Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

Datum 30/05/2008

Inhoud

Artikel 1. (14/07/2008- ...)

Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Artikel 2. (14/07/2008- ...)

Dit decreet is van toepassing op de belastingen die worden gevestigd door de provincies en de gemeenten in het Vlaamse Gewest.

Dit decreet geldt niet voor de opcentiemen en aanvullende belastingen op de belastingen van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten.

Artikel 3. (14/07/2008- ...)

In dit decreet wordt verstaan onder :
1° bevoegde overheid : hetzij de deputatie in geval van provinciebelastingen, hetzij het college van burgemeester en schepenen in geval van gemeentebelastingen;
2° vertegenwoordiger : de persoon die speciaal gemachtigd is door de belastingschuldige, een advocaat, een rechthebbende van de belastingschuldige, evenals diegene die gemachtigd is om de belastingschuldige te vertegenwoordigen.

Artikel 3/1. (24/06/2010- ...)

Tenzij anders bepaald in dit decreet kan de bevoegde overheid de haar toegewezen bevoegdheid niet delegeren.

Artikel 4. (24/06/2010- ...)

§ 1. Er zijn kohierbelastingen en contantbelastingen. De kohierbelastingen worden opgenomen in een kohier. De contantbelastingen worden contant geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs.

§ 2. De kohieren bevatten :
1° de naam van de provincie of van de gemeente die de belasting heeft gevestigd;
2° de voornaam, achternaam of maatschappelijke benaming en het adres van de belastingplichtige;
3° de datum en benaming van het reglement krachtens welke de belasting is gevestigd;
4° het belastbaar feit, de berekening en het bedrag van de belasting, evenals het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft;
5° het nummer van het kohierartikel;
6° de datum van uitvoerbaarverklaring.

§ 3. De kohieren worden door de bevoegde overheid vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

De financieel beheerder zorgt onverwijld voor de verzending van de aanslagbiljetten, zonder kosten voor de belastingschuldige.

Het aanslagbiljet bevat de gegevens, vermeld in § 2. Het aanslagbiljet bevat ook :
1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet;
2° de uiterste betalingsdatum;
3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.

Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.

§ 4. Enkel in een belastingverordening inzake kohierbelastingen kan voorzien worden in een verplichting van aangifte.

§ 5. De rechten, vastgesteld in de kohieren, worden boekhoudkundig verbonden aan de ontvangsten van het financieel boekjaar waarin ze uitvoerbaar werden verklaard.

§ 6. De kohierbelasting wordt betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

§ 7 De contantbelasting wordt geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs.

Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.

Artikel 5. (14/07/2008- ...)

Door de bevoegde overheid worden personeelsleden aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening en de bepalingen, vermeld in artikelen 6 en 7.

De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, behoren inzake provinciebelastingen tot het personeel van de provincie en inzake gemeentebelastingen tot het personeel van de gemeente. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

De financieel beheerder kan niet worden aangesteld overeenkomstig het eerste lid.

Artikel 6. (14/07/2008- ...)

Om de toepassing van de belastingverordening te kunnen controleren of onderzoeken, zijn de personeelsleden, vermeld in artikel 5, gemachtigd alle fiscale onderzoeksbevoegdheden uit te voeren die krachtens artikel 11 toepassing vinden op het vlak van provincie- en gemeentebelastingen. Specifiek inzake de controle en het onderzoek van boeken en bescheiden die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting, is iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden beschikt, verplicht die zonder verplaatsing voor te leggen op ieder verzoek van de personeelsleden, vermeld in artikel 5.

Iedereen is verplicht aan de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, voorzien van een aanstellingsbewijs, vrije toegang te verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen, die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend. Om de belastingplicht te kunnen bepalen of de grondslag van de belasting te kunnen controleren of onderzoeken, moet aan die personeelsleden de mogelijkheid worden geboden vaststellingen te doen. Tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben die personeelsleden evenwel alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds, na machtiging van de politierechter tenzij uit vrije wil toegang wordt verleend.

De personeelsleden, vermeld in artikel 5, zijn eveneens gemachtigd de nodige vaststellingen te doen op het grondgebied van een andere provincie of gemeente.

Artikel 7. (08/03/2012- ...)

§ 1. Als de belastingverordening voorziet in de verplichting van aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden bij gebrek aan aangifte binnen de in de verordening gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige.

In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.

Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt de bevoegde overheid of het personeelslid dat daartoe is aangesteld overeenkomstig artikel 5, de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De belasting mag niet worden gevestigd voor die termijn verstreken is, behoudens als de rechten van de provinciale of gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen.

In afwijking van de aanslagtermijn, vermeld in artikel 4, kunnen ambtshalve belastingen geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar. Die termijn van drie jaar wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

§ 2. De belastingverordening kan bepalen dat de ambtshalve belastingen worden verhoogd met een bedrag dat in de verordening wordt vastgelegd. Het bedrag van die belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd en bedraagt maximaal het dubbel van de ambtshalve ingekohierde belasting.

Artikel 8. (24/06/2010- ...)

De belastingverordening kan bepalen dat voor een overtreding van de bepalingen van dit decreet of de bepalingen van de belastingverordening een administratieve geldboete wordt opgelegd van maximaal 500 euro.

Als voor een overtreding een belastingverhoging kan worden opgelegd, mag voor diezelfde overtreding geen administratieve geldboete worden opgelegd.

Een administratieve geldboete wordt gevestigd en ingevorderd volgens dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op de kohierbelastingen.

Artikel 9. (08/03/2012- ...)

§ 1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij de bevoegde overheid, die handelt als administratieve overheid.

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

Bezwaarschriften kunnen via een duurzame drager worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in het tweede lid indien de bevoegde overheid in deze mogelijkheid voorziet.

§ 2. De bevoegde overheid of een personeelslid dat door de bevoegde overheid speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder. De ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden gestuurd.

Elk personeelslid dat door de bevoegde overheid wordt aangewezen, behoort inzake provinciebelastingen tot het personeel van de provincie en inzake gemeentebelastingen tot het personeel van de gemeente. De financieel beheerder kan niet worden aangewezen.

§ 3. Om de behandeling van het bezwaarschrift te verzekeren, beschikt de bevoegde overheid en elk personeelslid, vermeld in § 2, over de onderzoeksbevoegdheden, vermeld in artikel 6.

§ 4. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in het bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting. In voorkomend geval deelt de bevoegde overheid of het personeelslid, vermeld in § 2, aan de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger de datum van de hoorzitting mee waarop het bezwaarschrift behandeld zal worden, evenals de dagen en uren waarop het dossier geraadpleegd zal kunnen worden. Die mededeling moet ten minste vijftien kalenderdagen voor de dag van de hoorzitting plaatshebben.

De aanwezigheid op de hoorzitting moet door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger aan de bevoegde overheid of het personeelslid, vermeld in § 2, schriftelijk of via duurzame drager worden bevestigd ten minste zeven kalenderdagen vóór de dag van de hoorzitting. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wordt gehoord door de bevoegde overheid, een lid van de bevoegde overheid of het personeelslid, vermeld in § 2.

De personen, vermeld in het tweede lid, ondertekenen het proces-verbaal van het verhoor.

§ 5. De bevoegde overheid doet binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift, uitspraak op basis van een met redenen omklede beslissing. Die termijn van zes maanden wordt met drie maanden verlengd als de betwiste aanslag ambtshalve werd gevestigd.

De bevoegde overheid kan bij zijn beslissing de betwiste belasting, belastingverhoging of administratieve geldboete niet vermeerderen.

De beslissing van de bevoegde overheid wordt met een aangetekende brief betekend aan de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en wordt tevens ter kennis gebracht van de financieel beheerder. Deze aangetekende brief vermeldt de instantie waarbij een beroep kan worden ingesteld, evenals de ter zake geldende termijn en vormen.

De beslissing van de bevoegde overheid is onherroepelijk wanneer het beroep niet tijdig bij de bevoegde instantie is ingesteld.

§ 6. De bepalingen van dit artikel zijn eveneens van toepassing op elke derde aan wie een administratieve geldboete wordt opgelegd.

Artikel 10. (14/07/2008- ...)

Tegen de beslissing genomen door de bevoegde overheid of bij gebrek aan een beslissing binnen de termijnen, vermeld in artikel 9, § 5, kan een beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin de belasting gevestigd werd. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

Artikel 11. (01/01/2020- ...)

Zonder afbreuk te doen aan het huidige decreet, zijn van overeenkomstige toepassing op de provincie- en gemeentebelastingen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen;
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

Artikel 12. (14/07/2008- ...)

De wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij de wet van 15 maart 1999, wordt opgeheven.

Voornoemde wet blijft evenwel van toepassing op de provincie- en gemeentebelastingen die contant worden geïnd voor 1 januari 2009 of die in kohieren zijn opgenomen die voor 1 januari 2009 uitvoerbaar worden verklaard.

Artikel 13. (14/07/2008- ...)

Dit decreet is van toepassing op de provincie- en gemeentebelastingen die contant worden geïnd vanaf 1 januari 2009 of die in kohieren zijn opgenomen die vanaf 1 januari 2009 uitvoerbaar worden verklaard.