Decreet betreffende de armoedebestrijding

Datum 21/03/2003

Inhoudstafel

  1. HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN EN DEFINITIES
  2. HOOFDSTUK II UITGANGSPUNTEN
  3. HOOFDSTUK III COÖRDINATIE EN ORGANISATIE
  4. HOOFDSTUK IV ONDERSTEUNING
    1. AFDELING 1 VERENIGINGEN WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN
    2. AFDELING 2 VLAAMS NETWERK VAN VERENIGINGEN WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN
    3. AFDELING 3 OPGELEIDE ERVARINGSDESKUNDIGEN IN DE ARMOEDE EN DE SOCIALE UITSLUITING
    4. AFDELING 4 PROJECTEN
    5. [AFDELING 5 SUBSIDIËRING LOKALE KINDERARMOEDEBESTRIJDING (ing. Decr. 20 december 2013, art. 26, I: 1 januari 2014)]
  5. HOOFDSTUK V SLOTBEPALING

Inhoud

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN EN DEFINITIES

Artikel 1. (... - ...)

Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Artikel 2. (01/01/2018- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder:
1° armoede: een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan, dat de armen scheidt van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving en waarbij ze niet op eigen kracht deze kloof kunnen overbruggen;
2° arme: persoon die zich bevindt in armoede;
3° doelgroepen: personen die in armoede leven of geleefd hebben;
4° vereniging waar armen het woord nemen : een vereniging van overwegend armen en andere personen met als doel bij te dragen tot de armoedebestrijding vanuit de eigen ervaring via de realisatie van een proces, gekenmerkt door de volgende zes concrete doelstellingen : armen blijven zoeken, armen samenbrengen in groep, armen het woord geven, werken aan de maatschappelijke emancipatie van armen, werken aan maatschappelijke structuren en vormingsactiviteiten en de maatschappelijke dialoog organiseren;
5° opgeleide ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting : persoon die armoede en sociale uitsluiting gedurende lange tijd heeft ervaren, die ervaring heeft verwerkt en verruimd en via een opleiding houdingen, vaardigheden en methoden aangereikt heeft gekregen om de verruimde armoede-ervaring deskundig aan te wenden in een of meer sectoren die met mensen in armoede te maken hebben;
6° Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen: de ondersteuningsstructuur voor de participatie van armen en hun verenigingen aan het beleid;
7° participatie: de deelname aan het maatschappelijk leven met het oog op het individuele en collectieve welzijn, waardoor men de persoonlijke controle op de eigen leefsituatie en op de externe factoren die deze leefsituatie bepalen, verhoogt;
8° maatschappelijke dialoog : een participatieproces waarbij armen actief deelnemen aan de uitwisseling over en de bespreking van hun positie op verschillende maatschappelijke levensdomeinen, om uiteindelijk te komen tot beleidsvoorstellen;
9° actoren: alle bij de armoedebestrijding betrokken overheden, particuliere organisaties en armenverenigingen;
10° actieplan : plan van de Vlaamse Regering dat de planning van beleidsmaatregelen op korte en lange termijn omschrijft, alsook de voorwaarden en procedure van de evaluatie van het gevoerde beleid.
11° ....

HOOFDSTUK II UITGANGSPUNTEN

Artikel 3. (16/07/2009- ...)

Het Vlaamse armoedebestrijdingsbeleid moet de voorwaarden creëren om:
1° de toegang van elke burger tot de economische, sociale en culturele rechten, vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, te waarborgen;
2° armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting te voorkomen, te verminderen en op te lossen.

Het Vlaamse armoedebestrijdingsbeleid moet de deelname mogelijk maken en versterken van alle betrokken overheden en personen, vooral van personen die in armoede leven, aan het uitstippelen, het uitwerken en het evalueren van dit beleid.

Artikel 4. (16/07/2009- ...)

Het armoedebestrijdingsbeleid is een inclusief beleid. Op de verschillende beleidsdomeinen en niveaus moeten doelgerichte acties ondernomen worden vanuit een partnerschap tussen alle betrokken actoren. Partnerschap met de armen is een noodzaak.

Het armoedebestrijdingsbeleid is een gecoördineerd en samenhangend beleid. Voor de uitvoering van dit beleid voorziet de Vlaamse regering in:
1° het uitwerken van maatregelen in de diverse beleidsdomeinen;
2° de coördinatie tussen beleidsdomeinen;
3° het overleg en de coördinatie tussen de betrokken actoren het eerste lid;
4° de ondersteuning van de participatie van de doelgroepen;
5° de voortgangscontrole van het samenwerkingsakkoord van 5 mei 1998 tussen de Federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten betreffende de bestendiging van het armoedebeleid;
6° de afstemming met Europees, federaal en provinciaal/lokaal beleid.

HOOFDSTUK III COÖRDINATIE EN ORGANISATIE

Artikel 5. (16/07/2009- ...)

De Vlaamse Regering stelt binnen twaalf maanden na haar aantreden een actieplan armoedebestrijding op dat loopt over een periode van vijf jaar. Dit actieplan komt tot stand met participatie van de doelgroepen in partnerschap met het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen, en omschrijft de planning van de beleidsmaatregelen op korte en lange termijn, alsook de modaliteiten van evaluatie van het gevoerde beleid.

De Vlaamse Regering deelt het actieplan armoedebestrijding mee aan het Vlaams Parlement.

De Vlaamse regering zal voor de ondersteuning van het armoedebestrijdingsbeleid, opdracht geven tot het verrichten van wetenschappelijk onderzoek inzake armoede.

Artikel 6. (16/07/2009- ...)

De Vlaamse regering geeft opdracht aan alle entiteiten van de Vlaamse overheid, met bevoegdheden voor een domein waarop het inclusieve armoedebestrijdingsbeleid betrekking kan hebben, om:
1° het armoedebestrijdingsbeleid binnen hun entiteit voor te bereiden, uit te voeren en te evalueren;
2° de geëigende initiatieven te nemen om de doelgroepen en het werkveld aan dit beleid te laten participeren.

Artikel 7. (16/07/2009- ...)

Om het armoedebestrijdingsbeleid in alle sectoren te bevorderen, op elkaar af te stemmen, te bewaken en te evalueren wordt een permanent armoedeoverleg opgericht. Dit permanent armoedeoverleg wordt systematisch en structureel georganiseerd met het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen als partner. De Vlaamse regering bepaalt de werking en de wijze van rapporteren.

HOOFDSTUK IV ONDERSTEUNING

AFDELING 1 VERENIGINGEN WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN

Artikel 8. (29/08/2016- ...)

De Vlaamse Regering kan verenigingen waar armen het woord nemen erkennen als ze voldoen aan de volgende voorwaarden :
1° opgericht zijn als een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen;
2° in hun werking voldoende participatie garanderen;
3° in hun werking en structuur openstaan voor de verschillende maatschappelijke verbanden en groepen en dit zonder onderscheid van etnische, politieke, filosofische of levensbeschouwelijke aard;
4° een proces opzetten dat gekenmerkt wordt door : armen blijven zoeken; armen samenbrengen in groep; armen het woord geven; werken aan de maatschappelijke emancipatie van armen; werken aan maatschappelijke structuren; vormingsactiviteiten en de maatschappelijke dialoog organiseren;
5° minstens één jaar werkzaam zijn inzake armoedebestrijding;
6° de activiteiten uitvoeren overeenkomstig de regels die door de Vlaamse regering worden bepaald;

De Vlaamse Regering kan, binnen de beschikbare begrotingskredieten, verenigingen erkennen indien ze volgende opdrachten vervullen :
1° de nodige instrumenten om armen te blijven zoeken inzetten;
2° samenkomsten en ontmoetingen van armen en niet-armen organiseren;
3° de geëigende methodieken om het proces van armen het woord geven te ondersteunen hanteren;
4° informatie en vorming aanbieden;
5° thematisch werken aan maatschappelijke structuren;
6° dialoogwerkgroepen opzetten om participatie in het beleid mogelijk te maken.

De Vlaamse Regering regelt de procedure en voorwaarden voor de erkenning en de intrekking van de erkenning.

Indien de vereniging niet meer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan de Vlaamse Regering de erkenning intrekken.

Artikel 9. (16/07/2009- ...)

...

Artikel 10. (16/07/2009- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks, binnen de beschikbare begrotingskredieten, de grootte van de subsidies aan de verenigingen.

Hiertoe worden de verenigingen ingedeeld in subsidiecategorieën naargelang zij de opdrachten, vermeld in artikel 8 van dit decreet, vervullen. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidiecategorieën en de voorwaarden van indeling.

Binnen de perken van het begrotingskrediet, wordt het subsidiebedrag geïndexeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de indexering toegepast wordt.

AFDELING 2 VLAAMS NETWERK VAN VERENIGINGEN WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN

Artikel 11. (01/01/2010- ...)

Ter ondersteuning van het participatieproces van armen aan het armoedebestrijdingsbeleid sluit de Vlaamse regering een overeenkomst af met het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen.

De overeenkomst bevat de omschrijving van de opdrachten van het netwerk.

Artikel 12. (01/01/2010- ...)

Het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen heeft minstens de volgende opdrachten :
1° de beleidsdialoog met de overheid organiseren en voeren;
2° overleg en ervaringsuitwisseling tussen de verenigingen organiseren;
3° activiteiten ondersteunen en coördineren die inzicht bieden in de ervaringswereld van mensen in armoede;
4° gemeenschappelijke initiatieven van en voor de verenigingen bevorderen.

Het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen, vervult die opdrachten in nauwe samenwerking met andere actoren.

Artikel 13. (01/01/2010- ...)

De wijze waarop het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen haar opdrachten zal uitvoeren, wordt beschreven in een meerjarenplan dat wordt opgemaakt voor een periode van vijf jaar. De Vlaamse regering bepaalt de inhoudelijke vereisten waaraan het meerjarenplan moet voldoen en de wijze waarop de werking zal worden geëvalueerd.

Artikel 14. (01/01/2010- ...)

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en procedure inzake subsidiëring van het Vlaams Netwerk.

Binnen de perken van het begrotingskrediet, wordt het subsidiebedrag geïndexeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de indexering toegepast wordt.

Artikel 15. (... - ...)

Binnen de beschikbare begrotingskredieten kent de Vlaamse regering aan het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen jaarlijks subsidies toe op basis van het ingediende meerjarenplan.

AFDELING 3 OPGELEIDE ERVARINGSDESKUNDIGEN IN DE ARMOEDE EN DE SOCIALE UITSLUITING

Artikel 16. (16/07/2009- ...)

In alle gemeenschaps- en gewestmateries waarmee armen geconfronteerd worden, neemt de Vlaamse regering initiatieven voor de tewerkstelling van opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting


De Vlaamse regering bepaalt de modaliteiten voor tewerkstelling van opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting in gemeenschaps- en gewestmateries van de armoedebestrijding.

Artikel 17. (16/07/2009- ...)

De Vlaamse regering kan organisaties voor coördinatie en toeleiding tot de opleiding van opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting erkennen en subsidiëren. Zij bepaalt daartoe de nodige regels.

Binnen de perken van het begrotingskrediet, wordt het subsidiebedrag geïndexeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de indexering toegepast wordt.

De coördinatie bestaat in het scheppen van de voorwaarden voor de organisatie van de opleiding, de tewerkstelling van ervaringsdeskundigen, de sensibilisering voor de opleiding en het bewaken van de kwaliteit ervan.

AFDELING 4 PROJECTEN

Artikel 18. (16/07/2009- ...)

Binnen de beschikbare begrotingskredieten en aanvullend op de reguliere subsidies, zoals bepaald in artikelen 10, 15 en 17, wendt de Vlaamse regering middelen aan om projecten met een experimenteel, aanvullend en/of vernieuwend karakter te ondersteunen.

Deze projecten kunnen worden uitgevoerd zowel door de verenigingen waar armen het woord nemen, het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen als door andere actoren.

De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden voor de toekenning van deze projectsubsidies.

[AFDELING 5 SUBSIDIËRING LOKALE KINDERARMOEDEBESTRIJDING (ing. Decr. 20 december 2013, art. 26, I: 1 januari 2014)]

Artikel 18/1. (01/01/2018- ...)

De Vlaamse Regering verleent binnen de perken van de begrotingskredieten jaarlijks subsidies aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de bestrijding van kinderarmoede.

De subsidies worden toegekend aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de uitvoering van acties die gericht zijn op de integrale aanpak van armoede bij kinderen en hun gezin, vertrekkend vanuit de lokale sociale situatie en in samenwerking met alle relevante lokale actoren, in het bijzonder de actoren die door dit decreet erkend en ondersteund worden. De subsidies zullen in afstemming met het Vlaamse beleid aangewend worden voor bijkomende modulaire acties die specifiek gericht zijn op de strijd tegen kinderarmoede. Ze worden toegevoegd aan de reguliere werkingen op het vlak van onderwijs, kinderopvang, preventieve gezinsondersteuning, algemeen welzijnswerk, vrijetijdsbesteding en gezondheidszorg.

De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de vaststelling en de toekenning van de subsidies.

HOOFDSTUK V SLOTBEPALING

Artikel 19. (... - ...)

De Vlaamse regering stelt voor elk van de bepalingen van dit decreet de datum van inwerkingtreding vast.

(Het decreet treedt in werking op 1 januari 2004 met uitzondering van artikel 13 dat in werking treedt op 1 november 2003. Zie B.V.R. 10 oktober 2003, B.S., 24 november 2003, art. 41)