Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de financiering van energiebesparende investeringen en investeringen die bijdragen tot de doelstellingen, vermeld in het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) 2021-2030

Datum 28/11/2025

Inhoud

( ... - ... )

Rechtsgrond
Dit besluit is gebaseerd op:
- het programmadecreet van 16 december 2022 bij de begroting 2023, artikel 32 vijfde lid, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 2025.
-  het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 8.

Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor het budgettair beleid, heeft zijn akkoord gegeven op 13 oktober 2025.
- De Raad van State heeft advies 78.353/3 gegeven op 20 november 2025 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Economie, Innovatie en Industrie, Buitenlandse Zaken, Digitalisering en Facilitair Management.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Artikel 1. ( 16/12/2025 - ... )

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° DAB: de DAB Investeringsprogramma energiebeheer en klimaat overheidsgebouwen, vermeld in artikel 32 van het decreet van 16 december 2022;
2° decreet van 16 december 2022: het Programmadecreet van 16 december 2022 bij de begroting 2023;
3° Instanties: instanties als vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
4° terugverdientijd: de periode waarin de investering zich terugverdient met de geraamde besparing aan energiekosten. Deze energiewinst is gebaseerd op het verschil tussen het huidige verbruik en het verwachte verbruik na de investeringen;
5° Gemeenschapsonderwijs, afgekort GO!: het Gemeenschapsonderwijs, vermeld in artikel 3 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
6° VIPA: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. De DAB stuurt de oproep, vermeld in artikel 2 van dit besluit, naar de instanties als vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Die instanties sturen hun aanvragen voor financiering naar de DAB.

Artikel 2. ( 16/12/2025 - ... )

Elk kwartaal wordt door de DAB een oproep gelanceerd om aanvragen in te dienen voor financiering als vermeld in artikel 32, tweede lid, van het decreet van 16 december 2022. De DAB kan financiering toekennen aan de instanties binnen de perken van de kredieten die daarvoor zijn ingeschreven op zijn begroting.

Artikel 3. ( 16/12/2025 - ... )

De oproep gebeurt als volgt:
1° De DAB stuurt de oproep, vermeld in artikel 2 van dit besluit naar de instanties, vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Die instanties sturen hun aanvragen voor financiering naar de DAB.
2° Het GO! wordt verzocht om de oproep, vermeld in artikel 2 van dit besluit, aan de betrokken scholengroep te bezorgen en om een eerste selectie te maken van de aanvragen die het GO! heeft ontvangen vooraleer die aan de DAB worden bezorgd.
3° De oproep, vermeld in artikel 2 van dit besluit, wordt via het VIPA bezorgd aan de voorzieningen bedoeld in art 34, 3°. Het VIPA beoordeelt de aanvragen in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het klimaatplan met betrekking tot de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden van 30 maart 2018. Het VIPA legt de aanvragen die ze heeft geselecteerd voor aan de DAB voor verdere selectie en afhandeling. 
4° Een instantie kan een aanvraag indienen voor een investering door de eigenaar van het gebouw waar ze in gevestigd is. De leningsovereenkomst wordt in dat geval met de eigenaar zelf gesloten en bevat de voorwaarden, vermeld in artikel 5.

Artikel 4. ( 16/12/2025 - ... )

Als er investeringen in huurgebouwen of onroerende goederen met andere zakelijke rechten dan eigendom worden gefinancierd vanuit de DAB, is de terugverdientijd van de investering minstens drie jaar korter dan de resterende looptijd van de overeenkomst, ongeacht of de investering wordt gefinancierd door de eigenaar of de instantie.

Als de aanvrager van de financiering de btw op de investeringen kan recupereren, komt alleen het bedrag van de investering zonder btw in aanmerking. 

Artikel 5. ( 16/12/2025 - ... )

Als de energiekosten inbegrepen zijn in de huurprijs en de huurder de investering zelf doet, wordt in de leningsovereenkomst, bedoeld in artikel 3, vierde lid, bepaald dat de huurprijs verlaagd wordt met de energiewinst.

In de leningsovereenkomst, bedoeld in artikel 3, vierde lid, wordt bepaald dat de huurprijs van een gebouw waar de eigenaar de investering doet, niet kan verhoogd worden naar aanleiding van een investering, met uitzondering van de indexering van de huur.

Artikel 6. ( 16/12/2025 - ... )

Bij elke oproep, vermeld in artikel 2, worden de ingediende projecten gerangschikt volgens de prioriteiten.

Er wordt prioriteit gegeven aan de volgende investeringen:
1° de investeringen in energiebeheer en klimaat die bijdragen aan het behalen van de vooropgestelde doelstellingen voor overheidsgebouwen van het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) 2021-2030 die de Vlaamse Regering op 18 juli 2025 heeft goedgekeurd;
2° de investeringen in onroerende domeingoederen in eigendom van instanties als vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
3° de investeringen met een korte terugverdientijd.

Artikel 7. ( 16/12/2025 - ... )

Investeringen komen alleen in aanmerking voor financiering op basis van dit besluit voor het gedeelte dat niet wordt gesubsidieerd door andere Vlaamse, Belgische of Europese instellingen voor dezelfde werken en aankopen. 

Artikel 8. ( 16/12/2025 - ... )

De renteloze financiering voor de investeringen van de instanties wordt voor deze met dezelfde rechtspersoon als de Vlaamse overheid in een samenwerkingsovereenkomst of voor deze met een eigen rechtspersoonlijkheid in een leningsovereenkomst vastgelegd met een afgesproken aflossingstabel gebaseerd op de terugverdientijd. 

Artikel 9. ( 16/12/2025 - ... )

De marktconforme leningen worden verstrekt tegen minstens de OLO 10 jaar, verhoogd met de marge die wordt aangerekend als de Vlaamse Gemeenschap zelf leent. Bij opstart is de marge 30 basispunten. De marge kan worden aangepast door de Vlaamse minister, bevoegd voor het budgettair beleid.

Artikel 10. ( 16/12/2025 - ... )

Dit besluit treedt in werking op de dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 11. ( 16/12/2025 - ... )

De Vlaamse minister, bevoegd voor het facilitair management, is belast met de uitvoering van dit besluit.


Vlaamse Codex, officiële website van de Vlaamse Overheid - https://codex.vlaanderen.be
Geconsolideerde versie die geldt op 14/06/2026