tot en met 30 juni 2022, met behoud van de toepassing van artikel 6;
3° samenwerkingsverbanden opzetten tussen de begunstigden, vermeld in artikel 3, en de kinderopvanglocaties en de organisatoren kinderopvang om samen de ondersteuning van de kinderbegeleiders op de werkvloer te organiseren;
4° de juridische, financiële en organisatorische aspecten van de samenwerking, vermeld in punt 3°, uitwerken;
5° het kader voor de samenwerking tussen de ondersteuner van de kinderbegeleiders, de verantwoordelijke en de kinderbegeleiders in de kinderopvanglocatie vastleggen waarbij wordt verduidelijkt hoe de ondersteuner samenwerkt met de verantwoordelijke en de kinderbegeleiders;
6° een gemeenschappelijk kennis- en leerplatform voor de ondersteuners van de kinderbegeleiders ontwikkelen en opstarten over de organisatoren en de ondersteunde locaties heen;
7° de kindvrije uren van de kinderbegeleiders ter voorbereiding op en ter ondersteuning van de opstart van de ondersteuning op de werkvloer financieren in de maanden voor en na die opstart;
8° andere activiteiten organiseren die direct in functie staan van de activiteiten, vermeld in het eerste lid.

In het tweede lid, 7°, wordt verstaan onder kindvrije uren: de werkuren van de kinderbegeleiders waarin ze geen kinderen opvangen, maar wel deelnemen aan vorming, intervisie, coachinggesprekken en andere activiteiten om hun beroepscompetenties te versterken en te borgen.

Artikel 6. (01/05/2021- ...)

Activiteiten waarvoor met toepassing van andere regelingen van de Vlaamse Gemeenschap of andere overheden subsidies worden ontvangen, komen niet in aanmerking voor de toekenning van de subsidie, vermeld in artikel 2, als dat ertoe leidt dat dezelfde uitgaven voor die activiteit dubbel worden gesubsidieerd.

Artikel 7. (01/05/2021- ...)

De subsidie, vermeld in artikel 2 van dit besluit, wordt toegekend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatsteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.

Artikel 8. (01/05/2021- ...)

Reservevorming na de gesubsidieerde periode ten laste van de subsidie, vermeld in artikel 2, wordt niet aanvaard.

Artikel 9. (01/05/2021- ...)

De subsidie, vermeld in artikel 2, wordt uiterlijk op 31 december 2021 ambtshalve uitbetaald aan de begunstigden, vermeld in artikel 3.

Hoofdstuk 3. Toezicht op de aanwending van de subsidie en handhaving (... - ...)

Artikel 10. (01/05/2021- ...)

Het ondersteuningsnetwerk kinderopvang, de pools gezinsopvang, de GSD-V en de begunstigden, vermeld in artikel 3, die in aanmerking komen voor een subsidie als vermeld in artikel 2, van meer dan 50.000 euro, bezorgen het agentschap uiterlijk op 15 december 2021 op digitale wijze een functioneel en financieel bestedingsplan voor het berekende subsidiebedrag.

Als het bestedingsplan te laat wordt ingediend, wordt 5% van het subsidieerbare bedrag ingehouden.

Het bestedingsplan vermeldt een of meer geplande activiteiten als vermeld in artikel 5, en vermeldt de wijze waarop de begunstigden, vermeld in artikel 3, 1° en 2° de organisatoren gezins- en groepsopvang die tot de doelgroep van de begunstigde behoren, zullen bereiken.

Het agentschap kan tot en met 15 februari 2022 digitaal bijkomende verduidelijking of aanvullende informatie vragen bij het ingediende bestedingsplan met vermelding van de termijn waarin de gevraagde informatie door de begunstigde moet worden bezorgd.

Als de gevraagde toelichting te laat wordt ingediend, wordt 5% van het subsidieerbare bedrag teruggevorderd of verrekend met andere subsidies aan de begunstigde.

Als het bestedingsplan uiterlijk op 15 maart 2022 niet is ingediend, vervalt het recht op de subsidie en wordt het niet-verantwoorde deel teruggevorderd of verrekend met andere subsidies aan de begunstigde.

Artikel 11. (01/05/2021- ...)

§ 1. Het ondersteuningsnetwerk kinderopvang, de pools gezinsopvang, de GSD-V en de begunstigden van een subsidie, vermeld in artikel 3, van meer dan 50.000 euro bezorgen uiterlijk op 1 december 2022 aan het agentschap een functionele en financiële verantwoording waarin ze de gerealiseerde activiteiten toetsen aan het bestedingsplan dat conform artikel 6 is ingediend, en motiveren de wijzigingen ten aanzien van dat bestedingsplan.

Als de gevraagde verantwoording te laat wordt ingediend, wordt 5% van het subsidieerbare bedrag teruggevorderd of verrekend met andere subsidies aan de begunstigde.

De originele, genummerde en gedateerde bewijsstukken die betrekking hebben op de subsidieperiode, worden voor controle ter beschikking gehouden.

§ 2. De overige begunstigden vermeld in artikel 3, 3° die een subsidie, vermeld in artikel 3, van gelijk of minder dan 50.000 euro ontvangen houden uiterlijk op 1 december 2022 op digitale wijze een functionele en financiële verantwoording ter beschikking van het agentschap Opgroeien, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, met de verantwoording van de gemaakte kosten in functie van de gerealiseerde activiteiten, vermeld in artikel 5 van dit besluit.

De originele, genummerde en gedateerde bewijsstukken die betrekking hebben op de subsidieperiode, worden voor controle ter beschikking gehouden.

§ 3. Als de begunstigde nalaat de subsidie conform dit artikel te verantwoorden, vervalt de beslissing tot toekenning van de subsidie voor het niet-verantwoorde gedeelte, en wordt dat gedeelte teruggevorderd of verrekend met andere subsidies aan de begunstigde.

Artikel 12. (01/05/2021- ...)

Het agentschap en Zorginspectie oefenen toezicht uit op de naleving van de bepalingen van dit besluit. De begunstigde verstrekt daarvoor de gevraagde inlichtingen of stukken.

Wat het toezicht betreft ten aanzien van de subsidie die wordt verleend aan organisatoren kinderopvang, wordt het toezicht uitgeoefend overeenkomstig artikel 15, eerste lid, eerste zin en derde lid van het decreet van 20 april 2012 door Zorginspectie en het agentschap.

Artikel 13. (01/05/2021- ...)

De subsidie wordt teruggevorderd conform artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 14. (01/05/2021- ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 mei 2021.

Artikel 15. (01/05/2021- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 23/05/2024