Wetboek Veldwetboek

Datum 07/10/1886

Inhoudstafel

  1. Titel I. Plattelandsregeling
    1. Hoofdstuk I. Graafrecht
    2. Hoofdstuk II. Gewassen, veldvruchten, bijen
    3. Hoofdstuk III. Bevloeiing en drooglegging
    4. Hoofdstuk IV. Klauwengang en stoppelweide
    5. Hoofdstuk V. Afsluiting van eigendommen – Afstand voor beplantingen – Afbakening van landbouw- en bosbouwzones
    6. Hoofdstuk VI. Grensbepaling en afpaling
  2. Titel II. Veldpolitie
    1. Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
    2. Hoofdstuk II. Veldwachters
    3. Hoofdstuk III. Opsporing van wanbedrijven en overtredingen
    4. Hoofdstuk IV. Vervolging van wanbedrijven en overtredingen
    5. Hoofdstuk V. Misdrijven en straffen
    6. Hoofdstuk VI. Teruggave en schadevergoeding
    7. Hoofdstuk VII. Tenuitvoerlegging van vonnissen
  3. Slotbepaling

Inhoud

Titel I. Plattelandsregeling (... - ...)

Hoofdstuk I. Graafrecht (... - ...)

Artikel 1. ( 20/07/2024 - ... )

...

Artikel 2. ( 20/07/2024 - ... )

...

Artikel 3. ( 20/07/2024 - ... )

...

Artikel 4. ( 20/07/2024 - ... )

...

Artikel 5. ( 20/07/2024 - ... )

...

Artikel 6. ( 20/07/2024 - ... )

...

Artikel 7. ( 20/07/2024 - ... )

...

Artikel 8. ( 20/07/2024 - ... )

...

Artikel 9. ( 20/07/2024 - ... )

...

Artikel 10. ( ... - ... )

...

Hoofdstuk II. Gewassen, veldvruchten, bijen (... - ...)

Artikel 11. ( 20/07/2024 - ... )

...

Artikel 12. ( ... - ... )

Bij koninklijk besluit worden maatregelen bepaald tot het verdelgen van rupsen en insekten of tot het uitroeien van distels en schadelijke gewassen.

Maatregelen om te voorkomen dat insecten of andere dieren, alsmede cryptogamen of andere voor de landbouw schadelijke gewassen, in het land worden binnen gebracht en verspreid, worden insgelijks bij koninklijk besluit bepaald ter uitvoering van de artikelen 1, 3, 5 en 7 der wet van 30 december 1882 betreffende de diergeneeskundige politie.

Artikel 13. ( 01/07/1992 - ... )

...

Artikel 14. ( ... - ... )

De eigenaar van een bijenzwerm heeft het recht er opnieuw bezit van te nemen, zolang hij niet opgehouden heeft hem te volgen of terug te vorderen.

Anders behoort de zwerm toe aan de eerste bezitnemer en, bij gebreke van een eerste bezitnemer, aan hem die de eigendom of het genot heeft van de grond waarop de zwerm zich heeft neergezet.

Hoofdstuk III. Bevloeiing en drooglegging (... - ...)

Artikel 15. ( ... - ... )

Iedere eigenaar die ter bevloeiing van zijn erf gebruik wil maken van natuurlijk of kunstmatig gewonnen water waarover hij het recht heeft te beschikken, kan tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling het recht verkrijgen om dit water over de tussengelegen erven te leiden.

Artikel 16. ( ... - ... )

De eigenaars van de lager gelegen erven moeten het water van de aldus bevloeide gronden ontvangen, met dien verstande dat hun een vergoeding verschuldigd kan zijn.

Artikel 17. ( ... - ... )

Dit recht om water over de tussengelegen erven te leiden kan onder dezelfde voorwaarden worden verleend aan de eigenaar van een moeras of van een geheel of gedeeltelijk overstroomde grond om het schadelijke water afloop te geven, alsmede aan de eigenaar van een vochtige grond die door middel van ondergrondse leidingen of van greppels moet worden drooggemaakt.

Artikel 18. ( ... - ... )

Gebouwen, alsmede binnenplaatsen, tuinen, parken en besloten erven die aan een woning palen, zijn niet onderworpen aan de erfdienstbaarheid waarvan sprake is in de drie voorgaande artikelen.

Artikel 19. ( ... - ... )

Iedere eigenaar die tot bevloeiing van zijn eigendom gebruik wil maken van het water waarover hij het recht heeft te beschikken, kan tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling het recht verkrijgen om de voor zijn watervang noodzakelijke kunstwerken te doen rusten op het erf van de aangelande van de andere oever.

Die kunstwerken moeten derwijze worden gebouwd en onderhouden dat zij geen schade berokkenen aan de naburige erven.

Gebouwen, alsmede binnenplaatsen en tuinen die aan een woning palen, zijn aan deze erfdienstbaarheid niet onderworpen.

Artikel 20. ( ... - ... )

De aangelande van wie gevorderd wordt dat het kunstwerk op zijn erf zal rusten, kan steeds het gemeenschappelijk gebruik van de stuw verkrijgen, mits hij in de bouw- en onderhoudskosten bijdraagt naar verhouding van de oppervlakte die iedere gebruiker wil bevloeien en van de hoeveelheid water waarover hij zal beschikken.

Vordert de aangelande het gemeenschappelijk gebruik eerst nadat het werk begonnen of voltooid is, dan draagt alleen hij de kosten van de veranderingen die nodig zijn om die stuw geschikt te maken voor de bevloeiing van zijn erf.

Artikel 21. ( ... - ... )

Geschillen betreffende de vestiging van de in de vorige artikelen vermelde erfdienstbaarheden, de bepaling van de loop, de afmetingen en de vorm van de waterleiding, de bouw en het onderhoud van de kunstwerken voor de watervang, de verandering van reeds bestaande werken en de vergoeding van de eigenaar van het erf waardoor het water loopt, of dat het aflopend water ontvangt, of waarop het kunstwerk rust, worden gebracht voor de vrederechter van het kanton waar de erfdienstbaarheid gelegen is. De rechter moet het belang van het werk overeenbrengen met de eerbiediging van het eigendomsrecht.

Artikel 22. ( ... - ... )

...

Hoofdstuk IV. Klauwengang en stoppelweide (... - ...)

Artikel 23. ( ... - ... )

...

Artikel 24. ( ... - ... )

...

Artikel 25. ( ... - ... )

...

Artikel 26. ( ... - ... )

...

Artikel 27. ( ... - ... )

...

Artikel 28. ( ... - ... )

...

Hoofdstuk V. Afsluiting van eigendommen – Afstand voor beplantingen – Afbakening van landbouw- en bosbouwzones (... - ...)

Artikel 29. ( 01/09/2021 - ... )

[... (opgeh. W. 4 februari 2020, art. 31, I: 1 september 2021)]

Artikel 30. ( 01/09/2021 - ... )

[... (opgeh. W. 4 februari 2020, art. 31, I: 1 september 2021)]

Artikel 31. ( 01/09/2021 - ... )

[... (opgeh. W. 4 februari 2020, art. 31, I: 1 september 2021)]

Artikel 32. ( 01/09/2021 - ... )

[... (opgeh. W. 4 februari 2020, art. 31, I: 1 september 2021)]

Artikel 33. ( 01/09/2021 - ... )

[... (opgeh. W. 4 februari 2020, art. 31, I: 1 september 2021)]

Artikel 34. ( 01/09/2021 - ... )

[... (opgeh. W. 4 februari 2020, art. 31, I: 1 september 2021)]

Artikel 35. ( 01/09/2021 - ... )

[... (opgeh. W. 4 februari 2020, art. 31, I: 1 september 2021)]

Artikel 35bis. ( 20/07/2024 - ... )

§ 1. ...

§ 2. ...

§ 3. ...

§ 4. ...

§ 5. In de gedeelten van het grondgebied die voor de landbouw zijn bestemd, is bosaanleg met hoogstammige bomen verboden op minder dan 6 meter van de scheidingslijn tussen twee erven. In de voormelde zone van 6 meter is het wel mogelijk een bosrand tot ontwikkeling te laten komen die bestaat uit mantel-zoomvegetaties en die niet dichter dan een halve meter van de scheidingslijn komt. Als mantelvegetatie wordt de zone met struiken of hakhout bedoeld die lager is dan de hoogstammige bomen dieper in het bos. Als zoomvegetatie wordt de zone beschouwd die bestaat uit een ruige gras- en kruidachtige vegetatie die richting het bos overgaat in de mantelvegetatie. Deze bosrand wordt beschouwd als een bos in de zin van artikel 3, § 1, van het Bosdecreet van 13 juni 1990. Bovendien is voor bosaanleg vergunning van het college van burgemeester en schepenen vereist. Het college beslist binnen dertig dagen na de indiening van de aanvraag. Doet het dit niet binnen die termijn, dan wordt de vergunning geacht verleend te zijn. De weigering van de vergunning is met redenen omkleed. Binnen een maand na de kennisgeving kan beroep worden ingesteld bij de bestendige deputatie.

De bepalingen van het vorige lid zijn eveneens van toepassing op de voor bosbouw bestemde zone, langs de voor landbouw bestemde zone.

De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op systemen voor grondgebruik waarbij de teelt van bomen wordt gecombineerd met landbouw op dezelfde grond, toegepast op een perceel landbouwgrond als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwer, exploitatie en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid.

Artikel 35ter. ( 21/09/1974 - ... )

[... (opgeh. W. 12 juli 1973, art. 48, I: 21 september 1974)]

Artikel 36. ( 01/09/2021 - ... )

[... (opgeh. W. 4 februari 2020, art. 31, I: 1 september 2021)]

Artikel 36bis. ( 21/08/1976 - ... )

[Op vordering van het college van burgemeester en schepenen of van iedere belanghebbende beveelt de rechtbank de rooiing van de aanplanting die met overtreding van artikel 35bis, § 5, van dit Wetboek is gedaan of behouden.

Het vonnis beveelt dat, indien de rooiing niet binnen de gestelde tijd is geschied, de gemeente of de eiser voor de tenuitvoerlegging zullen zorgen op kosten en voor risico van de overtreder (ing. W. 12 juli 1976, art. 1, I: 21 augustus 1976)].

Artikel 37. ( 01/09/2021 - ... )

[... (opgeh. W. 4 februari 2020, art. 31, I: 1 september 2021)]

Hoofdstuk VI. Grensbepaling en afpaling (... - ...)

Artikel 38. ( 01/09/2021 - ... )

[... (opgeh. W. 4 februari 2020, art. 31, I: 1 september 2021)]

Artikel 39. ( 01/09/2021 - ... )

[... (opgeh. W. 4 februari 2020, art. 31, I: 1 september 2021)]

Artikel 40. ( ... - ... )

Voor de afpaling van eigendommen die onder de bosregeling vallen, gelden de voorschriften van het Boswetboek.

Artikel 41. ( ... - ... )

Wanneer de Staat, een provincie, een gemeente of een openbare instelling willen overgaan tot de algemene of gedeeltelijke grensbepaling van hun andere eigendommen dan waarvan sprake is in het vorig artikel, wordt deze verrichting twee maanden tevoren aangekondigd door bekendmaking en aanplakking in de gewone vorm en door plaatsing in een nieuwsblad van de provincie en van het arrondissement, indien er een bestaat.

De daaraan verbonden kosten worden gedragen door de partij die de grensbepaling heeft gevraagd.

Artikel 42. ( ... - ... )

De aangelanden ten aanzien van wie de grenzen dienen te worden erkend en bepaald, worden twee maanden tevoren in kennis gesteld van de dag waarop de verrichting zal plaatshebben.

De kennisgeving bevat de aanwijzing van de af te palen eigendommen. Zij wordt zonder kosten verstrekt door de plaatselijke officier van politie of veldwachter, op verzoek van het betrokken bestuur.

De kennisgeving wordt gedaan aan de persoon of aan de woonplaats, indien de eigenaars wonen binnen het ambtsgebied van de overheid die met de kennisgeving belast is. In het tegenovergestelde geval wordt zij aangetekend over de post verzonden.

De afgifte van de kennisgeving wordt vastgesteld door een proces-verbaal.

Artikel 43. ( ... - ... )

Op de gestelde dag heeft de grensbepaling plaats, onverschillig of de aangelanden aanwezig zijn of niet.

Zij wordt verricht door een beëdigd landmeter, in opdracht van het betrokken bestuur.

De medeëigenaars van onverdeelde goederen worden in alle gevallen opgeroepen overeenkomstig het vorig artikel.

Artikel 44. ( ... - ... )

Indien de aangelanden aanwezig zijn en er geen moeilijkheden rijzen betreffende het bepalen van de grenzen, wordt de op tegenspraak gedane erkenning vastgesteld door een proces-verbaal en een plan; deze worden ondertekend door de betrokken partijen en onderworpen aan de goedkeuring van de bestendige deputatie van de provincieraad; na deze goedkeuring is de verrichting definitief en wordt zij openbaar gemaakt op de wijze behandeld in artikel 41.

Artikel 45. ( ... - ... )

Indien de grensbepaling heeft plaatsgehad in afwezigheid van de aangelanden of van een van hen, worden het proces-verbaal en het plan onmiddellijk ter gemeente-secretarie neergelegd. Een dubbel ervan wordt neergelegd ter griffie van het provinciebestuur; aan de afwezige eigenaars wordt van deze neerlegging kennis gegeven in de vorm bepaald in artikel 42. Gedurende zes maanden te rekenen van de dag waarop die kennismaking is gedaan, kan ieder belanghebbende van die bescheiden inzage nemen en verzet doen bij het college van burgemeester en schepenen, dat daarvan onmiddellijk kennis geeft aan de bestendige deputatie.

Bij gebreke van verzet binnen zes maanden verklaart de bestendige deputatie die bescheiden goedgekeurd en deze verklaring wordt openbaar gemaakt (zoals in het artikel 41 is voorgeschreven). Het goedgekeurde proces-verbaal en het goedgekeurde plan gelden als titel voor de tienjarige en de twintigjarige verjaring.

Artikel 46. ( ... - ... )

Zodra het proces-verbaal van grensbepaling en het plan goedgekeurd zijn, wordt de afpaling verricht in aanwezigheid of althans na behoorlijke oproeping van de betrokken partijen.

Artikel 47. ( ... - ... )

Indien er een geschil rijst hetzij tijdens de verrichtingen, hetzij ten gevolge van verzet door een aangelande gedaan binnen de in artikel 45 bepaalde tijd, wordt het door de betrokken partijen voor de bevoegde rechtbank gebracht en wordt de afpaling tot na de beslissing uitgesteld.

Indien er een geschil rijst na de afpaling, kan de aangelande die de afpaling door de rechter doet vernietigen, veroordeeld worden om de kosten ervan te dragen.

Titel II. Veldpolitie (... - ...)

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen (... - ...)

Artikel 48. ( ... - ... )

Eens of zo nodig meer dan eens in het jaar worden ovens en schoorstenen door of vanwege de burgemeester geschouwd.

Deze geeft de nodige bevelen om ze met bekwame spoed, al naar het geval te doen reinigen, herstellen of slopen, onverminderd de in het Strafwetboek bepaalde straffen.

Artikel 49. ( ... - ... )

Wanneer een in de landbouw werkzaam persoon wegens een strafbaar feit aangehouden wordt terwijl hij, met behulp van dieren, ploeg of enig ander werk verricht of terwijl hij een kudde hoedt, treft de burgemeester dadelijk voorzieningen voor het onderhoud en de veiligheid van de dieren.

Artikel 50. ( ... - ... )

De burgemeester waakt voor de stipte uitvoering van de wetten en verordeningen betreffende:
1° (...), de gemeenteweide, het aren lezen en het naharken;
2° de vermeerdering en verbetering van de rassen van alle diersoorten die nuttig zijn voor de landbouw;
3° de bescherming en het behoud van dieren en vogels die nuttig zijn voor de landbouw;
4° de verdelging van dieren die schadelijk en gevaarlijk zijn voor de kudden;
5° de verdelging van dieren en insekten die schadelijk zijn voor de veldvruchten;
6° de uitroeiing van distels en andere gewassen die schadelijk zijn voor de landbouw;
7° de middelen om besmettelijke ziekten te voorkomen en te stuiten bij alle diersoorten die nuttig zijn voor de landbouw.

Hoofdstuk II. Veldwachters (... - ...)

Artikel 51. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Artikel 52. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Artikel 53. ( ... - ... )

...

Artikel 54. ( ... - ... )

...

Artikel 55. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Artikel 55bis. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Artikel 56. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Artikel 57. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Artikel 58. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Artikel 59. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Artikel 59bis. ( 01/06/1989 - ... )

[... (opgeh. W. 26 mei 1989, art. 2, I: 1 juni 1989)]

Artikel 60. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Artikel 61. ( 20/07/2024 - ... )

In [gemeenten (verv. W. 19 april 1999, art. 8, I: 1 januari 2001)] hebben openbare instellingen en bijzondere personen het recht bijzondere [veldwachters (verv. W. 19 april 1999, art. 8, I: 1 januari 2001)] aan te stellen om hun vruchten en gewassen, de vruchten en gewassen van hun pachters of huurders en hun eigendommen van welke aard ook te bescherrnen, alsmede om hun vis- en jachtterreinen te bewaken.

[Die wachters zijn bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie in de gevallen waarvoor ze bevoegd zijn om misdrijven op te sporen en vast te stellen (verv. W. 7 december 1998, art. 230, I: 1 januari 2001)].

De aanstellers zijn gehouden hen door de provinciegouverneur te doen erkennen, de procureur des Konings gehoord, en in de benoerningsakte de aard en de ligging aan te wijzen van de goederen die onder hun bewaking staan.

Artikel 62. ( ... - ... )

De bijzondere veldwachters mogen gewapend zijn met geweren met meer dan één schot.

Artikel 63. ( 16/12/1986 - Datum afhankelijk van externe gebeurtenis )

Zij treden in dienst na in handen van de vrederechter van het kanton van hun verblijfplaats [de eed te hebben afgelegd die door de leden van het personeel van de gemeentepolitie wordt afgelegd (verv. W. 11 februari 1986, art. 5, I: 16 december 1986)]:

Zij zijn bovendien gehouden hun aanstelling en de akte van hun beëdiging te doen registreren ter griffie van de vredegerechten binnen welker rechtsgebied zij hun ambt moeten waarnemen.

De gouverneur kan de erkenning van de bijzondere wachters intrekken; zij worden vooraf gehoord.

Hij die de aanstelling van zijn bijzondere wachter intrekt, is gehouden daarvan onmiddellijk bij aangetekende brief kennis te geven aan de gouverneur. De intrekking van de aanstelling heeft eerst gevolg van de dag waarop de gouverneur er akte van heeft genomen.

Artikel 64. ( 23/05/1999 - ... )

[De Koning bepaalt de nadere regels inzake de wijze van aanstelling, opleiding, het uniform, de kentekens, legitimatiekaart, bewapening, leeftijdsvoorwaarden, onverenigbaarheden en nationaliteitsvoorwaarde van de bijzondere veldwachters (verv. W. 19 april 1999, art. 10, I: 23 mei 1999)].

Artikel 65. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Hoofdstuk III. Opsporing van wanbedrijven en overtredingen (... - ...)

Artikel 66. ( 01/01/2001 - ... )

[... (opgeh. W. 7 december 1998, art. 231, I: 1 januari 2001)]

Artikel 67. ( 25/04/2013 - ... )

De politieambtenaren van de lokale politie zijn belast met het opsporen en vaststellen van wanbedrijven en overtredingen inzake veld- en bospolitie, alsmede van jacht- en visserijmisdrijven, op het grondgebied waarvoor zij beëdigd zijn.

De door de leidend ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos aangewezen personeelsleden  zijn eveneens bevoegd om die verschillende wanbedrijven en overtredingen in het veld vast te stellen.

Artikel 68. ( 01/01/2001 - ... )

Zij zijn gemachtigd om het in overtreding aangetroffen vee of pluimgedierte, alsook de werktuigen, voertuigen en gespannen van de schuldige in beslag te nemen en in bewaring te stellen. Zij volgen de door de schuldige weggenomen voorwerpen tot in de plaatsen waar deze heengebracht zijn en stellen ze eveneens in bewaring. Zij mogen echter de huizen, gebouwen, binnenplaatsen en omheinde erven die eraan palen, niet betreden dan in aanwezigheid [... (opgeh. W. 19 april 1999, art. 12, I: 1 januari 2001)] [van een officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings (verv. W. 11 februari 1986, art. 5, I: 16 december 1986)].

Artikel 69. ( 25/04/2013 - ... )

In de gevallen bedoeld in artikel 68 mogen de door de leidend ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos aangewezen personeelsleden, niet weigeren, op straffe van een geldboete van 25 frank, de leden van de lokale politie of van de federale politie, die hun aanwezigheid vorderen. te vergezellen.

Ze zijn bovendien gehouden de in hun aanwezigheid opgemaakte processen-verbaal te ondertekenen; in geval zij weigeren, wordt hiervan melding gemaakt in deze processen-verbaal.

Artikel 70. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Artikel 71. ( 01/01/2001 - ... )

[Wanneer hun middelen ontoereikend blijken, hebben de bijzondere veldwachters het recht om de bijstand van de politieambtenaren van de lokale politie te vragen tot beteugeling van wanbedrijven en overtredingen inzake veld- of bospolitie alsook tot opsporing en inbeslagneming van de voortbrengselen van de bodem die gestolen of wederrechtelijk afgesneden dan wel bedrieglijk verkocht of gekocht zijn (verv. W. 19 april 1999, art. 13, I: 1 januari 2001)].

Artikel 72. ( ... - ... )

Zij dagtekenen en ondertekenen hun proces-verbaal, op straffe van nietigheid.

Artikel 73. ( ... - ... )

Wanneer het proces-verbaal een inbeslagneming inhoudt, wordt binnen vierentwintig uren een uitgifte ervan neergelegd ter griffie van het vredegerecht om meegedeeld te kunnen worden aan hen die de in beslag genomen voorwerpen terugvorderen.

Artikel 74. ( ... - ... )

De vrederechters kunnen voorlopige opheffing van het beslag verlenen, onder verplichting om de kosten van inbewaringstelling te betalen en borg te stellen. Indien de gegoedheid van de borg betwist wordt, beslist de vrederechter.

Artikel 75. ( ... - ... )

Indien het in beslag genomen vee binnen tien dagen na de inbewaringstelling niet wordt teruggevorderd of indien geen borg gesteld wordt, beveelt de vrederechter de veiling op de naastbijgelegen markt. Die veiling geschiedt door de zorg van de ontvanger der domeinen, die ze vierentwintig uren tevoren bekendmaakt.

De kosten van de inbewaringstelling en van de veiling worden begroot door de vrederechter en afgehouden van de opbrengst; het overschot dient tot betaling van het bedrag van veroordelingen, waarvan de invordering gedaan wordt door het Bestuur van registratie en domeinen; wat overblijft wordt gestort in de Deposito- en Consignatiekas.

Indien de terugvordering van het in beslag genomen vee verworpen wordt bij gebreke van borgstelling of indien het vee eerst na de veiling teruggevorderd wordt, heeft de eigenaar alleen recht op teruggave van de netto-opbrengst van de verkoop, na aftrek van alle kosten, ingeval het vonnis die teruggave beveelt. Van die prijs houdt de ontvanger het bedrag af van de veroordelingen tot geldboete, uitgesproken wegens het misdrijf dat tot het beslag aanleiding heeft gekregen.

Artikel 76. ( 01/01/2001 - ... )

De [bijzondere (ing. W. 19 april 1999, art. 14, I: 1 januari 2001)] veldwachters van [... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 5, I: 16 december 1986)], openbare instellingen en bijzondere personen zijn aansprakelijk voor elke nalatigheid of overtreding in de uitoefening van hun bediening. Zij kunnen worden veroordeeld tot betaling van de vergoedingen verbonden aan de misdrijven die zij niet behoorlijk hebben vastgesteld.

Artikel 77. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Artikel 78. ( 16/12/1986 - ... )

[... (opgeh. W. 11 februari 1986, art. 7, I: 16 december 1986)]

Hoofdstuk IV. Vervolging van wanbedrijven en overtredingen (... - ...)

Artikel 79. ( ... - ... )

De vervolging van wanbedrijven en overtredingen geschiedt overeenkomstig de regels van het Wetboek van strafvordering, behoudens de door het tegenwoordige wetboek ingevoerde wijzigingen.

Artikel 80. ( ... - ... )

...

Artikel 81. ( ... - ... )

Een proces-verbaal, opgemaakt en behoorlijk ondertekend door een der in hoofdstuk III van deze titel vermelde ambtenaren, agenten of aangestelden, geldt als bewijs van de daarin vastgestelde materiële feiten, zolang het tegendeel niet is bewezen.

Artikel 82. ( 01/01/1992 - ... )

Het proces-verbaal wordt binnen drie dagen gezonden aan [de procureur des Konings (verv. W. 18 juli 1991, art. 4, I: 1 januari 1992)].

Artikel 83. ( ... - ... )

De rechtsvorderingen tot herstel van de in dit wetboek omschreven wanbedrijven en overtredingen verjaren, zowel ten aanzien van de strafoplegging als van de teruggave en schadevergoeding, door verloop van zes maanden, te rekenen van de dag waarop het wanbedrijf of de overtreding is gepleegd.

Artikel 84. ( 01/01/2001 - ... )

De bepalingen van het vorige artikel zijn niet van toepassing op de misdrijven, [door (verv. W. 11 februari 1986, art. 5, I: 16 december 1986)][de politieambtenaren van de lokale politie (verv. W. 19 april 1999, art. 15, I: 1 januari 2001)] [en door veldwachters van openbare instellingen of bijzondere personen (verv. W. 11 februari 1986, art. 5, I: 16 december 1986)] begaan in de uitoefening van hun bediening. Te hunnen opzichte gelden de verjaringstermijnen van de gewone wetten van strafvordering.

De rechtsvordering tot schadevergoeding die krachtens artikel 76 wordt ingesteld, is echter niet meer ontvankelijk een jaar nadat de strafvordering tegen de schuldige zelf door verjaring vervallen is.

Artikel 85. ( ... - ... )

De rechtbank waarbij een wanbedrijf of een overtreding aanhangig is, kan schadevergoeding toekennen op klacht van de eigenaar der vruchten of gewassen, voor gezien getekend door de burgemeester of een schepen en vergezeld van een door deze ambtenaar kosteloos opgemaakt proces-verbaal van schatting van de schade.

Hoofdstuk V. Misdrijven en straffen (... - ...)

Artikel 86. ( ... - ... )

De in dit wetboek niet omschreven wanbedrijven en overtredingen waardoor landelijke eigendommen van welke aard ook worden geschonden, zijn strafbaar met de straffen daarop gesteld door het Strafwetboek en de andere geldende wetten.

Artikel 87. ( ... - ... )

Met geldboete van een frank tot tien frank worden gestraft:
1° Zij die zonder wettige reden binnentreden in een besloten erf of in een aanhorigheid van een woning, waar tak- of wortelvaste vruchten staan;
2° Zij die, zonder dat er een andere door de wet bepaalde omstandigheid bijkomt, aan een ander toebehorende vruchten plukken of ter plaatse eten.
Het feit gepleegd in een besloten erf of in een aanhorigheid van een woning wordt gestraft met geldboete van tien frank en gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen;
3° Zij die hun vee- of hun trek-, last- of rijdieren laten lopen over andermans weiden in groei of over andermans grond voordat de oogst is weggehaald;
4° Zij die anders dan met de hand aren lezen of die naharken met behulp van een hark met ijzeren tanden;
5° ...;
6° ...;
7° Zij wier geiten of woldieren (...) worden aangetroffen, grazend op andermans grond zonder verlof van de eigenaar of knabbelend aan hagen of bomen langs een openbare weg of langs een erf; de overtreders worden bovendien gestraft met geldboeten van één frank per dier;
8° Zij die, zonder noodzaak en ondanks verbod van de eigenaar, gebruik maken van een weg die aan een bijzondere persoon toebehoort.

Artikel 88. ( ... - ... )

Met geldboete van vijf tot vijftien frank worden gestraft:
1° Zij die de verordeningen op de verdeling van rupsen en andere schadelijke insektenof op de uitroeiing van distels en andere schadelijke gewassen overtreden;
2° Geleiders die, op weg met hun vee van de ene plaats naar de andere, (...) het laten grazen op gronden van bijzondere personen of van gemeenten.
Het misdrijf gepleegd op bezaaid land of op land waarvan de oogst niet is ingezameld of binnen een besloten landelijk erf, wordt gestraft met geldboete van tien frank tot vijftien frank, en eventueel met gevangenisstraf van één dag tot twee dagen;
3° Zij die vee of pluimgedierte, van welke soort ook, waarvan zij eigenaar of houder zijn, op andermans eigendom in het open veld laten loslopen.
Het misdrijf gepleegd binnen de omheining van een woning, hetzij op bezaaid land of op land waarvan de oogst niet is ingezameld, hetzij binnen een besloten landelijk erf, wordt gestraft met geldboete van tien frank tot vijftien frank en eventueel met gevangenisstraf van één dag tot twee dagen.
Betreft het een kudde, dan wordt de geldboete gebracht op vijftien tot vijfentwintig frank en de eventuele gevangenisstraf op één dag tot zeven dagen;
4° Zij die aren lezen of naharken zonder te voldoen aan de voorwaarden van artikel 11, en zij die aren lezen of naharken op velden waarvan de oogst niet geheel is ingezameld en weggehaald is, op omheinde velden of voor zonsopgang en na zonsondergang;
5° ...;
6° ...;
7° Zij die bijenkorven plaatsen op minder dan twintig meter afstand van een woning of van de openbare weg.
Die afstand wordt verminderd tot tien meter, wanneer er tussen de bijenkorven en de woning of de openbare weg een volledig dichte beschutting van ten minste twee meter hoogte aanwezig is;
8° Zij die de afsluiting van een veld openen om zich een doorgang te verschaffen, tenzij de rechter beslist dat de openbare weg onbruikbaar was, in welk geval de gemeente de schadevergoeding moet betalen;
9° Zij die op enigerlei wijze openbare wegen van welke aard ook beschadigen of zich een strook ervan toeëigenen.
Indien daartoe grond bestaat, spreekt de rechter behalve de straf ook het herstel van de overtreding uit, overeenkomstig de wetten betreffende de wegen;
10° Zij die bij het bewerken van het land zich grond van een ander toeëigenen;
11° Zij die zonder wettige reden binnentreden in een besloten erf waar zich vee bevindt;
12° Zij die stenen of andere harde lichamen of andere voorwerpen die kunnen bevuilen of beschadigen, in tuinen, besloten erven, natuur- en kunstweiden of bomen werpen;
13° Zij die door gebrek aan voorzorg enten van bomen geheel of gedeeltelijk vernielen en zij wier dieren dit doen;
14° Zij die, buiten de gevallen van artikel 549 van het Strafwetboek, andermans grond onder water zetten of er opzettelijk het water op schadelijke wijze op doen lopen;
15° Veldwachters die, in strijd met artikel 59, niet geoorloofde wapens dragen.
Het wapen wordt bovendien verbeurd verklaard;
16° Gemeenteveldwachters die het bij artikel 78 voorgeschreven boekje niet regelmatig bijhouden.

Artikel 89. ( 29/06/2019 - ... )

Met geldboete van tien 3 frank tot twintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot vijf dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft:
1° Zij die eigenaar of houder zijn van dood pluimgedierte, ander gedierte of vee, dat voor niets nuttigs te gebruiken is, en nalaten buiten de gevallen waarin zulks verboden is, het binnen vierentwintig uren, anderhalve meter diep in de grond te delven op hun terrein of op de plaats die door het gemeentebestuur is aangewezen.
In dat geval zorgt het gemeentebestuur voor de bedelving op kosten van de overtreder, die krachtens het veroordelend vonnis kan worden verplicht tot terugbetaling van de uitgave, op vertoon van een eenvoudige staat van kosten opgemaakt door het college van burgemeester en schepenen;
2° Zij die, buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950, op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging, een dood dier op de openbare weg, op een daaraan palend eigendom of in een waterloop, vijver of vaart werpen;
3° Zij die zonder rechtstitel bezit nemen van enig gedeelte van de gemeentegrond;
4° ...;
5° ...;
6° Zij die zich het water van een bevloeiingskanaal onrechtmatig toeëigenen, of die er gebruik van maken op andere dagen of uren of in ruimere mate dan geoorloofd is door verordeningen of bijzondere overeenkomsten;
7° Zij die onder enig voorwendsel, zonder verlof van de eigenaar of exploitant, op andermans veld graven met een hak, spade, hark of enig ander werktuig.
De geldboete wordt verdubbeld, indien graafwerk, als bedoeld in artikel 1, verricht wordt zonder dat de eigenaar vooraf gewaarschuwd is;
8° zij die op het veld vuur aansteken op minder dan honderd meter afstand van heiden;
9° zij die op het veld vuur aansteken op minder dan honderd meter afstand van huizen, boomgaarden, hagen, graan, stro, mijten of van plaatsen waar vlas te drogen is gelegd.

Het verbod, vermeld in het eerste lid, 9°, geldt niet voor kampvuren op toeristische logiezen als vermeld in artikel 3 van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de eigenaar of exploitant staat kampvuren toe;
2° de eigenaar of exploitant maakt schriftelijk melding bij het college van burgemeester en schepenen van de mogelijkheid om op zijn terrein kampvuren aan te steken;
3° de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen, de politie, brandweer of een andere verantwoordelijke instantie verbiedt het aansteken van kampvuren niet wegens brandgevaar;
4° eventuele bijkomende voorwaarden die de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen, de politie, de brandweer of een andere verantwoordelijke instantie heeft opgelegd, worden gerespecteerd.

Artikel 90. ( 21/08/1976 - ... )

Met geldboete van vijftien tot vijfentwintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft:
1° Zij die vee of pluimgedierte, van welke soort ook, op enigerlei tijdstip drijven of hoeden in andermans veldvruchten, in natuur- of kunstweiden, in wijngaarden, griendwaarden, hopakkers, in door mensenhand aangelegde aanplantingen of kwekerijen van fruit- of andere bomen;
2° Zij die, buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950 op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging, opzettelijk in een openbare of private waterput, drinkplaats of fontein organische lichamen of andere stoffen werpen of doen werpen die het water kunnen bederven of voor huishoudelijk gebruik ongeschikt maken;
3° Zij die, buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950 op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging, in een vaart, een vijver, een visvijver of een viskom stoffen werpen die de vis kunnen vernielen;
4° Zij die, onverschillig voor welk gebruik, krengen of resten van dieren of vee geheel of gedeeltelijk ontgraven.
De gevangenisstraf wordt altijd uitgesproken, indien het dier op last van de overheid in de grond is gedolven;
5° Zij die, opzettelijk en op welke wijze ook, bijenkorven vernielen, omstoten, toestoppen of openbreken, of die andermans bijen doen omkomen of pogen te doen omkomen;
6° Zij die een bijenzwerm, komend uit andermans bijenstal, op hun goed lokken, indien zij hem niet hebben teruggegeven binnen vierentwintig uren nadat hij van hen is teruggevorderd;
7° Zij die stenen, graszoden, aarde, zand, kalk, mergel, dierlijke of enige andere meststof op andermans grond wegnemen;
8° Zij die draineerbuizen opzettelijk vernielen of beschadigen, toestoppen of verplaatsen;
9° Zij die andermans bomen geheel of gedeeltelijk ontschorsen of snijden, zonder dat deze vergaan;
10° Zij die het hout van hagen of van boomaanplantingen wegnemen;
11° ...;
12° Zij die bomen planten met overtreding van de artikelen 35bis en 35ter. [Op vordering van een burgerlijke partij wordt artikel 36bis van dit Wetboek toegepast (ing. W. 12 juli 1976, art. 2, I: 21 augustus 1976)].

Artikel 91. ( ... - ... )

De straffen op de overtredingen, omschreven in de artikelen 87 en 90, worden verhoogd tot het maximum en de rechtbank spreekt bovendien gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen uit:
1° Indien er herhaling is binnen een jaar, te rekenen van het eerste vonnis tegen de schuldige gewezen wegens dezelfde overtreding en door dezelfde rechtbank;
2° Indien de overtredingen bij nacht zijn gepleegd;
3° Indien de feiten in bende of in vereniging zijn gepleegd.

Artikel 92. ( ... - ... )

In alle gevallen van de vorige artikelen kan, indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, van gevangenisstraf afgezien worden en kan de geldboete verminderd worden, maar nooit tot minder dan één frank.

Hoofdstuk VI. Teruggave en schadevergoeding (... - ...)

Artikel 93. ( ... - ... )

In geen geval mag de aan de burgerlijke partij verschuldigde schadevergoeding, met inbegrip van de waarde van de in natura teruggegeven voorwerpen, minder bedragen dan de enkele geldboete bij het vonnis opgelegd.

Artikel 94. ( ... - ... )

De (...), de ouders, de voogden, de meesters en zij die anderen aanstellen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de geldboeten, teruggaven, schadevergoedingen en kosten die voortvloeien uit de veroordelingen, uitgesproken tegen (...), hun minderjarige kinderen en hun pupillen, die ongehuwd zijn en bij hen inwonen, hun werklieden, voerlieden en andere ondergeschikten, behoudens verhaal als naar recht.

Artikel 95. ( ... - ... )

De gebruiksgerechtigden zijn aansprakelijk voor de geldboeten, teruggaven, schadevergoedingen en kosten, waartoe hun hoeders en bewakers veroordeeld zijn wegens wanbedrijven of overtredingen inzake veldpolitie, gepleegd gedurende de tijd en de uitoefening van de dienst.

Hoofdstuk VII. Tenuitvoerlegging van vonnissen (... - ...)

Artikel 96. ( ... - ... )

Vonnissen, bij verstek gewezen op verzoek van de burgerlijke partij of op vervolging van het openbare ministerie, worden betekend bij een eenvoudig uittreksel, dat de naam van de partij en het beschikkende gedeelte van het vonnis inhoudt.

Die betekening doet de termijnen van verzet en van hoger beroep ingaan.

Artikel 97. ( ... - ... )

Vonnissen houdende veroordeling tot geldboete, teruggave, schadevergoeding en kosten worden ten uitvoer gelegd zoals in correctionele zaken of zoals in politiezaken, naar gelang van het geval.

Slotbepaling (... - ...)

Artikel 98. ( ... - ... )

Door dit Wetboek wordt niet afgeweken van de wetten of reglementen betreffende polders en wateringen.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 23/09/2026