Decreet over de werk- en zorgtrajecten

Datum 08/07/2022

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Inleidende bepaling en definities
  2. HOOFDSTUK 2. Doelgroep
  3. HOOFDSTUK 3. Onthaaltrajecten
  4. HOOFDSTUK 4. Activeringstrajecten
    1. Afdeling 1. Inschatting en beslissing tot deelname
    2. Afdeling 2. Werkingsprincipes
    3. Afdeling 3. Casemanager Werk en casemanagers Zorg
    4. Afdeling 4. Netwerkcoördinator en netwerk van dienstverleners
    5. Afdeling 5. Evaluatie en eindadvies
    6. Afdeling 6. Registratie en gegevensdeling
    7. Afdeling 7. Handhaving en sancties
  5. HOOFDSTUK 5. Arbeidsmatige activiteiten
  6. HOOFDSTUK 6. Toezicht en handhaving
  7. HOOFDSTUK 7. Ondersteunende of aanvullende dienstverlening
  8. HOOFDSTUK 8. Rapportering
  9. HOOFDSTUK 9. Wijziging van het decreet van 30 april 2004 houdende sociaalrechtelijk toezicht
  10. HOOFDSTUK 10. Slotbepalingen

Inhoud

HOOFDSTUK 1. Inleidende bepaling en definities (... - ...)

Artikel 1. (01/07/2023- ...)

Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid.

Artikel 2. (01/07/2023- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder:
1° activeringstraject: het traject met acties op vlak van werk en zorg dat de deelnemer voorbereidt op betaalde beroepsarbeid als vermeld in artikel 10;
2° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
3° arbeidsmatige activiteiten: het aanbod van activiteiten onder begeleiding, die gericht zijn op de latente functies van arbeid, onder meer het bieden van een zinvolle bezigheid, zorgen voor structuur, het aanreiken van sociale contacten en de mogelijkheid tot zelfontplooiing;
4° casemanagementteam: het team dat bestaat uit de casemanager Werk en de casemanagers Zorg in hetzelfde werkingsgebied;
5° casemanager Werk: de VDAB of een gemandateerde werkactor die de opdrachten, vermeld in artikel 14, § 2, op het vlak van werk uitvoert;
6° casemanager Zorg: de welzijns- en zorgvoorziening, die deel uitmaakt van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, die de opdrachten, vermeld in artikel 14, § 2, op het vlak van welzijn en zorg uitvoert;
7° centrum voor algemeen welzijnswerk: het centrum voor algemeen welzijnswerk, dat erkend is als vermeld in artikel 17 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk;
8° compensatievergoeding: de financiële compensatie die wordt toegekend voor de uitvoering van activeringstrajecten in het kader van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
9° dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds: de dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, vermeld in artikel 19 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende de woonzorg;
10° GBO: een samenwerkingsverband geïntegreerd breed onthaal, vermeld in artikel 9 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid;
11° gezondheidsbeleid: het beleid over het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met uitzondering van het medisch schooltoezicht en de medisch verantwoorde sportbeoefening;
12° initiatief van beschut wonen: het initiatief van beschut wonen, vermeld in artikel 55 van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging;
13° netwerkcoördinator: de rechtspersoon die door de Vlaamse Regering gemandateerd wordt om bepaalde opdrachten in het kader van de openbaredienstverplichting uit te voeren, vermeld in artikel 18;
14° OCMW: een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 2 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn als vermeld in deel 3, titel 4, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
15° onthaaltraject: het traject dat als doel heeft om personen met medische, mentale, psychische, psychiatrische of sociale problemen die door die problematiek op korte en middellange termijn niet betaald aan de slag kunnen gaan, toe te leiden naar het samenwerkingsverband tussen OCMW, centrum voor algemeen welzijnswerk en diensten voor maatschappelijk werk van de ziekenfondsen, waardoor die personen georiënteerd kunnen worden naar het gepaste diensten hulpverleningsaanbod en onderbescherming kan worden tegengegaan;
16° persoonlijk bestand op het elektronische platform: het persoonlijke bestand op het elektronische platform, vermeld in artikel 22/2 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
17° psychiatrisch ziekenhuis: een psychiatrisch ziekenhuis als vermeld in artikel 3 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
18° revalidatiecentrum: een van de volgende revalidatievoorzieningen:
1) een revalidatievoorziening waarmee de Vlaamse Regering een revalidatieovereenkomst heeft gesloten voor psychosociale revalidatie van volwassenen, waarvan het erkenningsnummer begint met het nummer 7.72;
2) een revalidatievoorziening waarmee de Vlaamse Regering een revalidatieovereenkomst heeft gesloten voor revalidatie van verslaafden, waarvan het erkenningsnummer begint met het nummer 7.73;
19° revalidatievoorziening: een revalidatievoorziening als vermeld in artikel 2, 16°, van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging;
20° VAPH-voorziening: de voorzieningen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1° tot en met 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap;
21° welzijnsbeleid: het beleid voor de bijstand aan personen over het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met uitzondering van het beleid inzake het onthaal en integratie van inwijkelingen, de beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden en van de juridische eerstelijnsbijstand;
22° welzijns- en zorgvoorziening: elke organisatie die in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid belast is met de organisatie of uitvoering van zorg, met inbegrip van de OCMW's en de ziekenfondsen;
23° werkactor: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die beschikt over een mandaat om kosteloze arbeidsbemiddeling te verrichten als vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
24° zorgtraject: een aanbod in de vorm van een activeringstraject, arbeidsmatige activiteiten of onthaaltrajecten, dat gericht is op maximale participatie in de maatschappij voor personen uit de doelgroep, vermeld in artikel 3;
25° zorg: de activiteit of het geheel van activiteiten in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid, waaronder hulp, dienstverlening en ondersteuning zijn begrepen.

HOOFDSTUK 2. Doelgroep (... - ...)

Artikel 3. (01/07/2023- ...)

Personen voor wie betaalde beroepsarbeid niet, niet meer of nog niet mogelijk is door een of meer belemmeringen van cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale aard, kunnen deelnemen aan werk- en zorgtrajecten.

De Vlaamse Regering kan de voorwaarden voor deelname aan werk- en zorgtrajecten, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.

HOOFDSTUK 3. Onthaaltrajecten (... - ...)

Artikel 4. (01/07/2023- ...)

De VDAB kan de personen, vermeld in artikel 3, voor wie de VDAB inschat dat het overige aanbod van werk- en zorgtrajecten nog niet voldoende de problematieken van cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale aard kan stabiliseren, doorverwijzen naar het GBO. De VDAB bezorgt daarbij de persoonsgegevens, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, aan een van de minimale kernpartners van het GBO, vermeld in artikel 9, tweede lid, van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid.

De VDAB is verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de doorgifte van de persoonsgegevens, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, van dit decreet van de personen vermeld in artikel 4 van dit decreet.

De minimale kernpartners van het GBO zijn afzonderlijk verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor alle andere verwerkingen van de persoonsgegevens, vermeld in artikel 5, eerste lid, van dit decreet, van de personen, vermeld in artikel 4 van dit decreet.

Artikel 5. (01/07/2023- ...)

Voor de identificatie, de contactopname en de hulpverlening in dit onthaal-traject worden de volgende persoonsgegevens verwerkt in het kader van dit decreet:
1° de voornaam, de achternaam, het adres, het mailadres, het telefoonnummer en de geboortedatum van de persoon, vermeld in artikel 4, eerste lid;
2° de contactgegevens van de hulpverlener in kwestie.

Om de persoon, vermeld in artikel 4, eerste lid, te contacteren om een onthaaltraject op te starten om een brede vraagverheldering te doen op de verschillende levensdomeinen, om rechten te verkennen en te realiseren, en om waar nodig toe te leiden naar de meest gepaste hulpververlening, mag de VDAB de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, bezorgen aan de volgende welzijns- en zorgvoorzieningen die deel uitmaken van het GBO:
1° het OCMW;
2° het centrum voor algemeen welzijnswerk;
3° de dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds.

Artikel 6. (01/07/2023- ...)

Met behoud van de toepassing van de noodzakelijke bewaring van de persoonsgegevens voor de latere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden, vermeld in artikel 89 van de algemene verordening gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens, vermeld in artikel 5, eerste lid, van dit decreet bewaard gedurende de noodzakelijke duur voor de doeleinden, vermeld in artikel 5, tweede lid, van dit decreet, met een maximale bewaartermijn die niet meer mag bedragen dan twaalf maanden na afloop van het onthaaltraject.

De verwerkingsverantwoordelijken nemen gepaste technische en organisatorische maatregelen om de persoonsgegevens en de verwerking ervan te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking.

HOOFDSTUK 4. Activeringstrajecten (... - ...)

Afdeling 1. Inschatting en beslissing tot deelname (... - ...)

Artikel 7. (01/07/2023- ...)

De kandidaat-deelnemer dient zijn verzoek tot deelname aan een activeringstraject in bij de VDAB.

De Vlaamse Regering kan de voorwaarden voor het verzoek om aan een activeringstraject deel te nemen nader bepalen.

Artikel 8. (01/07/2023- ...)

De VDAB registreert de gegevens, vermeld in artikel 9, eerste lid, van de kandidaat-deelnemer in het persoonlijke bestand op het elektronische platform.

Artikel 9. (01/07/2023- ...)

De VDAB beslist of de kandidaat-deelnemer kan deelnemen aan een activeringstraject op basis van de volgende gegevens:
1° een inschatting van de cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale problematieken, en bijkomende factoren die de kandidaat-deelnemer verhinderen om betaalde beroepsarbeid uit te voeren;
2° een inschatting van de doorgroeimogelijkheden tijdens een activeringstraject.

De VDAB registreert de beslissing in het persoonlijke bestand van de kandidaat-deelnemer op het elektronische platform.

Afdeling 2. Werkingsprincipes (... - ...)

Artikel 10. (01/07/2023- ...)

Het activeringstraject bereidt de deelnemer voor op betaalde beroepsarbeid en bestaat uit de volgende elementen:
1° de begeleiding naar en op een werkvloer, namelijk:
a) de deelnemer begeleiden om de attitudes te verwerven die de deelnemer nodig heeft om in een werkomgeving te functioneren;
b) diverse werkvloeren zoeken en aanreiken;
c) de begeleiding van de deelnemer en de werkgever tijdens de stages op een werkvloer;
d) competenties die zichtbaar worden op de werkvloer detecteren, versterken, opvolgen en evalueren;
2° de zorg, die de begeleiding naar en op een werkvloer ondersteunt, namelijk:
a) de zorgbehoeften samen met de deelnemer verkennen en inzichten in zijn zorgnoden verlenen;
b) zorg verlenen met het oog op herstel of het hanteerbaar maken van cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale problemen of het versterken van competenties in functie van de stage op een werkvloer en de joboriëntatie;
c) de deelnemer toeleiden naar andere dienstverleners en samenwerken met andere dienstverleners met het oog op zorg op maat van de deelnemer in functie van de stage op een werkvloer en de joboriëntatie;
3° overleggen, afstemmen en samenwerken met de betrokken partners in het activeringstraject, namelijk het casemanagementteam en de dienstverleners.

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden van de begeleiding op en naar een werkvloer, vermeld in het eerste lid, 1°, en de zorg, vermeld in het eerste lid, 2°, nader.

Artikel 11. (01/07/2023- ...)

Het activeringstraject is een tijdelijk traject van minimaal drie maanden en maximaal achttien maanden.

Het activeringstraject is in uitzonderlijke gevallen verlengbaar. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de verlenging van het activeringstraject.

Afdeling 3. Casemanager Werk en casemanagers Zorg (... - ...)

Artikel 12. (16/02/2023- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering mandateert in het kader van een openbaredienstverplichting per werkingsgebied een samenwerkingsverband Zorg dat bestaat uit drie welzijns- en zorgvoorzieningen die de functie van casemanager Zorg opnemen en de opdrachten, vermeld in artikel 14, § 2, uitvoeren.

Een samenwerkingsverband Zorg, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende mandaatvoorwaarden:
1° per werkingsgebied is er:
a) een centrum voor algemeen welzijnswerk of een OCMW of een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds;
b) een VAPH-voorziening;
c) een van de volgende voorzieningen uit de geestelijke gezondheidszorg:
1) een centrum voor geestelijke gezondheidszorg;
2) een psychiatrisch ziekenhuis;
3) een revalidatiecentrum;
4) een initiatief van beschut wonen;
2° de welzijns- en zorgvoorzieningen van het gemandateerd samenwerkingsverband Zorg, vermeld in het eerste lid, tonen aan dat ze beschikken over professionele deskundigheid om de zorgbehoeften van de deelnemer in het kader van het activeringstraject te verkennen;
3° het gemandateerd samenwerkingsverband Zorg, vermeld in het eerste lid, toont aan dat het de opdrachten kan opnemen in het volledige werkingsgebied;
4° de welzijns- en zorgvoorzieningen van het gemandateerd samenwerkingsverband Zorg, vermeld in het eerste lid, verzekeren de continuïteit van de uitvoering van de opdrachten van het casemanagementteam ten aanzien van de deelnemer op het vlak van zorg.

De Vlaamse Regering bepaalt wat onder werkingsgebied als vermeld in het eerste lid en het tweede lid, 1°, wordt verstaan.

De Vlaamse Regering bepaalt wat onder professionele deskundigheid, vermeld in het tweede lid, 2°, wordt verstaan.

De Vlaamse Regering kan aanvullende mandaatvoorwaarden bepalen.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, goedkeuring en toekenning van het mandaat en bepaalt de duur ervan.

Artikel 13. (01/10/2022- ...)

§ 1. De VDAB bekleedt de functie van casemanager Werk.

§ 2. De VDAB kan om de opdrachten, vermeld in artikel 14, § 2, uit te voeren een beroep doen op een of meer werkactoren die de Vlaamse Regering daarvoor mandateert.

De werkactor die als casemanager Werk wordt gemandateerd, voldoet aan de volgende mandaatvoorwaarden:
1° de werkactor beschikt over een mandaat van kosteloze arbeidsbemiddeling als vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
2° de werkactor toont aan dat hij beschikt over professionele deskundigheid om de competenties, de beperkingen en het groeipotentieel van de deelnemer in het kader van een activeringstraject uit te diepen en te verkennen met het oog op een realistische joboriëntatie en de verdere ontwikkeling van de loopbaan van de deelnemer;
3° de werkactor toont aan dat hij de opdrachten in het volledige werkingsgebied kan opnemen;
4° de werkactor verzekert de continuïteit van de uitvoering van de opdrachten in het casemanagementteam ten aanzien van de deelnemer op het vlak van werk;
5° de werkactor is niet gemandateerd als casemanager Zorg in hetzelfde werkingsgebied.

De Vlaamse Regering bepaalt wat onder een werkingsgebied als vermeld in het tweede lid, 3°, wordt verstaan.

De Vlaamse Regering bepaalt wat onder professionele deskundigheid als vermeld in het tweede lid, 2°, wordt verstaan.

De Vlaamse Regering kan aanvullende mandaatvoorwaarden bepalen.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, goedkeuring en toekenning van het mandaat en bepaalt de duur ervan.

Artikel 14. (01/07/2023- ...)

§ 1. De casemanager Werk en de casemanagers Zorg vormen samen het casemanagementteam per werkingsgebied. De leden van het casemanagementteam werken vanuit hun eigen expertise nauw samen.

§ 2. Het casemanagementteam heeft minstens de volgende opdrachten:
1° bij de start van het activeringstraject, de casemanager Werk en de casemanager Zorg van de deelnemer tijdens het activeringstraject toewijzen;
2° informatie verstrekken aan de deelnemer over het te doorlopen activeringstraject, minimaal over de volgende aspecten:
a) het beoogde einddoel;
b) de looptijd;
c) arbeidsgerichte informatie over beroepen, sectoren, werkondersteuning en competentieversterking;
d) de mogelijkheden van zorg;
e) de samenwerking in het casemanagementteam;
f) de verwerking van de gegevens van de deelnemer;
3° oog hebben voor de rechten en plichten die verbonden zijn aan het statuut van de deelnemer en de deelnemer in voorkomend geval doorverwijzen om een recht op financiële of andere tegemoetkomingen te onderzoeken;
4° de competenties, de drempels en het groeipotentieel van de deelnemer verkennen en uitdiepen met het oog op een realistische joboriëntatie en de zorgbehoeften van de deelnemer verkennen en uitdiepen met het oog op een realistisch zicht op de eigen zorgproblematieken;
5° een geïntegreerd trajectplan als vermeld in artikel 15 samen met de deelnemer opstellen en dat plan met acties op het vlak van zorg en op het vlak van begeleiding op en naar een werkvloer als vermeld in artikel 11, bezorgen aan de netwerkcoördinator;
6° het geïntegreerde trajectplan, vermeld in punt 5°, registreren in het persoonlijk bestand van de deelnemer op het elektronisch platform;
7° het geïntegreerde trajectplan, vermeld in punt 5°, opvolgen, met mogelijke bijsturing in overleg met de deelnemer;
8° een gemotiveerd eindadvies aan de VDAB opstellen over het toekomstperspectief van de deelnemer op het vlak van betaalde beroepsarbeid. Dat eindadvies wordt geregistreerd in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform;
9° het gemotiveerde eindadvies, vermeld in punt 8°, samen met de deelnemer bespreken en mogelijke vervolgstappen na het activeringstraject aanreiken.

De Vlaamse Regering kan de minimale opdrachten, vermeld in het eerste lid, nader bepalen en bijkomende opdrachten vastleggen.

Artikel 15. (01/07/2023- ...)

Het casemanagementteam stelt een geïntegreerd trajectplan op dat wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Het geïntegreerde trajectplan omvat minimaal al de volgende informatie:
1° de identiteitsgegevens van de deelnemer en van het casemanagementteam;
2° de aanvangsdatum van het activeringstraject en de vermoedelijke duur ervan;
3° de omschrijving, inhoud en doelstelling van het activeringstraject;
4° de afgesproken acties in het activeringstraject en de betrokken dienstverleners;
5° de rechten en plichten van de partijen;
6° de periodiciteit van de evaluaties.

Artikel 16. (01/07/2023- ...)

Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet verkrijgen de casemanager Werk en de gemandateerde samenwerkingsverbanden Zorg, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, voor de uitvoering van de opdrachten als lid van het casemanagementteam elk een compensatievergoeding.

De Vlaamse Regering bepaalt het maximale bedrag en de modaliteiten van de compensatievergoeding.

Afdeling 4. Netwerkcoördinator en netwerk van dienstverleners (... - ...)

Artikel 17. (01/10/2022- ...)

§ 1. De Vlaamse Regering mandateert in het kader van de openbaredienstverplichting netwerkcoördinatoren om de opdrachten, vermeld in artikel 18, uit te voeren.

De netwerkcoördinator voldoet aan al de volgende mandaatvoorwaarden:
1° hij vertegenwoordigt een netwerk van dienstverleners dat minimaal is samengesteld uit:
a) een of meer centra voor algemeen welzijnswerk;
b) een of meer werkactoren, die gemandateerd zijn conform het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
c) een of meer maatwerkbedrijven als vermeld in artikel 4 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;
d) een of meer van de volgende welzijns- en zorgvoorzieningen uit de geestelijke gezondheidszorg:
1) een psychiatrisch ziekenhuis;
2) een centrum voor geestelijke gezondheidszorg;
3) een initiatief van beschut wonen;
4) een revalidatiecentrum;
e) een of meer VAPH-voorzieningen;
f) een of meer OCMW's;
2° hij toont aan dat het netwerk van dienstverleners, vermeld in punt 1°, de uitvoering van de activeringstrajecten kan verzekeren in het volledige werkingsgebied;
3° hij toont aan dat:
a) de dienstverleners, vermeld in punt 1°, die acties ondernemen in het kader van de begeleiding naar en op een werkvloer over een mandaat kosteloze arbeidsbemiddeling, vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, beschikken;
b) de dienstverleners, vermeld in punt 1°, a) tot en met f), beschikken over professionele deskundigheid op het vlak van de activeringstrajecten;
c) de dienstverleners, vermeld in punt 1°, a) tot en met f), bereid zijn tot gegevensdeling als vermeld in artikel 23.

De Vlaamse Regering bepaalt wat onder het werkingsgebied, vermeld in het tweede lid, 2°, wordt verstaan.

De Vlaamse Regering bepaalt wat onder professionele deskundigheid als vermeld in het tweede lid, 3°, b), wordt verstaan.

De Vlaamse Regering kan aanvullende mandaatvoorwaarden bepalen.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, goedkeuring en toekenning van het mandaat en bepaalt de duur ervan.

Artikel 18. (01/07/2023- ...)

De netwerkcoördinator heeft in het kader van de openbaredienstverplichting minimaal de volgende opdrachten:
1° hij stemt bij de ontvangst van en tijdens het activeringstraject af met het casemanagementteam over de uitvoering van het geïntegreerde trajectplan, vermeld in artikel 15;
2° hij voorziet in een vlotte uitvoering van het geïntegreerde trajectplan, vermeld in artikel 15, en doet daarvoor een beroep op het netwerk van dienstverleners;
3° hij voorziet in de monitoring van de uitvoering van de geïntegreerde trajectplannen, vermeld in artikel 15, op het niveau van het werkingsgebied door een beroep te doen op en af te stemmen met de verschillende dienstverleners van het netwerk;
4° hij houdt toezicht op de aanwending van de compensatievergoeding, vermeld in artikel 20, voor de dienstverleners die bij het activeringstraject betrokken zijn;
5° hij is belast met de uitbetaling van de compensatievergoeding, vermeld in artikel 20, aan de dienstverleners van het netwerk dat hij vertegenwoordigt, vermeld in artikel 17;
6° hij ziet erop toe dat de compensatievergoeding gemonitord wordt over alle activeringstrajecten heen in het werkingsgebied.

De Vlaamse Regering kan de minimale opdrachten van de netwerkcoördinator nader bepalen en uitbreiden.

Artikel 19. (01/07/2023- ...)

De mandaatbeslissing, vermeld in artikel 17, vermeldt minimaal al de volgende informatie:
1° de identiteitsgegevens van de netwerkcoördinator en van de dienstverleners die tot het netwerk behoren;
2° de verbintenissen van de partijen, waaronder:
a) de omschrijving van de opdrachten in de activeringstrajecten;
b) de toekenning van een compensatievergoeding als vermeld in artikel 20, met opgave van de voorwaarden en de doeleinden waarvoor de vergoeding wordt toegekend;
c) de verantwoordelijkheden en de engagementen van de partijen;
3° de parameters om de compensatievergoeding te berekenen en een regeling voor overcompensatie;
4° de duur van de toewijzing, die niet meer dan vijf jaar mag bedragen.

Artikel 20. (01/07/2023- ...)

Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet verkrijgt de netwerkcoördinator voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 18, een compensatievergoeding.

De Vlaamse Regering bepaalt het maximale bedrag van de compensatie op basis van de volgende parameters:
1° de compensatie is niet hoger dan nodig om de kosten van de uitvoering van de openbaredienstverplichting, vermeld in artikel 18, volledig of gedeeltelijk te dekken, rekening houdend met de opbrengsten;
2° de maximale compensatie wordt vastgesteld op basis van de kosten die een gemiddelde, goed beheerde onderneming zou hebben gemaakt.

De Vlaamse Regering vermijdt bij het bepalen van het bedrag van de compensatie, vermeld in het tweede lid, dat de compensatie een economisch voordeel bevat waardoor de gecompenseerde ondernemingen ten opzichte van concurrerende ondernemingen kunnen worden bevoordeeld.

Artikel 21. (01/07/2023- ...)

Andere tegemoetkomingen dan de tegemoetkomingen die verkregen worden met toepassing van dit decreet bij de uitvoering van de acties van het geïntegreerde trajectplan, vermeld in artikel 15, worden in mindering gebracht van de compensatievergoeding, vermeld in artikel 20.

De Vlaamse Regering kan de vormen van tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.

Afdeling 5. Evaluatie en eindadvies (... - ...)

Artikel 22. (01/07/2023- ...)

Het casemanagementteam voert op het einde van het activeringstraject een evaluatie uit en registreert het eindverslag en het gemotiveerde eindadvies in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform.

Het eindverslag bevat minimaal al de volgende elementen:
1° de beschrijving van de acties tijdens het traject;
2° de resultaten van de acties tijdens het traject;
3° de informatie van het casemanagementteam;
4° de informatie van de betrokken dienstverleners;
5° een neerslag van het gesprek tussen de deelnemer en het casemanagementteam.

Afdeling 6. Registratie en gegevensdeling (... - ...)

Artikel 23. (01/07/2023- ...)

Het casemanagementteam en de dienstverleners registreren de acties die ze ondernemen in het kader van het activeringstraject, in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform.

Artikel 24. (01/07/2023- ...)

De VDAB verwerkt de persoonsgegevens van de kandidaat-deelnemer en van de deelnemer aan een activeringstraject om de beslissing tot deelname en de voortgang tijdens een activeringstraject op te volgen. De volgende gegevens worden verwerkt:
1° de identificatiegegevens;
2° het studie- en het beroepsverleden;
3° de beroepskwalificaties, de ervaring en de verworven competenties;
4° het noodzakelijke diagnostische materiaal van de kandidaat-deelnemer aan een activeringstraject dat voorhanden is, met het oog op een mogelijke deelname aan een activeringstraject;
5° de elementen om de afstand tot de arbeidsmarkt, de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt en de randvoorwaarden die een belemmering zijn bij de zoektocht naar werk in te schatten;
6° de noodzakelijke informatie met het oog op arbeidsbemiddeling, de begeleiding en de opleiding voor een inschakeling op de arbeidsmarkt na een activeringstraject.

De VDAB treedt op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, en wisselt persoonsgegevens uit met de casemanagers en de dienstverleners die betrokken zijn bij het activeringstraject. Voor de voormelde gegevensuitwisseling gebruiken de VDAB, de casemanagers en de dienstverleners de volgende identificatiemiddelen:
1° het identificatienummer van het Rijksregister, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die in het Rijksregister opgenomen is;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, vermeld in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister opgenomen is.

Artikel 25. (01/07/2023- ...)

Met behoud van de toepassing van de noodzakelijke bewaring van de persoonsgegevens voor de latere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden, vermeld in artikel 89 van de algemene verordening gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens, vermeld in artikel 24, eerste lid, van dit decreet, bewaard gedurende de noodzakelijke duur voor de doeleinden, vermeld in artikel 10 van dit decreet, met een maximale bewaartermijn die niet meer mag bedragen dan tien jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijken behoren, en in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de verwerking van die gegevens.

Afdeling 7. Handhaving en sancties (... - ...)

Artikel 26. (01/07/2023- ...)

De Vlaamse Regering vermindert of vordert de compensatievergoeding, vermeld in artikel 16 en 20, terug als de netwerkcoördinator, de casemanagers Zorg, de gemandateerde samenwerkingsverbanden Zorg of de casemanager Werk de opdrachten, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, en de mandaatvoorwaarden, vermeld in artikel 12, 13 en 17, niet of onvoldoende naleven.

De Vlaamse Regering neemt de beslissing, vermeld in het eerste lid, nadat de betrokken partij de gelegenheid heeft gekregen om haar verweermiddelen voor te leggen. De Vlaamse Regering bepaalt de hoorprocedure.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de vermindering of de terugvordering van de compensatievergoeding.

Artikel 27. (01/07/2023- ...)

De Vlaamse Regering kan de mandaatbeslissing schorsen of intrekken als de casemanagers Zorg, de gemandateerde samenwerkingsverbanden Zorg, de casemanager Werk of de netwerkcoördinator de opdrachten, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten, en de mandaatvoorwaarden vermeld in artikel 12, 13 en 17, niet naleven.

De Vlaamse Regering kan de beslissing, vermeld in het eerste lid, alleen nemen nadat de betrokken partij de gelegenheid heeft gekregen om haar verweermiddelen voor te leggen. De Vlaamse Regering bepaalt de hoorprocedure.

HOOFDSTUK 5. Arbeidsmatige activiteiten (... - ...)

Artikel 28. (01/01/2024- ...)

Het aanbod van arbeidsmatige activiteiten en de invulling van de begeleiding wordt door de Vlaamse Regering nader gedefinieerd.

De Vlaamse Regering bepaalt de minimale kwaliteitsvoorwaarden voor het aanbod van arbeidsmatige activiteiten.

Artikel 29. (01/01/2024- ...)

Deelname aan arbeidsmatige activiteiten is mogelijk voor onbepaalde duur tenzij de evaluatie uitwijst dat deelname niet meer nodig of opportuun is.

De Vlaamse Regering bepaalt de doelgroep voor deelname aan arbeidsmatige activiteiten nader en kan de toegangsvoorwaarden bepalen.

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de deelname aan arbeidsmatige activiteiten wordt geëvalueerd.

Artikel 30. (01/01/2024- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden, het subsidiebedrag en de subsidieperiode voor het aanbod van arbeidsmatige activiteiten.

De Vlaamse Regering wijst de dienst of de diensten van de Vlaamse administratie aan die zijn belast met de subsidiëring van de arbeidsmatige activiteiten.

Artikel 31. (01/01/2024- ...)

De dienst of de diensten die de Vlaamse Regering conform artikel 30 van dit decreet aanwijst om arbeidsmatige activiteiten te subsidiëren, treden op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van persoonsgegevens van de deelnemers arbeidsmatige activiteiten om de deelname aan de arbeidsmatige activiteiten en de evaluatie op te volgen. De begeleiders arbeidsmatige activiteiten, en in voorkomend geval de organisaties die deelnemers toeleiden, bezorgen hiertoe de gegevens, vermeld in artikel 32, eerste lid.

Artikel 32. (01/01/2024- ...)

De volgende persoonsgegevens worden verwerkt voor de subsidiëring van de arbeidsmatige activiteiten:
1° de identificatiegegevens van de deelnemers arbeidsmatige activiteiten, met inbegrip van de eventuele evaluatie voor deelname;
2° de identificatiegegevens van de begeleiders arbeidsmatige activiteiten;
3° de start- en einddatum van de arbeidsmatige activiteiten.

Voor de gegevensuitwisseling, vermeld in het eerste lid, gebruiken de diensten de volgende identificatiemiddelen:
1° het identificatienummer van het Rijksregister, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die in het Rijksregister opgenomen is;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, vermeld in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister opgenomen is.

Artikel 33. (01/01/2024- ...)

Met behoud van de toepassing van de noodzakelijke bewaring van de persoonsgegevens voor de latere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden, vermeld in artikel 89 van de algemene verordening gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens, vermeld in artikel 32, eerste lid, bewaard gedurende de noodzakelijke duur voor de beoogde doeleinden, vermeld in artikel 32 van dit decreet, met een maximale bewaartermijn die niet meer mag bedragen dan tien jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke behoren, en in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de verwerking van die gegevens.

HOOFDSTUK 6. Toezicht en handhaving (... - ...)

Artikel 34. (01/07/2023- ...)

Met behoud van de toepassing van het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid, worden het toezicht en de controle op de uitvoering van hoofdstuk 4, 5 en 7 van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, uitgeoefend conform het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.

HOOFDSTUK 7. Ondersteunende of aanvullende dienstverlening (... - ...)

Artikel 35. (01/07/2023- ...)

De Vlaamse Regering kan binnen de perken van de begrotingskredieten een subsidie verlenen aan organisaties die ondersteunende of aanvullende dienstverlening verrichten in het kader van dit decreet.

De Vlaamse Regering bepaalt wat onder ondersteunende of aanvullende dienstverlening, vermeld in het eerste lid, wordt verstaan.

De Vlaamse Regering bepaalt het subsidiebedrag, de subsidieperiode, de subsidievoorwaarden en de aanvraagprocedure.

HOOFDSTUK 8. Rapportering (... - ...)

Artikel 36. (01/07/2023- ...)

De VDAB en de diensten die de Vlaamse Regering aanwijst voor de subsidiëring van de werk- en zorgtrajecten rapporteren minstens één keer per jaar aan de Vlaamse Regering over de werking van de werk- en zorgtrajecten in de verschillende werkingsgebieden.

HOOFDSTUK 9. Wijziging van het decreet van 30 april 2004 houdende sociaalrechtelijk toezicht (... - ...)

Artikel 37. (01/07/2023- ...)

In artikel 2, § 1, eerste lid, van het decreet van 30 april 2004 houdende sociaalrechtelijk toezicht, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2021, wordt punt 36° vervangen door wat volgt:
"36° hoofdstuk 4, 5 en 7 van het decreet van 8 juli 2022 over de werk- en zorgtrajecten;".

HOOFDSTUK 10. Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 38. (01/07/2023- ...)

Het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten, gewijzigd bij de decreten van 19 januari 2018, 8 juni 2018, 15 februari 2019 en 11 maart 2022, wordt opgeheven.

Artikel 39. (16/02/2023- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de maatregelen die nodig zijn voor de overgang van de regelgeving, vermeld in artikel 38.

Artikel 40. (01/07/2023- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 25/05/2024