Ministerieel besluit over de keuring van de binneninstallatie, de niet-aangesloten binneninstallatie, de installatie voor tweedecircuitwater en de privéwaterafvoer

Datum 20/03/2023

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen en definities
  2. HOOFDSTUK 2. Minimale vereisten ter beveiliging van terugstroming
  3. HOOFDSTUK 3. Nadere regels over de keuring
    1. Afdeling 1. Keuring van de binneninstallatie en de niet-aangesloten binneninstallatie
    2. Afdeling 2. Keuring van de installatie voor tweedecircuitwater
    3. Afdeling 3. Keuring van de privéwaterafvoer
  4. HOOFDSTUK 4. Organisatie en kwaliteitsborging van de keuring
  5. HOOFDSTUK 5. Inhoud en archivering van het keuringsattest en het keuringsdossier
  6. HOOFDSTUK 6. Slotbepalingen

Inhoud

( ... - ... )

Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, artikel 2.2.1 en artikel 2.2.2, §1, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting, de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk, en het algemeen waterverkoopreglement, artikel 7/1, §11, artikel 12/1, §8, artikel 12/3, §10, artikel 12/4, §11, artikel 27/6, §9, artikel 27/7, §8, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019;
- het besluit van 24 mei 2019 van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water, wat betreft de aanvraagprocedure om de debietsbeperking op de watertoevoer in te stellen of weg te nemen, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement, wat betreft onder andere de hervorming van de procedure voor de afsluiting van de watertoevoer, de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer, en tot wijziging van het besluit van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunningen, wat betreft een procedureel aspect, artikel 32, 2°.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 2 oktober 2020;
- De Vlaamse Toezichtcommissie heeft advies nr. 2020/41 gegeven op 6 oktober 2020;
- De Raad van State heeft advies 68.510/1 gegeven op 14 januari 2021.

Motivering
Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven:
- De bestaande keuring van de binneninstallatie (drinkwatervoorziening) en de privéwaterafvoer, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting, de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk, en het algemeen waterverkoopreglement zijn aanzienlijk uitgebreid met de keuring van de niet-aangesloten binneninstallatie en van de installatie voor tweedecircuitwater.
- Om de keuringen volledig en op een geharmoniseerde wijze te operationaliseren, zijn verdere bepalingen vereist zoals technische standaarden en bepalingen over wanneer er keuringsplicht is, over de draagwijdte van de keuring, over de eisen die opgelegd worden in functie van kwaliteitsborging en over de administratieve opvolging van de keuring. Dergelijke bepalingen worden met dit besluit vormgegeven.
- De keuringen worden ingevoerd om aan de hand van de nodige technische bepalingen de installaties te beoordelen op hun conformiteit en dus de mogelijkheid om ze aan te sluiten, en om na te gaan of te evalueren of alle aanwezige, te keuren installaties correct aangelegd zijn.
- De ontwerpbepalingen zijn technisch van aard en verwijzen waar nodig naar beschikbare normeringen om een uniforme keuringsaanpak voor het volledige Vlaamse Gewest te garanderen. Die uniforme keuringsaanpak moet bij de keuringen een gelijke beoordeling voor de titularis van de installaties mogelijk maken.

DE VLAAMSE MINISTER VAN JUSTITIE EN HANDHAVING, OMGEVING, ENERGIE EN TOERISME BESLUIT:

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen en definities (... - ...)

Artikel 1. ( 29/03/2023 - ... )

Dit besluit voorziet in een gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2020/2184  van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 ‘betreffende de kwaliteit  van voor menselijke consumptie bestemd water (herschikking)’, artikel 10.

Artikel 2. ( 29/03/2023 - ... )

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° besluit van 8 april 2011: het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting, de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk, en het algemeen waterverkoopreglement;
2° inventaris: een inventaris als vermeld in artikel 18, tweede lid;
3° uitvoeringsplan: een schematische voorstelling van het te keuren systeem die geen rekening houdt met de exacte plaats en ligging van de onderdelen ervan maar die, met behulp van symbolen, het te keuren systeem en de onderdelen die opgenomen zijn op de inventaris, weergeeft.

HOOFDSTUK 2. Minimale vereisten ter beveiliging van terugstroming (... - ...)

Artikel 3. ( 29/03/2023 - ... )

§1. De minimale vereisten ter beveiliging van terugstroming, hetzij in of naar de binneninstallatie of de niet-aangesloten binneninstallatie, hetzij naar het openbaar waterdistributienetwerk, worden gezamenlijk uitgewerkt door de exploitanten.
 
De Vlaamse Milieumaatschappij kan op elk moment, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de exploitant advies verlenen over de minimale vereisten ter beveiliging van terugstroming, vermeld in het eerste lid.

§2. De minimale vereisten ter beveiliging van terugstroming, vermeld in de eerste paragraaf, worden uiterlijk op 3 maanden na de inwerkingtreding aangemeld aan de Vlaamse Milieumaatschappij.

§3. Alle wijzigingen van de gezamenlijke minimale vereisten ter beveiliging van terugstroming, vermeld in de eerste paragraaf, worden aangemeld aan de Vlaamse Milieumaatschappij.

§4. De exploitant maakt de gezamenlijke minimale vereisten ter beveiliging van terugstroming, vermeld in de eerste paragraaf, bekend op zijn website, en maakt ze ook bekend via andere passende kanalen. Op verzoek van de klant bezorgt de exploitant de gezamenlijke minimale vereisten ter beveiliging van terugstroming aan de klant.

HOOFDSTUK 3. Nadere regels over de keuring (... - ...)

Afdeling 1. Keuring van de binneninstallatie en de niet-aangesloten binneninstallatie (... - ...)

Artikel 4. ( 29/03/2023 - ... )

De conformiteit voor aansluiting of voor gebruik van een binneninstallatie of een niet-aangesloten binneninstallatie wordt beoordeeld op basis van de volgende criteria:
1° de criteria, vermeld in punt 1.2 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, voor
een binneninstallatie die aangesloten is of aangesloten zal worden op het openbaar waterdistributienetwerk;
2°de criteria, vermeld in punt 1.3 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, voor een niet-aangesloten binneninstallatie in een onroerend goed dat aangesloten is of aangesloten wordt op het openbaar waterdistributienetwerk;
3° de criteria, vermeld in punt 1.4. van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, voor een niet-aangesloten binneninstallatie in een onroerend goed dat niet aangesloten is of wordt op het openbaar waterdistributienetwerk.

De Vlaamse Milieumaatschappij kan de criteria, vermeld in paragraaf 1, vanuit technisch oogpunt verduidelijken of nader specificeren.

Artikel 5. ( 29/03/2023 - ... )

Om de vastgestelde herstelmaatregelen uit te voeren conform artikel 7/1, §5, van het besluit van 8 april 2011, gelden de maximale termijnen, vermeld in punt 3.1 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 6. ( 29/03/2023 - ... )

Om de vastgestelde herstelmaatregelen uit te voeren conform artikel 7/1, §6, artikel 12/4, §6, en artikel 27/6, §6, van het besluit van 8 april 2011, gelden de maximale termijnen, vermeld in punt 3.2 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 7. ( 29/03/2023 - ... )

Om de vastgestelde herstelmaatregelen uit te voeren conform artikel 12/4, §5, van het besluit van 8 april 2011, gelden de maximale termijnen, vermeld in punt 3.3 van bijlage 2.

Artikel 8. ( 29/03/2023 - ... )

In artikel 7/1, §1, eerste lid, 2°, artikel 12/4, §1, 2°, en artikel 27/6, §1, eerste lid, 2°, van het besluit van 8 april 2011 wordt verstaan onder belangrijke wijzigingen:
 
alle wijzigingen in de binneninstallatie en de niet-aangesloten binneninstallatie die aanleiding kunnen geven tot een rechtstreekse verbinding als vermeld in artikel 7 van het voormelde besluit, of een inbreuk op de minimale vereiste beveiliging tegen terugstroming van langdurig stilstaand water of een vloeistof die behoort tot vloeistofcategorie 3, 4 of 5 als vermeld in punt 1.1 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 9. ( 29/03/2023 - ... )

De keuring van de binneninstallatie en de niet-aangesloten binneninstallatie beperkt zich in de volgende gevallen tot de volgende delen:
1° bij een keuring naar aanleiding van belangrijke wijzigingen die de volksgezondheid of de goede werking van de binneninstallatie, de niet- aangesloten binneninstallatie en het openbaar waterdistributienetwerk kunnen bedreigen, tot het deel van de binneninstallatie en de niet-aangesloten binneninstallatie waar belangrijke wijzigingen als vermeld in artikel 8, zijn uitgevoerd, als de overige delen van de binneninstallatie en de niet-aangesloten binneninstallatie al zijn gekeurd;
2° bij de keuring nadat herstelmaatregelen genomen zijn naar aanleiding van een voorafgaande keuring ervan, tot het deel van de binneninstallatie en de niet- aangesloten binneninstallatie waar de herstelmaatregelen zijn opgelegd, op voorwaarde dat de keuring uitgevoerd wordt door dezelfde keurder of door een keurder die voor dezelfde werkgever werkt.

Artikel 10. ( 29/03/2023 - ... )

Bij een keuring van een niet-aangesloten binneninstallatie informeert de keurder de aanvrager over de wettelijke kwaliteitseisen en de bijbehorende controleverplichtingen voor water bestemd voor menselijke consumptie.

Afdeling 2. Keuring van de installatie voor tweedecircuitwater (... - ...)

Artikel 11. ( 29/03/2023 - ... )

De gebruiksconformiteit voor een installatie voor tweedecircuitwater wordt beoordeeld op basis van de criteria, vermeld in 2.1 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 12. ( 29/03/2023 - ... )

De termijnen om de vastgestelde herstelmaatregelen uit te voeren conform artikel 12/3, §5, van het besluit van 8 april 2011, zijn opgenomen in punt 3.3 van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 13. ( 29/03/2023 - ... )

In artikel 12/3, §1, 2°, en artikel 27/7, §1, eerste lid, 2°, van het besluit van 8 april 2011 wordt verstaan onder belangrijke wijzigingen:
1° de plaatsing of wijziging van een bestaand bijvulsysteem of voedingspunt met water afkomstig van een binneninstallatie of een niet-aangesloten binneninstallatie in een installatie voor tweedecircuitwater;
2° de plaatsing of wijziging van een afnamepunt in een installatie voor tweedecircuitwater dat mogelijk kan worden aangewend voor toepassingen die water bestemd voor menselijke consumptie vereisen.

Artikel 14. ( 29/03/2023 - ... )

De keuring van de installatie voor tweedecircuitwater beperkt zich in de volgende gevallen tot de volgende delen:
1° bij een keuring naar aanleiding van belangrijke wijzigingen tot het deel van de installatie voor tweedecircuitwater waar belangrijke wijzigingen als vermeld in artikel 13, zijn uitgevoerd als de overige delen van de installatie voor tweedecircuitwater al zijn gekeurd;
2° bij een keuring nadat herstelmaatregelen genomen zijn naar aanleiding van een voorafgaande keuring ervan, tot het deel van de installatie voor tweedecircuitwater waar de herstelmaatregelen zijn opgelegd, op voorwaarde dat de keuring uitgevoerd wordt door dezelfde keurder of door een keurder die voor dezelfde werkgever werkt.

Afdeling 3. Keuring van de privéwaterafvoer (... - ...)

Artikel 15. ( 29/03/2023 - ... )

§1. De conformiteit voor aansluiting van een privéwaterafvoer wordt beoordeeld op basis van de criteria, vermeld in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.

§2. De criteria, vermeld in paragraaf 1, kunnen aangevuld worden met gezamenlijke nadere technische specificaties van de exploitanten.

De Vlaamse Milieumaatschappij kan op elk moment, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de exploitant advies verlenen over de gezamenlijke nadere technische specificaties, vermeld in het eerste lid.

§3. De gezamenlijke nadere technische specificaties of elke wijziging van de gezamenlijke nadere technische specificaties worden aan de Vlaamse Milieumaatschappij aangemeld.

De exploitant maakt de gezamenlijke nadere technische specificaties bekend op zijn website en via andere passende kanalen. Op verzoek van de klant bezorgt de exploitant hem de gezamenlijke nadere technische specificaties.

Artikel 16. ( 29/03/2023 - ... )

Om de vastgestelde herstelmaatregelen uit te voeren conform artikel 12/1, §4, van het besluit van 8 april 2011, geldt een maximale termijn van zestig dagen.

Artikel 17. ( 29/03/2023 - ... )

De keuring van de privéwaterafvoer beperkt zich in geval van een keuring nadat herstelmaatregelen genomen zijn naar aanleiding van een voorafgaande keuring ervan, tot het deel van de privéwaterafvoer waar de herstelmaatregelen zijn opgelegd, op voorwaarde dat de keuring uitgevoerd wordt door dezelfde keurder of door een keurder die voor dezelfde werkgever werkt.

HOOFDSTUK 4. Organisatie en kwaliteitsborging van de keuring (... - ...)

Artikel 18. ( 29/03/2023 - ... )

Voor de keuring van een binneninstallatie, een niet-aangesloten binneninstallatie, een installatie voor tweedecircuitwater of de privéwaterafvoer stelt de aanvrager de volgende informatie ter beschikking van de keurder:
1° bij een keuring voor een eerste ingebruikname:
  a) de inventaris van het te keuren systeem met de bijbehorende bewijsstukken;
  b) een uitvoeringsplan van het te keuren systeem;
  c) de omgevingsvergunning in geval van een keuring van de privéwaterafvoer;
2° bij een keuring om een andere reden dan een eerste ingebruikname:
  a) de inventaris van het te keuren systeem met de bijhorende bewijstukken, op basis van de gegevens die beschikbaar zijn voor de aanvrager;
  b) een uitvoeringsplan van het te keuren systeem.
 
Onder inventaris als vermeld in paragraaf 1, 1°, wordt een van de volgende inventarissen voor een van de volgende systemen verstaan:
1° inventaris binneninstallatie: de identificatie van de ontwerper en installateur van de installatie en een overzicht van alle kranen, beveiligingen, toestellen en alle gebruikte additieven in de binneninstallatie met, indien van toepassing en conform de richtlijnen van de exploitant, de vermelding van de naam, het type of het
serie- en fabricagenummer;
2° inventaris installatie voor tweedecircuitwater: de identificatie van de ontwerper en installateur van de installatie en een overzicht van alle afnamepunten en bijvulsystemen of voedingspunten in de installatie voor tweedecircuitwater;
3° inventaris privéwaterafvoer: een overzicht met informatie als vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, over het gebouw, het dak, de verharding, een individuele (voor)behandelingsinstallatie, de buffervoorziening, de infiltratievoorziening en de hemelwaterput, die geïnventariseerd moet worden voor de keuring van de privéwaterafvoer;
4° inventaris niet-aangesloten binneninstallatie: de identificatie van de ontwerper en installateur van de installatie en een overzicht van alle kranen, beveiligingen, toestellen en alle gebruikte additieven in de niet-aangesloten binneninstallatie met, indien van toepassing en conform de richtlijnen van de exploitant, de vermelding van de naam, het type of het serie- en fabricagenummer, van de aangewende waterbronnen voor de bevoorrading van de niet-aangesloten binneninstallatie.

Artikel 19. ( 29/03/2023 - ... )

Een keurder mag niet betrokken zijn bij activiteiten die in conflict kunnen zijn met de onafhankelijkheid van zijn oordeel en zijn integriteit met betrekking tot zijn keuringsactiviteiten.

Artikel 20. ( 29/03/2023 - ... )

De keuring van de binneninstallatie, de niet-aangesloten binneninstallatie, de installatie voor tweedecircuitwater en de privéwaterafvoer wordt georganiseerd en uitgevoerd volgens de NBN EN ISO/IEC 17020.

De exploitant of het samenwerkingsverband met derden als vermeld in artikel 7/1, §3, artikel 12/1, §3, artikel 12/3, §4, artikel 12/4, §4, artikel 27/6, §3, en artikel 27/7, §3, van het besluit van 8 april 2011, waarborgt de kwaliteit van het keuringsproces voor keuringen waarop dit besluit betrekking heeft door uiterlijk op 1 jaar na inwerkingtreding van dit besluit op basis van de criteria van de norm NBN EN ISO/IEC 17020 geaccrediteerd te zijn als keuringsinstelling type A voor wat betreft de keuringen van de privéwaterafvoer en als keuringsinstelling type C voor de overige keuringen.

Het bewijs van accreditatie en de auditverslagen die aan de accreditatie gekoppeld zijn, worden ter beschikking gehouden van de Vlaamse Milieumaatschappij.

Elke wijziging in de status van accreditatie wordt gemeld aan de Vlaamse Milieumaatschappij.

Artikel 21. ( 29/03/2023 - ... )

De exploitant maakt de lijst van de door hem aanvaarde keurders bekend via zijn website en via andere passende kanalen.

HOOFDSTUK 5. Inhoud en archivering van het keuringsattest en het keuringsdossier (... - ...)

Artikel 22. ( 29/03/2023 - ... )

Het keuringsattest bevat uitsluitend de volgende gegevens:
1° een unieke identificatie en uitgiftedatum;
2° de identificatie van de keurder;
3° het adres van het onroerend goed dat wordt gekeurd;
4° de datum van uitvoering van de keuring;
5° bij een keuring van een binneninstallatie, een niet-aangesloten binneninstallatie of een installatie voor tweedecircuitwater: de aanduiding van het type gebouw met specificering of het gaat over een publiek gebouw categorie 1 of categorie 2 als vermeld in artikel 11, §3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002;
6° bij een keuring van een privéwaterafvoer: de aanduiding of het een lozing betreft van huishoudelijk afvalwater of niet-huishoudelijk afvalwater;
7° het type keuring met specificering als vermeld in artikel 7/1, §1, artikel 12/1, §1, artikel 12/3, §1, artikel 12/4, §1, artikel 27/6, §1, en artikel 27/7, §1, van het besluit van 8 april 2011;
8° het type installatie met specificering of het gaat om een binneninstallatie, een installatie voor tweedecircuitwater, een niet-aangesloten binneninstallatie of een privéwaterafvoer;
9° de benodigde informatie om de conformiteit van de te keuren installatie te kunnen beoordelen conform bijlage 2 en 3;
10° de uitspraak over de conformiteit van de gekeurde installatie;
11° de herstelmaatregelen en de uitvoeringstermijn van de herstelmaatregelen, vermeld in artikel 7/1, §5 en §6, artikel 12/1, §4, artikel 12/3, §5, artikel 12/4, §5 en §6, en artikel 27/6, §6, van het besluit van 8 april 2011;
12° de herstelmaatregelen, vermeld in artikel 7/1, §8, artikel 12/3, §6, artikel 12/4, §9, artikel 27/6, §8, en artikel 27/7, §6, van het besluit van 8 april 2011;
13° bij een keuring van een niet-aangesloten binneninstallatie: een verwijzing naar de wettelijke kwaliteitseisen die van toepassing zijn en de bijbehorende controleverplichtingen voor water bestemd voor menselijke consumptie;
14° een opmerkingenveld waarin aspecten die niet bepalend zijn voor de conformiteit kunnen worden opgenomen;
15° de volledige inventaris van het gekeurde systeem op basis van de vaststellingen tijdens de keuring.

De exploitant of het samenwerkingsverband met derden als vermeld in artikel 7/1, §4, artikel 12/1, §3, artikel 12/3, §4, artikel 12/4, §4, artikel 27/6, §3, en artikel 27/7, §3, van het besluit van 8 april 2011, legt uiterlijk 3 maanden na de inwerkingtreding van dit besluit het model van het keuringsattest dat gebruikt wordt voor de verschillende types van keuringen voor aan de Vlaamse Milieumaatschappij. Alle beoogde wijzigingen aan de modellen van de keuringsattesten worden voorgelegd aan de Vlaamse Milieumaatschappij.

De Vlaamse Milieumaatschappij legt de keuringsattesten vast die gebruikt mogen worden om een keuring uit te voeren. De Vlaamse Milieumaatschappij maakt het model van het attest bekend via zijn website.

Artikel 23. ( 29/03/2023 - ... )

De exploitant voorziet in een digitaal registratiesysteem waarin alle keuringsdossiers worden opgenomen, afgeleverd worden vanaf de inwerkingtreding van dit besluit. De exploitant start uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van dit besluit met de digitale registratie en zorgt uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van dit besluit ervoor dat minimaal het keuringsattest beschikbaar kan worden gesteld voor de klant via de woningpas.

Het keuringdossier bestaat uit de volgende documenten:
1° een uitvoeringsplan van het gekeurde systeem;
2° het keuringsattest voor het gekeurde systeem.

Artikel 24. ( 29/03/2023 - ... )

De klant of de titularis is verplicht om het keuringsdossier bij te houden en ter beschikking te stellen in het kader van controle- en inventarisatietaken van de exploitant.

HOOFDSTUK 6. Slotbepalingen (... - ...)

Artikel 25. ( 29/03/2023 - ... )

Het ministerieel besluit van 28 juni 2011 betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 22 april 2014, wordt opgeheven.

Artikel 26. ( 29/03/2023 - ... )

Bij een herkeuring naar aanleiding van een voorafgaande keuring vóór de inwerkingtreding van dit besluit gelden de bepalingen van dit besluit. De herkeuring beperkt zich tot het deel van de installatie waar de herstelmaatregelen zijn uitgevoerd.

Artikel 27. ( 29/03/2023 - ... )

Artikel 15, 19, 20 en 30 van het besluit van 24 mei 2019 van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water, wat betreft de aanvraagprocedure om de debietsbeperking op de watertoevoer in te stellen of weg te nemen, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement, wat betreft onder andere de hervorming van de procedure voor de afsluiting van de watertoevoer, de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer, en tot wijziging van het besluit van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunningen, wat betreft een procedureel aspect treden in werking overeenkomstig artikel 32, 2° van dat besluit.

Artikel 28. ( 29/03/2023 - ... )

Dit ministerieel besluit treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking.

BIJLAGE ( 29/03/2023 - ... )

Bijlage 1. Overzicht van de onderdelen en de noodzakelijke gegevens ervan, op te nemen in de inventaris privéwaterafvoer als vermeld in artikel 18, tweede lid, 3°
 

ONDERDEEL NOODZAKELIJKE GEGEVENS
hemelwaterput aanwezigheid hemelwaterput
  aanwezig en vergund volume van de hemelwaterput
  aanwezigheid afnamepunten
  ontvangstvoorziening voor overloop hemelwaterput
infiltratievoorziening aanwezigheid voorziening
  bovengrondse of ondergronds afwerking
  aanwezig en vergund volume van de infiltratievoorziening
  aanwezige en vergunde infiltratieoppervlakte van de voorziening
  ontvangstvoorziening voor overloop infiltratievoorziening
buffervoorziening aanwezigheid voorziening
  bovengrondse of ondergrondse afwerking
  aanwezig en vergund volume van de buffervoorziening
  ontvangstvoorziening voor overloop buffervoorziening
individuele behandelingsinstallatie(s) aanwezigheid
  capaciteit van de voorziening
  ontvangstvoorziening voor overloop voorziening
individuele voorbehandelingsinstallatie(s) aanwezigheid
  type
  volume van de voorziening
dak oppervlakte
  type
verharding oppervlakte
perceel oppervlakte

BIJLAGE ( 29/03/2023 - ... )

Bijlage 2. Criteria voor de beoordeling van de conformiteit voor aansluiting of gebruik van een binneninstallatie en een niet-aangesloten binneninstallatie en de conformiteit voor gebruik van een installatie voor tweedecircuitwater

1. Criteria voor de beoordeling van de conformiteit voor aansluiting of gebruik van een binneninstallatie en een niet-aangesloten binneninstallatie

1.1. Vloeistofcategorieën als vermeld in artikel 8

cat. omschrijving
1 water bestemd voor menselijke consumptie, dat rechtstreeks afkomstig is van een drinkwaterdistributiesysteem
2 vloeistof die geen gevaar voor de menselijke gezondheid oplevert
vloeistof die erkend is als geschikt voor menselijke consumptie, inclusief water dat afkomstig is uit een drinkwaterdistributiesysteem, dat een verandering in smaak, geur, kleur of temperatuur (verwarming of koeling) kan hebben ondergaan
3 vloeistof die een gering gevaar inhoudt voor de menselijke gezondheid door de aanwezigheid van een of meer schadelijke stoffen (LD50 > 200 mg/kg)
4 vloeistof die een gevaar inhoudt voor de menselijke gezondheid door de aanwezigheid van een of meer toxische of zeer toxische stoffen of een of meer radioactieve, mutagene of carcinogene stoffen (LD50  ≤ 200 mg/kg)
5 vloeistof die een gevaar inhoudt voor de menselijke gezondheid door de aanwezigheid van microbiologische of virale elementen

1.2 Criteria voor een binneninstallatie die aangesloten is of wordt op het openbaar waterdistributienetwerk als vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°


1.3. Criteria voor een niet-aangesloten binneninstallatie in een onroerend goed die aangesloten is of wordt op het openbaar waterdistributienetwerk als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°


1.4. Criteria voor een niet-aangesloten binneninstallatie in een onroerend goed die niet aangesloten is of wordt op het openbaar waterdistributienetwerk als vermeld in artikel 4, eerste lid, 3°


2. Criteria voor de beoordeling van de conformiteit van een installatie voor tweedecircuitwater

2.1. Criteria als vermeld in artikel 11


2.2. Voorzorgsmaatregelen voor een veilig gebruik van tweedecircuitwater

1. Aan alle aftappunten in een onroerend goed waar tweedecircuitwater kan worden afgenomen door een gebruiker, is in passend formaat en duidelijk zichtbaar het onderstaande pictogram of een ander gelijkwaardig pictogram aangebracht dat aangeeft dat het water uit het aftappunt niet gebruikt mag worden voor toepassingen waarvoor water bestemd voor menselijke consumptie vereist is.
P005 uit ISO 7010


2. Op locaties in publieke gebouwen categorie I en II, zoals vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002, waar water bestemd voor menselijke consumptie wordt aangeboden, is het verplicht om bijkomend aan de verplichting uit 1° ter hoogte van afnamepunten voor tweedecircuitwater de onderstaande vermelding aan te brengen.
GEEN DRINKBAAR WATER

3. Termijnen voor herstelmaatregelen

3.1. Termijnen voor herstelmaatregelen als vermeld in artikel 5
INBREUK op AANSLUITINGSCONFORMITEIT TERMIJN HERSTELMAATREGELEN
rechtstreekse verbinding met een niet- aangesloten binneninstallatie, een installatie voor tweedecircuitwater of een privéwaterafvoer
dertig kalenderdagen
risico op terugstroming van een vloeistof uit categorie 4 of 5 naar het openbaar waterdistributienetwerk
dertig kalenderdagen
afwezigheid of slechte werking van de minimale vereiste centrale beveiliging dertig kalenderdagen
risico op terugstroming van langdurig stilstaand water en van een vloeistof uit categorie 3 naar het openbaar waterdistributienetwerk
zestig kalenderdagen

3.2. Termijnen voor herstelmaatregelen als vermeld in artikel 6
INBREUK op GEBRUIKSCONFORMITEIT TERMIJN HERSTELMAATREGELEN
rechtstreekse verbinding met een niet- aangesloten binneninstallatie, een binneninstallatie, een installatie voor tweedecircuitwater of een privéwaterafvoer

dertig kalenderdagen
risico op terugstroming van langdurig stilstaand water en van een vloeistof uit categorie 3 naar de binneninstallatie of niet-aangesloten binneninstallatie
zestig kalenderdagen
risico op terugstroming van een vloeistof uit categorie 4 of 5 naar de binneninstallatie of niet-aangesloten binneninstallatie dertig kalenderdagen

3.3. Termijnen voor herstelmaatregelen als vermeld in artikel 7 en 12
INBREUK op GEBRUIKSCONFORMITEIT TERMIJN HERSTELMAATREGELEN
niet stromen in een afzonderlijk leidingnet dertig kalenderdagen
in verbinding kunnen komen met een binneninstallatie of een niet- aangesloten binneninstallatie dertig kalenderdagen

BIJLAGE ( 29/03/2023 - ... )

Bijlage 3. Criteria voor de beoordeling van de conformiteit voor aansluiting van de privéwaterafvoer als vermeld in artikel 15, §1



Schema 1. Criteria voor de beoordeling van de conformiteit van de afvoer van huishoudelijk afvalwater


Schema 2. Criteria voor de beoordeling van de conformiteit van de afvoer van niet-huishoudelijk afvalwater


Schema 3. Criteria voor de beoordeling van de conformiteit van de scheiding van afvalwater en hemelwater en de afstemming op de wetgeving inzake opvang, gebruik en afvoer van hemelwater

A. Conform artikel 12/1, §1, eerste lid, 1°, van het besluit van 8 april 2011


B. Conform artikel 12/1, §1, eerste lid, 2°, van het besluit van 8 april 2011, partim nieuwe bijkomende huisaansluiting


C. Conform artikel 12/1, §1, eerste lid, 2°, van het besluit van 8 april 2011, partim plaatsing van een IBA


D. Conform artikel 12/1, §1, eerste lid, 3°, van het besluit van 8 april 2011


E. Conform artikel 12/1, §1, eerste lid, 4°, van het besluit van 8 april 2011






 


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 23/10/2026