Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord, het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 houdende toekenning van een subsidie aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang, wat betreft de realisatie van de kwaliteitsondersteuning op de werkvloer ter uitvoering van het zesde Vlaams Intersectoraal akkoord van 30 maart 2021 voor de social/non-profitsectoren voor de periode 2021-2025

Datum 11/03/2022

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord
  2. HOOFDSTUK 2. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 houdende toekenning van een subsidie aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang
  3. HOOFDSTUK 3. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang
  4. HOOFDSTUK 4. Slotbepalingen

Inhoud

(... - ...)

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, artikel 5, § 1, eerste lid, 1°, a), en § 2, 2°, a), ingevoegd bij het decreet van 1 maart 2019, artikel 8, § 2 en artikel 12, gewijzigd bij de decreten van 1 maart 2019 en 3 mei 2019;
- het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 10,3°, gewijzigd bij het decreet van 21 mei 2021.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 10 januari 2022.
- De Raad van State heeft advies 70.910/1 gegeven op 23 februari 2022, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Motivering
Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven:
- Op 30 maart 2021 werd het zesde Vlaams Intersectoraal akkoord voor social/non-profitsectoren voor de periode 2021-2026 afgesloten, het zogenaamde VIA 6. VIA 6 is een sociaal akkoord tussen werkgevers- en werknemersorganisaties, en is bekrachtigd door de Vlaamse Regering. Het bevat ook verschillende maatregelen voor de kinderopvang. Een van de maatregelen is het ondersteunen en versterken van de competenties van kinderbegeleiders op de werkvloer van de kinderopvang. Vanaf 1 januari 2022 wordt voorzien in een structurele subsidie waarbij de middelen (in hoofdzaak) de loonkosten van de ingezette ondersteuners op de werkvloer wordt ingezet. Die middelen worden ingeschreven in de volgende besluiten: het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord, het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 houdende toekenning van een subsidie aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang (Mentes) en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang.

Juridisch kader
Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving:
- de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof;
- de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019;
- het Besluit Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 17 mei 2019.

Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

HOOFDSTUK 1. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord (... - ...)

Artikel 1. (01/01/2022- ...)

In artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1, tweede lid, worden de volgende zinnen toegevoegd:
"In afwijking daarvan wordt de bijkomende subsidie, vermeld in artikel 14/1, berekend op basis van het aantal vergunde plaatsen op 1 september van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie geldt. Bij een stopzetting wordt de voormelde subsidie pro rata toegekend.";
2° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid wordt voor de bijkomende subsidie, vermeld in artikel 14/1, per kwartaal een voorschot van 95% uitbetaald in de eerste maand van elk kwartaal.".

Artikel 2. (01/01/2022- ...)

Aan hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 februari 2020 en 12 maart 2021, wordt een afdeling 3, die bestaat uit artikel 14/1 tot en met 14/8, toegevoegd, die luidt als volgt:

"Afdeling 3. Subsidie aan sommige organisatoren kinderopvang voor de ondersteuning van de kinderbegeleiders op de werkvloer

Art. 14/1. De organisatoren groepsopvang die conform artikel 18 van het subsidiebesluit van 22 november 2013 een subsidie voor inkomenstarief ontvangen voor meer dan achttien plaatsen, ontvangen jaarlijks een bijkomende subsidie van 126,05 euro per vergunde plaats voor de financiële ondersteuning van de doelstellingen, vermeld in artikel 14/2. Van de bijkomende subsidie wordt minstens 90% rechtstreeks ingezet voor de ondersteuning van de kinderbegeleiders op de werkvloer en maximaal 10% voor overheadkosten.

In het eerste lid wordt verstaan onder overheadkosten: het geheel van kosten voor coördinatie, sturing en ondersteuning van de concrete activiteiten.

Art. 14/2. De organisatoren besteden de bijkomende subsidie, vermeld in artikel 14/1, om de ondersteuners van de kinderbegeleiders op de werkvloer in te zetten.
De ondersteuning op de werkvloer, vermeld in het eerste lid, heeft de volgende doelstellingen:
1° kinderbegeleiders versterken in hun beroepscompetenties, vermeld in het beroepskwalificatieprofiel voor kinderbegeleiders, dat is opgenomen in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 tot erkenning van de beroepskwalificatie van kinderbegeleider baby's en peuters;
2° samen met de kinderbegeleider instaan voor verzorgende en pedagogische taken bij de kinderen, en daarbij de kinderbegeleider ondersteunen op het vlak van:
a) de diverse ontwikkelingsaspecten van kinderen;
b) de aspecten van veiligheid en gezondheid in de opvang van kinderen;
c) de omgang en de communicatie met de gezinnen;
d) het inclusief omgaan met kinderen met specifieke zorgbehoeften en kinderen uit kwetsbare gezinnen;
3° samen met de verantwoordelijke en de kinderbegeleiders de dagelijkse praktijk aftoetsen aan het pedagogisch beleid van de organisator en verbeterpunten planmatig aanpakken, met kennis van de lokale netwerken die gericht zijn op het geïntegreerd beleid voor kinderen, jongeren en gezinnen;
4° in staat zijn om met betrekking tot verontrustende situaties:
a) deze te detecteren;
b) deze te bespreken met de organisator;
c) deze samen met de organisator mee op te volgen in functie van het herstel van de veiligheid;
d) het agentschap te informeren als er door de organisator geen passend gevolg gegeven wordt aan de bespreking en de opvolging vermeld in punt b) en c);
5° ondersteuning bieden tijdens of na afloop van een bezoek van Zorginspectie in het kader van een begeleidings- of opvolgingstraject van het agentschap en dit binnen de opdrachten van de ondersteuner als vermeld in deze bepaling.

De ondersteuning van de kinderbegeleiders houdt rekening met het pedagogisch raamwerk dat in september 2014 is ontwikkeld door de vakgroep sociale agogiek van de universiteit Gent en het expertisecentrum ervaringsgericht onderwijs van de Katholieke Universiteit Leuven, in opdracht van het agentschap.

Art. 14/3. De organisator groepsopvang, vermeld in artikel 14/1, zet minstens 0,2 voltijdsequivalent ondersteuner op de werkvloer in voor de doeleinden, vermeld in artikel 14/2.

Art. 14/4. De organisator groepsopvang, vermeld in artikel 14/1, kan ervoor kiezen om de middelen voor de ondersteuning op de werkvloer in te zetten via een samenwerkingsverband als vermeld in artikel 14/5. De organisator is verplicht om dat te doen als hij niet kan voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 14/3.

Bij een samenwerkingsverband als vermeld in het eerste lid, zet de organisator groepsopvang minstens 0,5 voltijdsequivalent ondersteuner op de werkvloer in.

Art. 14/5. De organisator groepsopvang, vermeld in artikel 14/1 van dit besluit, kan de ondersteuning op de werkvloer organiseren via de volgende samenwerkingsverbanden:
1° een lokaal of regionaal samenwerkingsverband;
2° een samenwerkingsverband met een of meer organisatoren groepsopvang als vermeld in artikel 14/1 van dit besluit;
3° een samenwerkingsverband met een organisatie waartoe de organisator structureel behoort of met een andere organisatie als die beschikt over voldoende competenties op het vlak van ondersteuning van kinderbegeleiders;
4° het ondersteuningsnetwerk kinderopvang, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 houdende toekenning van een subsidie aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang;
5° een pool gezinsopvang als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang.

Art. 14/6. Als de organisator niet zelf de ondersteuningsopdracht, vermeld in artikel 14/2, opneemt, sluit hij een ondersteuningsovereenkomst met de dienstverleners. In die ondersteuningsovereenkomst worden al de volgende elementen vastgelegd:
1° de wijze waarop de ondersteuning in de locatie wordt aangeboden;
2° de concrete afspraken en modaliteiten van de ondersteuning op de werkvloer;
3° de gegevens over de kwalificatie en competenties van de ondersteuner op de werkvloer die voor de organisator is aangesteld;
4° de contactgegevens van de ondersteuner die voor de organisator is aangesteld;
5° de wijze waarop de subsidies, vermeld in artikel 14/1, worden ingezet in het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 14/5, en de wijze waarop de vergoeding van de kosten voor de ondersteuning op de werkvloer ten laste worden genomen;
6° de wijze waarop de ondersteuning op de werkvloer wordt geëvalueerd.

In het eerste lid wordt verstaan onder dienstverlener: de vereniging of het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 14/5, die de ondersteuning op de werkvloer, vermeld in artikel 14/2, voor de organisator realiseert.

Art. 14/7. De ondersteuners van de kinderbegeleiders beschikken over:
1° minimaal een kwalificatie van bachelorniveau;
2° competenties of ervaring op pedagogisch vlak inzake kinderopvang van baby's en peuters.

Art. 14/8. Het agentschap evalueert de inzet van de ondersteuners over de subsidieperiode van de eerste drie jaar.

De organisatoren groepsopvang, vermeld in artikel 14/1, bezorgen op verzoek van het agentschap alle nodige inlichtingen voor de evaluatie, vermeld in het eerste lid.

De organisatoren groepsopvang, vermeld in artikel 14/1, houden uiterlijk op 15 februari van elk jaar dat volgt op de gesubsidieerde periode een functionele en financiële verantwoording ter beschikking van het agentschap, waarbij de inzet van de ontvangen subsidies wordt verantwoord met het oog op de doelstellingen, vermeld in artikel 14/2. Het agentschap kan de minimale inhoud voor de financiële en functionele verantwoording bepalen.".

HOOFDSTUK 2. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 houdende toekenning van een subsidie aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang (... - ...)

Artikel 3. (01/01/2022- ...)

In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 houdende toekenning van een subsidie aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er worden een punt 1° /1 en 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
"1° /1 kinderopvang: de kinderopvang, vermeld in artikel 2 van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;
1° /2 kleuteropvang: de kleuteropvang met kwaliteitslabel, vermeld in artikel 2, 13°, van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;";
2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° organisator: organisator of kandidaat-organisator van kinderopvang of kleuteropvang.".

Artikel 4. (01/01/2022- ...)

In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden de zinsnede "artikel 3, 4 en 5" vervangen door de zinsnede "artikel 3, 4, 4/1 en 5".

Artikel 5. (01/01/2022- ...)

In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"Het ondersteuningsnetwerk kinderopvang biedt, rekening houdend met de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 5, ondersteuning voor beleidsvoerend vermogen aan organisatoren, en leidt organisatoren toe naar relevante partners die de ondersteuning kunnen opnemen.";
2° tussen het eerste en tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"In het eerste lid wordt verstaan onder beleidsvoerend vermogen: de mate waarin de organisator in staat is om een zelfstandig beleid te voeren, rekening houdend met de beschikbare beleidsruimte, met de eigen doelstellingen en met de lokale context, en de mate waarin de activiteiten van de verantwoordelijke en van de medewerkers op elkaar zijn afgestemd zodat ze bijdragen aan de ontplooiing van kinderen.";
3° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° de organisatoren geïntegreerd ondersteunen op de volgende onderling samenhangende thema's:
a) het organisatorisch beleid, met inbegrip van het financieel beleid en sociaal ondernemerschap;
b) de toegankelijkheid, met aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
c) het pedagogisch beleid;
d) het medewerkersbeleid, met aandacht voor het draagvlak van medewerkers;
e) monitoring en evaluatie.".

Artikel 6. (01/01/2022- ...)

In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 december 2019 en 12 maart 2021, worden een artikel 4/1 en 4/2 ingevoegd, die luiden als volgt:

"Art. 4/1. Het ondersteuningsnetwerk kinderopvang biedt, rekening houdend met de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 5, ondersteuning van kinderbegeleiders op de werkvloer, in samenhang met de opdracht, vermeld in artikel 3.

De ondersteuning op de werkvloer, vermeld in het eerste lid, heeft de volgende doelstellingen:
1° kinderbegeleiders versterken in hun beroepscompetenties, vermeld in het beroepskwalificatieprofiel voor kinderbegeleiders, dat is opgenomen in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 tot erkenning van de beroepskwalificatie kinderbegeleider baby's en peuters;
2° samen met de kinderbegeleiders instaan voor verzorgende en pedagogische taken bij de kinderen, en daarbij de kinderbegeleiders ondersteunen op het vlak van:
a) de diverse ontwikkelingsaspecten van kinderen;
b) de aspecten van veiligheid en gezondheid in de opvang van kinderen;
c) de omgang en de communicatie met de gezinnen;
d) het inclusief omgaan met kinderen met specifieke zorgbehoeften en kinderen uit kwetsbare gezinnen;
3° samen met de verantwoordelijke en de kinderbegeleiders de dagelijkse praktijk aftoetsen aan het pedagogisch beleid van de organisator en verbeterpunten planmatig aanpakken met kennis van de lokale netwerken die gericht zijn op het geïntegreerd beleid voor kinderen, jongeren en gezinnen;
4° in staat zijn om met betrekking tot verontrustende situaties:
a) deze te detecteren;
b) deze te bespreken met de organisator;
c) deze samen met de organisator mee op te volgen in functie van het herstel van de veiligheid;
d) het agentschap te informeren als er door de organisator geen passend gevolg gegeven wordt aan de bespreking en de opvolging vermeld in punt b) en c);
5° ondersteuning bieden tijdens of na afloop van een bezoek van Zorginspectie in het kader van een begeleidings- of opvolgingstraject van het agentschap en dit binnen de opdrachten van de ondersteuner als vermeld in deze bepaling.

De ondersteuning van de kinderbegeleiders houdt rekening met het pedagogisch raamwerk dat in september 2014 is ontwikkeld door de vakgroep sociale agogiek van de universiteit Gent en het expertisecentrum ervaringsgericht onderwijs van de Katholieke Universiteit Leuven, in opdracht van het agentschap.

Art. 4/2. De ondersteuners van de kinderbegeleiders beschikken over:
1° minimaal een kwalificatie van bachelorniveau;
2° competenties of ervaring op pedagogisch vlak inzake kinderopvang van baby's en peuters.".

Artikel 7. (01/01/2022- ...)

Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, wordt vervangen door wat volgt:

"Art. 5. Het ondersteuningsnetwerk kinderopvang sluit, met het oog op de ondersteuning, vermeld in artikel 3, 4 en 4/1, een samenwerkingsovereenkomst met het agentschap. Die overeenkomst bevat al de volgende elementen:
1° de opdrachten, vermeld in artikel 3 en 4, op het vlak van inhoud, budget en doelgroep;
2° de inhoudelijke planning, de budgettaire planning en de evaluatie van de opdrachten, vermeld in artikel 3, 4 en 4/1;
3° de modaliteiten van de actualisering, minstens jaarlijks, van de elementen, vermeld in punt 1° en 2° ;
4° de manier waarop de opdrachten, vermeld in artikel 4/1, aansluiten bij de opdrachten, vermeld in artikel 3 en 4.

Bij de bepaling van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, 1°, geldt dat voor de ondersteuning, vermeld in artikel 4, 1°, voorrang wordt gegeven aan kleinschalige kinderopvanglocaties en aan kinderopvanglocaties waarvoor de organisatoren geen of een beperkte subsidie krijgen.

De budgettaire planning en de evaluatie, vermeld in het eerste lid, 2°, bevat een begroting met een overzicht van de voorzienbare inkomsten en de geraamde uitgaven, en een boekhouding die de inkomsten en de uitgaven transparant afzondert.".

Artikel 8. (01/01/2022- ...)

In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 december 2019 en 12 maart 2021, wordt een artikel 5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. 5/1. Het ondersteuningsnetwerk kinderopvang sluit een ondersteuningsovereenkomst met de organisator voor wie hij de dienstverlening, vermeld in artikel 3, 4 en 4/1 van dit besluit, opneemt. In die ondersteuningsovereenkomst worden de volgende elementen vastgelegd:
1° de wijze waarop de ondersteuning voor de locatie wordt aangeboden;
2° de concrete afspraken en modaliteiten van de ondersteuning;
3° de gegevens over de kwalificatie en competenties van de ondersteuners die voor de organisator zijn aangesteld;
4° de contactgegevens van de ondersteuners die voor de organisator zijn aangesteld;
5° in voorkomend geval, de overdracht van de subsidie door de organisator die voor de ondersteuning op de werkvloer een beroep doet op het ondersteuningsnetwerk kinderopvang;
6° de wijze waarop de ondersteuning wordt geëvalueerd.".

Artikel 9. (01/01/2022- ...)

In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen het woord "subsidie" en het woord "bedraagt" wordt de zinsnede "voor de opdrachten, vermeld in artikel 3 en 4," ingevoegd;
2° er worden een tweede tot en met vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"De subsidie voor de opdrachten, vermeld in artikel 4/1 van dit besluit, wordt jaarlijks berekend op basis van de vergunde plaatsen op 1 september van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie geldt. De subsidie wordt op de volgende wijze berekend:
1° 126,05 euro per vergunde plaats groepsopvang voor de volgende organisatoren:
a) de organisatoren groepsopvang die geen subsidie voor inkomenstarief krijgen als vermeld in artikel 18 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, ongeacht het aantal plaatsen;
b) de organisatoren groepsopvang die de subsidie voor inkomenstarief krijgen, vermeld in artikel 18 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, tot en met achttien plaatsen op het niveau van organisator;
2° 64,75 euro per vergunde plaats gezinsopvang voor de volgende organisatoren:
a) de organisatoren van gezinsopvang die geen subsidie voor inkomenstarief krijgen als vermeld in artikel 17 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
b) de organisatoren van gezinsopvang die een subsidie voor inkomenstarief krijgen als vermeld in artikel 17 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, met uitzondering van de organisatoren van gezinsopvang die werken met kinderbegeleiders in het sociaal statuut van de aangesloten onthaalouders of met werknemers in het kader van het vernieuwend project werknemersstatuut van de kinderbegeleiders, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie voor een vernieuwend project werknemersstatuut van de kinderbegeleider gezinsopvang.
Bij een stopzetting van een organisator als vermeld in het tweede lid, wordt de subsidie pro rata toegekend.
Van de subsidie, vermeld in het tweede lid, wordt minstens 90% rechtstreeks ingezet voor de ondersteuning van de kinderbegeleiders op de werkvloer en maximaal 10% voor overheadkosten.
In het vierde lid wordt verstaan onder overheadkosten: het geheel van kosten voor coördinatie, sturing en ondersteuning van de concrete activiteiten.".

Artikel 10. (01/01/2022- ...)

In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 3, 4 en 5" vervangen door de zinsnede "artikel 3, 4, 4/1, 5 en 5/1";
2° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Bij de evaluatie, vermeld in het tweede lid, wordt specifiek ook de inzet van de ondersteuners op de werkvloer, vermeld in artikel 4/1, geëvalueerd. Het ondersteuningsnetwerk kinderopvang bezorgt op verzoek van het agentschap alle nodige inlichtingen met het oog op die evaluatie.".

Artikel 11. (01/01/2022- ...)

In artikel 9, 1°, en artikel 10 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "artikel 3, 4 en 5" vervangen door de zinsnede "artikel 3, 4, 4/1, 5 en 5/1".

Artikel 12. (01/01/2022- ...)

In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt de datum "1 april" vervangen door de datum "15 mei";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "artikel 3, 4 en 5" vervangen door de zinsnede "artikel 3, 4, 4/1, 4/2, 5 en 5/1".

Artikel 13. (01/01/2022- ...)

Artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 december 2019, wordt opgeheven.

HOOFDSTUK 3. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang (... - ...)

Artikel 14. (01/01/2022- ...)

In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden tussen het woord "ondersteuning" en de woorden "aan organisatoren" de woorden "over beleidsvoerend vermogen" ingevoegd;
2° in het eerste lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° de organisatoren geïntegreerd ondersteunen op de volgende onderling samenhangende thema's:
a) het organisatorisch beleid, met inbegrip van het financieel beleid en sociaal ondernemerschap;
b) de toegankelijkheid, met aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
c) het pedagogisch beleid;
d) het medewerkersbeleid, met aandacht voor het draagvlak van medewerkers;
e) monitoring en evaluatie.";
3° tussen het eerste en het tweede lid wordt er een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"In het eerste lid wordt verstaan onder beleidsvoerend vermogen: de mate waarin de organisator in staat is om een zelfstandig beleid te voeren, rekening houdend met de beschikbare beleidsruimte, met de eigen doelstellingen en met de lokale context, en de mate waarin de activiteiten van de verantwoordelijke en van de medewerkers op elkaar zijn afgestemd zodat ze bijdragen aan de ontplooiing van kinderen.";

Artikel 15. (01/01/2022- ...)

In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden een artikel 3/1 tot en met 3/3 ingevoegd, die luiden als volgt:

"Art. 3/1. De pool gezinsopvang biedt, rekening houdend met de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 5, ondersteuning van kinderbegeleiders op de werkvloer, in samenhang met de opdrachten, vermeld in artikel 3 en 4.

De ondersteuning op de werkvloer, vermeld in het eerste lid, heeft de volgende doelstellingen:
1° kinderbegeleiders versterken in hun beroepscompetenties, vermeld in het beroepskwalificatieprofiel voor kinderbegeleiders, dat is opgenomen in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 tot erkenning van de beroepskwalificatie kinderbegeleider baby's en peuters en, wat betreft de niet-gekwalificeerde kinderbegeleiders, in nauwe afstemming met de acties, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3° en 4°, van dit besluit;
2° samen met de kinderbegeleiders instaan voor verzorgende en pedagogische taken bij de kinderen, en daarbij de kinderbegeleiders ondersteunen op het vlak van:
a) de diverse ontwikkelingsaspecten van kinderen;
b) de aspecten van veiligheid en gezondheid in de opvang van kinderen;
c) de omgang en de communicatie met de gezinnen;
d) het inclusief omgaan met kinderen met specifieke zorgbehoeften en kinderen uit kwetsbare gezinnen;
3° samen met de verantwoordelijke en de kinderbegeleiders de dagelijkse praktijk aftoetsen aan het pedagogisch beleid van de organisator en verbeterpunten planmatig aanpakken, met kennis van de lokale netwerken die gericht zijn op het geïntegreerd beleid voor kinderen, jongeren en gezinnen;
4° in staat zijn om met betrekking tot verontrustende situaties:
a) deze te detecteren;
b) deze te bespreken met de organisator;
c) deze samen met de organisator mee op te volgen in functie van het herstel van de veiligheid;
d) het agentschap te informeren als er door de organisator geen passend gevolg gegeven wordt aan de bespreking en de opvolging vermeld in punt b) en c);
5° ondersteuning bieden tijdens of na afloop van een bezoek van Zorginspectie in het kader van een begeleidings- of opvolgingstraject van het agentschap en dit binnen de opdrachten van de ondersteuner als vermeld in deze bepaling.

De ondersteuning van de kinderbegeleiders houdt rekening met het pedagogisch raamwerk dat in september 2014 is ontwikkeld door de vakgroep sociale agogiek van de universiteit Gent en het expertisecentrum ervaringsgericht onderwijs van de Katholieke Universiteit Leuven, in opdracht van het agentschap.

Art. 3/2. De pool gezinsopvang sluit een ondersteuningsovereenkomst met de organisator voor wie hij de dienstverlening, vermeld in artikel 3, 3/1 en 4 van dit besluit, opneemt. In die ondersteuningsovereenkomst worden de volgende elementen vastgelegd:
1° de wijze waarop de ondersteuning voor de locatie wordt aangeboden;
2° de afspraken en modaliteiten van de ondersteuning;
3° de gegevens over de kwalificatie en competenties van de aangestelde ondersteuner;
4° de contactgegevens van de aangestelde ondersteuner;
5° in voorkomend geval, de overdracht van de subsidie door de organisator die voor de ondersteuning op de werkvloer een beroep doet op een pool gezinsopvang;
6° de wijze waarop de ondersteuning wordt geëvalueerd.

Art. 3/3. De ondersteuners van de kinderbegeleiders beschikken over:
1° minimaal een kwalificatie van bachelorniveau;
2° competenties of ervaring op pedagogisch vlak inzake kinderopvang van baby's en peuters.".

Artikel 16. (01/01/2022- ...)

In artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "De pool gezinsopvang heeft als specifieke opdracht om niet-gekwalificeerde kinderbegeleiders te ondersteunen" vervangen door de zinsnede "De pool gezinsopvang heeft, in samenhang met de algemene opdracht, vermeld in artikel 3/1, als specifieke opdracht om niet-gekwalificeerde kinderbegeleiders te ondersteunen".

Artikel 17. (01/01/2022- ...)

In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 1°, wordt de zinsnede "artikel 3 en 4" vervangen door de zinsnede "artikel 3, 3/1 en 4";
2° in het tweede lid, 1° en 2°, wordt tussen het woord "budget" en het woord "wordt" de zinsnede ", vermeld in artikel 6, eerste lid," ingevoegd;
3° aan het tweede lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° 90% van het budget, vermeld in artikel 6, tweede lid, wordt rechtstreeks ingezet voor de ondersteuning van de kinderbegeleiders op de werkvloer en maximaal 10% van het budget wordt ingezet voor overheadkosten.";
4° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In het tweede lid, 3°, wordt verstaan onder overheadkosten: het geheel van kosten voor coördinatie, sturing en ondersteuning van de concrete activiteiten.".

Artikel 18. (01/01/2022- ...)

In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt tussen het woord "subsidie" en het woord "bedraagt" de zinsnede "voor de opdrachten, vermeld in artikel 3 en 4," ingevoegd;
2° er worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"De jaarlijkse subsidie voor de opdrachten, vermeld in artikel 3/1 van dit besluit, bedraagt 64,75 euro per vergunde kinderopvangplaats van een organisator gezinsopvang of groepsopvang die werkt met kinderbegeleiders in het sociaal statuut van de aangesloten onthaalouders of met werknemers in het kader van het vernieuwend project werknemersstatuut van de kinderbegeleiders, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 houdende de toekenning van een subsidie voor een vernieuwend project werknemersstatuut van de kinderbegeleider gezinsopvang.
De subsidie, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks berekend op basis van de vergunde plaatsen op 1 september van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie geldt. Bij een stopzetting van een organisator wordt de subsidie pro rata toegekend. In afwijking van artikel 13 en 14 wordt de subsidie automatisch uitbetaald door het agentschap.".

Artikel 19. (01/01/2022- ...)

In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin wordt het woord "vijf" vervangen door het woord "zes";
2° in punt 1° wordt de zinsnede "artikel 3 en 4" vervangen door de zinsnede "artikel 3, 3/1 en 4";
3° er worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Bij de evaluatie, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt specifiek ook de inzet van de ondersteuners op de werkvloer, vermeld in artikel 3/1, geëvalueerd. De pool gezinsopvang bezorgt op verzoek van het agentschap alle nodige inlichtingen met het oog op die evaluatie.
Elke pool gezinsopvang stelt een commissaris-revisor aan die, aanvullend op zijn wettelijke taak en opdracht, jaarlijks attesteert dat de subsidies, vermeld in artikel 6, alleen worden gebruikt voor de opdrachten, vermeld in artikel 3, 3/1, 4 en 5.".

Artikel 20. (01/01/2022- ...)

In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, wordt de datum "1 april" vervangen door de datum "15 mei".

Artikel 21. (01/01/2022- ...)

In artikel 19 van hetzelfde besluit wordt de datum "31 december 2023" vervangen door de datum "31 december 2024".

HOOFDSTUK 4. Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 22. (01/01/2022- ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 23. (01/01/2022- ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 28/05/2024