Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de statuten van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn

Datum 03/03/2023

Inhoud

( ... - ... )

Rechtsgrond
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 31 juli 1990 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn, artikel 2, vierde lid. 

Vormvereiste
De volgende vormvereiste is vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 21 februari 2023.

Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
 

Artikel 1. ( 18/09/2023 - ... )

De statuten van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn, waarvan de tekst is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, worden vastgesteld.

Artikel 2. ( 18/09/2023 - ... )

Het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011 tot vaststelling van de statuten van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn wordt opgeheven.

Artikel 3. ( 18/09/2023 - ... )

De Vlaamse minister, bevoegd voor het gemeenschappelijk vervoer, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE ( 18/09/2023 - ... )

Bijlage. Statuten van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn

STATUTEN VAN HET PUBLIEKRECHTELIJK VORMGEGEVEN EXTERN VERZELFSTANDIGD AGENTSCHAP
VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ – DE LIJN, AFGEKORT VVM - De Lijn

HOOFDSTUK I. – Algemene bepaling

Art. 1. Onderhavige statuten van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn, afgekort VVM - De Lijn, hierna te noemen "de Maatschappij", worden vastgesteld overeenkomstig artikel 2, vierde lid, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn, hierna genoemd 'het Decreet'.

HOOFDSTUK II. – Bestuursorganen van de Maatschappij

Afdeling 1.
– De algemene vergadering

Art. 2. De algemene vergadering wordt gehouden op de plaats door de raad van bestuur in de uitnodigingen aangeduid.

De uitnodiging vermeldt de door de raad van bestuur vastgestelde agenda en wordt door de voorzitter of de ondervoorzitter samen met de bijhorende documenten aan de aandeelhouders gezonden, ten minste acht werkdagen vóór de vergadering.

Aandeelhouders kunnen tot vóór de aanvang van de vergadering schriftelijke voorstellen van agendapunten indienen bij de voorzitter.

De vergadering beslist bij eenvoudige meerderheid van stemmen over de toevoeging van deze punten aan de agenda.

Art 3. Een aanwezigheidslijst van de aandeelhouders en het aantal aandelen dat zij vertegenwoordigen, wordt door ieder van hen bij de aanvang van de vergadering ondertekend.

De algemene vergadering is regelmatig samengesteld wanneer minstens de helft van de maatschappelijke aandelen vertegenwoordigd zijn. Haar beslissingen binden al de aandeelhouders.

Art. 4. De algemene vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad van bestuur of, in geval deze verhinderd is, door de ondervoorzitter.

In geval van verhindering van de voorzitter en van de ondervoorzitter, wordt het voorzitterschap van de algemene vergadering waargenomen door de oudste in leeftijd van de aanwezige bestuurders.

De voorzitter kiest zijn secretaris. Samen met de andere aanwezige leden van de raad van bestuur vormen zij het bureau.

In geval van stemming worden aan het bureau twee aandeelhouders als stemopnemers toegevoegd.

De beslissingen worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen wordt elk voorstel waarover wordt gestemd, verworpen.

De geheime stemming kan gevraagd worden door tien aandeelhouders. Wanneer er over personen gestemd wordt is de stemming van rechtswege geheim.

Art. 5. De gewone algemene vergadering komt van rechtswege elk jaar bijeen de laatste dinsdag van de maand mei, om 14 uur.

De gewone algemene vergadering krijgt mededeling van het verslag van de raad van bestuur, alsmede van het verslag van de commissaris. Zij doet uitspraak over deze verslagen en over de jaarrekeningen, benoemt de commissaris en verleent bij een bijzondere stemming kwijting voor de uitoefening van hun mandaat aan de raad van bestuur en aan de commissaris. In voorkomend geval spreekt zij zich uit over de andere op de agenda geplaatste punten.

Art. 6. De raad van bestuur kan beslissen buitengewone algemene vergaderingen bijeen te roepen. De raad van bestuur is ertoe gehouden een buitengewone algemene vergadering binnen de dertig dagen bijeen te roepen op verzoek van de Vlaamse Regering. Het verzoek vermeldt de op de agenda te plaatsen onderwerpen.

Art. 7. De notulen van de gewone en van de buitengewone algemene vergadering worden ondertekend door de leden van het bureau.

Afdeling 2. – De raad van bestuur

Art. 8. De benoemingen en ontslagen van bestuurders worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Art. 9. In geval van verhindering van de voorzitter worden de vergaderingen van de raad van bestuur voorgezeten door de ondervoorzitter of, in geval van verhindering, door de oudste in leeftijd van de aanwezige bestuurders.

Art. 10. De raad van bestuur vergadert minstens tienmaal per jaar; hij wordt bijeengeroepen door de voorzitter of in geval van verhindering door de ondervoorzitter.

Daarbuiten roept de voorzitter, of in geval van verhindering de ondervoorzitter, de raad van bestuur samen indien hij van oordeel is dat het belang van de Maatschappij dit vereist, of indien twee bestuurders daarom verzoeken.

De uitnodiging vermeldt de door de voorzitter of de ondervoorzitter bepaalde agenda. Zij wordt ten minste acht werkdagen vóór de vergadering samen met de bijhorende documenten toegestuurd.

Art. 11. De raad van bestuur beraadslaagt slechts geldig zo ten minste de helft van zijn leden aanwezig is.

De beslissingen worden genomen bij eenvoudige meerderheid van stemmen.

Elke bestuurder beschikt over één stem, met dien verstande dat in geval van staking van stemmen de stem van de voorzitter beslissend is.

In gevallen van hoogdringendheid kunnen beslissingen genomen worden gezamenlijk door de voorzitter, of bij verhindering de ondervoorzitter, en een bestuurder, onder voorbehoud van bekrachtiging door de Raad van Bestuur in zijn eerstvolgende vergadering.

Iedere bestuurder kan schriftelijk, onder welke vorm ook, een andere bestuurder afvaardigen om hem te vertegenwoordigen op een welbepaalde vergadering van de raad van bestuur en om voor hem en in zijn plaats te stemmen. In dat geval wordt de lastgever geacht aanwezig te zijn. Iedere bestuurder kan per vergadering ten hoogste één andere bestuurder vertegenwoordigen. De volmacht wordt bij de notulen van de vergadering gevoegd.

Art. 12. Indien tijdens een vergadering de raad van bestuur niet in voldoende aantal is om geldig te beraadslagen kan hij, na een nieuwe uitnodiging, geldig beraadslagen over de zaken die voor de tweede maal op de agenda staan, om het even hoeveel leden aanwezig zijn.

Art. 13. De notulen van de raad van bestuur worden in een op de zetel van de Maatschappij gehouden bijzonder register ingeschreven. Zij worden ondertekend door ten minste de helft van de leden van de raad die aan de beraadslagingen hebben deelgenomen.

De afschriften of uittreksels van de notulen worden ondertekend door ten minste twee bestuurders.

Art. 14. De raad van bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het doel van de Maatschappij met inachtneming van de beperkingen gesteld door het Bestuursdecreet, het Decreet en deze statuten.

De raad van bestuur beschikt in elk geval over de volgende bevoegdheden:
1° stelt de exploitatiebegroting van de Maatschappij vast;
2° benoemt de personeelsleden van het hoogste niveau, zoals bepaald in artikel 28 van het Decreet;
3° bepaalt de bevoegdheden van de directeur-generaal, de directeuren en de afdelingshoofden, onverminderd de bepalingen van het Decreet;
4° stelt het corporate governance charter vast;
5° sluit de jaarrekeningen van de Maatschappij af en legt ze, met zijn verslag, aan de algemene vergadering voor;
6° sluit met de Vlaamse Regering een openbaar dienstencontract af;
7° stelt het administratief en geldelijke statuut van het personeel alsmede de personeelsformatie van de Maatschappij vast;
8° keurt de ontwerpen van collectieve arbeidsovereenkomsten goed;
9° roept de algemene vergadering bijeen en stelt de agenda vast, onverminderd de bepalingen van artikel 2.
Deze opsomming is niet beperkend.

Art. 15. §1. De directeur-generaal is belast met het dagelijks bestuur. Binnen het kader van het dagelijks bestuur kan de directeur-generaal specifieke bevoegdheden aan een of meer personen toekennen.

§2. De raad van bestuur kan haar bevoegdheden delegeren aan de directeur- generaal, personen of organen op de wijze die zij wenselijk acht, onder voorbehoud en mits inachtname van de bepalingen van het Bestuursdecreet, het Decreet en onderhavige statuten.

Over het gebruik van de delegaties wordt op de door de raad van bestuur bepaalde wijze gerapporteerd op een gestructureerde, exacte, toegankelijke, beknopte en ter zake doende wijze.

§3. De verleende delegatie houdt in voorkomend geval tevens de bevoegdheid in om de Maatschappij in en buiten rechte daarvoor te vertegenwoordigen.

Art. 16. De raad van bestuur richt een auditcomité op en bepaalt de samenstelling, de bevoegdheden en de werking hiervan.

De raad van bestuur richt een remuneratiecomité op en bepaalt de samenstelling, de bevoegdheden en de werking hiervan.

Art. 17. De raad van bestuur stelt het corporate governance charter op, waarbij tevens beschreven wordt op welke wijze zij haar bevoegdheden uitoefent, alsook de werking en bevoegdheden van de overige organen en comités van de Maatschappij wordt toegelicht.

Art. 18. Onverminderd de algemene vertegenwoordigingsmacht van de raad van bestuur als college, wordt de Maatschappij in rechte en ten aanzien van derden, hieronder begrepen een openbaar ambtenaar, rechtsgeldig vertegenwoordigd: 1° door de gezamenlijke handtekening van de voorzitter van de raad van bestuur, of in geval van verhindering van deze laatste, door die van de ondervoorzitter, en die van de directeur-generaal;
2° door de handtekening van de directeur-generaal, binnen de grenzen van het dagelijks bestuur;
3° door de handtekening van elke andere persoon die optreedt binnen de grenzen van het mandaat of de delegatie verleend door de raad van bestuur of de directeur-generaal; zij dienen geen bewijs van een voorafgaandelijk besluit van de raad van bestuur of gedelegeerd bestuurder voor te leggen.

Afdeling 3. – De directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal

Art. 19. De directeur-generaal voert de beslissingen genomen door de raad van bestuur uit en voert het dagelijks bestuur van de Maatschappij.

De directeur-generaal handelt met volheid van bevoegdheid, inzonderdheid voor de bevoegdheden die aan hem of haar zijn gedelegeerd door de raad van bestuur overeenkomstig de voorwaarden gesteld door de raad van bestuur.

De directeur-generaal kan bevoegdheden en verantwoordelijkheden die hem of haar opgedragen zijn, delegeren aan de personen die hij of zij aanwijst als hij of zij dit nodig mocht achten voor de goede gang van zaken van de diensten. Hij of zij deelt dit mee aan de raad van bestuur.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 08/03/2026