Artikel 42. ( 13/06/2024 - ... )
§ 1. Het college van burgemeester en schepenen bestaat uit de burgemeester en uit ten hoogste:
1° 2 schepenen in de gemeenten met minder dan 4999 inwoners;
2° 3 schepenen in de gemeenten met 5000 tot en met 9999 inwoners;
3° 4 schepenen in de gemeenten met 10.000 tot en met 19.999 inwoners;
4° 5 schepenen in de gemeenten met 20.000 tot en met 29.999 inwoners;
5° 6 schepenen in de gemeenten met 30.000 tot en met 49.999 inwoners;
6° 7 schepenen in de gemeenten met 50.000 tot en met 99.999 inwoners;
7° 8 schepenen in de gemeenten met 100.000 tot en met 199.999 inwoners;
8° 9 schepenen in de gemeenten met 200.000 of meer inwoners.
Het college van burgemeester en schepenen bevat naast de burgemeester minstens twee schepenen.
Als na de verkiezing van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst blijkt dat hij nog geen lid was van het college van burgemeester en schepenen, wordt hij van rechtswege vanaf zijn eedaflegging, vermeld in artikel 90, § 4, als schepen toegevoegd aan het college van burgemeester en schepenen.
§ 2. Op basis van de bevolkingsaantallen van de gemeenten, vermeld in artikel 4, § 3, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het maximale aantal per gemeente te verkiezen schepenen overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, en van het maximale aantal te verkiezen schepenen van de nieuwe gemeente in toepassing van artikel 355, alsook van het aantal per gemeente te verkiezen schepenen in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en in de gemeente Voeren overeenkomstig artikel 16 van de Nieuwe Gemeentewet.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bestaat uit personen van verschillend geslacht.
Als het college van burgemeester en schepenen na de eedaflegging van de burgemeester niet rechtsgeldig blijkt te zijn samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt de laatste overeenkomstig artikel 43 of 49, § 1, verkozen schepen in rang, van rechtswege vervangen door het gemeenteraadslid van het andere geslacht dat op dezelfde lijst met de meeste naamstemmen verkozen is. Als verschillende raadsleden van het andere geslacht een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, krijgt het raadslid dat de hoogste plaats op de lijst bekleedt, voorrang onder die raadsleden. Als er geen verkozen gemeenteraadsleden van het andere geslacht op die lijst voorkomen, wordt de schepen van rechtswege vervangen door de eerste opvolger van het andere geslacht op die lijst.
In afwijking van het tweede lid wordt, als het college van burgemeester en schepenen na de eedaflegging van de burgemeester niet rechtsgeldig blijkt te zijn samengesteld overeenkomstig het eerste lid, en als de overeenkomstig artikel 43 of 49, § 1, laatst verkozen schepen in rang, bij de verkiezing van de gemeenteraadsleden verkozen is op een lijst die maar één kandidaat bevat, de voorlaatste schepen in rang vervangen overeenkomstig het tweede lid. Als ook de voorlaatste schepen in rang verkozen werd op een lijst die maar een kandidaat bevat, wordt de derde laatste schepen in rang of, in voorkomend geval, de eerstvolgende laatste schepen in rang, vervangen overeenkomstig dezelfde bepalingen.
§ 4. De schepen die overeenkomstig paragraaf 3 buiten de gemeenteraad is benoemd en de schepen, vermeld in paragraaf 1, derde lid, zijn in alle gevallen stemgerechtigd in het college van burgemeester en schepenen.
§ 5. Iedereen die het mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van de raad uitoefent of waarneemt, moet beschikken over de kennis van de bestuurstaal die vereist is voor de uitoefening van het mandaat.
Door hun verkiezing of benoeming bestaat het vermoeden dat de mandatarissen, vermeld in het eerste lid, de vereiste taalkennis bezitten. Dat vermoeden kan worden weerlegd op verzoek van een gemeenteraadslid op basis van ernstige aanwijzingen, een bekentenis van de mandataris of de wijze waarop de betrokkene het mandaat uitoefent.
Het verzoek, vermeld in het tweede lid, wordt ingediend bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen. Als dat rechtscollege beslist dat het vermoeden van taalkennis is weerlegd, is de verkiezing of de benoeming vernietigd vanaf de dag van de kennisgeving van de beslissing van het rechtscollege, met behoud van de mogelijkheid van beroep bij de Raad van State, vermeld in artikel 147. Dat beroep schort de uitspraak van het rechtscollege niet op. Tot de algehele vernieuwing van de raad kan de betrokkene niet opnieuw benoemd of verkozen worden tot burgemeester, schepen of voorzitter van de raad, noch een dergelijk mandaat waarnemen.
De miskenning van de bepalingen van dit artikel door degene van wie het vermoeden van taalkennis is weerlegd, is een grove nalatigheid als vermeld in artikel 156.